Zoekresultaten 13691-13700 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:84 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200222

    Klacht van curatoren over advocaat van de failliet. Nadat de raad klagers niet-ontvankelijk hebben verklaard omdat klagers het vermogensrechtelijk nadeel van de gezamenlijke schuldeisers niet voldoende concreet hebben gemaakt, verklaart het hof de curatoren in beroep ontvankelijk in hun klacht. Het hof oordeelt dat de curatoren in het onderhavige geval een klachtrecht toekomt als zij aannemelijk maken dat het beklaagde handelen van de advocaat de vermogensrechtelijke belangen van de gezamenlijke schuldeisers in brede zin raakt of kan raken, waaronder ook valt de belemmering van curatoren bij het onderzoeken van verhaalsmogelijkheden. Niet vereist is dat de curatoren daarbij concrete financiële nadelige gevolgen van de schuldeisers aantonen. In dit geval hebben de curatoren voldoende aannemelijk gemaakt dat zij door het handelen van verweerster maanden later zijn benoemd als curator, zij daardoor pas later de hen toekomende middelen voor verhaal konden inzetten en zij extra uren ten laste van de boedel hebben gemaakt voor de door verweerster geëntameerde beroepsprocedure. Hierdoor hebben de curatoren, als belangenbehartigers van de gezamenlijke schuldeisers, een eigen rechtstreeks belang voldoende aannemelijk gemaakt. De klacht van de curatoren tegen verweerster heeft het hof in beide onderdelen ongegrond verklaard. Verweerster komt als advocaat wederpartij grote vrijheid toe de belangen van haar cliënte te behartigen en zij mag daarbij in beginsel vertrouwen op de informatie die haar cliënte haar verstrekt. Dat het gerechtshof heeft overwogen dat de stellingen van verweerster de grens van het geloofwaardige overschrijden, betekent niet dat verweerster op voorhand nader onderzoek had moeten verrichten naar de juistheid van die stellingen dan wel dat zij die informatie namens haar cliënte niet mocht inbrengen. Ook stond het verweerster vrij een beroepsprocedure namens haar cliënte te entameren tegen de tussentijdse beëindiging van de WSNP, nu haar cliënte daar belang bij had vanwege een reëel zicht op de schone lei.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-743/DB/LI

    Verzet. Klacht tegen advocaat van de wederpartij is door de voorzitter met toepassing van de juiste maatstaf als kennelijk ongegrond afgewezen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/10

    Beklaagde is als specialist ouderengeneeskunde werkzaam bij de instelling waar de echtgenote van klager opgenomen is geweest. Beklaagde heeft te weinig regie over de gevoerde zorg gevoerd en is niet zorgvuldig geweest ten aanzien van het medicatiebeleid. Daar komt bij dat de beklaagde heeft verzuimd om de familie voldoende bij de behandeling te betrekking en te rapporteren. Het college acht de klacht gedeeltelijk gegrond en legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-148a

    Klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft vijf andere vergelijkbare klachten ingediend tegen (verzekerings)artsen (die zaken zijn bekend onder dossiernummers 2020-148b, 2020-148c, 2020-148d, 2020-148e en 2020-148f). Klaagster klaagt als collega. Onder omstandigheden kunnen ook collega’s van beroepsbeoefenaren als rechtstreeks belanghebbenden worden beschouwd. In zo’n geval moet de klagende collega als medische professional echter wel een concreet eigen belang hebben, dat bovendien verband houdt met de individuele gezondheidszorg (ECLI:NL:TGZCTG:2017:225). Klaagster klaagt er in feite over dat beklaagde haar werk niet goed gedaan heeft en dat daardoor de cliënt van klaagster is benadeeld. Klaagster heeft echter niet gesteld in welk concreet eigen belang zij daardoor zou zijn geraakt. Ook anderszins is niet gebleken dat klaagster door het handelen van beklaagde in haar professionele autonomie of op een andere manier in een eigen belang is geschaad (ECLI:NL:TGZCTG:2016:155). Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in de klachten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:81 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210003D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft kort voor de in overleg met hemzelf bepaalde nieuwe zittingsdatum de verdediging neergelegd omdat zijn verzoek om aanhouding was afgewezen en heeft, nadat aldus uitstel was verkregen, zich opnieuw als advocaat van zijn cliënt gesteld om de behandeling van de zaak voort te zetten. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder met het neerleggen van de verdediging een dag vóór de zitting, een disproportioneel middel heeft gehanteerd om voor een tweede maal uitstel te bewerkstelligen. Verweerder heeft daarmee de belangen van de overige procesdeelnemers (zoals het OM, de getuige en zijn raadsman), alsmede de voortgang van het strafproces, nodeloos en op ontoelaatbaar wijze geschaad en hierbij niet de goede rechtsbedeling als bedoeld in artikel 10a Advocatenwet voor ogen gehad. Dit klemt te meer nu de vervolging van de cliënt van verweerder deel uitmaakte van een veel grotere strafzaak met in totaal twaalf verdachten, waarvoor meerdere zittingsdagen waren gereserveerd. Een dergelijk lichtvaardig onjuist gebruik van een belangrijk middel voor een advocaat om de belangen van zijn cliënt te dienen is bepaald onzorgvuldig en schadelijk voor het aanzien van de advocatuur. Gedeeltelijke vernietiging dekenbezwaar, bekrachtiging maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-981/DB/OB

    Vast staat dat verweerster, nadat uitspraak was bepaald, het Hof heeft aangeschreven zonder vooraf verkregen toestemming van klaagsters advocaat. Verweerster heeft toegelicht dat zij de van haar cliënt verkregen informatie onder de aandacht van het Hof heeft willen brengen omdat deze naar haar mening van groot belang was voor de door het Hof te geven beschikking. Ofschoon het de taak van verweerster was om de belangen van haar cliënt te behartigen en de raad begrijpt dat verweerster het in het belang van haar cliënt achtte dat het Hof van de van haar cliënt verkregen informatie op de hoogte werd gesteld, stond het haar niet vrij om die informatie zonder voorafgaande toestemming van klaagsters advocaat aan het hof toe te sturen. Nadat de uitspraak is bepaald, is het de advocaat op grond van gedragsregel 21 lid 3 immers niet geoorloofd zich zonder toestemming van de wederpartij tot de rechter te wenden. De raad is van oordeel dat verweerster van dit handelen een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Verweerster is afgegaan op de door haar cliënt aangeleverde gegevens van de website van klaagsters werkgever en klaagsters LinkedIn pagina en naar het oordeel van de raad mocht verweerster ook op die informatie afgaan. Omstandigheden op grond waarvan verweerster de juistheid van de door haar cliënt aangereikte informatie had moeten verifiëren zijn gesteld noch gebleken, terwijl die informatie naar achteraf is gebleken ook juist was. Klachtonderdeel 2 is derhalve ongegrond. Verweerster heeft onweersproken gesteld dat het stadium van het tot stand brengen van een minnelijke regeling reeds was gepasseerd, omdat klaagster niet bereid was gebleken tot het treffen van een regeling. De raad overweegt dat, als tussen partijen de bereidwilligheid om elkaar tegemoet te komen ontbreekt dan wel in onvoldoende mate aanwezig is, de advocaat uiteindelijk niet veel anders kan dan de opdracht van de cliënt om formele paden te bewandelen te volgen. Het stond verweerster dan ook vrij en het was zelfs haar taak om haar cliënt bij te staan in de procedure bij het Hof en datgene te doen wat in haar ogen in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënt noodzakelijk was. Ook klachtonderdeel 3 is derhalve ongegrond. Klachtonderdeel 1 gegrond, nu verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door te handelen in strijd met gedragsregel 21. De gewraakte brief is conform het verzoek van klaagsters advocaat ingetrokken. Niet is gebleken dat klaagster door het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster enig nadeel heeft ondervonden. Om die reden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/375742 KL RK 20-108

    Klacht van twee legatarissen over de afwikkeling van de nalatenschap door de notaris. Ondanks dat de nalatenschap positief lijkt te zijn, kan de notaris er als executeur voor kiezen om de uitbetaling van de legaten op te schorten. De klacht is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:110 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/52

    Klacht over het handelen van de notaris als boedelnotaris bij de afwikkeling van een echtscheidingsconvenant. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/348855 / KL RK 19-17

    ABC-transactie. De beoordelingen en de afwegingen die de notaris bij haar werkzaamheden in deze specifieke zaak heeft dienen te maken, zijn wellicht juridisch en praktisch veelomvattend en complex te noemen, maar dit neemt niet weg dat deze beoordeling en afweging de notaris uit hoofde van haar ambt zijn toevertrouwd en dat zij deze met de grootst mogelijke zorgvuldigheid dient uit te voeren. De kamer is van oordeel dat de notaris wat dat betreft tekort is geschoten. Klacht gegrond. Wegens verzachtende omstandigheden maatregel beperkt tot berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/212

    Klager verwijt verweerder, optredende als medisch adviseur in zijn advisering niet onafhankelijk is geweest. Verweerder heeft in deze zaak betreffende klager een medisch advies geschreven in een aansprakelijkheidskwestie én in een tuchtrechtprocedure tegen een andere verweerder. Verweerder voert verweer. Ongegrond