Zoekresultaten 8801-8850 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:64 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-054/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in diverse zaken kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:65 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-089/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de aanpak van de zaak steeds met klager afgestemd. Verdere verwijten – zoals frauduleuze handelingen – niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:66 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-090//DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond. Enkele feit dat klager is vrijgesproken maakt niet dat sprake is van een door verweerder gedane valse aangifte.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:67 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-092/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de bijstand in een strafzaak in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:61 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-050/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van het feitenmateriaal van zijn cliënten. Tijdstip van indienen is niet te laat.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:62 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-052/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van het feitenmateriaal van zijn cliënten. Hij is niet gehouden te blijven reageren op vragen van klager.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:33 Accountantskamer Zwolle 22/1203 Wtra AK

    Klaagster heeft in 2017 een kantoortoetsing uitgevoerd en geoordeeld dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantspraktijk van betrokkene verbetering behoeft. Betrokkene heeft in 2020 een verbeterplan ingediend, waarna klaagster in 2021 een hertoetsing heeft uitgevoerd. Klaagster stelt zich op het standpunt dat na hertoetsing het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantspraktijk nog steeds niet voldoet. Daarover heeft zij een tuchtklacht ingediend. Die klacht is grotendeels gegrond. Betrokkene heeft niet voldaan aan de voorwaarde die klaagster had gesteld aan de acceptatie van het verbeterplan, namelijk dat betrokkene criteria opstelt waaruit volgt dat er periodiek een OKB wordt uitgevoerd. In een aantal toetsingsdossiers zijn tekortkomingen vastgesteld. Ook heeft betrokkene verzuimd om de monitoringsvragenlijsten tijdig in te sturen. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van 18 maanden op.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:34 Accountantskamer Zwolle 22/1195 Wtra AK

    Klaagster is deels niet-ontvankelijk in haar klacht, omdat de gebeurtenissen waarover de klacht gaat te lang geleden zijn. Dat betekent dat de Accountantskamer alleen inhoudelijk oordeelt over een aantal fouten in de jaarrekening 2014 van klaagster. Die klacht is deels gegrond. Betrokkene heeft de zekerheden, die de financier had bedongen bij het aangaan van de kredietovereenkomst ten behoeve van klaagster, niet danwel in onvoldoende mate in de toelichting op de balans opgenomen en beschreven. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5078

    Klacht tegen tandarts. De klacht gaat over het handelen van de tandarts bij aanhoudende klachten aan klagers voortand. Klager wilde antibiotica voor zijn klachten. De tandarts heeft aan deze wens geen gehoor gegeven, maar klager uiteindelijk verwezen naar de parodontoloog. Klager verwijt de tandarts onder meer dat hij ernstig nalatig is geweest in zijn optreden, dat hij klager de noodzakelijke medische zorg heeft onthouden en dat hij op geen enkele manier aandacht heeft gegeven aan klagers hulpvraag. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond omdat niet kan worden vastgesteld dat de tandarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4912

    De klacht gaat over een huisarts die informatie over klager aan Veilig Thuis heeft gegeven. Veilig Thuis heeft de huisarts benaderd, gemeld dat toestemming door klager was gegeven, en telefonisch om informatie gevraagd over klager. Klager verwijt de huisarts dat zij onjuiste informatie heeft gegeven en haar beroepsgeheim heeft geschonden, door zonder toestemming van klager informatie te delen met Veilig Thuis. Het college verklaart de klacht deels gegrond. Gelet op het bepaalde in artikel 69, vierde lid, Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG) wordt geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3474

    Klacht over de vraag of beklaagde als medisch adviseur (apotheker) op juiste wijze heeft geadviseerd aan de zorgverzekeraar van de patiënte over haar afbouwmedicatie, zoals voorgeschreven door de huisarts van de patiënte, en meer specifiek of "tapering" van die medicatie (bupropion) valt onder het bereik van 'rationele farmacotherapie' in de zin van het Zorgbesluit die voor vergoeding door de zorgverzekeraar in aanmerking komt. Het college verklaart de klacht niet-ontvankelijk, omdat het handelen van beklaagde geen betrekking heeft op de individuele gezondheidszorg in de zin van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3932

    Beklaagde is huisarts en daarnaast ook als arts werkzaam in de Penitentiaire Inrichting waar klager verbleef in februari 2022. Bij de intake heeft klager laten weten dat hij verslaafd is en dat hij graag methadon in tabletvorm in de avond wil ontvangen. Beklaagde heeft dat, in overeenstemming met het binnen de PI geldende beleid, geweigerd en methadon in vloeibare vorm, te verstrekken in de ochtend, voorgeschreven. De klacht is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4413

    Klacht tegen huisarts ongegrond. Klager staat sinds juni 2017 in de praktijk als patiënt ingeschreven. Op 26 juni 2017 heeft een kennismakingsgesprek plaatsgevonden tussen beklaagde en klager. Hierna zijn veel consulten van klager bij beklaagde gevolgd, vanwege uiteenlopende lichamelijke en psychische (angst)klachten. Klager maakt beklaagde meerdere verwijten. Het college verklaart de klacht ongegrond. Over de klacht van de oogklachten overweegt het college als volgt. Gelet op de gepresenteerde klachten en de bekende voorgeschiedenis van oogklachten acht het college het niet verwijtbaar dat klager niet dezelfde dag op consult is gezien. Hoewel het achteraf beter was geweest dat klager wel was gezien door de huisarts leidt dit niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt. De kennis van achteraf wordt bij een tuchtrechtelijke beoordeling buiten beschouwing gelaten. Klager was al twee keer eerder bij de oogarts geweest met soortgelijke klachten waarbij geen afwijkingen waren gevonden. Het is onduidelijk in hoeverre de assistent doorgevraagd heeft naar de alarmsymptomen bij klager. Het advies van de assistente aan klager was daarmee weliswaar niet optimaal, maar klager is wel een vangnetadvies gegeven. Aan klager is meegedeeld dat hij bij pijn of andere klachten weer contact moest opnemen

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3476

    Klager is door huisarts in opleiding (haio) gezien onder supervisie van de huisarts tegen wie geklaagd wordt over gemiste diagnose. Uitgegaan is van refluxklachten, terwijl klager die avond een hartinfarct kreeg. De klacht is ongegrond. De haio heeft het consult goed en zorgvuldig gedaan. De huisarts mocht afgaan op de gegevens van de haio over het consult.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4161

    Drie dagen nadat huisarts klager terug zag met klachten over wondgenezing na vasectomie ontstond Fournier’s gangreen en septische shock. Klacht dat de huisarts naar specialist had moeten verwijzen en/of antibiotica moeten voorschrijven ongegrond. Niet aannemelijk dat tijdens consult al sprake was van infectie of ontsteking. Verwijt dat dossiervoering niet voldoet aan de eisen is gegrond. Dossiervoering in Word is verouderd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:32 Accountantskamer Zwolle 22/1287 Wtra AK

    Derde klacht tegen een accountant die werkzaam is bij een trustkantoor. Volgens klager is het trustkantoor aan te merken als accountantskantoor en had betrokkene moeten zorgdragen voor een deugdelijk kwaliteitssysteem, omdat zij als enige accountant binnen de organisatie is aan te merken als beleids- en kwaliteitsbepaler. Klager verwijt betrokkene dat zij niet heeft zorggedragen voor een deugdelijk kwaliteitssysteem, dat zij geen maatregelen heeft getroffen bij niet-integer handelen van anderen, dan wel dat zij zich hiervan niet heeft gedistantieerd, dat zij in de eerdere tuchtprocedures de Accountantskamer onjuist heeft voorgelicht en dat zij ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in NV NOCLAR. De Accountantskamer is van oordeel dat het trustkantoor niet kwalificeert als een accountantskantoor in de zin in artikel 1 van de (destijds geldende) NVAK-aav. Omdat geen sprake is van een accountantskantoor, kan betrokkene niet worden gezien als beleids- en kwaliteitsbepaler in de zin van de toepasselijke regelgeving en is zij niet verantwoordelijk voor het kwaliteitssysteem. Daarom is het eerste klachtonderdeel ongegrond. De overige klachtonderdelen zijn niet-ontvankelijk, omdat daarover al eerder is geklaagd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/411781 / KL RK 22-149

    In deze zaak is sprake van bijzondere feiten en omstandigheden die maakten dat van de kandidaat-notaris extra onderzoek en alertheid mocht worden verlangd. Concreet: het feit dat klager vanuit het buitenland opereerde, dat hij deels vanaf buitenlandse rekeningen en deels in buitenlandse valuta betaalde en dat er bovendien haast was bij de beoogde transactie, terwijl het ging om substantiële bedragen. In zo’n situatie legt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) een (kandidaat-)notaris de verplichting op om verscherpt cliëntenonderzoek te doen. Dat de kandidaat-notaris dit onderzoek heeft verricht, is dan ook terecht. Het onderzoek had echter voortvarender uitgevoerd kunnen worden. Bovendien is er geen regel die bepaalt dat een te betalen bedrag niet (rechtstreeks) van een buitenlandse rekening afkomstig zo mogen zijn. Hoewel de klacht op deze punten gegrond verklaard wordt, is er naar het oordeel van de kamer vanwege de overige relevante feiten en omstandigheden in deze zaak al met al geen sprake van een zodanig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen dat daarvoor een maatregel opgelegd zou moeten worden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:19 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/405523 KL RK 22-82

    Uit de processtukken en hetgeen partijen over en weer ter zitting hebben verklaard blijkt dat de notaris vanuit meerdere rollen bij de afwikkeling van de nalatenschap van X was betrokken. Dit had de notaris naar het oordeel van de kamer tot extra voorzichtigheid en alertheid moeten nopen.Door de beleggingsportefeuille zo snel, zonder overleg en zonder noodzaak te liquideren is door de notaris voorbij gegaan aan evident andere belangen, waaronder de belangen van klaagster. Gelet op de tegengestelde standpunten van klaagster en de erfgenamen-vereffenaars ten aanzien van de beleggingsportefeuille, had de notaris een pas op de plaats moeten maken en geen gebruik moeten maken van de door de erfgenamen-vereffenaars aan hem afgegeven volmacht om het geld vervolgens op voor klaagster onbekende rekeningen te storten. Van hem had mogen worden verlangd dat hij - in de gegeven omstandigheden - eerst de discussie over de vraag of klaagster ook aanspraak kon maken op het vermogen, zou hebben afgewacht. De notaris kan in elk geval ook niet worden gevolgd in zijn stelling dat hij bij zijn handelen voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van klaagster door haar te vragen haar aanspraken te onderbouwen en door de erfgenamen op het pad van de verzwaarde vereffening te zetten. Uit de door de notaris zelf overgelegde stukken blijkt namelijk dat hij dat pas heeft gedaan nadat hij - op basis van de hem door de erfgenamen verstrekte volmacht - de beleggingsportefeuille heeft laten liquideren. De kamer komt dan ook tot de conclusie dat de notaris bij dit alles onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld. Daarom heeft de kamer de klacht gegrond verklaard en de notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4384

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een klinisch psycholoog. Klager is in 2019 opgenomen in een tbs-kliniek. De klinisch psycholoog heeft in het kader van een eventuele verlenging van de tbs een rapport over klager uitgebracht. Klager is het niet eens met het rapport en het daarin gegeven advies. Naar het oordeel van het college voldoet het rapport aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld. Het rapport vermeldt uitgebreid welke bronnen zijn geraadpleegd en welke observaties zijn gedaan. De klinisch psycholoog heeft in het verslag van zijn onderzoek ook duidelijk beschreven welk onderzoek hij zelf heeft gedaan en hoe dit onderzoek van klager is verlopen. Dit betreft een geschikte onderzoeksmethode om de bij de opdracht gestelde vragen te kunnen beantwoorden. Ook heeft de klinisch psycholoog inzichtelijk en consistent uiteengezet op welke bevindingen en gronden zijn conclusies steunen en die conclusies zijn voor het college goed te volgen. De klinisch psycholoog is daarbij binnen zijn eigen deskundigheidsgebied gebleven.De conclusie is dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:29 Accountantskamer Zwolle 22/1675 Wtra AK

    De klacht is ongegrond. Betrokkene wordt verweten de goede naam van klager in telefoongesprekken met oud-klanten van het kantoor te hebben aangetast. Wat in de telefoongesprekken door betrokkene is gezegd staat echter niet vast. Daarom is het verwijt niet gegrond. Betrokkene was niet gehouden klager eerst te horen over de door hem van een derde verkregen informatie alvorens een nader onderzoek in te stellen. Dat betrokkene niet de waarheid heeft gesproken over de reden van zijn vertrek bij zijn vorige werkkring is niet aannemelijk gemaakt. Het tuchtrecht strekt zich in beginsel niet uit tot het gebruikelijke sociaal verkeer tussen twee nieuwe collega’s.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:30 Accountantskamer Zwolle 22/1860 Wtra AK

    De maatschap waaraan betrokkene was verbonden had een vordering op een derde. In verband daarmee had die derde aan de maatschap een pandrecht op haar vorderingen gegeven. Tot die verpande vorderingen behoorden vorderingen op twee vennootschappen van klager. De maatschap is in 2015 een civiele procedure tegen klager gestart teneinde betaling van de vorderingen van de derde op klager te krijgen. Volgens klager heeft de maatschap excessief en onrechtmatig aan de derde (de pandgever) gedeclareerd en betrokkene wist dat. Klager verwijt betrokkene dat zij desondanks ermee heeft ingestemd dat de maatschap incassomaatregelen jegens zijn vennootschappen heeft genomen. Ook verwijt klager betrokkene dat zij jaarrekeningen van haar twee vennootschappen niet op tijd heeft gepubliceerd. Het klachtonderdeel over de te hoge declaraties en de inning van de verpande vorderingen is verjaard en overigens ongegrond. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de maatschap excessief en onrechtmatig heeft gedeclareerd. Het klachtonderdeel over de schending van de publicatieplicht is wel gegrond. Betrokkene had de jaarrekeningen op tijd moeten publiceren. Een waarschuwing is in dit geval op haar plaats.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3613

    Deels gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft bij klager een neuropsychologisch onderzoek verricht in het kader van een letselschadezaak. Klager verwijt de gz-psycholoog onder andere dat hij zich ten onrechte heeft gepresenteerd als klinisch (neuro)psycholoog, een onjuist en onvolledig rapport heeft opgesteld en zijn beroepsgeheim en het blokkeringsrecht heeft geschonden. Het college overweegt dat de gz-psycholoog op een bordje bij de deur van zijn praktijk en in een aantal brieven ten onrechte de titel ‘klinisch psycholoog’ vermeld. Deze titel is een door de Wet BIG erkende specialistentitel die is voorbehouden aan degenen die zijn ingeschreven in het desbetreffende specialistenregister. Hoewel wellicht niet opzettelijk, heeft de gz-psycholoog met het onjuiste titelgebruik de indruk gewekt of kunnen wekken dat hij nog altijd klinisch psycholoog is. Ook is het college van oordeel dat de gz-psycholoog een onvolledig conceptrapport ter inzage heeft verstrekt, omdat bij het eerste conceptrapport de antwoorden op de onderzoeksvragen ontbraken en de testscores niet waren bijgevoegd. Verder is het college van oordeel dat de gz-psycholoog in een brief aan de bij de letselschadezaak betrokken medisch adviseurs - over een met klager gevoerd gesprek - te veel inhoudelijke informatie met hen heeft gedeeld. Naar het oordeel van het college heeft de gz-psycholoog hiermee het blokkeringsrecht en ook het beroepsgeheim geschonden. Het college tekent hierbij aan dat de schending van het beroepsgeheim relatief beperkt is, omdat de medische informatie die hij heeft gedeeld al grotendeels bekend was bij de medisch adviseurs.De klacht wordt deels gegrond verklaard en het college legt de maatregel op van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:31 Accountantskamer Zwolle 22/1740 Wtra AK

    Het Openbaar Ministerie verwijt betrokkene in vervolg op de tegen hem aanhangig gemaakte strafzaak, dat hij facturen in de administraties van zijn vennootschappen heeft opgemaakt, opgenomen en/of heeft betaald, hoewel de omschrijvingen op die facturen niet kloppen met de werkelijkheid. Betrokkene is strafrechtelijk veroordeeld, maar heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld dat nog moet worden behandeld. De Accountantskamer oordeelt dat betrokkene eraan heeft meegewerkt en geaccepteerd dat gedurende een ruime periode (2013 t/m 2017) in totaal twaalf facturen in het maatschappelijk verkeer zijn gebracht die valse informatie bevatten en daardoor in ernstige mate de fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit heeft geschonden. De inschrijving van betrokkene als accountant moet daarom worden doorgehaald en betrokkene mag zich pas na 10 jaar eventueel opnieuw inschrijven.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4059

    Gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij hem onheus en onprofessioneel heeft bejegend tijdens het consult. Een andere klacht is dat de bedrijfsarts volgens klager heeft geweigerd zijn medisch dossier aan hem te verstrekken. Het college overweegt dat de bedrijfsarts zich in het consult niet professioneel heeft opgesteld en klager onheus heeft bejegend. Dit blijkt al uit de transcriptie van het gesprek, maar nog indringender uit de geluidsopname. Dit wordt in feite ook erkend door de bedrijfsarts. De redenen die hij heeft aangevoerd om zijn “strategie” te rechtvaardigen, overtuigen niet. Daar komt bij dat ook de wijze waarop de bedrijfsarts het verslag heeft gemaakt van het consult, in het geheel geen recht doet aan hetgeen daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De bedrijfsarts heeft vervolgens evenmin (inhoudelijk) gereageerd op de e-mail van klager waarin hij zegt dat het verslag niet klopt en vreest voor een schorsing/korting van zijn uitkering. Klachtonderdeel gegrond. Het andere klachtonderdeel is ook gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:68 Raad van Discipline Amsterdam 23-146/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat. Verweerster heeft klager met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht bijgestaan, ook nadat klager over verweerster een klacht bij de deken had ingediend. Ook heeft verweerster adequaat en naar behoren gereageerd op klagers interne klachten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4116

    Klacht tegen patholoog. Klaagster is de dochter van een patiënte die in 2019 aan de gevolgen van vulvakanker is overleden. De patholoog is betrokken geweest bij de behandeling van patiënte doordat hij in 2012 een vulvabiopt van patiënte heeft beoordeeld. Volgens klaagster is de patholoog destijds tot onjuiste bevindingen gekomen doordat hij fouten zou hebben gemaakt in de manier waarop hij het biopt heeft onderzocht. De patholoog zou hierdoor de ernst van de aangetroffen afwijkingen hebben gemist. Het college deelt de verwijten niet en verklaart de klacht ongegrond. Deze zaak hangt samen met de zaak Z2022/4188, waarin op dezelfde dag uitgedaan is gedaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:65 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1401

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De specialist ouderengeneeskunde was sinds begin 2021 de behandelend arts van een 84-jarige man (patiënt). Klaagster is de dochter van patiënt. Tijdens het verlof van de specialist ouderengeneeskunde is de zorg voor patiënt tijdelijk overgenomen door een semi-arts en een collega specialist ouderengeneeskunde. Patiënt werd in die periode benauwd, had koorts en een lage bloeddruk en een lage saturatie. De collega specialist ouderengeneeskunde heeft patiënt via een vlindernaald morfinegegeven en heeft hem - op verzoek van klaagster - ingestuurd naar het ziekenhuis. Enkele dagen later is de patiënt overleden aan de gevolgen van refractair hartfalen.Klaagster verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij klaagster noch de familie heeft geïnformeerd of gekend in het proces c.q. beleid dat zij heeft opgestart, dat de patiënt pas na forse druk vanuit klaagster naar het ziekenhuis is ingestuurd, en dat de patiënt zonder overleg via een vlindernaald morfine is toegediend. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht omdat sprake is van dermate bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om te twijfelen of klaagster met het indienen van haar klacht de wil van de overleden patiënt vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in klachtonderdeel twee en drie, maar acht haar wel ontvankelijk in het eerste klachtonderdeel. Nu beide partijen daar in beroep expliciet om hebben verzocht, verwijst het Centraal Tuchtcollege de zaak terug naar het Regionaal Tuchtcollege voor inhoudelijke behandeling van het eerste klachtonderdeel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5068

    Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde alleen voor spoedgevallen zou hebben waargenomen, is op zichzelf onvoldoende grondslag om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Zo ver gaat de waarneemovereenkomst, zoals die er destijds lag (zie artikel 4), niet. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:69 Raad van Discipline Amsterdam 22-931/A/NH

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de dienstverlening van de (voormalig) eigen advocaat. Verweerder heeft klaagsters belangen behartigd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Van excessief declareren is ook niet gebleken. Verweerders tarief en het aantal gedeclareerde uren staan in verhouding tot de door verweerder verrichte werkzaamheden, zoals die blijken uit de overgelegde urenspecificaties.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4188

    Klacht tegen patholoog. Klaagster is de dochter van een patiënte die in 2019 aan de gevolgen van vulvakanker is overleden. Volgens klaagster zijn er in 2012 fouten gemaakt bij de beoordeling van een vulvabiopt van patiënte waardoor de ernst van de aangetroffen afwijkingen is onderschat. Deze fouten zijn toen door een collega van de patholoog gemaakt. De aangeklaagde patholoog heeft destijds het volgens klaagster onjuiste pathologierapport besproken met andere specialisten tijdens een MDO. De collega die het rapport had opgesteld, was niet aanwezig bij dat MDO. De aangeklaagde patholoog wordt verweten dat hij de fouten van zijn collega, zoals die bleken uit het rapport, niet heeft hersteld. Het college deelt de verwijten niet en verklaart de klacht ongegrond. Deze zaak hangt samen met de zaak Z2022/4116, waarin op dezelfde dag uitgedaan is gedaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:66 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1456

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De vader van klager (patiënt) was vanaf eind maart 2017 opgenomen in het verpleeghuis waar de specialist ouderengeneeskunde werkzaam is. Patiënt is daar eind oktober 2020 onverwachts overleden. Twaalf dagen voor zijn overlijden is patiënt positief getest op Covid-19. Klager verwijt de specialist ouderen-geneeskunde dat zij medisch nalatig heeft gehandeld waardoor patiënt is overleden aan een diep veneuze trombose. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5069

    Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde alleen voor spoedgevallen zou hebben waargenomen, is op zichzelf onvoldoende grondslag om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Zo ver gaat de waarneemovereenkomst, zoals die er destijds lag (zie artikel 4), niet. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:67 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1661

    Klacht tegen plastisch chirurg. Klager verwijt de plastisch chirurg dat hij de neus van klager bij een operatie permanent heeft beschadigd door te veel weefsel en kraakbeen af te snijden, waardoor er weefsel achter het oor van klager gebruikt moest worden om zijn neus te reconstrueren en het resultaat daarvan nog niet naar tevredenheid is. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat uit het medisch dossier niet blijkt dat klager de ademhalingsproblemen die hij ervaart tijdens de consulten met de plastisch chirurg als klacht naar voren heeft gebracht. De plastisch chirurg kan zich ook niet herinneren dat daarover is gesproken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:70 Raad van Discipline Amsterdam 22-933/A/A

    Raadsbeslissing; Gedeeltelijk gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een bestuursrechtzaak. Verweerster heeft ondanks meerdere verzoeken van klagers advocaat om de correspondentie en processtukken in afschrift aan haar te sturen, hieraan geen gehoor gegeven. Verweersters stelling dat zij geen gehoor hoefde te geven aan deze verzoeken nu formeel-juridisch niet klager (als vergunninghouder), maar de gemeente de wederpartij was van haar cliënten, berust niet op de welwillendheid en vertrouwen die verweerster in haar verhouding tot klagers advocaat in acht dient te nemen. Deze omstandigheid leidt de raad tot de slotsom dat verweerster wegens strijd met gedragsregel 24 onbetamelijk heeft gehandeld. De raad acht de maatregel van waarschuwing met kostenveroordeling passend.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4070

    Klacht tegen radioloog. Klaagster verwijt de radioloog dat hij op de mammografieën, die in het kader van het Bevolkingsonderzoek Borstkanker in juli 2020 bij haar zijn gemaakt, ten onrechte niet heeft gezien dat sprake was van een verdachte afwijking. Klaagster stelt dat daarop duidelijk een tumor in haar rechterborst was te zien. Het college overweegt dat in juli 2020 sprake was van een screeningssituatie en niet van een diagnostische situatie. Het Bevolkingsonderzoek Borstkanker is erop gericht om in de doelgroep als geheel (alle vrouwen tussen de 50 en 75 jaar) borstkanker in een vroeg stadium op te sporen en zo sterfte aan borstkanker in die doelgroep terug te dringen. Daarbij staan de radioloog beperkte middelen ter beschikking. De radioloog beoordeelt alleen de mammogrammen die door de laborant zijn gemaakt en heeft geen direct contact met de persoon die het mammogram ondergaat. Beklaagde als screeningsradioloog kan dus niet bespreken of sprake is van borstklachten en, zo ja, in welke borst en op welke plek. Evenmin heeft hij de mogelijkheid tot lichamelijk of aanvullend onderzoek in de vorm van een tomografie of een echografie. De screeningsradioloog kan alleen op basis van de mammogrammen een inschatting maken van de waarschijnlijkheid op aan- of afwezigheid van borstkanker. Dit heeft tot gevolg dat bij het Bevolkingsonderzoek Borstkanker fout-positieve en fout-negatieve uitslagen kunnen voorkomen. De te onderzoeken personen worden expliciet gewezen op het feit dat de uitslag geen volledige zekerheid geeft en dat drie van de tien gevallen van borstkanker bij een bevolkingsonderzoek borstkanker niet worden ontdekt. Op de beschikbare beelden van het screeningsonderzoek is volgens het college geen aanwijzing te zien voor een afwijking die een verwijzing voor vervolgonderzoek rechtvaardigt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5070

    Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde alleen voor spoedgevallen zou hebben waargenomen, is op zichzelf onvoldoende grondslag om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Zo ver gaat de waarneemovereenkomst, zoals die er destijds lag (zie artikel 4), niet. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:71 Raad van Discipline Amsterdam 22-874/A/A

    Raadsbeslissing; Ongegronde klacht over de dienstverlening van de eigen (voormalig) advocaat in een familierechtzaak. Verweerder diende als familierechtadvocaat niet alleen de belangen van klager te behartigen maar tevens de belangen van de dochter in acht te nemen. Zodoende was hij tot de slotsom gekomen dat het proberen afdwingen van een omgangsregeling hem op dat moment niet geraden voorkwam. Hij is dominus litis en heeft hierin zijn eigen beoordeling te maken. De raad is in de gegeven omstandigheden tot de slotsom gekomen dat verweerder heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5071

    Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde alleen voor spoedgevallen zou hebben waargenomen, is op zichzelf onvoldoende grondslag om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Zo ver gaat de waarneemovereenkomst, zoals die er destijds lag (zie artikel 4), niet. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1119

    Klacht tegen arts. De dochter van klager is in 2020 vanwege haar lage gewicht en bradycardie opgenomen in het ziekenhuis. Daar is zij gediagnosticeerd met anorexia nervosa. Enkele weken later is de dochter uit het ziekenhuis ontslagen. Nadien is zij, aanvankelijk voor een second opinion/advies over een psychiatrische behandeling, verwezen naar de afdelingen kinder- en jeugdpsychiatrie en kindergeneeskunde van een ander ziekenhuis. De arts was daar op dat moment werkzaam als arts in opleiding tot kinder- en jeugdpsychiater. De arts heeft aan klager een brief over het behandelplan voor de dochter gestuurd. In het tweede ziekenhuis is de behandeling voor eetstoornissen gestart. Klager verwijt de arts dat zij 1. onvoldoende onderzoek heeft verricht en geen goed integraal behandelplan heeft opgesteld, 2. niet naar het onderliggende probleem heeft gekeken, 3. klager niet heeft betrokken bij genomen beslissingen en behandeling en 4. de brieven en vragen van klager onbeantwoord heeft gelaten. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:72 Raad van Discipline Amsterdam 22-703/A/A 22-704/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5072

    Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde alleen voor spoedgevallen zou hebben waargenomen, is op zichzelf onvoldoende grondslag om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Zo ver gaat de waarneemovereenkomst, zoals die er destijds lag (zie artikel 4), niet. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1120

    Klacht tegen psychiater. De dochter van klager is in 2020 vanwege haar lage gewicht en bradycardie opgenomen in het ziekenhuis. Daar is zij gediagnosticeerd met anorexia nervosa. Enkele weken later is de dochter uit het ziekenhuis ontslagen. Nadien is zij, aanvankelijk voor een second opinion/advies over een psychiatrische behandeling, verwezen naar de afdelingen kinder- en jeugdpsychiatrie en kindergeneeskunde van een ander ziekenhuis. De psychiater was daar werkzaam als kinder- en jeugdpsychiater. De psychiater heeft, onder meer, klager per brief uitleg gegeven over de in het ziekenhuis geplande afspraken. Naar aanleiding van klagers reactie op die brief is, mede namens de psychiater, een nieuwe brief over de geplande onderzoeken geschreven. In het tweede ziekenhuis is de behandeling voor eetstoornissen gestart. Klager verwijt de arts dat zij 1. onvoldoende onderzoek heeft verricht en geen goed integraal behandelplan heeft opgesteld, 2. niet naar het onderliggende probleem heeft gekeken, 3. klager niet heeft betrokken bij genomen beslissingen en behandeling en 4. de brieven en vragen van klager onbeantwoord heeft gelaten. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:7 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/10

    Artikel 35, tweede lid, onder b, van de Wet dieren bepaalt dat een klager beroep kan instellen tegen een door het Veterinair Tuchtcollege genomen beslissing indien de klager niet-ontvankelijk is verklaard, de klacht is afgewezen, of de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard. Die situatie doet zich niet voor nu het Veterinair Tuchtcollege appellante ontvankelijk heeft verklaard en de klacht gegrond is verklaard. Tegen de beslissing staat voor appellante, gelet op artikel 35, tweede lid, onder b, van de Wet dieren geen beroep open. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:73 Raad van Discipline Amsterdam 22-872/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5073

    Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde mogelijk ten opzichte van een statistisch gemiddelde minder patiënten zag, is echter op zichzelf onvoldoende grondslag om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Beklaagde werkte echter drie dagen als vaste waarnemer in de praktijk. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:64 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1121

    Klacht tegen psychiater. De dochter van klager is in 2020 vanwege haar lage gewicht en bradycardie opgenomen in het ziekenhuis. Daar is zij gediagnosticeerd met anorexia nervosa. Enkele weken later is de dochter uit het ziekenhuis ontslagen. Nadien is zij, aanvankelijk voor een second opinion/advies over een psychiatrische behandeling, verwezen naar de afdelingen kinder- en jeugdpsychiatrie en kindergeneeskunde van een ander ziekenhuis. De psychiater was daar werkzaam als afdelingshoofd. De psychiater heeft, onder meer, met klager gecorrespondeerd over de vraag of voldoende was voorzien in een medisch diagnostisch onderzoek en een daarop gebaseerd behandelplan. In het tweede ziekenhuis is de behandeling voor eetstoornissen gestart. Klager verwijt de arts dat zij 1. onvoldoende onderzoek heeft verricht en geen goed integraal behandelplan heeft opgesteld, 2. niet naar het onderliggende probleem heeft gekeken, 3. klager niet heeft betrokken bij genomen beslissingen en behandeling en 4. de brieven en vragen van klager onbeantwoord heeft gelaten. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3880

    Klacht tegen radioloog. Klaagster verwijt de radioloog dat hij op de mammografieën, die in het kader van het Bevolkingsonderzoek Borstkanker in juli 2020 bij haar zijn gemaakt, ten onrechte niet heeft gezien dat sprake was van een verdachte afwijking. Klaagster stelt dat daarop duidelijk een tumor in haar rechterborst was te zien. Het college overweegt dat in juli 2020 sprake was van een screeningssituatie en niet van een diagnostische situatie. Het Bevolkingsonderzoek Borstkanker is erop gericht om in de doelgroep als geheel (alle vrouwen tussen de 50 en 75 jaar) borstkanker in een vroeg stadium op te sporen en zo sterfte aan borstkanker in die doelgroep terug te dringen. Daarbij staan de radioloog beperkte middelen ter beschikking. De radioloog beoordeelt alleen de mammogrammen die door de laborant zijn gemaakt en heeft geen direct contact met de persoon die het mammogram ondergaat. Beklaagde als screeningsradioloog kan dus niet bespreken of sprake is van borstklachten en, zo ja, in welke borst en op welke plek. Evenmin heeft hij de mogelijkheid tot lichamelijk of aanvullend onderzoek in de vorm van een tomografie of een echografie. De screeningsradioloog kan alleen op basis van de mammogrammen een inschatting maken van de waarschijnlijkheid op aan- of afwezigheid van borstkanker. Dit heeft tot gevolg dat bij het Bevolkingsonderzoek Borstkanker fout-positieve en fout-negatieve uitslagen kunnen voorkomen. De te onderzoeken personen worden expliciet gewezen op het feit dat de uitslag geen volledige zekerheid geeft en dat drie van de tien gevallen van borstkanker bij een bevolkingsonderzoek borstkanker niet worden ontdekt. Op de beschikbare beelden van het screeningsonderzoek is volgens het college geen aanwijzing te zien voor een afwijking die een verwijzing voor vervolgonderzoek rechtvaardigt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:79 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-655/AL/MN

    Tussenbeslissing. Ambtshalve voortzetting na intrekking wegens algemeen belang.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:59 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1644

    Klacht tegen chirurg. Klaagster is na een val over gebracht naar een ziekenhuis, waar een gebroken ruggenwervel werd geconstateerd. Aangezien er mogelijk een operatie zou moeten volgen, is klaagster enkele dagen later overgebracht naar een ander ziekenhuis. De aangeklaagde arts was destijds werkzaam als chirurg in dat tweede ziekenhuis en raakte in die hoedanigheid als hoofd/regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klaagster. De verwijten van klaagster zien op de medisch inhoudelijke behandeling, de communicatie daarover met haar, en de verslaglegging in haar medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de keuze voor het inzetten van het conservatieve beleid ten onrechte niet met klaagster is besproken en dat de verslaglegging in het medisch dossier van klaagster tekortschiet. In zoverre is de klacht in eerste aanleg gegrond verklaard en is aan de arts, die daarvoor volgens het Regionaal Tuchtcollege verantwoordelijk werd geacht, de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klaagster en de arts hebben allebei beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege komt tot de conclusie dat alleen het klachtonderdeel met betrekking tot de gebrekkige verslaglegging gegrond moet worden verklaard. De maatregel van waarschuwing blijft gehandhaafd.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2023:6 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-47

    Klaagster verwijt de notaris dat hij heeft gehandeld in strijd met bij of krachtens de wet gegeven bepalingen, alsmede met de zorg die hij als notaris jegens klaagster diende te betrachten.