Zoekresultaten 8901-8950 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:60 Raad van Discipline Amsterdam 23-135/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zijn weigering voor klager een procedure bij de rechtbank op te starten. Verweerder verwachtte dat een procedure bij de rechtbank niet succesvol zou zijn en achtte de procedure niet in het belang van klager. Het zou klager enkel extra kosten opleveren. Verweerder heeft als dominus litis hierin zijn keuze zorgvuldig en in het belang van klager gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4327

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager verwijt de bedrijfsarts onder andere dat hij klager liet doorwerken terwijl klager liet weten dat het slecht met hem ging en dat hij niet klager maar de werkgever van klager heeft geholpen. Naar het oordeel van het college heeft de bedrijfsarts wel degelijk met klager gesproken over het eventueel stoppen met werken. Dat klager dit niet heeft gedaan, ook als dit was ingegeven door angst voor de werkgever zoals klager stelt, kan de bedrijfsarts niet worden verweten. Voor de – niet onderbouwde – stelling van klager dat de bedrijfsarts hem heeft misleid om klagers werkgever te helpen, dan wel dat de bedrijfsarts ‘partij kiest’ voor de werkgever, kan het college in de processtukken geen aanwijzingen vinden. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:67 Raad van Discipline Amsterdam 22-884/A/NH

    Verzetzaak. Klager stelt dat de voorzitter de beslissing onvoldoende heeft onderbouwd en voor zover het wel is onderbouwd dat die onderbouwing onjuist is. Daarnaast is klager het niet eens met de beslissing van de voorzitter dat alleen de deken kan klagen over een inbreuk op de vrije advocaatkeuze. Klager wordt daarin niet gevolgd. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:61 Raad van Discipline Amsterdam 23-130/A/A

    Voorzittersbeslissing; Betreft een kennelijk ongegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft zich niet tuchtrechtelijk verwijtbaar jegens klaagster gedragen door haar er op te wijzen dat het feit dat zij samenwoont gevolgen heeft voor het in aanmerking komen voor gefinancierde rechtsbijstand.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:25 Accountantskamer Zwolle 22/1426 Wtra AK 22/1446 Wtra AK

    Klager en betrokkene zijn werkzaam geweest bij dezelfde accountantsorganisatie. Volgens klager heeft betrokkene een onvoorzien verlies in een project afgeboekt op een code van een ander project en heeft betrokkene het afgeboekte verlies in rekening gebracht bij de opdrachtgever. Klacht na zitting ingetrokken, geen algemeen belang.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4117

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij geen juiste voorstelling van zaken heeft gegeven in zijn terugkoppeling van het spreekuur; dat hij de informatievoorziening en correspondentie aan klager en zijn werkgever niet gelijktijdig naar deze partijen heeft gestuurd en dat hij een passieve houding heeft aangenomen en een onduidelijk advies heeft verstrekt. Het college is van oordeel dat de terugkoppeling zoals de bedrijfsarts deze heeft opgesteld voldoende neutraal is. Wellicht had de bedrijfsarts, mede gelet op zijn bedoeling met de terugkoppeling, beter kunnen volstaan met de mededeling dat het spreekuur niet goed was verlopen en het advies om een nieuw consult bij een andere bedrijfsarts (eventueel van een andere arbodienst) in te plannen, maar de terugkoppeling zoals door de bedrijfsarts verwoord, is niet onzorgvuldig. Dat de werkgever van klager vervolgens tot een loonopschorting is overgegaan kan de bedrijfsarts niet worden aangerekend. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4498

    De klacht gaat over de vraag of het beklaagde als dienstdoende huisarts op de Huisartsen Post tuchtrechtelijk kan worden verweten dat hij niet is overgegaan tot het verlagen dan wel uitschakelen van de morfinepomp bij patiënte toen klager hier om vroeg. Klager wilde dit omdat zijn echtgenote volgens hem door de toediening van de morfine niet meer aanspreekbaar was en er de volgende dag een gesprek met de SCEN-arts zou plaatsvinden. Tijdens dit gesprek moest de echtgenote aanspreekbaar zijn omdat anders de geplande euthanasie de volgende dag niet plaats kon vinden. Beklaagde zag geen medische reden om de morfinepomp acuut te stoppen of te verlagen en heeft geadviseerd de eigen huisarts de volgende dag om 8.00 uur te bellen en de morfinepomp dan uit te schakelen. Dit is gebeurd, maar de patiënte was niet helder genoeg om nog een gesprek met de SCEN-arts te voeren. Er is palliatieve sedatie ingezet. De euthanasie kon dan ook niet worden uitgevoerd de volgende dag, en de patiënte is enige tijd later op diezelfde dag overleden. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond omdat beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2023:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/12

    De klacht heeft in de kern betrekking op de door de notaris in 2014 gepasseerde samenlevingsovereenkomst tussen klaagster en erflater. Klaagster verwijt de notaris dat hij heeft nagelaten om haar en erflater te adviseren een verblijvingsbeding in de samenlevingsovereenkomst op te nemen en/of een testament op te stellen. Dit klachtonderdeel is te laat ingediend en wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Voor zover de klacht inhoudt dat de notaris onjuiste informatie heeft verstrekt in een brief aan de gemachtigde van klaagster en dat de notaris is tekortgeschoten in de communicatie met (de gemachtigde van) klaagster, wordt de klacht gegrond verklaard. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden van de notaris wordt aan hem de maatregel van een berisping opgelegd, waarbij de kamer aanleiding ziet tot openbaarheid van de opgelegde maatregel als bedoeld in artikel 103 lid 5 Wna.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4718

    Klacht over huisarts (optredend als regiearts op de huisartsenpost). De klacht gaat over het tekortschieten van de medische zorgverlening door de huisarts ten opzichte van de overleden broer van klagers. Het college verklaart de klacht deels gegrond en legt de huisarts een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4290

    De klacht gaat over het handelen van de verloskundige bij de begeleiding van de zwangerschap van klaagster en meer in het bijzonder bij en naar aanleiding van de contacten die klaagster had met de praktijk in verband met het voelen van minder leven. De klacht gaat ook over de zorg nadat het zoontje van klaagster overleden was. Het college komt tot het oordeel dat de klacht over het handelen van de verloskundige gegrond is. Zij is ongemotiveerd afgeweken van de NVOG/KNOV richtlijn “verminderde kindsbewegingen” door klaagster niet zelf te onderzoeken. De verloskundige heeft zich niet gerealiseerd dat klaagster wel degelijk minder leven voelde. Ook had de verloskundige onvoldoende zicht op de ernst van de corona gerelateerde klachten van klaagster. De verloskundige heeft er ten onrechte voor gekozen klaagster niet zelf te bezoeken en te onderzoeken dan wel rechtstreeks door te sturen naar het ziekenhuis. Het college legt een berisping op.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/06

    Hond. Het Veterinair Beroepscollege is al met al van oordeel dat het beroep van de dierenarts moet worden verworpen. De dierenarts heeft zich tuchtrechtelijk verwijtbaar gedragen met betrekking tot de begeleiding van de dracht van de hond van klagers, de uitvoering van een keizersnede en met betrekking tot de verleende nazorg.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4286

    Klacht tegen sociaal psychiatrisch verpleegkundige kennelijk ongegrond. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de inmiddels overleden broer van klaagster. Klaagster verwijt de sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat hij onzorgvuldig is geweest in het opstellen en naleven van het behandelplan, dat hij niet heeft meegewerkt aan overplaatsing naar een gespecialiseerde afdeling en dat hij het advies van een door klaagster en haar broer geraadpleegde psychiater niet heeft opgevolgd.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/09

    Paard. Dierenarts wordt verweten bij een paard onvoldoende onderzoek te hebben verricht naar de oorzaak van koliekklachten en dat het paard onnodig is geopereerd. Het Veterinair Beroepscollege is van oordeel dat het Veterinair Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat de dierenarts niet tekort is geschoten in de veterinaire zorg die hij heeft verleend als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet dieren.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4203

    De klacht gaat over de vraag of beklaagde (huisarts) tijdens het eerste gesprek over euthanasie op 20 februari 2013, en naar aanleiding van de verklaringen die klaagster daarna aan beklaagde heeft overgelegd, klaagster had moeten informeren dat hij geen euthanasie uitvoert bij dementie. Het college verklaart de klacht deels gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5302

    Klager verwijt verpleegkundige (zorgmanager) dat hij niet wil tegemoetkomen aan de wens van klager niet meer behandeld te worden door de tandarts die eens per maand op de locatie aanwezig is waar klager verblijft, maar door de tandarts in een andere kliniek. In een eerdere beslissing is overwogen dat beklaagde kon vasthouden aan het uitgangspunt dat klager voor mondzorg naar de tandarts op locatie kon gaan en dat als hij een andere tandarts wilde raadplegen, klager de kosten daarvan zelf zou moeten betalen. Klager heeft niet nader gemotiveerd dat de omstandigheden inmiddels zijn gewijzigd ten opzichte van het handelen waarover al een oordeel is gegeven. Nu geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn gesteld die mogelijk zouden kunnen leiden tot een ander oordeel is de voorzitter van oordeel dat de door klager voorgelegde klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:57 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-045/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem: klager heeft deze (soort) verwijten eerder ingediend. De deken heeft toen zijn visie gegeven en klager heeft de mogelijkheid gehad de klacht voor te leggen aan de Raad van Discipline. Hij heeft daar op dat moment vanaf gezien. Met deze nieuwe klacht is naar het oordeel van de voorzitter feitelijk sprake van ne bis in idem. Hoewel formeel misschien geoorloofd, beschouwt de voorzitter dit materieel als misbruik van procesrecht. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:55 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-048/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:56 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-047/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht grotendeels niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:67 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-911/AL/NN/D

    Dekenbezwaar. De kern van het verwijt dat de deken verweerder en medeverweerder maakt, is dat zij de raad van de orde onjuist hebben geïnformeerd over de invulling van de advocaat-stage van verweerder. Dit is relevant voor de wijze waarop het toezicht vanuit de orde wordt ingestoken. De raad verklaart het bezwaar gegrond. Het handelen van verweerder dat tot gegrondverklaring van het bezwaar heeft geleid is ernstig. Een advocaat dient op zijn woord te worden vertrouwd en daarin past niet een handelen of nalaten dat er in de kern op neer komt dat de raad van de orde van advocaten en de deken worden misleid. Het gevolg van zijn handelen of nalaten is geweest dat de orde vooraf onvoldoende waarborgen heeft kunnen stellen voor een juiste praktijkuitoefening en dat er onvoldoende toezicht op de stage is gehouden. Verweerder heeft hiermee niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet. Verweerder heeft daarmee ook in strijd met de kernwaarde integriteit en de gedragsregels gehandeld. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden acht de raad de oplegging van een schorsing voor de duur van 13 weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:51 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-633/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4434

    Ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft klaagster geopereerd aan haar vinger. Er was sprake van een glomustumor onder het nagelbed. Klaagster is van opvatting dat de plastisch chirurg de operatie niet op juiste wijze heeft voorbereid en uitgevoerd en ook onvoldoende nazorg heeft verleend, waardoor zij onnodig lang pijn heeft gehad. Het college overweegt dat het maken van een MRI voor een verwijdering van een glomustumor niet de standaard is. De glomustumor is een zeer kleine tumor. Op een MRI is deze tumor te zien, maar de beelden zijn niet zodanig gedetailleerd dat op basis daarvan een precieze plaatsbepaling kan plaatsvinden. De plastisch chirurg heeft aangetekend op de vinger waar klaagster de pijn ervaarde en is van daaruit op zoek gegaan naar de tumor. Toen hij op de door klaagster aangegeven plaats de tumor niet heeft kunnen vinden heeft hij de MRI-scans bekeken. De plastisch chirurg heeft de operatie aangepakt op een wijze die binnen de beroepsgroep gebruikelijk is. Hij heeft zich ingespannen om tot een goed resultaat te komen. Hij heeft gedaan wat van hem verwacht mag worden; ook in het natraject. Dat dit medisch handelen niet tot het gewenste resultaat heeft geleid is te betreuren, maar maakt zijn handelen niet onzorgvuldig, onjuist of verwijtbaar. Klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:68 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-947/AL/NN/D

    De kern van het verwijt dat de deken verweerder en medeverweerder maakt, is dat zij de raad van de orde onjuist hebben geïnformeerd over de invulling van de advocaat-stage van de medeverweerder. Het handelen van verweerder dat tot gegrondverklaring van het bezwaar heeft geleid, is ernstig. Een advocaat dient op zijn woord te worden vertrouwd en daarin past niet een handelen of nalaten dat er in de kern op neer komt dat de raad van de orde van advocaten en de deken worden misleid. Het gevolg van zijn handelen of nalaten is geweest dat de orde vooraf onvoldoende waarborgen heeft kunnen stellen voor een juiste praktijkuitoefening en dat er onvoldoende toezicht op de stage is gehouden. Verweerder heeft hiermee niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet. Verweerder heeft daarmee in strijd met de kernwaarde integriteit en de gedragsregels gehandeld. In het nadeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat hij handelde als patroon en juist in die hoedanigheid een grotere verantwoordelijkheid had dan zijn stagiair. In het voordeel van verweerder wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat hij niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Verweerder heeft een beroep op zijn persoonlijke omstandigheden gedaan, te weten dat hij als alleenstaande ouder de zorg heeft over zijn minderjarige kinderen die ook afhankelijk zijn van zijn inkomsten. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden acht de raad de oplegging van een schorsing voor de duur van 13 weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:52 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-543/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3914

    Ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klager heeft zich na een operatie in verband met een chronische wond op het sacrum en ontslag uit het ziekenhuis gemeld op de spoedeisende hulp. Tussen partijen is in geschil of hij door de plastisch chirurg op de spoedeisende hulp op zorgvuldige en juiste wijze is beoordeeld en behandeld. Het college overweegt dat de plastisch chirurg vanaf het moment dat klager op de spoedeisende hulp door hem is gezien, terecht de regie heeft genomen. Hij heeft de wond van de operatie beoordeeld en voor de andere (mogelijke) problemen collega’s ingeschakeld. De plastisch chirurg heeft in de middag terecht op basis van de gewijzigde omstandigheden onmiddellijk de chirurg de situatie laten beoordelen. Van een doctors delay is dan ook geen sprake. Evenmin is sprake van het ernstig onderschatten van het ziektebeeld. Klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:69 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-822/AL/NN

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft namens haar cliënt het hof een incompleet procesdossier gestuurd en heeft vervolgens gedurende een langere periode niet gereageerd op verzoeken van het hof en de wederpartij om contact op te nemen en om stukken over te leggen. Verweerster heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet op de ernst en de aard van het handelen en nalaten van verweerster, en rekening houdend met het feit dat verweerster niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is de oplegging van een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:53 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-541/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4767

    Ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft een bovenooglidcorrectie verricht bij klaagster (hierna ook: de patiënte). De patiënte verwijt de plastisch chirurg dat hij haar niet goed heeft geïnformeerd over de behandeling en de mogelijke complicaties die kunnen optreden. Ook is de patiënte ontevreden over de nazorg die de plastisch chirurg haar na de operatie heeft geboden. Uit de overlegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat de patiënte voorafgaand aan de bovenooglidcorrectie is geïnformeerd over de te verwachten gevolgen, risico’s en complicaties. Uit het klaagschrift en de toelichting die de patiënte daarop ter zitting heeft gegeven, begrijpt het college dat de patiënte graag geïnformeerd had willen worden over de complicaties die in haar geval na de bovenooglidcorrectie zijn opgetreden: permanente visus verandering en extreem droge ogen. De complicaties die zich bij de patiënte hebben voorgedaan, komen echter zeer zelden voor en waren dus niet te verwachten. Het kan de plastisch chirurg daarom dan ook niet verweten worden dat hij de patiënte hierover voorafgaand aan de bovenooglidcorrectie niet heeft geïnformeerd. Naar het oordeel van het college is de plastisch chirurg ook niet tekortgeschoten in de nazorg. Klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:54 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-525/DH/RO

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4316

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verwijt verweerder ondeskundig en onzorgvuldig handelen en het stellen van een verkeerde diagnose. Verweerder was er volgens klager van overtuigd dat er geen sprake was van een ontsteking, terwijl dat op basis van alleen het bloedonderzoek niet uitgesloten kon worden. Op basis van het patiëntdossier wordt door het college vastgesteld dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld. Uit het patiëntdossier blijkt immers niet dat verweerder heeft gezegd dat een echo geen meerwaarde had, en dat al duidelijk was dat er geen ontsteking was. Integendeel, uit het patiëntdossier blijkt juist dat verweerder klager adviseerde om de echo af te wachten, en dat daarna verder beleid zou worden bepaald. Het is niet aan verweerder te wijten dat klager het echo-onderzoek niet heeft afgewacht. Verweerder heeft geen diagnose gesteld. Hij heeft alleen de uitslag van het bloedonderzoek doorgegeven en verteld wat die ochtend tijdens de overdracht als beleid was besproken. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4765

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster heeft verweerster bezocht in verband met een chronische ontsteking van haar nagelriem. Verweerster heeft een wigexcisie uitgevoerd waarbij een deel van de nagelmatrix is verwijderd. Klaagster heeft verschillende klachten ingediend die zien op het handelen van verweerster. Het college overweegt dat de door verweerster gestelde diagnose en uitgevoerde behandeling de juiste is geweest. Alleen door het uitvoeren van een wigexcisie kon het opnieuw ontstaan van een ontsteking worden voorkomen. Bovendien heeft klaagster hiervoor toestemming gegeven. Verweerster heeft geen medische fout heeft gemaakt. Zij heeft de juiste diagnose gesteld en de juiste behandeling uitgevoerd. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:66 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-894/AL/NN

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft per e-mail aan de ex-schoonfamilie van klager om informatie verzocht en daarbij gevoelige informatie (onder meer over klagers geestelijke gezondheid) over klager gedeeld. Verweerder heeft in die e-mail niet vermeld dat hij de advocaat van de wederpartij van klager was. Daarmee heeft verweerder in strijd met gedragsregel 9 gehandeld. In het nadeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat verweerder op de zitting geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen heeft getoond en hij tweemaal eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:50 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-851/DH/DH

    Klacht over de eigen advocaat in een burengeschil. Verweerder is tekort geschoten in zijn communicatie met klagers, omdat hij heeft nagelaten tijdig aanvullende informatie een klagers te verstrekken en nadere afspraken had moeten maken over het verdere verloop van de zaak. De verdere verwijten over de communicatie, kwaliteit en wijze van declareren zijn ongegrond. Waarschuwing. Mede op verzoek ziet de raad grotendeels af van het opleggen van een proceskotenveroordeling, gelet op het geringe gewicht van het gegrond verklaarde deel van de klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:53 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1326

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster heeft een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis over emotionele mishandeling van haar moeder. Daarop heeft een medewerker van Veilig Thuis onderzoek gedaan. De gz‑psycholoog is als gedragswetenschapper betrokken geweest bij het onderzoek en het opstellen van de eindrapportage. Klaagster verwijt de gz-psycholoog – onder meer – dat onvoldoende onderzoek is gedaan en dat zij de onderzoekster niet heeft gewezen op het niet naleven van de protocollen (op onderdelen als hoor en wederhoor, feitenonderzoek/meningen, toestemming bij delen informatie). Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de eindrapportage niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat de protocollen van Veilig Thuis niet zijn nageleefd. Verder oordeelt dat college dat de gz-psycholoog hiervan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt en legt het aan de gz‑psycholoog de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de gz-psycholoog.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1551

    Klacht tegen kaakchirurg. Klager is door zijn tandarts verwezen naar de kaakchirurg. De tandarts was voornemens een wortelkanaalbehandeling uit te voeren en hij wilde daarvoor advies. De kaakchirurg heeft klager onderzocht en beeldvormend onderzoek ingezet. Er bleek sprake van een cyste in de linker bovenkaak. De kaakchirurg heeft de cyste verwijderd en pathologisch onderzoek laten uitvoeren waarvan de uitslag een radiculaire cyste was. Klager verwijt de kaakchirurg dat zij:a. een onjuiste behandeling heeft ingezet met betrekking tot de gebitselementen waaraan klager klachten ervoer, dan wel deze onvolledig heeft behandeld;b. afspraken heeft verzet;c. blijvende schade aan klager heeft toegebracht doordat gebitselement 21 getrokken moest worden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1647

    Klacht tegen internist. Klager heeft enkele dagen na het laatste consult bij de internist een harstilstand gekregen en moest gereanimeerd worden. Hij verwijt de internist onder meer dat zij zijn medische klachten heeft gebagatelliseerd en hem heeft gerustgesteld, ondanks herhaaldelijke verzoeken om nader onderzoek te (laten) doen, en dat zij heeft nagelaten om de behandelend cardioloog tijdig te raadplegen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:22 Accountantskamer Zwolle 22/1253 Wtra AK

    Klagers hebben een klacht ingediend tegen een voormalige zakenpartner, die destijds accountant in business was en op haar huisadres post ontving voor de onderneming van klagers. Volgens klagers heeft zij aangeboden om als vriendendienst de boekhouding en de financiën van klagers onderneming te verzorgen, waaronder het deponeren van jaarrekeningen, wat zij niet heeft gedaan. Daardoor kregen klagers ambtshalve aanslagen en boetes opgelegd. Ook zou zij zonder toestemming belastingaangifte hebben gedaan voor de onderneming, een belastingteruggave hebben ontvangen en correspondentie van de belastingdienst en de Kamer van Koophandel hebben achtergehouden. De accountant ontkent de afspraak. Zij kan zich geen belastingaangifte of ontvangst voor deze onderneming herinneren. Zij heeft geen post achtergehouden. De Accountantskamer oordeelt dat klagers hebben hun beweringen niet aannemelijk hebben gemaakt. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:23 Accountantskamer Zwolle 22/1688 Wtra AK 22/1689 Wtra AK

    Klager heeft vanaf 2011 met zijn vader een vennootschap onder firma (vof) gevoerd. In 2020 heeft klager besloten om uit te treden uit de vof. Tussen klager en zijn vader is vervolgens een geschil ontstaan over de financiële ontvlechting van de vof. Klager stelt zich op het standpunt dat in de door betrokkenen samengestelde jaarrekeningen ten onrechte een winstverdelingspercentage is gehanteerd dat afwijkt van wat hierover in de vennootschapsovereenkomst is vermeld. Ook vindt klager dat de accountant zich niet onafhankelijk en objectief heeft opgesteld en zich alleen heeft laten leiden door het belang van één van de vennoten. De klacht is ongegrond. Betrokkenen hebben toegelicht dat het de bedoeling van partijen was om flexibiliteit te hebben bij de winstverdeling en om vooralsnog een ander winstverdelingspercentage toe te passen. De vennootschapsovereenkomst liet hier ruimte voor. De jaarrekening en de winstverdeling zijn jaarlijks met klager besproken. Het had op zijn weg gelegen om de winstverdeling aan de orde te stellen indien hij meende dat deze onjuist was weergegeven in de conceptjaarrekening. De accountant heeft bij het ontstaan van het conflict een bedreiging van zijn objectiviteit gezien en heeft daarvoor een passende maatregel getroffen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:24 Accountantskamer Zwolle 22/445 Wtra AK

    Tussen klaagster en betrokkene heeft een affectieve relatie bestaan. Aan die relatie is een einde gekomen, nadat klaagster had ontdekt dat betrokkene tevens een relatie had met een andere vrouw. Klaagster stelt dat betrokkene haar gedurende hun relatie heeft gebruikt en misleid, en dat hij gebruik heeft gemaakt van haar kwetsbaarheid. Bovendien was hij als accountant betrokken bij de afwikkeling van het testament van klaagsters overleden echtgenoot, bij zakelijke transacties van haar besloten vennootschap en bij het opstellen van haar testament, wat volgens klaagster tot belangenverstrengeling had kunnen leiden. Ook zou betrokkene grote sommen geld in contanten en douceurtjes van klaagster hebben aangenomen en zonder klaagsters toestemming gebruik hebben gemaakt van haar pinpas. De klacht is deels gegrond. Aan betrokkene wordt de maatregel van berisping opgelegd. Betrokkene heeft als accountant niet de vereiste professionele distantie tot een cliënte bewaard en hij heeft rollen vermengd en overschreden door een jarenlange affectieve relatie met klaagster aan te gaan terwijl hij ook haar zakelijke belangen behartigde. Ook heeft betrokkene onprofessioneel gehandeld door druk uit te oefenen op klaagster om haar ertoe aan te zetten om niet de waarheid te vertellen over het bestaan van hun affectieve relatie. Betrokkene heeft hierbij zijn eigen belang vooropgesteld en hij heeft er geen rekening mee gehouden dat klaagster in een kwetsbare positie verkeerde.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:65 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-583/AL/OV

    Naar het oordeel van de raad is sprake van een patroon van nalatigheid, waarbij verweerder de belangen van klaagster in haar bijstandsgeschil vanaf het begin tot zijn onttrekking volstrekt niet met voldoende zorg en deskundigheid heeft behartigd in de zin van artikel 46 Aw. Daarnaast heeft verweerder belangrijke afspraken en informatie niet schriftelijk aan klaagster bevestigd en dat is in strijd met regel 16. Verweerder heeft tevens de kernwaarden deskundigheid en integriteit geschonden. Vooral de omstandigheid dat verweerder niet duidelijk aan klaagster heeft gemeld dat hij de beroepstermijn had laten verlopen maar de suggestie heeft gewekt met een herzieningsprocedure hetzelfde resultaat te kunnen bereiken, neemt de raad hem zeer kwalijk. Dit alles in combinatie met zijn recente tuchtrechtelijk verleden, waarbij dezelfde kernwaarden ook aan de orde waren in gelijksoortige gevallen, legt de raad aan verweerder een onvoorwaardelijke schorsing van 4 weken op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:39 Hof van Discipline 's Gravenhage 220051

    Verweerster, optredend voor de ex-vrouw van klager, benaderde klager tijdens een nog lopend mediationtraject van partijen.De van een advocaat te verwachten terughoudendheid in familierechtelijke kwesties geldt ook als partijen samen proberen tot een oplossing te komen door tussenkomst van een mediator, omdat het opnemen van rechtstreeks contact door de advocaat van de ene partij met de andere partij het slagen van de mediation onnodig in gevaar kan brengen. In deze zaak is van onvoldoende terughoudendheid en tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster geen sprake, omdat het opnemen van contact met klager juist gericht was op de voortzetting van het mediationtraject terwijl haar cliënte overwoog dat traject te beëindigen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:40 Hof van Discipline 's Gravenhage 220093

    Klacht over advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij hem telefonisch heeft bedreigd en heeft hiertoe getuigenverklaringen overlegd. Het hof verklaart de klacht evenals de raad ongegrond. De verklaringen van de ene getuige zijn wisselend en daarmee niet geloofwaardig. De verklaringen van de andere getuige zijn 'van horen zeggen'-verklaringen; de vaststelling van verweerders identiteit door deze getuige was gebaseerd op informatie van klager. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:41 Hof van Discipline 's Gravenhage 220094

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat is onvoldoende onderbouwd. In hoger beroep heeft klager een groot aantal stukken overgelegd zonder duidelijk te maken welk stuk ter onderbouwing dient voor welke stelling. Het onderzoek door het hof van discipline strekt niet zover dat het hof ambtshalve uitzoekt welke bewijsstukken ten grondslag liggen aan welke verwijten en waarom daar verwijtbaar handelen van verweerder uit zou volgen. De klacht is dus ook in hoger beroep onvoldoende gericht en concreet onderbouwd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:56 Raad van Discipline Amsterdam 22-814/A/NH

    Ongegrond verzet. De stelling van klager dat hij wel een rechtstreeks belang zou hebben is ook met de nadere argumenten die hij heeft gegeven niet komen vast te staan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:36 Hof van Discipline 's Gravenhage 210359

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft ter onderbouwing van een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor gebruikgemaakt van correspondentie waarin door wordt gesteld dat sprake zou zijn van een valse overeenkomst en dat de advocaat van de wederpartij (klager) daarbij een rol zou spelen. Verweerder heeft bij het gebruikmaken van deze correspondentie ondubbelzinnig laten blijken dat hij zelf geen beschuldigingen jegens klager uitte. Het overleggen van deze correspondentie diende, vanuit het perspectief van de bijstand aan zijn cliënt, een redelijk doel en was dus niet onnodig. Verweerder heeft de aan hem toekomende ruime uitingsvrijheid niet overschreden. Verweerder heeft zich niet onnodig grievend uitgelaten jegens de advocaat van de wederpartij. Vernietiging beslissing raad. Klachtonderdeel ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:37 Hof van Discipline 's Gravenhage 220127

    Ongegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder is niet buiten de aan hem toekomende vrijheid getreden met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak dient te behandelen. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat een ernstige vertrouwensbreuk tussen hem en zijn cliënt was ontstaan, zodat verweerder goede grond had zich aan de zaak te onttrekken. Verweerder heeft dit tijdig, met voldoende voorlichting en zorgend voor uitstel van de mondelinge behandeling, in overeenstemming met hetgeen is bepaald in Gedragsregel 14 lid 3, gedaan. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:21 Accountantskamer Zwolle 22/941 Wtra AK 22/942 Wtra AK 22/944 Wtra AK

    Betrokkene heeft een samenstellingsopdracht aanvaard van een controleplichtige onderneming, terwijl het hem duidelijk was dat de cliënt zich aan de controleplicht zou onttrekken. Ook is de klacht dat de jaarrekening inhoudelijke fouten bevat gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden op.De klacht tegen een tweede betrokkene in hetzelfde samenstellingsdossier is ook gegrond. De Accountantskamer vindt dat hij niet eerlijk is geweest over zijn rol en legt aan hem ook de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden op. De klacht tegen een derde betrokkene is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:38 Hof van Discipline 's Gravenhage 220131

    Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld met betrekking tot aan klaagster toekomende derdengelden door deze onder zich te houden en zonder toestemming te verrekenen met een openstaande declaratie. Bekrachtiging beslissing raad. Berisping en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:52 Raad van Discipline Amsterdam 22-841/A/A

    Raadsbeslissing. De raad verklaart de verschillende klachtonderdelen over de advocaat van de wederpartij ongegrond. Verweerder heeft met zijn handelswijze de grenzen van de aan hem toekomende vrijheid als advocaat niet overschreden en verweerder heeft niet onvoldoende doelmatig gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4561

    Gegronde klacht tegen een internist. Drie co-assistenten hebben een klacht ingediend tegen de internist die hen gedurende hun coschap interne geneeskunde onderwijs heeft gegeven. Klaagsters stellen dat de internist zich tijdens echografieonderwijs seksueel grensoverschrijdend heeft gedragen en dat hij daarbij heimelijk beeldopnames heeft gemaakt. Het college acht klaagsters ontvankelijk. Naar het oordeel van het college kunnen klaagsters als rechtstreeks belanghebbende worden aangemerkt. Het college vindt daarbij van belang dat de klachten voortkomen uit praktisch echografie-onderwijs tijdens een coschap. De verweten gedragingen kunnen een negatieve invloed hebben op de manier waarop de co-assistenten nu – maar ook later als arts – met patiënten omgaan, als zij deze gedragingen als normaal en passend bij de beroepsuitoefening zouden aanleren. Voorts valt het handelen van de internist naar het oordeel van het college onder de tweede tuchtnorm. De internist begaf zich met het echografieonderwijs op het terrein van zijn deskundigheid als BIG-geregistreerd internist en de gedragingen waarover wordt geklaagd kunnen niet los worden gezien van die hoedanigheid. Door de co-assistenten in de veronderstelling te brengen dat deze gedragingen normaal zijn bij een dergelijk onderzoek, wordt de kwaliteit van de patiëntenzorg ondermijnd. Het college oordeelt dat het verweten handelen daarmee voldoende weerslag heeft op het belang van de individuele gezondheidszorg. Het college komt vervolgens tot de conclusie dat alle klachtonderdelen gegrond zijn en beveelt de doorhaling van de inschrijving van de internist in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:53 Raad van Discipline Amsterdam 22-852/A/A

    Raadsbeslissing. De raad verklaart de klacht over de advocaat van klager in zijn geheel ongegrond. Niet gebleken is dat verweerster klager niet naar behoren heeft bijgestaan. In de gegeven omstandigheden heeft verweerster gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht. Verweerster kan tuchtrechtelijk niets worden verweten. Ook is van een belangenverstrengeling niet gebleken.