Zoekresultaten 9601-9650 van de 48393 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:262 Raad van Discipline Amsterdam 22-624/A/A

    Raadsbeslissing. Gedeeltelijk gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat. Verweerster heeft op het vlak van de schriftelijke vastlegging van haar communicatie met klager over essentiële zaken niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Aangezien de raad is gebleken dat het werk van verweerster verder voldoet aan datgene wat van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht, ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:269 Raad van Discipline Amsterdam 22-542/A/NH

    Deels gegrond verzet. De verwijzing in de voorzittersbeslissing naar artikel 434a Rv is niet juist omdat daarin geen grondslag staat voor een eventueel bevelschrift c.q. gehoudenheid tot betaling van nadere kosten. Het verzet is daarom gegrond. De klacht is evenwel ongegrond nu verweerder niet zonder grondslag om betaling van de executiekosten heeft verzocht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3993

    Gegronde klacht tegen een internist ouderengeneeskunde. Klager was als beleidsadviseur werkzaam in het ziekenhuis waar verweerster werkzaam is als internist ouderengeneeskunde. Klager is in 2020 tweemaal als patiënt op de SEH van het ziekenhuis behandeld. In 2021 heeft het ziekenhuis een ontbindingsverzoek met betrekking tot de arbeidsovereenkomst van klager bij de rechtbank ingediend. Daarbij heeft het ziekenhuis informatie ingebracht met betrekking tot de behandelingen van klager op de SEH. Gebleken is dat onder andere verweerster inzage heeft gehad in het dossier van klager. Klager verwijt verweerster, met wie klager geen behandelrelatie had, dat zij zonder toestemming zijn medisch dossier heeft ingezien. Verweerster heeft op beide behandeldata het overzichtsscherm van de SEH geopend (waarop beperkte (medische) informatie van de patiënt te zien is), en heeft vervolgens ‘doorgeklikt’ op de naam van klager (waarmee het overzichtsscherm van het EPD wordt geopend met veel meer actuele informatie). Verweerster was op die dagen belast met de COVID-19 zorg voor de geriatrische patiënten. Zij heeft verklaard dat zij EPD’s van patiënten op de SEH heeft geopend om te inventariseren hoeveel patiënten mogelijk naar de afdeling geriatrie zouden worden verwezen. Naar het oordeel van het college was het openen van het overzichtsscherm van de SEH gerechtvaardigd. Er zou immers sprake zijn sprake is van een mogelijk toekomstige behandelrelatie met deze patiënten en raadpleging is in het belang van goede zorg en de organisatie daarvan. Het vervolgens – tot twee keer toe - doorklikken op de naam van klager was niet gerechtvaardigd. Verweerster had immers op basis van de informatie op het overzichtsscherm van de SEH kunnen vaststellen dat klager niet zou worden doorverwezen naar haar afdeling en dat met klager niet een behandelrelatie zou ontstaan. Klacht gegrond. Waarschuwing. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:263 Raad van Discipline Amsterdam 22-585/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Er bestaat voor verweerder als advocaat van de wederpartij geen verplichting om klagers te informeren dat het jegens hen aangekondigde kort geding geen doorgang zal vinden. Ook overigens is niet gebleken dat verweerder bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de grenzen van de vrijheid die hem als advocaat wederpartij toekomt heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:173 Hof van Discipline 's Gravenhage 190158H

    Herziening. Het herzieningsverzoek is niet binnen een redelijke termijn gedaan. Het verzoek dateert van meer dan een jaar na het arrest waarop verzoeker zich beroept. Motiveringsklachten leveren geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel op. Het hof verklaart verzoeker niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:270 Raad van Discipline Amsterdam 22-622/A/NH

    Raadsbeslissing. Betreft een klacht van een moeder over de advocaat die haar minderjarige dochter (destijds 16 jaar oud) zonder haar toestemming (en zonder toestemming van de vader) als advocaat heeft bijgestaan. De raad oordeelt dat op het moment dat de minderjarige naar aanleiding van de e-mail van de gezinsvoogd bij verweerster aanklopte voor rechtshulp, verweerster die hulp in de concrete omstandigheden van het geval ook zonder toestemming van de ouders mocht verlenen. Niet alleen rechtvaardigen de concrete dreiging met de gesloten plaatsing die van de e-mail uitging en de paniek hierover bij de minderjarige het handelen van verweerster, maar ook valt uit het IVRK een rechtvaardiging voor verweersters handelen af te leiden. Op grond van het IVRK moeten kinderen namelijk vertegenwoordigd kunnen worden door een advocaat ook zonder dat hun ouders daarmee instemmen. Uitgangspunt in het IVRK is immers dat kinderen zelfstandig subjecten zijn van rechten. Zouden zij alleen vertegenwoordigd kunnen worden door een advocaat indien hun ouders daarmee instemmen, dan zou dat tot gevolg hebben dat zij wanneer ouders niet instemmen met de vertegenwoordiging (en de te volgen stappen) geen aanspraak meer kunnen maken op vertegenwoordiging. Nu juist in jeugdbeschermingszaken de belangen van ouders en kinderen vaak niet overeenkomen, zou dat problematisch zijn. Verweerster heeft dan ook niet onbetamelijk gehandeld jegens klaagster door de minderjarige rechtshulp te verlenen zonder toestemming van klaagster (of van de vader). Verder oordeelt de raad dat hoewel verweerster gelet op de uitspraak van het Hof van Discipline van 21 september 2020 (ECLI:NL:TAHVD:2020:197) ten opzichte van klaagster de advocaat van de wederpartij is, zij niet de vrijheden geniet die gebruikelijk zijn voor een advocaat van de wederpartij. Aan een advocaat die een minderjarige bijstaat in een kwestie waarin diens belangen tegenstrijdig zijn aan die van een of beide ouders, komt minder vrijheid toe met betrekking tot de wijze waarop hij of zij een zaak behandelt en met de keuzes waar de advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan dan in het algemeen het geval is. Die vrijheid wordt niet alleen begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van de opdracht mogen worden gesteld en die met zich brengen dat zijn of haar werk dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt, maar vergt een extra zorgvuldigheid jegens alle betrokken familieleden en/of eventuele gezinsvoogd. De raad is van oordeel dat verweerster niet heeft laten zien dat zij zich bewust was van die extra zorgvuldigheid die van haar werd verwacht. Verweerster heeft zich bediend van een deskundigenadvies dat uitsluitend tot stand gekomen is op basis van de door de minderjarige weergegeven feiten, en waarvoor ook verder door de deskundige amper de tijd is genomen. Daarnaast heeft verweerster zich afstandelijk, zakelijk en niet-coöperatief jegens klaagster opgesteld, terwijl klaagster juist contact zocht met verweerster. In zoverre heeft verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Aan verweerster is een waarschuwing met kostenveroordeling opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:264 Raad van Discipline Amsterdam 22-492/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:47 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/406963 / KL RK 22-94

    BFT constateert herhaald puntentekort permanente educatie. Vast staat dat het puntentekort over de tijdvakken 2016 - 2017 en 2018 - 2019 tijdig is ingehaald en dat na het tijdvak 2020 - 2021 per saldo een tekort van twee opleidingspunten bestaat. De notaris erkent de achterstand, klacht derhalve gegrond. Er wordt geen maatregel opgelegd want de notaris heeft aangegeven dat zij het belang van de permanente educatie volledig onderschrijft en dat zij door een ongelukkige samenloop van ter zitting toegelichte omstandigheden het aantal vereiste opleidingspunten niet heeft behaald en dat zij de ontbrekende twee punten alsnog zal gaan behalen in het lopende tijdvak.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:265 Raad van Discipline Amsterdam 22-702/A/A

    Klacht van advocaat over advocaat wederpartij deels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door uitlatingen aan de voorzieningenrechter te doen over de inhoud van confraternele schikkingsonderhandelingen. Nu het gaat om een zeer beperkte schending van gedragsregel 27 ziet de raad aanleiding om af te zien van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:48 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/406964 / KL RK 22-95

    Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij voor de derde keer niet heeft voldaan aan haar verplichting om voldoende opleidingspunten te behalen, ondanks de door klager geboden herstelmogelijkheden. Hiermee heeft de kandidaat-notaris in strijd gehandeld met artikel 2 Verordening bevordering vakbekwaamheid juncto artikel 5 Reglement bevordering vakbekwaamheid. Het verwijt van klager wordt door de kandidaat-notaris erkend. De klacht wordt daarom gegrond verklaard met oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:266 Raad van Discipline Amsterdam 22-664/A/A

    Gegronde klacht over de eigen advocaat. Het valt verweerster tuchtrechtelijk te verwijten dat zij de rechtbank niet om een zitting heeft gevraagd waardoor klager zijn bezwaren tegen het rapport van de RvdK niet kenbaar heeft kunnen maken. De raad acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:49 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/403634 / KL RK 22-54

    Gegronde klacht. Artikel 17 Wna. Artikel 21 lid 1 Wna in verhouding tot artikel 21 lid 2 Wna. Klager verwijt de notaris dat hij ten aanzien van zijn werkzaamheden met betrekking tot de door hem gepasseerde aktes niet dan wel onvoldoende heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht en bovendien niet dan wel onvoldoende heeft voldaan aan zijn zorgplicht ten opzichte van derden. Wat betreft de onderzoeksplicht heeft de kamer de klacht gegrond verklaart. De kamer overweegt dat alle omstandigheden in onderlinge samenhang beschouwend het op de weg van de notaris had gelegen nader onderzoek te doen alvorens in deze zaak zijn ministerie te verlenen. Niet is gebleken dat de notaris dit nadere onderzoek heeft verricht en de resultaten hiervan afdoende heeft vastgelegd in het dossier. Daarmee is nog niet gezegd dat de notaris zijn dienst had moeten weigeren, maar door onvoldoende invulling te geven aan zijn onderzoeksplicht heeft hij zichzelf in de positie gebracht dat hij over onvoldoende informatie beschikte om daarover een voldoende afgewogen oordeel te kunnen vellen. De kamer heeft de notaris een berisping opgelegd. Wat betreft de zorgplicht tegenover derden heeft de kamer ongegrond verklaard. De kamer is het met de notaris eens dat het Novitaris-arrest niet van toepassing is, omdat op geen enkele manier sprake was van een concrete claim door een concrete derde die voor de notaris kenbaar had moeten zijn.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:267 Raad van Discipline Amsterdam 22-571/A/A/D

    Gegrond dekenbezwaar. Verweerster heeft gedurende een periode van vijf jaar kilometers bij de Raad voor Rechtsbijstand gedeclareerd terwijl dat volgens de geldende regelgeving niet mocht. Hiermee heeft zij de kernwaarde integriteit geschonden. De raad laat daarbij in het midden of er sprake is van opzet. De integriteit van een advocaat is een belangrijke, zo niet de belangrijkste, kernwaarde van de advocatuur. Ook heeft verweerster hiermee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Gelet op de ernst van de verweten gedraging, is een zware maatregel in beginsel aangewezen. In dit geval zal de raad echter volstaan met een berisping. De raad acht hierbij van belang dat verweerster een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft, zij inmiddels een regeling met de Raad voor Rechtsbijstand heeft getroffen waarbij zij een groot gedeelte van de gelden heeft terugbetaald en het gelet op haar leeftijd en medische situatie vrijwel uitgesloten is dat zij zal terugkeren in de advocatuur.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:253 Raad van Discipline Amsterdam 22-880/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk van onvoldoende gewicht. Verweerster heeft erkend dat zij in haar pleitnota een arrest van het gerechtshof Amsterdam ten onrechte aan klager heeft toegeschreven. Zij heeft dat ook op de zitting van het hof, nadat zij daar door klager op was gewezen, erkend en daarvoor direct haar excuses aangeboden. Nu niet is gebleken dat verweerster bewust een onjuiste verwijzing in haar pleitnota heeft opgenomen en zij hiervoor direct haar excuses heeft aangeboden, is de voorzitter van oordeel dat de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is om tuchtrechtelijk verwijtbaar te zijn.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:255 Raad van Discipline Amsterdam 22-884/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Verweerder heeft namens zijn cliënte een tuchtklacht over klager ingediend. Niet valt in te zien waarom het tuchtrechtelijk verwijtbaar zou zijn dat verweerder zijn cliënte hiertoe heeft geadviseerd. Van misbruik van klachtrecht is geen sprake. Voor zover klager er ook over klaagt dat verweerder met zijn advies aan de notaris de echtgenote van klager beperkt in haar recht op een vrije advocaatkeuze geldt dat klager hierbij geen eigen, rechtstreeks belang heeft.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4167

    Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij tijdens de behandelrelatie een seksuele relatie met haar is aangegaan. De fysiotherapeut heeft hiermee misbruik gemaakt van de vertrouwensrelatie met klaagster. Verweerder erkent de seksuele relatie maar doet een beroep op de niet-ontvankelijkheid van klaagster. Volgens verweerder kan worden betwijfeld of klaagster ook instemt met de klacht ondanks ondertekening van het klaagschrift. De door de gemachtigde van klaagster naar voren gebrachte psychische problemen van klaagster die het grensoverschrijdend gedrag van verweerder extra kwalijk maken worden door verweerder betwist. Het college acht klaagster ontvankelijk (zie beslissing 6.1) en is van oordeel dat verweerder de beroepsnormen ernstig geschonden heeft door tijdens de behandelrelatie een seksuele relatie aan te gaan met een patiënte. Bovendien heeft verweerder deze contacten geruime tijd laten voortduren en heeft hij de seksuele en behandelrelatie niet actief beëindigd. Bij het opleggen van de maatregel houdt het college er rekening mee dat verweerder niet eerder voor enige overtreding van de beroepsnormen tuchtrechtelijk is aangesproken, verweerder nu inziet dat zijn gedrag niet door de beugel kon en in therapie is om herhaling in de toekomst te voorkomen. Daarnaast wordt de recidivekans van verweerder als bijzonder klein ingeschat (schriftelijke verklaring behandelend psycholoog verweerder) en heeft verweerder in zijn praktijk maatregelen getroffen om het onderwerp grensoverschrijdend gedrag beter bespreekbaar te maken. Bij het opleggen van de maatregel neemt het college daarnaast in aanmerking dat verweerder op zowel persoonlijk als professioneel vlak negatieve gevolgen heeft ondervonden als gevolg van alle gebeurtenissen. Alles overwegende is het college van oordeel dat een voorwaardelijk schorsing voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar de meest passende maatregel is. Klacht gegrond verklaard. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar die ingaat op de dag dat de beslissing onherroepelijk is geworden. Daarnaast wordt deze beslissing bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en ter publicatie aangeboden aan het tijdschrift FysioPraxis.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:249 Raad van Discipline Amsterdam 22-847/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-805/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Identieke klacht tegen advocaat en verweerster, haar ondersteuner. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op de periode dat verweerster nog geen advocaat was. Kennelijk ongegrond voor het overige, omdat de klacht feitelijk ziet op de handelingen en keuzes van de behandelend advocaat.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:256 Raad van Discipline Amsterdam 22-278/A/A

    Klacht over de advocaat van de wederpartij van de vennootschap waarvan klager bestuurder is deels niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en voor het overige ongegrond. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder zich niet onnodig grievend over klager uitgelaten. Dat verweerder klager overigens onheus heeft bejegend, is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:231 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-804/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3840

    Klager verwijt de longarts samengevat weergegeven dat hij in 2021 een onvolledige diagnose heeft gesteld, klager onjuist heeft behandeld en dat de longarts klager en zijn echtgenote onheus heeft bejegend in een gesprek.De klacht is door een college in raadkamer behandeld op basis van de stukken. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond. De longarts was alleen betrokken bij de laatste opname in september 2021, waarna meer onderzoek zou plaatsvinden. Het bedoelde gesprek is als naar en onprettig ervaren door klager, zijn echtgenote en de longarts. Uit de verslaglegging en het beschreven verloop van het gesprek is niet aannemelijk geworden dat klager en zijn echtgenote daarbij ook onheus zijn bejegend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:250 Raad van Discipline Amsterdam 22-873/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerster in haar hoedanigheid van bijzondere curator kennelijk ongegrond. Niet kan worden vastgesteld dat het advies van verweerster niet zorgvuldig tot stand is gekomen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:257 Raad van Discipline Amsterdam 22-279/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-850/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3839

    Klager verwijt de longarts samengevat weergegeven dat hij in 2021 een onvolledige diagnose heeft gesteld, klager onjuist heeft behandeld, klager heeft doorverwezen voor longfysiotherapie op basis van de verouderde gegevens uit 2016 en dat de longarts in het kader van de second opinion gezegd zou hebben dat klager ‘de medische gegevens zelf maar met het ziekenhuis moest delen’ waar klager voor een second opinion heen ging. De klacht is door een college in raadkamer behandeld op basis van de stukken. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond. De longarts heeft geen onvolledige diagnose heeft gesteld en klager niet onjuist heeft behandeld, omdat het onderzoek en de verdere behandeling van klager werden voortgezet in een ander ziekenhuis. Er is voldoende onderzoek verricht en aandacht geweest voor de toename van ‘honeycombing’ en het vermoeden dat sprake was van IPF. Beklaagde was niet de longarts die klager voor longfysio verwees.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:251 Raad van Discipline Amsterdam 22-872/A/NH

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat. De bijstand voldeed aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Het feit dat verweerder te laat op zitting was gekomen, betrof een overmachtssituatie en kan verweerder niet aangerekend worden. Bovendien heeft verweerder geregeld dat de zitting later begon, waardoor hij er alsnog vanaf het begin bij kon zijn.

  • ECLI:NL:TSCTS:2022:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2022-05 (2022.V5-Sydborg)

    Op 3 september 2021 vond aan boord van de Sydborg een arbeidsongeval plaats waarbij een stagiair gewond is geraakt. Dit gebeurde bij het laden van het schip in de haven van Antwerpen. Tijdens die belading gaf de stagiair aanwijzingen aan de kraanmachinist van de walkraan waar de lading (het ging om kunstmest) in het ruim moest worden geplaatst. Dat deed hij vanaf de aan de achterzijde van het ruim opgestapelde luiken. Betrokkene – die als eerste stuurman belast was met de leiding over het beladingsproces - heeft de stagiair vallend zien neerkomen in het gangboord aan stuurboord ter hoogte van de stapel luiken. Waar de stagiair vanaf viel heeft hij niet gezien. De stagiair heeft bij zijn val onder andere een gebroken kuitbeen, een klaplong, hoofdtrauma en drie gekneusde vingers opgelopen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:258 Raad van Discipline Amsterdam 22-586/A/A

    Deels gegrond verzet. Klager klaagt er in klachtonderdeel a) over dat verweerster bewust feiten heeft verdraaid en de rechtbank bewust onjuist heeft geïnformeerd. In zijn klacht en in zijn repliek heeft klager daarvan een groot voorbeelden genoemd. De voorzitter heeft (alleen) één, door klager in zijn repliek genoemd, voorbeeld ten onrechte niet bij de beoordeling van klachtonderdeel a) betrokken. Het verzet is daarom ten aanzien van klachtonderdeel a) gegrond. Klachtonderdeel a) is ook gegrond, nu de raad het ervoor moet houden dat verweerster in haar antwoord op de klacht van klager inderdaad feiten heeft verdraaid. De raad acht hiervoor een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3825

    Klager verwijt de longarts samengevat weergegeven dat hij in 2016 een onvolledige diagnose heeft gesteld, ten onrechte klager niet heeft doorverwezen voor longfysiotherapie, de aan klager voorgeschreven puf heeft gestaakt en geen verder begeleidingstraject heeft ingezet. De klacht is door het college in raadkamer behandeld op basis van de stukken. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het college kan de longarts volgen in zijn relaas dat de fibrotische afwijkingen in 2016 beperkt waren en pasten bij het geschetste beeld van ernstig, deels fibrotisch emfyseem. Er was geen aanleiding voor longfysiotherapie op dat moment en geen reden om klager te vervolgen na terugverwijzing naar de huisarts.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:252 Raad van Discipline Amsterdam 22-879/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Gelet op de door verweerder gegeven toelichting is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat hij om opheldering heeft gevraagd over de officiële woonplaats van klager. Het is evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder het tussenvonnis van de kantonrechter niet in de kortgedingdagvaarding heeft genoemd.

  • ECLI:NL:TSCTS:2022:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2022-06 (2022.V1-Eemslift Hendrika)

    Op maandag 5 april 2021 was de Eemslift Hendrika tijdens stormweer op weg van Bremerhaven naar Kolvereid (Noorwegen). Zij voer langs de Noorse westkust ter hoogte van Ålesund. Aan dek stonden 2 catamarans, een jacht, een zeiljacht en een grote vissersboot. In het onderruim bestond de lading uit een catamaran en 6 azipod thrusters. Door het slechte weer is het schip zwaar gaan stampen en slingeren, met als gevolg grote versnellingskrachten op de lading. Van de 6 azipod thrusters zijn er 3 gaan schuiven. Hierdoor zijn uiteindelijk een paar gevulde ballastwatertanks vanuit het ruim lek geraakt. Een grote hoeveelheid ballastwater (120 - 300 m3) is toen het onderruim ingestroomd en bewoog zich hier als een vrij vloeistofoppervlak. Ook de catamaran in het onderruim bewoog. Door het vrij vloeistofoppervlak en de schuivende lading nam de stabiliteit drastisch af en werd er besloten om het schip te verlaten. De bemanning heeft het schip onder zware weersomstandigheden moeten verlaten. Acht van de twaalf bemanningsleden zijn rond 12.00 uur vanaf het achterdek geëvacueerd met een SAR-helikopter van de Noorse kustwacht. De kapitein, eerste stuurman, HWTK en CSI (Cargo Super Intendent) bleven aan boord om te proberen de situatie te stabiliseren. Om ca. 18.30 uur is besloten dat ook zij geëvacueerd zouden worden. Vanwege het slechte weer lukte het niet om deze bemanningsleden vanaf het achterdek op te pikken. Zij moesten in zee springen en werden daar opgepikt door de SAR-helikopter. Later is ook nog de grote vissersboot uit zijn sjorringen gebroken en van dek in zee geschoven, waarbij onder meer één van de boordkranen zwaar werd beschadigd. De Eemslift Hendrika is een paar dagen later door bergers op sleeptouw genomen. Daarmee is een milieuramp voorkomen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:259 Raad van Discipline Amsterdam 22-591/A/A

    Ongegronde klacht over advocaat in hoedanigheid van bestuurder. De raad acht het niet aannemelijk dat er over de hoedanigheid van verweerder onduidelijkheid heeft kunnen bestaan bij klager. Dat verweerder direct en/of indirect betrokken is bij een groot aantal ernstige zaken en gedragingen kan niet worden vastgesteld. Evenmin kan worden vastgesteld dat verweerder schadeveroorzakend en/of in strijd met de belangen van de certificaathouders en de statuten heeft gehandeld. Dat verweerder onjuiste en zelfs valse documenten heeft aangeleverd, heeft klager niet onderbouwd. Klager heeft ook onvoldoende onderbouwd dat verweerder niet of niet adequaat reageert op e-mailberichten van klager.

  • ECLI:NL:TSCTS:2022:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2022-07 (2022.V4-Njord)

    Op donderdagavond 18 november 2021 is de Njord kort na vertrek uit Brevik (Noorwegen) bij Bjorkaybaersground aan de grond gelopen. Het schip, waarvan de bestemming Bremerhaven was, werd op dat moment bestuurd door een aan boord aanwezige loods. Die deed dat met de stuurautomaat. Bij vertrek was het zicht slecht. De diepgang voor was toen 5,9 meter en achter 6,1 meter (zomerdiepgang 7,30 meter).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:260 Raad van Discipline Amsterdam 22-813/A/NH 22-619/A/NH/D

    Gegronde klacht en dekenbezwaar. Verweerder heeft het tegenover klager gedurende ruim twee jaar doen voorkomen alsof er een procedure aanhangig was terwijl dat in werkelijkheid niet zo was. Hiermee heeft verweerder de kernwaarde integriteit in grove mate en gedurende langere tijd geschonden. De integriteit van een advocaat is een belangrijke, zo niet de belangrijkste, kernwaarde van de advocatuur. Ook heeft verweerder hiermee het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Wat het des te kwalijker maakt is dat verweerder wist dat klager in een kwetsbare financiële positie verkeerde en de gezondheid van klager te lijden had onder de kwestie en hij de schuld van het stilliggen van de zaak van klager voor een groot deel bij de rechtbank heeft gelegd. Bovendien is het niet de eerste keer dat verweerder het tegenover een cliënt heeft doen voorkomen dat er een procedure loopt, terwijl dat niet zo is. Verweerder is daarnaast meerdere verplichtingen uit de Wwft niet nagekomen waarmee hij de kernwaarden integriteit en deskundigheid heeft geschonden. Verweerder heeft op de zitting van de raad verklaard dat hij inmiddels een coach in de arm heeft genomen en dat hij met haar hulp en begeleiding al veel heeft bereikt, maar de raad heeft er onvoldoende vertrouwen in dat iets dergelijks als in deze zaak aan de orde is niet nog eens zal kunnen gebeuren. Daarbij speelt mee dat verweerder er op de zitting van de raad weinig blijk van heeft gegeven de ernst van zijn handelen werkelijk in te zien en de raad geen inhoudelijke informatie heeft verstrekt over het coachingstraject dat hij volgt. De raad acht het dan ook niet verantwoord dat verweerder nog langer advocaat is. De raad is daarom van oordeel dat de meest vergaande maatregel van schrapping van het tableau de enige passende maatregel is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-997/DH/DH

    Verzoek tot opheffing van een op grond van artikel 60ab Aw opgelegde schorsing toegewezen. Zie ook 22-825/DH/DH/D en 22-826/DH/DH/D.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:254 Raad van Discipline Amsterdam 22-887/A/A

    Voorzittersbeslissing; niet-ontvankelijk, want buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a van de Advocatenwet ingediend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:248 Raad van Discipline Amsterdam 22-703/A/A 22-704/A/A

    Voorzittersbeslissing; Betreft een kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij en over diens kantoorgenoot. De klachtonderdelen hangen zeer nauw samen met de civielrechtelijke geschillen tussen klagers en de cliënt van verweerders en het behoort niet tot de taak van de tuchtrechter om daarover een oordeel te geven.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4218

    Klacht tegen verloskundige. Beklaagde heeft naar het oordeel van het college de CTG-registratie op meerdere momenten niet goed beoordeeld. Dit had niet alleen met de kennis van nu, maar ook op dat moment wel van haar als redelijk bekwaam handelend verloskundige verwacht mogen worden. Dit valt haar dan ook tuchtrechtelijk te verwijten. In zoverre is de klacht gegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:406 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-118/AL/NN

    Verzetbeslissing. Het optreden van advocaat in een andere hoedanigheid van die van advocaat vergt een volledige toetsing door de tuchtrechter. Dit laat onverlet dat de deken bij zijn werkzaamheden ingevolge de “Leidraad dekenale klachtbehandeling” beleidsvrijheid toekomt en dat hij pas tuchtrechtelijk verwijtbaar handelt indien hij zich binnen die beleidsvrijheid dusdanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De voorzitter heeft de juiste maatstaf gehanteerd en aan de hand van deze maatstaf terecht geconcludeerd dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:331 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-131/AL/NN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:325 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-113/AL/OV

    Raadsbeslissing Verweerder heeft een cliënt bijgestaan in een zaak tegen klager. Nadat deze zaak was afgerond, heeft verweerder dossierstukken aan een andere advocaat gestuurd, wiens cliënte ook verwikkeld is in een procedure tegen klager. De raad is (in deze specifieke zaak) van oordeel dat verweerder daarmee de belangen van klager onvoldoende in acht heeft genomen en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Gelet op alle feiten en omstandigheden, acht de raad de maatregel van waarschuwing passend en gebonden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4219

    Klacht tegen gynaecoloog. Beklaagde heeft op het moment dat zij de bevalling begeleidde nagelaten zich goed te informeren over de conditie van de foetus door eerdere CTG registraties niet te bekijken. Dit klemt te meer omdat er sprake was van meconium houdend vruchtwater. Als zij het CTG had teruggekeken had zij kunnen zien dat het CTG al langdurig niet goed was en dat er dus, anders dan waar zij vanuit ging, geen sprake was van reserves bij de foetus die de keuze voor een vaginale bevalling rechtvaardigden. Ook had zij naar het oordeel van het college het vaginaal toucher zelf moeten doen en niet mogen overlaten aan de verloskundige. Het afzeggen van de sectio en alsnog besluiten tot een vaginale bevalling is een inschattingsfout geweest die beklaagde tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. De klacht is in zoverre gegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:332 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-809/AL/GLD

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:326 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-950/AL/MN

    Verzet. Klacht tegen een deken. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:333 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-808/AL/GLD

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:327 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-921/AL/MN

    Verzet. De raad verklaart het verzet gegrond omdat in de voorzittersbeslissing niet op alle klachtonderdelen een beslissing is genomen. De raad verklaart vervolgens de klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2022:38 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/21 en 22

    Klager en zijn ex-echtgenote hebben een depotovereenkomst met de notaris gesloten. Nadien heeft de advocaat van de ex-echtgenote namens zijn cliënte en (de advocaat van) klager een aanvullend/afwijkend bericht op de depotovereenkomst aan de notaris gestuurd. De toegevoegd notaris heeft de ontvangst van dit bericht aan de advocaten van klager en de ex-echtgenote bevestigd en ingestemd met aanpassing van de depotovereenkomst. Klager verwijt de toegevoegd notaris en de notaris dat zij onduidelijkheden in het aanvullende/afwijkende bericht niet hebben gesignaleerd. Hij verwijt ze ook dat ze niet tot uitbetaling van het depot zijn overgegaan. Daarnaast heeft klager aan de kamer verzocht zich inhoudelijk uit te laten over de uitleg van de depotovereenkomst en het genoemde aanvullende/afwijkende bericht.Aangezien het eerste klachtonderdeel betrekking heeft op het handelen van de toegevoegd notaris en de notaris destijds afwezig was, is de kamer van oordeel dat de notaris geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klachtonderdeel 1 tegen de notaris is daarom ongegrond verklaard.De kamer is van oordeel dat de toegevoegd notaris wel een tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. De depotovereenkomst is gesloten tussen drie partijen: klager, zijn ex-echtgenote en de notaris. Door te bevestigen gevolg te zullen geven aan de gewenste aanvulling/wijziging van de depotovereenkomst aan de zijde van klager en zijn ex-echtgenote, heeft de toegevoegd notaris namens de notaris ingestemd met aanpassing van de depotovereenkomst. De toegevoegd notaris had, alvorens in te stemmen met de wijziging van de depotovereenkomst, moeten toetsen of het - gelet op de aangepaste tekst - voor hem en daarmee alle partijen duidelijk was - wanneer er tot uitbetaling van de depotgelden diende te worden overgegaan. Dit heeft de toegevoegd notaris nagelaten waardoor discussie heeft kunnen ontstaan tussen partijen over de inhoud van de voorwaarden voor uitbetaling van de depotgelden. Aan de toegevoegd notaris is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klachtonderdeel 2 en de overige verzoeken zijn niet-ontvankelijk verklaard, omdat de Wna niet in de mogelijkheid voorziet een inhoudelijk oordeel te geven over de uitleg van de (aangepaste) depotovereenkomst.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:334 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-512/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond, omdat niet kan worden vastgesteld dat verweten handelen of nalaten feitelijk heeft plaatsgevonden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:328 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-862/AL/MN

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2022:39 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/24

    Klaagster verwijt de notaris dat hij een hypotheekakte voor een niet-bestaande schuld heeft verleden en dat de daarop volgende royementsakte valselijk is opgesteld. Volgens klaagster heeft de notaris zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte, hypotheekfraude, ontduiken van belastingen en/of misleiding van de belastingdienst, de kortgedingrechter, klaagster en haar man.De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Dat de hypotheekakte valselijk is opgemaakt is niet gebleken. Voor de royementsakte geldt hetzelfde. De notaris heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.