Zoekresultaten 42771-42780 van de 46643 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG0916 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen T2010/04

    -

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG0913 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 231/2009

    Klaagster was zwanger van een kind met de aandoening trisomie 18. Zij wilde de zwangerschap uitdragen en is na 41 weken en 6 dagen ingeleid in het ziekenhuis. Gedurende de bevalling was er sprake van een CTG-registratie waaruit bleek dat er sprake was van foetale nood. Het kind is bij de bevalling overleden. Klaagster heeft (o.a.) een klacht ingediend tegen de eerstelijnsverloskundige die haar tijdens de zwangerschap en de bevalling begeleidde. Zij verwijt de verloskundige ondermeer dat het te voeren beleid van non interventie ingeval er sprake was van foetale nood niet met haar is besproken, dat zij onvoldoende begeleid is bij de bevalling en dat zij de baby niet levend in handen heeft kunnen houden. De klacht is gedeeltelijk gegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1364 Raad van Discipline Arnhem 10-37

    Advocaat behandelt klagers vordering op diens eerdere advocaat die de uitkomst vormde van een begrotingsprocedure. Verzet (tegen het oordeel van de voorzitter deels niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond) ongegrond. De incongruentie die de uitkomst van een procedure ex art. 39 Wet tarieven burgerlijke zaken oplevert (door dat die procedure de advocaat wél maar de cliënt niet meteen een titel oplevert) betreft allereerst de relatie tussen klager en diens eerste advocaat. Dat punt was voor of in een snelle en goedkope incasso zoals klagers wenste niet meteen bruikbaar.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0142 Accountantskamer Zwolle 10/1507 Wtra AK

    Klacht jegens accountant wegens niet ontdekken van fraude bij opdrachtgeefster. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de 3-jaarstermijn voor het indienen van een klacht; zulks gebaseerd op het oordeel dat de directeur van opdrachtgeefster, gezien de duur, de omvang en de aard van de verslagleggingsfraude, en zijn intensieve betrokkenheid bij opdrachtgeefster, kennis van een en ander had.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0143 Accountantskamer Zwolle 10/1706 Wtra AK

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1362 Raad van Discipline Arnhem 10-67

    Ongegrond. Mogelijkheden niet onvoldoende onderzocht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1352 Raad van Discipline Amsterdam 10-226U

    Het betreft een verzet na een kennelijk ongegrond bevonden klacht tegen de eigen advocaat, over de kwaliteit van de werkzaamheden van verweerder. De raad is met de voorzitter van mening dat de klachten feitelijke onderbouwing missen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1359 Raad van Discipline Amsterdam 10-298Zut

    Verzetzaak. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van advocaat-lid van raad van discipline. Staat niet onder tuchtrechtelijk toezicht, tenzij sprake is van zodanige verwaarlozing van taken en/of misdragingen dat de advocaat geacht moet worden zich schuldig te hebben gemaakt aan het handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Hiervan is niet gebleken, zodat het verzet ongegrond wordt verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1353 Raad van Discipline Amsterdam 10-227U

    Het betreft een verzet na een kennelijk ongegrond bevonden klacht tegen de eigen advocaat, over de kwaliteit van de werkzaamheden van verweerster. De raad is met de voorzitter van mening dat de klachten feitelijke onderbouwing missen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1360 Raad van Discipline Amsterdam 10-190A

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft een brief rechtstreeks aan klaagster toegezonden, terwijl klaagster werd bijgestaan door advocaat. De brief is op rechtsgevolg gericht, dus verweerder mocht klaagster rechtreeks aanschrijven. Een kopie van die brief is aan de advocaat van klaagster gestuurd. Onderdeel ongegrond. Verweerder heeft de brief aan klaagster per fax gestuurd. Gebleken noch anderszins duidelijk geworden dat verweerder dat heeft gedaan om klaagster te schaden. Correspondentie per fax is voor mededelingen waarvan de ontvangst in verband met het eerdergenoemd rechtsgevolg een normaal en veel gebruikt communicatiemiddel. Onderdeel ongegrond. Verweerder heeft confraternele correspondentie in het geding gebracht. Dat het overleggen van die correspondentie op een misverstand berust, maakt het niet zonder meer niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Onderdeel gegrond zonder maatregel. Producties ten behoeve van een mondelinge behandeling van een kort geding zijn zes dagen voor de zitting aan klaagster toegezonden, maar pas twee dagen daarvoor aangekomen. Omstandigheden van het geval brengen met zich dat onderdeel ongegrond is.