Zoekresultaten 8301-8350 van de 48384 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:149 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-329/AL/OV/D
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:149
Afwijzing verzoek ex artikel 60b Advocatenwet. De raad is - met de deken - van oordeel dat het signaal van de Raad voor Rechtsbijstand ernstig is. De geconstateerde foutpercentages zijn buitengewoon hoog en (daarom) zorgwekkend. Ook verweerders slechte bereikbaarheid is onacceptabel; het kan niet zo zijn dat een advocaat zich op deze wijze onbereikbaar houdt voor een belangrijke instantie als de Raad voor Rechtsbijstand. Dat geldt temeer omdat er in het verleden al vaker door de deken en door zijn cliënten is geklaagd over verweerders slechte bereikbaarheid. De raad is het dus met de deken eens dat het geconstateerde handelen van verweerder (mede in aanmerking genomen zijn tuchtrechtelijke verleden) zorgelijk is. De raad is echter - gelet op het strenge beoordelingskader - van oordeel dat dit enkele signaal onvoldoende is om (op dit moment) te concluderen dat verweerder zijn praktijk niet meer behoorlijk kan uitoefenen en om de verstrekkende voorziening van een schorsing voor onbepaalde tijd op te leggen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4906
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:160
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft bij een val zijn heup gebroken. Klager werd diezelfde dag geopereerd door een chirurg en de arts (in opleiding tot specialist), waarbij hij gedeeltelijk een nieuwe rechterheup kreeg (een zogenoemde kop-halsprothese). In verband met aanhoudende pijnklachten is klager later in een ander ziekenhuis geweest. Klager verwijt de arts dat de operatie niet goed is gegaan. Het college ziet hiervoor geen aanwijzingen in het dossier. Wel komt uit het dossier naar voren dat de plek waar klager de meeste pijn ervaart, de plek is waar de operatie is gestart en dat daar verkalking in de pees is opgetreden. Het kan tot ongeveer anderhalf jaar duren voordat de pijn en spierzwakte zijn verdwenen. Deze klachten moeten worden gezien als een gebruikelijk, bijkomend gevolg van de operatie en niet als een aanwijzing dat de operatie niet goed is verlopen. Een tweede klachtonderdeel over het opvragen van het medisch dossier is ook kennelijk ongegrond omdat de arts bij dit proces niet betrokken is geweest. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:81 Hof van Discipline 's Gravenhage 220266 220267
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:81
Opdracht van accountants- en belastingadvieskantoor tot het verrichten van onafhankelijk onderzoek naar truststructuur die door dat kantoor aan klager was geadviseerd en voor hem was uitgevoerd. Klager heeft in oktober 2015 kennis genomen van de inhoud van het door verweerders uitgebrachte rapport. De klacht betreft met name gebreken in de rapportage en gebrek aan onafhankelijkheid van verweerders. De raad heeft de klacht, ingediend in mei 2019, in alle onderdelen niet-ontvankelijk verklaard. Op een drietal (sub)onderdelen verklaart het hof klager alsnog ontvankelijk, omdat hij daarover redelijkerwijs niet voor november 2018 had kunnen klagen. Op één onderdeel is de klacht gegrond. Ten onrechte zijn in het rapport gegevens over een vergadering uit 2006 als niet relevant beschouwd. Dit was ten nadele van klager en het rapport is daarmee niet volledig. Het hof legt verweerder 1 een berisping op met proceskostenveroordeling. Verweerder 2 krijgt in deze zaak geen maatregel opgelegd omdat hij in de zaak 220240D met zelfde feitencomplex en gedragingen met dezelfde uitspraakdatum al berisping en proceskostenveroordeling kreeg.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:88 Hof van Discipline 's Gravenhage 230004
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:88
Appelverbod, te laat ingediend beroep. Verweerder heeft het beroepschrift niet binnen de in artikel 56 lid 1 Advocatenwet bepaalde termijn ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Beroep van verweerder niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:150 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-780/AL/OV
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:150
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft ten opzichte van klager niet met de zorgvuldigheid gehandeld zoals dat van redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Door niet te voldoen aan zijn informatie en communicatieplicht en onvoldoende bereikbaar te zijn, heeft verweerder onvoldoende oog gehad voor de belangen van klager. Die belangen waren groot, omdat het ging om de dreigende ontruiming van de woning van klager. Dit nalaten raakt aan de kernwaarde deskundigheid en dat wordt verweerder zwaar aangerekend. De aard en ernst hiervan rechtvaardigen daarom de oplegging van een maatregel. Bij de bepaling van de op te leggen maatregel zijn de omstandigheden van de klachtzaak en het tuchtrechtelijk verleden van verweerder meegewogen. Eerdere opgelegde tuchtrechtelijke maatregelen, waaronder twee berispingen en een waarschuwing voor vergelijkbaar klachtwaardig nalaten, hebben verweerder blijkbaar onvoldoende doen inzien dat zijn handelen als advocaat ten aanzien van zijn bereikbaarheid en zijn informatie en communicatieplicht de grenzen van het betamelijke overschrijdt. Onvoorwaardelijke schorsing van zes weken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:151 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-245/AL/OV/D
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:151
Raadsbeslissing. Dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de afspraken met de deken niet dan wel niet volledig na te komen en door de deken te belemmeren in haar toezichthoudende taak. Ondanks deze afspraken zijn ook daarna nog klachten bij de deken ingediend over vooral de slechte bereikbaarheid van verweerder en is er ook een signaal afgegeven door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de regelmatige, op het laatste moment door verweerder ingediende aanhoudingsverzoeken, vaak om gezondheidsredenen. Dit handelen en nalaten wordt verweerder zwaar aangerekend. De aard en ernst hiervan rechtvaardigen daarom de oplegging van een maatregel. Bij de bepaling van de op te leggen maatregel zijn de persoonlijke omstandigheden van verweerder, zoals ter zitting besproken, meegewogen, en ook het tuchtrechtelijke verleden van verweerder. Deze beide aspecten baren de raad ernstige zorgen, zowel ten aanzien van verweerder persoonlijk als ten aanzien van zijn beroepsuitoefening als advocaat. Eerdere opgelegde tuchtrechtelijke maatregelen, waaronder twee berispingen en een waarschuwing voor vergelijkbaar klachtwaardig handelen, en de conclusie van het 60c-onderzoek zijn blijkbaar onvoldoende geweest om het tij te keren. Onvoorwaardelijke schorsing van 24 weken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4764
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:163
Ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster heeft zich op de Spoedeisende Hulp gemeld in verband met een pijnlijke vinger. Haar pijnklachten zijn ontstaan na een manicureafspraak. Verweerster heeft de nagel van klaagster verwijderd. Klaagster verwijt de arts onder meer dat hij geen onderzoek gedaan, geen diagnose heeft gesteld, het beginsel van informed consent geschonden, een second opinion heeft afgeraden en de operatie onkundig heeft verricht. Het college oordeelt dat de klacht dat de arts geen onderzoek heeft gedaan en geen diagnose heeft gesteld feitelijk onjuist is. Op basis van het medisch dossier was een volledige nagelextractie door de arts naar het oordeel van het college verdedigbaar. Uit dit medisch dossier bleek dat de chronische ontsteking ondanks diverse behandelingen, waaronder het door de huisarts weghalen van een stukje nagel, bleef bestaan. De klacht over informed consent kan ook niet gegrond worden bevonden. Wat er op de SEH precies is besproken kan het college niet vaststellen. Vast staat wel dat klaagster voor de operatie toestemming aan de arts heeft gegeven en tevoren diverse malen voorlichting heeft gekregen. Naar het oordeel van het college blijkt uit niets dat de voorbereiding van de operatie klungelig was of dat de operatie klungelig is uitgevoerd. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-709/AL/GLD
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:152
Raadsbeslissing. De raad heeft vastgesteld dat verweerder in strijd met gedragsregel 4 heeft gehandeld. Gelet op dat tuchtrechtelijk verwijtbare handelen zou de oplegging van een maatregel in beginsel passend zijn. De raad acht echter ook van belang dat verweerder het gesprek heeft opgenomen naar aanleiding van de bedreigende en intimiderende communicatie door klager. Verweerder heeft dat gesprek dus niet opgenomen met als doel om deze in de procedure van zijn cliënte te gebruiken. Verweerder heeft de opname pas in de procedure gebracht nadat klager daar expliciet om heeft gevraagd. Gelet op deze specifieke omstandigheden zal de raad volstaan met de gegrondverklaring van dit klachtonderdeel en bepalen dat er geen maatregel wordt opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:59 Hof van Discipline 's Gravenhage 220240D
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:59
Onafhankelijk onderzoek in opdracht van accountants- en belastingadvieskantoor naar door dat kantoor geadviseerde truststructuur. Het dekenbezwaar is ontvankelijk ondanks het tijdverloop. Het hof gaat in op de vraag of een advocaat in opdracht van zijn cliënt onafhankelijk onderzoek kan doen en, zo ja, welke gevolgen een opdracht daartoe heeft voor de advocaat-cliëntrelatie en de werking van de kernwaarden. Ook gaat het hof in de op de vraag aan welke vereisten een onafhankelijk onderzoek dient te voldoen. Het hof beslist dat een advocaat geen onafhankelijk onderzoek kan doen voor een cliënt wiens belangen hij eerder heeft behartigd en dat een advocaat die een onafhankelijk onderzoek heeft gedaan daarna niet als advocaat kan optreden onder andere in kwesties die verband houden met dat onderzoek. In deze zaak komt het hof tot de conclusie dat verweerder heeft meegewerkt aan een rapport dat is gepresenteerd als het resultaat van onafhankelijk onderzoek, maar niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen van objectiviteit, zorgvuldigheid en volledigheid. Daardoor is het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Het dekenbezwaar wordt in zoverre gegrond bevonden. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:85 Hof van Discipline 's Gravenhage 220155
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:85
Samenvatting tuchtrecht.nl: Klacht over eigen advocaat. De klachtonderdelen zijn ook in het kader van de beroepsaansprakelijkheid voorgelegd aan de civiele rechter. De tuchtrechter gaat in deze zaak in op de verhouding tussen de tuchtrechtelijke en civielrechtelijk beoordeling van eenzelfde zaak. In deze zaak overweegt de tuchtrechter dat er (op een klachtonderdeel na) geen licht zit tussen het oordeel van de civiele rechter en klaagster onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de tuchtrechter tot een ander oordeel zou moeten komen. Vernietiging oordeel raad. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:153 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-735/AL/GLD
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:153
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening in letselschadezaak. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klaagster tijdens het intakegesprek en in de opdrachtbevestiging niet te informeren over de mogelijke financiële gevolgen van haar keuze om van rechtsbijstandverlener te wisselen. Uit de overgelegde e-mails blijkt dat verweerder klaagster op een later moment wel op haar betalingsverplichting ten opzichte van bedrijf X heeft gewezen en dat hij de kwestie van de kosten van bedrijf X bij Allianz onder de aandacht heeft gebracht. Uiteindelijk hebben de inspanningen van verweerder ervoor gezorgd dat een eindregeling tot stand is gekomen waarmee klaagster ook in staat was om de kosten van bedrijf X te voldoen. Gelet op deze omstandigheden kan worden volstaan met een gegrondverklaring van klachtonderdeel a) zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:128 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-263/DH/DH
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:128
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/4696
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:159
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een chirurg. Klaagster is in verschillende juridische procedures verwikkeld met haar voormalig werkgeefster ‘X’. X was een kennis of vriendin van de chirurg en is bij haar onder behandeling geweest. Ten behoeve van één van die procedures heeft de chirurg op verzoek van X een schriftelijke verklaring hierover geschreven. Klaagster verwijt de chirurg dat zij deze verklaring heeft geschreven en zij stelt dat deze verklaring onjuist en dus vals is. Het college oordeelt dat de chirurg de verklaring niet had mogen afgeven. De KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ is hierover duidelijk, alleen een onafhankelijke arts mag een dergelijke verklaring afgeven. In hoeverre de verklaring onjuist is kan niet worden vastgesteld, maar de wijze van tot stand komen is zeer onzorgvuldig. De chirurg heeft de verklaring geschreven over een behandeling van vijf jaar geleden, uit haar geheugen, zonder te beschikken over een (compleet) medisch dossier en deels op basis van informatie die zij van de patiënt ten behoeve van die verklaring heeft ontvangen. Uit de verklaring zelf blijkt niet dat die op deze wijze tot stand is gekomen. Klaagster verwijt de chirurg verder dat door haar toedoen het tuchtklachtdossier terecht is gekomen bij X en haar advocaat en door hen is gebruikt in een juridische procedure tegen klaagster. Het college oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de chirurg op dit punt een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Klacht gedeeltelijk gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:36 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/710408 / DW RK 21/536 LvB/RH
- Datum publicatie: 23-06-2023
- Datum uitspraak: 01-05-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:36
Gebleken is dat de Gemeente een bedrag van rond € 30.000 heeft overgemaakt aan de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder heeft een verklaring derdenbeslag afgegeven ten bedrage van rond € 27.500. De gerechtsdeurwaarder heeft aan klaagster desgevraagd meegedeeld dat het verschil tussen deze twee bedragen wordt verklaard door de kosten die hij heeft gemaakt. Klaagster had na die verklaring op grond van het bepaalde in artikel 477 a lid 2 Rv twee maanden de tijd de verklaring te betwisten of aanvulling te eisen. Klaagster heeft hiervan geen gebruik gemaakt.Dat de gerechtsdeurwaarder een deel van het ten behoeve van [..] door hem van de Gemeente ontvangen bedrag heeft verrekend met de door hem gemaakte kosten is niet tuchtrechtelijk laakbaar.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:37 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/711126 / DW RK 21/565
- Datum publicatie: 23-06-2023
- Datum uitspraak: 01-05-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:37
Bentwoorden van brief van de zijde van klagers na 10 maand is tuchtrechtelijk laakbaar. Faillissement van gerechtsdeurwaarderskantoor is hiervoor geen reden, verwacht mag worden dat deze dossiers met extra aandacht worden behandeld. Het afwijzen van verzoek tot telefonisch contact is in strijd met verordening (oud) dat een gerechtsdeurwaarder eenvoudig bereikbaar moet zijn. Aan klagers is onvoldoende informatie verstrekt over de hoogte van de vordering en het berekenen van de rente. Maatregel: berisping.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:38 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/712120 / DW RK 22/2 LvB/RH
- Datum publicatie: 23-06-2023
- Datum uitspraak: 01-05-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:38
De gerechtsdeurwaarder heeft een brief over een openstaande vordering verzonden aan klagers laatstbekende adres, waar hij niet meer woonde. Vervolgens is beslag gelegd op klagers voertuig. De gerechtsdeurwaarder is niet verplicht een beslag aan te kondigen. De gerechtsdeurwaarder had ervoor kunnen kiezen de brief alsnog te verzenden aan klagers juiste adres nadat de BRP ivm het te leggen beslag was geraadpleegd. Dat de gerechtsdeurwaarder daarvoor niet heeft gekozen is niet tuchtrechtelijk laakbaar.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:39 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/712717 / DW RK 22/28 LvB/RH
- Datum publicatie: 23-06-2023
- Datum uitspraak: 01-05-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:39
De door klager verstuurde post is onbehandeld gebleven. Het is misgegaan door niet correct werkende software met als gevolg dat de brieven van klager in een verkeerd, eerder afgesloten, dossier terecht zijn gekomen. De gerechtsdeurwaarder heeft vervolgens de fout hersteld en de nieuwe beslagvrije voet vastgesteld en klager geïnformeerd dat hij een bedrag terug ontvangt. Omdat de post van klager verkeerd is terecht gekomen en onbehandeld is gebleven zullen de kosten van het beslag en betekening niet meer op klager worden verhaald. Daarnaast zal aan klager het griffierecht van de klacht worden vergoed. De gerechtsdeurwaarder heeft meegedeeld dat de software is aangepast waardoor de signaleringsfunctie nu goed werkt. Klacht is gegrond, geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:33 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/725949 / DW RK 22/440 MdV/RH
- Datum publicatie: 23-06-2023
- Datum uitspraak: 19-04-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:33
beslissing op verzet. Niet is gebeleken dat de gerechtsdeurwaarder nog bedragen int terwijl de vordering al is voldaan. verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TSCTS:2023:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2023-03 (2022.V12-AMADEUS AQUAMARIJN)
- Datum publicatie: 23-06-2023
- Datum uitspraak: 23-06-2023
- ECLI:NL:TSCTS:2023:3
Op 23 december 2021 omstreeks 03.40 LT is de Amadeus Aquamarijn van achteren aangevaren door het onder de Belgische vlag varende vissersschip Z60 Blue Angel. Beide schepen voeren in het verkeersscheidingsstelsel “Off Texel” in de zuidzuidwest gaande verkeersbaan. De snelheid van de Amadeus Aquamarijn was circa 6 knopen over de grond en de snelheid van het oplopende Z60 Blue Angel was circa 10 knopen over de grond. Door de aanvaring raakte de stuurmachinekamer van de Amadeus Aquamarijn lek en er liep ook water de accommodatie in. De pompen werden bijgezet en de Amadeus Aquamarijn kon later op eigen kracht de haven van Harlingen bereiken. De Z60 Blue Angel had minimale schade aan de voorsteven en bleef stand-by bij de Amadeus Aquamarijn totdat het niet meer nodig was. Toen vervolgde de Z60 Blue Angel haar weg naar de haven van IJmuiden.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:34 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/727102 / DW RK 22/471 MdV/RH
- Datum publicatie: 23-06-2023
- Datum uitspraak: 19-04-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:34
Beslissing op verzet. Aanpassing beslagvrije voet. De gerechtsdeurwaarder heeft de beslagvrije voet aangepast op grond van de hem bekende gegevens. De tuchtrechter kan niet oordelen over de hoogte van de beslagvrije voet. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TSCTS:2023:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2023-04 (2022.V8-NIEUW AMSTERDAM)
- Datum publicatie: 23-06-2023
- Datum uitspraak: 23-06-2023
- ECLI:NL:TSCTS:2023:4
Het verzoek tot tuchtrechtelijke behandeling is ingediend naar aanleiding van het volgende ongeval: Op 8 maart 2021 heeft aan boord van de Nieuw Amsterdam een arbeidsongeval plaats gevonden. Tijdens het transport van een staaldraad zijn de vingers van een matroos bekneld geraakt. Als gevolg daarvan is een deel van zijn middelvinger geamputeerd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:35 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/710203 / DW RK 21/528 LvB/RH
- Datum publicatie: 23-06-2023
- Datum uitspraak: 01-05-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:35
De gerechtsdeurwaarder heeft meerdere beslagen ten onrechte gelegd. Beslag op auto: duidelijk had moeten zijn dat dit beslag te weinig zou opbrengen, beslagen op bankrekeningen en onder bedrijven waarvan eerder was vastgesteld dat geen rechtsverhouding bestond. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder oneigenlijke druk uitgeoefend door te dreigen met de aanvraag van een faillissement. De gerechtsdeurwaarder heeft direct loonbeslag gelegd (voor een te hoog bedrag) na het niet tot stand komen van een betalingsregeling waarbij meteen op dezelfde dag betaald had moeten worden. Maatregel: berisping en boete
-
ECLI:NL:TSCTS:2023:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2023-05 (2022.V9-NIEUW AMSTERDAM)
- Datum publicatie: 23-06-2023
- Datum uitspraak: 23-06-2023
- ECLI:NL:TSCTS:2023:5
Het verzoek tot tuchtrechtelijke behandeling is ingediend naar aanleiding van het volgende ongeval: Op 8 maart 2021 heeft aan boord van de Nieuw Amsterdam een arbeidsongeval plaats gevonden. Tijdens het transport van een staaldraad zijn de vingers van een matroos bekneld geraakt. Als gevolg daarvan is een deel van zijn middelvinger geamputeerd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5448 en 5449
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 16-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:125
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een GZ-psycholoog en psychotherapeut. Verweerster is de behandelaar van de ex-vrouw van klager. Hij klaagt omdat verweerster hem geen gespreksverslag wilde geven uit het dossier van zijn ex-vrouw. Ook zou verweerster in een mailbericht naar klager haar beroepsgeheim hebben geschonden omdat zij mededelingen over zijn ex-vrouw deed. Allereerst overweegt de voorzitter dat er geen sprake is van een behandelrelatie tussen verweerster en klager. Nu klager geen ‘eigen’ behandeldossier heeft kan hij ook geen stukken opvragen. Wat de mailwisseling betreft, geldt het volgende. Er zijn geen aanwijzingen dat verweerster zich in de mailwisseling met klager nadrukkelijk heeft gepresenteerd als GZ-psycholoog dan wel psychotherapeut en de voorzitter ziet geen aanleiding om aan te nemen dat zij dit in de hoedanigheid van GZ-psycholoog of psychotherapeut heeft gedaan. Ook heeft ze geen specifieke mededelingen over klagers ex-vrouw gedaan. Het gaat om algemene gezichtspunten die iedereen zou kunnen hebben gegeven. Mocht zij al haar beroepsgeheim hebben geschonden, dan is het niet aan klager maar aan zijn ex vrouw om hierover te klagen. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5210
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 20-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:156
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. De patiënte is overleden aan een longembolie. Klaagster, de moeder van patiënte, verwijt de huisarts dat hij tijdens het consult niet voldoende heeft doorgevraagd bij patiënte, dat hij haar heeft afgekapt tijdens het telefonisch consult en dat hij niet juist heeft gehandeld naar aanleiding van patiëntes klachten. Het college stelt vast dat de huisarts een uitgebreid onderzoek heeft uitgevoerd. Hij is daarbij tot de werkdiagnose paniekaanvallen gekomen. Echter, zoals de huisarts ter zitting heeft verklaard heeft hij bij het opstellen van de differentiaal diagnose niet aan een longembolie gedacht. Dat had hij volgens het college wel moeten doen. De initiële verdenking op een longembolie had in de differentiaal diagnose moeten staan gezien de sinustachycardie, het pilgebruik van patiënte, haar overgewicht en haar immobiliteit: niet meer goed kunnen lopen en sporten. Het college komt tot de conclusie dat de huisarts te veel heeft aangesloten bij de eigen inschatting van patiënte. Dat heeft geleid tot een tunnelvisie. De huisarts is onvoldoende kritisch geweest: paniekaanvallen zijn niet te rijmen met een continu snelle hartslag in rust. Het klachtonderdeel is gegrond. Het andere klachtonderdeel is ongegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:83 Hof van Discipline 's Gravenhage 220081
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:83
Klacht over een curator. Klaagster beklaagt zich over de manier waarop verweerster als curator in haar faillissement en als haar bewindvoerder WSNP is opgetreden. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad (verkorte bekrachtiging).
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5048
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 20-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:157
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij na een mishandeling geen goed medisch onderzoek heeft verricht, aan klager een verklaring over zijn verwondingen heeft gegeven die niet volledig was en dat zij is beïnvloed door de daders van de mishandeling. Klager heeft de praktijk van de huisarts bezocht, zonder voorafgaand een afspraak te hebben gemaakt. Aangezien de huisarts bezig was met haar spreekuur, heeft zij klager kort bekeken in de wachtkamer om een inschatting te kunnen maken of het om een spoedsituatie ging. Het college is van oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij haar onderzoek van klager. De huisarts zag geen grote neurologische verschijnselen en klager gedroeg zich normaal, in die zin dat zijn manier van bewegen niet afwijkend was en dat hij goed uit zijn woorden kwam. Inmiddels waren ongeveer acht uur verstreken sinds de mishandeling. Hoewel de huisarts nog wat meer tijd had kunnen uittrekken voor het medisch onderzoek van klager, is het gegeven dat zij dat niet heeft gedaan op zichzelf genomen en in het licht van de genoemde omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De volgende dag heeft de huisarts klager in haar spreekkamer uitgebreid onderzocht. Ongegrond. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:84 Hof van Discipline 's Gravenhage 220263D 220264D
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:84
Dekenbezwaren wegens het niet te voldoen aan (redelijke) verzoeken van de deken om medewerking en informatie. De raad heeft de twee dekenbezwaren gegrond geacht en een schorsing van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde het alsnog aanleveren van de gevraagde informatie, passend en geboden geacht. Ook het hof acht de dekenbezwaren gegrond. Het hof ziet geen reden om verweerder een lichtere maatregel op te leggen. Gelet op de lange duur van het tekortschieten en in aanmerking nemend dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat hij de gevraagde informatie nog diezelfde week kon aanleveren, ziet het hof aanleiding de termijn waarbinnen aan de door de raad gestelde bijzondere voorwaarde moet worden voldaan te verkorten tot een week na openbaarmaking van deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5255
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 20-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:158
Kennelijk ongegronde klacht tegen een apotheker. Klaagster gebruikt bloeddrukverlagende medicatie. Zij is ontevreden over de levering van haar medicatie door de apotheker, omdat de apotheker volgens klaagster stelselmatig probeert merkmedicijnen te vervangen door een generiek medicijn, met schade voor de gezondheid van klaagster. Het college is van oordeel dat de apotheker zorgvuldig heeft gehandeld door eerst navraag te doen over het beleid bij de zorgverzekeraar, door bij de huisarts van klaagster na te vragen of er sprake was van medische noodzaak en door aan te bieden om hierover met klaagster in gesprek te gaan. Nu de medische noodzaak niet kon worden onderbouwd, diende de apotheker het generieke middel te verstrekken of klaagster zelf te laten betalen. Van een door de apotheker gevoerd offensief, zoals klaagster het heeft verwoord, is naar het oordeel van het college geen sprake geweest. Het college komt tot het oordeel dat de klacht voor een deel verjaard is en voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5305
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 16-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:124
Klacht tegen tandarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klaagster volgt een behandeltraject bij een centrum voor bijzondere tandheelkunde. Toen zij pijnklachten had en haar hoofdbehandelaar niet aanwezig was, is zij gezien door verweerster. Deze heeft onderzoek verricht en concludeerde dat klaagster een gaatje had in de tweede kies linksonder, maar dat er geen sprake was van medische spoed. Gelet hierop en mede vanwege het feit dat klaagster als kwetsbare patiënt wordt gezien, heeft verweerster voorgesteld de kies een dag later te laten behandelen door de hoofdbehandelaar. De klacht heeft betrekking op het niet direct behandelen van klaagster. Voor zover klaagster verweerster verwijt dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf (het nalaten iemand hulp te bieden in een acute noodsituatie) verklaart het college de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5254
- Datum publicatie: 21-06-2023
- Datum uitspraak: 20-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:154
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Er heeft een inbraak plaatsgevonden in de woning van de huisarts. Vanwege zijn vermoeden dat de dochter van klaagster de inbraak had gepleegd, heeft de huisarts de vriendschap met klaagster verbroken. Klaagster maakt de huisarts meerdere verwijten ten aanzien van de gang van zaken rond het beëindigen van de behandelrelatie. Hoewel begrijpelijk is dat klaagster heeft gevoeld dat de huisarts ‘haar als patiënt kwijt wil’, zoals zij het zelf schrijft aan hem, kunnen de door de huisarts gestuurde e-mails niet worden beschouwd als een opzegging, maar alleen als een advies om een andere huisarts te zoeken welk advies klaagster (na enige aarzeling) ook heeft opgevolgd. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4907
- Datum publicatie: 21-06-2023
- Datum uitspraak: 20-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:155
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is al lange tijd ontevreden met de door de huisarts verleende zorg. Zij heeft haar klacht onderverdeeld in negen klachtonderdelen, en ieder klachtonderdeel bevat weer meerdere verwijten. In de kern gaat het iedere keer om het verwijt dat de huisarts haar klachten heeft onderschat, verkeerde diagnoses heeft gesteld, niet gereageerd heeft op klachten, zijn dossier niet goed heeft bijgehouden en (op meerdere momenten) heeft geweigerd om haar door te verwijzen. Het college komt tot het oordeel dat alleen klachtonderdeel d deels gegrond is (voor zover dat klachtonderdeel ziet op het op 17 maart 2020 niet correct bijhouden van het dossier). Het college stelt vast dat in het dossier geen aantekeningen zijn gemaakt over de klachten van klaagster en de diagnose, alleen de inhalator wordt genoemd. Alsdan is het voor het college niet mogelijk om te toetsen op basis van welke informatie de huisarts zijn diagnose heeft gesteld, en zijn keuze voor genoemde inhalator. Deze omissie wordt de huisarts tuchtrechtelijk aangerekend. Het college volstaat met het gegrond verklaren van dit klachtonderdeel en (vanwege de uitzonderlijke werkdruk op dat moment als gevolg van de coronapandemie) legt geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:30 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/730466 / DW RK 23/72 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 20-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:30
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de wijze van betekenen van exploten. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:31 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/732428 / DW RK 23/125
- Datum publicatie: 20-06-2023
- Datum uitspraak: 12-06-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:31
Verzoek tot wraking. Verzoek afgewezen. Het verzoek levert geen grond op voor de stelling dat de tuchtrechters jegens verzoeker een vooringenomenheid koesteren of dat de dienaangaande bij hem bestaande vrees subjectief dan wel objectief gerechtvaardigd is.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:32 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/733641 / DW RK 23/157
- Datum publicatie: 20-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:32
Verzoek tot wraking. Verzoek afgewezen. Het verzoek levert geen grond op voor de stelling dat de tuchtrechter jegens verzoekster een vooringenomenheid koestert of dat de dienaangaande bij haar bestaande vrees subjectief dan wel objectief gerechtvaardigd is. Het niet werken van een ringleiding of eht in de zittingszaal niet aanwezig zijn van een ringleiding is geen toetsingscriterium in het kader van het wrakingsverzoek.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:28 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/715857 / DW RK 22/129 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 20-06-2023
- Datum uitspraak: 12-06-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:28
Er is niet inhoudelijk op e-mails van de bewindvoerder van klaagster gereageerd. Ook is voorafgaand het dagvaarden van klaagster geen navraag gedaan bij de bewindvoerder of de opdrachtgever. Tevens is een herinneringsbrief aan klaagster zelf verzonden in plaats van aan de bewindvoerder. Excuses aangeboden en vordering verminderd. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:29 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/730458 / DW RK 23/71 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 20-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:29
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de wijze van het betekenen van een exploot. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1771
- Datum publicatie: 19-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:110
Klacht tegen psychiater. Klager heeft sinds 2009 onafgebroken een rechterlijke machtiging opgelegd gekregen. De psychiater heeft klager een aantal keer beoordeeld voor de verlenging van de rechterlijke machtiging (zorgmachtiging). Klager verwijt de psychiater dat zij geen onafhankelijke psychiater is en dat zij bij de rechter dingen beweert over het ziekbeeld van klager zonder klager te zien of te spreken. Klager verwijt de psychiater verder dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan insluiping en dat de psychiater zonder toestemming bijna in zijn woning stond. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1236
- Datum publicatie: 19-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:106
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klager is ten behoeve van zijn re-integratie na ziekte begeleid door een bedrijfsarts. Nadat de begeleiding door deze bedrijfsarts is gestaakt, is beklaagde verzocht de begeleiding op zich te nemen. Vervolgens heeft een briefwisseling plaatsgevonden tussen klager en de beklaagde over onder meer het bedrijfsgeneeskundig dossier. Uiteindelijk heeft beklaagde klager schriftelijk laten weten de begeleiding niet op zich te zullen nemen. Klager verwijt de beklaagde – onder meer – tegenwerking bij het verkrijgen van het complete bedrijfsgeneeskundig dossier en het eenzijdig en ongemotiveerd onttrekken aan en het stopzetten van de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachten ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:107 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1462
- Datum publicatie: 19-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:107
Klacht tegen chirurg. De chirurg heeft bij klager een operatie (thoracoscopische) uitgevoerd sympatectomie vanwege klachten van overmatig okselzweten (hyperhidrosis). Later heeft de chirurg klager opnieuw geopereerd in verband met de aanhoudende klachten aan de linkerzijde van de borstholte ter hoogte van het litteken. Klager verwijt de chirurg dat hij: (1) bij de eerste operatie een medische fout heeft gemaakt, (2) het medisch dossier van klager onjuist heeft bijgehouden, (3) onvoldoende kennis en ervaring had om de operatie uit te voeren, (4) klager voor de operatie niet heeft laten weten dat hij de operatie niet (volledig) zelf zou verrichten, (5) klager tijdens de intake niet heeft gewezen op de risico’s van de operatie en (6) bij de tweede operatie klager na het verlaten van de operatiekamer geen/onvoldoende nazorg heeft geboden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager, dat alleen betrekking heeft op de klachtonderdelen 1 tot en met 5.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-269/DB/LI
- Datum publicatie: 19-06-2023
- Datum uitspraak: 16-06-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:74
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van advocaat van de wederpartij. Kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 47b Advocatenwet (ne bis in idem).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022.1721
- Datum publicatie: 19-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:108
Klacht tegen huisarts. Klager was tot eind 2021 patiënt in de praktijk van de huisarts. Klager voelt zich onder meer onheus bejegend en niet serieus genomen door de huisarts en stelt dat de huisarts hem passende zorg heeft geweigerd. Hij maakt de huisarts in dat verband meerdere verwijten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5148
- Datum publicatie: 19-06-2023
- Datum uitspraak: 16-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:123
IGJ heeft onderzoek gedaan naar de zorg voor een patiënte bij de organisatie waar beklaagde werkte als psychiater. De patiënte leed aan anorexia nervosa en persoonlijkheidsproblematiek. Zij was sinds 2014 onder behandeling bij verschillende instellingen. Ook was zij diverse keren opgenomen. De psychiater was in ieder geval vanaf mei 2018 regiebehandelaar. Patiënte is eind 2018 overleden. IGJ verwijt de psychiater dat hij de behandeling van patiënte op onzorgvuldige wijze heeft uitgevoerd en onvoldoende verslag heeft gedaan van haar behandeling. Het college komt tot het oordeel dat de psychiater bij de behandeling van patiënte tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat de klacht gegrond is. De psychiater heeft – kort gezegd – onvoldoende regie gevoerd over de behandeling van patiënte en ook de verslaglegging daarvan was onvoldoende. Het college legt een geheel voorwaardelijke schorsing op van twee maanden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:109 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1799
- Datum publicatie: 19-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:109
Klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster is bevallen in het ziekenhuis waar de gynaecoloog werkzaam is. Een klinisch verloskundige heeft de bevalling begeleid. Bij de bevalling was het niet nodig een beroep te doen op de gynaecoloog, zij was dan ook niet bij de bevalling aanwezig. De klacht gaat over wat de gynaecoloog heeft gezegd tijdens een klachtprocedure van klaagster tegen onder andere de klinisch verloskundige die de bevalling heeft geleid over waarom ‘ja‘ is aangevinkt in het partusverslag bij ‘navelstrengbloeddonatie’. Klaagster heeft er ook over geklaagd dat de gynaecoloog ten onrechte in haar medisch dossier heeft gekeken. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4663
- Datum publicatie: 16-06-2023
- Datum uitspraak: 16-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:153
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft niet gehandeld volgens de NVAB Richtlijn Conflicten in de werksituatie. De bedrijfsarts heeft haar inschatting dat geen sprake was van arbeidsongeschiktheid op grond van ziekte of gebrek, volstrekt onvoldoende onderbouwd. Ook heeft zij nagelaten haar oordeel te herzien toen klaagster haar klachten aan de bedrijfsarts kenbaar maakte. Met de wetenschap dat de huisarts van oordeel was dat er sprake was van ziekte, had het op de weg van de bedrijfsarts gelegen om informatie in te winnen bij de huisarts. Dit heeft zij nagelaten. Onheuse bejegening komt niet vast te staan. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:110 Raad van Discipline Amsterdam 23-009/A/A
- Datum publicatie: 16-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:110
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klager 1 heeft als 100% aandeelhouder van klager 2 slechts een afgeleid belang bij de klacht over verweerder en dat is onvoldoende voor ontvankelijkheid. Het is de raad niet gebleken dat verweerder zich heeft beroepen op valse dan wel gefingeerde vorderingen en stukken en ook niet dat verweerder wist of behoorde te weten dat de informatie die hij van zijn cliënt kreeg onjuist was. Er is in ieder geval geen moment aan te wijzen waarop verweerder namens zijn cliënt bewust stukken heeft ingediend waarvan hij wist dat die gefingeerd waren. Het debat over deze stukken is pas ontstaan nadat verweerder de vordering namens zijn cliënt had ingediend. Het enkele feit dat in de onderliggende procedure tussen klager 2 en de heer O. door de rechtbank Amsterdam op 18 mei 2022 een oordeel is gegeven over de status dan wel de rechtsgeldigheid van de vordering van de heer O. en de stukken waarop hij die heeft gebaseerd, brengt niet mee dat verweerder deze stukken nooit in die procedure had mogen overleggen of had moeten weten dat die stukken onjuiste informatie bevatten. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:104 Raad van Discipline Amsterdam 23-280/A/NH
- Datum publicatie: 16-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:104
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft bij zijn optreden de vrijheid die hij als advocaat wederpartij geniet niet overschreden. Evenmin is gebleken dat verweerder confidentiële informatie over klaagster uit een andere zaak tegen klaagster heeft gebruikt in de onderhandelingen met klaagster.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:111 Raad van Discipline Amsterdam 23-067/A/A
- Datum publicatie: 16-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:111
Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen ongegrond. Verweerder heeft zich niet onnodig grievend uitgedrukt en de grenzen van de aan hem als advocaat toekomende vrijheid bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt niet overschreden. Ten aanzien van het klachtonderdeel b) is het niet aan de tuchtrechter om hierover een oordeel te vellen, nu hierover door de rechter reeds is beslist.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:105 Raad van Discipline Amsterdam 23-282/A/A
- Datum publicatie: 16-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:105
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:112 Raad van Discipline Amsterdam 23-061/A/NH
- Datum publicatie: 16-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:112
Raadsbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening. Klachtonderdeel a) gegrond. Niet gebleken is dat verweerder klager op enige manier heeft geïnformeerd over de mogelijkheden tot het aanvragen van gefinancierde rechtsbijstand of dat hij hier op enigerlei wijze nader onderzoek voor klager naar heeft gedaan. Verweerder heeft hierdoor niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Klachtonderdeel b) gegrond. Uit niets blijkt dat verweerder klager erop heeft gewezen dat klager bij verlies van de zaak in de kosten zou worden veroordeeld en dat alle door klager gemaakte kosten dan vergeefs zouden zijn. Het had op de weg van verweerder gelegen om zowel de (geringe) slagingskans voor klager als ook de overige opties en gevolgen voor klager in de procedure schriftelijk vast te leggen. Klachtonderdeel c) ongegrond. Anders dan klager stelt, is de raad niet van oordeel dat verweerder in de dienstverlening jegens klager juridisch ondermaats heeft gepresteerd. Aan verweerder is de maatregel van een berisping met kostenveroordeling opgelegd.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 166
- Pagina: 167
- Pagina: 168
- ...
- Pagina: 968
- Volgende pagina zoekresultaten