Zoekresultaten 9051-9100 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:51 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-328/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:45 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-043/AL/MN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:54 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/403723 / KL RK 22-55

    In deze zaak is komen vast te staan dat bij verkoop van een gedeeltelijk kadastraal perceel zoals hier aan de orde, door de vorming van een zogenaamde Voorlopige Kadastrale Grens (VKG) eenvoudig kan worden voorkomen dat het hele kadastrale perceel moet worden overgedragen en later gedeeltelijk moet worden teruggeleverd. De notaris heeft deze mogelijkheid in deze zaak niet onder de aandacht van klager heeft gebracht. In zoverre klacht gegrond. Geen aanleiding te veronderstellen dat de geconstateerde tekortkoming in de advisering aan klager voortvloeit uit een fundamenteel plichtsverzuim van de notaris. Ook is uit de registratie niet gebleken van eerder aan de notaris opgelegde tuchtmaatregelen. Om deze redenen kan in deze zaak volstaan worden met het opleggen van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:46 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-345/AL/GLD

    Het verwijtbare handelen van verweerder zou volgens klager zijn voortgekomen uit verwijtbaar handelen van zijn kantoorgenote. Klacht over kantoorgenote is bij beslissing van 6 maart 2023 ongegrond verklaard. De raad kan niet vaststellen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-606/AL/GLD/D

    Dekenbezwaar. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft in verschillende procedures partijen met tegenstrijdige belangen bijgestaan en de meeste van die partijen staat hij nog steeds bij. Verweerder had in die procedures een eigen belang en uit verschillende rechterlijke uitspraken is gebleken dat verweerder in deze zaak de belangen van de wederpartij op ontoelaatbare wijze heeft geschonden. De raad acht dit handelen van verweerder zeer kwalijk. Verweerder heeft hiermee belangrijke regels overtreden en in strijd gehandeld met de kernwaarden die een advocaat in acht dient te nemen. Zelfs na de uitspraken van de Raad van Discipline en het Hof van Discipline waarin is geoordeeld dat er belangentegenstelling was ontstaan en verweerder zich uit eigen beweging uit de zaak had moeten terugtrekken, is verweerder in deze procedure blijven optreden. Ook aan diverse verzoeken van de deken om zich in alle geschillen als advocaat te onttrekken heeft hij niet voldaan. In het nadeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat verweerder eerder in deze zelfde zaak en deels ter zake van hetzelfde soort verwijtbare handelen een berisping opgelegd heeft gekregen. De raad legt een voorwaardelijke schorsing van 12 weken op met als bijzondere voorwaarde dat verweerder in geen enkele procedure die betrekking heeft op het feitencomplex van deze zaak als advocaat zal optreden.

  • Klachten over meerdere transacties. Klagers, hoewel geen partij bij de akte van 17 november 2020, hebben als oorspronkelijke eigenaren van het (door hen net een half jaar eerder verkochte) bedrijfspand een redelijk belang bij hun klacht tegen deze akte. De akte van 17 november 2020 vormt immers het sluitstuk van een zogenaamde ABC-transactie, zodat klagers niet het recht ontzegd kan worden de rol van de notaris in dit verband aan de kamer ter toetsing voor te leggen. Het ontvankelijkheidsverweer dat de notarissen hier gevoerd hebben, wordt daarom gepasseerd.De kamer is verder inhoudelijk van oordeel dat de notarissen in ieder geval bij de voorbereiding en het passeren van de akten van 20 mei 2020 hun informatie-, onderzoeks- en waarschuwingsplicht hebben verwaarloosd of onvoldoende zorgvuldig hebben ingevuld. Klacht in zoverre gegrond.Fundamentele ambtsverplichting geschonden. Kennelijk bewust als gevolg van een onjuiste ambtsopvatting. Berisping nu geen van beide notarissen eerder een tuchtrechtelijke maatregel opgelegd heeft gekregen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:47 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-346/AL/GLD

    Klacht deels niet-ontvankelijk omdat deze is ingediend na het verstrijken van de driejaarstermijn als bedoeld in artikel 46g 1 sub a Advocatenwet. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:46 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-798/DH/RO

    Verweerder heeft klaagsters zaak onzorgvuldig en veel te traag behandeld. De raad neemt verweerder deze handelwijze des te maak kwalijk omdat de deken verweerder had verzocht klaagster – in opvolging van diverse eerder betrokken gemachtigden – bij te staan. Klaagster had recht op duidelijke communicatie en een doortastende opstelling. Dit heeft zij van verweerder niet gekregen. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:47 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-427/DH/RO

    Gegrond verzet omdat de voorzitter de klacht te beperkt heeft opgevat. Klacht alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:30 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-720/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Dat het teleurstellende resultaat van de procedure het gevolg is geweest van een ondermaats optreden van verweerder is noch uit het overgelegde vonnis van de rechtbank noch anderszins gebleken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:48 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-017/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:44 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1371

    Klacht tegen een verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft klager in het kader van het aflopen van de WAO-wachttijd gezien en sociaal medisch beoordeeld. De verzekeringsarts heeft een verslag opgesteld en een FML ingevuld met als conclusie dat klager beschikt over duurzaam benutbare mogelijkheden. Klager verwijt de verzekeringsarts dat zij (1) bij haar beoordeling niet alle medische aspecten heeft meegewogen, (2) zij foutief onderzoek heeft uitgevoerd en onvoldoende medische informatie heeft ingewonnen, (3) selectief informatie heeft gebruikt, (4) de beoordeling onrechtmatig niet laat aansluiten bij de door klager ervaren klachten en belemmeringen en (5) bij de beoordeling is uitgegaan van een onjuiste grondslag, namelijk WIA in plaats van WAO. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:31 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-660/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij in een kort geding procedure onjuiste c.q. onvolledige informatie heeft verstrekt aan de rechter door slechts een deel van e-mail te overleggen en doordat zij bezwaar heeft gemaakt tegen het in het geding brengen van de volledige e-mail door de advocaat van klaagster. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:45 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1227

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is begin 2021 door de huisarts onderzocht vanwege toegenomen klachten bij het lopen. Zij schreef zelf de klachten toe aan spataderen op het linker onderbeen. De huisarts heeft klaagster zowel staand als zittend en liggend op de onderzoeksbank lichamelijk onderzocht. Klaagster verwijt de huisarts dat hij (1) klaagster op de onderzoeksbank seksueel heeft aangerand en (2) zijn vertrouwenspositie als huisarts heeft gebruikt door haar op persoonlijke plekken aan te raken. Het Regionaal Tuchtcollege kan niet vaststellen hoe het deel van het onderzoek dat op de onderzoeksbank heeft plaatsgevonden precies is verlopen. Dat brengt mee dat niet kan worden vastgesteld of de huisarts grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond binnen de behandelrelatie. Het Regionaal Tuchtcollege concludeert wel dat de huisarts lichamelijk onderzoek heeft uitgevoerd dat niet in overeenstemming was met de standaard van de beroepsgroep, zonder deze werkwijze duidelijk toe te lichten aan klaagster, laat staan haar daarvoor om toestemming te vragen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht daarom gegrond verklaard en de arts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4854

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is aangehouden wegens rijden onder invloed. De psychiater heeft in opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) een onderzoek gedaan naar de rijgeschiktheid van klager en heeft klager onderzocht op alcoholmisbruik. De psychiater heeft een rapport opgesteld. Klager verwijt de psychiater dat de rapportage niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet, omdat de psychiater ten onrechte stelt dat er sprake is van een alcoholpatroon en dat er aanwijzingen zijn voor alcoholtolerantie en dat hij ten onrechte concludeert dat er sprake is van onderrapportage. De psychiater heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat het rapport aan de gestelde eisen voldoet en komt tot de conclusie dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond. Wel heeft het college de psychiater geadviseerd om in overleg te gaan met zijn organisatie om het format, waarvan gebruik wordt gemaakt bij het opstellen van het rapport, aan te passen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:41 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-286/AL/MN

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Ruime mate van vrijheid bij de behartiging van de belangen van de client. Tijdsverloop van 4 dagen tussen opvragen verhinderingen en aanvraag kort geding. Het nalaten om voor de aanvraag aanvullende verhinderingen op te vragen is als zodanig niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het maken van bezwaar tegen een uitstelverzoek in het belang van de client is ondanks dat de motivering voor dat bezwaar onvolledig was, evenmin tuchtrechtrechtelijk verwijtbaar. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:27 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22/776/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij zijn kerntaak als rechtsbijstandsverlener ernstig heeft veronachtzaamd, niet dan wel op gebrekkige wijze zijn medewerking heeft verleend aan het dekentoezicht, onzorgvuldig heeft gehandeld doordat bij hem in behandeling zijnde dossiers toegankelijk zijn voor een niet-geheimhouder en in meerdere dossiers de dossieropbouw en dus de kwaliteit van de dienstverlening ondermaats zijn gebleken. Schorsing van twaalf weken, waarvan acht weken voorwaardelijk, waarbij de raad als bijzondere voorwaarde stelt dat verweerder binnen vier weken na de beslissing alsnog de gevraagde bescheiden bij de deken zal aanleveren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:35 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-469/AL/MN

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft klager, haar cliënt, niet op de hoogte gesteld van een van het hof gewezen arrest als gevolg waarvan klager niet in de gelegenheid is geweest om vrijwillig aan het arrest te voldoen. Verweerster heeft het arrest niet tijdig aan klager toegestuurd omdat zij ziek was en daartoe niet is staat was. Zij heeft daarbij erkend dat ze dit wel had moeten (laten) doen. Verweerster heeft aan klager en aan de advocaat van de wederpartij haar excuses gemaakt en ze heeft aangeboden om de (als gevolg van het nalaten van verweerster) door klager gemaakte kosten aan hem te vergoeden. Gelet op al deze omstandigheden en het feit dat verweerster niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, ziet de raad aanleiding om te volstaan met gegrondverklaring van dit klachtonderdeel zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:42 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-310/AL/GLD

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Ruime mate van vrijheid bij de behartiging van de belangen van de client. De verplichting van een advocaat om voldoende rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij strekt niet zover dat een advocaat een kort geding procedure niet mag intrekken, wanneer dat in het belang is van diens cliënt, alleen omdat de wederpartij (mogelijk) een tegenvordering wil instellen. Naar het oordeel van de raad blijkt uit de zich in het dossier bevindende stukken niet dat verweerder reden had om aan te nemen dat de stukken die hij van zijn cliënte had gekregen gestolen waren of anderszins onrechtmatig waren verkregen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4363

    Gegronde klacht tegen een arts. De arts, werkzaam bij een crisisdienst, heeft erkend dat hij een seksuele relatie is aangegaan met een cliënte die aan zijn zorg was toevertrouwd en waarmee hij een behandelrelatie had. Hiermee heeft de arts de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening ernstig overschreden. Voor de veiligheid en het welzijn van cliënten is het noodzakelijk dat een zorgverlener de professionele grenzen van de beroepsgroep respecteert en in acht neemt. De verantwoordelijkheid voor de bewaking van die grenzen ligt uitdrukkelijk bij de arts. Het geldt in het bijzonder voor een arts die werkzaam is in de geestelijke gezondheidszorg vanwege de verhoogde kwetsbaarheid van de aan zijn/haar zorg toevertrouwde cliënten. Het tweede verwijt, dat de arts de verwijsbrief van de voorgenomen verwijzing van de cliënte pas na negen maanden heeft verstuurd, is ook gegrond. Door zo lang te wachten met het versturen van de verwijzing heeft de arts de cliënte de kans op een tijdige en passende behandeling onthouden.De ernst van de verweten gedragingen rechtvaardigt als uitgangspunt een maatregel die een beroepsbeperking meebrengt. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden schorst het college de bevoegdheid van de arts om de aan de inschrijving in het BIG-register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor de duur van negen maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar – waarbij de proeftijd ingaat op de dag dat de beslissing van het college onherroepelijk is geworden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:28 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-775/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij stelselmatig in gebreke is gebleven de door de deken gevraagde bescheiden te verschaffen, hetgeen strijdig is met het bepaalde in gedragsregel 29 en heeft gehandeld in strijd met de uit artikel 6.5 lid 1 sub b Voda voortvloeiende administratieplicht. Schorsing voor de duur van 6 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:36 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-164/AL/GLD 22-165/AL/GLD 22-166/AL/GLD 22-167/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klaagsters hebben in hun hoedanigheid van bestuurder en aandeelhouder hoogstens een afgeleid belang maar dat is onvoldoende om hun klachten over verweerders ontvankelijk te doen zijn. Dat klaagsters door het handelen of nalaten waarover wordt geklaagd rechtstreeks in hun belangen zijn getroffen, is niet gebleken. De raad verklaart klaagsters niet-ontvankelijk in hun klachten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:29 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-821/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij klagers cliënten rechtstreeks heeft aangeschreven en heeft geprobeerd een wig te drijven tussen klager en zijn cliënten. Daarnaast heeft verweerder zonder enig voorafgaand onderzoek en zonder deugdelijke onderbouwing in zijn e-mail aan mr. A een ernstige beschuldiging aan klagers adres geuit en zich in een e-mail aan de rechtbank en de door de rechtbank benoemde deskundige onnodig grievend over klager uitgelaten. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:37 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-994/AL/GLD

    Advocaat wederpartij. Verweerder heeft in strijd met artikel 46 Aw en gedragsregel 21 lid 1 gehandeld door van zijn brief aan de rechtbank niet gelijktijdig een afschrift aan (de advocaat van) klaagster te sturen. Daarnaast heeft verweerder, gezien de inhoud van die brief en de feitelijke gang van zaken in die procedure, in strijd met lid 3 van gedragsregel 21 gehandeld. In geval van verwarring bij verweerder had het op zijn weg gelegen om contact met de advocaat van klaagster te zoeken. Klachten gegrond. De maatregel wordt verlicht naar een waarschuwing omdat verweerder blijk heeft gegeven van inzicht in het foutieve van zijn handelen, daarvoor zijn excuses heeft aangeboden en een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:38 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-382/AL/MN

    Raadsbeslissing. Uit de overgelegde correspondentie van verweerder is de raad gebleken dat hij klaagster op voortvarende en zorgvuldige wijze heeft bijgestaan met oog voor haar belangen. Op 27 mei 2021 heeft verweerder de beschikking van 21 mei 2021 aan klaagster gestuurd met daarbij een uitvoerige uitleg over de inhoud ervan. Ook heeft hij klaagster gewezen op de mogelijkheid om binnen drie maanden in hoger beroep te gaan. Volgens de e-mails van daarna van (de gemachtigde van) klaagster heeft klaagster, niet verweerder, een snelle bespreking met verweerder over de inhoud van de beschikking en over de gewenste voortgang van de zaak vertraagd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:39 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-996/AL/GLD

    Gegrond verzet wegens voorzittersbeslissing op grond van deels onjuiste en onvolledige feiten. Klacht over advocaat wederpartij ongegrond. Verweerder heeft vrij lang gewacht met reageren op contact van klager of zijn advocaat, maar daardoor zijn de belangen van klager niet geschaad. Misverstand over een brief is opgehelderd. Verweerder mocht in het kader van zijn verweer in de tuchtprocedure de door klager als pijnlijk ervaren brief van zijn ex-partner bijvoegen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-128/DB/ZWB

    Advocaat van de wederpartij heeft de haar toekomende vrijheid niet overschreden. Valse beschuldigingen door de advocaat aan het adres van klager zijn niet gebleken. Klager heeft de procedures waarin de advocaat de wederpartij van klager heeft bijgestaan, zelf aanhangig gemaakt. Geen sprake van nodeloze kosten voor klager. Klacht kennelijk ongegrong.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4032

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verblijft op een afdeling in een tbs-kliniek. Verweerder is als psychiater verbonden aan die afdeling en is ook hoofd van die afdeling. Klager is ontevreden over het handelen van de psychiater en de gang van zaken in de kliniek (in totaal 8 klachtonderdelen). Het college komt tot het oordeel dat de klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk is (t.a.v. leefomstandigheden kliniek, beleid kliniek – geen sprake van handelen op het gebied van psychiatrie) en deels kennelijk ongegrond (t.a.v. dubbele functie, tegenstrijdigheden met betrekking tot opname in de kliniek, EVBG-status en behandel- en signaleringsplan, opdracht bedreigen/provoceren).

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:40 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-240/AL/GLD

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Ruime mate van vrijheid bij de behartiging van de belangen van de client. Gedragsregel 27 ziet op de verhouding tussen advocaten onderling. Klager is echter geen advocaat. Niet-ontvankelijk. Gedragsregels 20 en 21 zien (ook) op de verhouding van de advocaat ten opzicht van de procespartijen. Klager daarin wel ontvankelijk. Klager door handelwijze verweerder niet in zijn belang geschaad. Het al dan niet toelaten van stukken en/of stellingen in een civiele procedure behoort tot het terrein van de behandelend rechter. Klacht in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:26 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-870/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De raad is van oordeel dat op basis van het door de deken aan de raad doorgezonden klachtdossier niet goed kan worden vastgesteld wat de relevante feiten en omstandigheden in de onderhavige klachtzaak zijn zodat de (ontvankelijkheid van) de klacht niet kan worden beoordeeld. De raad ziet in het bovenstaande aanleiding om de zaak terug te verwijzen naar de deken en houdt de verdere behandeling van de zaak en iedere verdere beslissing aan.

  • Klager was vennoot van een vof met twee vennoten. Hij is van mening dat zijn medevennoot, die de administratie van de vof voerde, fraude heeft gepleegd en zichzelf ten nadele van klager heeft bevoordeeld. Volgens klager hadden de accountants, die de jaarrekeningen van de vof hebben samengesteld, dat moeten zien. De accountants hebben hem over de fraude niet behoorlijk te woord gestaan en zijn vragen over hun declaraties niet naar behoren beantwoord. Zij hebben in de ontstane wrijving tussen de vennoten geen bedreiging gezien. Wie de vof mocht vertegenwoordigen hebben zij niet vastgesteld. Aan de ex-vennoot zijn ten onrechte de LOR 2015, met een valse handtekening van klager, en de LOR 2016, bestaande uit twee A4’tjes die niet bij elkaar horen, afgegeven. De klachten zijn ongegrond. De klachten zijn niet of onvoldoende toegelicht en onderbouwd en missen een grondslag in de feiten. Klager heeft de door hem overgelegde stukken niet toegelicht. Betrokkenen hebben de klachten gemotiveerd tegengesproken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4383

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster verwijt de fysiotherapeut onder meer het maken van ongepaste opmerkingen, het doen van ongewenste aanrakingen en het onzorgvuldig afhandelen van het evaluatiegesprek aan het einde van de behandelperiode. Over het maken van ongepaste opmerkingen en het doen van ongewenste aanrakingen lopen de lezingen van partijen uiteen. Het college kan daarom niet vaststellen dat de fysiotherapeut op die punten tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Uit het geluidsfragment van het evaluatiegesprek blijkt dat de fysiotherapeut het gesprek op zorgvuldige wijze heeft gevoerd en, toen bleek dat het gesprek stagneerde en partijen niet verder kwamen, heeft afgerond. Het was beter geweest als de fysiotherapeut zelf initiatief had genomen om nogmaals het gesprek met klaagster aan te gaan of haar naar de klachtenfunctionaris te verwijzen. Dat hij hierin geen initiatief heeft getoond en heeft afgewacht, verdient geen schoonheidsprijs, maar acht het college niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:44 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-1012/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond vanwege gebrek aan concretisering en onderbouwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:5 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/85

    Dierenarts wordt verweten koeien van klager stelselmatig op een onjuiste wijze, te weten lateraal in de bil, te hebben gevaccineerd met Bovalis Rotavec Corona. In de visie van klager heeft deze onjuiste toedieningswijze tot plekken en ontstekingen aan de zijkant van de bil van de betreffende koeien geleid en tot ernstige aandoeningen en het gedwongen moeten afvoeren en euthanaseren van dieren. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:38 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-553/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4180

    Klacht tegen orthopedisch chirurg is van onvoldoende gewicht. De gebruikelijke werkwijze van de orthopedisch chirurg is dat binnen één week de verwijzer, in dit geval de huisarts, een brief wordt gestuurd met een samenvatting van het consult. In deze situatie heeft de second opinion heeft geen nieuwe relevante informatie opgeleverd en de continuïteit van de zorg aan klaagster is niet in geding geweest. De huisarts hoefde ook niet na de second opinion een deel van de behandeling op zich te nemen. Beklaagde en klaagster hebben afgesproken dat klaagster opnieuw contact op zou nemen als zij verder onderzoek wenste. Gelet op het voorgaande acht het college dit klachtonderdeel kennelijk van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:58 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/15

    Dierenarts wordt verweten, in hoofdzaak, dat hij ten onrechte heeft geconcludeerd dat de hond van klaagster een TIA had, dat hij vervolgens onnodig tot euthanasie heeft geadviseerd en dat de hond is behandeld in een periode waarin hij als dierenarts was geschorst. Op basis van de ingediende stukken en hetgeen ter zitting is verhandeld, heeft het college niet met zekerheid kunnen vaststellen dat beklaagde degene is geweest die de hond heeft behandeld. Klacht niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:43 Raad van Discipline Amsterdam 22-843/A/NH

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft zich ten opzichte van klager niet heeft gedragen zoals een behoorlijk en zorgvuldig handelende advocaat betaamt. Indien verweerder meende eerst een uitdrukkelijke akkoordverklaring te moeten hebben alvorens verdere werkzaamheden te verrichten, dan had de inhoud van elk van voormelde e-mails meer dan genoeg aanleiding voor verweerder moeten zijn geweest om klager erop te attenderen dat hij nog in afwachting was van de getekende akkoordverklaring van klager en voordien geen werkzaamheden voor hem zou verrichten. Uit deze e-mails komt duidelijk naar voren dat klager ervan uitging dat verweerder zijn zaken in behandeling had genomen en voor hem aan de slag was gegaan. Door hier niet op te reageren, heeft verweerder deze onduidelijkheid laten ontstaan en bestaan. Klacht in beide onderdelen gegrond. Onvoorwaardelijke schorsing van vier weken en matiging proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4046

    Klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts is ingeschakeld naar aanleiding van de ziekmelding van klaagster. Er hebben twee telefonische consulten plaatsgevonden en er is e-mailcontact geweest tussen klaagster en beklaagde over de belastbaarheid van klaagster. Daarnaast heeft de bedrijfsarts een belastbaarheidsprofiel laten opstellen door een verzekeringsarts. Op basis hiervan heeft de bedrijfsarts geconcludeerd dat er geen sprake is van ziekte/gebrek op grond waarvan beperkingen ten aanzien van werk geduid moeten worden. De bedrijfsarts heeft een tijdgebonden opbouw van werk en werkzaamheden geadviseerd om klaagster te laten terugkeren in haar eigen werk. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onder meer dat hij tijdens het eerste telefonische consult al een diagnose heeft gesteld, dat hij zonder met klaagster te overleggen heeft besloten tot het laten verrichten van een belastbaarheidsprofiel door een derde, dat hij geen professionele houding heeft aangenomen en dat hij zich vooringenomen heeft opgesteld. Het college verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:37 Raad van Discipline Amsterdam 23-040/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht wordt niet ontvankelijk verklaard gelet op het ne bis in idem-beginsel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/48

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist. Klager is verwikkeld in een echtscheidingsprocedure met de moeder van zijn kinderen. In het kader van de echtscheidingsprocedure heeft beklaagde, in opdracht van het NIFP en op verzoek van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof), onder supervisie van een GZ-psycholoog een familierechtelijk onderzoek verricht om duidelijk te krijgen welke hoofdverblijfplaats voor de kinderen passend is wat betreft opvoeding en verzorging. Van dit onderzoek is een rapport uitgebracht. De klacht heeft betrekking op het door beklaagde en de GZ-psycholoog verrichte onderzoek en het door hen opgestelde rapport. Klager verwijt beklaagde dat zij hem ten onrechte heeft uitgesloten van het onderzoek en dat zij een ondeugdelijke rapportage heeft opgesteld. Het college verklaart de klacht gegrond. Op het onderzoek door beklaagde en de GZ-psycholoog is de Leidraad deskundigen in civiele zaken van toepassing. Op basis van deze leidraad is de raadsheer-commissaris van het gerechtshof als contactpersoon aangesteld waar beklaagde en de GZ-psycholoog bij vragen en twijfel terecht konden. Er was vertraging ontstaan in het onderzoek naar klager. Vanwege de strakke deadline vanuit het hof hebben beklaagde en de GZ-psycholoog er, na intern overleg met het NIFP, voor gekozen om het onderzoek af te ronden zonder dat klager onderzocht was. Het college acht het niet begrijpelijk dat zij de situatie omtrent de ontstane vertraging in het onderzoek naar klager niet met de raadsheer-commissaris hebben besproken. Intern overleg met het NIFP was onvoldoende. Dit maakt dat zij het onderzoek naar klager niet op deze manier hadden mogen afsluiten. Als gevolg hiervan is het rapport over klager onvolledig en daarmee ondeugdelijk. Ook de rapporten over de kinderen zijn onvolledig, nu klager daarin niet is meegenomen. Aan beklaagde wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:45 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-1013/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij in een burengeschil deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:39 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-613/DH/RO

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4179

    Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Uit de stukken volgt naar het oordeel van het college voldoende dat er wel in het voortraject voor de operatie gesproken is met klaagster over het doel en de inhoud van de voorgestelde operatie. Uit de aantekening van de orthopedisch chirurg van 5 juli 2016 blijkt voorts dat een standsverandering bij de voorgestelde operatie de bedoeling was en niet voorstelbaar is dat klaagster daar niets van wist voorafgaande aan de operatie. Het had in deze zaak achteraf discussie voorkomen als de informed consent expliciet schriftelijk zou zijn vastgelegd. Schriftelijke vastlegging was in ieder geval in 2016 echter niet wettelijk verplicht noch algemeen gebruikelijk in de zorg.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:59 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/69

    Dierenarts wordt verweten dat zij bij de hond van klaagster tegen haar wens in en zonder haar toestemming een castratie heeft uitgevoerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:44 Raad van Discipline Amsterdam 22-830/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familierechtkwestie. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Hoewel het de voorkeur had verdiend dat eerst (telefonisch) overleg zou hebben plaatsgevonden tussen advocaten, is de urgentie bij de indiening van het verzoekschrift begrijpelijk. De door klager in zijn e-mail – kennelijk zonder medeweten van zijn eigen advocaat – aangekondigde wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige dochter naar zijn eigen woonadres zou, zoals verweerster ter zitting heeft toegelicht, leiden tot het wegvallen van bepaalde toeslagen en daarmee ingrijpende financiële gevolgen voor de cliënte van verweerster hebben. Het stond verweerster dan ook vrij om het verzoekschrift in te dienen, want er was redelijke grond om te menen dat dat in het belang van haar cliënte was. Niet gebleken dat verweerster druk heeft uitgeoefend om de klacht in te laten trekken. Tot slot is het niet gebleken dat verweerster betrokken is geweest bij de oproep voor een minderjarigenverhoor of bij het invullen van de verklaring door de minderjarige dochter . Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:38 Raad van Discipline Amsterdam 23-084/A/A

    Klacht over advocaat in privé. Klacht is gedeeltelijk buiten de termijn ex artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet ingediend. Voor het overige hebben klagers geen eigen belang bij een klacht over de arbeidsrechtsrechtelijke verhouding tussen het bestuur van X, waarvan verweerder voorzitter is, en de heer A.Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 sub a en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3168

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Klager is verwikkeld in een echtscheidingsprocedure met de moeder van zijn kinderen. In het kader van de echtscheidingsprocedure heeft beklaagde, in opdracht van het NIFP en op verzoek van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof), als supervisor van een orthopedagoog-generalist, een familierechtelijk onderzoek verricht om duidelijk te krijgen welke hoofdverblijfplaats voor de kinderen passend is wat betreft opvoeding en verzorging. Van dit onderzoek is een rapport uitgebracht. De klacht heeft betrekking op het door beklaagde en de orthopedagoog-generalist verrichte onderzoek en het door hen opgestelde rapport. Klager verwijt beklaagde dat zij hem ten onrechte heeft uitgesloten van het onderzoek en dat zij een ondeugdelijke rapportage heeft opgesteld. Het college verklaart de klacht gegrond. Op het onderzoek door beklaagde en de orthopedagoog-generalist is de Leidraad deskundigen in civiele zaken van toepassing. Op basis van deze leidraad is de raadsheer-commissaris van het hof als contactpersoon aangesteld waar beklaagde en de orthopedagoog-generalist bij twijfel terecht konden. Er was vertraging ontstaan in het onderzoek naar klager. Vanwege de strakke deadline vanuit het gerechtshof hebben beklaagde en de orthopedagoog-generalist er, na intern overleg met het NIFP, voor gekozen om het onderzoek af te ronden zonder dat klager onderzocht was. Het college acht het niet begrijpelijk dat zij de situatie omtrent de ontstane vertraging in het onderzoek naar klager niet met de raadsheer-commissaris hebben besproken. Intern overleg met het NIFP was onvoldoende. Dit maakt dat zij het onderzoek naar klager niet op deze manier hadden mogen afsluiten. Als gevolg hiervan is het rapport over klager onvolledig en daarmee ondeugdelijk. Ook de rapporten over de kinderen zijn onvolledig, nu klager daarin niet is meegenomen. Aan beklaagde wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4175

    Klacht tegen plastisch chirurg kennelijk ongegrond. Er is, ook volgens het verslag van de second opinion, geen voorstel voor behandeling gedaan. Daarom valt ook niet in te zien dat de plastisch chirurg het belang van de plastisch chirurgen boven het belang van klaagster heeft gezet. Dat de plastisch chirurg, zoals hij zelf in het verweerschrift heeft aangegeven, uitleg heeft gegeven over eventuele verbetering van de littekens aan de arm maakt nog niet dat hij daarmee klaagsters belang niet heeft laten prevaleren. De plastisch chirurg heeft lichamelijk onderzoek gedaan, uitleg gegeven over de manier van operatie in 2017 en eventuele mogelijkheden om klaagsters ontevredenheid over het resultaat weg te nemen. Bij een operatie zoals in 2017 door klaagster is ondergaan kunnen de problemen die zij ervaart postoperatief voorkomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:40 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-649/DH/DH

    Verzet ongegrond