Zoekresultaten 8051-8100 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:124 Hof van Discipline 's Gravenhage 230093

    Het hof is van oordeel dat klager misbruik maakt van klachtrecht. Volgens het hof moet klager er rekening mee houden dat de deken een volgend verzoek op grond van artikel 13 niet in behandeling zal nemen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:125 Hof van Discipline 's Gravenhage 230039

    Beklag op grond van artikel 13 ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:126 Hof van Discipline 's Gravenhage 220314

    Beklag van klaagster niet-ontvankelijk nu i) beklagtermijn ruimschoots is verlopen en ii) geen sprake is van een afwijzende beslissing van de deken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:127 Hof van Discipline 's Gravenhage 230199

    Beklag op grond van artikel 13 Aw gegrond. De deken heeft ten onrechte geoordeeld dat klager voor de door hem gewenste procedure geen bijstand van een advocaat nodig heeft. Het hof verwijst de zaak terug naar de deken teneinde opnieuw op het inleidend verzoek te beslissen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:86 Hof van Discipline 's Gravenhage 210311 210312 210313

    Optreden van drie advocaten als externe onderzoekscommissie op grond van (Nederlandse) klachtenregeling van de opdrachtgever. Klachtenregeling geldt als protocol. Kernwaarde onafhankelijkheid brengt mee dat een advocaat die met zijn opdrachtgever afspreekt dat hij voor die opdrachtgever onafhankelijk onderzoek zal verrichten, in een andere relatie tot zijn opdrachtgever komt te staan dan de klassieke advocaat-cliëntrelatie. Er ontstaat dan eenrelatie met een op zichzelf staand karakter (sui generis), waarin de kernwaarde partijdigheid in beginsel niet meer geldt. Ook de kernwaarde van de vertrouwelijkheid kan niet onverkort op de advocaat-onderzoeker van toepassing zijn, omdat die op gespannen voet staat met de plicht van een advocaat-onderzoeker om objectief en onafhankelijk onderzoek te doen. Artikel 10a betreft dus de rol van de advocaat als raadsman en – zie artikel 10a sub e – vertrouwenspersoon (de klassieke advocaat-cliëntrelatie). Als de advocaat als onderzoeker optreedt, is van die klassieke situatie geen sprake en heeft de kernwaarde van de jegens de cliënt te betrachten vertrouwelijkheid geen doorslaggevende waarde. Dit in tegenstelling tot de onafhankelijkheid, die juist voorop staat. De hoedanigheid van onderzoeker brengt ook mee dat de advocaat zich transparant, integer (objectief), onafhankelijk (zelfstandig), deskundig en zorgvuldig dient te gedragen. Die verplichting heeft hij niet alleen naar de opdrachtgever maar (juist) ook naar alle andere betrokkenen bij het onderzoek en derden. Verweerders hebben in strijd gehandeld met hun onderzoeksprotocol, de Nederlandse klachtenregeling, door (alleen) aan hun opdrachtgever een concept van hun rapportage voor te leggen en tevens door de Engelse (andersluidende) klachtenregeling ten nadele van klaagsters toe te passen en een oordeel te geven over de beschadigde werkrelatie tussen klaagsters en medewerkers in Engeland, waarmee klaagsters geen rekening hebben kunnen houden en waartegen zij zich niet hebben kunnen verweren. Door zich niet (strikt) aan de klachtenregeling te houden hebben verweerders in hun hoedanigheid van externe onderzoekscommissie het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:121 Hof van Discipline 's Gravenhage 220079

    klacht over eigen advocaat in alimentatiekwestie. Klaagster kwam in beroep tegen ongegrond verklaarde klachtonderdelen. Het hof verklaart die eveneens ongegrond. Verweerster heeft actief haar best gedaan de vertrouwensbreuk te voorkomen. Niet blijkt dat zij die heeft geforceerd of uitgelokt. Verder was het niet aan verweerster om voor de zittingsaantekeningen te zorgen, nu de rechtbank aangaf geen proces-verbaal te verstrekken. Verweerster heeft actief geprobeerd met de griffier de afspraken uit de regiezitting te reconstrueren. Verder geldt dat verweerster weliswaar onvoldoende doortastend is geweest bij de indiening van het wrakingsverzoek, maar dat dit niet zo ernstig is dat het tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Ten slotte heeft zij niet haar geheimhoudingsplicht geschonden door de beslissingen uit de zaak van klaagster te delen met de bestuursrechter, Raad voor Rechtsbijstand en de deken. Beroep faalt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:115 Hof van Discipline 's Gravenhage 220304

    Klacht over advocaat wederpartij in beslagkwestie. Verweerder heeft zich voldoende ingespannen om de processtukken op een juiste manier aan klaagster te betekenen - hij heeft voldaan aan zijn verplichtingen in de zin van het Wetboek op Rechtsvordering. Dat verweerder geen bewijs van ontvangst door klaagster overlegt, doet daar niet aan af. Verder heeft verweerder de stukken toegezonden aan het e-mailadres waarop eerder met haar is gecorrespondeerd en via whatsapp op het nummer dat bekend was bij het kantoor. Het had netjes geweest als hij de bij hem bekende gemachtigde ook had geïnformeerd over de ondernomen stappen, maar is in de onderhavige omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voor het overige bekrachtigt het hof het oordeel van de raad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:122 Hof van Discipline 's Gravenhage 220068

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Anders dan de raad verklaart het hof klager ontvankelijk. De driejaarstermijn op een later tijdstip aangevangen dan door de raad aangenomen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:116 Hof van Discipline 's Gravenhage 220168 220169

    Bekrachtiging beslissing raad. De klacht is niet-ontvankelijk. Geen sprake van schending van ne bis in idem-beginsel. Ook kent het tuchtrecht geen (wettelijke) verplichting op grond waarvan een klager gehouden is zijn klachten tegen een advocaat te concentreren en deze tegelijkertijd in één tuchtprocedure aanhangig te maken. Hoewel het wenselijk is dat een klager zijn klachten zo veel mogelijk bundelt, bestaat daartoe geen verplichting. Dit laat echter onverlet dat in een concreet geval het indienen van een opvolgende klacht in strijd kan komen met de beginselen van een behoorlijk tuchtprocesrecht. Daarvan is in dit geval sprake.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-049/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Termijnoverschrijding instellen rechtsmiddel. Geen opdracht verleend op beroep in te stellen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:123 Hof van Discipline 's Gravenhage 230057

    Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:117 Hof van Discipline 's Gravenhage 220133

    Bekrachtiging beslissing raad. Klacht van een advocaat over een advocaat over een advocaat, met betrekking tot onnodig grievende en onwelwillende uitlatingen. Welwillendheid en vertrouwen moet van beide kanten komen. Geen tuchtrechtelijke verwijtbaarheid, mede gelet op de eigen gedragingen van klager, het feit dat verweerder de hem verweten uitlatingen niet openbaar en niet in een zaak heeft gedaan, en de uitlatingen niet (mede) bestemd waren voor cliënten en/of derden..

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-003/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een echtscheidingsprocedure. Niet gebleken dat verweerder niet partijdig was. De door verweerder verstuurde opdrachtbevestiging voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Klachten over de kwaliteit van de dienstverlening ongegrond. Geen belang bij klacht over het overhandigen van dossiers.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:118 Hof van Discipline 's Gravenhage 220132

    Klacht over advocaat wederpartij in familierechtelijke kwestie. Anders dan de raad overweegt het hof dat verweerder wel degelijk mocht afgaan op de informatie van zijn cliënte dat klager een psychische stoornis had. Daarvoor had hij in dit geval voldoende aanleiding. Nadat de advocaat van klager die uitvoerig heeft betwist, heeft verweerder dit ook niet meer zelfstandig aan de orde gesteld maar enkel nog gereageerd op de advocaat van klager. Van volharding is daarom geen sprake. Vernietiging beslissing raad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2023:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2023/15 SHE/2023/16

    Klachten van het BFT over het vervullen van de poortwachtersrol niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn. De kamer merkt het schriftelijke signaal van de politie aan als dermate serieus dat van het BFT in de gegeven omstandigheden meer voortvarendheid had mogen worden verwacht. Nu tussen de ontvangst van dat signaal en het opvragen van de dossiers bij de notarissen bijna een jaar is verstreken, acht de kamer dit tijdsverloop niet meer redelijk. Dat de daadwerkelijke start van het onderzoek naar de onroerendgoedtransacties volgens het BFT (mede) is vertraagd door de uitbraak van het coronavirus, waardoor het geplande kantoorbezoek niet kon doorgaan en de werkwijze moest worden aangepast, vormt naar het oordeel van de kamer geen voldoende rechtvaardiging voor dit tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:119 Hof van Discipline 's Gravenhage 220115

    Klacht tegen advocaat wederpartij over bedreiging. Ook in hoger beroep onvoldoende weersproken. Bekrachtiging gegrondverklaring met berisping

  • ECLI:NL:TNORAMS:2023:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 724631 / NT 22-44 724634 / NT 22-45

    Afhandeling dossier was onzorgvuldig. Klacht gegrond. De kamer legt aan de kandidaat-notaris de maatregel van waarschuwing op, omdat hij direct betrokken was bij het dossier. Aan de notaris legt de kamer geen maatregel op. De kamer houdt daarbij rekening met de latere, meer indirecte, betrokkenheid van de notaris en het door hem op de zitting getoonde inzicht dat sprake is geweest van onzorgvuldig handelen.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2023:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 726702 / NT 22-54 726703 / NT22-55

    Klacht over de werkwijze van de notarissen, die naar het oordeel onvoldoende voortvarend en behulpzaam zijn geweest. De notarissen hadden klaagster kunnen uitnodigen om een en ander uit te leggen om vervolgens samen tot een oplossing te komen, in plaats van steeds per e-mail te blijven aandringen op het sturen van stukken. Weliswaar is het ook in het belang van klaagster dat de notaris controleert of zij beschikkingsbevoegd is, maar de notaris had tevens oog moeten hebben voor de dubbele lasten die klaagster zou moeten dragen indien de koop niet door zou gaan. Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie en hetgeen de notaris daarover ter zitting heeft verklaard, blijkt dat de regie van de aanpak in het dossier (in elk geval in de laatste fase) bij de notaris lag. De notaris heeft in het dossier de kandidaat-notaris (waarvoor hij de verantwoording draagt) aangestuurd om de stukken bij klaagster op te vragen. De kamer legt daarom de notaris de maatregel van waarschuwing op; aan de kandidaat-notaris wordt geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:120 Hof van Discipline 's Gravenhage 220091

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in het pensioenrecht. Klaagster heeft weliswaar heel gerichte stellingen ingenomen over welke technisch inhoudelijke punten verweerder aan de orde had moeten stellen in de procedure, maar nog geen begin van een onderbouwing aangeleverd. Bij gebrek aan onderbouwing faalt ook het beroep. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:114 Hof van Discipline 's Gravenhage 220124 220126D

    Samenvatting: Klacht en dekenbezwaar over declareren aan klager én via een toevoeging aan de RvR gegrond. Bekrachtiging beslissing raad met verzwaring van de maatregel. Klager is ontvankelijk: in het algemeen heeft een rechtzoekende belang bij de klacht dat er dubbel is gedeclareerd, niet alleen bij hemzelf maar ook op zijn naam bij de RvR. Als verweerder al met klager zou hebben besproken dat klager afstand deed van zijn recht op gefinancierde rechtsbijstand, laat dit de klacht over dubbel declareren onverlet. Vast staat dat verweerder klager declaraties heeft gezonden, dat klager in aanmerking kwam voor een toevoeging en dat verweerder op de toevoeging drie keer extra uren heeft aangevraagd, dat hij de toevoeging heeft gedeclareerd en dat deze is uitbetaald. De stelling van verweerder dat het per ongeluk is gebeurd is ongeloofwaardig. Niet gebleken dat de toevoeging (en de daarop gebaseerde vergoeding) is ingetrokken. Verweerder heeft aldus gehandeld in strijd met gedragsregel 18 lid 2 en artikel 4 lid 2 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand. Door zowel aan klager als aan de RvR te declareren heeft verweerder laakbaar gehandeld en het vertrouwen in zijn functioneren bijna onherstelbaar geschaad. Het hof legt 12 weken schorsing, waarvan zes voorwaardelijk op (raad: vier maanden voorwaardelijk), met behoud van de door de raad opgelegde bijzondere voorwaarden (vergoeding aan klager van de door klager als gevolg van de declaraties geleden schade tot de maximumhoogte van het in artikel 48b lid 1 Advocatenwet genoemde bedrag van € 5000,- door overboeking op klagers bankrekening binnen twee weken en creditering van de aan klager gestuurde declaraties voor het totaal gefactureerde bedrag, dus ook boven het bedrag van € 5000,-).

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:90 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-459/DB/ZWB

    Klacht over de advocaat van wederpartij. Verweerder mocht de houding van de gemachtigde van klaagster meewegen in de welwillendheid om mee te werken aan een later uitstelverzoek van de zijde van klager. Verweerder heeft bovendien zijn excuses aangeboden. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft gegeven.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:91 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-467/DB/ZWB

    Klacht kennelijk ongegrond. Het stond verweerder vrij de wederpartij van klager bij te staan. Niet vast te stellen is dat verweerder betaald is uit geld dat is verworven door oplichting.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-426/DB/LI

    Klacht kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:111 Hof van Discipline 's Gravenhage 220255D

    Bekrachtiging beslissing raad. Niet voldaan aan herhaalde verzoeken tot het doen van CCV-opgave 2021 en evenmin aan verzoeken tot aanleveren van financiële kengetallen over 2020 (en vergelijkende cijfers over 2019). Berisping en voorwaardelijke boete van € 2.500,- die verschuldigd is als verweerder binnen vier weken aan de deken de gevraagde informatie heeft verstrekt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:112 Hof van Discipline 's Gravenhage 220275D

    Bekrachtiging beslissing raad over de Uitvraag (aanleveren van de financiële kengetallen over 2020 en de vergelijkende cijfers over 2019). In de periode van de Uitvraag 2020 koos de deken de tuchtrechtelijke weg voor de handhaving en dat was een legitieme keuze. Dat de dekens gezamenlijk hebben besloten om voor de Uitvraag vanaf 2023 - in beginsel - de bestuursrechtelijke route te kiezen, doet daaraan niet af. Verweerder heeft categorisch de verzoeken van de deken genegeerd en dat is op zich al tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat verweerder nu geen advocaat meer is maakt dat niet anders. Dat betekent wel dat er geen reden meer is om de door de raad opgelegde geldboete met de daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarde te handhaven.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:113 Hof van Discipline 's Gravenhage 210264H

    Herzieningsverzoek ongegrond. Geen fundamentele rechtsbeginselen geschonden. Hof oordeelt “ex nunc” en mag bij het opleggen van een maatregel rekening houden met alle feiten en omstandigheden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:89 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-827/DB/LI

    Klacht van advocaat tegen advocaat. De raad overweegt dat het beter ware geweest als klager en verweerder iets meer professionele distantie in acht hadden genomen en elkaar met iets meer welwillendheid tegemoet hadden getreden. Het optreden van verweerder en de inhoud van de e-mails, ook in onderlinge samenhang bezien, zijn naar het oordeel van de raad binnen de ruime voor een advocaat geldende bandbreedte gebleven, zodat voor tuchtrechtelijk ingrijpen geen aanleiding bestaat. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5352

    Gegronde klacht van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is een vriendschappelijke relatie aangegaan met een cliënt die zij op dat moment behandelde. Niet lang na beëindiging van de behandelrelatie ontwikkelde de vriendschappelijke relatie zich tot een seksuele relatie. De Inspectie verwijt de verpleegkundige dat zij professionele grenzen heeft overschreden en in strijd heeft gehandeld met de voor haar geldende beroepsnormen. Het college oordeelt dat de klacht gegrond is. De verpleegkundige had geen (seksuele) relatie mogen aangaan met een aan haar zorg toevertrouwde cliënt. De verpleegkundige heeft hiermee niet professioneel gehandeld en haar beroepsnormen ernstig geschonden. Het college legt de verpleegkundige hiervoor de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-367/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft vooraf duidelijk gemaakt dat hij enkel hoger beroep zou instellen namens klagers als hij voldoende kansen zag. Door na een negatief procesadvies geen hoger beroep in te willen stellen, handelt verweerder niet klachtwaardig. Niet gebleken dat het procesadvies onjuist of frauduleus is. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:148 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-875/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:109 Hof van Discipline 's Gravenhage 210236

    Klacht tegen eigen advocaat. klachten zien op de kwaliteit van de dienstverlening. Klagers verwijten haar dat ze fouten heeft gemaakt in de procedure, slecht verweer heeft gevoerd, klagers slecht heeft bijgestaan, excessief heeft gedeclareerd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-129/AL/MN

    Verzetbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. De verzetgronden slagen dan ook niet. De voorzitter heeft de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk niet ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:155 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-368/DH/DH

    Verzet deels gegrond, omdat de voorzitter heeft nagelaten een klachtonderdeel op te nemen en beoordelen. Dit klachtonderdeel heeft de raad alsnog beoordeeld en wordt niet niet-ontvankelijk verklaard. Verzet voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5074

    Klacht tegen een kinderarts. Klaagster is geboren in 2006 en in 2020 tijdens een opname bij de kinderarts onder behandeling geweest. Ze leed aan een ernstige depressie en had een doodswens. Ze at al een paar weken niet meer toen ze werd opgenomen wen dronk ook heel weinig. Klaagster ging tijdens de opname verder achteruit en ontwikkelde diverse klachten, waaronder zichtproblemen. De kinderarts schakelde de oogarts in die op zijn beurt de kinderneuroloog inschakelde. Op basis van een MRI werd de diagnose Wernicke encephalopatie gesteld bij klaagster. Toen pas startte de kinderarts met een infuus thiamine. De kinderarts wordt verweten – samengevat – dat hij de problematiek bij klaagster heeft onderschat en daardoor niet adequaat heeft gehandeld op het toestandsbeeld. Ook wordt hem verweten dat hij de zorgen van de ouders van klaagster niet serieus heeft genomen en dat hij over het voorgaande geen excuses heeft aangeboden aan klaagster en haar ouders. Het college acht de klacht gegrond voor zover het gaat om het medisch handelen door onderschatting van de problematiek bij klaagster en het dat hij te laat met het geven thiamine is gestart. Voor het overige wordt de klacht ongegrond verklaard. De kinderarts krijgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:149 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-940/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-422/DB/LI

    Klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:50 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/712542 DW RK 22/17 MdV/RH

    Covid betekening, onjuist relateren. De gerechtsdeurwaarder heeft het vonnis betekend door het exploot achter te laten in een gesloten envelop. Hij heeft dit gedaan in verband met het advies van de KBvG van 24 september 2021 waarin de volgende regel stond opgenomen: ‘u zoekt bij de betekening contact, tenzij u dat gelet op specifieke omstandigheden onverantwoord acht’. De gerechtsdeurwaarder heeft meegedeeld dat hij de echtgenoot van klaagster op sociale media volgt en dat deze veel heeft gepubliceerd over coronawaanzin en tegen vaccineren en tegen het nemen van coronamaatregelen is. Daarom heeft de gerechtsdeurwaarder vanwege zijn eigen veiligheid bewust niet aangebeld. Vastgesteld moet worden dat gerechtsdeurwaarder onjuist heeft gerelateerd, zoals ook door hem ter zitting is erkend, door de betekening achter te laten in een gesloten envelop maar in de betekening niet te vermelden waarom hij aldus heeft gehandeld.Maatregel van waarschuwing opgelegd

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:181 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-559/AL/MN

    Verzetbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. De verzetgronden slagen dan ook niet. De voorzitter heeft de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:110 Hof van Discipline 's Gravenhage 220164

    Bekrachtiging beslissing raad. Gedragsregel 6 onder 1 ziet ook op de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot betaling ten laste van de wederpartij. Betekening van een uitspraak brengt voor de wederpartij kosten met zich mee. Als het gaat om een veroordeling tot betaling hangt het van de omstandigheden van het geval af of een advocaat al dan niet zonder voorafgaand betalingsverzoek tot betekening van de uitspraak mag overgaan. Zo kan een relevante omstandigheid zijn als de advocaat uit gedragingen van de wederpartij moet afleiden dat hij niet vrijwillig aan het vonnis zal voldoen. In beginsel is het gebruikelijk en passend om de debiteur na ontvangst van de uitspraak eerst in de gelegenheid te stellen (per e-mail of brief) om binnen een bepaalde termijn vrijwillig aan de veroordeling te voldoen en heeft deze handelwijze als uitgangspunt te gelden. In deze zaak geen indicatie dat klager niet vrijwillig zou voldoen en beperkte vordering, waarbij kosten betekening en nasalaris verhoudingsverwijs fors bedrag. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-043/DB/LI

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerster dat zij ondanks een belangenconflict tegen klager heeft opgetreden. Klager kan in die klacht niet worden ontvangen omdat niet is gebleken dat hij in enig eigen belang is geschaad. De klacht dat verweerster enkel het winnen van de zaak heeft nagestreefd is ongegrond, omdat niet is gebleken dat verweerster de grenzen van de aan haar toekomende vrijheid heeft overschreden. Deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-459/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:51 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/717241 DW/RK 22/175 LV/RH

    Vastgesteld is dat de gerechtsdeurwaarder onduidelijk heeft gecommuniceerd over de hoogte van de verschuldigde bedragen. De maatregel van waarschuwing wordt opgelegd. De intentie van de gerechtsdeurwaarder om de vordering te splitsen om te voorkomen dat klaagster een hoger bedrag aan griffierechten zou zijn verschuldigd is op zich goed, de communicatie hierover was echter verwarrend. Daarom legt de kamer de lichtste maatregel op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-017/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:182 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-530/AL/MN

    Verzetbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. Verzetgronden slagen niet. De voorzitter heeft de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk niet ontvankelijk verklaard. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-521/AL/OV

    Raadsbeslissing. De raad verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-121/DB/OB

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze waarop zij zich op 4 januari 2022 heeft onttrokken. De onttrekking was ontijdig omdat in de zaak die verweerster voor klaagster behandelde op 20 januari 2022 een mondelinge behandeling bij de rechtbank was gepland en tot uiterlijk 10 dagen voor de zitting stukken konden worden ingediend. Verweerster heeft zich, alvorens zich te onttrekken, er niet van vergewist of het aanhoudingsverzoek was gehonoreerd. Verweerster had rekening behoren te houden met de kwetsbare positie waarin klaagster zich bevond. In zoverre gegrond. Waarschuwing.Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze waarop zij zich op 4 januari 2022 heeft onttrokken. De onttrekking was ontijdig omdat in de zaak die verweerster voor klaagster behandelde op 20 januari 2022 een mondelinge behandeling bij de rechtbank was gepland en tot uiterlijk 10 dagen voor de zitting stukken konden worden ingediend. Verweerster heeft zich, alvorens zich te onttrekken, er niet van vergewist of het aanhoudingsverzoek was gehonoreerd. Verweerster had rekening behoren te houden met de kwetsbare positie waarin klaagster zich bevond. In zoverre gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-896/DH/DH

    Verzet grotendeels ongegrond. Eén onderdeel van het verzet slaagt wel: de voorzitter heeft over het hoofd gezien dat de klacht ook namens klager 2 is ingediend. De klacht van klager 2 wordt alsnog ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:52 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/718506 DW RK 22/215 LV/RH

    Het betekenen van ambtelijke stukken is een kerntaak van de gerechtsdeurwaarder en de gerechtsdeurwaarder heeft dan ook tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de dagvaarding aan een onjuist adres te betekenen. De kamer ziet geen aanleiding een maatregel op te leggen nu de gerechtsdeurwaarder heeft heeft erkend dat zij een fout heeft gemaakt en heeft meegdeeld haar werkwijze aan te passen. Daarnaast heeft zij ook excuses aangeboden aan klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-051/DH/RO

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Verweerder heeft in een echtscheidingszaak met jonge kinderen forse stellingen ingenomen. Eén van die stellingen is naar het oordeel van de grens (net aan) de grens over en daarmee klachtwaardig. Van verweerder mocht extra zorgvuldigheid en terughoudendheid worden verwacht. Omdat verweerder net aan de grens is overgegaan en de raad met deze uitspraak (nogmaals) de vastgestelde norm onder de aandacht wil brengen en ader wil invullen, ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:183 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-749/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over kwaliteit dienstverlening van voormalig eigen advocaat. De raad kan bij gebrek aan een feitelijke onderbouwing niet vaststellen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld ten opzichte van klaagster. Klacht in alle onderdelen ongegrond.