Zoekresultaten 8101-8150 van de 48384 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-916/AL/MN
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 10-07-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:177
Verweerder heeft klager bijgestaan in een burengeschil. Klager heeft tegelijkertijd een identieke klacht voorgelegd aan de Geschillencommissie, die daarin een bindend advies heeft gegeven. Die beslissing bindt de raad niet omdat de raad zelfstandig toetst aan de norm van artikel 46 Aw en artikel 46d leden 1 en 2 Aw niet van toepassing zijn. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad voldoende zorgvuldig de belangen van klager behartigd bij het bereiken van een gedeeltelijke schikking met de wederpartij kort voor een geplande zitting. Die zitting is daarom niet doorgegaan en op verzoek van partijen naar de parkeerrol verwezen. Klager heeft naar het oordeel van de raad vanaf het eerste telefonisch besproken schikkingsvoorstel nog voldoende tijd gehad om daarover, ook samen met zijn broer, na te denken en heeft er ook mee ingestemd. Dat verweerder klager daarin achteraf onjuist of onvolledig heeft geadviseerd, is de raad niet gebleken. Dat klager achteraf spijt heeft gekregen van de gedeeltelijke schikking kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Met het bereiken van die gedeeltelijke schikking was de aan verweerder verstrekte opdracht geëindigd. Uit coulance heeft verweerder klager daarna nog kort bijgestaan. Na de daarna door klager geuite kritiek en onvrede stond het verweerder vrij om zich in die situatie aan de zaak van klager te onttrekken. Dat heeft verweerder op zorgvuldige wijze gedaan met voldoende uitleg aan klager van zijn beweegredenen. Dat verweerder zich ontijdig zou hebben onttrokken, is de raad niet gebleken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-828/DB/NN
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 10-07-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:88
Klacht van advocaat tegen advocaat. De raad overweegt dat het beter ware geweest als klager en verweerder iets meer professionele distantie in acht hadden genomen en elkaar met iets meer welwillendheid tegemoet hadden getreden. Het optreden van verweerder en de inhoud van de e-mails, ook in onderlinge samenhang bezien, zijn naar het oordeel van de raad binnen de ruime voor een advocaat geldende bandbreedte gebleven, zodat voor tuchtrechtelijk ingrijpen geen aanleiding bestaat. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-360/DH/DH
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 26-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:152
Voorzittersbeslissing. Verweerder mocht namens haar cliënte een standpunt innemen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-053/DH/RO
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:146
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:184 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-297/AL/MN
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:184
Voorzittersbeslissing. Klagers hebben in hun hoedanigheid van lid van de Onder-VvE Woning hoogstens een afgeleid belang maar dat is onvoldoende om hun klacht over verweerder ontvankelijk te doen zijn. Dat klagers door het handelen of nalaten waarover wordt geklaagd rechtstreeks in hun belangen zijn getroffen, is niet gebleken. Het voorgaande betekent dat de klacht geen verdere inhoudelijke bespreking behoeft. De voorzitter verklaart klagers kennelijk niet-ontvankelijk in hun klacht.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-713/AL/MN
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:178
Klacht van een advocaat over andere advocaat. Klacht over het optreden van een advocaat waarin hij zelf als advocaat optreedt. Klager verwijt verweerder dat hij in die procedure een e-mail rechtstreeks aan klagers cliënt heeft gestuurd. De raad overweegt dat de stelling van verweerder dat het bepaalde in gedragsregel 25 niet ziet op het handelen van een advocaat in een procedure waarin hij zelf als partij optreedt (en dus niet als advocaat voor iemand anders), in zijn algemeenheid niet juist is. Die omstandigheid speelt echter wel een belangrijke rol bij de beantwoording van de vraag of verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verder acht de raad bij die beoordeling van belang dat ook mr. P., de cliënt van klager, een advocaat is. De strekking van gedragsregel 25 is om te voorkomen dat een advocaat van een wederpartij een partij bij een geschil overrompelt zonder bijstand van zijn eigen advocaat. Dat zal bij een wederpartij die zelf een advocaat is, minder snel het geval zijn. Bovendien heeft klager op een later moment in de procedure aan de rechtbank en aan verweerder aangegeven dat er wel rechtstreeks met mr. P. kan worden gecorrespondeerd en dat mr. P zelf ter zitting als advocaat zal optreden. Ten slotte acht de raad van belang dat het handelen waarover wordt geklaagd slechts één e-mail betreft en dat mr. P. zijn (gelijkluidende) klacht over verweerder heeft ingetrokken. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat verweerder door het sturen van deze e-mail niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Voor zover ook wordt geklaagd over de inhoud van die e-mail, is de raad van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Dit betekent dat de klacht in alle onderdelen ongegrond wordt verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:107 Hof van Discipline 's Gravenhage 220129
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 07-07-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:107
Geen voortzetting behandeling op grond van algemeen belang na intrekking klacht.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:153 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-361/DH/RO
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 26-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:153
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. De door verweerder namens zijn cliënten ingenomen standpunten zijn niet evident onpleitbaar. Niet gebleken dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt of informatie heeft verwezen. Geen sprake van het onnodig starten van procedures.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-161/DH/RO
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:147
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Verweerder is tekortgeschoten in zijn zorgplicht door zich niet te realiseren dat klager mogelijk niet in aanmerking zou komen voor een Nederlandse WW-uitkering, omdat klager in België woonachtig is. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:185 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-291/AL/MN
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:185
Voorzittersverklaring. De voorzitter verklaart een klacht over de kwaliteit van de dienstlening kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-883/AL/MN
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:179
Verzetbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. De verzetgronden slagen dan ook niet. De voorzitter heeft de klacht terecht en op juiste gronden ten aanzien van onderdeel a) kennelijk niet ontvankelijk en ten aanzien van onderdeel b) kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:108 Hof van Discipline 's Gravenhage 230159W
- Datum publicatie: 27-07-2023
- Datum uitspraak: 07-07-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:108
Wrakingsverzoek. De zaken die verzoekers bij het hof aanhangig hebben gemaakt betreffen onder meer verwijten over de procedurele gang van zaken van raden van discipline. Verweerster was plaatsvervangend voorzitter van een andere raad, dan die aan de orde zijn aan deze zaken. De gronden van het wrakingsverzoek zien niet op de persoon van verweerster en daarom falen deze argumenten. Misbruik van recht. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-427/DB/LI
- Datum publicatie: 26-07-2023
- Datum uitspraak: 21-07-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:84
Klacht kennelijk ongegrond. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een brief van de wederpartij aan zijn (ex-)cliënte door te sturen. Geen begin van onderbouwing gegeven dat verweerder klaagster zou afpersen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-406/DB/LI
- Datum publicatie: 26-07-2023
- Datum uitspraak: 10-07-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:83
Klacht kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder niet oplossingsgericht heeft gehandeld, maar enkel uit zou zijn op het pesten van klager. Het stond verweerder vrij om in het belang van zijn cliënt een kort geding te starten. Niet gebleken dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5336
- Datum publicatie: 25-07-2023
- Datum uitspraak: 25-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:181
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat hij de dossiers niet op orde heeft en niet naar waarheid heeft bijgehouden. Daarnaast verwijt hij de psychiater dat hij hem heeft geprovoceerd tijdens een intake omdat de psychiater de hand van klager extreem lang vast zou hebben gehouden. Klager heeft hier (deels) eerder over geklaagd, maar heeft toen zijn klacht ingetrokken. Nu dient klager een nieuwe klacht in. De psychiater vindt ten eerste dat klager niet nog een keer over hetzelfde mag klagen en ten tweede dat de klacht ongegrond is. Het college overweegt als volgt: er is geen sprake van het voor een tweede keer beslissen op een klacht. Op de eerste klacht is immers niet beslist. Daarom is de klacht wel ontvankelijk. Verder overweegt het college dat er geen enkele aanwijzing is dat de psychiater de dossiers niet op orde zou hebben. Voor zover klager heeft bedoeld dat de psychiater, na het verzoek van klager om (verkeerde) diagnoses uit zijn dossier te verwijderen, hier geen gehoor aan heeft gegeven, is het college van oordeel dat de psychiater juist heeft gehandeld door de diagnoses in het dossier niet zonder nader onderzoek bij klager te wijzigen. Het andere klachtonderdeel is ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2023:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/29 SHE/2022/38
- Datum publicatie: 25-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TNORSHE:2023:12
Levering van aandelen. De kamer acht het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de notaris, die niet op de hoogte was van het conflict tussen de beide aandeelhouders, in de gegeven omstandigheden geen onderzoek heeft verricht naar de interne besluitvorming over de levering van de aandelen aan een vennootschap die gelieerd was aan één van beide aandeelhouders zonder dat de andere aandeelhouder (klaagster) daarvan op de hoogte was (vergelijk ook hof Amsterdam ECLI:NL:GHAMS:2015:2057 en ECLI:NL:GHAMS:2022:2664). Klaagster verwijt de notaris ook dat de notaris zijn dienst heeft geweigerd bij een volgende levering van aandelen in verband met de tuchtklachten die klaagster over de eerdere levering van aandelen had ingediend. De kamer overweegt dat het tuchtrechtelijk verwijtbaar is als degene tegen wie een tuchtklacht is ingediend aan het verlenen van zijn medewerking – zoals het passeren van een akte – de voorwaarde verbindt dat die tuchtklacht wordt ingetrokken. Dit klachtonderdeel wordt echter bij gebrek aan een feitelijke grondslag ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4198
- Datum publicatie: 25-07-2023
- Datum uitspraak: 25-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:182
Ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op verzoek van de bedrijfsarts onderzocht door de psychiater. Klager verwijt de psychiater dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld op basis van onzorgvuldig onderzoek. De psychiater heeft zich, volgens klager, laten leiden door vragen van de werkgever in plaats van door vragen van de bedrijfsarts. Ook heeft de psychiater ten onrechte nagelaten de huisarts over de door hem vastgestelde diagnose te informeren. Het college overweegt het volgende: de omstandigheid dat de psychiater op basis van een eenmalig onderzoek de diagnose heeft gesteld is geenszins onzorgvuldig, en binnen de omstandigheden van de door de bedrijfsarts verzochte expertise gebruikelijk te noemen. Anders dan klager stelt, blijkt uit het dossier dat de psychiater de vragen die de werkgever heeft gesteld juist geen onderdeel heeft willen laten uitmaken van zijn onderzoek. Nadat de bedrijfsarts hem de vragen van de leidinggevende had gemaild heeft hij immers direct de bedrijfsarts laten weten dat hij het onderzoek niet op grond van die vragen wilde uitvoeren. Het overige klachtonderdeel is ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5421
- Datum publicatie: 25-07-2023
- Datum uitspraak: 25-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:183
Gegronde klacht van de Inspecteur van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd tegen een psychiater. De Regionale Toetsingscommissie Euthanasie heeft de Inspecteur gemeld dat de psychiater bij de beoordeling van twee verzoeken om euthanasie niet heeft voldaan aan de zorgvuldigheidseisen genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wtl. Het college overweegt ten aanzien van het eerste verzoek dat niet te beoordelen is of de psychiater ondanks de opvatting van de psychiater die de second opinion heeft gegeven dat de patiënt niet wilsbekwaam was, tot het oordeel heeft kunnen komen dat de patiënt wilsbekwaam was. Gelet op het doel van de second opinion zal op zijn minst de psychiater op uitgebreide en overtuigende wijze moeten motiveren waarom hij of zij niettemin aan zijn of haar opvatting vast kan houden. Dit heeft de psychiater niet gedaan. De psychiater heeft bij de behandeling van het tweede verzoek in strijd met de Richtlijn ‘Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische stoornis’ geen second opinion gevraagd. Klacht gegrond verklaard. Het college acht de maatregel van berisping aangewezen. Hierbij is voor het college doorslaggevend geweest de complexiteit van de materie waarmee de psychiater te maken heeft en de omstandigheid dat niet is gebleken dat de patiëntveiligheid in deze zaken in het geding is geweest.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-575/AL/GLD herstelbeslissing
- Datum publicatie: 24-07-2023
- Datum uitspraak: 24-07-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:173
Herstelbeslissing. De raad overweegt dat sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:49 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/711567 / DW RK 21/578 LV/RH
- Datum publicatie: 24-07-2023
- Datum uitspraak: 30-07-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:49
klagers hebben geen duidelijkheid gekregen over de hoogte van de rente en wanneer rentestops zijn ingevoerd. Dit is tuchtrechtelijk laakbaar. De stelling van de gerechtsdeurwaarder dat de renteverlagingen en rentestop onverplicht waren en daarom niet gecommuniceerd hoefden te worden kan niet worden gevolgd. Klagers behoren voldoende geïnformeerd te worden omtrent de hoogte van de vordering en het nog te betalen openstaande bedrag.De kamer stelt vast dat de gerechtsdeurwaarder pas na zes weken inhoudelijk heeft gereageerd op de stellingen van de gemachtigde van klager. Ingevolge vaste jurisprudentie is dit te laat en daarom tuchtrechtelijk laakbaar. Met name in een dossier als het onderhavige waarin schuldenaren al tien jaar worden geconfronteerd met een beslag op het inkomen is zorgvuldige communicatie van belang.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:174 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-518/AL/MN
- Datum publicatie: 24-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:174
Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. De door klager aangevoerde verzetgronden slagen dan ook niet. Het is duidelijk dat klager het niet eens is met de proceskeuzes en de financiële afspraken die verweerder met zijn cliënte heeft gemaakt, maar dat betekent niet dat klager daar als derde een rechtstreeks eigen belang bij heeft. Het gaat immers om afspraken die destijds binnen de advocaat cliëntrelatie zijn gemaakt. De voorzitter heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden in alle onderdelen kennelijk niet ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-518/AL/MN herstelbeslissing
- Datum publicatie: 24-07-2023
- Datum uitspraak: 24-07-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:175
Herstelbeslissing. De raad overweegt dat sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:172 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-575/AL/GLD
- Datum publicatie: 24-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:172
Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. De door klaagster aangevoerde verzetgronden slagen dan ook niet. Naar aanleiding van het verzetschrift is niet gebleken van onjuistheden van feiten die de voorzitter aan haar beslissing ten grondslag heeft gelegd. Verder kan niet worden vastgesteld dat de voorzitter geen oordeel heeft gegeven over het door klaagster gestelde klachtonderdeel f). Hoewel klaagster bij de behandeling van het verzet in de gelegenheid is gesteld toe te lichten waar dat klachtonderdeel over gaat, heeft klaagster onvoldoende concreet gemaakt wat zij daarmee verweerder verwijt. De voorzitter heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden gedeeltelijk niet ontvankelijk (klachtonderdeel b) en gedeeltelijk kennelijk ongegrond (klachtonderdelen a), c), d) en e)) verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4984
- Datum publicatie: 21-07-2023
- Datum uitspraak: 21-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:185
Gegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster verwijt de tandarts dat hij haar, nadat zij had laten weten dat zij via de spoedeisende hulp bij de kaakchirurg was beland, geen enkele reactie heeft gekregen, ook niet na herhaaldelijk aandringen bij de receptioniste van de praktijk. Ook heeft de tandarts niet gereageerd op haar bericht over het opzeggen van de behandelrelatie en haar verzoek om informatie over de geplaatste kroon. De tandarts heeft verklaard dat deze berichten hem en/of de andere tandartsen niet hebben bereikt en erkent dat de verwijten van klaagster terecht zijn en dat hij daar als praktijkhouder verantwoordelijk voor is. Het college stelt vast dat de praktijkorganisatie niet voldeed aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. Binnen de praktijk was de praktijkmanager verantwoordelijk voor het afhandelen van klachten van patiënten. Zij bleek onvoldoende gekwalificeerd te zijn voor het uitvoeren van haar functie. De tandarts is, zoals hij zelf ook heeft erkend, als praktijkhouder verantwoordelijk voor de bereikbaarheid van de praktijk en voor het functioneren van de praktijkmanager en de receptionisten. Bij dergelijk grote praktijken is het van belang dat de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende medewerkers goed zijn omschreven en afgebakend en dat de praktijkhouder het overzicht behoudt en tijdig ingrijpt wanneer zaken minder goed lopen. Klacht gegrond verklaard, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5098
- Datum publicatie: 21-07-2023
- Datum uitspraak: 21-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:179
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft voor het plaatsen van vullingen een gebruikelijk verdovingsmiddel gebruikt dat niet schadelijk is. Het is niet vast komen te staan dat de tandarts een ander – wel schadelijk – middel heeft gebruikt, laat staan dat hierdoor een tandvleesontsteking is ontstaan. Ook komt niet vast te staan dat de tandarts (stiekem) de nervus facialis heeft geïnjecteerd. Dat de tandarts amalgaam in plaats van composiet heeft gebruikt en dat de tandarts haar heeft opgelicht, heeft klaagster onvoldoende onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4985
- Datum publicatie: 21-07-2023
- Datum uitspraak: 21-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:186
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster verwijt de tandarts dat hij niet met zijn collega-tandarts heeft overlegd toen hij een andere diagnose stelde dan waarvoor klaagster naar hem toegestuurd was. Zij verwijt hem ook dat hij niet op enige wijze contact met haar heeft opgenomen, of heeft geïnformeerd hoe het met haar ging, terwijl hij haar met heftige pijn en in beroerde toestand naar huis heeft gestuurd. Het college oordeelt dat het stellen van een andere diagnose niet ongebruikelijk is. Dit vormde ook geen reden om hierover contact op te nemen met de collega-tandarts. Het was beter geweest als de tandarts meerdere pogingen had gedaan of laten doen om contact op te nemen met klaagster. De persoonlijke verantwoordelijkheid van de tandarts gaat echter niet zo ver dat hij tuchtrechtelijk aansprakelijk is voor het feit dat de berichten van klaagster hem niet hebben bereikt. Daarbij speelt mee dat sprake is van een bijzonder grote praktijk met verschillende filialen, waarvan de organisatie in handen is van de eigenaar en het management van de praktijk, en waar de tandarts geen enkele invloed op heeft. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5099
- Datum publicatie: 21-07-2023
- Datum uitspraak: 21-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:180
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Het komt niet vast te staan dat de tandarts onnodige kosten in rekening heft gebracht door twee elementen te verwijderen. Bovendien heeft klaagster met verwijdering van deze elementen ingestemd. Voor het plaatsen van vullingen en trekken van tanden en kiezen heeft klaagster een begroting meegekregen en ondertekend. Het komt niet vast te staan dat de tandarts klaagster pijn en schade heeft toegebracht, al is het niet altijd te vermijden dat een tandheelkundige behandeling pijn veroorzaakt. Onheuse bejegening en overige klachten komen ook niet vast te staan. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4983
- Datum publicatie: 21-07-2023
- Datum uitspraak: 21-07-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:184
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft niet onjuist gehandeld door klaagster na het consult over pijnklachten geen pijnstilling voor te schrijven, klaagster gebruikte op dat moment al pijnstilling. Er kan niet worden vastgesteld dat de tandarts daadwerkelijk geen advies of uitleg heeft gegeven, omdat de lezingen van partijen hierover verschillen. Uit het dossier blijkt niet dat klaagster vervolgens zelf een afspraak bij de tandarts voor endodontie heeft moeten maken, hieruit blijkt juist dat de tandarts aan de assistente heeft gevraagd klaagster te bellen voor een afspraak. Uit niets blijkt dat de tandarts voor endodontie onvoldoende informatie had of onvoldoende geïnformeerd was door de aangeklaagde tandarts. Hoewel wel vast staat dat de praktijkorganisatie niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden, en het ook vast staat dat klaagster herhaaldelijk geprobeerd contact heeft te krijgen met de tandarts, gaat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de tandarts in dit geval niet zo ver dat hij tuchtrechtelijk aansprakelijk is voor het feit dat de berichten van klaagster hem niet hebben bereikt. Daarbij speelt mee dat sprake is van een grote praktijk met verschillende filialen waarvan de organisatie in handen is van de eigenaar van de praktijk en het management van de praktijk, waar de tandarts geen enkele invloed op heeft. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5173
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 18-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:150
Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. De klacht gaat over het handelen van verweerster in de periode 2014/2015. Klaagster verwijt verweerster dat zij voor de operatie (die uiteindelijk plaatsvond in 2016) niet haar hele medische dossier heeft opgevraagd, waaronder de brief waar op staat dat zij gen-draagster is. Hierdoor is zij voor een tweede keer geopereerd terwijl het niet nodig was. Het college oordeelt dat verweerster binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven en dat zij heeft gehandeld als redelijk bekwaam en redelijk handelend gynaecoloog.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:129 Raad van Discipline Amsterdam 23-398/A/A
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:129
Voorzittersbeslissing; De klacht van klager 1 is kennelijk ongegrond. Verweerster heeft zich in haar hoedanigheid van voorzitter van de klachtadviescommissie niet zodanig gedragen dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De klacht van klager 2 is kennelijk niet-ontvankelijk. Klager 2 heeft als adviseur van klager 1 geen rechtstreeks eigen belang bij zijn klacht over verweerster.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:37 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05 416349 KL RK 23-17
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:37
Artikel 93 lid 1 Wna. art 22 lid 1 Wna.Vader heeft met de kandidaat-notaris een bespreking gehad over zijn wensen voor het wijzigen van zijn testament. Enkele dagen later is vader onverwacht overleden. Een van de erfgenamen heeft de kandidaat-notaris verzocht om een verklaring af te geven wat vader aan haar heeft aangegeven over zijn laatste wens.Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden door op verzoek van één van de erfgenamen, de laatste wens van vader met de andere erfgenamen per brief te delen. Door als kandidaat-notaris, op briefpapier van het notariskantoor, een laatste wens van een overledene te formaliseren, wordt dit een ‘officiële’ laatste wil. De kandidaat-notaris mocht deze kennis niet delen, zelfs niet als alle erfgenamen hier gezamenlijk om gevraagd zouden hebben.De kamer heeft als volgt overwogen. Uit de wettekst van artikel 22 Wna volgt dat het ambtsgeheim van een notaris geldt voor alle vertrouwelijke informatie die hij in zijn beroepsuitoefening heeft ontvangen. Het ambtsgeheim strekt zich uit over de gehele dienstverlening van een notaris en de reikwijdte ervan is niet afhankelijk van de vraag of in het kader van deze dienstverlening een notariële akte tot stand komt. De geheimhoudingsplicht en het daarmee samenhangende verschoningsrecht zijn niet absoluut. De geheimhoudingsplicht kan echter alleen in uitzonderlijke gevallen door in de wet geregelde gevallen of door de rechter worden doorbroken. Naar het oordeel van de kamer biedt artikel 22 Wna geen ruimte voor een eigen belangenafweging van de geheimhouder, in dit geval de kandidaat-notaris. Niet in geschil is dat de kandidaat-notaris in haar brief aan de erfgenamen van vader informatie heeft verstrekt die zij tijdens het gesprek met vader uit hoofde van haar beroepsuitoefening heeft ontvangen. Deze informatie viel derhalve onder de geheimhoudingsplicht van de kandidaat-notaris. Pas als de wensen van vader zouden zijn vastgelegd in een testament, hadden zij tot doel gehad om na zijn overlijden kenbaar te worden voor derden. Doordat hetgeen de kandidaat-notaris met vader heeft besproken zich niet vertaald heeft in een testament, mocht de kandidaat-notaris deze ontvangen informatie niet met klager (en de andere erfgenamen) delen. Daarom heeft de kamer de klacht gegrond verklaard.Het beroepsgeheim raakt de kern van het notarisambt. Overtreding van deze kernwaarde brengt dan ook in beginsel een forse maatregel met zich mee. De kamer heeft echter, zoals in elke tuchtprocedure, rekening gehouden met de omstandigheden van het geval. Op basis van die specifieke omstandigheden is de maatregel tot een waarschuwing beperkt gebleven.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:130 Raad van Discipline Amsterdam 23-006/A/A
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:130
Raadsbeslissing; Gedeeltelijk gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken is dat verweerder in strijd met gedragsregels 5, 6 en 8 heeft gehandeld. Wel heeft verweerder in strijd met gedragsregel 25 lid 2 gehandeld door de dagvaarding aan klager niet gelijktijdig aan diens advocaat te sturen. Anders dan verweerder stelt, hoefde klagers advocaat niet mee te delen dat hij klager zou blijven bijstaan in een eventuele procedure. Dat spreekt naar het oordeel van de raad voor zich. De raad acht verweerders handelwijze gelet op deze omstandigheden in strijd met gedragsregel 25 lid 2 en daarmee op grond van artikel 46 Advocatenwet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De raad acht de maatregel van een waarschuwing en een kostenveroordeling passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4534
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 18-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:146
Klacht tegen een huisarts. Klaagster stelt dat de huisarts haar broer onvoldoende heeft onderzocht of laten onderzoeken. De patiënt meldde zich bij de huisarts met heup- en loopklachten en later bij haar collega met klachten aan de borstkas. In 2020 is de patiënt overleden door een hartstilstand. De huisarts voert gemotiveerd verweer. Het college verklaart de klacht ongegrond. Zie ook zaaknummer Z2022/4535.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:131 Raad van Discipline Amsterdam 23-066/A/A
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:131
Raadsbeslissing; Gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Verweerder heeft in strijd met de in het kader van het overlegscheidingstraject afgesproken geheimhouding informatie uit dit traject in de procedure bij de rechtbank en bij het hof overgelegd. Hiermee heeft verweerder niet gehandeld zoals van een zorgvuldig en behoorlijk handelend advocaat mag worden verwacht. Schending van de vertrouwelijkheid (een kernwaarde) is in beginsel van zodanige ernst dat een berisping op zijn plaats is (zie Hof van Discipline 6 november 2020, ECLI:NL:TAHVD:2020:223). Nu verweerder, nadat hij op zijn gedragingen is aangesproken, het eerste rapport van 4 juli 2022 heeft vervangen door een nieuw rapport (dat echter ook vertrouwelijke informatie bevatte) en niet gebleken is dat verweerder bewust vertrouwelijke informatie in de procedures heeft gebracht, volstaat de raad met oplegging van een waarschuwing met kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4535
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 18-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:147
Klacht tegen een huisarts. Klaagster stelt dat de huisarts haar broer onvoldoende heeft onderzocht of laten onderzoeken. Haar broer meldde zich in 2017 bij de huisarts met klachten aan de borstkas en later in 2019 met buikklachten. In 2020 is de patiënt overleden door een hartstilstand. De huisarts voert gemotiveerd verweer. Het college verklaart de klacht ongegrond. Zie ook zaaknummer Z2022/4534.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:132 Raad van Discipline Amsterdam 23-115/A/A
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:132
Raadsbeslissing; De klacht is gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk niet-ontvankelijk. Klaagster 3 exploiteert een onderneming met betrekking tot een werving- en selectiebureau. De aandelen in klaagster 3 werden voor 50% gehouden door klaagster 2 en voor 50% door S B.V. Deze twee vennootschappen zijn ook de bestuurders van klaagster 3. Beide vennootschappen zijn zelfstandig bevoegd om klaagster 3 extern te vertegenwoordigen. De aandelen in klaagster 2 werden voor 100% gehouden door klager 1. De aandelen in S B.V. werden voor 100% gehouden door S. Klager 1 en S hebben via hun vennootschappen werkzaamheden verricht ten behoeve van klaagster 3. Tussen de aandeelhouders/vennoten van klaagster 3 is een geschil ontstaan. S heeft verweerder gevraagd S BV en klaagster 3 bij te staan in dit geschil. De raad is van oordeel dat klager 1 in zijn hoedanigheid van aandeelhouder van klaagster 2 en klaagster 2 in haar hoedanigheid van 50% aandeelhouder en bestuurder van klaagster 3 hoogstens een afgeleid belang hebben bij de klacht, maar dat dit onvoldoende is om hun klacht over verweerder ontvankelijk te achten. klaagster 3 verwijt verweerder dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling door zowel voor klaagster 3, als voor S B.V. en S op te treden. Aangezien tussen de aandeelhouders van klaagster 3 een geschil bestaat over de beëindiging van de onderneming van klaagster 3, kan verweerder niet optreden voor zowel klaagster 3 enerzijds, als S B.V. en S anderzijds. S en S B.V. hebben een aan klaagster 3 tegenstrijdig belang. De raad is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat verweerder zich door voor klaagster 3 en voor S en S B.V. op te treden in een situatie heeft begeven van een belangenconflict (gedragsregel 15). Verweerder heeft genoegzaam toegelicht dat de belangen van klaagster 3 als onderneming en S BV als aandeelhouder in onderhavig geschil in het verlengde van elkaar lagen en nauw verweven waren, zodat van een tegengesteld belang geen sprake was. Het tussen de aandeelhouders/bestuurders bestaande geschil gaat immers niet over de beëindiging van de onderneming van klaagster 3, maar om een geschil waarbij S en S B.V, klager 1 aansprakelijk houden voor onbehoorlijk bestuur en onrechtmatige concurrentie vanwege het -aldus de cliënten van verweerder- oprichten van een aan klaagster 3 concurrerende onderneming. Voor zover verweerder volgens klaagster 3 klachtwaardig heeft gehandeld door declaraties (achteraf) op naam te stellen van klaagster 3, terwijl S B.V. zijn cliënte is, kosten in rekening te brengen bij klaagster 3, terwijl deze kosten in feite voor rekening zouden moeten komen van S of S B.V. en werkzaamheden te verrichten voor klaagster 3 zonder dat daar een rechtsgeldige opdracht aan ten grondslag lag geldt het volgende. Verweerder heeft voldoende onderbouwd dat hij bij aanvang van zijn werkzaamheden beide vennootschappen - klaagster 3 en S B.V. - als zijn cliënten mocht beschouwen. Toen hem gaandeweg duidelijk werd dat zijn werkzaamheden met name gericht waren op de belangen van klaagster 3 heeft verweerder op eigen initiatief zijn declaraties aan S B.V. gecrediteerd en op naam van klaagster 3 gesteld. Verweerder heeft met zijn handelwijze niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De klacht is derhalve ongegrond voor zover deze is ingediend door klaagster 3.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5170
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 18-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:148
Klacht tegen een gynaecologisch oncoloog kennelijk ongegrond. De klacht gaat over de behandeling van klaagster in 2016. Klaagster verwijt verweerder dat hij voor de operatie niet haar hele medische dossier heeft opgevraagd, waaronder de brief waar op staat dat zij gen-draagster is. Hierdoor is zij voor een tweede keer geopereerd terwijl het niet nodig was. Het college oordeelt dat verweerder binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven en dat hij heeft gehandeld als redelijk bekwaam en redelijk handelend arts.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:133 Raad van Discipline Amsterdam 23-319/A/A
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:133
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Openbare betekening dagvaarding. Het had de voorkeur verdiend om een afschrift van de dagvaarding naar het bij verweerder laatst bekende adres van klager te sturen. Door in plaats daarvan af te gaan op de informatie van de door hem ingeschakelde deurwaarder over de RNI-registratie van klager in de BRP heeft verweerder echter niet klachtwaardig gehandeld. Klager was na de ontvangst van het verstekvonnis in de gelegenheid om in verzet te gaan en dat heeft klager ook gedaan. De procespositie van klager is dan ook niet benadeeld. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5172
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 18-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:149
Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. De klacht gaat over de behandeling van klaagster in 2013. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij voor de operatie niet haar hele medische dossier heeft opgevraagd, waaronder de brief waar op staat dat zij gen-draagster is. Hierdoor zijn haar eierstokken en eileiders verwijderd, terwijl het niet nodig was. Het college oordeelt dat verweerder binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven en dat hij heeft gehandeld als redelijk bekwaam en redelijk handelend gynaecoloog.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:134 Raad van Discipline Amsterdam 23-366/A/A
- Datum publicatie: 20-07-2023
- Datum uitspraak: 10-07-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:134
Voorzittersbeslissing; klacht over advocaat wederpartij niet-ontvankelijk vanwege het overschrijden van de driejaarstermijn; beroep op artikel 46g lid 2 Advocatenwet slaagt niet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1733
- Datum publicatie: 19-07-2023
- Datum uitspraak: 19-07-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:123
Klacht tegen huisarts. De huisarts is door de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster gevraagd om een medisch advies uit te brengen over de stelling van klaagster dat zij in haar woning is blootgesteld aan bepaalde stoffen, als gevolg waarvan zij blijvende longklachten zou hebben opgelopen. De verzekeraar wilde op basis van het advies een inschatting maken of een door klaagster aan te spannen civiele procedure tegen de verhuurder van de woning een kans van slagen had. Klaagster klaagt er over dat de adviezen van de huisarts niet op zorgvuldige en deskundige wijze tot stand zijn gekomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege ziet geen reden om aan de deskundigheid van de arts te twijfelen, maar komt wel tot het oordeel dat de huisarts bij het aan zijn adviezen ten grondslag liggende onderzoek op bepaalde onderdelen niet met de vereiste zorgvuldigheid te werk is gegaan. Klachtonderdeel 1 is in zoverre gegrond. Het Centraal Tuchtcollege ziet af van de oplegging van een maatregel (art. 69, vierde lid, wet BIG).
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2023/5259
- Datum publicatie: 19-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:36
H2023/5259De verpleegkundige, destijds werkzaam in een forensisch-psychiatrische instelling, heeft gedurende drie maanden een intieme persoonlijke relatie onderhouden met een patiënt van wie zij persoonlijk begeleider was. De verpleegkundige sprak buiten de kliniek met de patiënt af en zij wist dat de patiënt drugs en telefoons de instelling inbracht, maar meldde dit niet bij het behandelteam. Met haar handelen werkte de verpleegkundige mee aan het schenden van tbs-voorwaarden door de patiënt, terwijl zij wist dat dit grote gevolgen kon hebben. Ook deelde de verpleegkundige informatie uit de (medische) dossiers van medepatiënten met de patiënt. De verpleegkundige is sinds februari 2023 niet meer ingeschreven in het BIG-register, omdat zij de termijn voor herregistratie heeft laten verlopen.Het college komt tot het oordeel dat de verpleegkundige tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt de maatregel op van ontzegging van het recht wederom in het register te worden ingeschreven.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:117 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1795
- Datum publicatie: 19-07-2023
- Datum uitspraak: 19-07-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:117
Klacht tegen psychiater. De psychiater heef op verzoek van het UWV een rapport opgesteld over klaagster. Het onderzoek betreft een vraagstelling ter beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van klaagster. Klaagster verwijt de psychiater dat 1. het rapport geen peildatum noemt voor de beoordeling, waardoor het rapport niet zorgvuldig en begrijpelijk is, 2. de bij de aanvraag meegezonden medische stukken waarnaar wordt verwezen niet worden vermeld, waardoor het rapport niet inzichtelijk is, 3. uit het rapport niet blijkt welke validatietests zijn gebruikt en 4. de psychiater gezien de hoge score van de gebruikte SIMS-validatietest niet de conclusie had mogen trekken dat er sprake was van een ongespecificeerde aanpassingsstoornis. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het deskundigenrapport de toets der kritiek niet kan doorstaan. Het Centraal Tuchtcollege zet uiteen dat de psychiater tot een conclusie komt die sterk afwijkt van de bevindingen/diagnoses van de behandelaren, hetgeen aanleiding had moeten zijn om nadere informatie op te vragen bij de behandelaars. Dat de psychiater dit heeft nagelaten, kan haar tuchtrechtelijk worden verweten. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom het beroep van klaagster deels gegrond en legt aan de psychiater de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4601
- Datum publicatie: 19-07-2023
- Datum uitspraak: 17-07-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:37
H2022/4601Verweerster is werkzaam als psychiatrisch verpleegkundige en systemisch en psychosociaal therapeut bij een GGZ-instelling. Klaagster en haar vroegere partner hebben in 2020 gesprekken met verweerster gevoerd (samen maar ook apart) over de problemen in hun relatie. Daarop is er een relatie ontstaan tussen verweerster en de vroegere partner. Klaagster heeft in juli 2020 bij het college een klacht ingediend tegen verweerster over, kort gezegd, het feit dat verweerster haar gevoelens voor de vroegere partner met klaagster heeft gedeeld en niet meteen de behandeling van klaagster heeft stopgezet toen zij die gevoelens ontdekte. In hoger beroep heeft het CTG op 16 maart 2022 beslist dat die twee verwijten terecht zijn en is aan verweerster de maatregel van berisping opgelegd. De huidige klacht houdt in dat verweerster drie weken na de laatste behandelsessie van klaagster ook daadwerkelijk een (ook intieme) relatie met de vroegere partner van verweerster is aangegaan.Het college komt tot het oordeel dat het klaagster vrij stond om de nieuwe klacht in te dienen, omdat het niet een herhaling is van de eerdere klacht. De klacht is dus ontvankelijk. Het college oordeelt ook dat de klacht gegrond is, maar legt verweerster geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:118 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1797
- Datum publicatie: 19-07-2023
- Datum uitspraak: 19-07-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:118
Klacht van de IGJ tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige werkt sinds 2012 als zzp’er in de (thuis)zorg. Van maart 2018 tot januari 2021 heeft zij (wijlen) patiënte dagelijks verpleegd. Dit betrof ADL-zorg. Naar aanleiding van een melding heeft de IGJ onderzoek verricht. De IGJ verwijt de verpleegkundige, samengevat, dat zij bij het verlenen van zorg aan de patiënte onprofessioneel en onzorgvuldig heeft gehandeld, geen althans onvoldoende dossier heeft bijgehouden, en dat zij heeft geweigerd medewerking te verlenen aan het onderzoek van de IGJ. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de bevoegdheid van de verpleegkundige om de aan de inschrijving in het BIG-register verbonden bevoegdheden uit te oefenen geschorst voor de duur van 6 maanden. Nadat zowel de verpleegkundige als de IGJ tegen deze beslissing beroep heeft ingesteld, verklaart het Centraal Tuchtcollege de klacht in al zijn onderdelen gegrond en wordt aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1682
- Datum publicatie: 19-07-2023
- Datum uitspraak: 19-07-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:119
Klacht tegen verpleegkundige die werkt als manager wijkverpleging. Klager verwijt de verpleegkundige dat hij door haar toedoen op 19 november 2021 eenzijdig uit de zorg is gezet. Volgens klager heeft de verpleegkundige hem valselijk beschuldigd van bedreiging van zorgmedewerkers. Hij verwijt de verpleegkundige dat zij niet heeft gezorgd voor continuering van de zorg en dat zij niet aan haar wettelijke zorgplicht heeft voldaan. Klager meent dat de verpleegkundige heeft nagelaten te handelen met inachtneming van de zorgvuldigheidsnormen en gedragsregels, zoals die voor haar beroepsgroep gelden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep en geeft een overweging ten overvloede over het eenzijdig beëindigen van de zorgverlening door de zorgaanbieder.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1681
- Datum publicatie: 19-07-2023
- Datum uitspraak: 19-07-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:120
Klacht tegen coördinerend wijkverpleegkundige. Klager verwijt de verpleegkundige dat hij door haar toedoen op 19 november 2021 eenzijdig uit de (thuis)zorg is gezet. Volgens klager heeft de verpleegkundige hem valselijk beschuldigd van bedreiging van zorgmedewerkers. Hij verwijt de verpleegkundige dat zij niet heeft gezorgd voor continuering van de zorg en dat zij niet aan haar wettelijke zorgplicht heeft voldaan. Klager meent dat de verpleegkundige heeft nagelaten te handelen met inachtneming van de zorgvuldigheidsnormen en gedragsregels, zoals die voor haar beroepsgroep gelden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep en geeft een overweging ten overvloede over het eenzijdig beëindigen van de zorgverlening door de zorgaanbieder.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1097
- Datum publicatie: 19-07-2023
- Datum uitspraak: 19-07-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:121
Klacht tegen psychiater. Klager was onder behandeling bij een ontwikkelingsstoornisteam. De beklaagde psychiater heeft klager beoordeeld in het kader van een second opinion. Klager heeft de psychiater gevraagd om een verklaring af te geven inhoudende de vaststelling van zijn beperkingen (een ADHD-verklaring). Dit heeft de psychiater gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de door klager geformuleerde klachten al in een eerdere tuchtprocedure zijn beoordeeld en verklaart de klacht kennelijk niet-ontvankelijk (ne bis in idem). Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1796
- Datum publicatie: 19-07-2023
- Datum uitspraak: 19-07-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:122
Klacht tegen een internist-nefroloog. Patiënt, geboren in 2001, was sinds 2008 bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. Hij was in november 2019 door het ziekenhuis, waar de internist werkzaam is, overgenomen van een ander ziekenhuis. Begin juni 2020 was de conclusie dat de nierfunctie van patiënt zo slecht was dat dialyse in afwachting van niertransplantatie onvermijdelijk was. De internist was begin juni 2020 de behandelaar van patiënt en heeft bij hem een dialyselijn geplaatst. Vervolgens is er met dialyseren gestart. Een maand later is patiënt plotseling overleden. Klagers (moeder, stiefvader en broers en zussen van patiënt) verwijten de internist dat hij patiënt en zijn moeder onvoldoende heeft geïnformeerd en geen toestemming van patiënt heeft verkregen om de dialyselijn te plaatsen. Daarmee zou het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt geschonden zijn. Verder wordt de internist verweten dat hij bij het plaatsen van de dialyselijn het verkeerde materiaal heeft gebruikt en dat hij daarna onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de op hem rustende zorgplicht en regiefunctie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klagers, uitgezonderd de moeder van patiënt, niet-ontvankelijk, en verklaart de klacht ongegrond. In beroep is de zaak in volle omgang nogmaals voorgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1810
- Datum publicatie: 19-07-2023
- Datum uitspraak: 19-07-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:116
Klacht tegen psychiater. Klagers hebben een klacht ingediend tegen de psychiater, omdat hij één van de auteurs is van een artikel waarin, kort samengevat, een analyse plaatsvindt van complotdenkers. Klagers benoemen zichzelf als personen die door hun omgeving worden beschouwd als complotdenkers, ook al hebben zij onderling verschillende denkbeelden en zien zij hun denkbeelden door de feiten bevestigd. Zij voelen zich aangesproken door wat de psychiater over complotdenkers heeft geschreven en vinden dat de psychiater klachtwaardig jegens hen heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat klagers niet zijn aan te merken als rechtstreeks belanghebbenden en verklaart de klacht niet-ontvankelijk. Het Centraal Tuchtcollege zet de criteria om als rechtstreeks belanghebbende te kunnen worden aangemerkt uiteen en verwerpt vervolgens het beroep van klagers.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 162
- Pagina: 163
- Pagina: 164
- ...
- Pagina: 968
- Volgende pagina zoekresultaten