Zoekresultaten 8951-9000 van de 48384 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:54 Raad van Discipline Amsterdam 22-860/A/A
- Datum publicatie: 24-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:54
Raadsbeslissing. De raad verklaart de verschillende klachtonderdelen over de voormalig advocaat van klager ongegrond. Van klachtwaardig handelen door verweerder is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:55 Raad van Discipline Amsterdam 22-885/A/A
- Datum publicatie: 24-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:55
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat van klaagster is deels gegrond. Een advocaat behoort de door een opvolgend advocaat verzochte stukken binnen een redelijke termijn aan te leveren, zeker nu klaagster zich geconfronteerd zag met nieuwe procedures. Verweerster heeft niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Aan verweerster wordt de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De raad ziet in de door verweerster ter zitting aangevoerde geringe draagkracht aanleiding voor een matiging van de proceskosten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4285
- Datum publicatie: 23-03-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:73
Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de inmiddels overleden broer van klaagster. Klaagster verwijt de psychiater dat zij de diagnose van de vorige behandelende psychiaters heeft overgenomen, dat zij niet heeft meegewerkt aan overplaatsing naar een gespecialiseerde afdeling en dat zij het advies van een door klaagster en haar broer geraadpleegde psychiater niet heeft opgevolgd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3770
- Datum publicatie: 23-03-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:74
Klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klager stelt dat op de diagnostiekdag ADHD is vastgesteld dat hij geen ADHD heeft en dat hij daarom doorverwezen had moeten worden naar een andere beroepsbeoefenaar. De verpleegkundig specialist stelt dat er duidelijke aanwijzingen waren voor ADHD en dat er daarom geen reden was voor doorverwijzing. De klacht gaat verder over het ten onrechte verstekken van bepaalde medicijnen en het geven van onvoldoende informatie over de behandeling met medicijnen. Het college deelt de verwijten niet en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:395 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-072/AL/GLD
- Datum publicatie: 22-03-2023
- Datum uitspraak: 16-05-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:395
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klachten over de kwaliteit van de dienstverlening. De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:396 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-112/AL/NN
- Datum publicatie: 22-03-2023
- Datum uitspraak: 16-05-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:396
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De voorzitter is van oordeel dat verweerder aan klaagster voldoende duidelijk heeft gemaakt dat zij in het geval de aanvragen om toevoegingen zouden worden afgewezen, verweerder op basis van een uurtarief van € 190,00 excl. btw zou moeten betalen. Niet is gebleken dat verweerder bij het aanvragen van de toevoegingen en het in rekening brengen van zijn werkzaamheden tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De juistheid van de verwijten dat verweerder klaagster onder druk heeft gezet om zijn rekening te voldoen (klachtonderdeel b) en verweerder de beslagvrije voet onjuist heeft berekend (klachtonderdeel c), zijn niet vast komen te staan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:62 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-593/AL/GLD
- Datum publicatie: 22-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:62
Klacht tegen verweerder in zijn hoedanigheid van deken. De raad neemt het verweerder kwalijk dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van de signalen van klaagster over het kantoor dat klaagster had bijgestaan. De raad begrijpt dat klaagster zich niet gehoord voelde door verweerder. De raad vindt dat verweerder zijn taak als deken heeft verwaarloosd. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:397 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-159/AL/NN
- Datum publicatie: 22-03-2023
- Datum uitspraak: 23-05-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:397
Voorzittersbeslissing. De gemaakte verwijten aan de advocaat van de wederpartij zijn niet vast komen te staan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-589/AL/MN
- Datum publicatie: 22-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:63
Verweerder is tekortgeschoten in de communicatie met klager over het belang van tijdige ondertekening van de vaststellingsovereenkomst en hij heeft daarmee de belangen van klager geschaad. Bij het bepalen van de maatregel betrekt de raad de rol van klager in de gang van zaken. Klager ging tijdens onderhandelingen met zijn werkgever over de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst op vakantie en hield zich vervolgens onbereikbaar. Daarmee maakte hij het verweerder erg lastig om diens taak als belangenbehartiger goed te kunnen uitvoeren. Dat de kwestie nadelig heeft uitgepakt voor klager is dus niet uitsluitend te wijten aan het handelen van verweerder. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:398 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-161/AL/MN
- Datum publicatie: 22-03-2023
- Datum uitspraak: 23-05-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:398
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:64 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-351/AL/MN
- Datum publicatie: 22-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:64
Naar het oordeel van de raad heeft verweerster onvoldoende duidelijk met klager gecommuniceerd over de mogelijkheid om cassatie in te stellen en dat zij hem daar niet in kon bijstaan. Daarnaast heeft verweerster onvoldoende adequaat gereageerd op verschillende berichten van klager over de stand van zaken en de te nemen vervolgstappen. Dat zij veel telefonisch contact met klager heeft gehad, is door verweerster niet met stukken, waaronder urenstaten of telefoonnotities, onderbouwd. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:399 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-103/AL/NN
- Datum publicatie: 22-03-2023
- Datum uitspraak: 25-04-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:399
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een curator. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:394 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1018/AL/NN
- Datum publicatie: 22-03-2023
- Datum uitspraak: 11-04-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:394
Voorzittersbeslissing. Klachten over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de klacht over het handelen van verweerster in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:11 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/721261 / DW RK 22/304 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 21-03-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:11
Beslissing op verzet. De klacht heeft betrekking op een periode van langer dan drie jaar geleden. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4281
- Datum publicatie: 21-03-2023
- Datum uitspraak: 21-03-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:73
Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klaagster werd verwezen naar de neuroloog in verband met hevige pijnklachten in haar rug, uitstralende pijnscheuten en fors krachtsverlies in haar rechterbeen na spinaal anesthesie. Na neurologisch onderzoek concludeerde de neuroloog dat er geen sprake was van een zenuwbeknelling of zenuwbeschadiging en stelde zij de diagnose functionele neurologische stoornis (FNS). Klaagster is tegen het einde van het neurologisch consult uit haar rolstoel opgestaan en gevallen. Hierna is bij klaagster een complex regionaal pijnsyndroom (CPRS) ontstaan. Klaagster verwijt de neuroloog zakelijk weergegeven dat deze onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan, een onjuiste diagnose heeft gesteld en geen nazorg heeft gegeven. Het college heeft geen aanknopingspunten om aan te nemen dat de neuroloog op onjuiste wijze onderzoek heeft verricht en/of daarover onjuist zou hebben verklaard en/of onderzoeksresultaten zou hebben verzonnen. Het college is van oordeel dat de neuroloog conform de professionele standaard onderzoek heeft uitgevoerd en op basis daarvan de diagnose FNS kon stellen. Voorts oordeelt het college dat de neuroloog geen tuchtrechtelijk verwijt treft ten aanzien van de val van klaagster en de verleende (na)zorg. Zie voor de VIM (Veilig Incidenten Melden)-melding ten aanzien van de val van klaagster 6.11 van de beslissing. Daarnaast is het college van oordeel dat de neuroloog zich professioneel heeft opgesteld. De klacht is in al haar onderdelen ongegegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:12 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/705672 / DW RK 21/354 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 21-03-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:12
De gerechtsdeurwaarder heeft één e-mail van de raadsman van klager niet beantwoord. De klacht betreft verder de verschuldigde alimentatie en opslagkosten. Klacht is gedeeltelijk gegrond. Maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4137
- Datum publicatie: 21-03-2023
- Datum uitspraak: 21-03-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:74
Ongegronde klacht tegen een neurochirurg. Nadat bij klaagster de diagnose supinatorsyndroom was vastgesteld werd zij in 2018 geopereerd aan haar rechter onderarm door de orthopedisch chirurg en de neurochirurg. Toen de klachten aan haar rechter onderarm toch weer toenamen, heeft de neurochirurg een heroperatie voorgesteld wegens verdenking van een terugkeer van het supinatorsyndroom. Bij een second opinion in een ander ziekenhuis is bij klaagster de diagnose Multifocale Motore Neuropathie gesteld waardoor de diagnose supinatorsyndroom verworpen kon worden en een operatie niet langer geïndiceerd was. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij onvoldoende zorgvuldig tot zijn diagnose is gekomen, er geen sprake was van een informed consent voor een (tweede) operatie en hij geen inlevingsvermogen toonde en zijn excuses niet heeft aangeboden. De neurochirurg heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat de neurochirurg voldoende zorgvuldig heeft gehandeld en oog heeft gehad voor alternatieven en dus niet vanuit een tunnelvisie heeft gehandeld. Daarnaast is het college van oordeel dat niet is gebleken van een dermate groot gebrek in de informatieverstrekking dat er geen sprake is van informed consent. Niet kan worden vastgesteld of de neurochirurg in een telefoongesprek met klaagster voldoende inlevingsvermogen heeft getoond. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:13 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/707654 / DW RK 21/429 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 21-03-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:13
De gerechtsdeurwaarder heeft de nieuwe wetgeving betreffende de beslagvrije voet niet juist uitgevoerd. Verder kan de toonzetting in e-mails van de gerechtsdeurwaarder niet als professioneel worden aangemerkt. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in proceskosten.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:14 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/708284 / DW RK 21/453 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 21-03-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:14
De gerechtsdeurwaarder heeft in één van de drie lopende dossiers ten onrechte beslag gelegd en heeft in ander dossier ten onrechte een verhoogde betalingsregeling voorgesteld. Klacht gedeeltelijk gegrond en maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:10 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/719492 / DW RK 22/252 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 21-03-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:10
Beslissing op verzet. De klacht betreft het ontvangen vonnis, het niet verstrekken van informatie en de hoogte van de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:52 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1492
- Datum publicatie: 20-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:52
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld bij zijn werkgever. Na betrokkenheid van meerdere bedrijfsartsen heeft een gesprek plaatsgevonden tussen klager en de bedrijfsarts. Werkgever heeft op enig moment een deskundigenoordeel gevraagd aan het UWV. Aan de bedrijfsarts is gevraagd een medische onderbouwing te geven van de door hem vastgestelde belastbaarheid. Dit heeft de bedrijfsarts gedaan. Klager verwijt de bedrijfsarts (1) dat hij adviezen heeft gegeven zonder daarvoor informatie te hebben ingewonnen bij de behandelaar van klager, (2) dat hij zijn adviezen, waaronder een door hem opgestelde probleemanalyse en plan van aanpak, niet heeft afgestemd met klager en (3) dat hij zich in zijn berichtgeving aan het UWV zodanig heeft uitgelaten dat dit schadelijk is voor (de reputatie van) klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachten ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 3 gegrond, omdat de bedrijfsarts zich niet had moeten laten leiden door persoonlijke frustraties en zich in meer neutrale bewoordingen over klager had moeten uitlaten. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4665
- Datum publicatie: 20-03-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:72
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij geweigerd heeft een psa-bepaling te laten doen. Ook verwijt hij de huisarts dat hij heeft gerommeld in het medisch dossier. De huisarts heeft uitleg gegeven over het in de NHG-standaard “Mictieklachten bij mannen” beschreven terughoudende beleid. Daarbij heeft hij uitleg gegeven over de waarde van psa-bepaling voor de diagnostiek van prostaatkanker, en over de mogelijk negatieve gevolgen zowel na een positieve als een negatieve uitslag. Hij concludeerde dat er geen aanleiding bestond voor een periodieke psa-bepaling, maar dat hij wel bereid was om een eenmalige psa-bepaling te doen, waarop klager besloot daarvan af te zien. Het college oordeelt dat de huisarts niet in strijd met de richtlijn heeft gehandeld. Het overige klachtonderdeel is ook ongegrond verklaard. Klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-416/AL/MN
- Datum publicatie: 20-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:61
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft echtscheidingsbeschikking niet binnen de daarvoor geldende termijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en klaagster hier niet over geïnformeerd. Beroepsfout. Dit nalaten van verweerder raakt aan de kernwaarden deskundigheid en integriteit. Bij de bepaling van de op te leggen maatregel zijn de persoonlijke omstandigheden van verweerder, zoals ter zitting besproken, meegewogen, en ook het tuchtrechtelijke verleden van verweerder. Deze beide aspecten baren ernstige zorgen, zowel ten aanzien van verweerder persoonlijk als ten aanzien van zijn beroepsuitoefening als advocaat. Verweerder is, zoals ter zitting is besproken, anderhalf jaar geleden door een ervaren advocaat begeleid bij zijn praktijkvoering, maar die begeleiding heeft niet kunnen voorkomen dat verweerder in het geval van klaagster opnieuw met termijnen de fout in is gegaan. Verder hebben de beperking van het aantal zaken en de hulp van derden, onder wie zijn vrouw, bij de planning en termijnbewaking niet tot verbetering geleid. Verweerder heeft in verband met zijn persoonlijke situatie ter zitting aangegeven dat hij zichzelf ook afvraagt of hij nog wel als advocaat werkzaam moet blijven en of hij niet beter ander werk kan gaan doen. Tot slot weegt mee dat ook de eerder opgelegde tuchtrechtelijke maatregelen, waaronder twee voorwaardelijke schorsingen, voor vergelijkbaar klachtwaardig handelen, blijkbaar onvoldoende zijn geweest om het tij te keren. De belangen van (toekomstige) cliënten kunnen niet meer aan verweerder worden toevertrouwd. Schrapping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3661
- Datum publicatie: 20-03-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:72
Klacht tegen vertrouwensarts bij AMK. Kindje vertoonde vanaf enige tijd na haar geboorte een ernstige groeiachterstand (“failure to thrive”). Zij werd herhaaldelijk opgenomen in verschillende ziekenhuizen. Er werd geen medische oorzaak gevonden voor de achterblijvende groei en het uitblijven van inhaalgroei. Bij het geven van voeding via een centrale lijn was sprake van lijninfecties, die niet verklaard konden worden. Er werden breedspectrum antibiotica toegediend en er bleken steeds verschillende faecale bacteriën uit de genomen kweken, waarvan de bron onduidelijk bleef. Het kindje werd op 11 juni opgenomen in het ziekenhuis in verband met een septische shock. Na het inwinnen van een second opinion bij een ander ziekenhuis deed het ziekenhuis op 5 juli een melding bij het AMK. Het AMK schakelde de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) in. De Raad heeft bij de kinderrechter een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De kinderrechter heeft dat verzoek afgewezen, omdat er kort gezegd geen causaal verband was komen vast te staan tussen de diagnose PCF en een doen of laten door de ouders. Ook was niet gebleken van korte termijn risico’s op herhaling van groeistagnaties, omdat de hulpverlening was gestart en de ouders op dat moment volledig meewerkten. Deze beschikking van de kinderrechter is door het hof bekrachtigd. Op 17 januari heeft beklaagde aangifte van kindermishandeling gedaan tegen de ouders, klagers inde tuchtzaak.Klagers stellen onder meer dat beklaagde aan een tunnelvisie leed en, ondanks de rechterlijke uitspraken, zonder goede reden bleef volharden in een diagnose waar het dossier onvoldoende grondslag voor bood. Beklaagde heeft daardoor ten onrechte aangifte gedaan tegen klagers. Ook had zij een te grote persoonlijke betrokkenheid bij de zaak en mogelijk zelfs een persoonlijk motief omdat zij op het onderwerp PCF wilde promoveren.Het college overweegt dat het dossier reden tot grote zorg gaf. Zowel het ziekenhuis als de second opinion noemden PCF of PFD als mogelijke oorzaak. Ook het hof vond het waarschijnlijk dat het kindje slachtoffer is geworden van PCF, al stond volgens het hof niet vast dat de ouders daarvoor verantwoordelijk waren. Volgens het college was op het moment van aangifte het vermoeden van PCF nog steeds actueel. In het ziekenhuis had het kindje namelijk vanaf 5 juli – toen zij grotendeels afgezonderd werd van haar ouders en onder video-observatie kwam te staan – een consistente groei laten zien. De onverklaarbare lijninfecties met faecale bacteriën behoorden vanaf dat moment tot het verleden. De civiele rechterlijke uitspraken stonden volgens het college niet in de weg aan het doen van aangifte. Deze gaven slechts aan dat op het moment van de beoordeling volgens de normen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek geen aanleiding bestond voor de civiele maatregelen tot ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing. De vraag of er tegenover het kindje een strafbaar feit was gepleegd, lag niet voor aan de kinderrechter en het hof. Het doen van aangifte had ook toegevoegde waarde, omdat het openbaar ministerie opsporingsbevoegdheden ten dienste staan waarover de Raad en het AMK niet beschikten. Dat beklaagde in de aangifte de ouders noemt, acht het college niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, nu PCF naar zijn aard als regel op betrokkenheid van een ouder of verzorgende wijst en beklaagde geen redelijke aanwijzingen had voor de feitelijke betrokkenheid van anderen. Dat beklaagde te persoonlijk betrokken was bij de casus, neemt het college niet aan, omdat uit het dossier blijkt dat binnen het AMK collegiaal is besloten tot het doen van aangifte en niet door beklaagde persoonlijk. De beschuldiging dat beklaagde een persoonlijk motief had bij de aangifte, omdat zij overwoog op het onderwerp PCF te promoveren, wijst het college af, omdat daarvoor geen redelijke aanwijzing is. Het college acht de klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:50 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1454
- Datum publicatie: 20-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:50
Klacht tegen radioloog. Eind 2018 is bij klager een MRI-scan van de hersenen gemaakt. Klager verwijt de radioloog dat zij fraude heeft gepleegd bij het medisch onderzoek door het achterhouden van beelden van de MRI-scan waarop ernstige functionele hersenklachten dan wel hersenletsel te zien zouden zijn. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4318
- Datum publicatie: 20-03-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:70
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Volgens klager heeft de huisarts onzorgvuldig gehandeld, omdat hij Olanzapine heeft voorgeschreven zonder voorafgaand consult terwijl daags daarvoor Temazepam was voorgeschreven. Volgens klager heeft de wisselwerking van deze medicijnen ertoe geleid dat hij in een psychose terecht is gekomen. Klager had aan de huisarts verteld dat de Temazepam niets voor hem deed, en dat hij ermee was gestopt. Er was dan ook voor de huisarts geen aanleiding om expliciet te adviseren om met Temazepam te stoppen. Maar er is ook geen contra-indicatie voor het voorschrijven van Olanzapine als reeds Temazepam is voorgeschreven. Het starten van de Olanzapine is juist een bewuste keuze geweest omdat er symptomen waren passend bij een (dreigende) psychotische decompensatie namelijk het horen van stemmen. Door aldus te handelen, zonder fysiek contact met klager, heeft de huisarts geen zorgvuldigheidsnorm geschonden. Er bestaat geen algemene regel die voorschrijft dat een huisarts geen medicatie mag voorschrijven zonder de patiënt zelf te hebben gezien. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:51 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1455
- Datum publicatie: 20-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:51
Klacht tegen neuroloog. Eind 2018 is bij klager een MRI-scan van de hersenen gemaakt. Klager verwijt de neuroloog dat zij fraude heeft gepleegd bij het medisch onderzoek door het achterhouden van beelden van de MRI-scan waarop ernstige functionele hersenklachten dan wel hersenletsel te zien zouden zijn. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4593
- Datum publicatie: 20-03-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:71
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Volgens klaagster heeft de huisarts onjuist gehandeld, omdat hij weigert een kopie van het medisch dossier van haar door zelfdoding overleden man te verstrekken ten behoeve van de aanvraag van een uitkering voor nabestaanden van (oud-)militairen. Het had naar het oordeel van het college op de weg van klaagster gelegen om aannemelijk te maken op welke specifieke nabestaandenregeling zij een beroep wilde gaan doen, welke informatie zij daarvoor gehouden is aan te leveren (en bijvoorbeeld ook of dit om het gehele huisartsenjournaal zou gaan of dat zou kunnen worden volstaan met beperkte gedeelten hiervan), aan wie die informatie ter hand zou worden gesteld en of een aanvraag van die uitkering al in gang was gezet, bij voorkeur onderbouwd met bewijsstukken hiervan. Nu klaagster dit heeft nagelaten, heeft de huisarts zich terecht op het standpunt gesteld dat klaagster hem onvoldoende (concrete) informatie over het financiële belang heeft verschaft om te kunnen bepalen of sprake is van een zwaarwegend belang, dat zodanig is dat dit tot doorbreking van zijn beroepsgeheim moest leiden. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:49 Raad van Discipline Amsterdam 22-745/A/A
- Datum publicatie: 17-03-2023
- Datum uitspraak: 13-03-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:49
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:50 Raad van Discipline Amsterdam 22-673/A/A
- Datum publicatie: 17-03-2023
- Datum uitspraak: 13-03-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:50
Raadsbeslissing; (Gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met gedragsregel 8 ter onderbouwing van het spoedeisend belang van haar cliënt in haar berichtgeving aan de rechtbank (en in de concept-dagvaarding) te spreken van een huurovereenkomst met ontbindende voorwaarde, terwijl er nog slechts sprake was van een intentieverklaring. De raad volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel, omdat verweerster een relatief onervaren advocaat is die onder grote tijdsdruk de concept-dagvaarding en de aanbiedings-e-mail (met onjuiste mededeling) aan de rechtbank heeft geschreven. Ook betrekt de raad het feit dat niet is gebleken dat verweerster met opzet deze verkeerde mededeling heeft gedaan, maar dat zij zelf in de overtuiging verkeerde dat in de gegeven omstandigheden kon worden gesproken van een huurovereenkomst met ontbindende voorwaarde.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:51 Raad van Discipline Amsterdam 22-793/A/A
- Datum publicatie: 17-03-2023
- Datum uitspraak: 13-03-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:51
Raadsbeslissing; Klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang. Een mogelijke belangenverstrengeling kan alleen relevant zijn in de verhouding tussen de verschillende cliënten van verweerder onderling. Voor het overige is de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3311
- Datum publicatie: 17-03-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:68
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Naar het oordeel van het college heeft klager onvoldoende gesteld welke feitelijke gedragingen van de huisarts aan de tuchtklacht ten grondslag liggen. De enkele stelling dat de procedures in haar praktijk niet gaan zoals deze zouden moeten gaan is daarvoor onvoldoende, reeds omdat onduidelijk is op welke procedures in de praktijk van verweerster de klacht betrekking heeft. Overigens heeft de toelichting op de klacht louter betrekking op het handelen van (waarnemende) huisartsen. Verweerster is in die periode niet persoonlijk betrokken geweest bij de zorg aan klager, zodat zij daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:46 Raad van Discipline Amsterdam 23-114/A/A
- Datum publicatie: 17-03-2023
- Datum uitspraak: 13-03-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:46
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de inhoud van zijn e-mailberichten aan het hof. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5110
- Datum publicatie: 17-03-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:69
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college gaat uit van de gegevens zoals die destijds in 2014 door verweerster zijn genoteerd in het medisch dossier. Dat er sprake is geweest van valsheid in geschrifte, zoals is gesuggereerd door klaagster, is niet gebleken noch aannemelijk geworden. Het dossier bevat geen enkel aanknopingspunt of aanleiding om te veronderstellen dat er bewust gegevens zijn achtergehouden of gemanipuleerd, of dat het medisch verslag onjuistheden bevat. Verweerster heeft na (lichamelijk) onderzoek en op basis van haar bevindingen slechts een voorlopige diagnose gesteld. Van een misdiagnose door verweerster, zoals klaagster stelt, is geen sprake. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:47 Raad van Discipline Amsterdam 22-797/A/NH
- Datum publicatie: 17-03-2023
- Datum uitspraak: 13-03-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:47
Raadsbeslissing; (Gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met gedragsregel 27 zonder toestemming van de wederpartij ter zitting uitlatingen te doen over de schikkingsonderhandelingen. Gelet op het feit dat verweerder na afloop van de zitting de rechtbank gelijk heeft verzocht zijn uitlatingen buiten beschouwing te laten en het getoonde inzicht volstaat de raad met het opleggen van de maatregel van waarschuwing met kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:48 Raad van Discipline Amsterdam 22-320/A/A
- Datum publicatie: 17-03-2023
- Datum uitspraak: 13-03-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:48
Raadsbeslissing; (Gedeeltelijk) gegronde klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat in een echtscheidingsprocedure. Verweerster heeft in haar dienstverlening niet voldaan aan de vereiste schriftelijke vastlegging zoals neergelegd in gedragsregel 16 lid 1. Uit het klachtdossier blijkt allereerst niet dat verweerster de opdracht schriftelijk heeft vastgelegd en dat verweerster klaagster daarbij heeft geïnformeerd over de kansen, risico’s en kosten van de te voeren echtscheidingsprocedure. Hoewel uit het klachtdossier wel naar voren komt dat verweerster veel zaken telefonisch dan wel per e-mail met klaagster heeft besproken, ontbreekt een tijdige schriftelijke vastlegging van zaken als de gekozen strategie en de keuzes die gaandeweg in de procedure zijn gemaakt. De onduidelijkheid over deze zaken komt bij gebreke van schriftelijke vastlegging voor risico van verweerster. Aan verweerster is de maatregel van waarschuwing met kostenveroordeling opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:388 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-951/AL/NN
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 14-02-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:388
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:17 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/410573 / KL RK 22-135
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 09-03-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:17
Gelet op feitelijke toedracht in deze zaak voor notaris geen redenen om de wilsbekwaamheid van erflater te betwijfelen. Erflater voerde, ondanks het feit dat hij niet meer zelfstandig woonde, zelf zijn administratie en heeft zelf telefonisch contact opgenomen om een afspraak te maken voor een wijziging in zijn testament. Notaris heeft erflater voor het passeren van het testament twee maal onder vier ogen gesproken. De notaris heeft erflater daarbij gevraagd of hij medicijnen gebruikte die zijn verstandelijk vermogen zouden kunnen beïnvloeden en daarop heeft erflater ontkennend geantwoord. Erflater heeft tot twee maal toe duidelijk en vlot verwoord wat hij in zijn testament wilde wijzigen en waarom. In het daarop volgende gesprek de volgende dag heeft erflater de notaris onmiddellijk herkend toen de notaris de kamer van erflater binnenkwam. Duidelijk te kennen gegeven dat de volmacht aan klaagsters moet worden ingetrokken. Door de notaris onder verwijzing naar (niet overgelegde) aantekeningen geschetste beeld aannemelijk ook omdat deze beschrijving past in het beeld dat volgt uit het medisch dossier van de instelling over erflater.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4302
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 10-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:69
Klacht tegen verzekeringsarts kennelijk ongegrond. De verzekeringsarts heeft in opdracht van een verzekeraar medisch advies uitgebracht. Klager is het niet eens met de (wijze van totstandkoming van) het rapport en het advies. Naar het oordeel van het college voldoet het rapport aan de daaraan te stellen eisen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:389 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-952/AL/NN
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 14-02-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:389
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4287
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 10-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:70
Klacht tegen Gz-psycholoog. Klacht dat beklaagde niet in het belang van klaagsters broer heeft gehandeld door zich te laten leiden door de stukken die door de ggz-instelling zijn aangereikt. Zij kon daardoor niet objectief zijn.In haar rapportage is zij onzorgvuldig geweest in het juist weergeven van de feiten zoals aangeleverd door klaagster en haar broer. Het college overweegt dat het onderzoek bestond uit een ontwikkelingsanamnese, heteroanamnese, dossieronderzoek en psychiatrisch onderzoek. Vooral de gesprekken op 16 en 23 augustus 2018 die de Gz-psycholoog zelf met klaagster en haar broer heeft gevoerd zijn belangrijk geweest in de diagnostiek. Daarnaast zijn de door klaagster en haar broer ingevulde vragenlijsten in de beoordeling betrokken.Dit blijkt ook uit de rapportage van het psychologisch onderzoek en de daarin getrokken conclusie. Het college leidt hieruit niet af dat de informatie van de ggz-instelling daarbij leidend is geweest. Het college ziet geen aanwijzingen dat feiten onzorgvuldig in de rapportage staan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:390 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-953/AL/NN
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 14-02-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:390
Voorzittersbeslissing. Klager klaagt (onder meer) dat verweerder zich aan klagers zaak heeft onttrokken. De voorzitter is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder zich, gelet op het ontstane verschil van inzicht, kon en mocht onttrekken aan klagers zaak. Klager wilde hoger beroep instellen tegen het vonnis van de rechtbank. Verweerder wilde dat echter niet omdat hij geen mogelijkheden zag voor een succesvol in te dienen hoger beroep. Verweerder was daarom niet gehouden klagers belangen langer te behartigen. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de voorzitter ook op zorgvuldige wijze aan de zaak van klager onttrokken. Verweerder heeft (ruim) vóór het verstrijken van de appeltermijn aan klager laten weten dat hij hem niet zal bijstaan in een eventuele appelprocedure, hij heeft klager nogmaals op de appeltermijn gewezen en hij heeft klager laten weten dat hij zich tot een andere advocaat dient te wenden als hij toch in hoger beroep wenst te gaan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4288
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 10-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:71
Klacht tegen psychiater. Klacht dat beklaagde niet in het belang van klaagsters broer heeft gehandeld door zich te laten leiden door de stukken die door de ggz-instelling zijn aangereikt. Zij kon daardoor niet objectief zijn. Zij heeft het psychiatrisch onderzoek niet serieus genomen.Het college oordeelt dat beklaagde op basis van de beoordeling van alle informatie die is verkregen uit het diagnostisch onderzoek tot de conclusie is gekomen dat er bij klaagsters broer geen ASS-diagnose (meer) gesteld kon worden. Vooral de gesprekken die de gz-psycholoog zelf met klaagster en haar broer heeft gevoerd zijn belangrijk geweest in de diagnostiek. Daarnaast zijn de door klaagster en haar broer ingevulde vragenlijsten bij de beoordeling betrokken. Dit wordt ondersteund door de rapportage psychologisch onderzoek en de daarin getrokken conclusie. Geen gebrek aan objectiviteit. Geen aanwijzingen dat het onderzoek niet serieus is genomen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:391 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-981/AL/NN
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 28-02-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:391
De voorzitter is van oordeel dat de verwijten die klager over zijn eigen advocaat maakt niet zijn komen vast te staan. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:392 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1025/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 04-04-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:392
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht tegen een advocatenkantoor kennelijk niet-ontvankelijk en de klacht tegen een klachtfunctionaris kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/410429 / KL RK 22-133
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 03-03-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:15
Art 93 lid 1, 17 en 21 lid 1 Wna. Novitaris-arrest.Klagers verwijten de notaris dat hij ten onrechte zijn medewerking aan de levering van het pand heeft opgeschort. Het recht van klagers op levering van het pand is sterker dan de rechten die ING pretendeert te hebben uit hoofde van het op het pand rustende hypotheekrecht. Naar het oordeel van de kamer kon de notaris in dit geval in alle redelijkheid tot de afweging komen om zijn medewerking (vooralsnog) op te schorten, te meer omdat de omvang van het belang van ING substantieel genoeg was.De notaris staat immers buiten de bankrelatie tussen ING en X. Het is niet de taak van de notaris en hij heeft vanuit zijn positie ook onvoldoende mogelijkheden om uiteindelijk vast te stellen of en in hoeverre ING nog openstaande vorderingen heeft op X die gesecureerd worden door het op het pand rustende hypotheekrecht. Die taak is voorbehouden aan de civiele rechter en de notaris kan en mag niet op de stoel van de rechter gaan zitten. De door klagers geïnitieerde kort geding procedure bij de rechtbank Midden-Nederland is dan ook de aangewezen route om een gerechtelijke uitspraak te verkrijgen op basis waarvan de notaris kan acteren. Daarom heeft de kamer de klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:393 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-039/AL/OV
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 11-04-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:393
Voorzittersbeslissing. Klachten over een voormalig advocaat. De voorzitter verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn. De rest van de klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/412578 / KL RK 22-158
- Datum publicatie: 16-03-2023
- Datum uitspraak: 09-03-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:16
Het had op de weg van de notaris gelegen om bij klager sub 1) te verifiëren of hij ermee instemde om de verkoopopbrengst van de woning in depot te houden. De notaris heeft dit echter nagelaten om niet steekhoudend redenen. Zelfs als de nalatenschap van de moeder nog niet verdeeld zou zijn, was dit immers geen reden geweest om de verkoopopbrengst in depot te houden omdat de notaris in de verdeling van die nalatenschap geen taak had. Eveneens nalatig was het dat de notaris, nadat hij door de gemachtigde van klagers op uitbetaling van de verkoopopbrengst was aangesproken en uitbetaling had toegezegd, de verkoopopbrengst nog eens vier maanden in depot heeft gehoudenKlacht gegrond. Waarschuwing, motivering maatregel. Notaris, ook al was hij “huisnotaris” heeft zijn taak hier te ruim opgevat. Verzachtend werkt dat de notaris het depotbedrag wel al had terugbetaald voordat klacht werd ingediend en dat de notaris volgens de openbare registratie niet eerder een tuchtmaatregel opgelegd kreeg.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:46 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1621
- Datum publicatie: 15-03-2023
- Datum uitspraak: 15-03-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:46
Klacht tegen ambulanceverpleegkundige. De zoon van klaagster heeft 112 gebeld in verband met onwel worden van klaagster. Beklaagde is met de ambulance naar de woning van klaagster gekomen en heeft haar onderzocht. Hij heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding was om klaagster over te brengen naar het ziekenhuis. Later die dag heeft de familie van klaagster opnieuw 112 gebeld en is klaagster na onderzoek door een ander ambulanceteam naar het ziekenhuis meegenomen. Onderzoek in het ziekenhuis wees uit dat sprake was van een herseninfarct. Klaagster verwijt beklaagde een onjuiste en/of onzorgvuldige behandeling en onzorgvuldig onderzoek, een onjuiste diagnose en ten onrechte niet meenemen en/of doorverwijzen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4295
- Datum publicatie: 15-03-2023
- Datum uitspraak: 14-03-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:66
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster heeft in het ziekenhuis een cardiale ablatie via de lies ondergaan, waarna sprake was van een aanhoudende infectie. Er volgden meerdere opnames van klaagster. Bij het behandelteam van klaagster, waar de verpleegkundig specialist onderdeel van was, bestond het vermoeden dat de wond gemanipuleerd werd door klaagster of door haar ouders en dat er mogelijk sprake was van pediatric condition falsification (hierna: PCF). Na overleg met Veilig Thuis hebben een aantal leden van het behandelteam van klaagster, waaronder de verpleegkundig specialist, een melding bij Veilig Thuis gedaan. Deze melding werd uiteindelijk weer ingetrokken toen er geen aanwijzingen meer waren voor PCF. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist onder andere dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het doen van de melding aan Veilig Thuis, dat zij obsessief in het medisch dossier van klaagster heeft gekeken, dat zij op een aantal momenten de gezondheidssituatie van klaagster verkeerd heeft ingeschat en dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden. De verpleegkundig specialist heeft de klacht bestreden. Het college heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard. De verpleegkundig specialist heeft naar het oordeel van het college voldaan aan alle stappen van de Meldcode, zij mocht haar beroepsgeheim doorbreken om een melding te doen en zij heeft de situatie van klaagster voldoende zorgvuldig beoordeeld en gemonitord. Er valt de verpleegkundig specialist geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. De klacht is ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 179
- Pagina: 180
- Pagina: 181
- ...
- Pagina: 968
- Volgende pagina zoekresultaten