Zoekresultaten 13731-13740 van de 48312 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-029
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:82
Voorzittersbeslissing. Het verwijt dat verweerster een beroepsmogelijkheid ongebruikt voorbij heeft laten gaan en bepaalde stukken niet of te laat heeft ingediend, is te algemeen gesteld en niet met feiten onderbouwd. Verder heeft verweerster gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:76 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-352
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:76
Verzetschrift niet-ontvankelijk wegens termijn overschrijding. Als reden voor deze termijnoverschrijding noemen klagers dat zij tweemaal op het verkeerde been zijn gezet. De eerste maal omdat bovenaan de beslissing een andere datum stond vermeld dan onderaan de beslissing en de tweede maal op grond van van de griffie ontvangen informatie. Deze omstandigheden leveren naar het oordeel van de raad echter geen bijzondere omstandigheid op die de termijnoverschrijding rechtvaardigt. Blijkens hun weergave van het telefoongesprek met de griffie kenden klagers de ingangsdatum van de verzettermijn, onderaan de beslissing was de verzettermijn vermeld alsmede dat deze een dag na verzending ging lopen en tijdens het telefoongesprek met de griffie is niet over een concrete einddatum van de verzettermijn gesproken. Dat klagers ervan uit gingen dat de verzettermijn op 12 november 2020 verliep komt voor hun risico. De termijnoverschrijding is dan ook niet toelaatbaar (verschoonbaar).
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-052
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:83
Termijn van 1 dag voor het opvragen van verhinderdata in kort geding is gelet op de voorafgegane correspondentie en de spoedeisendheid van het kort geding niet onredelijk kort. Het staat de advocaat van de wederpartij vrij om in overleg met zijn cliënt een aanhangig gemaakte procedure voort te zetten. Geen eigen belang bij klacht over de financiële afspraken tussen de advocaat van de wederpartij. Klacht gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:77 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-507
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:77
Klacht tegen eigen advocaat over handelwijze rond incassotraject en onvoldoende informeren over appelmogelijkheid. Vast staat dat verweerder twee e-mails van klager niet heeft beantwoord. Voor wat betreft het incassotraject overweegt de raad dat klager verweerder moeilijk kan verwijten e-mails van hem niet beantwoord te hebben omdat klager zelf eerdere e-mails van verweerder onbeantwoord had gelaten en zijn toezegging om met een betalingsvoorstel te komen niet was nagekomen en dat dit in ieder geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Alsmede dat het uitbrengen van een openbare dagvaarding minder prettig is maar daarmee nog niet klachtwaardig en dat de dagvaarding in kwestie op de wijze, zoals verweerder dat heeft gedaan, juridisch correct kon worden uitgebracht. Voorts overweegt de raad dat partijen van mening verschillen over wat er de binnen de appeltermijn aan uitleg en advies over de mogelijkheden en kansen in hoger beroep is gegeven. Hier wreekt zich dat verweerder belangrijke informatie niet schriftelijk heeft vastgelegd, hetgeen voor zijn risico komt. Op grond van gedragsregel 16 dient een advocaat zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken en dient hij ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. Uitleg over de mogelijkheid van en de kansen in een (spoed) appel en de afspraken die daarover tussen klager en verweerder zijn gemaakt zijn bij uitstek onderwerpen die tot de informatieplicht zoals bedoeld in genoemde gedragsregel behoren. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:78 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-535
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:78
Klacht tegen eigen advocaat over zonder toestemming van klager zenden van vertrouwelijke informatie en een procesadvies aan de rechtsbijstandverzekeraar, die de zaak naar verweerster had doorverwezen. Verweerster had met klager een advocaat - cliënt relatie zoals bedoeld in de Advocatenwet en de Gedragsregels. Dat verweerster door Achmea wordt betaald doet daaraan niet af. Derhalve moest verweerster de in artikel 46 Advocatenwet opgenomen zorgplicht jegens de cliënt in acht nemen en was zij verplicht tot geheimhouding van wat haar door klager is toevertrouwd. Het was verweerster bekend, althans had verweerster bekend moeten zijn, dat klager geen toestemming had verleend om gegevens omtrent de zaak aan Achmea te verstrekken. Desondanks heeft verweerster zonder klager daarin vooraf te kennen, laat staan daarvoor toestemming te vragen, een aan klager verzonden brief aan Achmea doorgezonden, vragen van Achmea over de inhoudelijke kant van de zaak beantwoord en aan Achmea een weliswaar voorlopig maar wel degelijk als zodanig te beschouwen (proces) advies gegeven. Daarmee heeft klaagster niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. De verweten handelwijze raakt de vertrouwelijkheid, zijnde één van de kernwaarden waardoor de advocatuur zich laat leiden. Het is van wezenlijk belang dat cliënten in vertrouwen alles in volle openhartigheid kunnen wisselen met een advocaat. Schending van bedoelde kernwaarde is een ernstig vergrijp, dat in beginsel een forse maatregel noodzakelijk maakt. In dit geval wordt geen maatregel opgelegd omdat verweerster nog maar net beëdigd was, weinig begeleiding had, haar excuses heeft aangeboden en de ernst van verweten handelwijze inziet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:308 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-213
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 26-05-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:308
Voorzittersbeslissing. Verweerster diende als partijdige belangenbehartiger in het belang van haar cliënt in de gegeven omstandigheden alsnog bij de rechtbank een verzoek in te dienen om de een gewijzigde zorgregeling vast te stellen. Een minnelijke regeling verdient weliswaar de voorkeur maar daarover is tussen partijen vergeefs overleg gevoerd. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:79 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-919
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:79
Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de diensteverlening kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:80 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-921
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:80
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster heeft klager diverse keren uitgelegd dat geen sprake was van een bestuursrechtelijke procedure maar van een civiele kwestie. Afspraak over betalen eigen bijdrage door klager volgt uit de e-mailscorrespondentie. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-087b
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:50
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Voor een behandeling – en dus ook voor een second opinion – van een minderjarige tot zestien jaar is er toestemming nodig van beide gezaghebbende ouders. Klager en de moeder van de dochter zijn gescheiden en zij hebben beiden het gezag over de dochter. Dit betekent dat ook de moeder moet instemmen met een behandeling. Beklaagde merkt terecht op dat hij niet zonder meer kon aannemen dat ook de moeder instemde met de gevraagde second opinion. Er was op het moment van het consult geen sprake van een acute situatie waarin de toestemming van de moeder niet kon worden afgewacht. Ook het advies van beklaagde om, na het verkrijgen van de toestemming van de moeder, naar de kinderarts te gaan om de second opinion te regelen is een zorgvuldige handelwijze. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2481
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:32
Specialist ouderengeneeskunde wordt verweten dat hij: 1. de wil van klager en zijn familie niet heeft gerespecteerd door patiënte (klagers moeder) morfine toe te dienen, terwijl klager daar geen toestemming voor gegeven had. Hierdoor was er voor de familie geen mogelijkheid meer om met moeder te communiceren; 2. in strijd met de wens van klager en de familie het actief behandelbeleid ten aanzien van patiënte heeft laten omzetten naar niet actief beleid en niet heeft meegedeeld dat de familie deze beslissing kon overrulen; 3. patiënte tweemaal te laat heeft ingestuurd naar het ziekenhuis; 4. tekortgeschoten is in de communicatie, omdat: - hij zonder voorafgaande kennisgeving pas vier uur later is verschenen op een afspraak op de dag vóór het overlijden van patiënte; - aan klager en de familie geen gelegenheid is geboden om ’s nachts bij patiënte te waken; - hij niet aan de familie heeft meegedeeld dat patiënte bij de cardioloog was uitbehandeld voor hartfalen en in feite al vaststond waaraan zij zou overlijden en de familie vanaf dat moment niet bij moeder zou hebben toegelaten, maar pas op het laatste moment. De familie mocht in verband met Covid-19 bijna drie maanden niet bij patiënte zijn.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1373
- Pagina: 1374
- Pagina: 1375
- ...
- Pagina: 4832
- Volgende pagina zoekresultaten