Zoekresultaten 13651-13660 van de 48314 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/72 en 73

    Klager verwijt de notaris en de kandidaat-notaris dat zij onzorgvuldig, afhankelijk en partijdig hebben gehandeld bij de overdracht van de woning en de garages, die in eigendom toebehoorden aan klager en zijn ex-echtgenote. De meeste klachtonderdelen worden niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze (ruim) na het verstrijken van de vervaltermijn van drie jaren (artikel 99 lid 21 Wna) bij de kamer zijn ingediend. Eén klachtonderdeel, dat betrekking heeft op de uitbetaling van de onder de notaris gedeponeerde tegoeden, wordt ongegrond verklaard

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/67

    Klagers verwijten de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht valt uiteen in een aantal onderdelen, maar heeft in de kern betrekking op de wijze waarop de notaris het verzoek van klagers om een afschrift van stukken uit het hypotheekdossier heeft afgehandeld. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Ten aanzien van het door de notaris gedane beroep op haar geheimhoudingsplicht heeft de kamer onder meer overwogen dat er geen aanleiding bestaat om te veronderstellen dat de notaris, die: - het protocol van de oud-notaris heeft overgenomen en ook met betrekking tot hetgeen vóór haar ambtsperiode werd toevertrouwd en aan de bij haar protocol behorende archieven werd toegevoegd een geheimhoudingsplicht heeft; - in het kader van haar geheimhoudingsplicht een zorgvuldige afweging heeft willen maken en daarvoor ook tot viermaal toe advies heeft ingewonnen bij het Notarieel Bureau; en - mede op grond van de adviezen van het Notarieel Bureau tot de conclusie is gekomen dat niet het gehele hypotheekdossier aan klagers kan worden verstrekt, zich in de gegeven omstandigheden ten onrechte op haar geheimhoudingsplicht jegens klagers beroept. Bij dit oordeel weegt mee dat het ambtsgeheim niet beperkt is tot datgene wat zijn weerslag in een akte vindt. Ook hetgeen aan de oud-notaris schriftelijk of mondeling door derden is meegedeeld, valt in beginsel onder de geheimhouding, evenals de door de oud-notaris gemaakte aantekeningen van gedachtewisselingen met anderen dan klagers. De kamer is van oordeel dat het weliswaar beter was geweest als de notaris klagers had uitgelegd waarom sommige dossierstukken voor haar ten opzichte van klagers onder de geheimhoudingsplicht vallen en dat zij daarom niet het gehele hypotheekdossier aan klagers kan verstrekken, maar het ontbreken van deze concrete uitleg is van onvoldoende gewicht om de notaris hierover een tuchtrechtelijk verwijt te maken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:95 Raad van Discipline Amsterdam 29-940/A/NH

    De klacht is ongegrond: er is geen sprake van een geheimhoudingsplicht die is geschonden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:96 Raad van Discipline Amsterdam 20-710/A/A

    gegrond dekenbezwaar en oplegging van een waarschuwing. Verweerder heeft zijn tekort aan opleidingspunten niet tijdig ingehaald.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:97 Raad van Discipline Amsterdam 20-637/A/A

    Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij niet of nauwelijks heeft gereageerd op (de e-mails van) de advocaat van klager, dat hij zonder voorafgaande aankondiging of sommatie ten laste van klager beslag heeft gelegd op zijn aandeel in de overwaarde van de woning en dat hij een onjuiste mededeling aan de deurwaarder heeft gedaan. De raad acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden. De raad rekent het verweerder aan dat hij ten aanzien van het onaangekondigde beslag verwijst naar een advies van zijn patroon, waarmee verweerder zijn eigen verantwoordelijkheid als advocaat miskent.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.298

    Klacht tegen verpleegkundige. Verweerder is als verpleegkundige werkzaam bij de medische dienst van de instelling waar klaagster woont. Medio 2018 heeft hij klaagster gezien in verband met een dikke, opgezette rechterhand. Verweerder constateerde geen afwijkingen en adviseerde klaagster koelen, pijnstilling en de hand hooghouden. Toen klaagster na ruim een maand pijn bleef houden, heeft de huisarts een röntgenfoto aangevraagd en is een fractuur van de hand vastgesteld. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij de klachten van klaagster aan haar rechterhand niet goed heeft behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/243

    Klacht van vader tegen huisarts. Vader vindt dat de huisartsenpraktijk hem onvoldoende op de hoogte heeft gehouden van belangrijke ontwikkelingen over zijn dochter. Klacht kennelijk ongegrond. De aangeklaagde huisarts heeft de dochter slechts eenmaal gezien. Er was toen geen sprake van een ingrijpende beschadiging of behandeling en verweerder. De dochter was samen met haar moeder, die eveneens het gezag heeft, bij de huisarts. Voor het overige is niet gebleken dat aan de vader informatie is onthouden. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:98 Raad van Discipline Amsterdam 20-640/A/A

    Klacht over de eigen advocaat gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een beroepstermijn ongebruikt te laten verlopen. Hiermee heeft hij de zorgvuldigheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet geschonden. De raad acht de maatregel van berisping passend en geboden. Hierbij weegt mee dat verweerder er geen blijk van geeft dat hij achteraf inziet dat op hem als advocaat de verantwoordelijkheid rust om een lopende beroepstermijn veilig te stellen, ook als het voor verweerder mogelijk (nog) onzeker is of hij de gevraagde rechtshulp zal verlenen. Om deze reden acht de raad een berisping meer op zijn plaats dan een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.044

    Klaagster heeft diabetes mellitus type 2 en is onder behandeling bij een huisartsenpraktijk waar de aangeklaagde als praktijkondersteuner en diabetesverpleegkundige werkzaam is. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij klaagsters medicatie (metformine) van 4 maal daags naar 1 maal daags heeft verlaagd, waardoor de wortels van haar tanden zijn aangetast. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:99 Raad van Discipline Amsterdam 20-795/A/A 20-796/A/A

    Klacht van voormalig advocaat over zijn voormalig patroon en voormalig kantoorgenoot ongegrond. Niet is gebleken dat klager is misleid bij het aangaan van de stageovereenkomst. Ook niet gebleken dat patroon tekort is geschoten in zijn begeleiding.