Zoekresultaten 1041-1050 van de 47966 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8505
- Datum publicatie: 24-03-2026
- Datum uitspraak: 24-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:57
Volgens klager heeft hij niet alle voorgeschreven medicatie ontvangen. In de apotheek is hem ten onrechte meegedeeld dat hij deze al uit de afhaalautomaat had opgehaald, waarna de medicatie zou zijn geannuleerd. Klager ziet dit als nalatigheid van de apotheker. De apotheker voert verweer en voert aan dat zij de situatie met klager wilde bespreken, maar dat klager direct aangaf de formele tuchtrechtelijke route te willen volgen.Het college oordeelt in raadkamer dat de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:38 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-698/DB/OB
- Datum publicatie: 24-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:38
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond. De raad heeft niet feitelijk kunnen vaststellen dat (k.o. 1) verweerster een vertrouwelijk en niet voor haar bestemd e-mailbericht heeft gedeeld met haar cliënten en ter zake actief contact heeft gezocht met de in het e-mailbericht genoemde advocaat (mr. S). Naar het oordeel van de raad stond het verweerster vrij om in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënten de context te schetsen en in dat verband melding te maken van tegen klager ingediende tuchtklachten, zodat hetgeen verweerster in randnummer 22 van de pleitnota heeft gesteld niet kan worden gekwalificeerd als onnodig grievend. Ook k.o. 2 is ongegrond. Het stond verweerster vrij om ter onderbouwing van de in kort geding ingestelde vordering namens haar cliënten te betogen dat de werkwijze van klager een dusdanig ongunstige uitwerking had op de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand van de moeder dat verder vrij verkeer tussen klager en moeder onverantwoord was. Dat verweerster ter onderbouwing van dat betoog feiten heeft gesteld waarvan zij de onwaarheid kende of behoorde te kennen is de raad niet gebleken. Ook k.o. 3 over verweersters bereikbaarheid is ongegrond. Naar het oordeel van de raad stond het verweerster vrij om in overleg met haar cliënten te bepalen dat het in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënten niet wenselijk was om op alle e-mailberichten van klager te reageren. Ook van het niet beantwoorden van alle telefonische oproepen van klager kan verweerster naar het oordeel van de raad geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Dat klager dan wel zijn cliënte door het niet beantwoorden van e-mailberichten en telefonische oproepen in zijn/haar belangen is geschaad, is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:39 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-737/DB/LI
- Datum publicatie: 24-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:39
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:40 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-430/DB/LI
- Datum publicatie: 24-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:40
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in alle onderdelen ongegrond. De raad is niet gebleken dat verweerder bij het voeren van verweer en het onderbouwen van de vordering tot schadevergoeding steken heeft laten vallen. Evenmin is gebleken dat verweerder klager onvoldoende heeft geïnformeerd. Verweerder heeft klager uitvoerig geïnformeerd over de mogelijkheden en onmogelijkheden en de (kleine) kans van slagen van de door klager aanhangig gemaakte kort geding procedure. Ook heeft verweerder aan klager uitgelegd wat hij in de “akte verduidelijking eis” namens klager naar voren kon brengen. Dat de rechtbank deze na de zitting ingediende akte heeft toegestaan is uitzonderlijk. Om invulling te geven aan het beginsel van hoor en wederhoor heeft de rechtbank [naam verzekeraar] in de gelegenheid gesteld om op de akte te reageren middels een antwoordakte. [naam verzekeraar] heeft van die gelegenheid gebruikt gemaakt, waarna de rechtbank zich kennelijk voldoende geïnformeerd achtte en heeft bepaald dat vonnis moest worden gewezen. Dat de rechtbank verweerders reactie op de door [naam verzekeraar] ingediende antwoordakte vervolgens heeft geweigerd kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht dat verweerder de interne klachtprocedure onredelijk, onbillijk en onevenredig lang op zijn beloop heeft gelaten mist feitelijke grondslag en is daarom eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:58 Hof van Discipline 's Gravenhage 250069
- Datum publicatie: 24-03-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:58
Klacht van erfgenaam over advocaat wederpartij. Kantoorgenoten van verweerster hebben in het verleden opgetreden voor de (inmiddels overleden) vader van klager. Tussen klager en zijn broer is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de nalatenschappen van hun ouders. Verweerster heeft in deze kwestie opgetreden als advocaat van de broer van klager. Klager kan als enig erfgenaam van zijn vader niet worden aangemerkt als (oud-)cliënt van het kantoor van verweerster. Van (schijn van) belangenverstrengeling is geen sprake. Verweerster mocht in het partijdig belang van haar cliënt handelen. Verweerster heeft de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid van handelen niet overschreden toen zij haar cliënt adviseerde om een ten laste van klager gelegd conservatoir beslag te handhaven. Verweerster heeft geen op voorhand evident onjuist juridisch standpunt ingenomen en daarom heeft verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld nadat later is gebleken dat dit juridisch standpunt onjuist was. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8237
- Datum publicatie: 24-03-2026
- Datum uitspraak: 24-03-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:45
Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft tweemaal een heupoperatie bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, nalatigheid in medisch handelen en het leveren van inadequate (na)zorg. Daarnaast is volgens klaagster sprake geweest van tekortkomingen in de communicatie. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:41 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-026/DB/ZWB
- Datum publicatie: 24-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:41
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:78 Hof van Discipline 's Gravenhage 260063
- Datum publicatie: 24-03-2026
- Datum uitspraak: 19-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:78
Klacht tegen de deken niet verwezen. Het hof stelt vast dat er sprake is van een patroon dat zodra een door klager gevoerde tuchtprocedure niet de door hem gewenste uitkomst heeft, hij een klacht indient over de deken die het onderzoek naar de betreffende klacht heeft gedaan. Zoals klager zeer goed weet omdat hem dat al een en andermaal is duidelijk gemaakt, is de geëigende weg om onvrede over de uitkomst van een dekenonderzoek aan de orde te stellen, het voorleggen van de onderzochte klacht aan de Raad van Discipline. Klager kiest er, door het verschuldigde griffierecht niet te betalen, echter voor om die weg niet te bewandelen. Hierdoor maakt klager misbruik van zijn klachtrecht in de zin van de Advocatenwet. Aan dit handelen van klager moet paal en perk worden gesteld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8746
- Datum publicatie: 24-03-2026
- Datum uitspraak: 24-03-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:46
(kennelijk) ongegronde klacht van een klager tegen een orthopedisch chirurg die bij klager wegens progressief stenoserend vaatlijden een broekprothese plaatste. In verband met aanhoudende klachten na de operatie werd klager gezien in een ander ziekenhuis, waar wordt gedacht aan een neurologische oorzaak als mogelijke verklaring voor de klachten. De verwijten gaan over diagnosestelling, informed consent en nazorg.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:42 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-826/DB/ZWB
- Datum publicatie: 24-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:42
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht houdt in dat verweerder de rechtbank in het verzoek om aanhouding van het faillissementsrekest onjuist heeft geïnformeerd. Vast staat dat op het onder verantwoordelijkheid van verweerder bij de rechtbank ingediende formulier is vermeld dat (1) het aanhoudingsverzoek mede namens RV (althans haar advocaat) wordt gedaan, (2) partijen in onderhandeling zijn en (3) RV (althans haar advocaat) hiervan op de hoogte is gesteld en dat deze heeft medegedeeld ook niet te zullen verschijnen, terwijl (1) van een eenstemmig verzoek geen sprake was, (2) partijen niet in onderhandeling waren en (3) RV (althans haar advocaat) hiervan niet op de hoogte was gesteld en deze ook niet heeft medegedeeld niet te zullen verschijnen. Op het formulier zijn aldus drie feiten gesteld waarvan verweerder de onjuistheid kende. Verweerder heeft de rechtbank in het verzoek om aanhouding van het faillissementsrekest dan ook onjuist geïnformeerd. Anders dan verweerder heeft gesteld, vormt de wijze waarop het digitale formulier is ingericht, geen rechtvaardiging voor het handelen van verweerder. Verweerder heeft gesteld dat het formulier slechts twee gronden voor aanhouding vermeldt, namelijk “partijen zijn in onderhandeling” en “de regeling is nog niet volledig uitgevoerd”. Verweerder heeft voorts gesteld dat de optie “partijen zijn in onderhandeling” de enige optie was die aansloot bij het beoogde doel: het verkrijgen van uitstel om een minnelijke regeling mogelijk te maken. De raad volgt verweerder niet in dit verweer. Vast staat dat het formulier moest worden uitgeprint en dat mr. V handmatig (met een pen) de datum heeft ingevuld en zijn handtekening heeft geplaatst. Het was dan ook wel degelijk mogelijk om op het formulier handmatig een andere grond (die wel feitelijk juist was) voor het verzoek tot aanhouding te vermelden. Verweerder heeft verder gesteld, dat het in de faillissementspraktijk usance is om op het formulier de optie “partijen zijn in onderhandeling” aan te vinken, ook als dit feitelijk niet het geval is. Ook dit verweer moet worden gepasseerd. Voor zover van de door verweerder gestelde usance al sprake zou zijn, heeft te gelden dat er in de onderhavige zaak sprake was van een wederpartij die de vordering betwistte, die werd bijgestaan door een advocaat en die een rechterlijk oordeel wenste over de (betwiste) vordering. Onder die omstandigheden had het op de weg gelegen van verweerder om in contact te treden met klager en overleg te plegen over de door hem gewenste aanhouding. Verweerder heeft dit niet gedaan en daarmee de belangen van klager (en klagers cliënte) onnodig geschaad. Klager moest immers in actie komen om de rechtbank alsnog naar waarheid te informeren en te verzoeken om afwijzing van het aanhoudingsverzoek. Klacht gegrond, berisping.