Zoekresultaten 9501-9550 van de 48393 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:361 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-761/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Het was de eigen verantwoordelijkheid van verweerder om te bepalen dat hij niet de integrale versie van het concept-verzoekschrift van klaagster wilde indienen. Dat heeft hij haar duidelijk uitgelegd en haar ook verschillende opties voorgelegd. Alhoewel op enig moment over de inhoud van het verzoekschrift overeenstemming bestond, was dat niet over het moment van indiening daarvan. Gezien de aantijgingen van klaagster over zijn belangenbehartiging mocht verweerder zich daarna onttrekken wegens de in zijn visie ontstane vertrouwensbreuk. Dat heeft hij op zorgvuldige wijze gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4006

    Twaalf klachten tegen internist-oncoloog. Het betreft de samenhangende zaken met registratienummers Z2022/3994, 3996, 3997, 3999, 4000, 4001, 4002, 4003, 4004, 4005, 4006 en 4189. De klagers zijn in elf zaken zijn de nabestaanden van patiënten van de internist-oncoloog. In zaak 4001 is de patiënte zelf klaagster. Klachten over onjuiste behandeling, tekortschietende communicatie en dossiervorming. De internist is tijdelijk niet ingeschreven geweest in het BIG-register en in het specialistenregister. Het college oordeelt in zeven zaken dat de klachten gedeeltelijk gegrond zijn. Hiervoor legt het college in vijf zaken waarschuwingen op, in één zaak een berisping en in één zaak wordt geen maatregel opgelegd. De overige klachtonderdelen in deze zaken en de overige vijf zaken (3994, 4001, 4002, 4003, 4189) zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/3936

    Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij tijdens een reguliere behandeling zonder haar toestemming seksueel grensoverschrijdende handelingen bij haar heeft verricht. Volgens het college is vast komen te staan dat de fysiotherapeut bij klaagster een inwendige handeling heeft verricht zonder haar toestemming. Daarmee heeft de fysiotherapeut de door hem in acht te nemen zorgvuldigheids- en integriteitsnormen vergaand overschreden. Klacht gegrond. Doorhaling van de inschrijving in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3999

    Twaalf klachten tegen internist-oncoloog. Het betreft de samenhangende zaken met registratienummers Z2022/3994, 3996, 3997, 3999, 4000, 4001, 4002, 4003, 4004, 4005, 4006 en 4189. De klagers zijn in elf zaken zijn de nabestaanden van patiënten van de internist-oncoloog. In zaak 4001 is de patiënte zelf klaagster. Klachten over onjuiste behandeling, tekortschietende communicatie en dossiervorming. De internist is tijdelijk niet ingeschreven geweest in het BIG-register en in het specialistenregister. Het college oordeelt in zeven zaken dat de klachten gedeeltelijk gegrond zijn. Hiervoor legt het college in vijf zaken waarschuwingen op, in één zaak een berisping en in één zaak wordt geen maatregel opgelegd. De overige klachtonderdelen in deze zaken en de overige vijf zaken (3994, 4001, 4002, 4003, 4189) zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4449

    Ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft bij klaagster een liposuctie met kleine buikwandcorrectie uitgevoerd. Na de operatie was bij klaagster sprake van roodkleurig vochtverlies. Klaagster is hiervoor overgebracht naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis om daar te worden gezien en behandeld. Klaagster verwijt de arts dat hij de operatie ondeugdelijk heeft uitgevoerd, geen nazorg heeft geboden, niet bekwaam was voor het uitvoeren van de operatie en geen informed consent heeft verkregen. Klacht over uitvoering operatie is niet, althans onvoldoende onderbouwd. Klaagster heeft geen verslag van de opname en behandeling in het ziekenhuis overgelegd. Mede op basis van de toelichting ter zitting neemt het college aan dat de operatie conform de richtlijnen is verricht. Op basis van de stukken is aannemelijk dat bij klaagster sprake was van een complicatie. Voor wat betreft het informed consent hecht het college waarde aan de ondertekende toestemmingsverklaring. Naar oordeel college is er geen sprake van een gebrek aan informed consent. De overige klachten zijn ook ongegrond. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-307/AL/NN

    Verweerder heeft niet in strijd gehandeld met artikel 46 Aw in samenhang met gedragsregel 6 lid 2. Klager is in april 2020 bij vonnis van de rechtbank veroordeeld om binnen acht maanden daarna onrechtmatige overbouwing ongedaan te maken op verbeurte van een dwangsom. Dat vonnis is conform artikel 611a lid 3 Rv aan klager betekend. Klager is dat vonnis niet nagekomen, waardoor vanaf januari 2021 de aan hem opgelegde dwangsommen zijn gaan lopen. Verweerder heeft na overleg met zijn cliënt niet ingevorderd maar gewacht op het hoger beroep. Daarin is het vonnis bekrachtigd. In het betekeningsexploot van het arrest is aan klager, op verzoek van verweerder, bevel tot betaling (binnen twee dagen) gedaan van de maximaal door klager verbeurde dwangsommen van € 100.000,-. Na uitblijven van betaling heeft verweerder executoriaal beslag op het woonhuis van klager laten leggen. Dat mocht verweerder naar het oordeel van de raad, zonder kennisgeving vooraf aan klager of zijn advocaat, zo doen, omdat klager al na betekening van het vonnis in 2020 bekend was met het mogelijk verbeuren van dwangsommen bij niet nakoming van dat vonnis. Of verweerder onrechtmatig executoriaal beslag heeft gelegd, is ter beoordeling van de civiele rechter. Verweerder heeft na overleg met zijn cliënt in verband met de aangekondigde cassatie het beslag doorgehaald. Daarmee heeft hij in het belang van zijn cliënt gehandeld maar zeker ook rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager, wat daar ook van zij. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3746

    Klacht tegen neuroloog dat zij een second opinion heeft geweigerd gegrond, waarschuwing. Weigering in strijd met de Gedragsregels zonder zwaarwegende bezwaren. Ten onrechte verwezen naar besluit dat door huisarts en revalidatiearts zou zijn genomen zonder dit te checken. Uitgegaan van eigen diagnose die later onjuist is gebleken.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3671

    Klacht tegen neuroloog deels ongegrond, deels gegrond. De neuroloog heeft geen onjuiste of te late diagnose gesteld. De diagnose (vernauwing - ofwel stenose - in de nek met atypische klachten) is een jaar later door een UMC bevestigd. Wel had de neuroloog klaagster voor controle moeten uitnodigen, juist omdat het UMC de neuroloog expliciet had aangeraden om klaagster neurologisch te blijven vervolgen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam hestelbeslissing A2022/3891

    Herstelbeslissing van de beslissing ECLI:NL:TGZRAMS:2022:172

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:1 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-028/AL/OV

    Verweerder heeft als advocaat van een aannemer opgetreden in een geschil met klaagster en in die hoedanigheid klaagster gesommeerd om te betalen. Na een gesprek op kantoor is verweerder daarna een een aantal keren bij klaagster thuis langsgegaan. Tijdens die gesprekken is niet alleen gesproken over een mogelijke schikking maar ook over de interesse van verweerder privé om, zakelijk met zijn broer, het pand van klaagster te kopen. Verweerder heeft een inspecteur langs gestuurd en ook een bod op het pand gedaan, wat door klaagster niet is aanvaard. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder met zijn handelen verwarring bij klaagster laten ontstaan over de rol waarin hij telkens optrad. Naar het oordeel van de raad had verweerder in de specifieke situatie van het geval moeten begrijpen dat het onbetamelijk was om vanuit zijn privébelang een bod op het pand van klaagster te doen terwijl hij langskwam voor schikkingsonderhandelingen voor de aannemer. Als hij op dat moment zijn privébelang voorrang wilde geven, dan had hij de behandeling van de zaak van de aannemer tegen klaagster moeten neerleggen. Dat heeft hij niet gedaan. Dat dit een indringende en lastige situatie voor klaagster moet zijn geweest, is aannemelijk omdat zij bovenal belang had bij een oplossing van haar geschil met de aannemer en pas daarna mogelijk bereid was om haar pand tegen een redelijke prijs te verkopen. Deze klacht is gegrond. Schending kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:1 Hof van Discipline 's Gravenhage 220059

    Hoger beroep wrakingsbeslissing ontvankelijk, omdat verzoekers geen afschrift hebben gekregen van de reactie van de gewraakte rechter en daarop bij gebreke van een mondelinge behandeling niet hebben kunnen reageren. Het hof doet het wrakingsverzoek zelf af en verklaart het evenals de raad ongegrond. Een volgend vergelijkbaar wrakingsverzoek in deze zaak hoeft niet in behandeling te worden genomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:2 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-158/DH/RO

    Klacht over de kwaliteit van dienstverlening deels gegrond. De ontstane onduidelijkheid aan de zijde van klager is door het gebrek aan schriftelijke vastlegging te wijten aan verweerder. Klacht in zoverre gegrond, voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:2 Hof van Discipline 's Gravenhage 220223

    Hoger beroep wrakingsbeslissing ontvankelijk, omdat verzoekers geen afschrift hebben gekregen van de reactie van de gewraakte rechter en daarop bij gebreke van een mondelinge behandeling niet hebben kunnen reageren. Het hof doet het wrakingsverzoek zelf af en verklaart het evenals de raad ongegrond. Een volgend vergelijkbaar wrakingsverzoek in deze zaak hoeft niet in behandeling te worden genomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:3 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-366/DH/DH

    Klacht over de kwaliteit van dienstverlening deels gegrond. Verweerder heeft verzuimd om belangrijke informatie over de stand van klagers zaak schriftelijk vast te leggen, waardoor voor klager onduidelijkheid is ontstaan. Klacht voor het overige niet-ontvankelijk of ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:1 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1234

    Klacht tegen bedrijfsarts. De klacht gaat over de wijze waarop de bedrijfsarts klager vanaf medio 2018 heeft begeleid. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer dat zij de verzuimbegeleiding is gestart zonder ziekmelding, duiding van functionele beperkingen in het inzetbaarheidsprofiel zonder medische onderbouwing, direct met werkgeefster aan te sturen op ‘tweede spoor’, (nogmaals) op verzoek van de werkgeefster te adviseren tot expertiseonderzoek, schending van het medisch beroepsgeheim, onvoldoende onafhankelijke opstelling ten opzichte van de werkgeefster en onvoldoende dossiervorming. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond en legt de bedrijfsarts een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen de gedeeltelijke ongegrondverklaring van de klacht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:4 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-443/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1242

    Klacht tegen KNO-arts. Klager is de zoon van een patiënte die in het verleden was behandeld voor een supraglottisch larynxcarcinoom en een tracheostomie had. Vanwege keel- en slikproblemen is patiënte in 2015 naar de KNO-arts verwezen. De KNO-arts heeft patiënte verscheidene keren op het poliklinisch spreekuur gezien. Patiënte heeft verschillende onderzoeken ondergaan. Hieruit bleek dat sprake was van een tweede primaire tumor in de neofarynx, waarvoor patiënte met radiotherapie werd behandeld. Uiteindelijk is patiënte ongeveer vijf maanden later overleden. Klager verwijt de KNO-arts - onder meer - dat hij de pijnklachten van patiënte onjuist heeft geïnterpreteerd, hij tijdens het eerste consult al een tumor op het grensgebied van de neofarynx en de oesofagus had moeten constateren, hij andere onderzoeksmethoden had moeten initiëren en de beschikbare informatie onjuist heeft geïnterpreteerd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:5 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-681/DH/RO

    Klacht over schending vertrouwelijkheid mediation door advocaat wederpartij gegrond. Verweerster heeft in strijd met de in de mediation afgesproken geheimhouding informatie over de inhoud daarvan gedeeld in een e-mail aan de voorzieningenrechter. Waarschuwing, omdat verweerster verontschuldigingen heeft aangeboden en maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:3 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1311

    Klacht tegen tandarts. Klager verwijt de tandarts dat: 1. zijn verzoek om een afschrift van zijn dossier niet correct is opgevolgd en niet is voldaan aan zijn verzoek tot vernietiging van zijn dossier; 2. binnen de praktijk op een onwettige manier is omgegaan met zijn dossier, waardoor de geheimhouding ervan niet was gewaarborgd; 3. zij een brief met daarin informatie omtrent doorgevoerde behandelingen aan haar advocaat heeft verstrekt; 4. zij hem incorrect heeft voorgelicht en niet op de meest optimale wijze een wortelkanaalbehandeling heeft doorgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 gedeeltelijk gegrond verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard en aan de tandarts geen maatregel opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in het beroep en verwerpt zijn beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:4 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1312

    Klacht tegen tandarts. Klager is vanaf medio 2016 enige tijd patiënt geweest in de tandartspraktijk van de tandarts en zijn partner. Klager kwam toen onder behandeling van de partner van de tandarts. Klager verwijt de tandarts dat: 1. het verzoek van klager om een afschrift van zijn dossier niet correct is opgevolgd en niet is voldaan aan zijn verzoek tot vernietiging van zijn dossier; 2. binnen de praktijk op een onwettige manier is omgegaan met zijn dossier, waardoor de geheimhouding ervan niet was gewaarborgd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:5 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1457

    Klacht tegen een verloskundige. Klaagster was sinds januari 2019 in zorg bij de verloskundigenpraktijk waar de verloskundige werkzaam is. Klaagster was toen ruim 26 weken zwanger van haar derde kind. Omdat klaagster eerder in het buitenland is bevallen kon de praktijk geen medische gegevens van de geboortes van haar eerste kinderen opvragen. Toen klaagster ruim 40 weken zwanger was begon de bevalling. Klaagster wilde graag thuis bevallen. In verband met tekenen van foetale nood heeft een verloskundige in opleiding – onder eindverantwoordelijkheid van de verloskundige – een episiotomie gezet, waarna het kindje van klaagster is geboren. Klaagster werd met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht waar de episiotomie is gehecht. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij:1) De knip ten onrechte links heeft gezet in plaats van rechts;2) Te ver heeft ingeknipt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3867

    Voorval uit 2012. Vraag naar hoofdbehandelaar bij behandeling van een patiënt door meerdere disciplines. Voldoende zorg gegeven. Patiënte wist steeds tot wie zij zich moest wenden. Supervisie c.q. begeleiding op afstand schoot niet tekort. Ook overdracht naar opvolgend behandelaar was voldoende zorgvuldig. Klachten over gestelde onjuist uitgevoerde operatie eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2022:24 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-22

    Klager verwijt de notaris onjuist handelen betreft een akte van levering.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4150

    Klacht tegen basisarts. Klaagster (dochter van patiënte) klaagt onder meer dat de arts moeder (bekend met progressieve vasculaire dementie) niet op eigen initiatief heeft onderzocht, haar noodzakelijke zorg heeft onthouden en een onjuiste diagnose heeft gesteld. Het tuchtcollege overweegt dat beklaagde patiënte heeft onderzocht en verwezen heeft naar het ziekenhuis. Dat hij dit achterwege zou hebben gelaten als de dochter niet zou hebben aangedrongen, kan achteraf niet worden vastgesteld. Beklaagde meende op grond van de symptomen dat patiënte een CVA had doorgemaakt. Beklaagde heeft geïnformeerd naar de voedsel en vochtinname van de patiënte. Daaruit blijkt dat beklaagde dehydratie wel bij zijn overwegingen heeft betrokken. Dat in het ziekenhuis bleek dat het om dehydratie ging, kan hem niet tuchtrechtelijk worden verweten. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2022:25 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-25 en 22-26

    Klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat zij haar vragen niet beantwoordt, dat zij haar kwetst en dat zij haar beïnvloedt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3742

    Klacht tegen tandarts. De klacht is gegrond voor zover die ziet op de het vervolgtraject na een wortelkanaalbehandeling, voor het overige is de klacht ongegrond. Het college is van oordeel dat volstaan kan worden met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2022:26 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-20

    De afgelopen jaren heeft de notaris naar volle tevredenheid diverse werkzaamheden inzake transacties van percelen bosgrond voor klager verricht. Die relatie werd daarna eenzijdig door de notaris beëindigd. Klager heeft zich toen gewend tot andere notarissen. Door die notarissen werd klager erop gewezen dat geen overdrachtsbelasting verschuldigd was, omdat er een beroep kon worden gedaan op een vrijstellingsbepaling in het Wet Belastingen van Rechtsverkeer, te weten artikel 15 lid 1 sub s. Het betrof percelen met een publiekrechtelijke beperking als bedoeld in Besluit op basis van artikel 9.1 van de Wet Natuurbescherming. Klager verwijt de notaris dat hierdoor ten onrechte overdrachtsbelasting bij klager in rekening is gebracht. De notaris heeft zijn informatieplicht geschonden.Bij de eerste zeven transacties was er door het notariskantoor geen Wwft onderzoek vereist. Daarna verneemt klager een tijd niets en ineens is er nader onderzoek nodig. Klager vraagt zich af wat de noodzaak is voor het uitvoeren van een dergelijk onderzoek bij transacties van zo een geringe economische waarde. Er is sprake van aantasting van de goede naam en reputatie van klager. Verder heeft het notariskantoor klager niet geïnformeerd over de wijze waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden en zijn de resultaten van het onderzoek niet aan klager teruggekoppeld.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2022:27 Kamer voor het notariaat Den Haag 21-48, 21-49, 21-50 en 21-51

    Door de onduidelijkheid over het al dan niet erfgenaam zijn in de nalatenschap van erflater, is klaagster is een onzekere positie geraakt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3767

    Klacht tegen psychiater. Klaagster stelt dat beklaagde op ontoereikende basis de diagnose frontotemporale dementie (FTD) heeft gesteld. Het college is van oordeel dat het stellen van de diagnose FTD niet past bij de beschikbare informatie. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3866

    Voorval uit 2012. Vraag naar hoofdbehandelaar bij behandeling van een patiënt door meerdere disciplines. Voldoende zorg gegeven bij constatering van een probleem dat buiten de eigen discipline ligt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3768

    Klacht tegen klinisch geriater. Klaagster stelt dat beklaagde op ontoereikende basis de diagnose frontotemporale dementie (FTD) heeft gesteld althans de behandelend psychiater onvoldoende heeft gecorrigeerd bij het stellen van de diagnose. Het college is van oordeel dat het stellen van de diagnose FTD niet past bij de beschikbare informatie. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2022:23 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-14

    Klaagster verwijt de notaris dat in het uittreksel van het testament dat aan klaagster is verstrekt niets vermeld stond over de benoeming van de notaris tot executeur. Verder verwijt klaagster de notaris dat hij onduidelijk is geweest over zijn rol en de rol van de zoon en erfgenaam, terwijl de verklaringen daarover tegenstrijdig zijn. De notaris heeft zich niet ingeschreven in het boedelregister als betrokken notaris. De notaris heeft een akte gepasseerd, waarbij hij zelf partij is, terwijl hij heeft nagelaten in de akte op te nemen wie de executeur/afwikkelingsbewindvoerder was. De notaris heeft nagelaten klaagster een afschrift van de akte tot afgifte van de legaten te verstrekken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:274 Raad van Discipline Amsterdam 22-540/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:275 Raad van Discipline Amsterdam 22-538/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3944

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij slecht naar haar heeft geluisterd. Zij voelt zich niet serieus genomen. Hij heeft haar niet tijdig doorverwezen naar de neuroloog en haar een dag laten wachten op de uitslag van een gesprek. Klaagster is bij de arts weggegaan. Het college is van oordeel dat uit het verloop van de behandeling blijkt dat de arts steeds goed naar klaagster en haar hulpvraag heeft geluisterd. In de korte periode dat klaagster zijn patiënt was is onder meer een aantal keer telefonisch contact geweest, heeft hij op haar verzoek de neuroloog gebeld en is hij op huisbezoek geweest. Uit niets blijkt dat de arts klaagster niet serieus genomen heeft. Dat klaagster een dag heeft moeten wachten op de uitkomst van een gesprek werd volgens de arts veroorzaakt door drukte in de praktijk. De arts heeft de praktijkassistente laten bellen om klaagster te vertellen dat de arts haar de volgende dag zou bellen. Het college is van oordeel dat de arts aldus zorgvuldig heeft gehandeld.Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:276 Raad van Discipline Amsterdam 22-490/A/A

    Ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Dat in het beslagrekest en in de dagvaarding een onjuistheid staat, valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten. Verweerder mocht afgaan op het feitenmateriaal dat zijn cliënte hem had verstrekt. Bovendien heeft verweerder een akte tot rectificatie bij de rechtbank ingediend om een en ander recht te zetten.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3945

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de arts dat hij slecht heeft geluisterd, overleg met de neuroloog heeft nagelaten, heeft gezegd dat hij overleg heeft gehad met de neuroloog terwijl dat niet zo was, en een medicijn heeft gestopt zonder overleg.Het college is van oordeel dat de arts steeds heeft geluisterd en naar aanleiding daarvan beslissingen heeft genomen. Hij heeft overwogen of overleg met de neuroloog geïndiceerd was. Klaagster was eerder al gezien door de neuroloog. De arts vond in de klachten van klaagster geen aanleiding om de neuroloog opnieuw te raadplegen. Deze beslissing was, gelet op de klachten, zonder meer navolgbaar en verdedigbaar. Verder heeft de arts betwist dat hij heeft gezegd overleg te hebben gehad met de neuroloog. Het medisch dossier bevat hiervoor ook geen aanwijzingen. De arts heeft voorts een medicijn gestopt. De arts ging ervan uit dat pas een maand later de door de arts goedgekeurde nieuwe medicatielijst door de apotheek verstrekt zou worden en dat hij nog voldoende tijd had om de wijziging met klaagster te bespreken. Klaagster kwam er echter eerder achter. Er is toen aan klaagster uitgelegd waarom dit medicijn is stopgezet. Het college is van oordeel dat het wat ongelukkig is dat de wijziging op deze manier bekend werd bij klaagster, maar ziet hierin geen handeling die tuchtrechtelijk verwijtbaar is.Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:1 Accountantskamer Zwolle 21/892 Wtra AK

    Betrokkene heeft drie jaarrekeningen van een inmiddels failliete reisorganisatie gecontroleerd en goedgekeurd. In deze jaarrekeningen is volgens de curator ten onrechte telkens een actieve belastingvordering (voorwaartse verliescompensatie) verwerkt. Die klacht is gegrond. Uit wat betrokkene ter zitting heeft verklaard heeft de Accountantskamer niet kunnen vaststellen dat betrokkene de controle van deze posten met een professioneel-kritische instelling heeft gedaan. Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij zijn controle voldoende aandacht heeft besteed aan de vraag of de prognoses van omzet en winst, waarop de actieve belastinglatenties waren gebaseerd, aanvaardbaar waren en aan de vraag of de verwachting reëel was dat de geleden verliezen volledig met toekomstige winsten fiscaal gecompenseerd konden worden. De prognoses met betrekking tot omzet en winst wisselden nogal en gingen vaak uit van een sterke groei. Betrokkene heeft zijn controlewerkzaamheden op dit onderdeel onvoldoende gedocumenteerd. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel op van tijdelijke doorhaling voor de duur van drie maanden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:271 Raad van Discipline Amsterdam 22-929/A/NH

    Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat de advocaat aanleiding had moeten hebben om aan de juistheid van de van zijn cliënte verkregen informatie te twijfelen. Voorzover de facturen door de cliënte van de advocaat al ten onrechte aan klaagster zouden zijn verstuurd, wat niet is gebleken, valt de advocaat daarvan geen verwijt te maken. Het stond de advocaat vrij om klaagster te sommeren tot betaling van de openstaande facturen over te gaan en haar bij gebreke daarvan rechtsmaatregelen in het vooruitzicht te stellen.Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4038

    1. Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is niet tevreden over de behandeling van de arts en verwijt hem dat hij slecht heeft geluisterd, heeft nagelaten haar tijdig naar een neuroloog te verwijzen, haar niet serieus heeft genomen, onnodige onderzoeken heeft verricht, geweigerd heeft haar inzage in haar dossier te geven en haar gezondheidssituatie heeft doen verslechteren. Het college is van oordeel dat de arts steeds heeft gereageerd op verzoeken van klaagster die zij aan de balie of telefonisch heeft gedaan. Hij heeft geluisterd en naar aanleiding van wat klaagster hem vertelde beslissingen genomen. Hij heeft beeldvormend onderzoek laten verrichten, hetgeen een adequate reactie was op de klachten van klaagster.Het college heeft voorts niet kunnen vaststellen dat de arts heeft geweigerd klaagster inzage in haar dossier te geven. De arts was zelf niet op de hoogte van zo’n verzoek en uit de stukken is niet gebleken dat klaagster een verzoek tot inzage van haar dossier heeft gedaan. Het verwijt dat de handelwijze van de arts de gezondheidssituatie van klaagster heeft doen verslechteren in plaats van verbeteren treft geen doel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:272 Raad van Discipline Amsterdam 22-927/A/NH

    Klacht over advocaat van de wederpartij. Klacht is gedeeltelijk ingediend nadat de in artikel 46g lid1 sub a Advocatenwet bedoelde termijn is verstreken. Voor het overige: partijdigheid is een kernwaarde van de advocaat (artikel 10a Advocatenwet). Advocaat heeft steeds gehandeld in het belang van zijn cliënt. Niet gebleken dat de belangen van klager nodeloos zijn geschaad.Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:273 Raad van Discipline Amsterdam 22-640/A/NH

    Raadsbeslissing; Verweerder heeft zich in zijn hoedanigheid van kantoorgenoot niet zodanig gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/3776

    Psychiater. Klacht: onvoldoende behandeling, uitsluitend voorschrijven medicatie (1), geen eigen onderzoek (2), onzorgvuldige en onvolledige dossiervorming (3), onjuiste informatie verstrekt (4), schending privacy (5), onjuist gedeclareerd (6), onprofessionele correspondentie (7), geen afschrift volledig dossier (8).College: geen proactieve rol genomen, te weinig onderzoek gedaan, hulpvraag onvoldoende uitgevraagd. Ernstig tekortgeschoten in dossierplicht en geen kopie volledig dossier verstrekt. Onjuist gedeclareerd. Gedeeltelijk gegrond. Communicatie niet professioneel, maar van onvoldoende gewicht voor afzonderlijk tuchtrechtelijk verwijt.Maatregel: ernstig tekortgeschoten bij hulp aan een kwetsbare jongere. Toetsbaarheid bemoeilijkt door summiere en gebrekkige dossiervoering. Onvoldoende geleerd van eerdere gegronde klacht over soortgelijk handelen (14218). Onvoldoende inzicht getoond in zijn handelen. Onvoorwaardelijke schorsing inschrijving BIG-register voor drie maanden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:1 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-865/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:356 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-710/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een voormalige eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn en deels kennelijk ongegrond omdat de gestelde feiten niet zijn komen vast te staan.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:188 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-237/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in beide onderdelen ongegrond omdat mede op basis van het op verzoek van de raad door verweerder overgelegde bankafschrift voldoende is komen vast te staan dat verweerder in zijn e-mail van 23 maart 2019 aan klager geen mededeling heeft gedaan waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen en de klacht dat verweerder in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 27, doordat hij heeft geciteerd uit schikkingsonderhandelingen, onvoldoende is geconcretiseerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4207

    Ongegronde klacht tegen een radioloog. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de MRI-scan die is gemaakt in 2018 onjuist heeft geïnterpreteerd. De groei van de tumor is niet opgemerkt en de neuroloog is van onjuiste informatie voorzien. Het college overweegt dat de groei van tumoren met een complexe groei zoals een schwannoom moeilijk te beoordelen is. Door de complexe vorm van de tumor met verschillende uitlopers kan niet eenvoudig de diameter en lengte van de tumor - en daarmee de groei - gemeten worden, zoals bijvoorbeeld bij meer bolvormige tumoren, maar moet een meer subjectieve en kwalitatieve beoordeling worden gemaakt. Ook van belang is dat de beoordelend radioloog op de hoogte wordt gesteld van eventuele klachten, zodat kan worden beoordeeld of die klachten kunnen duiden op groei van de tumor bij de patiënt. Los van de vraag wanneer welke klachten bij klaagster zijn ontstaan, staat in ieder geval vast dat niet in de aanvraag aan de radioloog is gemeld dat klaagster klachten had. Een ander belangrijk aspect dat moet worden betrokken in de beoordeling is of sprake is van een toegenomen verdringing van het ruggenmerg. In dit geval heeft de radioloog daarnaar gekeken en dit aspect in zijn beoordeling betrokken, zo blijkt uit zijn verslag. Echter is - met de kennis van nu - in 2018 op enkele beelden een geringe toename twee niveaus boven het in het verslag beschreven niveau te zien. Dat dit destijds niet is opgemerkt, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:350 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-656/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Advocaat wederpartij. Geen sprake van een onnodig grievende uitlating doordat verweerder zich tijdens de zitting van de raad hardop afvroeg of klager, die telefonisch aanwezig was, een geluidsopname maakte. Geheimhoudingsplicht over cliëntele. Misbruikbepaling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4206

    Ongegronde klacht tegen een radioloog. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de MRI-scan die is gemaakt in 2016 onjuist heeft geïnterpreteerd. De groei van de tumor is niet opgemerkt en de neuroloog is van onjuiste informatie voorzien. Het college overweegt dat de groei van tumoren met een complexe groei zoals een schwannoom moeilijk te beoordelen is. Door de complexe vorm van de tumor met verschillende uitlopers kan niet eenvoudig de diameter en lengte van de tumor - en daarmee de groei - gemeten worden, zoals bijvoorbeeld bij meer bolvormige tumoren, maar moet een meer subjectieve en kwalitatieve beoordeling worden gemaakt. Ook van belang is dat de beoordelend radioloog op de hoogte wordt gesteld van eventuele klachten, zodat kan worden beoordeeld of die klachten kunnen duiden op groei van de tumor bij de patiënt. Los van de vraag wanneer welke klachten bij klaagster zijn ontstaan, staat in ieder geval vast dat niet in de aanvraag aan de radioloog is gemeld dat klaagster klachten had. Het college is gelet op het voorgaande van oordeel dat, hoewel met de kennis van nu gezegd kan worden dat op de beelden van 2016 mogelijk een geringe groei van de tumor te zien is, niet kan worden vastgesteld dat de radioloog bij zijn beoordeling onvoldoende zorgvuldig te werk is gegaan. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:351 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-667/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels kennelijk ongegrond.