Zoekresultaten 8551-8600 van de 48384 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:127 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-829/AL/NN
- Datum publicatie: 23-05-2023
- Datum uitspraak: 22-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:127
Verweerder heeft naar het oordeel van de raad de belangen van klaagster in haar arbeidsgeschil op zorgvuldige wijze behandeld. Uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting is verklaard is de raad gebleken dat verweerder en klaagster vooraf een duidelijke (proces)strategie hebben afgesproken, namelijk dat eerst alleen de ontbindingsprocedure zou worden gestart en later zou blijken of daarna nog een loonvorderingsprocedure nodig zou zijn na eventuele ontbinding. Klaagster heeft ook ingestemd met de voorgestelde procesroute. Dit is daarna zo ook uitgevoerd door verweerder tijdens de onderhandelingen bij de rechtbank, wat heeft geresulteerd in een schikking. Dat verweerder tegen de kennelijke opdracht van klaagster in heeft gehandeld, is de raad dan ook niet gebleken. Dat de getroffen schikking door haar voormalig werkgever niet wordt nagekomen, kan verweerder niet worden aangerekend. Van verweerder hoefde naar het oordeel van de raad in de in de beslissing geschetste omstandigheden niet te worden verwacht dat hij een tweede (loonvorderings)procedure kosteloos voor klaagster zou doen. Overige klachten eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4312
- Datum publicatie: 23-05-2023
- Datum uitspraak: 23-05-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:132
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Het college kan jegens de gz-psycholoog geen (duidelijke) klacht halen uit de stukken van klager. Met de gz-psycholoog meent ook het college dat er vermoedelijk sprake is van persoonsverwarring nu de gz-psycholoog nimmer werkzaam is geweest in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum en nu een gz-psycholoog ook niet bevoegd is tot het (laten) toedienen van dwangmedicatie. Dat de gz-psycholoog dit gedaan zou hebben volgt ook niet uit de stukken. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:128 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-101/AL/NN
- Datum publicatie: 23-05-2023
- Datum uitspraak: 22-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:128
Dekenbezwaar. Verweerder heeft in 2021 niet de vereiste 20 opleidingspunten behaald maar slechts 8. Daarmee heeft hij in strijd gehandeld met artikel 46 Aw en 4.4. Voda. Op één opleidingspunt na heeft verweerder het tekort aan punten over 2021 tijdig voor 1 april 2023 ingehaald. Voor zover verweerder een rechtvaardiging voor zijn puntentekort heeft gezocht in de beperkingen door de coronamaatregelen in dat jaar, merkt de raad op dat de (gewijzigde puntenvereisten van de) Verordening Covid-19 niet zag op het jaar 2021. Verweerder krijgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4538
- Datum publicatie: 23-05-2023
- Datum uitspraak: 23-05-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:133
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager stelt dat het aan de GZ-psycholoog is te wijten dat hij een LPFZ-status heeft gekregen en dat de GZ-psycholoog dit onder valse beschuldigingen heeft aangevraagd. Naar het oordeel van het college is de aanvraag van de LFPZ-status zorgvuldig overwogen en voldoende onderbouwd. Het college ziet geen aanknopingspunten om te oordelen dat sprake is van valse beschuldigingen jegens klager. Het college heeft verder kennisgenomen van een deel van de door klager aangeleverde beslissingen tot afzondering. Het college overweegt dat niet blijkt dat de beslissingen tot afzondering van klager op onzorgvuldige wijze zijn genomen. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-108/DB/LI
- Datum publicatie: 23-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:58
Klacht afkomstig van de partner van de wederpartij van de cliënte van de advocaat. Advocaat heeft (financiële) gegevens van de partner van de wederpartij van zijn cliënte in de procedure ingebracht. Onder deze omstandigheden is het toetsingskader wat geldt voor de advocaat van de wederpartij van toepassing.Advocaat heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het inbrengen van de informatie over de functie van klaagster en het bijbehorende salarisniveau in de procedure betreffende de financiële noodsituatie van het huishouden van de partner van klaagster een voldoende redelijk doel diende.Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5140
- Datum publicatie: 22-05-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:106
Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat deze zonder klaagster te hebben gezien over haar heeft geoordeeld op basis van verklaringen van familieleden. De huisarts zou hebben geoordeeld dat klaagster aan een psychose zou leiden, als gevolg waarvan klaagster gedwongen opgenomen is geweest. De huisarts is werkzaam bij de praktijk waar klaagster ingeschreven is. Zij was echter afwezig toen het voorgaande speelde en heeft hier dus geen betrokkenheid bij gehad. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:110 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-277/DH/A/W
- Datum publicatie: 22-05-2023
- Datum uitspraak: 22-05-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:110
Wraking, kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5012
- Datum publicatie: 22-05-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:107
Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat deze zonder klaagster te hebben gezien over haar heeft geoordeeld op basis van verklaringen van familieleden. De huisarts zou hebben geoordeeld dat klaagster aan een psychose zou leiden, als gevolg waarvan klaagster gedwongen opgenomen is geweest. De huisarts is werkzaam bij de praktijk waar klaagster ingeschreven is. Hij was echter afwezig toen het voorgaande speelde en heeft hier dus geen betrokkenheid bij gehad. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2023:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/31
- Datum publicatie: 22-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TNORSHE:2023:10
De klacht gaat over het door de notaris op 6 april 2018 gepasseerde testament van erflaatster. De notaris heeft de kamer er niet van kunnen overtuigen dat hij in de gegeven omstandigheden voldoende zorgvuldig is geweest en voldoende aan eigen waarneming heeft gedaan om de wilsbekwaamheid en onafhankelijke wilsvorming van erflaatster naar behoren te kunnen beoordelen. De klacht wordt daarom gegrond verklaard. Aan de notaris wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5141
- Datum publicatie: 22-05-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:108
Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat deze zonder klaagster te hebben gezien over haar heeft geoordeeld op basis van verklaringen van familieleden. De huisarts zou hebben geoordeeld dat klaagster aan een psychose zou leiden, als gevolg waarvan klaagster gedwongen opgenomen is geweest. De huisarts heeft uitgelegd waarom zij op basis van verklaringen van familieleden en naar aanleiding van online posts van klaagster het vermoeden heeft ontwikkeld dat klaagster aan een acute psychotische ontregeling leed. Zij heeft de GGZ crisisdienst over dit vermoeden geïnformeerd, die vervolgens nader onderzoek heeft gedaan naar de situatie van klaagster. Het college is van oordeel dat de huisarts onder de gegeven omstandigheden niets verwijtbaars heeft gedaan en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5351
- Datum publicatie: 22-05-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:109
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen arts die zorgverzekeraar adviseert. Klaagster is verzekerd bij de zorgverzekeraar. Omdat zij vreest dat medewerkers van de verzekeraar onbevoegd kennis nemen van haar medische gegevens, dient zij een verzoek om een rugoperatie in het buitenland te mogen ondergaan rechtstreeks bij de arts in op het adres van diens privé-praktijk, tevens privé-adres van de arts. Dit adres heeft zij op internet gevonden. De arts bericht klaagster dat zij haar aanvraag niet bij hem maar bij de verzekeraar moet indienen en dat hij de toegestuurde medische stukken zal vernietigen. Klaagster verwijt de arts dat hij de aanvraag had moeten beoordelen. Gezien zijn geheimhoudingsplicht had hij haar niet mogen verwijzen naar de verzekeraar. De voorzitter van het tuchtcollege oordeelt dat de arts geen verwijt treft. Verzekerden moeten hun aanvragen indienen op de wijze zoals de verzekeraar aangeeft. Dat vloeit voort uit de verzekeringsovereenkomst. De arts mocht naar de verzekeraar verwijzen en mocht vertrouwen op de regels die de verzekeraar hanteerde om verantwoord met medische gegevens van verzekerden om te gaan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4300
- Datum publicatie: 22-05-2023
- Datum uitspraak: 16-05-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:21
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager kan zich op een groot aantal punten niet vinden in de wijze waarop de bedrijfsarts het verzuimspreekuur met hem heeft aangepakt en het verdere begeleidingstraject heeft vormgegeven. Zo verwijt hij de bedrijfsarts onder andere dat hij vooroverleg heeft gevoerd met de werkgever en dat hij werd aangesproken als “boze witte man” tijdens het verzuimspreekuur. De bedrijfsarts stelt dat het gebruikelijk en juist is dat hij, voorafgaand aan een verzuimspreekuur, van de werkgever informatie krijgt over de aard en de achtergrond van de ziekmelding. Naar het oordeel van het college is deze gang van zaken inderdaad niet ongebruikelijk en, anders dan klager stelt, niet in strijd met de wet of met de vertrouwelijkheid. Wat betreft het aanspreken van klager als “boze witte man” erkent de bedrijfsarts deze bewoordingen. Hij heeft hiermee het ijs willen breken, maar vindt de aanpak achteraf ondoordacht en onprofessioneel en heeft al tijdens het gesprek gemerkt dat zijn woorden verkeerd vielen. Het college is het met klager (en de bedrijfsarts) eens dat deze bewoordingen ongepast zijn, zeker nu de bedrijfsarts kennelijk is afgegaan op de informatie van de werkgever en juist van hem had mogen worden verwacht dat hij het gesprek open zou ingaan. Dit te meer omdat, zoals ter zitting is verklaard, hij wist dat het gesprek gezien de voorgeschiedenis een zekere lading had en klager verontwaardigd was over de gang van zaken. Het college verklaart dit klachtonderdeel daarom gegrond. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4944
- Datum publicatie: 22-05-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:104
Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Klaagster is bij de orthopedisch chirurg terechtgekomen na verwijzing door de huisarts in verband met voetklachten. De klacht heeft onder meer betrekking op de bejegening door de orthopedisch chirurg en het door hem uitgezette beleid ten aanzien van de voetklachten. Niet kan worden vastgesteld dat de orthopedisch chirurg tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2023:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/30
- Datum publicatie: 22-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TNORSHE:2023:9
Onderzoeksplicht. Levering van grond in nieuwbouwproject terwijl opschortende voorwaarde in de koop- en aannemingsovereenkomst dat de grond bouwrijp moest zijn nog niet was vervuld omdat bij de bodemsanering meer verontreiniging was aangetroffen dan eerder werd verwacht. De kamer oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de notaris er ten tijde van het passeren van de akte van levering mee bekend was, dan wel dat zij ermee bekend had moeten zijn, dat er aanleiding was om te veronderstellen dat de grond ondanks de aanwezigheid van een onherroepelijke omgevingsvergunning op dat moment niet bouwrijp was. Ongegrond, ook t.a.v. klachtonderdeel over schending informatieplicht.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4141-4142 en H2022/5021-5022
- Datum publicatie: 22-05-2023
- Datum uitspraak: 22-05-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:22
Twee klachten van de inspectie tegen een gz-psycholoog/psychotherapeut. De zorgverlener wordt onder meer het toepassen van aanrakingen in de behandeling en onvoldoende dossiervoering verweten. Het college: de aanrakingen zijn niet gebruikelijk binnen de behandelrelatie en de zorgverlener handelde daarbij niet volgens de eisen van zijn beroepsgroep. Er is niet gebleken dat de patiëntes toestemming voor de aanrakingen hebben gegeven nadat zij voldoende duidelijke uitleg hadden gekregen. Er is sprake van onvoldoende dossiervoering. Een klacht geheel en de andere klacht gedeeltelijk gegrond. Doorhaling van beide registraties.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5166
- Datum publicatie: 22-05-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:105
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De klacht gaat over de behandeling van klager in een psychiatrische instelling. Klager stelt dat de psychiater zijn behandeling na overplaatsing heeft verzwaard zonder hem gesproken of gezien te hebben. Daarnaast stelt klager dat belangrijke betrokkenen niet voldoende zijn meegenomen en geïnformeerd en dat er tegen het advies van de eerdere psychiater in is gegaan, terwijl hij de casus beter kent.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/410425 / KL RK 22-132
- Datum publicatie: 19-05-2023
- Datum uitspraak: 07-04-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:24
Geen duidelijke redenen aannemelijk geworden op grond waarvan de notaris de wilsbekwaamheid van erflater had moeten betwijfelen. De kamer komt na afweging va hetgeen over en weer is aangevoerd met al tot de conclusie dat de notaris de wilsbekwaamheid van erflater met inachtneming van de maatstaven uit het Stappenplan voldoende zorgvuldig heeft beoordeeld. Er waren relevante indicatoren als bedoeld in het Stappenplan, maar de notaris heeft kunnen uitleggen hoe hij, dit in acht nemende, tot zijn beoordeling van de wilsbekwaamheid heeft kunnen komen. De kamer constateert voorts dat de lezingen van klaagster en van de notaris over het verloop van het gesprek na het overlijden van erflater uiteen lopen. Gelet op hetgeen over en weer is aangevoerd kan slechts worden vastgesteld dat het gesprek niet plezierig is verlopen. Dit vormt echter onvoldoende grond om aannemelijk te achten dat hier sprake zou zijn geweest van klachtwaardig handelen van de notaris.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/404343 / KL RK 22-59 C/05/404345 / KL RK 22-60
- Datum publicatie: 19-05-2023
- Datum uitspraak: 07-04-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:25
Volgens vaste rechtspraak (ECL:NL:GHAMS:2015:2669) staat het de notaris in beginsel vrij om uitleg te geven van een door hem opgestelde akte. De daarbij in acht te nemen zorgvuldigheid brengt echter in geval van een akte huwelijkse voorwaarden met zich mee dat de notaris die uitleg niet eenzijdig aan één van beide partijen verstrekt zonder de andere partij van het verzoek om uitleg in kennis te hebben gesteld en in de gelegenheid te hebben gesteld daarop te reageren. De kamer is van oordeel dat de lijn van deze rechtspraak door de notaris in deze zaak naar behoren is gevolgd. Dit blijkt uit de overgelegde correspondentie. Uit deze correspondentie blijkt bovendien dat de notaris ondanks zijn weigering de akte alleen aan klager uit te leggen, wel bereid was met klager en zijn (ex-)echtgenote gezamenlijk in gesprek te gaan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:100 Raad van Discipline Amsterdam 23-239/A/A
- Datum publicatie: 19-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:100
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Het aan klager opgelegde derdenbeslag was een logisch -juridisch- gevolg van de daaraan voorafgegane gang van zaken. Het kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten dat hij dit niet heeft stopgezet. Ook valt het verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten dat hij niets heeft gedaan met de door klaagster aangedragen bewijsmiddelen, dan wel anderszins steken heeft laten vallen in zijn dienstverlening jegens klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:107 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-187/DH/DH
- Datum publicatie: 19-05-2023
- Datum uitspraak: 17-05-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:107
Voorzittersbeslissing. Klacht over voormalig eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Uit de gespreksaantekeningen van verweerster blijkt dat zij tijdens het intakegesprek tegen klaagster heeft gezegd dat alleen het eerste half uur niet in rekening zou worden gebracht en klaagster heeft dit in haar reactie op het verweer bevestigd. Niet gebleken van verkeerde informatie over de mogelijkheid van hoger beroep. Geen sprake van onredelijk lange tijd tussen intakegesprek en eerste conceptbrief. Geen sprake van excessief declareren. Het mag zo zijn dat klaagster niet tevreden is over de wijze waarop verweerster de werkzaamheden heeft verricht, maar dat betekent niet dat klaagster geen verplichting meer heeft om de declaraties van verweerster te betalen. De ernstige beschuldigingen van strafbare feiten aan het adres van verweerster zijn volledig ongefundeerd en misplaatst. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/407340 KL RK 22/97 C/05/407341 KL RK 22/98 C/05/407342 KL RK 22/99
- Datum publicatie: 19-05-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:21
Door verschillende eigenaren van een kavel op een recreatiepark zijn klachten ingediend tegen notaris [K], notaris [L] en kandidaat-notaris [M], over de manier waarop de erfpachtconversie is gegaan en het ontbreken van de onafhankelijkheid van het notariskantoor. Een groot deel van de klagers is niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de termijn. Over de erfpachtconversie overweegt de kamer dat er drie verschillende groepen zijn te onderscheiden. De kamer kan niet beoordelen per klager of er sprake is van klachtwaardig handelen omdat de klacht heel algemeen is geformuleerd en niet specifiek op iedere kavel een toelichting is gegeven waaruit duidelijk blijkt wat de (kandidaat-)notaris bij de levering niet goed zou hebben gedaan. De kamer verklaart dit klachtonderdeel daarom wegens onvoldoende concrete verwijten, ongegrond.De klacht tegen notaris [K] is gedeeltelijk gegrond omdat hij de schijn van partijdigheid heeft gewekt door plaats te nemen als bestuurder in de STAK, die een rol heeft in het bestuur van het recreatiepark waarvoor hij ook werkzaamheden verrichtte als notaris.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:101 Raad van Discipline Amsterdam 23-246/A/NH
- Datum publicatie: 19-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:101
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:108 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-235/DH/DH
- Datum publicatie: 19-05-2023
- Datum uitspraak: 17-05-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:108
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder heeft namens en in overleg met klager een hoger beroepsschrift ingediend. Geen sprake van een onterechte aanvraag van een toevoeging en incassering van een eigen bijdrage. Het stond verweerder vrij om zich te onttrekken, omdat klager de samenwerking heeft beëindigd en niet meer op e-mails van verweerder heeft gereageerd. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:22 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/410369 / KL RK 22-130
- Datum publicatie: 19-05-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:22
Vader heeft een perceel geleverd terwijl hij volgens klager niet meer wilsbekwaam was. De notaris heeft dat volgens klager onvoldoende beoordeeld. De klacht is op dit onderdeel ongegrond omdat er behalve de leeftijd van vader geen omstandigheden waren om de wilsbekwaamheid verder te onderzoeken.De klacht is wel gedeeltelijk gegrond omdat de wens van vader niet overeen komt met de akte van levering.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:109 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-237/DH/DH
- Datum publicatie: 19-05-2023
- Datum uitspraak: 17-05-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:109
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familiezaak kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:23 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/411145 / KL RK 22-142
- Datum publicatie: 19-05-2023
- Datum uitspraak: 07-04-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:23
Gelet op de checklist ABC- transacties waren er dus en verder voor de notaris geen objectief aanwijsbare redenen zijn medewerking aan de levering B-C te weigeren. De klacht wordt daarom op dit onderdeel ongegrond verklaard. Echter gegrond voor wat betreft het verwijt van klager dat de notaris hem niet informeerde over de intrede van een nieuwe partij aan de zijde van kopers. Hiermee heeft de notaris klager belangrijke informatie onthouden over de identiteit van de koper. De omstandigheid dat de nieuwe contractspartij evenals de oorspronkelijke contractspartij is gelieerd aan de heer [B.G.S.] brengt hierin geen verandering, immers het was aan klager geweest te bepalen of hij, al dan niet rekening houdende met de hier bedoelde onderlinge relaties, met [H.S.G. B.V.] wilde contracteren en aan hen wilde leveren. De kamer is daarom van oordeel dat de klacht op dit onderdeel gegrond is, waarbij in dit geval met oplegging van de maatregel van waarschuwing wordt volstaan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:122 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-210/AL/MN
- Datum publicatie: 18-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:122
Voorzittersbeslissing. Verweerster is in het kader van de geschillenregeling van de ARAG op verzoek van de deken opgetreden als bindend adviseur in een geschil over de wijze van aanpak van de zaak van klager door ARAG. Uit de overgelegde stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerster bij de uitoefening van haar taak als bindend adviseur zich zodanig heeft gedragen dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster haar bindend advies op zorgvuldige wijze en met inachtneming van de daarvoor geldende regels van ARAG gegeven. De juistheid van het verwijt van klager dat verweerster daarbij de (wettelijke) regels niet op juiste wijze heeft toegepast, kan de voorzitter, tegenover de betwisting daarvan door verweerster, niet vaststellen. Kennelijk ongegrond in alle klachtonderdelen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:116 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-580/AL/MN
- Datum publicatie: 18-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:116
Raadsbeslissing. De raad verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:117 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-581/AL/MN
- Datum publicatie: 18-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:117
Raadsbeslissing. De raad verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:118 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-570/AL/MN
- Datum publicatie: 18-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:118
Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Het verwijt dat verweerster op een ondeskundige manier bijstand heeft verleend is onvoldoende onderbouwd en is de raad ook niet uit de overgelegde stukken gebleken. Vanwege het wezenlijke verschil van inzicht in de aanpak van de zaak, was het niet klachtwaardig dat verweerster haar opdracht heeft neergelegd. De raad is ook niet gebleken dat zij dit op een onzorgvuldige wijze heeft gedaan. Klacht in beide onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:119 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-181/AL/NN
- Datum publicatie: 18-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:119
Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft een burgemeester bijgestaan na afwijzing van een vergunning aan (de vennootschappen van) klager. Verweerder heeft met zijn optreden naar het oordeel van de voorzitter niet de grenzen overschreden van de vrijheid die hem daarbij als partijdig advocaat van de wederpartij toekomt. Uit het verweer van verweerder is de voorzitter gebleken dat hij zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar toepasselijke regelgeving en zo ook naar de door klager bedoelde geheimhoudingsplicht voordat hij namens de burgemeester bij de politie aangifte tegen klager heeft gedaan van een mogelijk strafbaar feit (valsheid in geschrifte). Daarbij heeft verweerder zich ook verdiept in de vraag welke informatie de burgemeester bij de aangifte mag overleggen en heeft daarbij een afweging gemaakt op welke grondslag hij welke informatie bij de aangifte mocht inbrengen. Van grievende uitlatingen jegens klager is de voorzitter niet gebleken. Evenmin is de voorzitter gebleken dat klager door het handelen van verweerder onnodig of onevenredig in zijn belangen is geschaad zonder doel. De klachten zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:120 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-433/AL/OV
- Datum publicatie: 18-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:120
Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:121 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-190/AL/MN
- Datum publicatie: 18-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:121
Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft zonder medeweten en zonder toestemming van verweerder op zijn naam een dagvaarding in hoger beroep laten uitbrengen waarin zij verweerder als procesadvocaat heeft vermeld. Ondanks deze gang van zaken heeft verweerder contact opgenomen met de deken en heeft hij in het belang van klaagster een andere advocaat bereid gevonden klaagster bij te staan in het hoger beroep. Uit de feitelijke gang van zaken en de bijbehorende e-mails die door verweerder zijn verstuurd, blijkt dat verweerder met het oog op het (processuele) belang van klaagster heeft gehandeld. Dit gaat bijkans nog wel verder dan dat wat van een behoorlijk handelend advocaat mag worden verwacht nadat hij is geconfronteerd met een situatie zoals door klaagster gecreëerd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:115 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-302/AL/GLD
- Datum publicatie: 18-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:115
Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2023:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 722591 / NT 22-35
- Datum publicatie: 17-05-2023
- Datum uitspraak: 30-03-2023
- ECLI:NL:TNORAMS:2023:1
De notaris had dus onvoldoende objectieve aanwijzingen dat een eventuele vernietiging van de levering door beslagleggers vanwege het paulianeuze karakter van de transactie zonder meer kansloos was. De notaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het in de gegeven omstandigheden niet aan hem is om over de pauliana te oordelen, maar aan de civiele rechter. Om die reden heeft hij klaagster de suggestie gedaan om in kort geding een oordeel te vragen over zijn ministerieplicht. Als de beweringen van klaagster juist zijn, had zij beter nog haar pijlen kunnen richten op de beslagleggers, omdat dezen in dat geval ten onrechte niet wilden meewerken aan de doorhaling van de beslagen. Zolang de beslagleggers hun beslag niet willen doorhalen of niet in rechte daartoe zijn veroordeeld en zolang zij niet bereid zijn afstand te doen van een vordering op grond van pauliana of vaststaat dat zo’n vordering kansloos is, kan de notaris zijn ministerie niet verlenen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1756 en C2022/1772
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:90
Klacht tegen een arts. De arts was van mei tot en met juli 2021 als opvolgend (bedrijfs-)arts betrokken bij de verzuimbegeleiding van klaagster. Eind mei 2021 heeft een persoonlijk consult plaatsgevonden, op grond waarvan de arts een week later een bijstelling probleemanalyse heeft opgesteld. Na contact met de werkgever over de tekst hiervan heeft de arts de probleemanalyse een paar dagen later gewijzigd. Halverwege juli 2021 heeft de arts een telefonisch consult met klaagster gehad. Daarvan heeft hij een week later verslag gedaan. Klaagster verwijt de arts in acht klachtonderdelen dat hij de probleemanalyse na inmenging – en beïnvloeding door de werkgever ten nadele van klaagster heeft gewijzigd, dat hij van het consult van halverwege juli 2021 een onjuist verslag heeft gemaakt, wat hij ondanks toezeggingen nooit heeft aangepast en dat hierdoor de gezondheidstoestand van klaagster is verslechterd en klaagster schade heeft geleden. Het RTG verklaart - zakelijke weergegeven - klachtonderdelen 1 tot en met 6 gegrond, verklaart klachtonderdelen 7 en 8 ongegrond, schorst voorwaardelijk de bevoegdheid van de arts om de aan de inschrijving in het BIG-register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaar, stelt daarbij twee bijzondere voorwaarden en bepaalt de publicatie. In de zaak C2022/1756 komt de arts in beroep tegen de zwaarte van de maatregel. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de arts. In de zaak C2022/1772 komt de Inspectie in beroep tegen de formulering van de bijzondere voorwaarden. Dit beroep wordt door het Centraal Tuchtcollege gegrond verklaard en de bijzondere voorwaarden worden aangepast.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:84 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1751
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:84
Klacht tegen psychiater. Aan klager is TBS met dwangverpleging opgelegd. Hij verblijft op een behandelafdeling van een TBS-kliniek. De psychiater is daar werkzaam. Klager verwijt de psychiater – onder meer - dat klager ten onrechte op deze afdeling verblijft, ten onrechte dubbel begeleid verlof heeft, geen passende diagnose en therapie heeft, onjuiste medicatie krijgt en ten onrechte wordt gestoord tijdens bezoek. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4222
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 16-05-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:128
Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster wil in aanmerking komen voor een vruchtbaarheidsbehandeling. Verweerder heeft dit op basis van de medische gegevens en nadere onderzoeken geweigerd. Volgens klaagster heeft verweerder onzorgvuldig en niet als een goed hulpverlener gehandeld, omdat hij heeft geweigerd haar de vruchtbaarheidsbehandeling te geven,hij zowel in de beslisprocedure als op inhoudelijke gronden niet volgens het Modelprotocol mogelijke morele contra-indicaties bij vruchtbaarheidsbehandelingen heeft gehandeld enhij zijn besluit tot niet-behandelen onvoldoende en ondeugdelijk heeft onderbouwd. Het college overweegt dat uit het dossier blijkt dat verweerder de situatie van en omtrent klaagster uitgebreid in kaart heeft gebracht voordat de beslissing werd genomen haar de vruchtbaarheidsbehandeling te weigeren. Omdat verweerder twijfels had of inwilliging van het verzoek verstandig was, heeft hij de situatie voorgelegd aan het multidisciplinair overleg voortplantingsgeneeskunde. Meerdere keren is de situatie van klaagster binnen het multidisciplinair overleg besproken en beoordeeld. Hierbij zijn op uitgebreide wijze zowel de belangen van klaagster en haar partner als die van het toekomstige kind aan de orde geweest en afgewogen. Klacht ongegrond. Publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:85 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1752
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:85
Klacht tegen gz-psycholoog. Aan klager is TBS met dwangverpleging opgelegd. Hij verblijft op een behandelafdeling van een TBS-kliniek. De gz-psycholoog is als behandelcoördinator betrokken bij de behandeling van klager. Klager verwijt de gz-psycholoog – onder meer - dat klager ten onrechte op deze afdeling verblijft, ten onrechte dubbel begeleid verlof heeft, geen passende diagnose en therapie heeft, onjuiste medicatie krijgt en ten onrechte wordt gestoord tijdens bezoek. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:79 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1416 en C2022/1417
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:79
Klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog werkt in de kliniek waar klager verblijft vanwege een tbs-maatregel. De gz-psycholoog is in de hoedanigheid van behandelcoördinator bij de behandeling van klager betrokken. Klager verwijt de gz-psycholoog het stellen van een onjuiste diagnose en het geven van een onjuist advies aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, dat klager de documenten betreffende zijn behandeling niet heeft ontvangen, terwijl hij daar meerdere keren om heeft gevraagd, en dat hij de cultuur en persoonlijkheid van klager heeft beledigd. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt in beide zaken het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1731
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:86
Klacht tegen huisarts. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard omdat het klaagschrift niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Klager heeft hiertegen beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt dat beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:80 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1418
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:80
Klacht tegen een psychiater. De psychiater is directeur van de kliniek waar klager verblijft vanwege een tbs-maatregel. Tussen klager en de psychiater bestaat geen behandelrelatie. Klager verwijt de psychiater dat er geen zorg voor hem is en dat hij zich niet gerespecteerd voelt. Klager voelt zich slecht behandeld en hij acht de psychiater als directeur eindverantwoordelijk voor alles wat er in de kliniek gebeurt. Het Regionaal Tuchtcollege acht klager niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1333
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:87
Klacht tegen een arts. De klacht betreft de begin 2015 overleden moeder van klaagster, patiënte. Patiënte was hoogbejaard en in verband met bewustzijnsdaling en een verdenking op dehydratie door de huisartsenpost naar de spoedeisende hulp doorgestuurd. Patiënte werd opgenomen op de afdeling klinische geriatrie ter observatie en ondersteuning door middel van zuurstof. In de vroege ochtend heeft een verpleegkundige contact gehad met beklaagde, op dat moment dienstdoend arts-assistent op de spoedeisende hulp afdeling en waarnemer voor acute problemen bij klinisch opgenomen patiënten. De verpleegkundige heeft aan beklaagde voorgelegd dat de urineproductie onder het afgesproken niveau lag, waarbij werd afgesproken het even aan te zien. Later die dag is patiënte overleden. Klaagster verwijt beklaagde onder meer dat hij ten onrechte niet heeft ingegrepen en dat patiënte onrustig is overleden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:81 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1332
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:81
Klacht tegen een klinisch geriater. De klacht betreft de begin 2015 overleden moeder van klaagster, patiënte. Patiënte was hoogbejaard en in verband met bewustzijnsdaling en een verdenking op dehydratie door de huisartsenpost naar de spoedeisende hulp doorgestuurd. Daar is zij door beklaagde gezien. Daags na opname is patiënte overleden. Klaagster verwijt beklaagde onder meer dat zij heeft geconcludeerd dat patiënte zeer veel vocht bij de longen vasthield, dat zij een behandeling heeft gekozen die op geen enkele manier te verdedigen valt en dat zij op geen enkele manier heeft geprobeerd met patiënte te communiceren. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1334
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:88
Klacht tegen een arts op de spoedeisende hulp. De klacht betreft de begin 2015 overleden moeder van klaagster, patiënte. Patiënte was hoogbejaard en in verband met bewustzijnsdaling en een verdenking op dehydratie door de huisartsenpost naar de spoedeisende hulp doorgestuurd. Daar is zij door beklaagde gezien. Daags na opname is patiënte overleden. Klaagster verwijt beklaagde onder meer dat zij bij de opname ten onrechte met de vochttoediening is gestopt, ten onrechte heeft nagelaten patiënte te stabiliseren/behandelen en op misleidende wijze heeft gecommuniceerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4697
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 16-05-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:125
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager is van mening dat de bedrijfsarts een verkeerd advies heeft gegeven over zijn geschiktheid om te werken, klager niet serieus heeft genomen doordat hij zelf geen onderzoek heeft gedaan, en relevante informatie van de huisarts heeft genegeerd. Het college overweegt dat het dossier geen aanwijzingen bevat dat de bedrijfsarts bepaalde klachten van klager, of gevolgen van zijn klachten, niet bij de beoordeling heeft betrokken. Het is vervolgens aan de werkgever om rekening te houden met die beperkingen en adviezen. Dat klager ontevreden is over de toepassing door de werkgever van de adviezen van de bedrijfsarts, kan niet aan de bedrijfsarts worden verweten. Verder stelt het college vast dat de bedrijfsarts bekend was met de onderneming, omdat hij daar al lange tijd werkzaam was. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat de bedrijfsarts meer had moeten doen, zoals actief controles op de werkplek uitvoeren, of verder navraag doen. Het college volgt de bedrijfsarts in diens inschatting dat hij zonder voorafgaand zelfstandig onderzoek op de werkplek, al voldoende kennis en inzicht had om de situatie te beoordelen. De bedrijfsarts had al adviezen gegeven over de werkhervatting rekening houdend met de beperkingen. Wat betreft het derde klachtonderdeel overweegt het college dat de discussie met de huisarts niet zozeer over de klachten en beperkingen ging, maar over de oorzaak van de klachten. Het maakte de inschatting van de bedrijfsarts ten aanzien van de beperking niet anders. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:82 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1452 en C2022/1453
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:82
Klacht tegen plastisch chirurg. Klaagster meldde zich met een wens voor een hals- en kaaklijncorrectie bij de kliniek waar de plastisch chirurg destijds werkzaam was. De plastisch chirurg zag klaagster voor het eerst eind september 2018. Bij dat consult was ook een consulent aanwezig die (zo nodig) vanuit het Duits voor klaagster vertaalde. De ingreep vond plaats in oktober 2018. Klaagster was niet tevreden met het resultaat van de operatie. Nadien heeft veelvuldig mailcontact plaatsgevonden over een herstelbehandeling. Deze herstelbehandeling heeft in november 2019 plaatsgevonden. Klaagster heeft 21 klachtonderdelen geformuleerd die er in de kern op neerkomen dat de informed consent voor de ingrepen en de aanloop daar naartoe ontbreekt, dat de behandelovereenkomst niet goed tot stand is gekomen, dat er geen adequaat pre-operatief gesprek is geweest en dat de ingrepen niet naar de stand van het vak zijn uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en doorhaling van de inschrijving in het BIG-register bevolen. Zowel klaagster als de plastisch chirurg zijn in beroep gekomen van deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op een ander onderdeel gegrond, namelijk het niet in acht nemen van de verplichte bedenktijd voorafgaand aan de ingreep, en legt aan de plastisch chirurg de maatregel van berisping op. De maatregel van doorhaling komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1755
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:89
Klacht tegen een bedrijfsarts die klager vanaf januari 2013 enige tijd heeft begeleid. Klager heeft tegen deze bedrijfsarts drie eerdere klachten ingediend. Alle klachtonderdelen zijn in eerste instantie ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard en de door klager tegen deze beslissingen ingestelde beroepen zijn uiteindelijk alle verworpen. De onderhavige klacht is de vierde klacht van klager tegen de bedrijfsarts. Het Regionaal Tuchtcollege acht klager niet-ontvankelijk in zijn klacht vanwege het ne bis in idem-beginsel en concludeert daarnaast dat klager met het indienen van deze klacht misbruik van recht maakt. Het Centraal Tuchtcollege beslist ook dat klager niet-ontvankelijk is, maar wel op andere gronden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4313
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 16-05-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:126
Ongegronde klacht tegen een arts. Klager is van opvatting dat de arts geen goede diagnose heeft gesteld en fouten heeft gemaakt, met grote negatieve gevolgen voor klagers gezondheid en zijn persoonlijke omstandigheden. Meer in het bijzonder verwijt hij de arts dat hij ten onrechte heeft geweigerd de Benutbare Mogelijkheden Lijst (hierna: BML) aan te passen, en de afgegeven second opinion heeft genegeerd. Het college is van oordeel dat het aanvullend onderzoek - in aanvulling op het onderzoek twee dagen eerder - voldoende basis vormt voor het besluit om geen nadere of aangepaste BML op te stellen, en voor de conclusie dat er benutbare mogelijkheden zijn. Dat de arts daarna en daarnaast nog verder (medische) informatie had moeten opvragen, is door klager wel gesteld maar onvoldoende onderbouwd en ook overigens niet aannemelijk geworden. Alsdan is er geen sprake van een ondeugdelijke analyse en conclusie. Het college overweegt verder dat de bevindingen in de second opinion niet heeft genegeerd maar serieus heeft genomen, kan zich er deels in vinden, en heeft de conclusies grotendeels gevolgd. Dit klachtonderdeel is ongegrond. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:83 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1511
- Datum publicatie: 16-05-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:83
Klacht tegen een psychiater. Klager verblijft in een forensisch psychiatrische kliniek waar de psychiater als directeur Zorg medeverantwoordelijk is voor de kwaliteit van de patiëntenzorg. Klager verwijt de psychiater dat hij driemaal verkeerde medicatie (waarvan twee maal antipsychotica) heeft gekregen en dat de Covid-en hygiënemaatregelen op de afdeling van klager niet werden nageleefd. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 171
- Pagina: 172
- Pagina: 173
- ...
- Pagina: 968
- Volgende pagina zoekresultaten