Zoekresultaten 45701-45750 van de 48350 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1006 Raad van Discipline Arnhem 10-17 (B 160-2009)

    klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond, verzet tegen die beslissing ongegrond. De wijze waarop verweerder klagers klachten over de wijze van instructie van hun klacht door een andere deken heeft onderzocht is correct geweest. Hij behoefde hun oorspronkelijke klacht die al door die andere deken was onderzocht niet opnieuw te onderzoeken.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2009:YC0503 Kamer van toezicht Rotterdam 24/09

    Klaagster verwijt notaris dat er in het dossier erg veel fouten zijn gemaakt en notaris niet of erg laat reageerde op brieven en telefoontjes van klaagster. Zij heeft een opsomming van de door haar geconstateerde fouten overgelegd. Beslissing: gegrond met de oplegging van de maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1007 Raad van Discipline Arnhem 10-10 (B 164-2009)

    klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond, verzet tegen die beslissing ongegrond. De wijze waarop verweerder klagers klachten over de wijze van instructie van zijn /haar klacht door een andere deken heeft onderzocht is correct geweest. Hij behoefde de oorspronkelijke klacht die al door die andere deken was onderzocht niet opnieuw te onderzoeken.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1913 Raad van Discipline Arnhem 10-168

    Afrekening overgenomen toevoeging problematisch. Klacht: geen gevolg geven aan aansporingen deken om medewerking te verlenen aan behoorlijk afrekening. Tegenover klager en deken laatdunkend uitgelaten over klager en daarbij klagers integriteit en wijze van beroepsuitoefening openlijk in twijfel getrokken. Gezien de context en het ontbreken van voldoende onderbouwing was dat onnodig kwetsend en legden die een te grote last op de onderlinge collegiale verhouding. Verweerder had zich dienen te realiseren dat het zijn plicht is om voortvarend tot een afrekening te komen, zonder daar andere zaken bij te betrekken. Gegrond, enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2010:YC0502 Kamer van toezicht Rotterdam 28/09

    Klagers verwijten de notaris de macht – ontleend aan haar kwaliteit van notaris – op een oneigenlijke wijze te hebben gebruikt, namelijk uitsluitend ten eigen bate. Klagers stellen dat de notaris gedreigd heeft met het laten doorgaan van de veiling van de woning van klagers, uitsluitend met het doel daarmee betaling van de nota af te dwingen, waarbij zij de belangen van klagers zeer veronachtzaamd heeft. Klagers verwijten de notaris ook dat zij pertinent heeft geweigerd om op de kwitantie te doen aantekenen dat klagers de contante betaling van € 5.627,34 uitsluitend verrichtten onder voorbehoud van een dreigende veiling van hun woonhuis. Daarnaast verwijten klagers de notaris dat zij de nota voor de veilingkosten aan hen heeft gezonden in plaats van aan Quion, die de opdracht tot het entameren van de veiling heeft gegeven. Ook stellen klagers dat de nota van afrekening te hoog is. Gelet op het feit dat de veiling niet is doorgegaan en het feit dat op diezelfde dag nog vijf veilingen door de notaris zou worden verzorgd, zijn voor de zaalhuur te hoge kosten in rekening gebracht. Tevens verwijten klagers dat de notaris toegestaan c.q. gedoogd heeft dat een van haar medewerkers, te weten de heer mr. [naam], zich de kwaliteit van notaris aanmeet, zonder daartoe bevoegd te zijn. Klagers stellen dat de heer mr. [naam] verwarring heeft gewekt wat betreft zijn kwaliteit onder andere door aan klagers gerichte brieven persoonlijk te ondertekenen, terwijl bovenaan de brieven ‘[naam] Notaris’ is vermeld. Ook geeft de aanduiding achter zijn naam van ‘bijzonder beheer’ geen indicatie over zijn bevoegdheden. Voorts stellen klagers dat de heer mr. [naam] tijdens het bezoek bij klagers thuis heeft opgemerkt: ‘U bent wel voortvarend door de kerstboom neer te zetten’. Klagers achten deze opmerking ongepast. Tot slot verwijten klagers de notaris dat zij door de vermelding ‘Estate-planner’ op haar briefpapier een valse indruk wekt, omdat zij niet als lid is ingeschreven bij de Vereniging van Estate Planners in het Notariaat. Beslissing: in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0534 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/291

    Klager heeft als gevolg van een cholesterolaemie een meervoudige bypass operatie ondergaan. Hij verwijt de cardioloog dat hij het journaal niet heeft bijgehouden en beschikbaar gesteld, dat hij pas na twee jaar een verantwoorde vervanger van Zocor heeft voorgeschreven en dat hij tijdens de consulten niets heeft gedaan met de klachten en de onderbouwing van klager. Het RTC acht de klachten deels gegrond en legt een berisping op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt die beslissing en wijst de oorspronkelijk klacht af.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0528 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/237

    Klaagster is tijdens een trektocht in Nepal ten val gekomen en heeft haar pols gebroken. Van de internist die eveneens op vakantie was, werd door een gids en een drager gevraagd naar de pols te kijken. Verweerder heeft vervolgens uitgelegd dat hij internist was en niets van botten wist en heeft hen geadviseerd een andere arts te zoeken. Klaagster heeft vervolgens een Franse arts getroffen die haar gebroken pols heeft gespalkt. De klacht van klaagster houdt in dat verweerder als Nederlandse arts heeft geweigerd naar klaagster toe te komen om de gevraagde hulp te verlenen. Het RTG heeft de maatregel van waarschuwing opgelegd en de publicatie gelast. De internist is in hoger beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep gegrond bevonden, de bestreden beslissing vernietigd, de klacht alsnog ongegrond verklaard en de publicatie van de beslissing gelast.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0521 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 093/2009

    Klacht tegen psychiater. Klaagster is bekend met een borderline persoonlijkheidsstoornis waarvoor zij langdurig is behandeld. Klaagster verwijt verweerder dat hij het medicatiebeleid niet heeft aangepast en dat hij klaagster onterecht en met geweld heeft gesepareerd. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0535 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/292

    Klaagster verwijt de huisarts i.o. dat zij haar principes/geloofsovertuiging (het dragen van een hoofddoek) heeft laten prevaleren boven de gezondheid van klaagster. Het RTG acht de klacht kennelijk ongegrond omdat er geen sprake is van een weigering van de arts om klaagster te onderzoeken maar het klaagster is die de keuze heeft gemaakt zich onder deze omstandigheden niet te laten onderzoeken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0529 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/253

    Orthopedisch chirurg; heupoperatie. De orthopedisch chirurg heeft bij de echtgenote van klager een heupoperatie uitgevoerd. Volgens klager is bij deze operatie een beenlengteverschil van 2 cm opgetreden, waardoor zijn echtgenote mank loopt en pijnlijke spieren heeft. Volgens klager is van tevoren niet medegedeeld dat er een kans zou zijn op beenlengteverschil. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de heupoperatie lege artis is uitgevoerd. Het beroep van klager is verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0522 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 116/2009

    Klacht tegen huisarts. De klacht betreft de moeder van klaagster, hierna patiënte te noemen. Patiënte had last van haar linkervoet. Huisarts laat een Doppleronderzoek uitvoeren, maar heeft de uitslag hiervan niet goed gelezen waardoor hij de juiste diagnose heeft gemist en patiënte te laat heeft doorverwezen naar een specialist. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2010:YC0504 Kamer van toezicht Rotterdam 03/10

    Klager verwijt de notaris dat hij de hypotheekakte heeft gepasseerd zonder daaraan voorafgaand de in geval van ondercuratelestelling vereiste machtiging van de kantonrechter te verkrijgen. Klager geeft aan dat zijn oom van het geleende geld een tweede auto heeft aangeschaft voor € 23.400,- en deze vervolgens aan een dame heeft verkocht voor € 10.000,- en tevens geldschenkingen aan deze dame heeft gedaan. Volgens klager is slechts € 19.000,- van het geleende geld over. Klager stelt dat zijn oom op deze wijze als curator verkeerd is omgegaan met het geld uit de huwelijksgemeenschap en dat dit mogelijk had kunnen worden voorkomen indien de notaris de vereiste machtiging van de kantonrechter wel had aangevraagd. Ook verwijt klager de notaris dat hij zeer onzorgvuldig is omgegaan met het dossier door zonder toelichting de oom van klager te verzoeken zijn testament en andere officiële documenten over te leggen en deze vervolgens op zijn kantoor kwijt te raken. Tenslotte verwijt klager de notaris dat hij zeer onzorgvuldig heeft gehandeld door niet te reageren op zijn telefoontjes en (aangetekende) brieven. Klager stelt daardoor gehinderd te worden in het afleggen van verantwoording aan de kantonrechter. Beslissing: gegrond met waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0536 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010/016

    Beroep te laat ingediend. De klager heeft geen feiten en/of omstandigheden gesteld die het oordeel kunnen dragen dat beroep is ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verwacht kon worden.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2009:YC0501 Kamer van toezicht Rotterdam 02/09

    Klagers zijn van mening dat de op 22 april 2002 getekende akten onder verdachte omstandigheden zijn ontstaan en ondertekend gelet op de onbekwaamheid van hun vader, die voor de notaris waarmeembaar is geweest. Beslissing: niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0523 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 210/2009

    Klacht tegen huisarts. Klager verwijt verweerder dat hij de diagnose appendicitis heeft gemist. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0530 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/262

    Klaagster heeft een heuprevisieoperatie ondergaan. De orthopedisch chirurg wordt verweten dat hij 1. nalatig is geweest bij het tijdig onderkennen van trombo-emboliën en 2. de revisieoperatie in orthopedisch-technische zin onzorgvuldig heeft uitgevoerd. Het RTC acht het eerste klachtonderdeel gegrond en legt een waarschuwing op. Klaagster komt in hoger beroep tegen afwijzing van het tweede klachtonderdeel. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt dit beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0524 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/141

    Klager verwijt de psychotherapeut dat hij de behandeling na 13 jaar abrupt heeft beëindigd, dat hij klager niet heeft doorverwezen, dat hij heeft geweigerd het patiëntendossier door te sturen en dat hij zijn eigen privé problemen in de therapie heeft verweven. Het RTC heeft geoordeeld geen ne bis in idem en verklaart alle vier de klachtonderdelen gegrond. Het legt aan de psychotherapeut een schorsing van de inschrijving op voor een periode van drie maanden en gelast de publicatie van de beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de psychotherapeut.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2010:YC0505 Kamer van toezicht Rotterdam 31/09

    Klager verwijt de notaris dat hij onjuist en onzorgvuldig heeft gehandeld door te beloven c.q. de suggestie te wekken binnen één week de oprichting van een B.V. te kunnen realiseren. In de praktijk is het onmogelijk deze belofte op reguliere basis waar te maken. De advertentie belooft een resultaat, terwijl een notaris qua snelheid alleen een inspanning kan leveren c.q. garanderen. Ook staat het de notaris niet vrij in de advertentie te overdrijven en details achterwege te laten, aangezien het publiek en collega’s ervan uit mogen gaan dat alles wat een notaris beweert zonder meer waar is. Voorts verwijt klager de notaris zich niet als een goede collega te gedragen door in het marktgebied van klager te adverteren met een niet waar te maken notariële dienst en door te weigeren de advertentie te rectificeren. Door de advertentie kunnen cliënten ten onrechte de indruk krijgen dat zij voor het oprichten van een B.V. zich beter tot de notaris kunnen wenden dan tot een collega-notaris, zoals klager. Tenslotte wordt de notaris verweten dat hij ten onrechte de indruk wekt dat alleen zijn kantoor de in de advertentie vermelde dienst verleent. Door een termijn van één week te vermelden, suggereert hij een uniek product te hebben. De wijze waarop de notaris zich door middel van de advertentie op de markt profileert is naar de opvatting van klager in strijd met de artikelen 1, 17 en 26 van de Verordening beroeps- en gedragsregels (hierna: Vbg). Beslissing: verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0531 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/264

    Klacht tegen psychiater. Psychiater is door de rechtbank in het kader van een beroepsprocedure tegen een op grond van de WAO aan klager toegekende uitkering benoemd als deskundige. Klager verwijt de psychiater (1) ten onrechte te hebben aangenomen dat er geen lichamelijke oorzaak is voor de (pijn)klachten van klager en/of geen nader onderzoek daarnaar heeft geadviseerd (2); ten onrechte geen persoonlijkheidsstoornis te hebben vastgesteld en/of geen nader onderzoek daarnaar geadviseerd te hebben en (3) te zijn uitgegaan van het alcoholgebruik van de laatste tijd en niet van dat op 30 juli 2006. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht verworpen. Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat bij de beoordeling van het door klager betwiste rapport moet worden gelet op het doel waarvoor dit rapport is uitgebracht, en de feiten en omstandigheden die bij het uitbrengen van het rapport van belang waren en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2009:YC0509 Kamer van toezicht Rotterdam 25/08

    Klagers stellen dat hun uit notariële bron werd verzekerd dat de notaris bij een veiling verplicht is contact op te nemen met de eigenaren om de veiling en de waarde van het te veilen object te bespreken. Aangezien met klagers geen contact is opgenomen door notaris zou notaris klachtwaardig hebben gehandeld. Klagers zijn van mening dat de notaris onjuiste informatie heeft verstrekt over het te veilen object inzake de legaliteit van de ligplaats en de daarmee samenhangende waarde. Volgens klagers heeft notaris onjuiste gegevens vermeld in de aankondiging van de veiling. Beslissing: klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0525 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/221

    Tandarts. Klachten over de informatieverschaffing, behandeling en bejegening. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachten in alle onderdelen gegrond en waarschuwt de arts. Door niet te verschijnen ter zitting en lacuneus verweer wordt tandarts geacht de juistheid van klaagsters stellingen te erkennen. Hoewel de klachten elk afzonderlijk beschouwd van weinig gewicht zijn, roepen zij in samenhang het beeld op van een niet professioneel en onbehouwen optredend tandarts. De tandarts was voorts door een eerdere uitspraak een gewaarschuwd man, aldus het Regionaal Tuchtcollege. In beroep heeft de tandarts de hem gemaakte verwijten gemotiveerd betwist. Het Centraal Tuchtcollege acht de klachten in het licht van het gevoerde verweer onvoldoende onderbouwd. Volgt vernietiging van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en ongegrond verklaring van de klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0532 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/284

    Klager verwijt psychiater op onjuiste gronden de diagnose schizofrenie van het ongedifferentieerde type met katatone kenmerken te hebben gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege acht voor het aan de psychiater gemaakte verwijt geen aanknopingspunten aanwezig en verklaart de klacht ongegrond. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0526 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/235

    Betreft een klacht tegen een arts verbonden aan een GGZ-instelling voor verslavingszorg. De klacht houdt in dat de arts klager ten onrechte de door hem gevraagde methadonverstrekking heeft geweigerd en hem gesprekken heeft opgedrongen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld door klager eerst voor medisch behandeling naar zijn huisarts of longarts te verwijzen en dat niet is gebleken dat hem gesprekken zijn opgedrongen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege bevestigd.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2009:YC0510 Kamer van toezicht Rotterdam 07/09

    Klagers stellen dat zij verrast zijn door het feit dat zij vlak voor het passeren de aflossingsnota kregen overhandigd, terwijl de aflossingsnota de dag ervoor al naar notaris was gefaxt. Notaris heeft aangegeven de boeterente tot nader order in depot te houden en daarop mochten klagers vertrouwen. Ondanks de mededeling van notaris dat de vergoedingsrente in depot gehouden zou worden en klagers uitdrukkelijk hadden aangegeven dat notaris niet tot uitbetaling over mocht gaan, heeft notaris toch van de kwaliteitsrekening de boeterente aan de Rabobank uitbetaald. De onderhandelingspositie van klagers inzake het geschil over de vergoedingsrente is hierdoor verslechterd, aangezien de Rabobank het geld ontvangen heeft en verder geen belang meer heeft in onderhandeling te treden met klagers. Klagers verwijten notaris dat zij hen had moeten informeren dat zonder toestemming van de Rabobank de boeterente niet in depot gehouden kon worden. Notaris had niet achteraf moeten ontkennen dat de verplichting tot het in depot houden niet bestond. Beslissing: gegrond met waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0533 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/285

    Klacht tegen freelance verzekeringsarts, werkzaam voor herkeuringsinstelling. Klager is in opdracht van de gemeente opgeroepen voor een herkeuring met betrekking tot een vervoersvoorziening. Volgens klager is hij opgeroepen op oneigenlijke gronden, namelijk omdat hij veel klachten indient. Klager verwijt de arts dat deze hem heeft opgeroepen zonder onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van de herkeuring. Klacht is afgewezen door het Regionaal Tuchtcollege. Beroep tegen dit oordeel verworpen door het Centraal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0527 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/236

    Klacht tegen verzekeringsarts, werkzaam bij de Pensioen en- Uitkeringsraad. Klager heeft een herzieningsverzoek ingediend tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wubo. Klager verwijt arts dat deze in dat kader een onjuist rapport heeft opgesteld en dat hij buiten zijn deskundigheidsgebied is getreden nu hij geen psychiater is. Klacht is afgewezen door het Regionaal Tuchtcollege. Beroep tegen dit oordeel verworpen door het Centraal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0520 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 059/2009

    Klacht tegen psychiater. Klaagster is bekend met een borderline persoonlijkheidsstoornis waarvoor zij langdurig is behandeld. Klaagster verwijt verweerder dat hij teveel medicatie heeft voorschreven en haar niet wilde opnemen als het slecht met haar ging. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TACAKN:2010:YH0028 Accountantskamer Zwolle 10/10 Wtra AK

    Aanvang driejaarstermijn zodra bij klagers bezwaren rijzen n.a.v. de uitkomst van een door betrokkenen uitgebrachte waardering. Deze termijn vangt niet pas aan nadat nader overleg met betrokkenen is gevoerd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0516 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 H 186

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij als behandelend arts van haar ex-partner een geneeskundige verklaring heeft afgegeven waarin hij zijn oordeel heeft gegeven over de (medische) geschiktheid van deze ex-partner om werk te verrichten. De huisarts heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Het College acht de klacht gegrond en legt de huisarts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0517 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-002

    Klaagster verwijt de arts dat hij tekort is geschoten in de ten aanzien van klaagster te betrachten zorg door zonder haar toestemming een (nadere) verklaring af te geven aan de Raad voor de Kinderbescherming, terwijl bovendien de verstrekte informatie nauwelijks op eigen waarneming van de arts kon zijn gebaseerd en ook onjuist was. De arts heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. Het College oordeelt dat de klacht gegrond is en legt de arts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0518 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 H 183

    Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij voor aanvang van de eerste operatie slecht heeft gecommuniceerd over de eventuele risico’s van de operatie, bij de eerste operatie een onbetrouwbare methode ter bepaling van het niveau heeft gebruikt, tijdens de operatie op het verkeerde niveau heeft geopereerd en pas na afloop van de tweede operatie klaagster ervan in kennis heeft gesteld dat hij eerder op het verkeerde niveau had geopereerd. De neurochirurg heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. Het College wijst de klacht in haar geheel af.

  • ECLI:NL:TACAKN:2010:YH0025 Accountantskamer Zwolle 09/2153 Wtra AK

    Artikelen 5 en 24, tweede lid GBAA. Schijn van afhankelijkheid opgewekt en daardoor afbreuk gedaan aan het vertrouwen dat door het maatschappelijk verkeer in accountants wordt gesteld, door onder de gegeven omstandigheden tegelijkertijd de belangen van en moeder en (het bedrijf van) een van haar kinderen te behartigen, terwijl moeder dat kind - en diens nazaten - in hoge mate bevoordeelt boven haar andere kinderen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0519 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 H 216a

    Klager verwijt de arts, die als lid-geneeskundige deelnam aan de beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CT) met betrekking tot klager, dat hij door zijn conclusie in deze beslissing klager als beroepsbeoefenaar schade heeft berokkend en dat door zijn conclusie het vertrouwen is beperkt in de wijze waarop klager de individuele gezondheidszorg bedrijft. Het College verklaart in raadkamer klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TACAKN:2010:YH0026 Accountantskamer Zwolle 10/9 Wtra AK

    Aanvang driejaarstermijn zodra bij klagers bezwaren rijzen n.a.v. de uitkomst van een door betrokkenen uitgebrachte waardering. Deze termijn vangt niet pas aan nadat nader overleg met betrokkenen is gevoerd.

  • ECLI:NL:TACAKN:2010:YH0027 Accountantskamer Zwolle 10/292 Wtra AK

    Eventuele beroepsfouten ter zake verleende diensten door de voorganger van de naderhand aangestelde accountant zijn deze tuchtrechtelijk niet te verwijten, ook niet indien de naderhand aangestelde accountant de schuldvorderingen met betrekking tot die verleende diensten van zijn voorganger op klaagster/cliente heeft overgenomen en bij klaagster/cliente naderhand invordert. Indien een client op grond van omstandigheden, die binnen diens risicosfeer liggen, de relatie met de accountant verbreekt, kan deze niet verweten worden dat hij niet tijdig voor een aangifte heeft zorg gedragen, waarvoor op het moment van beeindiging van de relatie krachtens een uitstelregeling nog (voldoende) tijd was.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0514 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/099

    De klacht betreft de behandeling van klaagsters zoontje, verder patiëntje te noemen. Patiëntje is bekend met multipele congenitale afwijkingen. Klaagster verwijt beide kinderartsen –kort en zakelijk weergegeven- dat zij zijn tekortgeschoten in de zorg die patiëntje van hen mocht verwachten onder andere door ten onrechte een AMK melding te doen. Klaagster verwijt de revalidatiearts, die aan hetzelfde ziekenhuis verbonden is als de kinderartsen, dat hij een advies aan een gezins- en voogdij instelling heeft uitgebracht zonder het patiëntje te kennen en hem te hebben gezien. Alle drie de artsen hebben de klacht gemotiveerd betwist. De klachten werden gezamenlijk ter terechtzitting behandeld. In de zaken 09/097 en 09/098 heeft het college de klacht afgewezen. Het college oordeelde in beide zaken met betrekking tot de melding bij het AMK dat de kinderarts in de zaak 09/097 -nadat zij informatie over het patiëntje had ingewonnen- terecht direct actie had ondernomen en conform de KNMG Meldcode en Stappenplan “Artsen en kindermishandeling” had gehandeld, waarbij in de zaak 09/098 werd vooropgesteld dat de kinderarts slechts terloops betrokken was geweest bij de melding aan het AMK. In de zaak 09/099 heeft het college de revalidatiearts een waarschuwing opgelegd. Het college oordeelde dat de arts verwarring en onduidelijkheid ten aanzien van zijn rol en functie had veroorzaakt door zich in een e-mail aan de gezins-en voogdijinstelling te presenteren als (kinder)revalidatie arts terwijl hij in zijn hoedanigheid van medisch adviseur een advies had uitgebracht. Voorts was de onafhankelijkheid onvoldoende gewaarborgd, nu de revalidatiearts feitelijk het handelen van zijn collega’s had getoetst. Het college oordeelde dat in de gegeven omstandigheden –ernstig gehandicapt patiëntje met multipele afwijkingen- het zorgvuldiger was geweest dat de revalidatie arts in dit geval patiëntje had gezien en niet alleen op basis van de stukken en foto’s had geoordeeld. Ook was het advies niet met de vereiste mate van zorgvuldigheid opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0515 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/220

    Klaagster verweet de kinderarts –samengevat weergegeven- dat hij uitsluitend op zichtbare gronden sexueel misbruik van haar dochtertje door haar vader heeft uitgesloten, medische informatie heeft verstrekt aan een niet-arts van het AMK en voorts dat hij geen actie heeft ondernomen de formulering van de aan het AMK gedane melding te corrigeren. De kinderarts heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het college heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard en de klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0510 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 0959a

    Klaagster verwijt verweerder dat hij haar niet heeft geïnformeerd over de behandeling, geen anamnese heeft afgenomen en bij het eerste contact tot behandeling is overgegaan. Verweerder heeft gemotiveerd verweerder gevoerd. Het college is van oordeel dat de voorbereiding van de behandelingen vooral op het gebied van het informed consent niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Dit geldt ook voor de dossiervorming. Daarbij hebben de Aquamid-injecties op een onjuiste locatie plaatsgevonden. In zoverre gegrond. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat verweerder onjuist heeft gehandeld met betrekking tot het inspuiten van de Bio-Alcamid. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0511 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 0950a

    Klaagster verwijt verweerder dat hij haar niet heeft geïnformeerd over de behandeling, geen anamnese heeft afgenomen, bij het eerste contact tot behandeling is overgegaan, klaagster onzorgvuldig en hardhandig heeft behandeld en kwetsende opmerkingen heeft gemaakt. Verweerder heeft gemotiveerd verweerder gevoerd. Het college is van oordeel dat de voorbereiding van de behandeling onvolledig en onzorgvuldig is geweest en de dossiervoering tekortschiet. In zoverre gegrond. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat verweerder bij de behandelingen is tekortgeschoten. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0512 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/097

    De klacht betreft de behandeling van klaagsters zoontje, verder patiëntje te noemen. Patiëntje is bekend met multipele congenitale afwijkingen. Klaagster verwijt beide kinderartsen –kort en zakelijk weergegeven- dat zij zijn tekortgeschoten in de zorg die patiëntje van hen mocht verwachten onder andere door ten onrechte een AMK melding te doen. Klaagster verwijt de revalidatiearts, die aan hetzelfde ziekenhuis verbonden is als de kinderartsen, dat hij een advies aan een gezins- en voogdij instelling heeft uitgebracht zonder het patiëntje te kennen en hem te hebben gezien. Alle drie de artsen hebben de klacht gemotiveerd betwist. De klachten werden gezamenlijk ter terechtzitting behandeld. In de zaken 09/097 en 09/098 heeft het college de klacht afgewezen. Het college oordeelde in beide zaken met betrekking tot de melding bij het AMK dat de kinderarts in de zaak 09/097 -nadat zij informatie over het patiëntje had ingewonnen- terecht direct actie had ondernomen en conform de KNMG Meldcode en Stappenplan “Artsen en kindermishandeling” had gehandeld, waarbij in de zaak 09/098 werd vooropgesteld dat de kinderarts slechts terloops betrokken was geweest bij de melding aan het AMK. In de zaak 09/099 heeft het college de revalidatiearts een waarschuwing opgelegd. Het college oordeelde dat de arts verwarring en onduidelijkheid ten aanzien van zijn rol en functie had veroorzaakt door zich in een e-mail aan de gezins-en voogdijinstelling te presenteren als (kinder)revalidatie arts terwijl hij in zijn hoedanigheid van medisch adviseur een advies had uitgebracht. Voorts was de onafhankelijkheid onvoldoende gewaarborgd, nu de revalidatiearts feitelijk het handelen van zijn collega’s had getoetst. Het college oordeelde dat in de gegeven omstandigheden –ernstig gehandicapt patiëntje met multipele afwijkingen- het zorgvuldiger was geweest dat de revalidatie arts in dit geval patiëntje had gezien en niet alleen op basis van de stukken en foto’s had geoordeeld. Ook was het advies niet met de vereiste mate van zorgvuldigheid opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0513 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/098

    De klacht betreft de behandeling van klaagsters zoontje, verder patiëntje te noemen. Patiëntje is bekend met multipele congenitale afwijkingen. Klaagster verwijt beide kinderartsen –kort en zakelijk weergegeven- dat zij zijn tekortgeschoten in de zorg die patiëntje van hen mocht verwachten onder andere door ten onrechte een AMK melding te doen. Klaagster verwijt de revalidatiearts, die aan hetzelfde ziekenhuis verbonden is als de kinderartsen, dat hij een advies aan een gezins- en voogdij instelling heeft uitgebracht zonder het patiëntje te kennen en hem te hebben gezien. Alle drie de artsen hebben de klacht gemotiveerd betwist. De klachten werden gezamenlijk ter terechtzitting behandeld. In de zaken 09/097 en 09/098 heeft het college de klacht afgewezen. Het college oordeelde in beide zaken met betrekking tot de melding bij het AMK dat de kinderarts in de zaak 09/097 -nadat zij informatie over het patiëntje had ingewonnen- terecht direct actie had ondernomen en conform de KNMG Meldcode en Stappenplan “Artsen en kindermishandeling” had gehandeld, waarbij in de zaak 09/098 werd vooropgesteld dat de kinderarts slechts terloops betrokken was geweest bij de melding aan het AMK. In de zaak 09/099 heeft het college de revalidatiearts een waarschuwing opgelegd. Het college oordeelde dat de arts verwarring en onduidelijkheid ten aanzien van zijn rol en functie had veroorzaakt door zich in een e-mail aan de gezins-en voogdijinstelling te presenteren als (kinder)revalidatie arts terwijl hij in zijn hoedanigheid van medisch adviseur een advies had uitgebracht. Voorts was de onafhankelijkheid onvoldoende gewaarborgd, nu de revalidatiearts feitelijk het handelen van zijn collega’s had getoetst. Het college oordeelde dat in de gegeven omstandigheden –ernstig gehandicapt patiëntje met multipele afwijkingen- het zorgvuldiger was geweest dat de revalidatie arts in dit geval patiëntje had gezien en niet alleen op basis van de stukken en foto’s had geoordeeld. Ook was het advies niet met de vereiste mate van zorgvuldigheid opgesteld.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1010 Raad van Discipline Arnhem 10-07

    Beslissing dat klager in zijn verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk was is in verzet bekrachtigd. Alle overgelegde productie waren de raad al uit de oorspronkelijke klachtzaak bekend. Geen novum. Geen verschijningsplicht voor verweerder/verweerster.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1011 Raad van Discipline Arnhem 10-08

    Beslissing dat klager in zijn verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk was is in verzet bekrachtigd. Alle overgelegde productie waren de raad al uit de oorspronkelijke klachtzaak bekend. Geen novum. Geen verschijningsplicht voor verweerder/verweerster.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1009 Raad van Discipline Arnhem 10-11 (B165-2009)

    klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond, verzet tegen die beslissing ongegrond. De wijze waarop verweerder klagers klachten over de wijze van instructie van zijn /haar klacht door een andere deken heeft onderzocht is correct geweest. Hij behoefde de oorspronkelijke klacht die al door die andere deken was onderzocht niet opnieuw te onderzoeken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0508 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/232

    Klager heeft een niertransplantatie ondergaan, waarbij klaagster een nier aan hem heeft gedoneerd. Zij verwijten beide huisartsen onzorgvuldig jegens hen te hebben gehandeld door onder andere preoperatief te verzuimen regelmatig bloeddrukcontroles en bloedonderzoek bij klager te verrichten en voorts door hen postoperatief onvoldoende te begeleiden. Beide huisartsen hebben de klacht ten dele erkend en ten dele gemotiveerd betwist. Het college heeft de klachten gegrond verklaard en beide huisartsen de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0509 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/233

    Klager heeft een niertransplantatie ondergaan, waarbij klaagster een nier aan hem heeft gedoneerd. Zij verwijten beide huisartsen onzorgvuldig jegens hen te hebben gehandeld door onder andere preoperatief te verzuimen regelmatig bloeddrukcontroles en bloedonderzoek bij klager te verrichten en voorts door hen postoperatief onvoldoende te begeleiden. Beide huisartsen hebben de klacht ten dele erkend en ten dele gemotiveerd betwist. Het college heeft de klachten gegrond verklaard en beide huisartsen de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0503 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2008 O 218f

    Klaagster trekt ter zitting haar klacht tegen de huisarts in. Het College staakt de behandeling van de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0504 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 O 075

    Klaagster verwijt de arts dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen, onvoldoende onderzoek heeft verricht en medicatie heeft voorgeschreven die vanwege de zwangerschap van klaagster niet had mogen worden voorgeschreven. De arts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College wijst de klacht op al zijn onderdelen als ongegrond af.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0505 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 O 169

    De Inspectie verwijt de huisarts ernstig grensoverschrijdend gedrag. De arts heeft erkend een relatie te zijn aangegaan met twee patiëntes, maar stelt dat de Inspectie gezien het tijdsverloop niet in haar klacht kan worden ontvangen. Het College wijst het verweer dat de Inspectie vanwege tijdsverloop niet in haar klacht kan worden ontvangen af en beslist om de inschrijving van de huisarts in het register ex artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg gedurende een jaar te schorsen, maar deze maatregel voorwaardelijk op te leggen, zulks met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0506 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/274

    Klager verwijt de (wnd) huisarts dat deze ten behoeve van zijn ex-echtgenote een verklaring heeft afgegeven, welke verklaring is gebruikt in een juridische procedure en onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. De huisarts heeft erkend dat zij onjuist heeft gehandeld en kreeg de maatregel van een waarschuwing opgelegd.