Zoekresultaten 46651-46700 van de 48283 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0423 Raad van Discipline Amsterdam 09-088A

    deels gegrond. Advocaat executeert incassovonnis voortvloeiend uit dubieuze werkzaamheden van ex-kantoorgenoot. Hoewel incassovonnis onherroepelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar omdat advocaat kon weten dat verwijten aan ex-kantoorgenoot goede gronden hadden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0424 Raad van Discipline Amsterdam 09-210A

    DEELS GEGROND. ONVOORWAARDELIJKE SCHORSING VAN 3 MAANDEN. Misleidende informatie over aanhangig zijn van procedure.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0412 Raad van Discipline Amsterdam 09-245A

    Klacht tegen advocaat wederpartij in echtscheidingsprocedure. Verweerder wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan heling door voor klager bestemde post in de onderhandelingen te betrekken die door de ex-echtgenote van klager zouden zijn onderschept. Daarnaast zou verweerder valse stukken aan de rechtbank hebben overgelegd. Tenslotte wordt verweerder verweten stellingen te hebben ingenomen waarvan hij wist of zou moeten weten dat deze onjuist waren. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0413 Raad van Discipline Amsterdam 09-247A

    Klacht tegen advocaat wederpartij in echtscheidingsprocedure. Verweerster wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan heling door voor klager bestemde post in de onderhandelingen te betrekken die door de ex-echtgenote van klager zouden zijn onderschept. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKBRE:2010:YC0423 Kamer van toezicht Breda KL 19/2010

    De door de notarissen als hiervoor aangevoerde omstandigheden disculperen hen daarvoor niet. Deze omstandigheden kunnen en mogen nimmer reden zijn voor het doen ontstaan van bewaringstekorten, zeker niet van een (structurele) omvang als door klager is geconstateerd. De notarissen, en met name notaris mr. [naam], verliezen bij de door hen geschetste omstandigheden die volgens hen tot die tekorten hebben geleid, uit het oog, dat deze in hoofdzaak zijn ontstaan door opnames van notaris mr. [naam] van de kwaliteitsrekening gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 oktober 2009 van in totaal het aanzienlijke bedrag van ca. € 290.000 aan managementsfees. Deze opnames waren, gelet op het negatieve kantoorresultaat, volstrekt onverantwoord en notaris mr. [naam] heeft daarmee het kantoor in een zeer risicovolle positie gebracht. Dit handelen en nalaten getuigt van gebrek aan inzicht van hetgeen een goed notaris betaamt en moet, gelet op de maatschappelijke vertrouwenspositie die een notaris inneemt, als hoogst tuchtrechtelijk laakbaar worden aangemerkt. Dit klemt nog temeer nu bij gelegenheid van de mondelinge behandeling de notarissen, niettegenstaande de reeds op 22 december 2009 ingediende klachten en ondanks hun eerdere toezeggingen, nog steeds niet zijn overgegaan tot het aanzuiveren van het tekort, maar hebben volstaan met hun verklaring dat dit alsnog op uiterlijk een termijn van 14 dagen zal plaatsvinden, waartoe inmiddels opdracht aan de bank zou zijn verstrekt. Zij zijn daarmee blijven handelen in strijd met de hiervoor genoemde regelgeving en hebben op volstrekt onaanvaardbare wijze hun verplichting om ontstane tekorten onmiddellijk aan te vullen, verzaakt en evenmin oog gehad voor de positie van hun cliënten. De klacht is dan ook ten aanzien van beide notarissen gegrond. De kamer stelt zich ten aanzien van notaris mr. [naam] op het standpunt dat zijn handelen/nalaten hem dusdanig ernstig moet worden aangerekend, dat ter zake daarvan aan hem de zwaarst mogelijke tuchtmaatregel van ontzetting uit het ambt moet worden opgelegd. Naast de omstandigheid dat in het hiervoor genoemde tijdvak is gebleken van aanzienlijke structurele tekorten en nog steeds door hem niet is voldaan aan het aanzuiveren daarvan, rekent de kamer hem in hoogst ernstig mate aan dat deze tekorten voornamelijk door zijn opnames van aanzienlijke bedragen aan managementfees zijn veroorzaakt, dit niettegenstaande de uiterst zorgelijke financiële positie van het kantoor. Uit de omstandigheid dat notaris mr. [naam] desondanks en ten onrechte die tekorten voornamelijk wijt aan het handelen van zijn inmiddels gedefungeerd associé, getuigt volgens de kamer van gebrek aan ieder inzicht in de ernst van zijn eigen handelen en nalaten. Dit handelen en nalaten tast naar het oordeel van de kamer niet alleen de integriteit van de notaris zelf aan, maar ook die van de beroepsgroep. De kamer laat daarbij voorts nog meewegen de omstandigheid dat de notaris ter zake van eerdere tuchtrechtelijke verwijten, overigens van een andere strekking als het onderhavige, tot tweemaal toe de maatregel van waarschuwing is opgelegd, hetgeen klaarblijkelijk niet aan het thans geconstateerde verwijt, in de weg heeft gestaan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0414 Raad van Discipline Amsterdam 09-246A

    Verweerder wordt verweten tegenover klager onduidelijkheid te hebben laten bestaan over de vraag of hij al dan niet als advocaat optrad voor de ex-echtgenote van klager door vanhoedanigheid te wisselen. Voorts wordt verweerder verweten zijn bijstand aan deex-echtgenote van klager vorm te hebben gegeven op een onbetamelijke, ongeoorloofde en zelfs strafbare wijze. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKBRE:2010:YC0424 Kamer van toezicht Breda KL 18/2010

    Omdat in die splitsingsakte, welke onlosmakelijk is verbonden met de levering van de betreffende appartementsrechten, het kettingbeding integraal als verplichting voor de eigenaren van de appartementsrechten is opgenomen, kan dit tot geen andere conclusie leiden dan dat dit beding onderdeel uitmaakt van de overeenkomst, zodat het opnemen van dit beding in de akte als bijzondere verplichting de notaris en kandidaat-notaris niet kan worden tegengeworpen. Bovendien vloeide het opnemen van het beding in de leveringsakte voort uit de ter zake in de splitsingakte ten aanzien van het beding opgenomen bepaling dat ter waarborging van de continuïteit van hoogwaardige woon- en zorgvoorzieningen het beding in (onder meer) de akten van overdracht van de betreffende appartementsrechten woordelijk dient te worden opgenomen. De klacht, voor zover door klager gebaseerd op voormeld standpunt, mist dan ook in zoverre een deugdelijke feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0415 Raad van Discipline Amsterdam 09-272U

    klachtonderdeel c is ingetrokken ter zitting. Diverse klachten over optreden voormalig advocaat. Nu de raad niet is gebleken dat verweerder tekort is geschoten in de behandeling van de zaak, worden de klachten ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNOKBRE:2010:YC0425 Kamer van toezicht Breda KL 20/2010

    Evenals in de bij de kamer van toezicht te ’s-Hertogenbosch voorliggende casus het geval was, moet ook de onderhavige in voormelde zin door de notaris gebruikte domeinnaam als strijdig met de hiervoor genoemde beroeps- gedragsregel worden aangemerkt. Ook hier doet zich immers de situatie voor dat het kantoor van de notaris niet het enige kantoor is in de plaats van vestiging van de notaris, in casu [plaatsnaam], zodat het gebruik van die domeinnaam bij het publiek voor verwarring kan zorgen. De kamer volgt dan ook niet de notaris in zijn opvatting dat dit standpunt inmiddels achterhaald zou zijn. Evenmin doet hieraan af de door notaris opgeworpen omstandigheid dat klager zelf, althans zijn kantoor, gebruik maakt van een soortgelijke domeinnaam ([e-mailadres]). Nog daargelaten dat klager ten aanzien daarvan heeft verklaard dat hij van het gebruik van die naam zelf nimmer op de hoogte is geweest en dat hij, na het bekend worden daarmee, onmiddellijk dat gebruik heeft laten staken, rechtvaardigt die omstandigheid niet -naar de kamer het ter zake door de notaris gevoerde verweer begrijpt- de daaraan door de notaris verbonden conclusie, dat daarmee klager zijn recht op het indienen van de onderhavige klacht heeft verwerkt. Daarnaast kan in het gebruik door ook andere notarissen van soortgelijke domeinnamen geen rechtvaardigingsgrond voor het gebruik van de onderhavige domeinnaam worden gevonden. Dit disculpeert de notaris niet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0416 Raad van Discipline Amsterdam 10-078A

    60B. ; schorst verweerster met onmiddellijke ingang voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk als advocaat.

  • ECLI:NL:TNOKBRE:2010:YC0426 Kamer van toezicht Breda KL 15/2010

    Ter beantwoording staat de vraag of het handelen dan wel nalaten van de notaris en kandidaat-notaris in het kader van de afwikkeling van de in kwestie zijnde nalatenschap strijd oplevert met de in artikel 98, lid 1 van de Wet op het notarisambt neergelegde tuchtnorm en meer specifiek, wat betreft de notaris, of dit mede het geval is met betrekking tot de door hem verleden testamentaire akte. Wat betreft dit laatste is naar het oordeel van de kamer onvoldoende aannemelijk geworden dat klagers moeder ten tijde van het passeren van de testamentaire akte, waarbij zij haar eerdere testament heeft gewijzigd, daartoe niet de wilsbekwaamheid bezat, dan wel dat in ieder geval door de notaris daaraan moest worden getwijfeld. De ernstige ziekte van zijn moeder, de omstandigheid dat de akte bij haar thuis is verleden en dat zij enkele weken later is overleden, zijn daarvoor een onvoldoende aanwijzing, zo ook de door klager tevens aangevoerde en overigens door de notaris betwiste omstandigheid dat was afgesproken dat bij twijfel een geriater zou worden geraadpleegd. Ervan uitgegaan moet dan ook worden dat de notaris op grond van zijn eigen bevindingen over de wilsbekwaamheid van klagers moeder tot het passeren van de akte heeft mogen komen. Dit onderdeel van de klacht is daarmee ongegrond. Dit lot treft eveneens klagers overige verwijten. Uit de onweersproken gebleven stellingen van de notaris en kandidaat-notaris is naar voren gekomen dat zij zich, anders dan klager aanvoert, wel degelijk hebben ingespannen om tot een afwikkeling van de nalatenschap te komen en dat dit niet tot resultaat heeft geleid, te wijten is geweest aan de onderlinge, kennelijk nog steeds bestaande meningsverschillen tussen klager en zijn broers. Hiervoor kan voldoende steun worden gevonden in de brief van de notaris van 9 oktober 2008, waarin hij een opsomming geeft van de bemoeienissen tot dan toe en de reden van het gebrek aan resultaat. In die brief heeft de notaris tevens uiteengezet de reden waarom de executeur van haar taak wenste te worden ontheven. Daarbij nog in aanmerking nemend het daarop plaatsgehad hebbend gesprek van klager met de notaris, waarbij klager blijkens zijn eigen gespreksverslag in wezen heeft ingestemd met de beëindiging van het executeurschap en ervoor heeft gekozen de afwikkeling samen met zijn broers zelf ter hand te nemen, kan niet gezegd worden dat klager door de notaris en kandidaat-notaris van de reden van het beëindigen van het executeurschap onwetend is gelaten, noch dat geen verdere oplossingen zijn besproken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0410 Raad van Discipline Amsterdam 09-237H

    Klager treedt namens 3 klagers op. Verweerder is betrokken bij een klacht tegen zijn kantoorgenoot (zie 09-238H). Klacht ongegrond, nu niet is gebleken dat verweerder bij de zaak betrokken was.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0411 Raad van Discipline Amsterdam 09-238H

    Klager treedt namens drie klagers op. Verweerder wordt verweten dat hij demonstranten voorafgaande aan een bijeenkomst heeft geadviseerd over de mogelijke consequenties van een aanval op de spreker en dat hij niets heeft gedaan om de aanval te voorkomen. Verweerder doet een geslaagd beroep op zijn geheimhoudingsplicht, zodat de klacht ongegrond wordt verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0409 Raad van Discipline Amsterdam 07-307A

    Klaagster verwijt verweerder dat hij het medisch dossier van klaagster naar een zenuwarts heeft gezonden, zich jegens klaagster onjuist en onnodig grievend en kwetsend heeft geuit, en de rechtbank onjuiste informatie heeft verstrekt. De raad is van oordeel dat verweerder niet klachtwaardig heeft gehandeld door het medisch dossier ter beoordeling naar een zenuwarts te sturen. Daarbij heeft verweerder zich niet schuldig gemaakt aan nodeloos grievende uitlatingen dan wel aan het anderszins onnodig of onevenredig schaden van de belangen van klaagster door het rapport vervolgens in het geding te brengen. Ten slotte kan niet worden gesteld dat verweerder de rechtbank onjuist heeft voorgelicht. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 134/2009

    Klacht tegen tandarts. Klager is het niet eens met factuur. Verweerder geeft desgevraagd geen uitleg over factuur. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/082

    De klacht betreft de behandeling van klagers vader. Klager verwijt de internist onder andere dat hij geen actie heeft ondernomen naar aanleiding van de op de thoraxfoto getoonde afwijkingen in de longen. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college oordeelde het verwijt terecht, nu vast stond dat de internist de door hem aangevraagde foto nimmer had gezien. Wanneer hij de foto wel had gezien zou immers meteen analyse van de beschreven afwijkingen, mogelijk leidend tot behandelopties zijn begonnen. Het college heeft de internist de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2010:YC0421 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2009/917

    Verkoop echtelijke woning na echtscheiding. De notaris had het feit dat elders bij de veilignotaris een hogere bieding lag niet mogen negeren. Gegrond, geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/057

    Patiënt was bekend met een chronisch langzaam progressieve nierinsufficiëntie. Klaagsters verwijten de internist dat zij een gecontraïndiceerd geneesmiddel heeft voorgeschreven waarvan bekend was dat dit eerder bij patiënt tot een allergische reactie had geleid. De internist heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het college heeft de klacht gegrond verklaard en heeft de internist een waarschuwing opgelegd. Het college oordeelde dat de internist niet alleen had mogen vertrouwen op het elektronisch medicatie systeem "Diamant" maar ook het papieren poliklinische nefrologie dossier had moeten raadplegen.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2010:YC0422 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2009/920

    De notaris heeft een leveringsakte gepasseerd ten behoeve van haar cliënte, terwijl zij wist dat ook klaagster aanspraak maakte op levering van de onroerende zaak. In de gegeven omstandigheden had de notaris klaagster moeten informeren dat zij voornemens was de leveringsakte te passeren. In het geval klaagster daartegen verzet had gedaan, had de notaris de partijen bij de akte moeten meedelen dat zij de akte niet zou passeren alvorens over haar gehoudenheid daartoe duidelijkheid was verkregen, bijvoorbeeld doordat klaagster en de koper tot overeenstemming waren gekomen of een rechterlijke beslissing uitsluitsel had gegeven. De notaris is bij de onderhandelingen tussen de verkoper en de koper opgetreden als partijadviseur van de koper. Volgens de verklaring van de notaris is zij dit blijven doen op het moment dat zij als instrumenterend notaris betrokken raakte bij het verlijden van de leveringsakte tussen de verkoper en de koper. Naar haar zeggen heeft de notaris bij de levering de belangen van de koper laten prevaleren boven die van klaagster. Een dergelijke notariële opvatting is evident in strijd met artikel 17 lid 1 Wna en dus met de eer en waardigheid van het notarisambt. Aan de notaris wordt een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2009:YC0420 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2009/933

    De klacht is ingediend op 10 augustus 2009. De Kamer stelt met de plaatsvervangend voorzitter vast dat de feiten en omstandigheden waarop klager zijn klacht baseert, hem reeds bekend waren ten tijde van de alimentatiebeschikking van de rechtbank van 27 september 2004. Daarmee is de driejarentermijn van artikel 99 lid 12 Wna overschreden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA0404 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 116 - 2009

    Niet adequaat behandeling van een zaak , ten gevolge waarvan cliënt mogelijk schade heeft geleden. Advocaat had onmiddellijk behoren te reageren op de aansprakelijkstelling door zijn cliënt en deze onmiddellijk dienen door te geleiden aan zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar.. Klacht gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA0405 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 112 - 2009

    Inbrengen van confraternele correspondentie die al deel uitmaakt van het procesdossier is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. . Wel tuchtrechtelijk verwijtbaar is het negeren van een verzoek om in overleg te treden over het overleggen van confraternele correspondentie. Klacht deels gegrond, enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 0949b

  • ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA0407 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch B 106 - 2009

    Het indienen van twee faillissementsrekesten zonder klager daarvan voorafgaand afschriften toe te sturen, terwijl verweerder wist dat klager advocaat was van gerekestreerde is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het, na het leggen van conservatoir beslag, indienen van verzoeken tot verlenging van de termijn vóór het instellen van de eis in de hoofdzaak, zonder klager daarvan vooraf afschriften toe te sturen, terwijl verweerder wist dat klager als advocaat optrad voor de partij ten laste van wie beslag was gelegd, is tuchtrechtelijk verwijtbaar. gegrond, enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA0408 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 153 - 2009

    Verzet in zaak waarin wordt geklaagd over behoorlijke dienstverlening. Geen blijk van onzorgvuldig handelen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2009:YA0406 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch R 99 - 2009

    Op geen enkele wijze is gebleken dat verweerster de rechterlijke macht heeft misleid. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 H 032

    Klagers verwijten de gynaecoloog dat hij geen volledig echo-onderzoek heeft gedaan en daardoor afwijkingen niet heeft gezien. De gynaecoloog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft de klacht gegrond geacht en hierbij opgemerkt dat in de door de arts ingevulde checklist aan de hand waarvan onderzoek is uitgevoerd gegevens ontbraken hetgeen niet getuigt van een zorgvuldig onderzoek. Het College heeft de arts een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 H 067

    Klager verwijt de arts dat hij ten onrechte heeft nagelaten klager meteen met een ambulance naar het ziekenhuis in te sturen vanwege aanwijzingen van cardiale problematiek en dat hij klager ten onrechte medicamenteus is gaan behandelen voor hoge bloeddruk zonder eerst een myocardinfarct uit te sluiten. De arts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft een van de twee klachtonderdelen gegrond geacht en de arts een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 H 031

    Klaagster, verpleegkundige en als zodanig werkzaam in een Zorgcentrum, verwijt de huisarts dat hij op een middag niet langs een patiënte is gegaan. Klaagster heeft de indruk dat de arts slecht gefunctioneerd had waardoor de verpleging van die patiënte onmogelijk is gemaakt. Vanwege slechte communicatie tussen de verpleging en de arts is het voor klaagster onmogelijk haar werk te doen. De arts heeft primair aangevoerd dat klaagster niet-ontvankelijk is, omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 lid 1 onder a. van de Wet BIG. Het college verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht. Een collega heeft behoudens bijzondere omstandigheden in het algemeen geen rechtstreeks belang bij indiening van een klacht. In casu is niet gebleken dat een rechtstreeks en bijzonder belang van de gezondheidszorg aan de orde is gesteld dat juist klaagster heeft te behartigen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 08159

    Klager verwijt verweerder dat hij hem rücksichtslos Quinapril/Acupril heeft voorgeschreven tijdens een spoedopname, terwijl hij had behoren te weten dat hiervoorbij klager een allergie bestond. Verweerder voerde gemotiveerd verweer. Het college heeft de klacht afgewezen. Niet is komen vast te staan dat verweerder betrokken is geweest bij het voorschrijven van de medicatie. Verweerder had weliswaar uit het dossier de allergie kunnen opmaken, maar in dit geval kan hem daarvan geen verwijt gemaakt worden.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2010:YC0419 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2009/923

    Notaris heeft klaagster onvoldoende voorgelicht over de consequenties van zuiver aanvaarden. De nalatenschap van de echtgenoot van klaagster blijkt onvoldoende om de vorderingen van haar stiefkinderen (zulks op grond van het langstlevende testament van hun moeder) te voldoen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09138

    Klaagsters verwijten verweerder dat hij op verzoek van hun broer een verklaring heeft opgesteld inhoudende dat hun vader leed aan Alzheimer en ten tijden van het opstellen van zijn testament reeds wilsonbekwaam was. D e verklaring is niet objectief, niet deskundig en niet onafhankelijk. Verweerder was een bekende van vader. Verweerder heeft gemotiveerd verweerder gevoerd. Het college is van oordeel dat verweerder de verklaring niet had moeten afgeven. De conclusies zijn niet of onvoldoende onderbouwd, zodat voor betrokkenen niet is na te gaan waarop de conclusies zijn gebaseerd. Gegrond: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09114

    Klager stelt dat bij hem op aangeven van verweerder een ICD is geplaatst op grond van een onjuiste indicatie en na onvoldoende voorlichting. Tevens heeft verweerder niets gedaan met het verzoek van klager een verklaring voor zijn werkgever op te stellen. Verweerder heeft gemotiveerd verweerder gevoerd. Het college ziet in waarom verweerder een ICD voor klager aangewezen vond. Deze klacht is ongegrond. Wel heeft verweerder klager vooraf onvoldoende geïnformeerd. Eveneens gegrond acht het college de klacht over de reactie op het verzoek van klager om een verklaring. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09104

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 08156

    Klager verwijt verweerster dat zij onterecht geen follow-up heeft gegeven aan de grote daling LVEF (van 56% naar 44%). Vier jaar na de eerste meting werd patiënt met spoed werd opgenomen wegens zeer ernstig hartfalen. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd.. Het college oordeelde dat het beloop, mede gelet op de uitslagen in het verleden, niet zodanig was dat er voor verweerster aanleiding bestond voor een follow-up. Het college wees de klacht af.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2010:YC0417 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2009/918

    Notaris B heeft op verzoek van een van de bestuurders/aandeelhouders van X B.V. een huurbeëindigingsbijeenkomst en een depotakte opgemaakt. Bij toezending daarvan aan verzoeker heeft notaris B, zoals het een zorgvuldig notaris betaamt, schriftelijk gewezen op de verplichtingen die van de bestuurders respectievelijk aandeelhouders van X B.V. en Y. B.V. mogen worden verwacht inzake de beëindiging van de huurovereenkomst. Gelet op de huurbeëindigingsovereenkomst en het feit dat de vennootschappen bij de depotakte rechtsgeldig waren vertegenwoordigd, hebben de notarissen niet onjuist gehandeld door de depotakte mede te ondertekenen en het depotbedrag in bewaring te nemen. Niet aannemelijk is geworden dat de notarissen hebben moeten begrijpen dat de huurbeëindigingsovereenkomst of de depotakte ertoe strekte klager als aandeelhouder van X B.V. te benadelen. Klachten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 08158

    Klager verwijt verweerder dat hij geen follow up heeft gegeven aan een in 2001 gestelde diagnose die later correct bleek te zijn. Klager verwijt verweerder voorts dat hij op grond van een 24-uurs Holter registratie een foute diagnose heeft gesteld. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college overweegt dat in 2001 als een (voorlopige) diagnose is gesteld. Verweerder heeft voorts terecht via een 24-uurs Hollterregistratie een nadere diagnose gesteld Het college beslist dat de klachten ongegrond zijn.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2010:YC0418 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2009/919

    Toezicht. Bedenkingen van KNB tegen kandidaat-notaris die onvoldoende opleidingspunten heeft behaald. Dit leidt tot overschrijding van de tuchtnorm. Gegrond, zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0965 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1027

    Klacht tegen BMA-arts die in zijn advies geen rekening zou hebben gehouden met de effectiviteit van de behandeling in het land van herkomst. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/078

    Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij heeft verzuimd de juiste conclusie te trekken uit de duidelijke signalen die hem tijdens de bevalling bereikten. Zij verwijt de gynaecoloog voorts dat hij na de operatie, waarbij een uterusruptuur werd vastgesteld, is tekortgeschoten in de nazorg. De gynaecoloog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het college heeft de gynaecoloog een berisping opgelegd. Voorop werd gesteld dat de gynaecoloog onzorgvuldig had gehandeld door klaagster niet de expliciete keuze voor een sectio voor te houden, nu sprake was van een bevalling met een verhoogd risico op complicaties. Het college oordeelde ten aanzien van de klacht dat de informatie die hij van de verloskundige tijdens het eerste telefoongesprek vernam, zoals de voortdurende weeën, niet vorderende ontsluiting en de ernstige pijnklachten, aanleiding had moeten zijn om de situatie van klaagster zelf te onderzoeken teneinde te beoordelen of een verder afwachtend beleid verantwoord was of dat er ingegrepen had moeten worden. Dat gold zeker voor het tweede telefoongesprek toen hij werd geïnformeerd over het feit dat klaagster iets voelde knappen in de buik. Na het derde telefoongesprek heeft verweerder bij klaagster een spoedsectio verricht. Ook de klacht met betrekking tot de nazorg achtte het college gegrond. Bij de keuze voor de maatregel van een berisping heeft het college meegewogen dat verweerder niet meer werkzaam is als gynaecoloog

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2010:YC0414 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 09-25

    De vermelding in de advertentie van het logo van de notarissen inclusief de naam van het notariskantoor en de namen van de notarissen is in strijd met artikel 17 Wna, artikel 26 Vbg in samenhang met de Beleidsregel Adverteren via verwijzers. Dat zulks buiten medeweten van de notarissen geschied is, maakt het niet anders. Notarissen blijven verantwoordelijk voor hun handelen en nalaten ten aanzien van deze regelgeving en dienen aantoonbaar en met de nodige maatregelen ter afstemming met hun verwijzers ervoor te zorgen dat zij deze regels niet overtreden. Gebleken is, dat de notarissen de regie over de uiteindelijke inhoud van de advertentie kennelijk en ten onrechte hebben overgelaten aan de makelaar met het gevolg als voormeld. Klacht gegrond, echter onvoldoende aanleiding om een maatregel op te leggen. De Kamer neemt bovendien in aanmerking dat dit de eerste keer is en dat de notarissen ter zitting hun spijt hebben betuigd en hebben toegezegd herhaling te zullen voorkomen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/086

    Klager verwijt de psychiater dat hij een onzorgvuldige rapportage over hem heeft uitgebracht. De psychiater heeft de klacht betwist. Het college heeft de psychiater een waarschuwing opgelegd. Het college oordeelde dat de psychiater de conclusie in het rapport, dat bij klager geen sprake was van een depressie, onvoldoende had onderbouwd. De psychiater had moeten onderbouwen waarom en op welke wijze hij tot een afwijkende diagnose was gekomen.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2010:YC0415 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 09-27

    1. Uit de door klager van het gesprek gemaakte aantekeningen leidt de Kamer af, dat de notaris op 14 juli 2008 wel met klager over (het liquideren van) de effectenportefeuille heeft gesproken, zulks mede in verband met het voldoen van successierechten. In die aantekeningen staat immers onder meer: “Boedel contant maken” gevolgd door een pijl naar “successierechten”. Klachtonderdeel ongegrond. 2. Artikel 4:151 BW bepaalt, dat een executeur wiens bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, verplicht is aan degene die na hem tot het beheer bevoegd is, rekening en verantwoording af te leggen, op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald. Gesteld noch gebleken is dat de notaris (en de beide andere executeurs) die rekening en verantwoording heeft afgelegd. Klachonderdeel gegrond, zonder maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/161

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar een verkeerde –de hoogste- dosering Metoprolol heeft voorgeschreven waardoor zij een gezondheidsrisico heeft gelopen. De huisarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht gegrond verklaard zonder dat aan de huisarts een maatregel werd opgelegd. Het college oordeelde dat de huisarts na de omissie zorgvuldig heeft gehandeld door onder meer klaagster direct te bezoeken, zijn excuses aan te bieden, het incident te bespreken met de apotheek en de casus (geanonimiseerd) in te brengen in een nascholingscursus voor huisartsopleiders.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2010:YC0413 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 09-29

    De notaris had, gelet op hetgeen erflaatster tegenover hem heeft verklaard, geen reden om te twijfelen aan de verklaring van erflaatster dat alle zaken die zij wilde legateren onder haar bestuur waren, omdat deze zaken van haar kant in de huwelijkgemeenschap waren ingebracht. Dat deze mededelingen achteraf bezien wellicht onjuist bleken kan niet aan de notaris worden verweten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2010:YA0394 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5454

    Verweerder trad betalend op terwijl klager voor toevoeging in aanmerking kwam.Klager wekte indruk groepsactie namens mede belanghebbende te willen starten. Gegrond. Geen maatregel. Klacht over onvoldoende voortvarendheid. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2010:YA0400 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5596

    Te laat ingesteld hoger beroep. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2010:YA0395 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5547

    Verweerder had bij klaagster de indruk gewekt hoger beroep in te zullen stellen. Termijn niet veilig gesteld. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2010:YA0401 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5619

    Beklag tegen verzet Raad van Toezicht tot inschrijving op tableau afgewezen. Klager had noch patroon, noch buitenpatroon. Gegronde wens dat verzoeker niet aan regelgeving zal voldoen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2010:YA0396 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5540

    Verwijt niet te hebben gewezen op proceskostenrisico en kansloze procedure te zijn begonnen. Ongegrond.