Zoekresultaten 8201-8250 van de 48384 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:43 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/716176 DW RK 22/142 MK/SM
- Datum publicatie: 10-07-2023
- Datum uitspraak: 23-06-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:43
Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel: waarschuwing. De communicatie vanuit (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder is niet goed verlopen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:44 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/711200 DW RK 21/569 MK/SM
- Datum publicatie: 10-07-2023
- Datum uitspraak: 23-06-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:44
Klacht gegrond. Maatregel gerechtsdeurwaarder sub 1: waarschuwing. Maatregel gerechtsdeurwaarder sub 2: schorsing twee weken. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarders onrechtmatig de registers van de Rijksdienst voor het Wegverkeer en het digitaal beslagregister hebben geraadpleegd en de onrechtmatig verkregen gegevens hebben gedeeld met een derde. Daarnaast zouden zij ook valselijk hebben verklaard over de verwerking van persoonsgegevens. De kamer overweegt dat gerechtsdeurwaarder sub 1 niet adequaat genoeg heeft gehandeld op het inzageverzoek van klager ten aanzien van zijn persoonsgegevens. Gelet op de gedeelde verantwoordelijkheid voor de inrichting van hun kantoor(administratie) wordt zowel gerechtsdeurwaarder sub 1 als sub 2 aangerekend dat medewerkers onterecht aan de slag kunnen gaan met voor hen onbekende persoonsgegevens. Gerechtsdeurwaarder sub 2 heeft erkend dat de op zijn instructie gedane RDW-bevraging van 6 september 2021, niet is uitgevoerd conform de daartoe strekkende regelgeving. Dit heeft met zich meegebracht dat thans sprake is geweest van de onjuiste verwerking van persoonsgegevens. Daarnaast heeft hij zijn bevindingen uit de RDW-bevraging gedeeld met een derde. Maar nu er geen (wettelijke) grondslag was voor de RDW-bevraging leidt dat ertoe dat ook het delen van de (persoons)gegevens onjuist was.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:41 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/713360 DW RK 22/48 MK/SM
- Datum publicatie: 10-07-2023
- Datum uitspraak: 23-06-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:41
Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: berisping. In weerwil van wat daarover is opgenomen in het beslagverlof heeft de gerechtsdeurwaarder, in samenspraak met zijn opdrachtgever, een voorselectie van de beslagbescheiden gemaakt. De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat er een verschil van inzicht kan ontstaan over de interpretatie van het beslagverlof, waar de grens ligt en de betekenis hiervan voor het handelen van de uitvoerend deurwaarder. De gerechtsdeurwaarder wijst hierbij nadrukkelijk op zijn eigen verantwoordelijk om hierop te acteren. De kamer overweegt dat de gerechtsdeurwaarder met zijn handelen zoals hij dat gedaan heeft eigenlijk op de stoel van de rechter is gaan zitten.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:42 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/713428 / DW RK 22/53 MK/SM
- Datum publicatie: 10-07-2023
- Datum uitspraak: 23-06-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:42
Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder de geheimhoudingsplicht heeft geschonden door het volledige adres van klager in het exploot te vermelden. Ingevolge artikel 45 lid 3, aanhef en onder d, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt in het algemeen aangenomen dat het volledige adres in een exploot vermeld moet worden. Binnen het toepasselijke tuchtrecht is eerder geoordeeld dat als sprake is van een geheim adres een afwijking van dit uitgangspunt (vermelding van het adres) niet tuchtrechtelijk laakbaar hoeft te zijn als er gegronde redenen zijn om van dit uitgangspunt af te wijken. Zie de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 1 augustus 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:3097). Anders gezegd: een geheim adres is niet steeds voldoende om geen adres op te nemen in een exploot. In dit geval is het beslagexploot van 20 januari 2022 in een gesloten envelop, zonder vermelding van het adres van klager op de envelop, op het adres van klager achtergelaten en wordt het exploot verder niet met anderen gedeeld.
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:46 Accountantskamer Zwolle 22/2209 Wtra AK
- Datum publicatie: 07-07-2023
- Datum uitspraak: 07-07-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:46
Ongegronde klacht. Betrokkene is als gemachtigde van een onderneming in 2017 betrokken geweest bij de ontslagprocedure van een werkneemster van deze onderneming. Volgens klager heeft betrokkene bij de aanvraag om de ontslagvergunning bij het UWV en de daaropvolgende procedures bij de kantonrechter en het gerechtshof valsheid in geschrifte gepleegd en heeft hij daarbij samengespannen met anderen. Ook verwijt klager betrokkene dat hij zijn klachten niet in behandeling heeft willen nemen en dat hij heeft geweigerd om met klager over zijn klachten te overleggen. Naar het oordeel van de Accountantskamer heeft betrokkene tijdens de ontslagprocedure een verdedigbaar civielrechtelijk standpunt ingenomen. Ook kan betrokkene niet worden verweten dat hij de klachten van klager niet in behandeling heeft genomen of dat hij niet met klager heeft willen overleggen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:47 Accountantskamer Zwolle 22/1961 Wtra AK
- Datum publicatie: 07-07-2023
- Datum uitspraak: 07-07-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:47
Betrokkene heeft in verband met een gerechtelijke procedure in opdracht van een van de partijen in die procedure een rapport opgesteld. Betrokkene heeft in zijn rapport geschreven dat hij Standaard 4400N heeft toegepast. Hoewel volgens betrokkene alle personen in de procedure de beoogde gebruikers van zijn rapport zijn, heeft hij niet met al deze personen over de opdracht en de uit te voeren werkzaamheden overleg gevoerd. Feitelijk heeft betrokkene een rapport uitgebracht ter ondersteuning van een partij in een geschil (Handreiking 1127). Omdat betrokkene Standaard 4400N op zijn opdracht van toepassing acht, heeft de Accountantskamer het rapport aan deze Standaard getoetst. Het rapport doorstaat die toetsing niet en heeft op belangrijke onderdelen ook geen deugdelijke grondslag. Daarom legt de Accountantskamer de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/415247 KL RK 23-09
- Datum publicatie: 07-07-2023
- Datum uitspraak: 20-06-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:33
Ongegronde klacht. Artikel 93 Wna, artikel 17 Wna en artikel 21 Wna. Klagers hebben onroerend goed verkocht aan kopers. Kopers hebben voor de notaris gekozen als passerend notaris voor de leveringsakte. Tussen klagers en kopers is een conflict ontstaan over het inroepen door kopers van een ontbindende voorwaarde. De notaris heeft vervolgens zijn diensten opgeschort. De klacht van klagers valt uiteen in de volgende onderdelen: het innemen van een partijdig standpunt; de onzorgvuldige handelwijze; de (ontbrekende) communicatie en de weigering tot dienstverlening. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard. Wel constateert de kamer dat de communicatie door de notaris op een aantal punten beter had gekund. Hoewel de notaris de uitdrukkelijke intentie had om zich buiten het geschil van klagers en kopers te houden, lijkt deze intentie zich door de onduidelijke communicatie van de notaris juist tegen hem te hebben gekeerd. De verwijten die de notaris ten aanzien van zijn communicatie zijn te maken, zijn echter niet van zodanig aard dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4551
- Datum publicatie: 07-07-2023
- Datum uitspraak: 07-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:169
Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De schoonmoeder van klaagster verbleef in het verpleeghuis waar de verpleegkundige destijds werkzaam was. Klaagster heeft meerdere klachten over hoe haar schoonmoeder in de laatste weken van haar leven is verzorgd, onder andere door de verpleegkundige. De verpleegkundige voert verweer. Het college komt tot het oordeel dat één van de klachtonderdelen gegrond is, namelijk dat de verpleegkundige er onvoldoende zorg heeft verleend met betrekking tot het aanbieden van voeding en vocht en hierover onvoldoende heeft gecommuniceerd. Het overige van de klacht is ongegrond. Geen maatregel
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:34 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/410239 / KL RK 22-128
- Datum publicatie: 07-07-2023
- Datum uitspraak: 29-06-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:34
Klacht niet-ontvankelijk wat betreft het handelen van de oud-notaris als bestuurder van de Stichting administratiekantoor (STAK) omdat dit handelen in beginsel buiten het bereik van de Wet op het notarisambt valt. Overigens geldt dat de oud-notaris als bestuurder van de STAK niet handelt of belegt zoals bedoeld in artikel 17 lid 3 Wna. Verder is niet gesteld of gebleken dat de werkzaamheden van de oud-notaris als bestuurder in dit geval zodanig verband houden met zijn (voormalige) hoedanigheid van notaris dat de oud-notaris voor zijn optreden van de bestuurder van de STAK als zodanig tuchtrechtelijk zou moeten verantwoorden. Wel terecht is het verwijt dat de (thans) oud-notaris klager niet goed heeft voorgelicht over zijn erfrechtelijke keuzemogelijkheden. In zoverre klacht gegrond. Dit verwijt betreft de kernwaarden van het notarisambt. De op te leggen maatregel blijft echter tot waarschuwing beperkt omdat uit de verklaring van klager ter zitting volgt dat klager reeds geruime tijd voorafgaand aan het overlijden van erflater op de hoogte was van zijn wens om de vennootschappen als geheel na te laten aan de volgende generatie. Daarbij was klager bekend met het feit dat erflater met het oog daarop met zijn fiscaal adviseurs en met de oud-notaris in gesprek was over herstructurering van de vennootschappen. Het is daarom begrijpelijk en tot op zekere hoogte te billijken dat de oud-notaris klager op hoofdlijnen met de materie bekend veronderstelde.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4874
- Datum publicatie: 07-07-2023
- Datum uitspraak: 07-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:170
Deels gegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster heeft meerdere klachten over de zorgverlening van de specialist ouderengeneeskunde aan haar schoonmoeder in de laatste weken van haar leven. De specialist ouderengeneeskunde voert verweer. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is voor wat betreft de klachtonderdelen dat er onvoldoende toezicht zou zijn gehouden op de medicatie-inname en niet naar de wensen van de patiënte en de familie is geluisterd. De specialist ouderengeneeskunde krijgt een waarschuwing. Publicatie.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:35 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/414648 / KL RK 23-5 C/05/416131/ KL RK 23-15
- Datum publicatie: 07-07-2023
- Datum uitspraak: 04-07-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:35
Artikel 99 lid 21 Wna.Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn. Geen ruimte voor toepassing van uitzonderingstermijn van een jaar. Klaagster was zelf partij bij de akten en aanwezig bij het passeren van die akten, waarbij het handelen of nalaten waarover geklaagd wordt, heeft plaatsgevonden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:161 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-248/AL/NN
- Datum publicatie: 06-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:161
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:162 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1034/AL/MN
- Datum publicatie: 06-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:162
Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder het concreet vragen van advies daarover aan de deken aangifte te doen tegen haar voormalige cliënt ter zake van bedreiging. Dat is in strijd met de daarvoor door het Hof van Discipline gegeven aanwijzingen. In het voordeel van verweerster houdt de raad er rekening mee dat zij wel contact heeft gezocht met de deken naar aanleiding van de gestelde bedreiging. Ook houdt de raad er rekening mee dat verweerster niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat de oplegging van een waarschuwing passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:404 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1034/AL/MN
- Datum publicatie: 06-07-2023
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:404
Tussenbeslissing. De raad wijst de zaak terug naar de deken met het verzoek het onderzoek naar de klacht en de daarmee samenhangende feiten te hervatten.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:138 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-301/DH/RO
- Datum publicatie: 05-07-2023
- Datum uitspraak: 05-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:138
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een echtscheidingszaak deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:113 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1631
- Datum publicatie: 05-07-2023
- Datum uitspraak: 05-07-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:113
Klacht tegen een verzekeringsarts. Klager heeft in 2016 een verzoek gedaan om in aanmerking te komen voor een militair invaliditeitspensioen. Een verzekeringsarts heeft geconcludeerd dat bij klager geen sprake is van enige dienstverbandaandoening, waarna het verzoek van klager is afgewezen. In de bezwaarprocedure heeft de aangeklaagde verzekeringsarts op verzoek van de staatssecretaris van Defensie medisch commentaar gegeven op eerdere rapporten. De klacht houdt in dat de verzekeringsarts: 1. medische commentaren heeft opgesteld die niet voldoen aan de daaraan te stellen eisen, onder meer door onjuiste feiten en omstandigheden te vermelden die uitsluitend zijn gebaseerd op (verkeerd geïnterpreteerde) rapporten van derden, door een ontoereikende methode van onderzoek te gebruiken en door een ontoereikende onderbouwing van zijn bevindingen te geven; 2. buiten zijn deskundigheidsgebied als verzekeringsarts is getreden door zijn oordeel te geven over psychiatrische stoornissen en door zonder motivering af te wijken van de conclusie van een door hem ingeschakelde psychiater. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al beide onderdelen ongegrond verklaard. In beroep is de zaak in volle omgang nogmaals voorgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:139 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-304/DH/RO
- Datum publicatie: 05-07-2023
- Datum uitspraak: 05-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:139
Voorzittersbeslissing. Klacht over een deken. Verweerster heeft ten aanzien van het onderzoek dat zij als deken naar de werkwijze van klager en zijn kantoor heeft gedaan en de procedure die zij daarbij heeft gevolgd, het vertrouwen in de advocaat niet geschaad. Geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:114 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1759
- Datum publicatie: 05-07-2023
- Datum uitspraak: 05-07-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:114
Klacht tegen een arts die werkzaam is als medisch adviseur bij een verzekeraar. Klager is vanaf 2016 in behandeling geweest bij een psychotherapeut. De ziektekostenverzekeraar van klager heeft in 2020 een materiele controle van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de door de psychotherapeut geleverde zorg en ingediende declaraties uitgevoerd. De aangeklaagde arts heeft de verzekeraar van de psychotherapeut meegedeeld dat de door hem toegepaste interventies niet bewezen effectief en niet doelmatig zijn. De verzekeraar heeft besloten deze interventies niet langer te vergoeden en reeds betaalde vergoeding terug te vorderen van de psychotherapeut. Klager verwijt de arts dat hij: 1. op bureaucratische wijze zeer ten nadele van de client (klager) heeft geoordeeld over en ingegrepen in de lopende behandeling, zonder klager gezien te hebben of anderszins rechtstreeks met klager contact te hebben gehad; 2. met terugwerkende kracht afgesloten behandelingen ondoelmatig heeft verklaard; 3. niet de bevoegdheid en de bekwaamheid heeft om te oordelen over en in te grijpen in een psychotherapeutische behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel 2 en klachtonderdelen 1 en 3 ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:115 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1764
- Datum publicatie: 05-07-2023
- Datum uitspraak: 05-07-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:115
Klacht tegen verzekeringsarts. Klager was 25% arbeidsongeschikt verklaard. Verweerder is verzekeringsarts en heeft op verzoek van de voormalig werkgever van klager een second-opinion uitgevoerd over de medische beperkingen van klager in het kader van een pensioenwet. Verweerder heeft klager onderzocht en zijn opvatting gegeven over de bij klager bestaande medische beperkingen. Dit leidde tot het advies dat klager niet arbeidsongeschikt is in de zin van die pensioenwet. Klager is het niet eens met de wijze waarop de verzekeringsarts het onderzoek heeft gedaan en ook niet met de resultaten van het onderzoek. Volgens klager heeft de verzekeringsarts onzorgvuldig en onjuist gehandeld, omdat hij: 1. onvoldoende oog heeft gehad voor mogelijke belangenverstrengeling; 2. de keuringsprocedure niet met de juiste deskundigheid en professionaliteit heeft uitgevoerd; 3. een tunnelvisie had en onjuiste conclusies heeft getrokken; 4. het correctierecht heeft beperkt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. In beroep is de zaak in volle omgang nogmaals voorgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5162
- Datum publicatie: 04-07-2023
- Datum uitspraak: 04-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:167
Gegronde klacht tegen een bedrijfsarts, waarschuwing. De werkgever klaagt over een door de bedrijfsarts opgestelde e-mail dd. 23 september 2021 in het kader van de begeleiding van een ex-werkneemster. De bedrijfsarts heeft na afronding van de verzuimbegeleiding van de werkneemster een e-mail naar haar verstuurd waarin hij uitspraken over de werkgever doet. De e-mail is door de ex-werkneemster in een ontbindingszaak jegens de werkgever ingebracht en de kantonrechter heeft de inhoud meegewogen in zijn oordeel. De werkgever vindt dat de bedrijfsarts een dergelijke e-mail niet had mogen opstellen omdat het ongefundeerde en onjuiste stellingen bevat zonder objectief medisch oordeel en zonder hoor en wederhoor en beklaagt zich hierover. De bedrijfsarts heeft in zijn verweerschrift erkend dat hij tekort is geschoten in zijn onafhankelijke advisering. De bedrijfsarts ziet in dat hij de tekst niet zo had mogen opschrijven en biedt klager excuses aan. Het college is van oordeel dat de bedrijfsarts door de opmerkingen en aannames in de e-mail geen professionele houding heeft aangenomen, zich onvoldoende onafhankelijk heeft opgesteld en zich teveel heeft laten leiden door wat de ex-werkneemster hem heeft verteld. In ieder geval had de bedrijfsarts, voordat hij de conclusies zo stellig opschreef, klager de gelegenheid moeten geven om te reageren. Voorts had de bedrijfsarts bij het opstellen van de e-mail zich moeten realiseren dat hij een verklaring af gaf, welke verklaring zou kunnen worden ingebracht in een (gerechtelijke) procedure. Bij de bepaling van de maatregel neemt het college in overweging dat de bedrijfsarts de klacht heeft erkend en zijn excuses heeft aangeboden. Hij ziet in dat zijn handelen niet professioneel was en heeft zich toetsbaar opgesteld. Het college ziet ook dat de bedrijfsarts de beste bedoelingen voor de betrokken ex-werkneemster had. Dit neemt niet weg dat een bedrijfsarts is gehouden tot een neutrale en onafhankelijke opstelling richting alle betrokkenen en het is duidelijk dat de bedrijfsarts hier tekort in is geschoten. Het college verklaart klager ontvankelijk, de klacht gegrond, legt de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing op, veroordeelt de bedrijfsarts in de vastgestelde kosten van klager van in totaal €1.194 en bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan vaktijdschriften.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5293
- Datum publicatie: 04-07-2023
- Datum uitspraak: 04-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:168
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager had zich in december 2021 ziekgemeld. Klager heeft op 23 januari 2023 een tuchtklacht ingediend tegen de bedrijfsarts. Klager verwijt de bedrijfsarts vijf zaken: het ten onrechte niet melden van zijn werkgerelateerde ademhalingsklachten bij de Arbeidsinspectie; het ten onrechte niet doorverwijzen naar het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB); het ten onrechte stellen van een diagnose; het niet behandelen van klagers schriftelijke klachten en onbeschoft gedrag. Het college oordeelt dat de bedrijfsarts ten aanzien van geen van de klachtonderdelen tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Anders dan klager kennelijk meent is een bedrijfsarts niet verplicht om werkgerelateerde ademhalingsklachten te melden bij de Arbeidsinspectie. Een doorverwijzing naar het NCvB vindt pas plaats nadat een professioneel afgewogen oordeel kan worden gegeven over de vraag of een ziekte voor meer dan 50% is te wijten aan het werk. Dit onderzoek liep nog ten tijde van het indienen van de tuchtklacht door klager. Anders dan klager kennelijk meent is een bedrijfsarts bevoegd diagnoses en werkdiagnoses te stellen. Een arts mag en kan een diagnose stellen of ter discussie stellen en ook de werknemer doorverwijzen naar een specialist, zonder hiervoor de huisarts te raadplegen. De schriftelijke klachten waren gericht aan het klachtenbureau van de werkgever van de bedrijfsarts. Dat de klachten mede waren gericht aan de bedrijfsarts is gesteld noch gebleken, alsdan valt de bedrijfsarts geen verwijt te maken voor het eerst na indienen van de klacht reageren op de klachtbrieven. Dat de bedrijfsarts klager onbeschoft of anderszins onprofessioneel heeft bejegend, is door het klager niet onderbouwd en is het college ook anderszins niet gebleken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:105 Hof van Discipline 's Gravenhage 220114
- Datum publicatie: 04-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:105
Bekrachtiging beslissing raad. Verweerder had klager en de voorzieningenrechter niet onverhoeds ter zitting mogen overvallen door onaangekondigd een geluidsfragment af te spelen. Verweerder heeft bovendien het geluidsfragment niet direct na de zitting onvoorwaardelijk aan klager vertrekt. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-307/DB/LI
- Datum publicatie: 04-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:81
Klacht deels niet-onvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:106 Hof van Discipline 's Gravenhage 220268
- Datum publicatie: 04-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:106
Bekrachtiging beslissing raad. Verweerder heeft in twee tuchtrechtelijke procedures een verkeerd gedateerde e-mail overgelegd. Omdat hij zich van de verkeerde datum niet bewust was, valt hem dat niet tuchtrechtelijk te verwijten. Wel tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat hij na ontdekking niet onverwijld zelf actie heeft ondernomen om het recht te zetten. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:40 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/711567 / DW RK 21/578 LV/RH
- Datum publicatie: 04-07-2023
- Datum uitspraak: 30-06-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:40
Klagers hebben geen duidelijkheid gekregen over de hoogte van de rente en wanneer rentestops zijn ingevoerd. De stelling van de gerechtsdeurwaarder dat de renteverlagingen en rentestop onverplicht waren en daarom niet gecommuniceerd hoefden te worden kan niet worden gevolgd. Klagers behoren voldoende geïnformeerd te worden omtrent de hoogte van de vordering en het nog te betalen openstaande bedrag.De kamer stelt ook vast dat de gerechtsdeurwaarder pas na zes weken inhoudelijk heeft gereageerd op de stellingen van de gemachtigde van klagers. Ingevolge vaste jurisprudentie is dit te laat en daarom tuchtrechtelijk laakbaar. Met name in een dossier als het onderhavige waarin schuldenaren al tien jaar worden geconfronteerd met een beslag op het inkomen is zorgvuldige communicatie van belang. Maatregel: waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-311/DB/OB
- Datum publicatie: 04-07-2023
- Datum uitspraak: 29-06-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:82
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder klaagster vals heeft beschuldigd van diefstal, nog dat hij heeft aangezet tot het ontvreemden van spullen tijdens de ontbinding van de VOF. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:160 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-475/AL/MN
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:160
De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:135 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-046/DH/RO
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:135
Raadsbeslissing. Klacht over advisering eigen advocaat bij (opheffing) conservatoir beslag. Verweerder is tekortgeschoten in zijn uitleg en advisering aan zijn cliënte. Zo heeft hij onder meer nagelaten (schriftelijk) uit te leggen wat werd bedoeld met de zinsnede dat zij geen afstand zou doen van rechten of vorderingen op wie dan ook. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:122 Raad van Discipline Amsterdam 22-879/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:122
Verzetzaak. Het verzet is ongegrond
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:102 Hof van Discipline 's Gravenhage 220130
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:102
Klacht tegen eigen advocaat in een internationale strafzaak. Verweerster zou tegen de kennelijke en expliciete wil van klagers hebben gehandeld. Daarnaast zou verweerster de belangen van haar cliënt hebben geschonden en zou zij haar geheimhoudingsplicht hebben geschonden. Klager sub 1 wordt ook door het hof niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen eigen belang heeft bij de klacht. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerster niet tegen de wil van klager 2 heeft gehandeld en dat zij de belangen van klager 2 niet heeft geschonden. Op basis van aanvullende informatie komt het hof tot het oordeel dat de gegrondheid van de klacht dat verweerster haar plicht tot geheimhouding heeft geschonden door informatie aan een journalist prijs te geven niet kan worden vastgesteld. Vernietiging van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:45 Accountantskamer Zwolle 22/2164 Wtra AK 22/2165 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:45
Klacht over controle van de jaarrekening van een woningcorporatie is ongegrond. Het is voorstelbaar dat bij een huurder de veronderstelling leeft dat de accountant in het kader van jaarrekeningcontrole ook controleert of de afrekening van de servicekosten van de verhuurder correct is, maar zover gaat de verantwoordelijkheid van de accountant niet. Specifieke posten in de jaarrekening kunnen afwijkingen bevatten, maar als die afwijkingen niet materieel zijn, zijn ze voor de jaarrekeningcontrole niet van belang.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:136 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-097/DH/RO
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:136
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een arbeidszaak. Verweerder heeft klager op betalende basis bijgestaan, terwijl hij beter had moeten onderzoek of klager in aanmerking kwam voor een toevoeging. Ook had hij de financiële afspraken beter moeten vastleggen. Overige klachtonderdelen ongegrond. Gelet op de toelichting van verweerder en het feit dat klager hetzelfde of zelfs minder heeft betaald dan in geval van een toevoeging, ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:123 Raad van Discipline Amsterdam 23-005/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:123
Verzetzaak. Het verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:103 Hof van Discipline 's Gravenhage 220193S
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:103
Hoger beroep ingetrokken. Het hof beslist over de ingangsdatum van de in eerste aanleg opgelegde schorsing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:130 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-042/DH/DH
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:130
Raadsbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht over niet betaling huur gegrond; verweerder heeft onvoldoende oog gehad voor de belangen van klagers. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:137 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-123/DH/DH
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:137
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening en communicatie in (de afwikkeling van) een echtscheidingszaak in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:124 Raad van Discipline Amsterdam 23-153/A/A 23-154/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:124
Ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Anders dan klaagster stelt, is het de raad niet gebleken dat verweerders bewust de verkeerde versie van de concept koopovereenkomst in het geding hebben gebracht. Evenmin kan klaagster worden gevolgd in haar stelling dat verweerders in de akte houdende overlegging producties bewust hebben verklaard dat de overgelegde concept koopovereenkomst het concept is waarover de verkopend makelaar tijdens het getuigenverhoor heeft verklaard, met als doel daarmee een verkeerde voorstelling van zaken te geven. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen wegens strijd met gedragsregel 8 is dan ook geen sprake. De klachten van klaagster over verweerders zijn gelet hierop ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:118 Raad van Discipline Amsterdam 23-331/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:118
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van bestuurder van de vennootschap. Klager wordt niet gevolgd in zijn stelling dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten in een artikel gepubliceerd in het NRC-Handelsblad. Niet gebleken is dat verweerder met die uitlatingen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:104 Hof van Discipline 's Gravenhage 220167D
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:104
Hoger beroep ingetrokken. Het hof beslist over de ingangsdatum van de in eerste aanleg opgelegde schorsing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-093/DH/RO
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:131
Raadsbeslissing. Klacht over schenden geheimhoudingplicht en onjuist voorlichten van de rechter ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:125 Raad van Discipline Amsterdam 22-784/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:125
Raadsbeslissing: Gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft zonder overleg met of instemming van klager het uurtarief van de juridisch medewerker verhoogd. Bovendien maken de door verweerder overgelegde declaraties, en de daarbij behorende specificaties, nauwelijks inzichtelijk hoe de declaraties zijn opgebouwd. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen en mede gelet op de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, acht de raad een waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:119 Raad van Discipline Amsterdam 23-113/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:119
Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Klacht is ongegrond. Niet is gebleken dat verweerster, klaagster en de man een (hechte) vriendschappelijke band zouden hebben (gehad), noch dat sprake zou zijn van een wederzijdse vriendengroep waarbij klaagster en verweerster elkaar regelmatig zouden treffen. Vaststaat wel dat verweerster, klaagster en de man elkaar kenden, maar dit maakt nog niet dat verweerster in haar bijstand van de man onvoldoende distantie tot de zaak heeft betracht. Verweerster heeft haar uitlatingen ter zitting gedaan ter onderbouwing van haar standpunt. Hoewel klaagster deze uitlatingen als (onnodig) polariserend heeft ervaren, is niet gebleken dat verweerster met het doen van deze uitspraken de belangen van klaagster nodeloos of op ontoelaatbare wijze zou hebben geschaad.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-849/DH/DH
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:132
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:126 Raad van Discipline Amsterdam 23-069/A/NH
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:126
Raadsbeslissing; Gedeeltelijk gegronde klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat. Verweerster valt tuchtrechtelijk te verwijten dat zij na het ontvangen van de beschikking van de rechtbank de rechtbank of haar opvolgend advocaat er niet op heeft gewezen dat er geen beslissing is genomen op een voor klaagster belangrijk verzoek (ten aanzien van het voortgezet gebruik van de echtelijke woning). Dit nalaten strookt naar het oordeel van de raad niet met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht. Gelet op enerzijds de ernst van de gedraging en anderzijds het (nagenoeg) blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerster, acht de raad de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-753/AL/MN
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:158
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft de grenzen van de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij van klaagster heeft niet overschreden. In haar bericht aan mr. D. op 20 september 2021 heeft verweerster alleen het standpunt van haar cliënte verwoord. Daarbij is van onwaarheden geen sprake. Geen feitelijke onderbouwing voor standpunt dat verweerster het appartement in Spanje te koopt heeft gezet. Klacht in beide onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5153
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 30-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:129
Klacht tegen verpleegkundige over bejegening en het niet verlenen van zorg aan het zoontje van klaagster. Niet kan worden vastgesteld hoe een en ander precies is verlopen. Het college kan dan ook niet vaststellen dat de verpleegkundige klachtwaardig heeft gehandeld. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat het woord van klaagster minder geloof verdient dan dat van de verpleegkundige. Wel is het voor het vormen van een oordeel over de vraag of een bepaalde gedraging tuchtrechtelijk verwijtbaar is, van belang dat eerst wordt vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Deze feiten kan het college dus, ook als aan het woord van klaagster en het woord van de verpleegkundige evenveel geloof wordt gehecht, hier niet vaststellen. Evenmin is gebleken dat de verpleegkundige onvoldoende zorg heeft verleend aan het zoontje van klaagster.
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:42 Accountantskamer Zwolle 23/979 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:42
Ambtshalve beslissing ex artikel 5 lid 4 Wtra, n.a.v. niet betalen opgelegde boete. Oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van zes maanden. De Accountantskamer rekent het betrokkene zwaar aan dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd. Voor het goed functioneren van het accountantsberoep en de in verband daarmee op basis van wetgeving bestaande tuchtrechtspraak ten aanzien van accountants is het immers van groot belang dat tuchtrechtelijke uitspraken geheel worden nagekomen. Door het negeren van een tuchtrechtelijke uitspraak heeft betrokkene bovendien het accountantsberoep in diskrediet gebracht, waardoor ook sprake is van schending van het fundamentele beginsel van professionaliteit.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:133 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-804/DH/RO
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:133
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:120 Raad van Discipline Amsterdam 22-873/A/NH
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:120
Verzetzaak. Het verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:127 Raad van Discipline Amsterdam 23-010/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:127
Verzet buiten de wettelijke verzettermijn ingediend. De raad heeft geen reden gezien om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het verzet is niet-ontvankelijk.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 164
- Pagina: 165
- Pagina: 166
- ...
- Pagina: 968
- Volgende pagina zoekresultaten