Zoekresultaten 2651-2700 van de 48204 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2705

    Klacht tegen een chirurg. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is. de chirurg heeft klaagster eind januari 2021 geopereerd. Begin februari 2021 heeft een nabespreking plaatsgevonden. De chirurg heeft klaagster medegedeeld dat zij – in samenspraak met het multidisciplinaire behandelteam – radiotherapie en chemotherapie adviseerde, waarna klaagster is verwezen naar de radiotherapeut en de internist. Klaagster verwijt de chirurg dat zij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Klaagster verwijt de chirurg ook dat het medisch dossier fouten bevat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:162 Raad van Discipline Amsterdam 25-298/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft klager niet op de hoogte gehouden van het procesverloop, hij heeft gemaakte afspraken niet schriftelijk vastgelegd, niet gereageerd op e-mails en herhaalde verzoeken om contact van klager, klager niet geïnformeerd over zijn hoger beroepsmogelijkheden en hem onjuist geïnformeerd over de mogelijkheid tot indiening van stukken. Verweerder is daarmee tekortgeschoten in de behartiging van de belangen van klager en dat is onzorgvuldig en onbetamelijk. De verweten gedragingen raken aan de kernwaarden deskundigheid en integriteit. Alhoewel verweerder ter zitting wel enig inzicht heeft gegeven in zijn handelen, neemt dit niet weg dat zijn gedragingen ernstig verwijtbaar zijn. Mede gelet ook op de eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen van verweerder acht de raad het opleggen van een voorwaardelijke schorsing van vier weken thans passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:163 Raad van Discipline Amsterdam 25-282/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond. Verweerder kon en mocht er naar het oordeel van de raad vanuit gaan dat klager 1 niet werd bijgestaan door een advocaat. Dat er voor verweerder redenen bestonden om aan te nemen dat dit anders was en dat hij klager 1 daarom niet rechtstreeks had mogen aanschrijven, is door klagers verder niet onderbouwd en dit is de raad ook overigens niet gebleken. Van een schending van de gedragsregel 25 is geen sprake. Evenmin is het de raad gebleken dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden waarvan hij de onwaarheid kende of kon kennen. Van een schending van gedragsregel 8 is daarom ook geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:164 Raad van Discipline Amsterdam 25-232/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn optreden als advocaat van (mede) de Commissarissen. Evenmin is de raad gebleken dat verweerder hierover op enig moment onwaarheden zou hebben verkondigd. Van een schending van de gedragsregels 8 en 9 is geen sprake. Daarnaast heeft verweerder in zijn berichten aan klager steeds toegelicht waarom hij van mening was dat klager gedragsregel 25 schond. Dat klager het hiermee niet eens was en dat hierover een verschil van inzicht tussen hen bestond, betekent niet dat verweerder gedragsregel 24 zou hebben geschonden of dat hij met de berichten hierover aan klager op enige andere wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:160 Raad van Discipline Amsterdam 25-126/A/A

    Raadsbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:161 Raad van Discipline Amsterdam 25-223/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8173

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Klager heeft een MRI-scan laten verrichten bij een diagnostisch centrum. Verweerder beoordeelt als zelfstandig gevestigd radioloog in opdracht van dit diagnostisch centrum MRI-scans. In die hoedanigheid heeft hij ook de MRI-scan van klager beoordeeld. Klager maakt de radioloog meerdere verwijten over deze beoordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:175 Hof van Discipline 's Gravenhage 250301

    Afwijzing verzoek verwijzing. Een duidelijke klachtomschrijving ontbreekt zodat niet duidelijk is welk tuchtrechtelijk verwijt klaagster maakt aan verweerster. De algemene klacht-omschrijving richt zich op de werkwijze van de Orde van Advocaten (en verweerster) bij de behandeling van een verzoek van klaagster tot aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Dit verzoek is evenwel niet door klaagster inhoudelijk behandeld maar door de deken van een andere orde. Klachten die klaagster heeft over de wijze waarop verweerster zich jegens klaagster heeft opgesteld of heeft gehandeld, kan klaagster indienen bij de Orde van advocaten te Amsterdam op basis van de interne klachtenregeling van die Orde. Het klachtrecht in de zin van de Advocatenwet is niet bedoeld om de werkwijze van de Amsterdamse orde van advocaten aan de orde te stellen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8172

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. De radioloog heeft een röntgenfoto van de borstkas (x-thorax) en een röntgenfoto van het borstbeen (x-sternum) van klager beoordeeld. De klacht heeft betrekking op deze beoordeling en de verslaglegging daarvan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:176 Hof van Discipline 's Gravenhage 250299

    Naar het oordeel van de voorzitter is van een duidelijke, concreet onderbouwde klacht over verweerster geen sprake. Verweerster heeft overeenkomstig artikel 13 Advocatenwet een advocaat aangewezen aan klaagster en daarmee gehandeld overeenkomstig haar wettelijke verplichting. De klacht van klaagster over verweerster is verder in algemene woorden geformuleerd. Een duidelijke toelichting op de klacht ontbreekt, evenals een nadere concretisering of onderbouwing. Hierdoor is het voor verweerster niet duidelijk waartegen zij zich zou moeten verweren.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8153

    Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klager is vijftien jaar patiënt geweest van de huisarts. Voordat klager zich heeft uitgeschreven uit de praktijk van de huisarts, is hij veelvuldig op consult geweest, onder meer vanwege cognitieve klachten en tremoren en later ook vanwege een zwelling ter plaatse van zijn borstbeen. Klager maakt de huisarts uiteenlopende verwijten over de wijze waarop hij heeft gehandeld ten aanzien van deze klachten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8171

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. De radioloog heeft een röntgenfoto van de borstkas (x-thorax) en een röntgenfoto van het borstbeen (x-sternum) van klager beoordeeld. De klacht heeft betrekking op deze beoordeling en de verslaglegging daarvan.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7867

    Klacht tegen een arts werkzaam op de afdeling dermatologie kennelijk ongegrond. Klaagster werd verwezen in verband met huidklachten en kreeg antibiotica voorgeschreven. Bij ‘verse’ plekken (huiduitslag) kon klaagster terugkomen. Klaagster nam een paar maanden daarna contact op en werd vervolgens door verweerster op consult voor een herbeoordeling gezien. Klaagster vindt onder meer dat zij onvoldoende behandeling heeft gekregen en er onterecht geen nader diagnostisch onderzoek is gedaan. Het college oordeelt dat er op dat moment geen reden was voor aanvullende diagnostiek en verweerster verder ook geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8213

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager verblijft op basis van een opgelegde tbs met dwangverpleging in een tbs-kliniek. De psychiater is als behandelend psychiater betrokken bij de behandeling. Klager is het niet eens met het besluit over te gaan tot een gedwongen behandeling met medicatie (ook wel a-dwangbehandeling). Het college oordeelt dat de psychiater uitgebreid en zorgvuldig onderbouwd heeft waarom een dwangbehandeling volgens hem noodzakelijk was en waarom is voldaan aan de voorwaarden van doelmatigheid, subsidiariteit en proportionaliteit. De psychiater kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8174

    Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. Klager is door de huisarts naar de internist verwezen vanwege een zwelling op zijn borstbeen. De internist heeft onderzoek verricht. Daarna heeft de internist klager op zijn verzoek verwezen naar een ander ziekenhuis voor een second opinion. Klager maakt de internist verschillende verwijten over onder meer haar onderzoek, bevindingen, verwijzing en bejegening.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8175

    Klacht tegen oncologisch chirurg kennelijk ongegrond. Klager is door de huisarts naar de internist verwezen vanwege een zwelling op zijn borstbeen. Nadat deze onderzoek had verricht en haar bevindingen met klager had besproken, heeft de internist klager op zijn verzoek verwezen naar een expertisecentrum van een ander ziekenhuis. Hier heeft de oncologisch chirurg klager gezien en onderzoek verricht. Klager maakt de oncologisch chirurg uiteenlopende verwijten over onder meer het door haar verrichte onderzoek en haar bevindingen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:85 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760617 / DW RK 24/420 EdV/WdJ

    Klacht ongegrond. Er is geen sprake van uitoefenen van een oneigenlijke druk.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:86 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757285 / DW RK 24/343 EdV/WdJ

    Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich over de in rekening gebrachte kosten en het niet reageren op zijn e-mails. Het is weliswaar niet correct om de toegezegde specificaties niet conform afspraak aan klager te verstrekken, maar klager is in dit geval niet in zijn belangen is geschaad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:87 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759608 / DW RK 24/396 EdV/WdJ

    Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd. Er is niet altijd op e-mailberichten van klager gereageerd. Ook is geen bewijs van de laatste stuitingshandeling verstrekt, ondanks verzoeken hiertoe.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:88 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/761236 / DW RK 24/434 EdV/WdJ

    De gerechtsdeurwaarder heeft aangifte gedaan van onttrekking van een voertuig dat niet op naam van klaagster staat. De gerechtsdeurwaarder heeft de fout erkend en excuses en schadevergoeding aangeboden. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:89 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758947 / DW RK 24/380 EdV/WdJ

    Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd. De hoogte van de beslagvrije voet is geen kwestie die ter beoordeling van de kamer staat. De gerechtsdeurwaarder heeft niet (tijdig) op e-mailberichten van klager gereageerd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:90 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/761011 / DW RK 24/429 EdV/WdJ

    Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er over dat er beslag op zijn bankrekeningen is gelegd, terwijl er een verzetsprocedure liep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:203 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-499/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:82 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755899 / DW RK 24/312

    Op grond van vaste jurisprudentie wordt van een gerechtsdeurwaarder verwacht dat hij/zij brieven en e-mailberichten met betrekking tot een bij hem/haar in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn, te weten rond twee weken, beantwoordt. Gebleken is dat niet voldoende (tijdig) is gereageerd op de brieven van klager. Maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:204 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-506/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een curator deels niet-ontvankelijk (wegens overschrijding van de klachttermijn) en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:83 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759914 / DW RK 24/402 BB/RH

    Beslissing op verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf toegepast.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:205 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-507/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Dat verweerder klager op intimiderende en bedreigende wijze telefonisch te woord heeft gestaan, kan de voorzitter niet vaststellen. Verweerder heeft van dat gesprek een andere lezing gegeven. Klager stelt nog dat hem niet eerder is overkomen dat een advocaat van de wederpartij rechtstreeks contact met hem heeft gelegd zonder te vragen of hij al dan niet werd vertegenwoordigd door een advocaat. De voorzitter leidt daaruit af dat klager zelf op het moment van het eerste telefoongesprek met verweerder op de hoogte was van zijn mogelijkheid om een advocaat in te schakelen. Daar komt bij dat klager op dat moment nog niet de wederpartij van de cliënt van verweerder was. Verweerder heeft niet in het formulier aan de rechtbank gelogen omdat hij klager feitelijk heeft gevraagd om opgave verhinderingen en die niet heeft gekregen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:84 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762796 / DW RK 25/16 BB/RH

    Beslissing op verzet. De voorzitter heeft bij de oorspronkelijke beslissing de juiste maatstaf toegepast.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-44 en 24-54

    [A] heeft achteraf vernomen dat de door haar gehouden aandelen in zowel [G] als in [F] aan [B] zijn geleverd door twee akten van levering die door de notaris zijn gepasseerd. [A] was hiervan niet op de hoogte. Verder wordt de notaris verweten dat er zonder dat klaagster daarvan in kennis is gesteld een nieuwe gewijzigde koopoptie tot stand is gekomen waarin ten aanzien van het kantoorpand is bepaald dat klaagster aan vader en moeder een voorkeursrecht c.q. koopoptie verleent met betrekking tot het pand. Beide klachten zijn gegrond verklaard en aan de notaris is de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:202 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-498/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een klachtenfunctionaris. Het stond verweerder vrij om de klacht te betwisten. Hij was niet gehouden om met de gemachtigde van klaagster te blijven corresponderen of om in overleg te treden over een minnelijke regeling. Hoewel een advocaat zich in beginsel dient te onthouden van het belemmeren van de laagdrempelige toegang tot de tuchtrechter, betekent dit niet dat een beklaagde advocaat alles van een klagende partij dient te dulden. Verweerder heeft grenzen mogen stellen nadat de gemachtigde van klaagster zich niet heeft willen neerleggen bij verweerders visie op de klacht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-8

    Klager verwijt de notaris nalatig handelen. De notaris heeft vooraf de betaling toegezegd, hij heeft vervolgens bij het passeren gebruik gemaakt van de royementsvolmacht waarvoor betaling uitdrukkelijk als voorwaarde was gesteld, maar heeft gedurende al meer dan drie maanden niet uitbetaald en ook niet gereageerd op de brieven, e-mails en terugbelverzoeken van klager. Vast staat dat klager een directe aanspraak had op uitbetaling door de notaris van het bedrag aan de deurwaarder en dat de notaris dit zonder grond niet tijdig heeft betaald. Door dit nalaten en het niet adequaat reageren op brieven, e-mails en terugbelverzoeken van klager, heeft de notaris onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klager. Hij heeft niet de zorgvuldigheid betracht die van een notaris verwacht mag worden. De klacht is gegrond. In eerdere klachten zijn aan de notaris reeds de maatregelen van schorsing opgelegd voor respectievelijk één week, vier weken en één maand (in 2014, 2015 en 2019). De laatst opgelegde schorsing is weliswaar zes jaar geleden, maar de kamer constateert dat ook aan de eerdere klachtprocedures, het stelselmatig niet reageren ten grondslag lag. Er is dus sprake van een patroon van niet reageren. Het vertrouwen in het notariaat is hierdoor geschaad. De kamer legt de notaris de maatregel van schorsing voor de duur van zes weken op.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:59 Accountantskamer Zwolle 25/587 Wtra AK

    Gegronde klacht. Betrokkene krijgt maatregel van de tijdelijke doorhaling voor de duur van één jaar opgelegd. Kantoortoetsing. Betrokkene heeft een accountantskantoor. Klaagster heeft, na een reguliere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. De vier getoetste dossiers zijn onvoldoende bevonden. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing in opzet en werking niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Ook meent klaagster dat de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd, niet voldoet. De Accountantskamer is van oordeel dat de klacht grotendeels gegrond is. In de vier dossiers zijn tekortkomingen geconstateerd nadat (de derde versie van) het verbeterplan van betrokkene onder voorwaarden was goedgekeurd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:222 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7810

    Deels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de nek. Klager verwijt de fysiotherapeut dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en een onjuist dossier heeft opgesteld. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut onvoldoende oog heeft gehad voor de ernstige gele vlaggen (psychosociale factoren die herstel kunnen belemmeren) bij klager. De gestelde diagnose is wetenschappelijk omstreden en past daarmee niet binnen het domein van de reguliere fysiotherapie. Daar komt bij dat de fysiotherapeut de nek veel langer heeft behandeld dan voorgeschreven in de toepasselijke richtlijn: de KNGF-richtlijn Nekpijn. De klacht over de dossiervoering is ongegrond. Gedeeltelijk gegrond. Beslissing met publicatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:156 Raad van Discipline Amsterdam 24-838/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Klager heeft van verweerder geen hulp gekregen bij de problemen waarvoor hij zich tot verweerder had gewend. Verweerder had de standaard-ingebrekestelling niet mogen versturen en hij had klager hiervoor ook niet mogen laten betalen. De kwaliteit van de door verweerder geleverde dienst is duidelijk onder de maat geweest. Verweerder lijkt zijn fout bovendien maar nauwelijks in te willen zien. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel neemt de raad ook in aanmerking hetgeen is overwogen en beslist in de andere in de beslissing genoemde klachtzaak en het dekenbezwaar tegen verweerder, die gelijktijdig met de onderhavige klachtzaak bij de raad aanhangig zijn. Gezien de aard, de ernst en de omvang van het dekenbezwaar en van de (gegrond bevonden) klachten, in samenhang met eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, en gelet op het vertrouwen dat in de advocatuur moet kunnen worden gesteld, is de raad van oordeel dat schrapping van het tableau van verweerder dient te volgen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:157 Raad van Discipline Amsterdam 24-763/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening is deels gegrond. Verweerder heeft niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van hem in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel neemt de raad ook in aanmerking hetgeen is overwogen en beslist in de andere in deze beslissing genoemde klachtzaak en in het dekenbezwaar tegen verweerder, die gelijktijdig met de onderhavige klachtzaak bij de raad aanhangig waren. Gezien de aard, de ernst en de omvang van beide (gegrond bevonden) klachten en het dekenbezwaar, in samenhang met eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, en gelet op het vertrouwen dat in de advocatuur moet kunnen worden gesteld, is de raad van oordeel dat schrapping van het tableau van verweerder dient te volgen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:151 Raad van Discipline Amsterdam 25-470/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de (voormalig) eigen advocaat. Verweerder is niet tekortgeschoten in zijn dienstverlening aan klager. Verweerder heeft met toestemming van klager de paspoortgegevens van klager aan de SVB verstrekt. Ook als verweerder op de hoogte was geweest van het feit dat klager een bijstandsuitkering ontving - hetgeen verweerder betwist - rustte op verweerder, anders dan klager stelt, geen verplichting om klager te informeren over de mogelijke gevolgen die het verstrekken van deze paspoortgegevens aan de SVB zouden kunnen hebben op klagers bijstandsuitkering. Klager is zelf verantwoordelijk voor de terugvordering van zijn bijstandsuitkering, omdat hij kennelijk gedurende bepaalde periodes zonder toestemming in het buitenland verbleef en als gevolg daarvan ten onrechte een uitkering ontving.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:158 Raad van Discipline Amsterdam 25-149/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder heeft met zijn handelen het bepaalde in gedragsregel 25 lid 1 geschonden. Gelet op de ernst van de herhaalde verwijtbare gedraging door verweerder, acht de raad de oplegging van een waarschuwing passend. De raad heeft daarbij in het voordeel van verweerder meegewogen dat hij heeft ingezien dat dit anders had gemoeten en zijn excuses heeft aangeboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:152 Raad van Discipline Amsterdam 25-468/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de ex-partner in een familierechtzaak. Verweerder is bij de behandeling van de procedure binnen de grenzen van het betamelijke gebleven; niet is komen vast te staan dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten of depolariserend te werk is gegaan. Hoewel het treffen van een minnelijke schikking de voorkeur heeft, is dit geen absolute verplichting.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:159 Raad van Discipline Amsterdam 24-915/A/A 24-918/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Verweerders hebben in strijd gehandeld met gedragsregel 20 lid 2. Dit valt hen tuchtrechtelijk te verwijten. Gelet op de ernst van de verwijtbare gedraging, acht de raad de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:153 Raad van Discipline Amsterdam 25-447/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem beginsel en het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang en voor het overige kennelijk ongegrond omdat niet gebleken is dat verweerder in zijn bijstand aan zijn cliënt de grenzen van het betamelijke heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:154 Raad van Discipline Amsterdam 25-424/A/A 25-425/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is kennelijk ongegrond. Voor zover klagers hebben aangevoerd dat de betekening door hen als intimiderend is ervaren, stelt de voorzitter vast dat deze vermeende intimidatie niet nader door hen is geconcretiseerd. Het is de voorzitter op grond van de inhoud van de stukken ook overigens niet gebleken dat de belangen van klagers als gevolg van het handelen door verweersters onredelijk of onevenredig zouden zijn geschaad. Daarnaast hebben verweersters naar het oordeel van de voorzitter gemotiveerd aangevoerd dat er gegronde redenen voor hen bestonden om het vonnis (ook) aan klagers te betekenen. De voorzitter is van oordeel dat verweersters hebben gehandeld binnen de aan hen toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:155 Raad van Discipline Amsterdam 25-003/A/A/D

    Raadsbeslissing. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de kernwaardes kwaliteit/deskundigheid en (financiële) integriteit te schenden. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel neemt de raad ook in aanmerking wat is overwogen en beslist in de klachtzaken die tegelijk met het onderhavige dekenbezwaar bij de raad aanhangig waren. Gezien de aard, de ernst en de omvang van dit dekenbezwaar en van de (gegrond bevonden) klachten, in samenhang met eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, en gelet op het vertrouwen dat in de advocatuur moet kunnen worden gesteld, is de raad van oordeel dat schrapping van het tableau van verweerder dient te volgen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:174 Hof van Discipline 's Gravenhage 250294

    Beklag artikel 13 ongegrond. De advocaat die klaagster bijstond, moet wegens ziekte terugtreden en heeft een opvolger gezocht en gevonden. Het staat klaagster vrij om niet met die opvolger akkoord te gaan, maar dat betekent nog niet dat de deken nu een advocaat moet aanwijzen die aan de wensen van klaagster moet voldoen. Daarbij is ook niet gebleken dat klaagster zelf heeft geprobeerd een advocaat te vinden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2513

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De zoon van klagers is begin 2021 door suïcide overleden. Hij was bekend met depressieve klachten. Klagers stellen dat de huisarts hun zoon in de periode voorafgaand aan de suïcide adequate hulp en medische behandeling heeft onthouden en hem ten onrechte niet naar de specialistische GGZ heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:183 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-123/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerster is tekortgeschoten in haar communicatie met en bijstand aan klager. Zij heeft klager, zelfs na uitdrukkelijk verzoek daartoe, niet op de hoogte gebracht c.q. gehouden van de stand van zaken in de procedure. Hierdoor was klager er niet van op de hoogte dat en wanneer het hof arrest zou wijzen en dat er geen mondelinge behandeling plaatsvond. Ook kan niet worden vastgesteld dat verweerster het arrest van het hof aan klager heeft verzonden. Voorwaardelijke schorsing van twee weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:184 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-954/DH/DH 24-955/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:127 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-502/DB/OB 25-503/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaten in een familierechtelijk geschil. Verweerders hebben klager voldoende geïnformeerd over de risico’s van problemen binnen de familie op de benoeming van een bewindvoerder en mentor uit familiale kring en hebben het standpunt van klager op adequate wijzen aar voren gebracht. Dat de rechter hen daarin niet is gevolgd, is iets wat verweerders niet kan worden aangerekend. Niet gebleken dat verweerders zich onvoldoende voor klagers belangen heeft ingezet. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-464/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klaagster/ Stichting is kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een eigen belang bij de klacht. Klager heeft gesteld dat hij als natuurlijk persoon over verweerder klaagt, niet in enige hoedanigheid, maar dat hij door verweerder als bestuurslid/voorzitter van het bestuur van klaagster op negatieve wijze in de schijnwerpers is gezet door uitlatingen van verweerder in een artikel. Naar het oordeel van de voorzitter heeft klager een evident eigen belang bij de klacht over verweerder zodat hij daarin wordt ontvangen. Naar het verdere oordeel van de voorzitter kunnen de door verweerder over klager gedane uitlatingen in het FD artikel objectief bezien niet als onnodig grievend worden gekwalificeerd. Klager is in het artikel aangesproken op zijn hoedanigheid van advocaat in het dagelijks leven, maar heeft uitdrukkelijk niet als advocaat over verweerder geklaagd. Na plaatsing van het artikel heeft de gemachtigde van klagers de feitelijke gang van zaken uitgelegd en verweerder verzocht om tot rectificatie over te gaan. Verweerder heeft hierop gereageerd en uitgelegd dat en waarom de krant en hijzelf niet bereid zijn om aan een rectificatie mee te werken. Verweerder heeft de gemachtigde voorgesteld om zelf een interview aan de krant te geven. Dat klager dit heeft gedaan, is uit de stukken niet gebleken. Evenmin is gebleken dat verweerder met zijn optreden de belangen van klager onnodig of onevenredig zonder doel heeft geschaad. Verweerder heeft als partijdige advocaat de belangen van zijn cliënt voorop gesteld maar heeft daarbij voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klager. Klacht van klager kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:201 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-456/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klaagster beklaagt zich over een belangenconflict door verweerder. De klacht is te laat door klaagster ingediend. Het beroep op een verschoonbare termijnoverschrijding faalt. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:126 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-535/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerster mocht tot een andere conclusie komen dan klager. Ook heeft zij zich kunnen distantiëren van de aantijgingen van klager jegens de rechterlijke macht, bewindvoerders en haar kantoor. Nadat de klachtenbehandeling was afgerond, was verweerster niet gehouden om daarover nog verder met klager te corresponderen. Klacht kennelijk ongegrond.