Zoekresultaten 9351-9400 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4394

    De klacht gaat over de behandeling van klaagster door een huisarts van de Spoedpost voor huisartsen in Enschede. Klaagster heeft zich ’s nachts gemeld bij de Spoedpost met hevige buikklachten die eerder die dag waren ontstaan. Na onderzoek heeft de huisarts een werkdiagnose gesteld en medicatie voorgeschreven. Klaagster heeft later die nacht opnieuw contact gezocht met de huisarts op de Spoedpost. Haar is toen gemeld dat de werking van de verstrekte medicatie moest worden afgewacht en dat in de ochtend contact met de reguliere huisarts kon worden gezocht. Klaagster verwijt de huisarts dat een te beperkt onderzoek is uitgevoerd en daardoor een onjuiste diagnose is gesteld. Zes dagen na het consult bij de huisarts op de Spoedpost is geconstateerd dat de blinde darm van klaagster geperforeerd was. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond omdat het van oordeel is dat niet is gebleken van een onzorgvuldig of te beperkt onderzoek door de huisarts op de Spoedpost. Het voorgeschreven medicijn was passend bij de werkdiagnose en zou tot vermindering van de pijnklachten hebben kunnen leiden, waardoor achterwege laten van acute pijnbestrijding niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4523

    Ongegronde klacht tegen een oogarts. Klaagster verwijt de oogarts 1) het ontstaan van een oogontsteking door een injectie met een besmette naald en 2) dat hij klaagster niet serieus heeft genomen; ze kon pas een week later bij hem terecht, hij adviseerde paracetamol te nemen en heeft geen OCT-scan gemaakt. De oogarts heeft de klacht bestreden. De oogarts was niet betrokken bij het geven van de injectie. Van inspuiting met een besmette naald kan de oogarts dus geen verwijt worden gemaakt. Uit het dossier blijkt dat wel een OCT-scan is gemaakt. De verschijnselen van de later geconstateerde endophthalmitis waren op het moment dat de oogarts klaagster onderzocht nog niet zichtbaar. De oogarts heeft naar het oordeel van het college correct gehandeld door klaagster met spoed te laten komen, zorgvuldig onderzoek te doen naar haar klachten, de afspraak met klaagsters eigen behandelaar te vervroegen en haar het advies te geven zich te melden zodra de klachten zouden verergeren. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2023:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/28

    De notaris heeft opeenvolgende akten van levering gepasseerd van twee aan elkaar grenzende percelen. Klacht over zijn handelen nadat tussen de eigenaren van die percelen onduidelijkheid was ontstaan over het (veronderstelde recht op het) gebruik van kleine stukjes van elkaars percelen. De kamer is van oordeel dat klaagster uit de uitlatingen van de notaris in redelijkheid niet de indruk heeft kunnen krijgen dat zij in haar recht stond ten aanzien van het gebruik van het stukje grond van de nieuwe eigenaren of dat de notaris heeft nagelaten klaagster daarover naar behoren te informeren op basis van de inhoud van de door hem gepasseerde akten. Klacht over de wijze van communiceren, die niet optimaal is geweest, van onvoldoende gewicht om de notaris daar een tuchtrechtelijk verwijt van te maken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3877

    Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. De klacht gaat over de behandeling van klaagster bij een GGZ-instelling in verband met de bijzondere voorwaarden die opgelegd zijn bij een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. De psychiater behandelde klaagster, onderdeel van het behandelplan was het opstellen van een Delictscenario (DS) en Delict-terugval-preventieplan (DTPP). Klaagster verwijt de psychiater een onzorgvuldige behandeling en onheuse bejegening in een vijfgesprek. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond omdat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De communicatie van de psychiater tijdens het vijfgesprek had wel beter gekund, maar is in de gegeven omstandigheden niet zo ernstig dat het tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:11 Hof van Discipline 's Gravenhage 220112

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De door verweerder aan klaagster gezonden opdrachtbevestiging is onvoldoende. Verweerder heeft klaagster niet meegenomen in zijn (mogelijke) vertragingsstrategie en hij heeft op onprofessionele wijze met klaagster gecommuniceerd via e-mail en whatsapp. Uit het dossier komt het beeld naar voren dat verweerder in de zaak onvoldoende regie heeft gevoerd en is tekortgeschoten in het (tijdig en inhoudelijk) communiceren met klaagster. Het hof rekent verweerder het structurele tekortschieten in de communicatie en het onvoldoende regie voeren zwaar aan en acht, mede gelet op zijn tuchtrechtelijke verleden, de maatregel van een voorwaardelijke schorsing passend en geboden. In tegenstelling tot de zitting bij de raad is verweerder ter zitting bij het hof wel in staat gebleken op zijn gedrag te reflecteren en heeft hij enig inzicht getoond in het onbetamelijke van zijn handelen. Het hof matigt de opgelegde maatregel in die zin dat een voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren wordt opgelegd. Proceskostenveroordeling. Verkorte bekrachtiging plus.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:12 Hof van Discipline 's Gravenhage 210334

    Klacht tegen eigen advocaat. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Naar het oordeel van het hof is klachtonderdeel b) deels gegrond. Uit het dossier valt niet op te maken dat verweerder (belangrijke) afspraken met klaagster schriftelijk heeft bevestigd. Uit het dossier blijkt niet van een schriftelijk plan van aanpak (met bijbehorend proces-advies) voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding aan de bewindvoerder. Het hof stelt vast dat verweerder niet heeft voldaan aan de voor hem uit Gedragsregel 16 voortvloeiende verplichting tot schriftelijke bevestiging van belangrijke informatie en afspraken. Het hof acht van belang andermaal tot uitdrukking te brengen dat een advocaat zijn cliënt op de hoogte moet brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken en hij dat ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil, schriftelijk moet bevestigen. Gelet op het verloop van de zaak acht het hof het handelen van verweerder van onvoldoende ernst om hem een maatregel op te leggen. De klachtonderdelen a) en c) acht het hof net als de raad ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:11 Raad van Discipline Amsterdam 22-924/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Het was de taak van verweerder om de belangen van de bewindvoerder te behartigen en om de standpunten van de bewindvoerder naar voren te brengen. Niet gebleken dat verweerder de rechtbank heeft misleid en opzettelijk onjuist heeft geïnformeerd, noch dat hij namens de bewindvoerder via misleiding en bedrog heeft geprobeerd om een titel te verkrijgen om zich met de Belgische procedure te bemoeien. Het verwijt dat verweerder strafbare feiten heeft gepleegd is volstrekt onvoldoende onderbouwd en enig (begin van) bewijs van de juistheid van klagers verwijt ontbreekt. In alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:9 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-479/AL/NN/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft ondanks herhaaldelijk verzoek van de deken de gevraagde kengetallen niet aangeleverd en is toezeggingen niet nagekomen. Daarmee heeft verweerder de deken in haar toezichthoudende taak belemmerd en in strijd gehandeld met gedragsregel 29. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4315

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Dat de verpleegkundige gezegd zou hebben dat de afspraak met de arbeidsdeskundige niet door zou gaan, is tegenstrijdig aan hetgeen zij genoteerd heeft in haar terugkoppeling. Het college kan niet vaststellen dat klager gelijk heeft en dus ook niet dat de verpleegkundige een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:5 Accountantskamer Zwolle 22/1301 Wtra AK

    Klacht gegrond, maatregel van doorhaling voor de duur van twee jaar. In 2019 heeft een reguliere kantoortoetsing bij het accountantskantoor van betrokkene plaatsgevonden. De uitkomst was dat de opzet van het kwaliteitsstelsel onvoldoende was. Omdat er ten tijde van de toetsing binnen het accountantskantoor geen toetsbare cliëntendossiers waren, kon de werking van het kwaliteitsstelsel niet worden getoetst. Daarom is het eindoordeel van de toetsing aangehouden en zou het accountantskantoor opnieuw door de toetser worden bezocht. Dit bezoek heeft echter niet plaatsgevonden. Klaagster verwijt betrokkene dat hij onvoldoende heeft meegewerkt aan de voorzetting van de toetsing, waardoor de toetsing tot op heden niet is afgerond. Ook wordt betrokkene verweten dat hij de monitoringsvragenlijst 2022 niet heeft ingevuld. Beide klachtonderdelen zijn gegrond. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel is betrokkene zwaar aangerekend dat hij geen inzicht heeft gegeven in de activiteiten van zijn kantoor. Door zijn houding heeft betrokkene zich feitelijk onttrokken aan het toezicht op de kwaliteit van zijn beroepsuitoefening, waardoor niet kan worden beoordeeld of de kwaliteit van de beroepsuitoefening van betrokkene in overeenstemming is met hetgeen van hem als accountant mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:10 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-254/AL/NN

    Ongegrond verzet. Voorzittersbeslissing met daarin een kennelijke verschrijving in de uitspraakdatum leidt niet tot nietigheid daarvan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:12 Raad van Discipline Amsterdam 22-951/A/A

    Voorzittersbeslissing; Klacht niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de vervaltermijn van drie jaar zoals neergelegd in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4489

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Met klager en de verpleegkundige is het college van oordeel dat de verpleegkundige in zijn zorgmelding bij Veilig Thuis onvoldoende duidelijk heeft verwoord dat geen sprake was van eigen waarnemingen maar van een weergave van wat klager en zijn ex-partner vertelden. Verder heeft de verpleegkundige informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming nadat de behandelrelatie was beëindigd. Naar het oordeel van het college heeft de verpleegkundige in het telefonische contact met de raadsonderzoekers niet gehandeld volgens de beroepsnormen over het omgaan met medische informatie; het is onvoldoende objectief en getuigt onvoldoende van professionele distantie. Het college rekent de verpleegkundige dit handelen aan, omdat hij kort daarvoor tot het inzicht was gekomen dat zijn zorgmelding onvoldoende feitelijk was verwoord. Aan de andere kant is het college zich ervan bewust dat het handelen van de verpleegkundige heeft plaatsgevonden in de ingewikkelde context van zorgverlening binnen een FACT-team aan een cliënt die in een vechtscheiding verwikkeld is, tegen de achtergrond van onderzoeken door Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming en diverse juridische procedures tussen klager en zijn ex-partner. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TSCTS:2023:1 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2023-01 (2022.V6-EN AVANT)

    Op 25 augustus 2021, omstreeks 23.09 uur LT, heeft aan boord van de sleepboot EA7 een zeer ernstig ongeval plaatsgevonden. Hierbij is een matroos om het leven gekomen en is een stagiair gewond geraakt. Het ongeval vond plaats in de Centrale Insteekhaven te Moerdijk. De EA7 voerde een havenassistentie uit, als achtersleepboot. Het zeeschip, dat geassisteerd werd, was de Tia Marta. De En Avant 4 was betrokken als voorsleepboot. De Tia Marta werd achteruit uit de Oostelijke Insteekhaven getrokken om vervolgens in de zwaaicirkel van de Centrale Insteekhaven gedraaid te worden om daarna vooruit richting het Zuid-Hollands Diep te gaan. Bij deze manoeuvre zijn de matroos en de stagiair bekneld geraakt tussen de sleeptros en de accommodatie. De matroos is vrijwel direct aan zijn verwondingen overleden. De stagiair heeft twee ribben gebroken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:11 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-358/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht van een advocaat. De raad oordeelt dat van 'napleiten' als bedoeld in gedragsregel 21 lid 3 geen sprake is. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:9 Raad van Discipline Amsterdam 22-964/A/NH

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Het behoort tot verweersters taak als partijdige belangenbehartiger de belangen van haar cliënte zo goed mogelijk te behartigen. Niet gebleken is dat verweerster daarbij de belangen van klager onnodig of onevenredig heeft geschaad zonder redelijk doel. De aansprakelijkheidsstelling kan niet als zodanig gelden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:13 Raad van Discipline Amsterdam 22-965/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de dienstverlening eigen advocaat, gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk niet-ontvankelijk omdat de klacht deels zag op gedragingen van meer dan drie jaar geleden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4586

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. In deze tuchtprocedure neemt klager bij zijn klachten de lezing van de verpleegkundige tot uitgangspunt, namelijk dat de verpleegkundige na zijn onderzoek tot de werkhypothese is gekomen dat bij klager mogelijk sprake was van een hersenbloeding (CVA) en dat de verpleegkundige klager heeft geadviseerd om met de ambulance naar het ziekenhuis te gaan voor nader onderzoek door een neuroloog. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige ervan uit mocht gaan dat klager wilsbekwaam was toen hij volhardde in zijn weigering om met de ambulance mee te gaan. Verder kan het college de verpleegkundige volgen in zijn beslissing dat hij de weigering van klager moest accepteren. Met het geven van de, door klager begrepen, instructies hoe te handelen als de pijn zou aanhouden heeft de verpleegkundige zorgvuldig gehandeld. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TSCTS:2023:2 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2023-02 (2022.V7-EN AVANT)

    Op 25 augustus 2021, omstreeks 23.09 uur LT, heeft aan boord van de sleepboot EA7 een zeer ernstig ongeval plaatsgevonden. Hierbij is een matroos om het leven gekomen en is een stagiair gewond geraakt. Het ongeval vond plaats in de Centrale Insteekhaven te Moerdijk. De EA7 voerde een havenassistentie uit, als achtersleepboot. Het zeeschip, dat geassisteerd werd, was de Tia Marta. De En Avant 4 was betrokken als voorsleepboot. De Tia Marta werd achteruit uit de Oostelijke Insteekhaven getrokken om vervolgens in de zwaaicirkel van de Centrale Insteekhaven gedraaid te worden om daarna vooruit richting het Zuid-Hollands Diep te gaan. Bij deze manoeuvre zijn de matroos en de stagiair bekneld geraakt tussen de sleeptros en de accommodatie. De matroos is vrijwel direct aan zijn verwondingen overleden. De stagiair heeft twee ribben gebroken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:24 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-945/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een handelsgeschil deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van rechtstreeks belang. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:10 Raad van Discipline Amsterdam 22-957/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Het is inherent aan verweerders rol als advocaat van de wederpartij zich partijdig jegens klaagster op te stellen; Verweerder is niet gehouden alle e-mails van klaagster te beantwoorden of haar te voorzien van juridisch advies.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:8 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-925/AL/NN

    Naar het oordeel van de raad mocht verweerster niet optreden als advocaat van de wederpartij tegen klaagster (een stichting). Verweerster heeft jarenlang als huisadvocaat voor klaagster opgetreden. Zij heeft niet vooraf instemming van klaagster gevraagd om voor de wederpartij op te treden. Verweerster heeft niet voldaan aan de 3e uitzonderingsgrond van gedragsregel 15 lid 3. Wegens het bij verweerster bekende bestaan van bezwaren bij klaagster tegen haar belangenbehartiging van de wederpartij, had verweerster zich moeten terugtrekken. Dat heeft zij niet gedaan, terwijl die bezwaren daartoe wel aanleiding gaven met een schijn van belangenverstrengeling. Ondanks de schending van artikel 46 Aw, gedragsregel 15 en de kernwaarden partijdigheid en vertrouwelijkheid, waarvoor een berisping geïndiceerd zou zijn, legt de raad een waarschuwing op. Niet is komen vast te staan dat verweerster concrete vertrouwelijke informatie over klaagster uit haar tijd als huisadvocaat tegen klaagster heeft gebruikt. Daarnaast heeft verweerster een blanco tuchtrechtelijk verleden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4261

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Naar het oordeel van het college mocht de verpleegkundige erop vertrouwen dat klager door het zetten van zijn paraaf op het toestemmingsformulier, toestemming gaf aan de verpleegkundige om een brief te schrijven over het belang van bewindvoering voor klager en aldus informatie over klager te delen. Anders dan waar klager kennelijk van uitgaat, heeft de verpleegkundige ook niet bepaald dat klager een bewindvoerder nodig had. De brief die de verpleegkundige heeft geschreven, diende ertoe om vanuit het perspectief van de verpleegkundige het belang van onderbewindstelling te motiveren en daarmee te ondersteunen. Dat is iets anders dan over bewindvoering bepalen of beslissen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4769

    Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. De huisarts heeft terecht geweigerd om medicinale cannabis voor te schrijven. Dat de huisarts klager niet serieus heeft genomen en heeft gediscrimineerd is niet aannemelijk geworden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1284 Herstelbeslissing

    Klacht van arts tegen anesthesioloog.De anesthesioloog is door de rechtbank tot deskundige benoemd in een strafzaak tegen een huisarts die wordt vervolgd voor de moord op zijn schoonmoeder en heeft in die strafzaak als deskundige een verklaring afgelegd. Over die strafzaak is in de krant een artikel verschenen met het bericht dat de anesthesioloog op de zitting had verklaard dat de palliatieve sedatie van de schoonmoeder terecht was omdat de schoonmoeder stervende was en dat er sprake was van een natuurlijke dood. Klaagster is arts en docent geneeskunde. Klaagster heeft kennisgenomen van dit krantenartikel en heeft naar aanleiding daarvan een tuchtklacht tegen de anesthesioloog ingediend. Klaagster verwijt de anesthesioloog dat hij in de rechtbank een onzorgvuldige verklaring heeft afgelegd. Klaagster vindt dat zij rechtsreeks belanghebbende is bij de door haar ingediende klacht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster bij voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende rechtstreeks belang van klaagster. Het Centraal Tuchtcollege deelt dat oordeel en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3751

    Een psychotherapeut is een seksuele relatie aangegaan met klaagster, die zij op dat moment behandelde in haar eigen praktijk. Klaagster dient daar een klacht over in. Zij verwijt de psychotherapeut verder dat zij het seksueel grensoverschrijdende gedrag ook na de behandelperiode heeft laten voortduren en vertrouwelijke informatie over andere patiënten met haar heeft gedeeld. De klacht is gegrond. De psychotherapeut had geen seksuele relatie mogen aangaan met een aan haar zorg toevertrouwde patiënte. Ook had zij geen informatie over in elk geval één andere patiënt met klaagster mogen delen. De psychotherapeut heeft hiermee niet professioneel gehandeld en haar beroepsnormen ernstig geschonden. Doorhaling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:5 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-437/AL/MN

    De raad heeft een mondelinge uitspraak tijdens de zitting gedaan en deze beslissing vastgelegd in een proces-verbaal. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2023/5230

    Een gz-psycholoog is een seksuele relatie aangegaan met klaagster, die zij op dat moment behandelde in haar eigen praktijk. Klaagster dient daar een klacht over. Zij verwijt de gz-psycholoog verder dat zij het seksueel grensoverschrijdende gedrag ook na de behandelperiode heeft laten voortduren en vertrouwelijke informatie over andere patiënten met haar heeft gedeeld. De klacht is gegrond. De gz-psycholoog had geen seksuele relatie mogen aangaan met een aan haar zorg toevertrouwde patiënte. Ook had zij geen informatie over in elk geval één andere patiënt met klaagster mogen delen. De gz-psycholoog heeft hiermee niet professioneel gehandeld en haar beroepsnormen ernstig geschonden. Doorhaling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:6 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-087/AL/OV

    Klagers zijn met een specifieke boek 2 BW zaak bij verweerder gekomen. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder de kernwaarde deskundigheid geschonden. Bij het aannemen van de zaak kon verweerder met zijn basiskennis van boek 2 BW niet overzien of hij de vereiste kwaliteit van de werkzaamheden kon leveren. Doordat hij niet meteen zelf qua kennis over die specifieke materie boven de zaak stond, is verweerder onvoldoende in staat gebleken om de juiste strategie te bepalen èn als ‘dominus litis’ klagers van de door hem gekozen strategie blijvend te overtuigen. Mogelijk is daardoor ook onvrede bij klagers ontstaan wat weer tot een verslechtering van hun onderlinge communicatie heeft geleid en uiteindelijk heeft geleid tot de onttrekking door verweerder. Na de ontstane vertrouwensbreuk met klagers mocht verweerder zich onttrekken en dat heeft hij zorgvuldig gedaan. Gezien de omstandigheid dat klager in zijn communicatie verweerder steeds beledigender en dwingender heeft bejegend, in samenhang met het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder, volstaat de raad, ondanks de schending van de kernwaarde deskundigheid, met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:7 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-230/AL/OV

    Verweerder heeft aanvankelijk als gerechtsdeurwaarder, daarna als zelfstandig incassojurist en vervolgens als advocaat voor klager gelden geïnd bij de veroordeelde wederpartij. Verweerder heeft als advocaat niet voldaan aan zijn informatieplicht richting klager. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder vanaf dat moment de voor klager voortgezette incassowerkzaamheden en daarover gemaakte afspraken aan klager heeft bevestigd. Verweerder had dat moeten doen en mocht er niet vanuit gaan dat de oude afspraken (als deurwaarder) met klager stilzwijgend waren verlengd. Daarin stonden een provisieregeling van 10% en een boetebeding bij voortijdige opzegging, wat voor advocaten in principe niet is toegestaan. Juist ook de vele vragen van klager in aanloop naar de beëdiging als advocaat, hadden voor verweerder extra aanleiding moeten zijn om alles duidelijk vast te leggen. Verweerder heeft dat niet schriftelijk gedaan, hetgeen voor zijn risico blijft. De raad is verder van oordeel dat verweerder, vanaf het moment dat hij advocaat is geworden, financieel niet zorgvuldig jegens klager heeft gehandeld door onvoldoende duidelijk met klager te communiceren over de financiële afwikkeling van zijn werkzaamheden. Dat hij dit niet integer heeft gedaan, is de raad niet gebleken. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4694

    Klacht tegen een psychiater. Klager is opgenomen in een GGZ-instelling. Hij mocht in 2019 met ontslag onder voorwaarde dat hij Zypadhera (een antipsychoticum) zou gebruiken. Hij is daar een keer zo ziek van geworden dat hij werd opgenomen op de IC van het ziekenhuis. Klager verwijt de psychiater die deze medicatie voorgeschreven heeft dat dit is voorgevallen. Het college acht het niet verwijtbaar dat deze medicatie aan klager is voorgeschreven. Wat bij klager is gebeurd, is dat er een zeldzame complicatie is opgetreden die verband houdt met het gebruik van de medicatie. Dat dit is gebeurd, kan de psychiater niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:7 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-988/DB/OB

    Advocaat in hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerster heeft hoor en wederhoor toegepast en vervolgens haar bevindingen weergegeven. Verweerster is in haar brief van 15 juni 2021 uitvoerig ingegaan op de klacht van klager, op al hetgeen door klager tijdens het gesprek met verweerster ter toelichting op de klacht naar voren is gebracht en op het verweer van mr X. Advocaat heeft vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.Hoewel het, zoals de advocaat in haar verweer ook stelt, wellicht verstandiger was geweest om klager ook naar de vFas door te verwijzen, was de keuze van de advocaat om klager enkel naar de deken te verwijzen, gelet op de omstandigheden van de zaak, niet onbegrijpelijk. Het stond klager bovendien vrij om zich ook tot de vFas te wenden, wat hij ook heeft gedaan. Klager is door het handelen van verweerster niet in zijn belangen geschaad.Klacht gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:19 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-678/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:10 Hof van Discipline 's Gravenhage 210247

    Klacht van (voormalig) advocaat tegen (voormalig) deken. De raad heeft de klacht van klager in alle drie de onderdelen ongegrond verklaard. Het hof onderschrijft de door de raad aangelegde toetsingsmaatstaf en de overwegingen. Geen van de uitvoerige beroepsgronden, noch de daarop gegeven toelichting, noopt het hof om de overwegingen van de raad voor onjuist te houden.Anders dan de raad oordeelt het hof evenwel dat de conclusie die uit de overwegingen van de raad moet worden getrokken is dat de klachten 1 en 2 gegrond moeten worden verklaard. Het optreden door een deken als belangenbehartiger van een advocaat in een individuele klachtzaak, ook al is die advocaat een voormalig deken, staat op gespannen voet met overige bij de deken belegde rollen in het rechtsbestel, kan daardoor het vertrouwen in de advocatuur schaden en dient daarom te worden vermeden.Deze gegrondverklaring brengt naar het oordeel van het hof echter niet mee dat een maatregel moet worden opgelegd. Het hof sluit de ogen niet voor het feit dat verweerder heeft gehandeld in overeenstemming met hetgeen op het moment van zijn handelen bestendig gebruik was bij lokale dekens. Dat het hof deze praktijk, op basis van voortschrijdend inzicht, eerst alleen als onwenselijk, maar inmiddels als onbetamelijk kwalificeert, hoeft niet ten nadele van verweerder uit te vallen. Gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:8 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-961/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in privé. Van een “voldoende verband met de praktijkuitoefening” is geen sprake omdat de gedragingen verband houden met de in privé hoedanigheid gesloten overeenkomst en het daaruit voortvloeiende geschil. Het enkele feit dat e-mailberichten zijn verzonden vanuit een e-mailaccount van het advocatenkantoor maakt dit niet anders. Ook is niet gebleken van gedragingen die absoluut ongeoorloofd moeten worden geacht en het vertrouwen in de advocatuur ondermijnen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:9 Hof van Discipline 's Gravenhage 210356

    Klacht tegen eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verkorte bekrachtiging raadsbeslissing. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:20 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-778/DH/RO/D

    Ambtshalve voortzetting van zaak 22-369.Verweerder is tekortgeschoten in voortvarende, zakelijke en neutraal geformuleerde communicatie met een andere advocaat over een overgenomen zaak. De gang van zaken was naar het oordeel van de raad zeer oncollegiaal. Daar staat echter tegenover dat de kwestie op 5 september 2022 is uitgesproken tussen verweerder en de oorspronkelijke klager. In deze omstandigheid ziet de raad grond om de klacht gegrond verklaren, maar aan verweerder geen maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-962/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in privé. Van een “voldoende verband met de praktijkuitoefening” is geen sprake omdat de gedragingen verband houden met de in privé hoedanigheid gesloten overeenkomst en het daaruit voortvloeiende geschil. Het enkele feit dat e-mailberichten zijn verzonden vanuit een e-mailaccount van het advocatenkantoor maakt dit niet anders. Ook is niet gebleken van gedragingen die absoluut ongeoorloofd moeten worden geacht en het vertrouwen in de advocatuur ondermijnen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:21 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-855/DH/RO/D

    Ambtshalve voortzetting van zaak 22-360.Verweerder heeft een veelheid van fouten gemaakt. Verweerder is ernstig tekort geschoten in zijn bijstand aan mevrouw H en hij heeft haar daarmee mogelijk schade toegebracht. Verweerder heeft de afspraken die hij maakte met mevrouw niet schriftelijk bevestigd en haar niet (tijdig) op de hoogte gehouden van de voortgang van zijn werkzaamheden. Verweerder heeft een contante betaling in ontvangst genomen zonder hiervan melding te maken aan de deken en hij heeft de financiën niet voortvarend afgewikkeld toen de bijstand aan mevrouw H was geëindigd. Verweerder heeft een beroepsfout gemaakt en heeft na ontdekking daarvan niet voortvarend en adequaat gehandeld. Ook heeft verweerder mevrouw H. zonder afspraak thuis bezocht. Naar het oordeel van de raad zijn de kernwaarden deskundigheid en financiële integriteit in het geding. Met zijn handelen heeft verweerder schade toegebracht aan het vertrouwen in de advocatuur. Dat verweerder de zaak met mevrouw H heeft geregeld, verontschuldigt hem niet. Bij het bepalen van de maatregel heeft de raad echter wel rekening gehouden met de met mevrouw H getroffen regeling. De raad legt aan verweerder de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:22 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-940/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over curator kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht is op 17 januari 2018 ingediend, waarna de deken heeft laten weten deze niet in behandeling te nemen. Op 22 december 2021 is namens klager om een reactie gevraagd. De voorzitter is van oordeel dat klager het besluit om de klacht niet in behandeling te nemen heeft geaccepteerd, gelet op de lange periode van stilzwijgen (bijna 4 jaar). Bovendien blijkt niet dat de gemachtigde gemachtigd is om op te treden in een tuchtzaak.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:23 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-944/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:18 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-646/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/01

    De dierverloskundige heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de vele door hem onbevoegd uitgevoerde keizersneden zonder dat daartoe een dwingende veterinaire noodzaak bestond, het onbevoegd toedienen en achterlaten van de UDD-gekanaliseerde diergeneesmiddelen en de ontoereikende administratieve verantwoording. van de toepassing en verstrekking van diergeneesmiddelen en tweede keuze antibiotica in het bijzonder.Het Veterinair Beroepscollege kan zich voorts verenigen met hetgeen het Veterinair Tuchtcollege in de uitspraak onder 5.13. heeft overwogen over de op te leggen maatregelen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:8 Hof van Discipline 's Gravenhage 210365 210366

    Klacht tegen de advocaten van de wederpartij. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad onder aanvulling van gronden en voor zover aan het oordeel van het hof onderwerpen en verklaart de klacht in alle onderdelen in beide zaken ongegrond. Verweerders hebben niet gehandeld in strijd met gedragsregel 20 en ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Het hof concludeert dat beroepsgrond 3 weliswaar gegrond is, maar dat de klachtonderdelen f. en g., die zich uitsluitend richten tegen verweerder 1 en niet tegen verweerder 2, (eveneens) ongegrond zijn.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/02 VB 2022/03

    Hond. Het Veterinair Beroepscollege is van oordeel dat het Veterinair Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat de dierenartsen niet tekort zijn geschoten in de veterinaire zorg die zij hebben verleend als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet dieren. Verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4209

    Gedeeltelijke gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft klaagster geopereerd aan haar buik. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij in plaats van (alleen) de rectus diastase te sluiten een volledige buikwandcorrectie heeft uitgevoerd, waarbij hij de rectus diastase niet (correct) heeft gesloten, voorafgaand aan de operatie onvoldoende informatie heeft gegeven, de buikwandcorrectie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en onvoldoende nazorg heeft geleverd door alleen wondvocht weg te halen en geen littekenbehandeling te hebben geadviseerd. Het college is met betrekking tot het tweede klachtonderdeel van oordeel dat het de taak is van een zorgverlener om patiënt op een begrijpelijke wijze te informeren over een voorgestelde behandeling voordat een patiënt toestemming geeft voor het uitvoeren van die behandeling. Het in zijn algemeenheid spreken over een buikwandcorrectie die passend is voor de klachten van patiënte betekent niet per definitie dat er ook sprake is van informed consent. Het is aan de plastisch chirurg om te verifiëren dat klaagster heeft begrepen wat de voorgestelde behandeling (in haar specifieke geval inhoudt en (vervolgens) dat zij hier akkoord mee is. Omdat de plastisch chirurg in het medisch dossier niets heeft genoteerd over een eventuele uitleg aan klaagster over de voorgenomen behandeling en een hiervoor verkregen informed consent kan het college niet vaststellen of de plastisch chirurg wel (voldoende) uitleg over de behandeling heeft gegeven. Het college verklaart het tweede klachtonderdeel (geen sprake van informed consent) gegrond, verklaart de klacht voor het overige ongegrond en legt de plastisch chirurg de maatregel op van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/14 VB 2021/15

    Hond. Het Veterinair Beroepscollege volgt het oordeel van het Veterinair Tuchtcollege dat de dierenartsen niet veterinair onzorgvuldig hebben gehandeld en dat het veterinaire handelen binnen de grenzen van een redelijke beroepsuitoefening is gebleven. Verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:4 Accountantskamer Zwolle 22/64 Wtra AK

    Klacht tegen accountant die bestuurder is van een onderneming die buitenlandse ondernemers assisteert bij het opzetten van Nederlandse entiteiten. Klacht ongegrond. Aangezien niet is komen vast te staan dat betrokkene een rol heeft gespeeld bij de oprichting van een B.V. voor klager en hij er daarom vaktechnisch niet voor verantwoordelijk kan worden gehouden, kan betrokkene niet worden verweten dat hij de B.V. niet aan klager heeft geleverd. Klager heeft niet aangetoond dat betrokkene hem heeft afgeperst en dat naast de gefactureerde werkzaamheden die zijn verricht op basis van de voor akkoord ondertekende opdrachtbevestiging nog andere bedragen in rekening zijn gebracht.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:2 Accountantskamer Zwolle 22/286 Wtra AK

    Klacht tegen externe accountant over controle jaarrekening groep in verband met vermeende onjuistheden bij buitenlandse dochteronderneming. Klacht deels gegrond; deels ongegrond. Oplegging maatregel van waarschuwing. Bij gebreke van de administratieve gegevens waarop betrokkene zijn controlewerkzaamheden heeft verricht, kan niet worden vastgesteld of en zo ja in hoeverre betrokkene onvoldoende controlewerkzaamheden heeft verricht. Klaagsters hebben niet concreet gemaakt dat betrokkene bij de door hem verrichte controlewerkzaamheden tekort is geschoten. De controledocumentatie schiet op onderdelen tekort. Het lag op de weg van betrokkene om in zijn controledossier deugdelijk te documenteren waarom de door accountantsorganisatie Indonesië verschafte informatie voldeed om de daaruit getrokken conclusies te kunnen trekken. De weigering van accountantsorganistatie Indonesië om betrokkene nog toegang te verschaffen tot haar controledossier komt voor risico van betrokkene.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:3 Accountantskamer Zwolle 22/790 Wtra AK 22/791 Wtra AK

    Betrokkenen hebben gedurende vele jaren diverse werkzaamheden, waaronder het samenstellen van jaarrekeningen, verricht voor een vennootschap. Klagers zijn de enig aandeelhouders van de vennootschap. De rekening-courantschuld van klagers aan de vennootschap is in de loop van de jaren steeds verder opgelopen. Klagers stellen dat zij ten onrechte niet voor de risico’s hiervan zijn gewaarschuwd door betrokkenen en dat aan hen geen besprekingsverslagen zijn verstrekt. De klacht is ongegrond. Klagers zijn voldoende gewaarschuwd voor het oplopen van de rekening-courantschuld. Voldoende aannemelijk is dat besprekingsverslagen zijn toegezonden aan klagers.