Zoekresultaten 9401-9450 van de 48384 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:7 Hof van Discipline 's Gravenhage 210382
- Datum publicatie: 23-01-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:7
Klachten gericht tegen voormalig eigen advocaat. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad met aanvulling van de motivering en verklaart alle klachtonderdelen, te weten a) en b) gegrond. Het hof stelt voorop dat het een advocaat vrij staat om tegen eenieder aangifte te doen van een strafbaar feit, ook als het een (voormalig) cliënt betreft. Het hof is zich ervan bewust dat de veiligheid van advocaten in het huidige tijdsgewricht onder druk staat en dat advocaten met enige regelmaat worden bedreigd in de uitoefening van hun praktijk. In dit verband is door (de deken van) de Orde van Advocaten een protocol bedreigde advocaten opgesteld, hoe advocaten die worden bedreigd bij de uitvoering van hun werkzaamheden, door of namens wederpartijen dan wel door de eigen (al dan niet voormalige) cliënt, hiervan melding kunnen maken. Als een advocaat aangifte wil doen, dient hij voorafgaand overleg te plegen met de deken en diens advies in te winnen op basis van het door hem geschetste beeld over de aard, de oorzaak en de gevolgen van die melding. De deken dient de advocaat hierin ook bij te staan en hem van gepast advies te voorzien. Ook de beantwoording van de vraag of het beroepsgeheim in concrete gevallen mag worden doorbroken, teneinde een directe dreiging van ernstig, toekomstig gevaar voor de advocaat of een betrokkene af te wenden, dient in samenspraak met de deken plaats te vinden. Naar aanleiding van het overleg tussen de advocaat en de deken kan vervolgens worden besloten om de kwestie te melden bij de Hoofdofficier van Justitie en aangifte te doen bij de politie. De Hoofdofficier van Justitie meldt de kwestie door aan het hoofd van de unit BB&C, zodat die dit verder kan oppakken met de betreffende advocaat en een risico-analyse kan maken. Nu verweerder heeft nagelaten voorafgaand aan de aanvullende aangifte advies in te winnen bij de deken (ook in verband met de doorbreking van zijn geheimhoudingsplicht), heeft hij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Aan verweerder is de maatregel van berisping opgelegd. Het beroep van de deken is door het hof niet-ontvankelijk verklaard, nu de deken zijn beroepschrift niet binnen de gestelde termijn heeft ingediend.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4231
- Datum publicatie: 20-01-2023
- Datum uitspraak: 20-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:10
Gegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft een medisch rapport over klager uitgebracht in het kader van een deskundigenoordeel. Klager verwijt de verzekeringsarts dat zij haar onderzoek onzorgvuldig en in strijd met het professioneel handelen heeft gedaan. Doordat de verzekeringsarts geen verweerschrift heeft ingediend en niet ter zitting is verschenen, is haar verweer niet bekend. Het college stelt vast dat de verzekeringsarts klager zelf niet heeft gezien en onderzocht, zij heeft haar rapportage slechts gebaseerd op informatie die zij van de bedrijfsarts heeft verkregen. Daarbij heeft zij haar conclusie niet onderbouwd. De medische rapportage voldoet daarmee niet aan de zorgvuldigheidseisen. De klacht is gegrond. Door geen verweer te voeren en niet ter zitting te verschijnen heeft de verzekeringsarts geen verantwoording aan klager en het college afgelegd en heeft het college geen inzicht gekregen in de persoon van de verzekeringsarts. Het college acht onder deze omstandigheden slechts de maatregel van berisping passend en geboden. Berisping. Publicatie.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4087
- Datum publicatie: 20-01-2023
- Datum uitspraak: 20-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:11
Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster verwijt de verzekeringsarts onder andere dat hij informatie in het niet-medisch rapport heeft opgenomen die niet met de voormalig werkgever van klaagster behoorde te worden gedeeld en dat hij in het medisch rapport heeft opgenomen dat hij een aanwijzing zag voor een cluster B/C persoonlijkheid zonder dit met klaagster tijdens het verzuimconsult te hebben besproken. Het college overweegt dat de verzekeringsarts de informatie wel wat zakelijker had kunnen weergeven maar dat dit handelen niet dusdanig ernstig is dat het tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Wat betreft het vermelden van de aanwijzing, oordeelt het college dat de verzekeringsarts deze aanwijzing beter met klaagster had kunnen bespreken voordat hij het in zijn rapportage opnam. Het college vindt dit handelen echter niet dusdanig ernstig dat het tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De overige klachten zijn ook ongegrond. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4642
- Datum publicatie: 20-01-2023
- Datum uitspraak: 20-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:12
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft de opdracht gekregen om een medisch advies uit te brengen over de vraag of er causaal verband bestaat tussen de klachten en de beperkingen van klaagster en de werkvloer. De verzekeringsarts heeft in zijn rapport geconcludeerd dat hij voor een volledige en zorgvuldige beeld- en besluitvorming meer informatie nodig heeft. Volgens klaagster is het advies frauduleus en had de verzekeringsarts voldoende informatie. Ook verwijt zij de verzekeringsarts dat hij heeft nagelaten om het medisch advies uit te leggen. Het college oordeelt dat het advies voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De verzekeringsarts heeft gelet op zijn gemotiveerde onderbouwing in redelijkheid tot zijn conclusie kunnen komen dat meer informatie benodigd was. Van een onjuist advies, laat staan van een frauduleus advies, is dan ook absoluut niet gebleken. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:369 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-559/AL/MN
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 04-07-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:369
Tussenbeslissing in verzet. De vastgestelde feiten kunnen de grond voor de beslissing van de voorzitter niet dragen. Verzet gegrond. De raad acht zich onvoldoende voorgelicht om te kunnen beoordelen of de klacht van klagers, gelet op het verstrijken van de tijd tussen het beklaagde handelen van verweerder en het moment waarop klagers aangegeven hebben dat zij de klacht tegen verweerder weer wilden oppakken, wel of niet ontvankelijk is en of er overigens sprake is van strijd met de goede procesorde. Zaak terug naar deken voor nader onderzoek.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:7 Raad van Discipline Amsterdam 22-932/A/A
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:7
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht van een derde over de advocaat van de ex-echtgenoot van de vriendin van klager. Verweerster heeft als advocaat van de wederpartij niet klachtwaardig gehandeld door te verwijzen naar het strafdossier van klager. Verder heeft verweerster de belangen van haar cliënt behartigd aan de hand van het feitenmateriaal dat de cliënt haar had verschaft. Er was geen sprake van evidente aanwijzing voor de onjuistheid van het feitenmateriaal zodat verweerster niet gehouden was de juistheid van het feitenmateriaal te verifiëren.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3980
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 17-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:25
De klacht gaat over een huisarts die als arbo-arts werkzaam is bij een gecertificeerde arbodienst. Het verwijt is dat hij zich onterecht voordoet als bedrijfsarts. Daarnaast verwijt klaagster beklaagde dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door diagnoses te stellen, medicatiebeleid voor te stellen in plaats van klaagsters belastbaarheid te beoordelen en tevens zou de supervisie niet op orde zijn. Ook zou beklaagde een datalek hebben veroorzaakt en medische informatie met haar werkgever hebben gedeeld. Het college verklaart de klacht deels gegrond. Beklaagde is te sturend geweest tijdens de consulten in zijn advisering waardoor hij intervenieerde in de behandelrelatie van klaagster met diverse zorgverleners. Daarnaast heeft beklaagde verwarring bij klaagster laten ontstaan over zijn rol als arbo-arts door zich in gesprekken wisselend voor te stellen als arts, arbo-arts of bedrijfsarts en zich op papier bedrijfsarts te noemen en was de supervisie niet op orde. Ook heeft beklaagde een datalek veroorzaakt. Aan beklaagde wordt de maatregel van een voorwaardelijke schorsing van één maand opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4064
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 06-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:19
Klacht tegen verpleegkundige. Klagers zijn nabestaanden van patiënte. Verwijt dat beklaagde niet heeft gecommuniceerd dat er op 25 augustus 2021 om 19:30 uur een order voor morfine was aangevraagd. Tevens verwijt dat hij de achteruitgang van patiënte niet besproken heeft met de familie. Het college oordeelt dat beklaagde in overleg met de kliniekarts de morfine heeft toegediend om patiënte comfortabel de nacht in te laten gaan. De vitale parameters waren op het moment van overleg tussen beklaagde en de kliniekarts, als tijdens het toedienen van de morfine, nog hetzelfde als in de middag op het moment van afstemmen met de familie. Van een achteruitgang in de gezondheidstoestand van patiënte was dus geen sprake en op grond daarvan was beklaagde niet gehouden contact op te nemen met de familie. Een order om morfine toe te dienen, is enkel de basis voor een verpleegkundige om een handeling te mogen verrichten. In dit geval betrof de order de bevoegdheidsoverdracht aan de verpleegkundige om - indien noodzakelijk – morfine toe te dienen. Een dergelijke order behoefde naar het oordeel van het college niet gecommuniceerd te worden met klagers, omdat dit beleid diezelfde dag met hen besproken was. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:8 Raad van Discipline Amsterdam 22-930/A/A
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:8
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Klager heeft geen stukken overgelegd waaruit volgt dat hij zich niet kon vinden in de door de advocaat gekozen en aan klager schriftelijk bevestigde aanpak van de zaak. De advocaat heeft de pleitnota vooraf aan klager toegezonden en diens instemming schriftelijk bevestigd. Klager heeft hierop niet gereageerd. Niet aannemelijk dat klager zich niet kon vinden en de aanpak van de zaak.De beëindiging van de opdracht is ingegeven door de door een kantoorgenoot van de advocaat tijdens een kort geding aan politicus X verleende rechtsbijstand en de beslissing van de advocaat van klager om, ondanks het daartoe strekkende verzoek van klager, zijn kantoor niet te zullen verlaten.Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:370 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-770/AL/GLD
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 28-11-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:370
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft zich als advocaat van de wederpartij niet onnodig grievend jegens hem uitgelaten. Evenmin heeft zij feiten geponeerd waarvan zij wist, of moest weten, dat die onjuist waren. In de gegeven omstandigheid mocht verweerster een e-mail rechtstreeks aan klager, in de cc aan zijn advocaat sturen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:364 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-135/AL/MN
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:364
Klacht betreffende eigen advocaat in een echtscheidingsprocedure over onvoldoende voortvarend oppakken van de zaak en slecht en onjuist communiceren met klaagster. Vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid dient een advocaat te bepalen met welke aanpak van de zaak de belangen van zijn cliënt het beste zijn gediend. Dit dient hij wel te doen in overleg met zijn cliënt en in het verlengde daarvan moet de advocaat zich ervan vergewissen dat de cliënt zich in de werkwijze die hem voor ogen staat kan vinden. Verweerster heeft uiteengezet waarom haar juridische mogelijkheden beperkt waren en waarom zij zich bij de behandeling van de zaak terughoudend heeft moeten opstellen. Op grond van in de beslissing genoemde feiten en omstandigheden komt de raad tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat voor verweerster in de periode waarin zij haar werkzaamheden verrichtte duidelijk moet zijn geweest dat klaagster zich niet in haar aanpak kon vinden. Dat klaagster wellicht met terugwerkende kracht een andere mening is toegedaan maakt dit niet anders. Voorts is niet gebleken dat er onjuist en/of onvoldoende is gecommuniceerd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3897
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 17-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:26
Klacht tegen huisarts ongegrond. De klacht gaat over het handelen van de huisarts in de periode augustus tot november 2021. Klagers verwijten de huisarts samengevat het handelen rondom de situatie van klagers en hun destijds 16-jarige dochter die in die periode niet meer thuis verbleef. De klachten gaan over het onvoldoende serieus nemen van de zorgen van klagers over hun dochter, het onvoldoende betrokken worden van ouders en het niet zorgvuldig handelen in de begeleiding van ouders in die situatie. Ook wordt geklaagd over de gang van zaken bij de overstap naar een andere huisarts en een te late overdracht van het medisch dossier van klaagster aan de opvolgend huisarts.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:4 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-559/AL/MN
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:4
Verzetbeslissing. Verzet is gegrond. De griffier van het hof heeft de verzoeken van klagers om de behandeling van de klacht aan te houden welwillend beantwoord en hen nooit te verstaan gegeven dat het tijdsverloop mogelijk negatieve processuele gevolgen zou kunnen hebben. De inhoudelijke beoordeling van de klacht leidt tot het oordeel dat de klacht in alle onderdelen ongegrond is. Verweerder heeft in zijn hoedanigheid van voormalig deken het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Hem kan dus geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4061
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 06-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:20
Klacht tegen arts. Klagers zijn nabestaanden van patiënte. Klagers verwijten beklaagde dat hij de melding van de verpleegkundige over de verdere achteruitgang van patiënte niet aan hen heeft gecommuniceerd. Verder heeft hij niet gemeld dat er gestart zou worden met morfine. Het college oordeelt dat op het moment van voorschrijven van de morfine er geen verandering was in de gezondheidssituatie van patiënte. Beklaagde heeft de morfine voorgeschreven zodat patiënte comfortabel zou zijn gedurende de nacht. Het medisch dossier laat zien dat de vitale parameters bij toediening van de morfine gelijk waren aan die van de middag. Patiënte had nog altijd een hoge pols en ademfrequentie en een MEWS van 7. Op grond van het voorgaande was er naar het oordeel van het college objectief gezien geen aanleiding om, zoals in de middag afgestemd tussen de collega van beklaagde en klagers, contact op te nemen met klagers nu er van een verdere achteruitgang of beleidswijziging geen sprake was. Het college geeft in dit geval als “terugkoppeling” mee dat het wel beter was geweest als de familie op dat moment geïnformeerd was. Het ging immers om een oudere patiënte, die gezien de aanhoudend hoge frequentie van ademhaling wel eens uitgeput zou kunnen raken. Dit is echter niet zwaar genoeg om beklaagde een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:371 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-777/AL/GLD
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 05-12-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:371
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij in een familierechtkwestie. Klacht voor een deel niet-ontvankelijk, omdat klager te laat bij de deken heeft geklaagd over het handelen van verweerster. Voor het andere deel is de klacht kennelijk gegrond. Niet gebleken dat verweerster een bepalende en escalerende rol heeft gespeeld. Ook niet gebleken dat verweerster bij de behartiging van de belangen van haar cliënte alleen haar eigen belang voorop heeft gesteld en dat zij heeft meegewerkt aan ouderverstoting. Een feitelijke onderbouwing daarvoor ontbreekt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:365 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-095/AL/MN
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:365
In een erfrechtzaak verwijt klaagster de advocaat van de wederpartij dat hij onnodige en juridische onhaalbare procedures aanhangig heeft gemaakt en op onjuiste wijze beslag heeft gelegd. De raad overweegt dat verweerder bij de behandeling van de zaak de grenzen van wat tuchtrechtelijk is toegestaan is genaderd. Tegen de achtergrond van het geschil zoals dat uit het klachtdossier is gebleken beoordeelt de raad de handelwijze van verweerder echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het beslag is gelegd door de deurwaarder. Er speelden tussen partijen vele procedures en er stonden grote belangen op het spel. Partijen zijn het er over eens dat de verhouding tussen klaagster en haar broer steeds verder verslechterde en dat er over en weer steeds meer wantrouwen ontstond. Verweerder heeft gemotiveerd uiteengezet waarom hij het in het belang van zijn cliënt oordeelde om tot beslaglegging en het aanhangig maken van een verzoekschrift tot verkoop van in beslag genomen aandelen over te gaan. Het verzoekschrift is vervolgens weer ingetrokken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3898
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 17-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:27
Klacht tegen huisarts ongegrond. De klacht gaat over het handelen van de huisarts in de periode augustus tot en met december 2021. Klagers verwijten de huisarts samengevat het handelen rondom de situatie van klagers en hun destijds 16-jarige dochter die in die periode niet meer thuis verbleef. De klachten gaan over een melding bij Veilig Thuis, het onvoldoende serieus nemen van de zorgen van klagers over hun dochter, het onvoldoende betrokken worden van ouders en het niet zorgvuldig handelen in de begeleiding van ouders in die situatie. Ook wordt geklaagd over de gang van zaken bij de overstap naar een andere huisarts en een te late overdracht van het medisch dossier van klaagster aan de opvolgend huisarts, alsmede over schendingen van de geheimhoudingsplicht door de huisarts, in november 2021.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4044
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 06-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:21
Klacht tegen MDL-arts. Klagers zijn nabestaanden van patiënte. Verwijt dat beklaagde de familie niet heeft geïnformeerd over de diagnose hydrops. Het college oordeelt dat dit verwijt niet slaagt omdat beklaagde ten tijde van de CT-scan op 17 augustus 2021 nog niet betrokken was bij de behandeling. Klacht dat beklaagde de familie had moeten bellen toen met morfine werd begonnen en de familie niet duidelijk heeft gemaakt dat de gezondheidstoestand van patiënte ernstig was. Ook deze klacht slaagt niet. College oordeelt dat beklaagde klagers heeft geïnformeerd over de verslechtering van patiënte door een familiegesprek te organiseren en daarin uitleg te geven over de gezondheidssituatie van patiënte. Ook heeft beklaagde het scenario toegelicht dat als extra zuurstof niet zou helpen subcutaan morfine toegediend zou worden en dat bij een wijziging van de toestand van patiënte klagers - conform hun wens - geïnformeerd zouden worden. Dit heeft beklaagde ook vermeld in het medisch dossier. Achteraf bezien had de boodschap wellicht nog wat indringender gekund, omdat de gebruikte woorden bij de familie toch niet goed waren binnengekomen. Objectief gezien zijn de gebruikte bewoordingen (“Komende periode spannend of ze de bocht gaat nemen, meer dan we nu doen kan niet.”) echter duidelijk genoeg om de ernst van de gezondheidssituatie te duiden. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:366 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-088/AL/GLD
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:366
Klacht over onnodig grievend uitlaten door advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Op zich kan de raad klager volgen als hij stelt dat de uitlatingen op sommige punten grievend waren. Waar het in deze echter om gaat is of er voor verweerder een belang was gegeven om deze uitlatingen namens zijn cliënte te doen. Verweerder heeft gemotiveerd uiteengezet waarom hij in het belang van zijn cliënte en als partijdig advocaat het noodzakelijk heeft geoordeeld om de stellingen van klager krachtig te bestrijden op de wijze zoals hij heeft gedaan en om niet met een enkele ontkenning te volstaan. De door verweerder gebruikte bewoordingen moeten worden bezien in het licht en binnen de context van het gevoerde debat, dat door beide partijen in felle bewoordingen is gevoerd en de raad is van oordeel dat deze in dat kader zijn toegestaan. Verweerder is gebleven binnen de vrijheid die hem als advocaat van de wederpartij bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt is gegeven. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3819
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 06-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:28
Klacht tegen psychiater. Verwijt dat beklaagde geen juiste informatie heeft gegeven over de afbouw van de medicatie zuclopentixol. Beklaagde weigert volgens klager een afbouwplan op te stellen. Verder had beklaagde moeten onderhandelen over de nuldosering.Het college merkt op dat een afbouwschema bij medicatie niet altijd van begin af aan nauwkeurig is aan te geven. Beklaagde was wekelijks aanspreekbaar voor klager. Het medicatiebeleid werd gemonitord en aangepast. Dat beklaagde niet wilde onderhandelen over de afbouw naar nul, valt hem niet tuchtrechtelijk te verwijten. De medicatie moet worden bepaald op basis van professionele inzichten. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2023:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/11
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TNORSHE:2023:1
Klagers 1 tot en met 4 verwijten de notaris (kort gezegd) dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater toen hij op 7 januari 2022 zijn testament passeerde. De notaris heeft met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht in eerste instantie aangevoerd dat hij slechts algemene informatie kan geven.Bij tussenbeslissing van 27 juni 2022 heeft de kamer klagers 3 en 4 niet-ontvankelijk verklaard in de klacht, omdat zij geen redelijk belang hebben. Verder heeft de kamer de notaris in de gelegenheid gesteld alsnog zo gedetailleerd als mogelijk te beschrijven hoe het onderhavige testament tot stand is gekomen, hoe hij de wilsbekwaamheid van erflater heeft beoordeeld en op welke wijze hij heeft gewaarborgd dat erflater zijn wil op onafhankelijke wijze aan de notaris heeft kunnen overbrengen. De notaris heeft van deze mogelijkheid gebruikgemaakt.Bij eindbeslissing van 16 januari 2023 heeft de kamer de klacht ongegrond verklaard. De kamer is van oordeel dat de notaris voldoende naar voren heeft gebracht om aan te nemen dat hij ondanks de aanwezigheid van (ook in het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening genoemde) indicatoren geen reden zag voor een nadere beoordeling van de wilsbekwaamheid. Voor zover de notaris nog enige twijfel over de wilsbekwaamheid van erflater zou hebben gehad, zou die in de gegeven omstandigheden niet voldoende zijn geweest om de tijd te nemen voor een medisch onderzoek met het risico dat de uiterste wil van erflater door zijn naderende overlijden niet meer zou kunnen worden vastgelegd. De kamer is van oordeel dat de notaris (ook) voldoende alert is geweest op de mogelijkheid van beïnvloeding van erflater door [A]. Hoewel er in het voortraject kanttekeningen zijn te plaatsen bij het handelen van de notaris, heeft de notaris later correct gehandeld door erflater thuis te bezoeken en hem tijdens een anderhalf uur durende passeerafspraak buiten aanwezigheid van anderen uitgebreid te spreken. Bij dit oordeel weegt mee dat sprake was van een spoedsituatie en de notaris dus geen tijd had voor een uitgebreid onderzoek. Verder heeft de kamer oog voor de omstandigheid dat Nederland zich begin januari 2022 in de uitzonderlijke situatie van een harde lockdown bevond, waardoor de notaris te maken had met aangescherpte coronamaatregelen en adviezen van de overheid. Deze coronamaatregelen en adviezen waren voor de notaris reden om fysiek contact tussen hem en/of zijn personeel enerzijds en de cliënt anderzijds zoveel mogelijk te beperken. In die omstandigheden heeft de notaris naar het oordeel van de kamer een voldoende zorgvuldige invulling gegeven aan zijn taak om te waken voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van erflater en zijn de in de beslissing gemaakte kanttekeningen van onvoldoende gewicht om de notaris hierover een tuchtrechtelijk verwijt te maken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4195
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 10-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:22
Beëindiging antipsychotica zonder afbouwschema is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Beklaagde heeft de door klager geuite (ontwennings-)klachten voldoende onderzocht en beoordeeld. Klacht over handgeschreven slaaprecept is van onvoldoende gewicht.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:367 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-154/AL/GLD
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:367
Klacht over eigen advocaat in een echtscheidingsprocedure. Het verwijt betreft het niet meenemen van het woonrecht van de huurwoning in de procedure en slecht communiceren. Allereerst overweegt de raad dat goede huisvesting een belangrijk onderwerp is waarmee een advocaat als zijnde de belangenbehartiger van zijn cliënt zorgvuldig dient om te gaan. De vraag die vervolgens beantwoord moet worden is of verweerster gelet op alle feiten en omstandigheden ervan uit mocht gaan dat klaagster van de echtelijke woning had afgezien. De raad is van oordeel dat dit het geval is. Voorts is door klaagster onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er door verweerster slecht gecommuniceerd is. Uit het klachtdossier blijkt een intensieve en voortdurende communicatie tussen klaagster en verweerster. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4503
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 06-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:29
Klacht tegen arts in opleiding tot specialist. Verwijt dat beklaagde een foute diagnose geeft gesteld en klaagster zonder verder te onderzoeken met een acute ischemie in haar been naar huis heeft gestuurd. Toen patiënte werd onderzocht was er bij lichamelijk onderzoek (motoriek, sensibiliteit en arteriële doppler signalen) geen acute ischemie hoger dan klasse 1 aanwezig. Ook bij heropname vier dagen later waren motoriek en sensibiliteit nog altijd aanwezig. Hierdoor is er gekozen voor een uitgesteld beleid, hetgeen bij een acute limb ischemia klasse 1 ook mogelijk en geoorloofd is. Het college komt tot de conclusie dat het verwijt niet slaagt. Dat klaagster kort na ontslag wederom klachten kreeg, gevolgd door opname, onderzoek en behandeling, doet daar niet aan af. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:6 Hof van Discipline 's Gravenhage 220054
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:6
Beklag van verzoeker tegen de beslissing van de Raad van de Orde van Advocaten is ongegrond. Artikel 4 lid 1 Advocatenwet bepaalt dat de raad kan weigeren een verzoek tot inschrijving als advocaat in behandeling te nemen, als – samengevat – a) de verzoeker niet voldoet aan de in artikel 2 en 2a van die wet gestelde vereisten voor inschrijving, b) de gegronde vrees bestaat dat de verzoeker als advocaat inbreuk zal maken op de voor advocaten geldende wetten, verordeningen en besluiten, of zich anderszins zal schuldig maken aan enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt of c) als de verzoeker wegens het niet op tijd behalen van de stageverklaring of het beroepsexamen van het tableau is geschrapt en het verzoek wordt ingediend binnen een door de algemene raad nader te bepalen termijn na schrapping. Deze termijn is door de algemene raad bij art. 36 van de Regeling op de advocatuur gesteld op vijf jaren. Het tweede lid van artikel 4 Advocatenwet bepaalt dat de raad ook kan weigeren om het verzoek in behandeling te nemen als het is ingediend door een verzoeker die eerder als advocaat is ingeschreven geweest en de raad van oordeel is dat de verzoeker niet voldoet aan de bij of krachtens verordening gestelde eisen om voor hernieuwde inschrijving in aanmerking te komen. In dit geval heeft de raad zijn weigering om klagers verzoek in behandeling te nemen gegrond op de hiervoor onder c) omschreven grond: klager is van het tableau geschrapt en hij heeft zijn verzoek ingediend binnen de door de algemene raad bepaalde termijn na schrapping. Naar het oordeel van het hof heeft de raad op goede gronden geweigerd om klagers verzoek tot inschrijving als advocaat in behandeling te nemen. Hetgeen klager nog heeft aangevoerd aangaande de volgens hem niet terechte afwijzing van de Woo-verzoeken die hij bij de verschillende dekens indiende laat het hof buiten beschouwing, aangezien die discussie buiten het bestek van deze procedure valt.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4217
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:23
Klacht tegen chirurg. Klager heeft in het verleden meerdere TIA’s gehad bij paroxismaal atriumfibrilleren, hypertensie en hypercholesterolemie. Voor een symptomatische stenose van de arteria carotis werd op 11 maart 2016 een reconstructie van de halsslagader rechts (CEA) verricht. In september 2021 werd een symptomatische stenose van de linker halsslagader vastgesteld. Klager liet weten na de CEA rechts veel problemen te hebben gehad en liever niet nog een CEA te willen ondergaan. Beklaagde legt uit dat een stent (CAS) ook mogelijk is. Deze geeft een iets hogere kans op een postoperatieve CVA maar heeft wel de voordelen van een endovasculaire ingreep. Klager verwijt beklaagde dat deze hem een te summiere uitleg heeft gegeven over de risico’s van de stent. Na korte tijd was er sprake van een occlusie. Het college overweegt dat het risico op een nieuw CVA bij het plaatsen van een stent waarschijnlijk nog altijd minder groot was dan het risico op een CVA bij niet-ingrijpen. Van een onverantwoord risico was naar het oordeel van het college bij een stent-plaatsing bij klager daarom geen sprake. Uit de dossieraantekeningen blijkt voorts dat klager uitleg heeft gekregen dat het plaatsen van een stent een iets hoger risico op een CVA gedurende de operatie zou betekenen. Klager is voorgelicht over het te verwachten beloop, complicaties, risico’s en prognose van de behandeling, waaronder cerebrale ischemie. Het college concludeert dat klager met het plaatsen van een stent akkoord is gegaan nadat hij voldoende was voorgelicht over de risico’s van de ingreep. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:368 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-102/AL/MN
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:368
In een erfrechtkwestie procedeert klaagster tegen haar broer. Klacht over de advocaat van de broer die weigert om aan klaagster informatie te verstrekken over de declaraties die door hem aan een Holding zijn gezonden waarvan klaagster en haar broer beiden aandeelhouder zijn. Klaagster is geen bestuurder maar enkel aandeelhouder van de Holding. De raad overweegt dat klaagster niet de belangen van de Holding vertegenwoordigt, maar als aandeelhouder slechts een van de Holding afgeleid belang bij haar klacht heeft. De vermeende normschending door verweerder – namelijk het mogelijk ten onrechte zenden van facturen voor privé werkzaamheden aan de Holding – heeft betrekking op een norm die primair de belangen van de Holding beoogt te beschermen. Klaagster heeft daarbij in haar hoedanigheid van aandeelhouder een onvoldoende rechtstreeks belang. De raad verklaart klaagster niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:6 Raad van Discipline Amsterdam 22-966/A/MN
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:6
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over verweerster in haar hoedanigheid van klachtenfunctionaris.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4085
- Datum publicatie: 19-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:24
De klacht gaat over de behandeling van de overleden echtgenoot (hierna: patiënt) van klaagster door beklaagde (cardioloog). Klaagster vindt dat de cardioloog patiënt niet serieus heeft genomen en hem onvolledig heeft geïnformeerd over zijn gezondheidstoestand. Het college verklaart de klacht ongegrond. Dat de cardioloog het onderwerp “leefstijl” inclusief stressreductie herhaaldelijk naar voren bracht kan haar, gezien het belang van leefstijl voor de klachten, niet worden verweten. Aandacht voor leefstijl getuigt in beginsel zelfs van goed zorgverlenerschap. Het betekent niet dat de cardioloog patiënt en de medische oorzaak van zijn klachten niet serieus nam. Niet objectief kan worden vastgesteld dat de cardioloog woorden als “liefje” of “schatje” of anderszins minder gepaste bewoordingen heeft gebruikt bij het aanspreken van patiënt en of en in welke context het advies is gegeven een yogamatje te gebruiken. Ook kan niet objectief worden vastgesteld dat patiënt van de cardioloog geen 112 zou mogen bellen. Uit het dossier blijkt niet dat de cardioloog patiënt onvoldoende heeft geïnformeerd over de bevindingen en het daarop afgestemde beleid.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:6 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1325
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:6
Klacht tegen een gz-psycholoog die klaagster heeft behandeld. Klaagster is behandeld wegens overspannenheid niet door de gz-psycholoog zelf, maar door een psychosociaal therapeut die haar moedertaal sprak. De klachten dat de medische behandelinformatie en de informatie over de financiële afwikkeling niet (tijdig) zijn verstrekt, zijn door het RTG gegrond verklaard, evenals de klacht dat onvoldoende duidelijk was dat klaagster niet door een BIG-geregistreerd gz-psycholoog is behandeld. Het RTG legt een berisping op. Het CTG verklaart het beroep over de behandelinformatie en de financiële afwikkeling alsmede de hoogte van de maatregel gegrond; tegen de klacht over de delegatie van werkzaamheden is geen beroep ingesteld, zodat dat klachtonderdeel gegrond blijft. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1388
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:14
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Bij klaagster zijn door een orthopedisch chirurg (C2022/1341) van een ander ziekenhuis twee knieschijfprothesen geplaatst. Vanwege aanhoudende pijnklachten is klaagster gezien voor een second opinion door een orthopedisch chirurg (C2022/1386). Daarna is klaagster vanwege aanhoudende pijnklachten op consult gezien door een orthopedisch chirurg (C2022/1387) die (destijds) als fellow-orthopedie in hetzelfde ziekenhuis werkzaam was. Hij achtte een operatie niet nodig en adviseerde een conservatief beleid met een verwijzing naar een revalidatiearts eventueel met een evaluatie door een pijnpolikliniek en heeft dit na zijn consult met klaagster mede namens zijn supervisor teruggekoppeld. Verweerder is orthopedisch chirurg en was destijds supervisor van deze orthopedisch chirurg (C2022/1387). Later zijn in weer een ander ziekenhuis na een CT-scan van de knieën bij klaagster twee totale knieprothesen. Klaagster verwijt verweerder dat hij medeverantwoordelijk is voor het besluit om geen verdere beeldvorming te doen, voor de onjuiste diagnoses en voor het advies naar een revalidatiearts te gaan en dat verweerder de orthopedisch chirurg (C2022/1387) heeft geïnstrueerd niet naar klaagster te luisteren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1433
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:7
Klacht tegen een verpleegkundige. Klager verblijft op de long-stay afdeling van de instelling waar de verpleegkundige als zorgmanager bij de Medische Dienst werkt. Voor de tandheelkundige zorg is een overeenkomst gesloten met een bedrijf. Eens per maand komt een aan dat bedrijf verbonden tandarts met een mobiele praktijk naar de instelling. Eind augustus 2021 meldde klager zich bij de medische dienst met erge kiespijn. Klager kon een paar dagen later terecht bij de tandarts op locatie van de instelling in een andere stad. Dit was een andere tandarts dan waar de instelling een overeenkomst mee heeft. Klager liet daarna weten dat hij geen gebruik meer wilde maken van de gecontracteerde tandarts. Klager verwijt de verpleegkundige dat hij niet wil tegemoetkomen aan de wens van klager niet meer behandeld te worden door de tandarts die eens per maand op locatie is, maar door de tandarts in de andere niet gecontracteerde kliniek. In de vrachtwagen waarmee de tandarts komt, kunt je niet spoelen. Daarom is zijn gebit kapot gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:14 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-266/DH/DH
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:14
Voorzittersbeslissing. In het grootste deel van de klachtonderdelen zijn klagers kennelijk niet ontvankelijk bij gebrek aan een rechtstreeks belang. Een enkel klachtonderdeel is kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk.Het verloop van de zaak is a-typisch. De oorspronkelijke klaagster heeft de klacht ingetrokken, nadat zij in een civiele zaak een schikking had getroffen waarvan intrekking van tuchtklachten onderdeel was. Vervolgens hebben enkele “overige klagers” de klacht overgenomen en voortgezet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1493
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:8
Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige was werkzaam in de instelling waar klager verbleef. Zij hield zich bezig met behandeling en ondersteuning van cliënten bij hun resocialisatieproces. De verpleegkundige heeft gedurende zes weken als persoonlijk begeleider nazorg aan klager verleend waarna klager zelfstandig ging wonen met ambulante begeleiding. Op enig moment heeft de verpleegkundige klager thuis bezocht en is een seksuele relatie ontstaan die circa 1,5 jaar heeft geduurd. Vijf maanden na het beëindigen van de relatie heeft klager de instelling over de relatie geïnformeerd. Na onderzoek is de verpleegkundige op staande voet ontslagen. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij hem seksueel heeft misbruikt, hem heeft voorgelogen en valse aangifte heeft gedaan, dat hij door haar gedetineerd heeft gezeten en nu geestelijk onstabiel is, waardoor hij weer bij psychologen in behandeling moet, dat door haar zijn huisdieren dood zijn en hij nu weer schulden heeft, en dat zij klager niet onder ogen wil komen om uitleg te geven, zodat klager het kan afsluiten. Het Regionaal Tuchtcollege acht het eerste klachtonderdeel gegrond en legt aan de verpleegkundige de maatregel van voorwaardelijke schorsing van twee maanden met een proeftijd van twee jaar op, en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:10 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1249
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:10
Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar heeft aangemeld als een geestelijk gestoorde persoon bij instanties, zoals eerste hulp en politie, en dat hij haar ten onrechte als orgaandonor heeft opgegeven. Klaagster verwijt de huisarts verder dat hij in de verwijsbrief voor het Medisch Centrum Kinderwens ten onrechte heeft gesteld dat zij lijdt aan schizofrenie en psychoses. Volgens klaagster heeft de huisarts haar daardoor het recht op voortplanting ontnomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:15 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-895/DH/DH
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:15
Voorzittersbeslissing. Klacht over verweersters lidmaatschap aan een klachtencommissie kennelijk niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang, omdat verweerster zich direct na klaagsters bezwaar heeft teruggetrokken. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1532
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:9
Klacht tegen verpleegkundig specialist GGZ. Verweerder was als persoonlijk begeleider van cliënte werkzaam in een instelling voor acute psychiatrie. Verweerder is cliënte daarna ambulant blijven begeleiden. Op enig moment is een affectieve relatie ontstaan. IGJ verwijt verweerder dat hij zijn professionele grenzen heeft overschreden door een persoonlijke relatie aan te gaan met de aan zijn zorg toevertrouwde cliënte en bij cliënte op onzorgvuldige wijze EMDR-therapie heeft uitgevoerd wat betreft de wijze van aanvang, de verslaglegging en de wijze van beëindiging van deze therapie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen gegrond verklaard en verweerder daarvoor een deels voorwaardelijke schorsing opgelegd, met een proeftijd van 2 jaar met onder meer de bijzondere voorwaarde van het volgen van een supervisietraject. De inspectie is in beroep gekomen tegen de manier waarop de maatregel in het dictum van de beslissing was geformuleerd. Het beroep van de Inspectie slaagt en Centraal Tuchtcollege herformuleert de opgelegde maatregel en de daarbij opgelegde voorwaarden. Het Centraal Tuchtcollege brengt het tijdverloop van de beroepsprocedure in mindering op het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde maatregel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:11 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1341
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:11
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Verweerster is orthopedisch chirurg en heeft bij klaagster in beide knieën knieschijfprotheses geplaatst. Bij de nacontroles geeft klaagster aan dat zij aanhoudende pijnklachten heeft. Acht maanden na de operatie heeft klaagster de behandelrelatie verbroken. Later zijn in een ander ziekenhuis bij klaagster twee totale knieprothesen geplaatst. Klaagster heeft eerst een klacht ingediend bij de klachtencommissie. Die klacht is ongegrond verklaard. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg onzorgvuldig medisch handelen (prothese ‘tilted’ geplaatst, zij had totale knieprotheses moeten adviseren, prothese niet goed gefixeerd), onzorgvuldige verslaglegging van de operatie, het niet serieus nemen van klaagsters klachten, het niet verwijderen van de oproep voor een eerste jaarcontrole nadat de behandelovereenkomst was beëindigd en het laten vervallen van klaagsters deelname aan het wetenschappelijk onderzoek, het onzorgvuldig voorschrijven van diclofenac zonder maagbeschermers bij bekendheid met klaagsters diverticulitis en het rekken van de procedure bij de klachtencommissie in het ziekenhuis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:16 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-896/DH/DH
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:16
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak kennelijk ongegrond. Verweerster heeft haar cliënte bijgestaan bij gesprekken met Veilig Thuis. Van misleiding of onnodig grieven is de voorzitter niet gebleken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:5 Hof van Discipline 's Gravenhage 220082D
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:5
Dekenbezwaar. De raad heeft het dekenbezwaar grotendeels gegrond verklaard. De raad heeft verweerder een voorwaardelijke schorsing van 6 weken en een onvoorwaardelijke geldboete van € 5.000 euro opgelegd. Het hof verklaart bovendien bezwaaronderdeel k) (dossiers niet snel vindbaar en relevante gegevens niet overzichtelijk en toegankelijk weergegeven) gegrond. De door het hof gegrond verklaarde klachtonderdelen van het dekenbezwaar hebben betrekking op schending van bijna alle kernwaarden en dat maakt het handelen van verweerder zodanig laakbaar dat ieder vertrouwen ontbreekt dat verweerder als betamelijk advocaat kan functioneren. Het hof concludeert dat verweerder onverbeterlijk gedrag laat zien en dat daarom voor hem in de advocatuur geen plaats is. Het hof legt verweerder de maatregel van schrapping op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:12 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1386
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:12
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Bij klaagster zijn door een orthopedisch chirurg van een ander ziekenhuis (C2022/1341) twee knieschijfprothesen geplaatst. Vanwege aanhoudende pijnklachten is klaagster door verweerder gezien voor een second opinion. Verweerder is orthopedisch chirurg en concludeerde dat sprake was van een vorderende artrose van beide knieën en achtte volledige knieprothesen onzeker qua uitkomst. Verweerder heeft zijn bevindingen teruggekoppeld aan de verwijzend huisarts en de voorgaande orthopedisch chirurg (C2022/1341). Later zijn in weer een ander ziekenhuis na een CT-scan van de knieën bij klaagster twee totale knieprothesen geplaatst. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij niet de juiste diagnoses heeft gesteld en dat hij zijn second opinion zonder haar toestemming ook in kopie heeft gestuurd aan de orthopedisch chirurg (C2022/1341), terwijl klaagster duidelijk had aangegeven dat zij niet naar die orthopedisch chirurg terug wilde gaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:17 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-897/DH/DH
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:17
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat klaagster het griffierecht te laat heeft voldaan aan de deken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:13 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1387
- Datum publicatie: 18-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:13
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Bij klaagster zijn door een orthopedisch chirurg (C2022/1341) van een ander ziekenhuis twee knieschijfprothesen geplaatst. Vanwege aanhoudende pijnklachten is klaagster gezien voor een second opinion door een orthopedisch chirurg (C2022/1386). Na deze second opinion is klaagster voor aanhoudende pijnklachten op consult gezien door verweerder, die (destijds) in hetzelfde ziekenhuis als orthopedisch chirurg/fellow-orthopedie werkzaam was. Verweerder achtte een operatie niet nodig en adviseerde een conservatief beleid met een verwijzing naar een revalidatiearts eventueel met een evaluatie door een pijnpolikliniek en heeft dit na zijn consult met klaagster mede namens zijn supervisor (C2022/1388) teruggekoppeld. Later zijn in weer een ander ziekenhuis na een CT-scan van de knieën bij klaagster twee totale knieprothesen geplaatst. Klaagster verwijt verweerder dat hij niet de juiste diagnose heeft gesteld, dat hij niet de mogelijkheid van een CT-scan met klaagster heeft besproken en niet naar de klachten van klaagster heeft geluisterd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:12 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-448/DH/DH
- Datum publicatie: 17-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:12
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4170
- Datum publicatie: 17-01-2023
- Datum uitspraak: 17-01-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:5
Klacht van ouders over communicatie door gz-psycholoog rond het onderzoek bij hun dochter. De communicatie met klagers was (samengevat) niet zorgvuldig. Gz-psycholoog weigerde klaagster nog te woord te staan, was door een computercrash niet bereikbaar, heeft de afspraak via WhatsApp afgezegd, heeft klagers niet geïnformeerd over de eindrapportage en heeft niet gereageerd op de klachtenfunctionaris. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:9 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-547/DH/DH
- Datum publicatie: 17-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:9
Klacht over de eigen advocaat in een jeugdstrafzaak deels gegrond. Verweerder heeft geen gehoord gegeven aan herhaalde contactpogingen van zijn cliënt en heeft een dag voor de inhoudelijke zitting aan klager laten weten dat hij hem niet kon bijstaan en om aanhouding zou verzoeken. Verweerder heeft, mede gelet op de voor klager geldende avondklok, de belangen van klager onvoldoende in het vizier gehad. Overige klachtonderdelen ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:13 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-460/DH/RO
- Datum publicatie: 17-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:13
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:2 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-568/DB/OB
- Datum publicatie: 17-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:2
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door onder dreiging van het indienen van een klacht te trachten klager te bewegen tot het erkennen van aansprakelijkheid en het betalen van schadevergoeding. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:3 Hof van Discipline 's Gravenhage 220103
- Datum publicatie: 17-01-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:3
Klacht tegen eigen advocaat. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad waarbij de klachtonderdelen a), b), d) en e) gegrond zijn verklaard en klachtonderdeel c) ongegrond. Dat verweerder lijkt te berusten in het oordeel van de raad door uit te leggen welke omstandigheden speelden ten tijde van de feiten en door kenbaar te maken dat hij verantwoordelijkheid wil nemen voor zijn handelen, maakt de beoordeling in het hoger beroep naar het oordeel van het hof niet anders. Aan verweerder is de maatregel van schorsing voor de duur van 8 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:3 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-236/DB/OB
- Datum publicatie: 17-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:3
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweersters sommatiebrieven zijn gesteld in zakelijke bewoordingen en de toonzetting is niet zodanig dat deze de grenzen van de vrijheid van de advocaat van de wederpartij overschrijdt. Klachtonderdeel 1 is ongegrond. Met het verzenden van deze brieven is verweerster gaan optreden tegen klager, hetgeen haar op grond van het bepaalde in gedragsregel 15 niet vrij stond. Klachtonderdeel 2 is gegrond. Waarschuwing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 188
- Pagina: 189
- Pagina: 190
- ...
- Pagina: 968
- Volgende pagina zoekresultaten