Zoekresultaten 8251-8300 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:159 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-736/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager op 27 juli 2021 geen kopie van het verzoekschrift aan hem te sturen. Er is geen (proces)regel die verweerder daartoe verplicht. Gedragsregel 21 is hier niet van toepassing, omdat nog geen sprake was van een aanhangig geding over het ontslag van de executeurs toen verweerder zijn verzoekschrift bij de kantonrechter indiende. Dat geding werd pas aanhangig door indiening van het verzoekschrift en niet door de eerder jegens de cliënte van verweerder uitgebrachte dagvaarding, die immers zag op verdeling van de nalatenschap en niet op het ontslag van de executeurs testamentairs. Er is ook geen (proces) regel die verweerder verplicht om in het verzoekschrift te vermelden dat tussen dezelfde partijen een dagvaardingsprocedure aanhangig was gemaakt. Klacht in beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:43 Accountantskamer Zwolle 23/980 Wtra AK

    Ambtshalve beslissing ex artikel 5 lid 4 Wtra, n.a.v. niet betalen opgelegde boete. Oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van zes maanden. De Accountantskamer rekent het betrokkene zwaar aan dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd. Voor het goed functioneren van het accountantsberoep en de in verband daarmee op basis van wetgeving bestaande tuchtrechtspraak ten aanzien van accountants is het immers van groot belang dat tuchtrechtelijke uitspraken geheel worden nagekomen. Door het negeren van een tuchtrechtelijke uitspraak heeft betrokkene bovendien het accountantsberoep in diskrediet gebracht, waardoor ook sprake is van schending van het fundamentele beginsel van professionaliteit.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:134 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-805/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:121 Raad van Discipline Amsterdam 22-757/A/NH

    Verzetzaak. Het verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:101 Hof van Discipline 's Gravenhage 220121

    Bekrachtiging onder verbetering van gronden. In hoger beroep is slechts nog aan de orde of verweerder klager voldoende en tijdig heeft geïnformeerd over het recht op een toevoeging. Het ging in deze zaak om bijstand in de eerste fase van een strafzaak, met voorarrest. Het hof acht aannemelijk dat er bij de eerste ontmoetingen tussen klager en verweerder op het politiebureau onvoldoende tijd was om alles te bespreken. Verweerder valt dus niet te verwijten dat hij de toevoeging niet meteen besproken heeft. Verweerder heeft klager echter niet voldoende voorgelicht over het recht op een toevoeging en de gevolgen van het afzien daarvan. Verweerder is tekortgeschoten aldus in goede voorlichting aan klager over de financiering van zijn bijstand. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder heeft gecontroleerd of klager voor een toevoeging in aanmerking kwam en, indien dat zo was, klager een gewogen beslissing kon nemen tussen bijstand op grond van een toevoeging of op betalende basis. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:128 Raad van Discipline Amsterdam 22-834/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:44 Accountantskamer Zwolle 23/977 Wtra AK

    Ambtshalve beslissing ex artikel 5 lid 4 Wtra, n.a.v. niet betalen opgelegde boete. Oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van zes maanden. De Accountantskamer rekent het betrokkene zwaar aan dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd. Voor het goed functioneren van het accountantsberoep en de in verband daarmee op basis van wetgeving bestaande tuchtrechtspraak ten aanzien van accountants is het immers van groot belang dat tuchtrechtelijke uitspraken geheel worden nagekomen. Door het negeren van een tuchtrechtelijke uitspraak heeft betrokkene bovendien het accountantsberoep in diskrediet gebracht, waardoor ook sprake is van schending van het fundamentele beginsel van professionaliteit.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4522

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. De klacht luidt dat er niet adequaat is gehandeld nadat klaagster meermaals met klachten als bloedverlies en krampen/pijnklachten naar de praktijk heeft gebeld. Het college is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij was niet betrokken bij de behandeling van klaagster en de bedoelde telefonische consulten. Het enige contact dat zij met klaagster had was nadat klaagster was geopereerd. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-279/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels niet-ontvankelijk ex art. 46g Advocatenwet en deels kennelijk ongegrond wegens ontbreken feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-293/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het hoger beroep niet door te zetten. Een advocaat is namelijk niet gehouden een procedure aanhangig te maken of voort te zetten, indien hij geen mogelijkheid ziet deze met succes te voeren, ook niet als die advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet door de deken is aangewezen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4991

    Gegronde klacht tegen een verloskundige. Klaagster verwijt verweerster dat zij niet adequaat heeft gehandeld nadat klaagster meermaals met klachten van bloedverlies en krampen/pijnklachten naar de praktijk heeft gebeld. Het college is van oordeel dat verweerster tijdens het telefonisch consult had moeten onderkennen dat de klachten van klaagster wel degelijk kunnen duiden op een EUG. Verweerster valt een tuchtrechtelijk verwijt te maken, nu zij klaagster ongezien heeft ‘weggestuurd’ om af te wachten tot de geplande echo. Van verweerster had verwacht mogen worden dat zij in dit geval, ook gelet op de onrust bij klaagster, de echo had vervroegd. Klacht gegrond verklaard. Het college is van oordeel dat niet met een waarschuwing kan worden volstaan. Bij verweerster leek weinig besef te bestaan over wat er aan de hand zou kunnen zijn en de mogelijke ernst daarvan. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4992

    Gegronde klacht tegen een verloskundige. Klaagster verwijt verweerster dat zij niet adequaat heeft gehandeld nadat klaagster meermaals met klachten van bloedverlies en krampen/pijnklachten naar de praktijk heeft gebeld. Het college overweegt dat zelfs bij een zwangerschapsduur van minder dan zes weken een EUG door middel van transvaginale echoscopie herkend en gelokaliseerd kan worden. Verweerster heeft ter zitting verklaard dat zij zelf geen echo’s kan maken. Dat betekent dus dat verweerster klaagster diezelfde dag had moeten doorverwijzen. Zij kon zeker niet volstaan met afwachten tot het moment waarop een echo gepland stond. Dat geldt temeer nu sprake was van aanhoudende klachten gedurende twee weken, dit al de derde keer was dat klaagster met onrust en klachten naar de praktijk belde en dit het tweede contact met verweerster was. Klacht gegrond verklaard. Het college acht in dit geval de maatregel van berisping passend en geboden. Bij verweerster leek weinig besef te bestaan over wat er aan de hand zou kunnen zijn en de mogelijke ernst daarvan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-444/AL/GLD

    De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:116 Raad van Discipline Amsterdam 23-306/A/A

    Voorzittersbeslissing; Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Een beroep op de uitzonderings- ofwel verlengingsgrond van artikel 46g lid 2 Advocatenwet slaagt niet. Op grond van dit artikel blijft na afloop van de vervaltermijn van drie jaar een niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien de klacht is ingediend uiterlijk één jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend zijn aan te merken. Uitgaande van de stelling van klagers dat zij pas op 15 oktober 2020 bekend zijn geworden met de gevolgen van verweerders advies, hadden klagers uiterlijk één jaar later - derhalve uiterlijk op 15 oktober 2021 - hun klacht over verweerder moeten indienen. Dus ook in dat geval is de klacht van 6 januari 2023 derhalve te laat ingediend. Overigens acht de voorzitter de stelling van klagers ook inhoudelijk niet aannemelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-444/AL/GLD

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:117 Raad van Discipline Amsterdam 23-309/A/A 23-310/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in de rol van onafhankelijk adviseur. Ten aanzien van klaagster worden de beide klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, gelet op het ontbreken van een rechtstreeks belang voor klaagster. Ten aanzien van klager worden de beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard nu geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerders. Verweerders mochten er vanuit gaan dat klager het ermee eens was dat de second opinion zowel aan klager als ook aan zijn rechtsbijstandverzekeraar zou worden verstrekt en dit was, gelet op de rol van verweerders in de procedure ook een logische en juiste gang van zaken.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4034

    Klacht tegen verzekeringsarts gegrond en berisping. Het rapport niet voldoet aan de eis van inzichtelijkheid en consistentie van de gronden waarop de conclusie steunt. Onbegrijpelijk is dat de verzekeringsarts haar conclusie alleen heeft doen steunen op het feit dat geen van de specialisten een zodanige afwijking heeft kunnen vaststellen dat tot het aannemen van arbeidsbeperkingen zou moeten worden geconcludeerd. Wellicht kunnen deze aandoeningen niet ieder voor zich de arbeidsbeperkingen verklaren, maar tezamen geven zij wel een inzichtelijk, plausibel en consistent beeld waarbij, op grond van het MAOC, in redelijke mate beperkingen voor arbeid kunnen worden aangenomen. Het college meent dat de verzekeringsarts, bij het interpreteren van de onderzoeksbevindingen en de verdere informatie die haar ter beschikking stond, selectief te werk is gegaan. Zij had niet alleen de factoren moeten meewegen die tegen het aannemen van arbeidsbeperkingen pleiten, maar ook de factoren die daarvóór pleiten. Zij noemt die wel in het rapport, maar zij maakt niet inzichtelijk of en hoe zij deze factoren heeft gewogen en de uitkomst van die weging in de conclusie heeft laten doorwerken. Bij het opleggen van de maatregel is van belang dat het op de juiste wijze wegen van alle voorhanden zijnde informatie tot de kern van het vak van verzekeringsgeneeskundige behoort. Bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling zal gewaakt moet worden voor eenzijdige en voorbarige oordeelsvorming, omdat deze voor de cliënt verregaande negatieve consequenties kan hebben.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-439/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5086

    Klacht tegen tandarts deels gegrond. De klacht gaat over het plaatsen van twee implantaten in de tandeloze onderkaak ten behoeve van een klikgebit. Klaagster verwijt de tandarts onder meer dat hij haar niet heeft voorgelicht en dat hij onzorgvuldig en intimiderend heeft gehandeld. De klacht is gegrond wat betreft de voorlichting/informed consent voorafgaand aan de behandeling. Voor het overige is de klacht ongegrond. Aan de tandarts wordt geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-227/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5031

    De klacht gaat over de vraag of beklaagde als huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden door te laat te komen op een afspraak en de wijze waarop zij heeft gecommuniceerd met de familie. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond omdat de feiten waar de klachtonderdelen op zijn gebaseerd niet konden worden vastgesteld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:113 Raad van Discipline Amsterdam 23-298/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft met het doen van haar uitlatingen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld en van een schending van gedragsregel 8, dan wel van artikel 10/10a van de Advocatenwet is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:114 Raad van Discipline Amsterdam 23-300/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:115 Raad van Discipline Amsterdam 23-302/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over een advocaat van een derde. Verweerster heeft een oordeel gegeven over de door de bewindvoerder aan haar voorgelegde juridische kwestie ten aanzien van de verkoop van de woning aan klager. Het begrip te kwader trouw dat zij in haar advies heeft gebruikt over klager betreft een juridisch gebruikelijke term die passend en functioneel is in het advies dat zij de bewindvoerder wenste te geven. De gekozen bewoordingen en toonzetting zijn tuchtrechtelijk aanvaardbaar en daarmee niet onnodig grievend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:129 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-292/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de dienstverlening van eigen advocaat. Klachtonderdelen allen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:99 Hof van Discipline 's Gravenhage 220161

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Hoger beroep verweerder. Het hof kan niet vaststellen dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt over de hoedanigheid waarin hij optrad. Klacht ongegrond. Vernietiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1805

    Klacht tegen een MDL-arts. Klaagster is vanwege buikpijnklachten eind 2018 opgenomen op de afdeling maag-, darm en leverziekten van het ziekenhuis waar de MDL-arts werkzaam is.Klaagster verwijt de MDL-arts dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld omdat zij de buikpijnklachten toeschreef aan het Irritable Bowel Syndrome (IBS) en de verhoogde leverwaarden aan het syndroom van Mauriac, de galblaasoperatie heeft tegengehouden en geen ursodeoxycholzuur heeft verstrekt, klaagster te lang met bloedarmoede heeft laten rondlopen, de zorg uit het buitenland niet adequaat heeft opgepakt, niets heeft gedaan met de zorgvraag van een andere zorgprofessional (endocrinoloog), en dat zij klaagster onnodig met onhoudbare koliekpijn heeft laten lijden. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:112 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1804

    Klacht tegen een ambulanceverpleegkundige. Klaagster is vanwege ernstige buikklachten eind 2019 met spoed naar de spoedeisende hulp van een ziekenhuis gebracht. De ambulanceverpleegkundige was betrokken bij de zorg van klaagster ten tijde van de ambulancerit naar het ziekenhuis. Klaagster verwijt de ambulanceverpleegkundige dat hij op basis van haar gewicht teveel en te snel fentanyl heeft toegediend, het toedienen van fentanyl een medische fout is, welke als zodanig niet is gemeld bij de instanties, dat zij als gevolg van de fentanyl een harstilstand heeft gekregen waardoor zij nu hartfalen heeft en door het instellen op hartmedicatie ook nierfalen heeft gekregen, en dat hij niet direct is begonnen met reanimeren. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2023:12 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-39

    De notaris is niet onpartijdig geweest, heeft niet zorgvuldig (genoeg) gehandeld, heeft de vormvoorschriften niet zorgvuldig nageleefd, heeft gedwaald, is zijn onderzoeksplicht niet nagekomen, heeft onjuiste informatie verstrekt, heeft druk, dreiging en dwang uitgeoefend en heeft een bankfunctie vervuld. Verder heeft de notaris niet gereageerd op de diverse e-mailberichten die klager hem heeft gestuurd.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2023:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-07

    Klagers verwijten de notaris dat hij zijn zorgplicht heeft geschonden. Bij de inschrijving van de koopovereenkomst in het Kadaster heeft de notaris niet gecontroleerd of de beschikking, gewezen tussen de curator en klaagster, legitiem was. Ook heeft de notaris niet gecontroleerd of de handtekening van klager onder de koopovereenkomst echt was. Verder verwijten klagers de notaris dat hij niet heeft gecontroleerd of hypotheekbank en de rechter-commissaris akkoord waren met de verkoop van de woning.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:97 Hof van Discipline 's Gravenhage 220010

    Klacht van curatoren. Beroep ingesteld door klagers. Verweerder was niet gehouden toestemming te vragen aan klagers om (namens zijn cliënt) een klachtprocedure bij de Accountantskamer te voeren. Die procedure kon de boedel niet binden. Het betreft een procedure die een failliet zelfstandig kan voeren. Het staat voldoende vast dat verweerder beschikte over een getekende opdrachtbevestiging van de derde die kosten van de procedure zou voldoen. Verweerder heeft aan de deken uiteengezet dat hij de identiteit van de derde heeft geverifieerd en dat de derde zich heeft gelegitimeerd. Ook heeft hij aan de deken uiteengezet om welke reden de derde bereid is de kosten te voldoen. De deken heeft de door verweerder verstrekte informatie op juistheid getoetst. Dat die toets onjuist of onvoldoende is geweest is niet gesteld of gebleken. Dat verweerder zich ten onrechte door een derde heeft laten betalen is niet komen vast te staan. Evenmin is gebleken dat verweerder niet integer heeft gehandeld door het op verwijtbare wijze meewerken aan heling, witwassen, bedrieglijke bankbreuk en/of valsheid in geschrifte. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:100 Hof van Discipline 's Gravenhage 220205S

    Klacht tegen de eigen advocaat. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, waarin de klachten gegrond zijn verklaard, omdat ook bij het hof niet duidelijk is geworden of verweerder iets heeft gedaan voor klager na de eerste brief uit 2014 en zo ja, wat dat precies is geweest. Waaraan de door klager betaalde bedragen zijn besteed heeft verweerder niet kunnen uitleggen en verweerder heeft pas na de zitting bij het hof zijn dossier aan klager verstrekt. Ook de maatregel van een voorwaardelijk schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van twee weken met als bijzondere voorwaarde dat verweerder klager een schadevergoeding van € 2.000,- betaalt wordt gehandhaafd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:98 Hof van Discipline 's Gravenhage 220348

    Hoger beroep tegen verzetsbeslissing van de raad, waarbij het verzet ongegrond is verklaard. Klager is het niet eens met de inhoudelijke beoordeling van de raad en is kennelijk uit op een inhoudelijke (her)beoordeling door het hof. Dergelijke klachten leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Als de raad het eens is met de beslissing van de voorzitter volstaat een verkorte motivering. Beroep niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:92 Hof van Discipline 's Gravenhage 220016 220017

    Voortzetting klacht tegen verweerders in hoedanigheid van bestuurder van de Stichting Derdengelden ingevolge artikel 57 juncto 47a van de Advocatenwet. Oneigenlijke gebruik rekening Stichting Derdengelden door deze als ware het een (bouw)depot voor betalingsverkeer cliënt ter beschikking te stellen. Afwijzing ontvankelijkheidsverweer en verweer t.a.v. beperkte betrokkenheid verweerder 2. Bevestiging beslissing raad. Handelen in strijd met de Verordening op de Advocatuur. Maatregel van berisping en de veroordeling in de (proces)kosten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:78 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-998/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht tegen verweerder in hoedanigheid van deken. De klachtonderdelen 1 en 2 hebben betrekking op het optreden van verweerder in oktober 2018. Klager heeft zich op 16 maart 2022 met een klacht over deze handelwijze van verweerder tot het Hof van Discipline gewend, zodat deze klachtonderdelen op grond van artikel 46g Advocatenwet niet-ontvankelijk zijn. Ter zake de klachtonderdelen 3 tot en met 6 oordeelt de raad dat niet is gebleken verweerder zich bij de vervulling van de functie van deken zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:93 Hof van Discipline 's Gravenhage 220018

    Klacht over eigen advocaat. Beroep ingesteld door klagers. Het hof is net als de raad van oordeel dat sprake is van forse declaraties, maar niet van excessief declareren. Het had op de weg van verweerder gelegen om, mede gezien de kosten van de procedure, de afweging om een schikkingspoging te ondernemen met klagers te bespreken. Niet is gebleken dat verweerder dit heeft gedaan. Het beroep van klagers slaagt in zoverre. Klachtonderdeel alsnog gegrond. Geen zelfstandige maatregel, naast de al door de raad opgelegde waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:94 Hof van Discipline 's Gravenhage 230016

    Appelverbod, te laat ingediend beroep. Klaagster heeft het beroepschrift niet binnen de in artikel 56 lid 1 Advocatenwet bepaalde termijn ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Beroep van klaagster niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4721

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is werkzaam bij de medische dienst in een justitiële instelling en heeft klager aldaar eenmaal beoordeeld. Gelet op de klachten van klager, waaronder niet meer aanwezige uitstralingspijn, was er geen reden om klager naar een arts door te verwijzen of een ECG te laten maken. De verpleegkundige heeft duidelijke instructies gegeven bij pijn op de borst. Er blijkt niet van andere betrokkenheid. Klacht is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:95 Hof van Discipline 's Gravenhage 220338

    Art. 13 beklag. Het indienen van een herzieningsverzoek staat bij de Hoge Raad niet voor klager open. Dit betekent dat deze procedure geen redelijke kans van slagen heeft. De deken mocht het aanwijzingsverzoek daarom afwijzen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:89 Hof van Discipline 's Gravenhage 210286

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij over de wijze waarop deze gebruik heeft gemaakt van zijn derdengeldenrekeningen. De raad heeft de klacht deels niet-ontvankelijk verklaard en heeft deze voor het overige ongegrond verklaard. Het hof is van oordeel dat het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, bij gebreke van een geldige volmacht. Daaruit volgt dat de beslissing van de raad in stand blijft.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5116

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige, destijds werkzaam bij een psychiatrische instelling, heeft klaagster thuis bezocht naar aanleiding van een recent verlopen inbewaringstelling. De stellingen van klaagster, dat sprake is van valsheid in geschrifte, het verdraaien van feiten, stalking en bedreiging, vinden geen steun in de stukken. Het college heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat in het medisch dossier iets anders staat beschreven dan wat er in werkelijkheid is gebeurd. Het college constateert dat de opname- en behandeldata zoals door de verpleegkundige genoteerd in de uitschrijfbrief aan de huisarts niet overeenkomen met het medisch dossier, maar dit is onvoldoende om te concluderen dat er sprake is van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:96 Hof van Discipline 's Gravenhage 220347

    Art. 13 beklag. Het is niet duidelijk waarom klaagster het niet eens is met de beslissing van de deken. Het beklag sluit niet aan op de beslissing van de deken. Het hof verklaart het beklag ongegrond. Klaagster moet er rekening mee houden dat een volgend beklag, wegens misbruik van recht, buiten behandeling zal worden gesteld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-960/DB/ZWB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:90 Hof van Discipline 's Gravenhage 210236

    Klacht tegen eigen advocaat. klachten zien op de kwaliteit van de dienstverlening. Klagers verwijten haar dat ze fouten heeft gemaakt in de procedure, slecht verweer heeft gevoerd, klagers slecht heeft bijgestaan, excessief heeft gedeclareerd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-203/DB/LI/D

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar. Verweerster is in een zaak, waarin de verdenking van handel in cocaïne en witwassen aan de orde was geweest, te lichtvaardig afgegaan op het verzoek van een tussenpersoon om eerder door het OM in beslag genomen goederen met een grote waarde (een Rolex horloge en Prada tas) op te halen. Verweerster heeft de goederen zonder voorafgaande opdrachtbevestiging en eenduidige afspraken opgehaald en onder zich genomen. Het handelen van verweerster komt in strijd met de kernwaarde integriteit zoals vastgelegd in artikel 10a lid 1 aanhef en sub d Advocatenwet. Dekenbezwaar gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:91 Hof van Discipline 's Gravenhage 210237

    Klager heeft een voormalig client van verweerster bijgestaan in een klachtprocedure tegen verweerster. Hij beklaagt zich erover dat ze kantoor houdt op meerdere locaties en hem ten onrechte beticht van onheus gedrag. Hij wil haar secretaresse oproepen als getuige.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-110/DB/OB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4013

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts. Klaagster heeft bij de gemeente een aanvraag voor een elektrische rolstoel en een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) ingediend. Op verzoek van de gemeente heeft de arts klaagster medisch beoordeeld en een sociaal-medisch advies ten behoeve van die aanvragen opgesteld. Het advies luidde geen medische noodzaak voor een rolstoel of GPK. Klaagster verwijt de arts dat hij 1) de adviesrapportage onzorgvuldig heeft opgesteld door daarin onder meer onjuistheden te vermelden, 2) onvoldoende rekening heeft gehouden met de fysieke impact van de beperkingen als gevolg van de aandoening van klaagster, 3) zijn advies niet heeft willen wijzigen nadat hem extra informatie was verstrekt en dat hij 4) geen duidelijk informatie aan klaagster heeft gegeven over het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht. Het college komt tot het oordeel dat het 3e klachtonderdeel gegrond is; naar aanleiding van de additionele informatie had de arts zijn advies niet zonder meer mogen handhaven. Het college verklaart de klacht voor het overige ongegrond en legt de arts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:87 Hof van Discipline 's Gravenhage 220040

    Klacht tegen de advocaat van een wederpartij ongegrond. Bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5223

    De klacht gaat over de vraag of beklaagde heeft gehandeld als van een redelijk bekwaam en redelijk handelend anesthesioloog/intensivist verwacht mag worden door aan een patiënt met Covid-19 (oraal) enoximon voor te schrijven in de thuissituatie terwijl het geneesmiddel hiervoor niet is geregistreerd. Beklaagde heeft daarbij de zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen door niet (vooraf) te overleggen met de huisarts van de patiënt en de patiënt onvoldoende te monitoren tijdens het gebruik van het middel. Het college verklaart de klacht gegrond en legt aan beklaagde de maatregel van berisping op.