Zoekresultaten 14191-14200 van de 48314 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 054/2020

    · klacht tegen uroloog. Patiënt wordt behandeld voor urotheelcelcarcinoom. Onverwacht snel recidief met agressief verloop. Patiënt overlijdt. Klaagster, partner van patiënt, klaagt onder andere erover dat zij en patiënt onjuist zijn voorgelicht, aan het lijntje werden gehouden en dat beklaagde niet met haar een nagesprek wenste te voeren. Het college overweegt dat b eklaagde gelet op de zeldzaam agressieve ontwikkeling van de kanker niet heeft kunnen voorzien dat patiënt op het moment van de eerste bestraling zo snel achteruitging dat bestraling niet meer reëel was. Niet gebleken is dat beklaagde informatie achter heeft gehouden. Dat beklaagde patiënt en klaagster in de waan heeft gelaten dat er hoop was op volledige genezing blijkt niet uit het dossier. Klaagster wilde na het overlijden van patiënt aanvankelijk haar op schrift gestelde beleving aan de artsen voorleggen zonder dat dezen daarop mochten reageren. Na overleg heeft het ziekenhuis aangeboden dat klaagster eerst met een collega-uroloog en een internist-oncoloog zou spreken. In een later stadium kon dan beklaagde aanschuiven. Klaagster heeft toen aangegeven dat zij dat niet wilde. Beklaagde kan niet worden aangerekend dat hij in eerste instantie terughoudend heeft gereageerd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:56 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.137

    Klacht tegen een KNO-arts. Klaagster klaagt over de behandeling van haar minderjarige dochter (patiënte). Patiënte is wegens oorklachten door de huisarts verwezen naar de KNO-arts. De KNO-arts is gedurende bijna drie jaar de behandelaar van patiënte geweest. Volgens klaagster had veel ellende kunnen worden voorkomen als de KNO-arts pro-actiever had gehandeld. Klaagster verwijt de KNO-arts 1. ten aanzien van de diagnostiek; dat hij tekort is geschoten in zijn zorgplicht door niet of veel te laat onderzoek te doen naar de doofheidsklachten van patiënte dan wel dat hij heeft nagelaten patiënte door te verwijzen, 2. dat zijn dossiervoering te summier was en 3. dat hij te weinig en soms onjuiste informatie heeft verstrekt, dat hij zijn excuses niet heeft aangeboden en dat hij de zorgen van klaagster niet serieus heeft genomen en de klachten van patiënte heeft gebagatelliseerd. Het Regionaal Tuchtcollege stelt vast dat er een lang beloop is geweest in de behandeling van patiënte. De KNO-arts heeft gemotiveerd toegelicht wat zijn bevindingen waren. De afwegingen en beslissingen van de KNO-arts zijn naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege navolgbaar en verdedigbaar. Uit het dossier rijst een beeld van zorgvuldige, veelvuldige en uitvoerige communicatie tussen de KNO-arts en klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:51 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.112

    Klacht tegen internist. Bij klaagster is in 2016 in het ziekenhuis waar de internist werkte de diagnose gemetastaseerd kleincellig carcinoom gesteld. De plaats van de primaire tumor was niet bekend. Klaagster werd hiervoor behandeld met chemotherapie. Later werd de diagnose gewijzigd en bleek dat op de rechterknie van klaagster sprake was van een naar de klieren gemetastaseerd merkelcelcarcinoom. Klaagster werd hiervoor vervolgens met immunotherapie behandeld. Klaagster verwijt de internist onder meer dat hij geen onderzoek heeft gedaan naar de bult op klaagsters rechterknie, dat zij door de onnodige chemobehandelingen restverschijnselen heeft overgehouden en dat zij pas negen maanden later met toegepaste behandelingen kon beginnen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in beroep, voor zover dit een nieuwe klacht betreft, en verwerpt het beroep van klaagster voor het overige.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:19 Accountantskamer Zwolle 20/432 Wtra AK

    Klacht tegen accountant n.a.v. controle meerdere jaarrekeningen. Klacht deels gegrond, deels ongegrond; oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving in de registers voor de duur van één maand. B etrokkene heeft als controlerend accountant in meerdere opzichten en meerdere keren gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Betrokkene heeft ook onvoldoende afstand tot zijn cliënten gehouden en zich intensief bemoeid met hun wel en wee, hoewel zijn positie als controlerend accountant hem daarvan had behoren te weerhouden. Betrokkene had kunnen en behoren in te zien dat zijn betrokkenheid als controlerend accountant vanaf 2000 op enig moment tot een wisseling van de wacht had moeten leiden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 051/2020

    · klacht tegen internist-oncoloog. Patiënt wordt behandeld voor urotheelcelcarcinoom. Onverwacht snel recidief met agressief verloop. Patiënt overlijdt. Klaagster, partner van patiënt, klaagt onder andere erover dat beklaagde zich diverse keren heeft versproken en geen eerlijke informatie heeft verstrekt. Beklaagde heeft over long- en leverkanker gesproken en later over long- en huidkanker. Bovendien heeft hij gezegd dat er geen uitzaaiingen waren terwijl later sprake was van onrustige cellen in de bekkenbodem. Patiënt en klaagster zouden onjuist zijn voorgelicht en aan het lijntje zijn gehouden. Het college overweegt dat beklaagde aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij het geven van uitleg over studies waar patiënt aan mee kon doen over andere kankersoorten heeft gesproken en heeft aangegeven dat voor urinewegkanker mogelijk geleerd kan worden van de behandeling van andere kankersoorten. Uitzaaiingen zijn bij patiënt blijkens het medisch dossier niet gevonden, wel was sprake van een recidief. Ook ‘onrustige cellen in het bekkenbodem’ zijn niet gevonden. Van onjuiste voorlichting of aan het lijntje houden is niet gebleken. Beklaagde heeft niet kunnen voorzien dat er zo snel een agressief recidief zou ontstaan. Dat beklaagde patiënt en klaagster in de waan hebben gelaten dat er hoop was op volledige genezing blijkt niet uit het dossier. Klaagster wilde na het overlijden van patiënt aanvankelijk haar op schrift gestelde beleving aan de artsen voorleggen zonder dat dezen daarop mochten reageren. Na overleg heeft het ziekenhuis aangeboden dat klaagster eerst met beklaagde en een uroloog zou spreken. Klaagster heeft toen aangegeven dat zij dat niet wilde. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:53 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.095

    Klacht tegen internist over de wijze waarop hij klager en diens dochter tijdens een consult over het reanimatiebeleid heeft bejegend. Volgens klager rolde de internist met zijn bureaustoel naar klager toe en schreeuwde hij in het gezicht van klager om zijn mening duidelijk te maken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, onder meer omdat de internist er tijdens dat consult niet in is geslaagd om een goede communicatie tot stand te brengen, en legt een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege concludeert dat de wijze van communiceren niet optimaal is geweest. Onvoldoende aannemelijk is echter dat de internist klager daadwerkelijk onheus heeft bejegend dan wel in zijn wijze van communiceren dusdanig is tekortgeschoten dat hem hiervan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog ongegrond en vernietigt de waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 052/2020

    · klacht tegen uroloog. Patiënt wordt behandeld voor urotheelcelcarcinoom. Onverwacht snel recidief met agressief verloop. Patiënt overlijdt. Klaagster, partner van patiënt, klaagt onder andere erover dat beklaagde te lang heeft gewacht met doorverwijzing na pijnklachten die patiënt ervoer voor de eerste controle-afspraak, dat zij eerder actie had moeten ondernemen om de blaas te verwijderen, zelf had moeten opereren en dat beklaagde en patiënt onjuist zijn voorgelicht, aan het lijntje werden gehouden niet met haar een nagesprek wenste te voeren. Het college overweegt dat de na de operatie ondervonden pijnklachten wezen op teelbalontsteking of een bijbalontsteking en geen reden waren de controle-afspraak te vervroegen. Voor verwijdering van de blaas bestond bij deze vorm van tumor aanvankelijk geen reden. De latere cystectomie is door een collega-uroloog gedaan met een specifieke deskundigheid, daarvan treft beklaagde geen verwijt. Van onjuiste voorlichting of aan het lijntje houden is niet gebleken. Beklaagde heeft niet kunnen voorzien dat er zo snel een agressief recidief zou ontstaan. Dat beklaagde patiënt en klaagster in de waan hebben gelaten dat er hoop was op volledige genezing blijkt niet uit het dossier. Klaagster wilde na het overlijden van patiënt aanvankelijk haar op schrift gestelde beleving aan de artsen voorleggen zonder dat dezen daarop mochten reageren. Na overleg heeft het ziekenhuis aangeboden dat klaagster eerst met beklaagde en een internist-oncoloog zou spreken. Klaagster heeft toen aangegeven dat zij dat niet wilde. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.171

    Klacht tegen huisarts. Klaagster kwam met klachten van een brandend rode huiduitslag bij de huisarts. Hij diagnosticeerde een allergische reactie en schreef cetirizine voor. Nadien werden de klachten erger. De huisarts verwees klaagster vervolgens voor een allergietest, die echter geen uitsluitsel gaf. Later meldde klaagster aan de huisartsenpraktijk dat zij van de apotheek een andere anticonceptiepil had gekregen en dat de uitslag op dat moment begonnen was. Klaagster verwijt de huisarts dat hij op de hoogte had moeten zijn van de leveringsproblemen met de anticonceptiepil, waarvoor destijds uitgebreid media-aandacht is geweest. Als de huisarts meteen naar een wijziging van anticonceptie had gevraagd, had klaagster geen onnodige kosten voor een allergietest hoeven maken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/254

    Klager heeft verweerder gevraagd een expertise te maken over de gevolgen voor klager van een scooterongeluk in verband met een geschil over de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. Klager stelt dat hij aan het ongeluk een whiplash heeft overgehouden. Klager verwijt verweerder onder meer dat hij de opdracht niet had mogen aannemen en dat de door verweerder uitgebrachte expertise niet aan de eisen voldoet. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:39 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-008/DH/DH/W

    Wrakingsverzoek afgewezen. Wrakingsverbod opgelegd.