Zoekresultaten 9201-9250 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:26 Hof van Discipline 's Gravenhage 210372

    Klacht over eigen advocaat. Voortzetting procedure door deken op grond van algemeen belang. Met de raad rekent het hof verweerder zwaar aan dat hij gedurende de behandeling van het echtscheidingsverzoek van klaagster de belangrijke kernwaarde van (financiële) integriteit heeft geschonden. Het hof is van oordeel dat verweerder bij de behartiging van de belangen van klaagster teveel zijn eigen financiële belangen heeft laten meewegen, in het bijzonder door buitensporig te declareren en zijn cliënte te willen faciliteren bij het afsluiten van een lening met voor klaagster bijzonder bezwarende voorwaarden om zijn declaraties te voldoen. Bekrachtiging. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:20 Hof van Discipline 's Gravenhage 220034

    Klager (verdachte en kroongetuige in een strafzaak) verwijt verweerder dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden en – na beëindiging van de samenwerking – geheimhoudersstukken aan de deken en het Openbaar Ministerie heeft verstrekt. De raad heeft beide klachtonderdelen gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de raad dat verweerder meermalen de geheimhoudingsplicht (kernwaarde vertrouwelijkheid) tegenover klager, een voormalig cliënt, heeft geschonden. Deze schendingen hebben bovendien plaatsgevonden in het kader van een maatschappelijk belangwekkende en gevoelige strafzaak. Verweerder had geen gerechtvaardigd belang om zo te handelen en van hem had uiterste terughoudendheid en voorzichtigheid mogen worden verwacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4487

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had in de Covid-19 pandemie een consult bij een collega van verweerder. Op de doktersjas van deze collega stond een piemel getekend. Toen klager dat zag, is hij weggelopen uit het consult zonder uit te leggen waarom. Ruim anderhalf jaar later begreep de huisarts pas waarom klager was weggelopen en is in een gesprek, in het bijzijn van verweerder, uitleg aan klager gegeven. Volgens klager heeft verweerder allerlei verhalen verzonnen en hield hij de leugens van zijn collega in stand, terwijl hij wist dat het leugens waren. Verweerder heeft verweer gevoerd. Hij was op verzoek van zijn collega aanwezig tijdens het gesprek met klager. Het college is van oordeel dat de huisarts een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van een geslachtsdeel op haar doktersjas. Vanwege tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen, waaronder doktersjassen, had de praktijk laboratoriumjassen geleend van verschillende scholen. Op verschillende jassen stonden tekeningen, zo ook op de jas van de huisarts van klager. Dat verweerder die verklaring niet heeft afgedaan als leugen, acht het college niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het college is niet gebleken dat verweerder tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:27 Hof van Discipline 's Gravenhage 210245

    Bekrachtiging beslissing raad betreffende advocaat van de wederpartij. Bij het leggen van beslag is verweerster niet met de vereiste deskundigheid en niet proportioneel te werk is gegaan. Omdat partijen nadere afspraken gemaakt hadden, kon verweerster niet meer terugvallen op de alimentatiebeschikking en op grond daarvan executoriaal beslag leggen. Bovendien is beslag gelegd voor buitenproportioneel bedrag en is verweerster na betaling van de achterstand niet overgegaan tot opheffing van het beslag. Daarvoor was een kort geding nodig. Berisping

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:21 Hof van Discipline 's Gravenhage 220142

    Klacht over voormalig advocaat. Verweerder heeft de ex-echtgenoot van klaagster bijgestaan in kwesties waarin de belangen van klaagster en haar ex-echtgenoot tegenstrijdig waren. Naar het oordeel van het hof is verweerders optreden in strijd met artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en partijdigheid. Dit optreden van verweerder en de daarbij door hemzelf gecreëerde mist rondom de rol die hij aannam tegenover klaagster (huisvriend, juridisch adviseur of advocaat van de ex-echtgenoot) heeft zich bovendien over een lange periode uitgestrekt. Verweerder had professionele distantie moeten betrachten en zich als advocaat moeten onttrekken in genoemde kwesties. Dat verweerder dit heeft nagelaten acht het hof tuchtrechtelijk ernstig verwijtbaar. Het hof bekrachtigt de door de raad opgelegde maatregel van (onvoorwaardelijke) schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van vier weken met veroordeling van verweerder in de kosten.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3913

    Ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Klaagster is de moeder van patiënt. Patiënt is minderjarig. Klaagster en de vader van patiënt zijn gescheiden. Patiënt heeft sinds jonge leeftijd last van recidiverende herpes in het gezicht. Verweerster is de zus van de vader van patiënt. Verweerster heeft herhaalrecepten valaciclovir voor patiënt uitgeschreven. Verweerster is niet de behandelend dermatoloog van patiënt. De klacht houdt met name in dat de herhaalrecepten tegen de wil en achter de rug van klaagster om zijn uitgeschreven. Verweerster heeft aangevoerd dat klaagster wel kan klagen over punten waarbij zij een eigen rechtstreeks belang heeft, maar niet kan optreden als wettelijk vertegenwoordiger van haar zoon en derhalve niet namens hem kan klagen. Het college verklaart klaagster niet-ontvankelijk voor zover zij namens patiënt klaagt. Het college is evenwel van oordeel dat klaagster, als moeder van patiënt, een eigen rechtstreeks belang heeft bij de klachtonderdelen en om die reden in alle klachtonderdelen kan worden ontvangen. Gelet op alle omstandigheden is het college van oordeel dat verweerster, hoewel zij had moeten verifiëren of ook de moeder als gezag dragende ouder instemde met de herhaalrecepten, tuchtrechtelijk binnen de grenzen van het toelaatbare is gebleven. Het college acht daarbij doorslaggevend dat valaciclovir een voor de aandoening (herpes) gebruikelijk middel is, waaraan weinig risico’s zijn verbonden. Voorts heeft het college de overtuiging gekregen dat verweerster bij haar beslissing om herhaalrecepten te verstrekken het belang van patiënt voorop heeft gesteld. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de relatie tussen klaagster en de vader van patiënt en/of de gezondheid van patiënt door het handelen van verweerster is verslechterd respectievelijk in gevaar is gebracht of geschaad. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:12 Accountantskamer Zwolle 22/1427 Wtra AK

    Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing. Betrokkene is de accountant van de broer en vader van klaagster 1 en is daarnaast de accountant van klaagsters geweest. De vader heeft in 2016 zijn aandelen in het familiebedrijf geschonken aan klaagster 1 en haar broer, waarbij een call-optie voor de broer is vastgelegd. In maart 2021 heeft de broer klaagsters verzocht om mee te werken aan het overzetten van deze call-optie naar zijn nieuwe vennootschap. Klaagsters hebben, nadat zij betrokkene om uitleg hadden gevraagd, daaraan meegewerkt. Daarna is er een geschil gerezen tussen klaagsters en de broer over de uitoefening van de call-optie, wat heeft geleid tot een civiele procedure. Betrokkene heeft ten behoeve van deze procedure in een brief aan de broer vragen van zijn advocaat beantwoord. Klaagsters verwijten betrokkene dat zij heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, objectiviteit, vertrouwelijkheid en integriteit. Volgens klaagsters heeft betrokkene hen (onder meer) onjuist voorgelicht over het overzetten van de call-optie, heeft zij het belang van de broer en vader vooropgesteld en heeft zij klantenkennis over klaagsters opgenomen in de brief. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid, omdat zij zonder toestemming van klaagsters informatie over hen heeft gedeeld met de broer. De klacht is in zoverre gegrond. Van schending van de overige fundamentele beginselen is geen sprake. Daarom is de klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:22 Hof van Discipline 's Gravenhage 220052

    Bekrachtiging beslissing raad. Advocaat van de wederpartij heeft met klager een afspraak gemaakt over uitbetaling van de overwaarde van woning, terwijl zij op dat moment wist dat deze afspraak niet nagekomen zou worden. Een paar uur na het maken van de afspraak heeft zij verlof gevraagd voor het leggen van conservatoir beslag op het deel van de overwaarde dat volgens die afspraak aan klager zou worden uitgekeerd. Verweerster heeft erkend dat het nooit de bedoeling is geweest dat klager het geld zou krijgen. Misleiding, in strijd met kernwaarde integriteit. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-424/DB/OB 22-426/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klachten de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Klachten die voor het eerst in het kader van de behandeling door de voorzitter naar voren zijn gebracht zijn terecht buiten de beoordeling gelaten omdat nieuwe klachten eerst aan de deken dienen te worden voorgelegd. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-689/AL/NN/D

    Dekenbezwaar. De raad stelt vast dat verweerder blijkens twee uitspraken van het Hof van Discipline al eerder toezichtondermijnend heeft gehandeld jegens de deken door opgevraagde dossiers niet tijdig af te geven. Verweerder is met zijn toezichtondermijnende gedrag, weliswaar op een andere manier, doorgegaan. Hij heeft op drie momenten aan de deken gerichte e-mails met zeer grievende bewoordingen en aantijgingen (o.a. fraude, bedrog, manipulatie) over de (persoon van de) deken in steeds bredere kring verspreid en gedreigd met verdere verspreiding ook naar de pers. Naar het oordeel van de raad is dit een opstelling en wijze van handelen van verweerder zoals een behoorlijk advocaat absoluut niet betaamt. Met de door hem gekozen bewoordingen in bedoelde drie e-mails is hij naar het oordeel van de raad de grenzen van de hem toekomende vrijheid van meningsuiting ver te buiten gegaan, temeer daar de deken zich tegenover deze personen over de genoemde kwesties niet kon verdedigen vanwege haar geheimhoudingsplicht. Daarnaast heeft verweerder zich welbewust op de persoon van de deken gericht en heeft er, net als tegen de vorige deken, een persoonlijke vete van gemaakt met de intentie om haar te schaden. Zoals het hof al heeft overwogen in de beslissing van 7 november 2022 getuigt de houding van verweerder niet alleen van een gebrek van respect voor de onherroepelijke beslissingen van het hof, maar bovenal van gebrek aan respect voor het volstrekt gelegitimeerde toezicht van de deken waaraan ook verweerder zich dient te onderwerpen. Verweerder heeft in strijd met artikel 46 Aw en artikel 10a lid 1 sub d Aw volstrekt niet integer gehandeld. Gezien de uitlatingen van verweerder tijdens de zitting, dat hij zichzelf als klokkenluider ziet en niet zal stoppen tot de deken zijn waarheid zal vertellen, het niet inzien van het laakbare van zijn handelen, het niet willen toepassen van de regels die voor alle advocaten gelden en gezien zijn aanzienlijke tuchtrechtelijke verleden van recent een onvoorwaardelijke schorsing, is schrapping van verweerder noodzakelijk.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:7 Accountantskamer Zwolle 22/882 Wtra AK

    Betrokkene was werkzaam bij een accountantsorganisatie die hem eind 2019 op staande voet heeft ontslagen. De accountantsorganisatie verwijt hem dat hij op grove wijze is tekortgeschoten in de vervulling van zijn werkzaamheden en dat hij daarbij ook niet eerlijk en oprecht is geweest. Betrokkene is na zijn ontslag werkzaam bij een andere accountantsorganisatie. De Accountantskamer verklaart de klacht op alle onderdelen gegrond. Betrokkene heeft bij de vervulling van zijn werkzaamheden de fundamentele beginselen van professionaliteit, integriteit, objectiviteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden en hij heeft het vertrouwen in het accountantsberoep op zeer ernstige wijze geschaad. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel op van doorhaling van de inschrijving in de registers met een verbod tot herinschrijving voor de duur van tien jaren. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:8 Accountantskamer Zwolle 22/268 Wtra AK

    Klacht tegen accountant die diverse werkzaamheden heeft verricht. Klacht ongegrond. Niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is geweest van een onjuiste of misleidende voorstelling van zaken dan wel van het niet correct informeren van de Belastingdienst.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:10 Accountantskamer Zwolle 22/1219 Wtra AK

    Betrokkene heeft een vermogensopstelling van een nalatenschap gemaakt die onjuist is aangezien niet alle saldi op alle bankrekeningen van de erflater daarin waren meegenomen. Betrokkene heeft in zijn communicatie met klaagster de stellige indruk gewekt dat de vermogensopstelling juist en compleet is. Hij had daarin terughoudender moeten zijn. Bovendien is zijn communicatie met klaagster en haar gemachtigden ontwijkend, denigrerend en laatdunkend, hetgeen het accountantsberoep in diskrediet brengt. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:9 Accountantskamer Zwolle 22/847, 22/848 en 22/849 Wtra AK

    Betrokkenen hadden achtereenvolgens de opdracht de jaarrekeningen over de jaren 2014 tot en met 2021 van de voormalige werkgever van klaagster te controleren. Volgens klaagster is bij deze werkgever sprake van een datalek. Klaagster verwijt betrokkenen dat zij in het kader van de controle van de jaarrekening het datalek niet hebben ontdekt. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond, omdat klaagster onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten door de accountants.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:22 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-844/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht over curator. De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door willens en wetens het geheimhoudingsbeding uit de vaststellingsovereenkomst te schenden. De raad is van oordeel dat er sprake is van een beperkte schending van dit geheimhoudingsbeding maar dat er in dit specifieke geval geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2023:4 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/34

    Het BFT verwijt de notaris dat zij driemaal niet heeft voldaan aan de verplichting om voldoende opleidingspunten te behalen. Hiermee heeft de notaris in strijd gehandeld met artikel 2 Verordening bevordering vakbekwaamheid juncto artikel 5 Reglement bevordering vakbekwaamheid. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard en de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3879

    Klacht van nabestaanden tegen een verpleegkundige in het traject na de suïcide van hun (stief)zoon. Dat het eerste (na)gesprek onprettig verliep kan beklaagde niet in tuchtrechtelijke zin worden verweten. Dat geldt niet voor het tweede gesprek. De factoren die hadden bijgedragen aan de slechte sfeer tijdens het eerdere gesprek waren nog niet weggenomen. Hierdoor was de kans groot dat bij een volgend gesprek een vergelijkbare dynamiek zou ontstaan. Van beklaagde mocht worden verwacht dat zij het gesprek niet zou aangaan zonder maatregelen te treffen die dit zouden voorkomen. Het college verklaart de klacht in zoverre gegrond en legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:23 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-326/AL/GLD

    Raadbeslissing. Klacht tegen verweerder in hoedanigheid van deken. Voor zover de klacht ziet op de weigering om een advocaat aan te wijzen voor het voeren van een civielrechtelijke procedure, is niet komen vast te staan dat verweerder bij de vervulling van zijn taak als deken op enigerlei wijze het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:25 Raad van Discipline Amsterdam 23-005/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4452

    Klacht tegen huisarts. De klacht gaat over het voorschrijven van ADHD-medicatie door de huisarts aan de minderjarige zoon van klager zonder toestemming en zonder medeweten van klager als gezagdragende ouder. De huisarts erkent dat zij zonder toestemming en medeweten van klager medicatie aan zijn minderjarige zoon heeft voorgeschreven, maar stelt zich op het standpunt dat haar daarvan geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Zij beroept zich op het goed hulpverlenerschap. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Voor het voorschrijven van medicatie aan een minderjarige is toestemming van beide gezagdragende ouders nodig. De huisarts heeft niet geprobeerd die toestemming van klager te verkrijgen. Zij kan zich niet op het goed hulpverlenerschap beroepen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:24 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-847/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Uit de overgelegde correspondentie blijkt dat verweerder klager in zijn e-mail de lijst met voorwaarden van de advocaat van de wederpartij heeft voorgelegd met de vraag of hij daarmee akkoord gaat. Blijkens de e-mail van klager van dezelfde dag is klager met het gehele eindvoorstel van de wederpartij akkoord gegaan, dus ook met het onderdeel dat de correspondentie mag worden overgelegd aan de rechter. Daarmee staat vast dat klager aan de wederpartij toestemming heeft gegeven voor gebruik van de onderhandelingsinformatie. Het feit dat verweerder een tijd later op verzoek van klager en zonder het dossier te raadplegen heeft geschreven dat er geen toestemming is verleend, maakt dit niet anders. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:26 Raad van Discipline Amsterdam 23-007/A/A

    Voorzittersbeslissing; Klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtelijke procedure kennelijk ongegrond. Verweerder heeft bij de behartiging van de belangen van de ex-vrouw binnen de grenzen is gebleven van de vrijheid die hij als advocaat van de wederpartij geniet. Verweerder heeft toereikend aangevoerd dat hij met een legitieme reden de makelaar heeft bericht dat klager strafrechtelijk is veroordeeld en dat er een straat- en contactverbod aan klager is opgelegd. Ook overigens is niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4536

    Klaagster stelt dat de verpleegkundige onvoldoende aandacht heeft gegeven aan de buikklachten waarmee haar broer op 26 sepember 2020 112 heeft gebeld. De verpleegkundige had volgens klaagster vor de zekerheid een mobiele arts moeten langs sturen. Haar broer is later die dag overleden aan hartfalen. De klacht wordt door de voorzitter kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter overweegt dat klaagster niet onderbouwt waarom de verpleegkundige niet juist zou hebben gehandeld. Voor het langs sturen van een arts moet een objectieve reden bestaan. Dat klaagsters broer later die dag is overleden aan harfalen, is kennis achteraf, die bij de tuchtrechtelijke toets buiten beschouwing blijft.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:25 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-309/AL/GLD

    Raadbeslissing. Klacht advocaat tegen collega-advocaat. Verweerder heeft in strijd met gedragsregel 21 lid 3 gehandeld. Klacht gegrond. Geen maatregel vanwege de omstandigheden die verweerder ertoe hebben gebracht om toch een verzoek bij de rechtbank in te dienen en vanwege het feit dat verweerder geen tuchtrechtelijke antecedenten heeft.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:26 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-293/AL/GLD 22-294/AL/GLD 22-295/AL/GLD 22-296/AL/GLD

    Raadbeslissing. Klacht tegen verweerders als faillissementscurator. Nu vaststaat dat V. aandeelhouder is van zowel de failliete bedrijven als van klaagsters is de raad van oordeel dat verweerder in het licht van alle omstandigheden van de betreffende faillissementen niet dusdanig heeft gehandeld dat hij het vertrouwen in de advocatuur heeft beschaamd door in zijn brief aan de bank klaagsters in verband te brengen met de gefailleerde bedrijven. Klachten tegen beide verweerders ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:21 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-611/AL/MN

    Raadsbeslissing. De raad verklaart verschillende klachten over de advocaat van de wederpartij ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2023:3 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/32

    Klacht niet-ontvankelijk, deels wegens het verstrijken van de klachttermijn en deels wegens het ontbreken van belang als bedoeld in artikel 99 lid 1 Wna. De kring van belanghebbenden is niet zo ruim dat iedereen in het kader van het algemeen belang van de bescherming van de rechtszekerheid en het vertrouwen in het notariaat belang heeft bij de beoordeling van een klacht tegen een notaris.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3878

    Klacht van nabestaanden tegen een gz-psycholoog die als regiebehandelaar was betrokken bij de behandeling van hun (stief)zoon. De klacht gaat over het handelen van beklaagde bij het intaketraject en in het traject na de suïcide van patiënt. Het college verklaart de klacht gegrond en legt een berisping op. Beklaagde heeft op enig moment nagelaten zelf de toestand van patiënt te beoordelen om te kijken of nadere actie nodig was ter overbrugging van de tijd tot de behandeling. Verder had beklaagde aan een vervolggesprek met de nabestaanden niet de voorwaarde mogen verbinden dat geen vragen zouden worden gesteld over het intaketraject. Ten slotte is het college van oordeel dat het afzeggen van het geplande mediationgesprek op het moment dat klagers al op de locatie aanwezig waren, niet had mogen gebeuren. Klacht van nabestaanden tegen een gz-psycholoog die als regiebehandelaar was betrokken bij de behandeling van hun (stief)zoon. De klacht gaat over het handelen van beklaagde bij het intaketraject en in het traject na de suïcide van patiënt. Het college verklaart de klacht gegrond en legt een berisping op. Beklaagde heeft op enig moment nagelaten zelf de toestand van patiënt te beoordelen om te kijken of nadere actie nodig was ter overbrugging van de tijd tot de behandeling. Verder had beklaagde aan een vervolggesprek met de nabestaanden niet de voorwaarde mogen verbinden dat geen vragen zouden worden gesteld over het intaketraject. Ten slotte is het college van oordeel dat het afzeggen van het geplande mediationgesprek op het moment dat klagers al op de locatie aanwezig waren, niet had mogen gebeuren.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-762/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft in zijn bijstand aan klaagster geen steken laten vallen maar heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar jegens klaagster gehandeld door na te laten aan klaagster periodiek een urenspecificatie en kostenopgave te verstrekken. Deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:32 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-523/DH/RO

    De cliënten van verweerder hebben zich verbonden aan een geheimhoudingsbeding in een arbitrageovereenkomst. Het stond verweerder niet zonder meer vrij om informatie en stukken uit de arbitrage aan derden bekend te maken. Verweerder heeft de verbintenissen waaraan zijn cliënten zich met de overeenkomst van arbitrage hebben verbonden te respecteren. De overeengekomen geheimhoudingsverplichting zou immers op onaanvaardbare wijze aan waarde inboeten als het de advocaat steeds zou vrijstaan om naar eigen goeddunken, op grond van een eigen opvatting omtrent het belang van zijn cliënt en zonder de wederpartij daarin te kennen, stukken uit het de arbitrage te delen of zich daarover uit te laten. Verweerder heeft in het kader van te leggen conservatoir beslag informatie uit de arbitrage prijsgegeven. Dat mocht, maar verweerder had terughoudender moeten zijn en minder informatie moeten verstrekken. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:21 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-740/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster heeft klaagsters belangen niet naar behoren behartigd doordat zij heeft verzuimd het door haar ingediende wijzigingsverzoek naar behoren te onderbouwen. Het gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen heeft betrekking op de kernwaarde deskundigheid. Verweerster heeft niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:33 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-975/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond. Niet gebleken dat verweerder haar cliënten heeft geadviseerd om niet aan de spraken van de rechtbank te voldoen. Evenmin gebleken dat zij heeft gelogen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:22 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-981/DB/LI

    Tegenover de stellingen van klager, dat verweerster zijn belangen nodeloos heeft geschaad en dat zij zich onheus jegens hem en zijn advocate heeft uitgelaten, staat de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerster. Zonder nadere onderbouwing met bewijsstukken, die niet is gegeven, kan niet worden vastgesteld dat verweerster de belangen van klager nodeloos heeft geschaad, danwel dat zij zich onheus jegens (de advocate van) klager heeft gedragen.Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:34 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-980/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over neerleggen opdracht en intrekking toevoeging kennelijk ongegrond. Verweerder mocht zich terugtrekken en heeft dat zorgvuldig gedaan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:31 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-364/DH/DH

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij over het gebruik van confraternele correspondentie gegrond. De brief komt uit een andere zaak, tussen klager en een andere wederpartij. Die andere wederpartij werd bijgestaan door een kantoorgenoot van verweerder. Het stond verweerder niet vrij gebruik te maken van deze brief. De klacht is in zoverre gegrond. Het stond verweerder en zijn kantoorgenoot wel vrij om informatie over dossier uit te wisselen. Klacht in zoverre ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:382 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-881/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:17 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-883/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht gedeeltelijk niet ontvankelijk omdat er eerder over het onderwerp is geklaagd (ne bis in idem) en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:27 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-367/DH/DH

    verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:18 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-220/AL/OV

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:378 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-854/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk omdat deze is ingediend na het verstrijken van de driejaarstermijn.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:28 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-496/DH/DH

    verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:19 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-305/AL/GLD

    De raad verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:379 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-810/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht tegen de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:29 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-604/DH/RO

    verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:20 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-285/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Gelet op het verweer van verweerder, waarin hij heeft aangegeven op welke door zijn cliënt aangedragen feiten hij zijn stellingnames heeft gebaseerd, hoefde verweerder naar het oordeel van de raad deze niet op voorhand aan te merken als zodanig onaannemelijk dat hij daarvan zonder verder onderzoek niet mocht uitgaan. Als partijdige belangenbehartiger mocht verweerder op basis van het door zijn cliënt aangeleverde feitenmateriaal de standpunten in het verweerschrift innemen zoals hij heeft gedaan. Het is vervolgens aan de advocaat van klaagster om in de procedure deze standpunten te weerspreken. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:380 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-304/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Het stond verweerder vrij om klager een procedure in het vooruitzicht te stellen. Dat verweerder te hoge bedragen heeft gevorderd en deze zonder grond heeft verhoogd is voorts niet gebleken. In de klacht dat verweerder jegens klagers voormalig advocaat heeft gedreigd met indiening van een klacht kan klager niet worden ontvangen, omdat niet is gebleken door dit verweten handelen rechtstreeks in zijn eigen belang is getroffen. Klacht deels kennelijk ongegrond, deels kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:19 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-899/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerster heeft gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit doordat zij bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst met mr. J niet de Beleidsregel Stage en Patronaat heeft gevolgd en daarover onjuiste informatie heeft verstrekt aan de raad van de orde Limburg. Verweerster heeft met haar handelen het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Dekenbezwaar gegrond. Schorsing van vier weken, waarvan twee voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:30 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-618/DH/RO

    verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:381 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-920/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht tegen de deken kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1202

    Klacht tegen een neuroloog. Klaagster heeft bij de neuroloog een lumbaalpunctie ondergaan om een neuroborreliose uit te sluiten. In de uren na de punctie bleek ze geen aandrang te hebben voor mictie en ontbrak het passagegevoel bij mictie. Ook gaf ze pijn aan in de rug en doofheid van het linkerbeen. Een andere neuroloog (eveneens aangeklaagd: C2022/1203) heeft een (spoed)MRI verricht. Op de (spoed)MRI werd een stenose gezien op de niveaus L3-L4 en L4-L5. De volgende ochtend was de uitval van de sensibiliteit toegenomen en is klaagster na overleg doorgestuurd naar een neurochirurg (eveneens aangeklaagd: C2021/1186) voor een operatie om de zenuw meer ruimte te geven. Klaagster verwijt de neuroloog dat hij geen informatie heeft gegeven over de lumbaalpunctie en de eventuele risico’s daarvan, geen informatie heeft gegeven over de ziekte van Lyme en de behandeling daarvan, en dat hij geen duidelijkheid heeft gegeven hoe het nu verder moet en niets heeft gedaan met de klachten van klaagster van dubbelzien en het niet op woorden kunnen komen. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.