Zoekresultaten 9851-9900 van de 48411 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:207 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-751/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken deels kennelijk niet-ontvankelijk, voor zover de klacht ziet op het feit dat verweerder ervoor heeft gekozen geen dekenklacht in te dienen. Daarbij heeft klager geen rechtstreeks belang. Voor het overige kennelijk ongegrond, want niet gebleken dat verweerder zijn taken zodanig heeft verwaarloosd of zich zodanig heeft misdragen dat sprake is van gedragingen die een behoorlijk advocaat niet betamen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3890

    Ongegronde klacht tegen een internist. De internist was één van de behandelaren van de 19-jarige zoon van klaagster, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. Volgens klagers heeft de internist ondanks de allergie van de zoon voor dit middel barnidipine voorgeschreven en, geen rekening houdend met het angio-oedeem van de zoon, besloten tot afbouw van de prednison. Daarnaast heeft er geen warme overdracht plaatsgevonden toen de internist met vakantie ging. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college is van oordeel dat de internist juist heeft gehandeld door barnidipine voor te schrijven. Er is onvoldoende gebleken dat bij de zoon sprake zou zijn van een allergie voor deze stof. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Wat betreft het stopzetten van de prednison oordeelt het college dat de internist op grond van het medisch dossier en de huidige situatie van de zoon terecht heeft besloten om de prednison af te bouwen. De prednison, die oorspronkelijk was voorgeschreven voor het nefrotisch syndroom, droeg niet meer bij aan de medische situatie en behandeling van de zoon. Een verband tussen het recente begin van de afbouw van de prednison en het angio-oedeem met overlijden tot gevolg is niet komen vast te staan. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3888

    Ongegronde klacht tegen een internist-nefroloog. De internist was één van de behandelaren van de 19-jarige zoon van klaagster, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. Klagers verwijten de internist dat hij zoon en zijn moeder onvoldoende heeft geïnformeerd en geen toestemming van zoon heeft verkregen om de dialyselijn te plaatsen. Daarmee zou het zelfbeschikkingsrecht van de zoon geschonden zijn. Verder wordt de internist verweten dat hij bij het plaatsen van de dialyselijn het verkeerde materiaal heeft gebruikt en dat hij daarna onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de op hem rustende zorgplicht en regiefunctie. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college overweegt dat hoewel uit gespreksopnames die tijdens het inbrengen van de lijn zijn gemaakt het duidelijk is dat de zoon bang was voor het inbrengen van de dialyselijn, niet de conclusie kan worden getrokken dat er geen toestemming was en/of dat de gegeven toestemming voor het plaatsen van de dialyselijn later is ingetrokken. Hoewel de procedure voor de zoon emotioneel verliep, kan het college niet vaststellen dat zijn zelfbeschikkingsrecht is geschonden. Ongegrond. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:300 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-031/AL/MN

    Klaagster klaagt over de dienstverlening door verweerster. Er was gebrek aan helderheid over de te volgen procedure. Klaagster werd zonder enig overleg geschrapt uit een procedure. Ook reageerde verweerster niet op telefoontjes en e-mails en gaf uiteindelijk aan niet voor klaagster te willen optreden. Naar het oordeel van de raad zijn de klachten deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn deels ongegrond omdat verweerster aantoonde voldoende gereageerd te hebben.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:301 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-724/AL/NN

    Klaagster verwijt verweerder tekort geschoten te zijn in zijn dienstverlening. Verweerder liet de behandeling van klaagster zaak zonder overleg over aan een kantoorgenoot. Het feit dat klaagster pas twee jaar later bezwaar heeft gemaakt tegen de inschakeling van een kantoorgenoot en verweerder daar direct op gereageerd heeft door de zaak weer over te nemen, brengt naar het oordeel van de raad met zich mee dat verweerder niet onprofessioneel heeft gehandeld en dat hem op dit punt geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Klaagster verwijt dat verweerder voorts de afspraak om een schikkingsvoorstel te doen voordat er een uitspraak in een procedure was, niet te zijn nagekomen. Dit heeft verweerder nagelaten ondanks aandringen van klaagster. Dit klachtonderdeel is gegrond. Verweerder zou daarnaast ten onrechte geweigerd hebben urenregistraties aan klaagster te verschaffen. Gelet op de specifieke afspraken die zijn gemaakt met betrekking tot een fixed fee heeft klaagster naar het oordeel van de raad onvoldoende belang bij een urenspecificatie van verweerder. Bijzondere omstandigheden die dat anders zouden maken zijn niet gesteld of gebleken. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond. Klaagster verwijt verweerder terecht dat hij door declaraties ter zake zijn honorarium toe te zenden gehandeld heeft in strijd met de zorgvuldigheid die hem zeker in financiële zaken betaamt. Dit staat nog los van het feit dat verweerder op geen enkele wijze blijk heeft gegeven de financiële afspraken betreffende de zaak in eerste aanleg duidelijk voor klaagster te hebben vastgelegd. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. Vast staat naar het oordeel van de raad dat verweerder op geen enkel moment met klaagster heeft overlegd over de mogelijkheid om op basis van een toevoeging te procederen. Dat had voorafgaand aan het instellen van het hoger beroep en bij het maken van de afspraken over de kosten van dit beroep moeten gebeuren. Klaagsters verwijt hierover is gegrond. Verweerder krijgt een berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:165 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-458/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft onzorgvuldig jegens klager gehandeld door geen kantoorklachtenregeling aan klager kenbaar te maken en door de over de wijze van declareren gemaakte afspraak niet na te komen. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:296 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-066/AL/GLD

    Verweerster heeft in strijd met het eerste lid van gedragsregel 25 een e-mail aan de advocaat van klagers en in cc aan klagers zelf gestuurd. Ook een in cc gestuurde e-mail moet naar het oordeel van de raad worden gekwalificeerd als een rechtstreeks verstuurd bericht in de zin van genoemde gedragsregel. Door dit zo te doen heeft verweerster de filterfunctie van een advocaat miskend. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:302 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-045/AL/NN

    Deze klacht gaat over het optreden van verweerder als advocaat voor zijn wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij niet voldoende onafhankelijk is opgetreden en daarmee klagers belangen heeft geschaad. Klager heeft echter onvoldoende gesteld en onderbouwd op welke wijze zijn belangen door het optreden van verweerder zijn geschaad. Klager verwijt verweerder ook afspraken niet na te komen. Klager heeft ook dit verwijt niet met feiten onderbouwd. Ook zou verweerder mediation hebben afgewezen. Mediation is echter niet verplicht. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. Het verwijt dat de wederpartij ten onrechte zou procederen op basis van een toevoeging is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-224/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Dat tussen het aanvaarden van klaagsters verzoek om rechtsbijstand en het verzenden van de laatste versie van de dagvaarding meerdere maanden zijn verstreken, kan verweerder gelet op niet alleen de complexiteit van de zaak maar vooral het aanhoudende en zeer uitvoerige commentaar van klaagster naar het oordeel van de raad niet worden aangerekend. Dat verweerder niet al het commentaar en niet alle wijzigingsvoorstellen van klaagster heeft verwerkt is naar het oordeel van de raad evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:297 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-153/AL/MN

    Naar het oordeel van de raad is niet vast te stellen dat verweerder opzettelijk een beroepsfout heeft gemaakt. Hij heeft de concept memorie van grieven voor indiening met klager besproken, zodat klager bekend was met de juridische grondslag van de grieven. Dat het gerechtshof heeft geoordeeld dat de vordering van klager verjaard is, kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:303 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1021/AL/MN

    Klaagster beklaagt zich over het optreden van verweerster als advocaat voor haar wederpartij. Verweerster heeft onvoldoende rekening gehouden met klaagsters belangen en die van de kinderen. Zij is niet de-escalerend opgetreden en heeft zich kwetsend uitgelaten over klaagster als moeder. Ook heeft verweerster haar vals en onjuist beschuldigd. De raad oordeelt dat niet is komen vast te staan dat verweerster zich onvoldoende terughoudend heeft opgesteld in deze familiezaak. Verweerster baseert zich uitdrukkelijk op informatie van haar cliënt en zij hanteert een voldoende zakelijke toonzetting. Het verwijt dat verweerster stukken die niet juist zijn zou hebben ingediend heeft klaagster niet aan de hand van schriftelijke bescheiden onderbouwd. Klaagster verwijt verweerster ook dat zij nodeloze procedures heeft aangespannen. Verweerster heeft uiteen gezet dat het hoger beroep tegen de echtscheidingsbeschikking en het kort geding zijn aangespannen om tijd te winnen. Dit optreden past naar het oordeel van de raad binnen de grote mate van vrijheid die een advocaat heeft om de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die haar, in overleg met haar cliënt, goeddunkt. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. Het verwijt dat de wederpartij procedeert op basis van een toevoeging waarvan klaagster stelt dat hij daarvoor niet in aanmerking komt is niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:167 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-978/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door na een zitting bij de rechtbank en tijdens de onderbreking van een andere zitting bij de rechtbank tegen klager de volgende grievende opmerkingen te maken: - Hoe haalde klager het in zijn hoofd om zich als ex-FIOD medewerker bezig te houden met zwart geld?- Klager werd verweten dat hij als ex-FIOD medewerker in het verleden fout bezig is geweest.- De fouten die de Belastingdienst in de toeslagenaffaire heeft gemaakt werden klager verweten.- De moeder van klager werd verweten dat zij klager verkeerd heeft opgevoed. De klacht dat verweerder in de klachtprocedure niet de waarheid spreekt en pertinent onjuiste ontkenningen doet is ongegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:298 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-130/AL/GLD

    Dat verweerder met klager had afgesproken dat hij uiterlijk op 21 december 2020 een verzoekschrift tot vernietiging van het bindend advies (Zorg) bij de rechtbank zou indienen, kan de raad, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan, niet vaststellen. Verweerder heeft voldoende onderzoek naar de kansrijkheid van een procedure gedaan op basis van de van klager ontvangen relevante stukken en kon op basis daarvan concluderen dat een vernietigingsprocedure geen haalbare weg was. Verweerder heeft hierover veelvuldig met klager gecorrespondeerd, net als over de problemen van klager met IrisZorg, en heeft daarbij rekening gehouden met de situatie van klager. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:304 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-042/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft zijn cliënt er niet van op de hoogte gebracht dat zijn declaratie aanmerkelijk hoger zou worden dan zijn eerder gegeven inschatting. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen en mede gelet op de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, acht de raad een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:299 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-027/AL/OV

    Klager klaagt over de advocaat van zijn wederpartij. Deze heeft abusievelijk een voor klager bestemde e-mail naar het adres van de schoonouders van klager verzonden. Verweerder heeft zijn fout erkend en daarvoor ook zijn excuses aangeboden. Dat de brief voor klager door verweerder opzettelijk naar de schoonouders van klager is verzonden, om zodoende oneigenlijk druk uit te oefenen op klager, is gelet op de gemotiveerde betwisting door verweerder geenszins komen vast te staan. Hoewel van een advocaat mag worden verwacht dat hij uiterst zorgvuldig is bij het gebruik van e-mail(adressen) betekent dit naar het oordeel van de raad echter niet dat zonder meer sprake is van een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging. In dit geval is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:159 Hof van Discipline 's Gravenhage 220208h

    Niet-ontvankelijk herzieningsverzoek. Verzoeker stelt dat een dekenbezwaar geen klacht is en dat de Advocatenwet daarom geen grondslag biedt voor tuchtrechtelijke veroordelingen na dekenbezwaren. In de door de griffier van de raad van discipline gedane mededeling is geen steun te vinden voor de opvatting dat de in artikel 48 Advocatenwet genoemde maatregelen enkel kunnen worden opgelegd bij klachten en niet bij dekenbezwaren. Uit artikel 46f Advocatenwet volgt ontegenzeggelijk dat een dekenbezwaar ook als klacht in de zin van artikel 48 Advocatenwet moet worden aangemerkt. Reeds op deze grond faalt het herzieningsverzoek.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:205 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-246/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:164 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-528/DB/OB

    Raadsbeslissing. Aangeefster in strafzaak verwijt de advocaat van de verdachte dat hij het dossier, inclusief stukken die eigenlijk niet in het strafdossier thuishoorden, heeft gedeeld met zijn cliënt. De advocaat die de verdediging van de verdachte in een strafzaak op zich heeft genomen moet in het kader van de behartiging van de belangen van zijn cliënt in beginsel alle stukken met zijn cliënt kunnen delen en bespreken. Dit uitgangspunt leidt uitzondering indien derden, zoals bijvoorbeeld het slachtoffer in een strafzaak, er op grond van specifieke in de zaak aan de orde zijnde feiten en omstandigheden een dermate zwaarwegend belang bij hebben dat bepaalde stukken uit het dossier niet ter kennis komen van de verdachte dat een afweging van de belangen van die derde en het belang van de verdachte bij kennisname van het complete dossier in het voordeel van de derde uitvalt. In dat geval kan het delen van alle stukken met de cliënt onzorgvuldig en op basis daarvan mogelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn. Daarvan is in deze zaak geen sprake. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1335

    Klacht tegen plastisch chirurg. Tegen klager (ook plastisch chirurg) is bij een geschillencommissie een klacht ingediend. De geschillencommissie (meervoudige kamer) heeft geoordeeld dat klager tekort is geschoten in de informatievoorziening jegens zijn patiënt en dat aan de patiënt een schadevergoeding moet worden betaald. De plastisch chirurg maakte als lid deel uit van de geschillencommissie. De klacht ziet op het handelen van de plastisch chirurg als lid van de geschillencommissie. Klager verwijt dat de plastisch chirurg zich niet heeft gehouden aan de normen die voor hem als deskundige gelden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht terecht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-323/DH/DH

    Deels gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een letselschadezaak. De raad kan niet vaststellen dat verweerder klager over belangrijke kwesties heeft geadviseerd en geïnformeerd, nu schriftelijke vastlegging daarvan ontbreekt. Dit terwijl verweerder een riskante keuze heeft gemaakt door voor een bodemprocedure te kiezen. De kwaliteit van deze door verweerder gevoerde procedure was vervolgens ondermaats. Verweerder is daarmee tekortgeschoten in zijn bijstand aan klager. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:160 Hof van Discipline 's Gravenhage 220226

    Artikel 13 beklag. Misbruik van (klacht)recht. De termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken op 16 juni 2022. Dit betekent dat klagers doel niet meer kan worden bereikt, zodat klager geen belang meer heeft bij zijn beklag. Verder is het hof met de deken van oordeel dat de procedure die klager had willen voeren als kansloos moet worden ingeschat.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:161 Hof van Discipline 's Gravenhage 220231

    Artikel 13 beklag. Beklag niet-ontvankelijk, aangezien de Advocatenwet niet voorziet in de mogelijkheid om op te komen tegen een toewijzende beslissing van de deken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:162 Hof van Discipline 's Gravenhage 220234

    Artikel 13 beklag. Het hof is van oordeel dat het beklag van klaagster in dit stadium ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3571

    Ongegronde klacht tegen arts-assistent. Klaagster verwijt de arts-assistent dat zij naar aanleiding van een telefonisch consult op twee onderdelen onjuiste aantekeningen in haar dossier heeft gemaakt.. Het college oordeelt dat de eerste aantekening in de context van andere aantekeningen in het dossier niet onjuist is. De tweede aantekening was een evidente vergissing zonder behandelconsequenties waarvoor de arts-assistent haar excuses heeft aangeboden. Het college acht dit onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:163 Hof van Discipline 's Gravenhage 220006

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerster wordt verweten dat zij als advocaat van de wederpartij de vrijheid van haar handelen heeft overschreden en bewust gebruik heeft gemaakt van onjuiste gegevens dan wel informatie. Het is het hof duidelijk geworden dat klaagster ernstig teleurgesteld is in de wijze waarop de gemeente met haar belangen is omgesprongen. In deze zaak staat echter de vraag centraal of verweerster in dit verband een persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Het hof is van oordeel dat dit niet het geval is. Met de raad is het hof van oordeel dat het de taak van verweerster was om de belangen van haar cliënte te behartigen en om in en buiten rechte het standpunt van haar cliënte te verwoorden. Het is het hof niet gebleken dat verweerster bewust gebruik gemaakt van onjuiste gegevens dan wel informatie. De beslissing van de raad wordt bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3298

    Klacht tegen neuroloog deels gegrond zonder oplegging van maatregel. De klacht heeft onder meer betrekking op het onderzoek door beklaagde en de door hem gestelde diagnose functionele dystonie. Een van de klachtonderdelen betreft het verwijt dat beklaagde, ondanks een verzoek daartoe van klager, geweigerd heeft de diagnostiek inzake functioneel uit zijn dossier te verwijderen. De klacht is in zoverre gegrond. Het betreft hier een expliciet verzoek om vernietiging waarop artikel 7:455 BW van toepassing is. Uit de stukken kan niet worden afgeleid dat beklaagde op dit verzoek heeft gereageerd. Ook blijkt niet dat klager zijn verzoek niet langer handhaafde. Beklaagde had daarom aan dit verzoek gehoor moeten geven. Door dit niet te doen heeft beklaagde tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Voor het overige is de klacht ongegrond. De gegrondverklaring is mede gebaseerd op geldende rechtspraak van het CTG over selectieve vernietiging van een dossier op verzoek van een patiënt (ECLI:NL:TGZCTG:2021:61). Omdat deze rechtspraak op het moment van handelen van beklaagde nog geen volledige duidelijkheid bood, legt het college geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4177

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij haar onheus heeft bejegend waardoor zij zich tijdens het consult ongemakkelijk en niet veilig heeft gevoeld. Dat het verloop van het consult minder gebruikelijk is geweest blijkt uit het medisch dossier. Dit zegt echter niets over hetgeen zich heeft afgespeeld tijdens het consult. Het college kan niet vaststellen hoe het consult is verlopen. De klacht over het medische beleid is eveneens ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij haar onheus heeft bejegend waardoor zij zich tijdens het consult ongemakkelijk en niet veilig heeft gevoeld. Dat het verloop van het consult minder gebruikelijk is geweest blijkt uit het medisch dossier. Dit zegt echter niets over hetgeen zich heeft afgespeeld tijdens het consult. Het college kan niet vaststellen hoe het consult is verlopen. De klacht over het medische beleid is eveneens ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.059

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:158 Hof van Discipline 's Gravenhage 210161D

    Dekenbezwaar, bestaande uit 9 onderdelen. De dekenbezwaren zijn onderverdeeld in drie hoofdonderdelen: 1) wachtwoord(wijziging) en toevoegingskwesties, 2) de wijze van optreden van verweerder ten aanzien van piketdiensten van mr. R en 3) de wijze van optreden van verweerder ten opzichte van derden. De dekenbezwaren worden grotendeels gegrond verklaard. Verweerder heeft toevoegingen op naam van mr. R laten declareren zonder de uitdrukkelijke toestemming van mr. R. Daarna heeft verweerder geweigerd om op verzoek van de Raad voor Rechtsbijstand de op zijn kantoorrekening ontvangen toevoegingsgelden terug te betalen. Verder heeft verweerder piketdiensten van mr. R overgezet en vervolgens geweigerd om, ondanks toezeggingen aan de deken, die piketoverzettingen weer ongedaan te maken. Tot slot is het hof met de raad van oordeel dat verweerder medewerkers van het ordebureau en raad van de orde op intimiderende en buitensporige wijze onder druk heeft gezet, waardoor de grenzen van het betamelijke verre zijn overschreden. Aan verweerder wordt de maatregel van voorwaardelijke schorsing van zes weken opgelegd. Het handelen van verweerder is in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit. Zijn escalerende houding jegens de raad van de orde en derden is bovendien niet professioneel. Hierdoor is het vertrouwen in de advocatuur in brede zin geschaad. Ook heeft verweerder met zijn handelen de deken buitensporig gehinderd in de uitvoering van zijn toezichthoudende taken

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1461

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klaagster heeft de verzekeringsarts verzocht om in het kader van een beroepsprocedure tegen een beslissing van het UWV over haar WIA-uitkering een onafhankelijke expertise op te stellen. De verzekeringsarts heeft aan dit verzoek voldaan en heeft eerst onderzoek uitgevoerd. Hij heeft daartoe een deel van het medisch dossier van klaagster bestudeerd en heeft, gelet op de toen geldende coronabeperkingen, klaagster via videobellen gesproken. Op basis hiervan heeft hij zijn rapportage uitgebracht. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij 1) op onzorgvuldige wijze een rapportage heeft opgesteld en 2) haar onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 alsnog gegrond en legt aan de arts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:295 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-699/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht van een voormalig advocaat tegen de deken kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.056

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Klager heeft eerder tegen verweerster een tuchtklacht ingediend. Het Regionaal tuchtcollege heeft deze tuchtklacht toen afgewezen. Klager heeft tegen die beslissing geen beroep ingesteld. Na verloop van de beroepstermijn is deze beslissing onherroepelijk geworden. Klager heeft vervolgens opnieuw een tuchtklacht ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager op grond van ne bis in idem niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege beslist ook dat klager niet-ontvankelijk is, maar wel op deels andere gronden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.057

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.058

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:157 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/715051 / DW RK 22/103 LV/WdJ

    Beslissing op verzet. Niet gebleken is dat klager alle gevraagde gegevens heeft verstrekt voor het vaststellen van de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:158 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/716087 / DW RK 22/138 LV/WdJ

    Beslissing op verzet. Klager stelt dat hij geen openstaande schuld heeft. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:159 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/715881 / DW RK 22/131 LV/WdJ

    Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder het perceel van klaagster op kwam, zonder geldige reden en zonder zich te legitimeren. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2022:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-16

    Klaagster verwijt de notaris – kort gezegd – dat hij niet aan haar heeft gemeld dat er conservatoir beslag rustte op het haar toekomende deel van de verkoopopbrengst van de woning.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:160 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/704226 / DW RK 21/288 LV/WdJ

    Klagers beklagen zich erover dat de gerechtsdeurwaarder executoriale derdenbeslagen heeft gelegd zonder voorafgaand aan die beslagleggingen het vereiste bevel tot betaling aan klagers te hebben gedaan. Klagers beklagen zich er tevens over dat er voor een evident te hoog bedrag beslagen zijn gelegd, ten onrechte namens drie personen en ten onrechte ten laste van klagers sub 2, 3, en 4. Verder beklagen klagers zich erover dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte geen deurwaardersrenvooi heeft opgestart en ten onrechte deels opheffing van het gelegde conservatoir beslag heeft toegezegd. De kamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, legt de gerechtsdeurwaarder voor het gegronde deel van de klacht de maatregel van berisping op en veroordeling in de proceskosten.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2022:21 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-24

    Klagers verwijten de notaris dat zij niet of onvoldoende heeft gereageerd op de vragen die klagers haar verschillende malen hebben gesteld.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:161 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/678412 / DW RK 20/22 LV/WdJ

    Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder deprivacy van haar heeft geschonden door zich in het midden van haar winkel voor testellen als gerechtsdeurwaarder en de gehele schuldenpositie van klaagster met eenklant van haar heeft besproken. De kamer is het met de beslissing van de voorzittereens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2022:22 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-28

    Klagers verwijten de notaris dat hij niet heeft gereageerd op de vragen die klagers hem meerdere malen hebben gesteld. Ook verwijten klagers de notaris dat hij niet zelf gereageerd heeft, maar zijn kantoorgenoten (notarieel secretaresse en paralegal).

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:162 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/709064 / DW RK 21/484 LV/WdJ

    Beslissing op verzet. De oorspronkelijke klacht ziet op de beslagvrije voet en het corresponderen van de gerechtsdeurwaarder. Geen verzetsgronden ingediend en niet ter zitting verschenen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-264/DH/DH

    Verzet gedeeltelijk gegrond. Klacht gegrond. Verweerder heeft verzuimd om belangrijke informatie schriftelijk vast te leggen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:163 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-739/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft klager tot mei 2015 heeft bijgestaan en verweerder is op 1 januari 2019 op eigen verzoek geschrapt van het tableau vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Uit het dossier blijkt vanaf die datum niet van enige betrokkenheid of bemoeienis van verweerder, noch van enig contact tussen klager en verweerder. Klager heeft zich op 24 juni 2022, derhalve na het verstrijken van de in artikel 46g bedoelde verjaringstermijn, met een klacht over verweerder tot de deken gewend. Klacht niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:294 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-453/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Niet gebleken dat verweerster tijdens de gang van zaken rondom de beslaglegging en de onderhandelingen over de opheffing van het beslag op enigerlei wijze de grenzen van de haar toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klaagster heeft overschreden. Verweerster heeft door het leggen van conservatoir derdenbeslag de belangen van klaagster niet onnodig of onevenredig en niet zonder redelijk doel geschaad. Verweerster mocht namens haar cliënt beslag leggen vanwege een door klaagster onbetaalde vordering. De beslaglegging heeft dan ook niet onnodig lang geduurd. Verder stond het verweerster vrij om in het belang van haar client in het kader van de schikkingsonderhandelingen de kosten van de bestuurder en haar eigen kosten mee te nemen. Verweerster was daarbij niet gehouden aan het liquidatietarief voor advocaatkosten. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-156/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:201 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-321/DH/DH

    Verweerder heeft nagelaten om de inhoud van een overeenkomst waarbij klager partij was te verifiëren voordat hij zijn paraaf en kantoorstempel op dat contract plaatste. Verweerder heeft bovendien verzuimd om klager een exemplaar van de door klager en de vrouw ondertekende en door verweerder geparafeerde overeenkomst te verstrekken. Dit is onzorgvuldig en niet zoals het een behoorlijk handelend advocaat betaamt en mitsdien tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder is eerder tuchtrechtelijk aangesproken, laatstelijk in 2015. Gelet op het tijdsverloop zal de raad dit niet als verzwarend meenemen bij het bepalen van een op te leggen maatregel. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:202 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-276/DH/RO

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij ongegrond. Volgens klager heeft verweerder de voorzieningenrechter verkeerd geïnformeerd over (het moment van) toezending van de dagvaarding. De raad stelt vast dat verweerder een onjuiste verklaring heeft afgelegd. Er was echter geen opzet in het spel. Dit gegeven in samenhang met de omstandigheid dat klager niet in zijn belangen is geschaad leidt tot ongegrondheid van de klacht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:161 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-015/DB/OB

    Schriftelijke vastlegging van de financiële afspraken door advocaat was onvoldoende duidelijk. De enkele toezending van een link met verwijzing naar de website van het kantoor is onvoldoende om te kwalificeren als een afspraak over de bij ‘winst’ verschuldigde incasso fee. Advocaat heeft zonder expliciete toestemming van zijn cliënt derdengelden verrekend met zijn declaratie. Expliciete instemming van de cliënt met verrekening van derdengelden kan plaatsvinden bij aanvang van de dienstverlening, maar kan niet op grond van algemene voorwaarden van de advocaat of het kantoor worden verondersteld. Klacht gegrond, berisping.