Zoekresultaten 14271-14280 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.301

    Klacht tegen kaakchirurg. Klagers zijn beiden ook kaakchirurg en hebben met beklaagde in een samenwerkingsverband gewerkt. Klagers verwijten beklaagde dat hij door zijn wijze van declareren fraude heeft gepleegd en dat hij daardoor de dossiers van zijn patiënten heeft gecorrumpeerd. Klagers stellen dat zij hierdoor schade hebben geleden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard in hun klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:17 Raad van Discipline Amsterdam 20-979/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.334

    Klacht tegen een neurochirurg. Klaagster lijdt sinds haar vroege jeugd aan epilepsie. Zij is in 2014 verwezen naar de instelling waar de neurochirurg werkzaam is, ter beoordeling van onder meer de vraag of epilepsiechirurgie bij klaagster een optie is. De neurochirurg maakt deel uit van een multidisciplinaire werkgroep Epilepsiechirurgie. Bij klaagster is de diagnose chronische slaapkwabepilepsie gesteld en haar is een operatie aanbevolen. Klaagster is in verband hiermee door de neurochirurg gezien. Zij is vervolgens door een collega van de neurochirurg geopereerd. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij de operatie met een verkeerde diagnose heeft laten plaatsvinden, dan wel een verkeerde diagnose bij klaagster heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.021

    Klacht tegen internist. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerster destijds als internist-hematoloog werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Een half jaar later is het bloed van klaagster weer onderzocht. Door verweerster is een ‘expresbrief’ opgesteld en door een anesthesioloog is akkoord gegeven voor de operatie. Klaagster verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij geen goede zorg heeft verleend en haar niet voldoende heeft voorgelicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg en verklaart klaagster alsnog niet-ontvankelijk in haar klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:41 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.011

    Klacht tegen kinderarts. De dochter van klagers was bij geboorte slap en bleek en ademde niet. Zij is direct gereanimeerd en vervolgens opgenomen op de couveuseafdeling. In de loop van de avond verslechterde de toestand en de volgende ochtend vroeg is de dochter per ambulance naar een ander ziekenhuis vervoerd. Daar bleek dat sprake was van een ernstige hersenbeschadiging. In overleg met de ouders is besloten af te zien van behandeling. De dochter is enkele dagen nadien overleden. De klacht bestaat uit vele onderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat verweerster niet aan haar dossierplicht heeft voldaan, dat zij niet adequaat heeft gereageerd op diverse (alarm)signalen en de ouders niet op zorgvuldige wijze over de gezondheidstoestand van Luna heeft geïnformeerd, en heeft de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de duur van een jaar opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het (principaal) beroep van verweerster slaagt, verklaart de klacht, voor zover gegrond bevonden alsnog ongegrond en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.354

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klaagster is naar verweerder verwezen vanwege heupdysplasie. Zij is door verweerder geopereerd en het herstel en de nacontroles verliepen aanvankelijk normaal. Drie maanden na de operatie bleek dat de adductor nauwelijks aanspande en klaagster is verwezen naar een neuroloog die een EMG adviseerde. De nervus obturatorius bleek ernstig beschadigd. Later werd nog pseudoartrose van het zitbeen geconstateerd. In verband met deze beide klachten is klaagster sindsdien diverse malen geopereerd. Klaagster verwijt verweerder dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld, onvoldoende informatie heeft gegeven, de operatie niet goed heeft uitgevoerd en in het postoperatieve traject niet adequaat heeft gereageerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:18 Raad van Discipline Amsterdam 21-016/A/A/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:35 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.335

    Klacht tegen een neurochirurg. Klaagster lijdt sinds haar vroege jeugd aan epilepsie. Zij is in 2014 verwezen naar een gespecialiseerde instelling, ter beoordeling van onder meer de vraag of epilepsiechirurgie bij klaagster een optie was. Klaagster is besproken in de multidisciplinaire werkgroep Epilepsiechirurgie. Bij klaagster is de diagnose chronische slaapkwabepilepsie gesteld en haar is een operatie aanbevolen. Klaagster is in verband hiermee door een collega van de neurochirurg gezien. Zij is vervolgens door de neurochirurg geopereerd. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar, zonder haar ooit te hebben gezien, met een verkeerde diagnose heeft geopereerd, dat hij haar na de operatie niet heeft verteld dat haar schedel verbrijzeld is en dat hij haar na de operatie heeft gezegd dat de epilepsie niet meer zichtbaar was op de MRI-scan, terwijl zij nog steeds last heeft van epilepsie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.022

    Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als anesthesioloog werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Tijdens het preoperatief spreekuur voor de uitgestelde operatie is klaagster gezien door een arts in opleiding tot anesthesioloog. Deze heeft tijdens het spreekuur met verweerder, die destijds als supervisor optrad, overlegd. Het bloed van klaagster is opnieuw onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en een maand later is klaagster geopereerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:18 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210033

    Klacht tegen afwijzende beslissing van de deken om de aanwijzing van een cassatieadvocaat. De deken heeft alles in het werk gesteld wat op deze korte termijn van hem verwacht mocht worden om te laten beoordelen of het cassatieberoep van klager een redelijke kans van slagen had. Binnen de beperkte tijd hebben twee cassatieadvocaten onafhankelijk van elkaar negatief geadviseerd. Daarbij komt dat een cassatieadvocaat niet kan worden verplicht een niet door klager ingesteld cassatiemiddel te ondertekenen (art. 7.6 Voda). Ten slotte heeft de deken nog contact gezocht met de cassatieadvocaat die klager bereid had gevonden hem bij te staan maar door ziekte geveld is, om na te gaan of zij alweer in staat was de zaak op te pakken maar wat niet het geval bleek. Onder deze, vooral door klager veroorzaakte, tijdsdruk heeft de deken op goede gronden kunnen beslissen het aanwijzingsverzoek af te wijzen. Beklag ongegrond.