Zoekresultaten 13801-13810 van de 48274 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:85 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.211
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:85
Klacht tegen arts, werkzaam voor een arbodienst. Klager is werkzaam als keukeninstallateur. Hij heeft in verband met nekklachten en klachten aan handen en armen, ontstaan na vertillen op het werk, contact gezocht met de arbodienst. Een arts (eveneens aangeklaagd, C2019.210) heeft beperkingen vastgesteld. Klager heeft vervolgens verscheidene spreekuurcontacten met de aangeklaagde arts gehad. De klacht houdt in dat de arts ten onrechte geen urenbeperking heeft vastgesteld, heeft nagelaten een arbeidsdeskundig onderzoek in te zetten, een onjuiste verklaring/rapport heeft afgegeven, de werkgever heeft geadviseerd klager aangepast werk aan te bieden zonder een FML op te stellen en een arbeidsdeskundige in te schakelen en zijn dossier niet op orde heeft. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:81 Raad van Discipline Amsterdam 20-697/A/A/D
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:81
Gegrond dekenbezwaar en oplegging van een waarschuwing. Verweerder heeft zijn tekort aan opleidingspunten niet tijdig ingehaald.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:75 Raad van Discipline Amsterdam 20-856/A/A
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:75
Gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met gedragsregel 25 klaagster rechtstreeks aan te schrijven. De raad acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden. In dit verband weegt de raad mee dat verweerder al in een vroeg stadium door de gemachtigde van klager is gewezen op gedragsregel 25 en zijn (vermeende) tuchtrechtelijk laakbaar handelen, maar zich pas veel later echt is gaan verdiepen in de reikwijdte van deze gedragsregel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.287
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:86
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is werkzaam als keukeninstallateur. Hij heeft in verband met nekklachten en klachten aan handen en armen, ontstaan na vertillen op het werk, contact gezocht met de arbodienst. Een arts (eveneens aangeklaagd, C2019.210) heeft beperkingen vastgesteld. Op enig moment heeft de bedrijfsarts de begeleiding van klager overgenomen. De klacht houdt in dat de bedrijfsarts (1) ten onrechte heeft aangegeven dat klager heeft ingestemd met het inlichten van zijn werkgever, (2) in een rapportage heeft aangegeven dat geen sprake was van (deels) arbeidsgerelateerd verzuim, (3) de verkeerde diagnose of behandeling heeft gesteld en klager geen rust heeft gegund en (4) klager niet heeft verwezen naar een andere bedrijfsarts voor een second opinion. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 1, 2 en 3 ongegrond verklaard, klachtonderdeel 4 gegrond verklaard, bepaald dat geen maatregel wordt opgelegd en bepaald dat de beslissing zal worden gepubliceerd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen de ongegrondverklaring van de klachtonderdelen 1, 2 en 3.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:233 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.136
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 15-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:233
Klacht tegen arts. Klager dient een klacht in over de zorg voor zijn (inmiddels) overleden moeder. Na een val is patiënte naar de spoedeisende hulpafdeling van het ziekenhuis gebracht. Beklaagde was daar toen de dienstdoende arts en in het eerste jaar van zijn opleiding tot orthopedisch chirurg. Klager verwijt beklaagde dat hij patiënte opiaten heeft voorgeschreven ondanks haar allergie daarvoor en dat hij haar toen niet in het ziekenhuis heeft opgenomen, maar naar huis heeft gestuurd, waardoor haar overlijden volgens klager is versneld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager ontvankelijk en verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:234 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.137
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 15-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:234
Klacht tegen internist/ MDL-arts. Klager dient een klacht in over de zorg voor zijn (inmiddels) overleden moeder. Na een val is patiënte gezien op de spoedeisende hulpafdeling van het ziekenhuis en naar huis teruggekeerd. Twee dagen later is patiënte in het ziekenhuis opgenomen. Beklaagde besluit tot een behandelbeleid gericht op comfort in plaats van een curatieve behandeling. Klager verwijt beklaagde onzorgvuldig medisch handelen met als zwaartepunt het verrichten van euthanasie zonder toestemming van patiënte. Ook verwijt klager beklaagde dat dit niet (vooraf) met hem is besproken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager ontvankelijk en verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-283
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 20-04-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:52
Toewijzing verzoek ex artikel 60b Advocatenwet. De raad constateert dat de gedragingen van verweerder elkaar gedurende een lange periode hebben opgevolgd, en een dusdanige spreiding vertonen – zij variëren van onvoldoende deskundigheid en professionaliteit tot een gebrek aan onafhankelijkheid – dat verweerder, in de termen van artikel 60b van de Advocatenwet, geen blijk geeft van een behoorlijke praktijkuitoefening. Daarbij komt dat verweerder ter zitting van de raad geen inzicht heeft getoond in zijn disfunctioneren, althans zich onvoldoende bewust is van de ernst daarvan. Dit laatste brengt de raad tot het oordeel dat, anders dan door verweerder verzocht, niet kan worden volstaan met een minder verstrekkende voorziening dan schorsing voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/260
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 22-04-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:45
Klager verblijft in een TBS-kliniek. Hij verweet verweerder, psychiater, dat hij ademhalingsproblemen heeft gekregen door een verkeerde medicijnencombinatie, dat verweerder zijn medicatie heeft verhoogd en hem medicatie heeft gegeven waarvan hij ernstig depressief is geraakt. Later heeft klager zijn klachten ingetrokken, maar verweerder heeft verzocht de klachten toch te behandelen. De klachten zijn ongegrond verklaard. Ongegrond
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:280 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200204
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 06-10-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:280
Op grond van de Advocatenwet worden uitsluitend klachten tegen een deken of tegen advocaat-leden van de raad van discipline door de voorzitter verwezen naar een deken van een andere orde. Onderhavige klacht is gericht tegen (uitsluitend) de stafjurist van de deken. Nu de klacht verband houdt met verweersters optreden als gemachtigde van de deken in een klachtprocedure tegen de deken, zal de voorzitter de klacht niettemin verwijzen naar een deken van een andere orde. Van de deken kan immers niet worden verlangd dat hij in het kader van een klacht onderzoek doet naar de gedraging van zijn gemachtigde.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-426
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:53
Dekenbezwaar, die in drie hoofdonderwerpen zijn te verdelen: de wijze van optreden van verweerder als werkgever in zijn arbeidsgeschil met mr. R, de wijze van optreden van verweerder jegens de deken en bepaalde derden na het bemiddelingsgesprek tussen verweerder en mr. R bij de deken, en het handelen van verweerder voor/na de afwijzing door de Raad van de Orde van de goedkeuring van de stage en patronaatschap van mr. H op het kantoor van verweerder. De raad oordeelt de deken niet-ontvankelijk in een aantal bezwaren, omdat de daarin verweten gedragingen niet het algemeen belang betreffen waarop de deken moet toezien. Verweerder heeft op niet zorgvuldige en integere wijze een aantal toevoegingen, die op naam van mr. R stonden, onbevoegd en prematuur bij de Raad voor Rechtsbijstand in het persoonlijke account van mr. R. gedeclareerd. Verweerder heeft daarna geweigerd om op verzoek van de Raad voor Rechtsbijstand de op zijn kantoorrekening ontvangen toevoegingsgelden terug te betalen. De onwelwillende en intimiderende wijze van bejegening door verweerder van de medewerkers van de Raad voor Rechtsbijstand daarna is naar het oordeel van de raad zeer onbetamelijk geweest en getuigt van een gebrek aan respect voor deze belangrijke ketenpartner van de advocatuur. Daarnaast heeft verweerder de grens om de eigen (kantoor)belangen te verdedigen met de nodige rechtsmiddelen ruimschoots overschreden, zowel vóór als ook na de afwijzing van de goedkeuring tot stage van mr. H bij hem op kantoor. Niet alleen heeft verweerder vele medewerkers van het Ordebureau en van de Raad van de Orde op buitensporige en ook op buitenproportionele wijze onder druk gezet, met als enige doel zijn eigen gelijk te halen. Verweerder heeft bovendien het zeer zware middel van een voorlopig getuigenverhoor van 17 getuigen namens zichzelf en namens zijn kantoor geëntameerd tegen diezelfde personen. Met welk doel verweerder dit alles zo heeft gedaan en waarom juist tegen mensen waarmee hij binnen zijn beroepsgroep nauw moet kunnen samenwerken, heeft verweerder de raad niet duidelijk kunnen maken; een toereikende verklaring daarvan ontbreekt. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt, de kernwaarde (financiële) integriteit geschonden en het vertrouwen van derden in de beroepsgroep geschaad. Het zou verweerder volgens de raad sieren om zijn houding van de altijd benadeelde persoon om te buigen naar een houding die past bij een professionele advocaat, die open staat voor redelijk overleg. Als stok achter de deur wordt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing van vier weken opgelegd.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1380
- Pagina: 1381
- Pagina: 1382
- ...
- Pagina: 4828
- Volgende pagina zoekresultaten