Zoekresultaten 8001-8050 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-771/AL/GLD

    De raad heeft geoordeeld dat verweerster haar cliënte onvoldoende (schriftelijk) heeft geïnformeerd over de te volgen strategie, de proceskansen en de kostenrisico’s Zij heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat de oplegging van een waarschuwing passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-369/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-558/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klager is een advocaat. Hij is namens vennootschap M. een procedure gestart tegen verweerder en mr. [D.] in hun hoedanigheid van curatoren van een andere vennootschap. Na het faillissement van vennootschap M. heeft klager de procedure voortgezet ten behoeve van de curatoren van die vennootschap. Ook heeft klager de belangen van een aantal banken behartigd. Klager heeft in die procedure abusievelijk een e-mailbericht aan verweerder verzonden, in welke e-mail (onder meer) vertrouwelijke correspondentie tussen klager en zijn cliënten was opgenomen. Verweerder heeft van deze vertrouwelijke correspondentie kennisgenomen en daarvan in de procedure gebruik gemaakt. Door op deze wijze te handelen heeft verweerder de vertrouwelijkheid tussen klager en zijn cliënten in ernstige mate geschonden en hij is daar, ook nadat hij op die schending is gewezen, mee doorgegaan. Daarmee heeft verweerder in strijd gehandeld met artikel 46 Advocatenwet en heeft hij de kernwaarde geheimhouding geschonden. Daarbij komt dat verweerder nauwelijks doordrongen lijkt van het laakbare van zijn gedrag. De raad legt een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-393/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-395/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van wederpartij. Verweerder heeft zonder daartoe gehouden te zijn extra kansen geboden om te voldoen aan de vordering. Verweerder was niet gehouden om het verzoekschrift in te trekken nadat niet tijdig is voldaan aan de vordering. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1254

    Klacht tegen huisarts. Klager is de zoon van een patiënte van de huisarts. Hij klaagt over de behandeling van zijn moeder door de huisarts. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht niet-ontvankelijk, omdat de moeder niet heeft ingestemd met de indiening van de klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2023/3926

    Deels gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Onheuse bejegening voorafgaand aan de operatie op de OK komt niet vast te staan. Wel komt vast te staan dat de anesthesioloog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door het ongemotiveerd en het standaard niet gebruiken van pre-oxygenatie. De anesthesioloog laat de patiënt daarmee een te vermijden risico lopen. Daarnaast had het op de weg van de anesthesioloog gelegen om voor de operatie kennis te nemen van het medisch dossier en er zorg voor te dragen dat over de vragen van klaagster met betrekking tot de anesthesie voor de operatie contact met klaagster zou worden opgenomen dan wel dit punt zelf ter sprake te brengen voordat klaagster onder narcose zou gaan. Het resultaat was dat van gemaakte afspraken ten aanzien van de anesthesietechniek geen sprake was en van overeenstemming over het gebruik van een plexus block evenmin. Met klaagster is onvoldoende besproken welke anesthesietechniek zou worden toegepast. Het tekenen van een voorgedrukt en vooraf ingevuld toestemmingsformulier vlak vóór de operatie en zonder de mogelijkheid van bespreking en zo nodig toelichting, voldoet niet aan het vereiste van een adequaat informed consent. Van adequate informatie en samen beslissen, zoals voorgeschreven in de WGBO, is geen sprake geweest. De gevolgde procedure voldoet ook niet aan de richtlijnen uit het veld. Hoewel er sprake kan zijn van taakverschuiving, vervalt hiermee niet de verantwoordelijkheid van de anesthesioloog. De anesthesioloog heeft geen blijk gegeven inzicht in de nadelen van de weergegeven werkwijze. Hij heeft bovendien, ook achteraf, geen verantwoordelijkheid gevoeld en/of genomen voor het gebrek aan communicatie met klaagster. Klacht deels gegrond verklaard, voorwaardelijke schorsing van zes maanden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:191 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-557/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klager is een advocaat. Hij is namens vennootschap M. een procedure gestart tegen verweerder en mr. [R.] in hun hoedanigheid van curatoren van een andere vennootschap. Na het faillissement van vennootschap M. heeft klager de procedure voortgezet ten behoeve van de curatoren van die vennootschap. Ook heeft klager de belangen van een aantal banken behartigd. Klager heeft in die procedure abusievelijk een e-mailbericht aan verweerder verzonden, in welke e-mail (onder meer) vertrouwelijke correspondentie tussen klager en zijn cliënten was opgenomen. Verweerder heeft van deze vertrouwelijke correspondentie kennisgenomen en daarvan in de procedure gebruik gemaakt. Door op deze wijze te handelen heeft verweerder de vertrouwelijkheid tussen klager en zijn cliënten in ernstige mate geschonden en hij is daar, ook nadat hij op die schending is gewezen, mee doorgegaan. Daarmee heeft verweerder in strijd gehandeld met artikel 46 Advocatenwet en heeft hij de kernwaarde geheimhouding geschonden. Daarbij komt dat verweerder nauwelijks doordrongen lijkt van het laakbare van zijn gedrag. De raad legt een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:188 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-732/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door een verzoekschrift in te dienen. Hoewel in het ouderschapsplan is opgenomen dat partijen bij meningsverschillen een mediator inschakelen, stond het verweerder vrij om namens en in overleg met zijn cliënt een verzoekschrift in te dienen. Mediation is geen verplichting en ligt ook alleen voor de hand als beide partijen daartoe bereid zijn. In dit geval heeft de cliënt van verweerder niet voor mediation gekozen. Niet gebleken van onnodig procederen. Het stond verweerder vrij om een wijziging van de alimentatie in het belang van zijn cliënt aan de rechter voor te leggen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:189 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-732/AL/MN herstelbeslising

    Herstelbeslissing. De raad overweegt dat sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4791

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. De patiënt is opgenomen op de SEH met rugklachten en gezien door een arts-assistent (verweerster de zaak A2022/4792), onder supervisie van de chirurg. Patiënt is dezelfde dag ontslagen, maar een aantal dagen later overleden. Het college oordeelt dat de chirurg niet onvoldoende supervisie heeft gevoerd, te weinig onderzoek heeft laten verrichten of aan tunnelvisie heeft geleden. De chirurg en de arts-assistent hebben breder gekeken dan de rugpijn. Uit het dossier blijkt dat patiënt uitgebreid lichamelijk is onderzocht en dat relevante aanvullende onderzoeken hebben plaatsgevonden om acute pathologie uit te sluiten. Het besluit om patiënt met instructies naar huis te sturen is zorgvuldig tot stand gekomen. Dat een onjuiste differentiaal diagnose is gesteld, heeft het college niet kunnen vaststellen. Daarbij moet worden aangetekend dat niet bekend is waaraan patiënt is overleden. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4792

    Ongegronde klacht tegen een arts. De patiënt is opgenomen op de SEH met rugklachten en gezien door een arts-assistent, onder supervisie van een chirurg (verweerder in de zaak A2022/4791). Het college oordeelt dat de arts-assistent niet onvoldoende adequaat overleg heeft gehad met haar supervisor, te weinig onderzoek heeft laten verrichten of aan tunnelvisie heeft geleden. De chirurg en de arts-assistent hebben breder gekeken dan de rugpijn. Uit het dossier blijkt dat patiënt uitgebreid lichamelijk is onderzocht en dat relevante aanvullende onderzoeken hebben plaatsgevonden om acute pathologie uit te sluiten. Het besluit om patiënt met instructies naar huis te sturen is zorgvuldig tot stand gekomen. Dat een onjuiste differentiaal diagnose is gesteld, heeft het college niet kunnen vaststellen. Daarbij moet worden aangetekend dat niet bekend is waaraan patiënt is overleden. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:190 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-476/AL/MN

    Verweerder heeft klaagster in hoger beroep bijgestaan in een huurgeschil. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder zijn werkzaamheden opschorten in afwachting van betaling, nadat hij de procedure positie van klaagster had veilig gesteld. Verweerder heeft klaagster onvoldoende geïnformeerd vanaf het moment dat haar geschil acuut werd, zij dreigde haar woning te verliezen, terwijl zij herhaaldelijk om een gesprek had gevraagd. Verweerder had klaagster toen moeten informeren over zijn inschatting van de goede en kwade kansen van de zaak en had haar haar verhaal moeten laten doen. Verweerder heeft daar te lang mee gewacht en kostbare tijd verspild en daarmee de belangen van klaagster veronachtzaamd. Alhoewel verweerder er goed aan had gedaan om klaagster uit te leggen dat hij het dossier in eerste aanleg zou opvragen en waarom, heeft dit verwijt geen zelfstandige betekenis omdat het valt onder de klacht over de ontoereikende communicatie. Verweerder heeft zich op zorgvuldige wijze onttrokken en mocht weigeren om bedragen aan klaagster terug te betalen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5399

    Deels gegronde klacht tegen een chirurg. De chirurg heeft zonder toestemming van klager besloten af te wijken van de oorspronkelijk afgesproken operatie. Hiermee was er geen sprake van informed consent en er waren geen redenen op grond van de WGBO of anderszins om van deze regel af te wijken. Het college heeft evenwel geen reden om vast te stellen dat de chirurg de niet afgesproken operatie niet lege artis heeft uitgevoerd. Klacht deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-147/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klaagster laten bijstaan door zijn zoon, die geen advocaat is. Verweerder heeft niet voldoende duidelijk gemaakt dat zijn zoon geen advocaat is. Verder is sprake van tekortkomingen in de kwaliteit van de dienstverlening door de zoon, die aan verweerder als eindverantwoordelijke worden toegerekend. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:135 Raad van Discipline Amsterdam 23-064/A/A

    Raadsbeslissing; deels gegronde klacht over het handelen van verweerster in haar hoedanigheid van deken. Klachtonderdeel a) is ongegrond, klachtonderdeel b) is gegrond. Het was in de gegeven omstandigheden niet aan verweerster om het klachtdossier van klager te sluiten. Verweerster had de klacht aan de raad moeten doorsturen. Nu verweerster dit niet heeft gedaan, heeft zij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De raad is van oordeel dat klager het meest is gebaat bij een juiste toepassing van de klachtenprocedure. Klager heeft de mogelijkheid om zijn klacht opnieuw bij de deken in te dienen, waarna de klacht, indien klager dit wenst, alsnog aan de raad kan worden voorgelegd. Het daarnaast nog opleggen van een maatregel aan verweerster acht de raad in dit licht niet opportuun.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-195/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft gewerkt op basis van een toevoeging en daarnaast € 2.500,- aan honorarium gefactureerd. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening is verjaard. De raad volstaat in dit geval met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:136 Raad van Discipline Amsterdam 23-137/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. De raad stelt vast dat de uitlatingen van verweerder over klager ter zitting feitelijk gezien onjuist waren en dat verweerder dit ook wist. Verweerder heeft met het poneren van deze onwaarheden tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld en gedragsregel 8 geschonden. Daarbij heeft verweerder de integriteit van klager in zijn hoedanigheid als verbalisant onterecht in twijfel getrokken en hiermee klager in zijn eer en goede naam aangetast. Met het doen van deze uitlatingen heeft verweerder zich onnodig grievend over klager uitgelaten en hij heeft daarmee ook gedragsregel 7 geschonden. De raad acht de oplegging van een waarschuwing aan verweerder passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:129 Hof van Discipline 's Gravenhage 230217

    Beklag op grond van artikel 13 ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:137 Raad van Discipline Amsterdam 23-155/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening voormalig eigen advocaat ongegrond. De raad is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerster klager met onnodige kosten heeft opgezadeld door bij voorbaat kansloze procedures te voeren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:138 Raad van Discipline Amsterdam 23-223/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond. Ten aanzien van klachtonderdeel a) is de raad van oordeel dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld en van het door verweerder in het geding brengen van een vervalste akte geen sprake is geweest. Ten aanzien van klachtonderdeel b) overweegt de raad dat het verwijt van klaagster, dat verweerder zelf zou hebben meegewerkt aan het vervalsen van de akte, niet uit de stukken blijkt en dit wordt door klaagster ook niet nader onderbouwd. Ten aanzien van klachtonderdeel c) is de raad van oordeel dat het verweerder in de gegeven omstandigheden vrijstond om de eis in reconventie twee dagen voor de zitting in te dienen. Van een schending van gedragsregel 6 is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-1013/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:139 Raad van Discipline Amsterdam 23-085/A/A

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-095/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-096/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:31 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/11

    De klacht houdt in dat de dierenarts tekort is geschoten in de uitvoering van de euthanasie van een hond. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:128 Hof van Discipline 's Gravenhage 230127

    Hoger beroep tegen een door de raad ongegrond verklaard verzet. Geen gronden voor doorbreking van het appelverbod. Omdat dit de vijfde zaak is waarin klager hoger beroep instelt in een zaak waarin hoger beroep niet open staat, bepaalt het hof dat sprake is van misbruik van klachtrecht. Klager moet er rekening mee houden dat een volgend beroep waarin een appelverbod geldt niet in behandeling wordt genomen door het hof.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-371/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij in een echtscheidingszaak in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:32 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/20

    Klacht tegen een dierenarts en een paraveterinair. De dierenarts wordt verweten dat er bij een penisamputatie bij een kat niet ook blaasstenen zijn verwijderd, wat volgens klager nadien heeft geleid tot gezondheidsproblemen in de vorm van plas- en ontlastingsklachten en blaasontstekingen. De paraveterinair wordt verweten dat zij in de patiëntenkaart die aan klager is toegestuurd wijzigingen heeft aangebracht die onwaar zijn. Beide klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-372/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat over het zich niet houden aan afspraken. Van overeenstemming was echter geen sprake. Evenmin is sprake van grievende uitlatingen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:33 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/32

    Dierenarts wordt verweten niet adequaat te hebben gereageerd op een verzoek om spoedhulp met betrekking tot een paard dat in een zwembad was gevallen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-373/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van wederpartij. Niet gebleken dat verweerder ondeskundig is in het erfrecht of bewust valse informatie aan een notaris heeft verstrekt. Evenmin is gebleken dat verweerder gebrekkig communiceert, geen verantwoordelijkheid zou nemen of niet meewerkt aan het spoedig oplossen van het geschil.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:27 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/17

    De klacht houdt in dat de dierenarts met betrekking tot een uitgevoerde kruisbandoperatie bij een hond en gedurende het vervolgtraject ernstig tekort is geschoten, met als gevolg dat de hond blijvend kreupel is geworden. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:28 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/30

    Klachtambtenaarzaak. Noodslachting rund. Dierenarts treft het verwijt ten onrechte te hebben geconcludeerd dat er geen beletselen waren voor de noodslachting en toelating tot de voedselketen. Volgt geldboete van € 1.000, waarvan de helft voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-355/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over bijstand advocaat bij een vaststellingsovereenkomst in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:29 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/31

    Dierenarts heeft verwijtbaar nalatig gehandeld doordat hij een na een operatieve ingreep nog niet naar behoren uit de narcose ontwaakte hond te vroeg mee naar huis heeft laten gaan en met betrekking tot de verdere contactmomenten en advisering een te afwachtende houding heeft aangenomen. Volgt berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-369/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:30 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/10

    Dierenarts treft het verwijt dat er na afloop van een door haar bij een kat uitgevoerde operatie onvoldoende nazorg is verleend, waardoor er tijdens de recovery verwondingen aan de huid hebben kunnen ontstaan. Gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-370/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:187 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-226/AL/MN/D

    Raadsbeslissing. Voortzetting klachtonderdelen in het algemeen belang. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door wezenlijke afspraken met zijn cliënte over het afstand doen van het recht op gefinancierde rechtsbijstand niet schriftelijk vast te leggen. Dit nalaten van verweerder raakt aan de kernwaarde (financiële) integriteit. De aard en ernst hiervan rechtvaardigen daarom de oplegging van een maatregel. Voor de bepaling van de hoogte van de maatregel houdt de raad rekening met alle omstandigheden van deze in het algemeen belang voortgezette klachtzaak, waaronder de door verweerder op de zitting getoonde zelfreflectie en het feit dat aan verweerder niet eerder tuchtrechtelijke maatregelen zijn opgelegd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/410246 KL RK 22-129

    Afwikkeling nalatenschap. Met verkoopproces van tweetal panden en dus met de afwikkeling van de nalatenschap is de nodige tijd gemoeid. De notaris is hierin ook afhankelijk van de voortvarendheid van de verkoopmakelaars en mag en moet daar in beginsel ook op vertrouwen, zeker waar het betreft de verkoop van de buitenlandse onroerende zaak. Dit neemt uiteraard niet weg dat de notaris als afwikkelingsbewindvoerder wel voldoende regie op dit proces dient te voeren. Aangevoerde omstandigheden vormen naar oordeel kamer geen grond om aan te nemen dat de notaris bedoelde regie in dit geval onvoldoende heeft gevoerd. Voorts administratieve onzorgvuldigheden aan zijde notaris(kantoor). Excuses zijn gemaakt en maatregelen ter voorkoming van herhaling zijn genomen, echter dit neemt niet weg dat hier op zichzelf beschouwd sprake is van klachtwaardig handelen dan wel nalaten van (het kantoor van) de notaris. De klachten op deze onderdelen worden daarom gegrond verklaard. Het aldus geconstateerde (gevolg van het) verzuim van de notaris, gelet op de concrete omstandigheden van het geval, is naar het oordeel van de kamer niet zodanig ernstig of zwaarwegend dat dit een tuchtrechtelijk verwijt oplevert waarvoor een maatregel zou moeten worden opgelegd. Wat dat betreft wordt wel gewicht toegekend aan de omstandigheden dat excuses gemaakt zijn en maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:93 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-518/DB/LI

    Klacht kennelijk ongegrond. Het stond verweerder vrij de wederpartij van klager bij te staan. Niet vast te stellen is dat verweerder betaald is uit geld dat is verworven door oplichting. Verweerder was niet verplicht de voormalige advocaat van zijn cliënt te vragen naar de reden tot het neerleggen van diens werkzaamheden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:186 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-290/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over kwaliteit dienstverlening van voormalig eigen advocaat. Op grond van het klachtdossier kan niet worden vastgesteld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Een feitelijke grondslag voor de verwijten die klager verweerder maakt ontbreekt. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1295

    Klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft op verzoek van de gezinsvoogd en met instemming van de ouders samen met een GZ-psycholoog bij de dochter van klaagster een onderzoek uitgevoerd. Doel van dit onderzoek was om te beoordelen of en zo ja, welke behandeling en/of begeleiding van de dochter geïndiceerd was. De psychiater en voornoemde GZ-psycholoog hebben de resultaten van dit onderzoek met hun advies voor behandeling/begeleiding neergelegd in een rapport. Strikt genomen – zo oordeelt het Regionaal Tuchtcollege – was geen sprake van een rapportage aan een derde, wat met zich meebrengt dat het op grond van artikel 7:446, vierde lid van het Burgerlijk Wetboek (BW), en daarmee ook het in artikel 7:464, lid 2, onder b, BW neergelegde inzagerecht hier niet rechtstreeks van toepassing is. Het feit dat de gezinsvoogd het rapport zou gaan gebruiken in een gerechtelijke procedure en dat de psychiater hier ook van op de hoogte was, betekent in dit geval echter dat de psychiater klaagster toch de gelegenheid tot inzage in het rapport had moeten bieden voordat zij het rapport aan de gezinsvoogd verzond. Het Regionaal Tuchtcollege is verder van oordeel dat de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het rapport berust niet toereikend zijn om de conclusies te dragen en het rapport derhalve niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdelen 3 t/m 11 gegrond en legt de psychiater de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen 1, 2 en 12.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1601 en C2022/1602

    Klachten tegen een gynaecoloog. Klaagster is de dochter van de op hoge leeftijd overleden patiënte. De gynaecoloog heeft patiënte in het ziekenhuis behandeld in verband met een vulvacarcinoom. Drie jaar later kwam patiënte terug en werd na een biopsie VIN III vastgesteld, beginnende infiltratie werd niet uitgesloten en een lokale excisie werd geadviseerd en uitgevoerd. Er volgde een MDO en gedurende twee jaar vervolgcontroles. Daarna heeft een collega de zorg overgenomen. Klaagster verwijt de gynaecoloog - kort gezegd - dat hij de kwalificatie ‘VIN III’ niet had mogen accepteren en dat hij beter had behoren te handelen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster gelet op het ‘ne bis in idem’-beginsel kennelijk niet-ontvankelijk in de klachten en bepaalt publicatie in geanonimiseerde vorm. Ook het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat sprake is van de ‘ne bis in idem’-situatie en verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1791

    Klacht tegen psychiater. De psychiater heeft in het kader van een civielrechtelijke aansprakelijkheidsprocedure tussen klager en één van klagers voormalige patiënten eind december 2012 een psychiatrische expertise uitgebracht. Klager was destijds psychoanalyticus van zijn voormalige patiënte. De psychiatrische expertise is opgesteld naar aanleiding van een verzoek daartoe van de advocaat van de voormalige patiënte van klager. Klager verwijt de psychiater dat het door hem uitgebrachte rapport niet voldoet aan de daarvoor geldende richtlijnen en dat het beginsel van hoor en wederhoor niet is toegepast. Verder stelt klager dat het rapport blijk geeft van het ontbreken van kennis van de essentie van de psychoanalyse bij de psychiater. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5090

    Ongegronde klacht tegen huisarts. Klager is van mening dat de huisarts zijn medische problemen heeft onderschat, dan wel zich onvoldoende heeft ingespannen voor een deugdelijke behandeling. Het gaat in het bijzonder om een niet goed behandelen van obstipatie en problemen met een stoma, en het negeren van een allergische reactie op een specifieke vorm van een voorgeschreven medicijn. Klager verwijt de huisarts specifiek dat zijn klachten, ondanks meerdere telefonische contacten in de week van 11 tot 14 oktober 2002, niet serieus zijn genomen, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in een spoedopname in het ziekenhuis. Voorts stelt klager dat de huisarts gemelde allergieën voor een bepaalde medicatie als onbestaand heeft afgewezen en de hierdoor ontstane problemen heeft afgewenteld op de apotheker. De huisarts heeft verweer gevoerd. Het college stelt met betrekking tot het eerst klachtonderdeel vast dat het verloop van de problemen van klager tussen 11 en 14 oktober 2022 sterk wisselend was. Het college is van oordeel dat gezien het wisselende verloop van de klachten van klager de huisarts er in redelijkheid voor kon kiezen om het weekend af te wachten. De plotselinge verslechtering van de situatie van klager op vrijdagavond was niet te voorzien, en had overigens ook niet voorkomen kunnen worden. Alsdan valt de huisarts met haar aanpak geen (tuchtrechtelijk) verwijt te maken. Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel volgt het college de huisarts in haar gemotiveerde toelichting dat zij het probleem van de bijwerking serieus heeft genomen en zich heeft ingespannen om klager te voorzien van een mesilaat-vrije variant. Het is spijtig dat klager enkele dagen de mesilaat bevattende variant heeft moeten gebruiken, maar dat kan de huisarts niet verweten worden omdat zij zich in voldoende mate voor hem heeft ingespannen – helaas zonder direct het door klager gewenste resultaat. Het college komt tot oordeel dat alle onderdelen van de klacht ongegrond zijn.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5310

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts, waarschuwing. Klager is een periode van ongeveer twee jaar (2012-2014) blootgesteld geweest aan rioolgassen in zijn woning en wil daarvoor schadevergoeding. In opdracht van klagers rechtsbijstandsverzekeraar heeft de huisarts een advies uitgebracht over de relatie tussen deze blootstelling en de gestelde gezondheidsschade. De huisarts concludeert dat die relatie er niet is. In 2016 heeft de huisarts ook al een advies uitgebracht inzake de echtgenote van klaagster. Tegen het handelen van de huisarts heeft de echtgenote van klager eerder een tuchtklacht ingediend (A2021/3666). Deze klacht is ongegrond verklaard door het RTG Amsterdam. Hiertegen heeft de echtgenote van klager hoger beroep ingesteld bij het CTG. Ten tijde van de zitting van onderhavige zaak was nog geen uitspraak gedaan. Klager verwijt de huisarts dat hij op onjuiste gronden tot het advies is gekomen en ten onrechte de conclusie heeft getrokken dat er geen medische argumenten waren die wezen op vergiftiging door het inademen van giftige rioolgassen in de woning. De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Voor zover bepaalde aspecten van zijn handelen beter hadden gekund, acht de huisarts dit niet dusdanig zwaarwegend dat een maatregel dient te worden opgelegd. Het college toetst ten volle of het onderzoek door de huisarts uit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid de tuchtrechtelijke toets der kritiek kan doorstaan. Ten aanzien van de conclusie van de rapportage wordt beoordeeld of de huisarts in redelijkheid tot zijn conclusie heeft kunnen komen. Het college stelt voorop dat het advies geen systematische beantwoording van de vraagstelling kent. Naar het oordeel van het college wreekt zich met name het summiere karakter van de overwegingen in het advies alsmede de stelligheid waarmee deze overwegingen worden gepresenteerd. In het advies wordt ook geen enkele aandacht besteed aan een, mede gelet op de constateringen van de longarts in 2014, mogelijk tijdelijke verergering van de longklachten van klager als gevolg van de rioolgassen. Ook op andere vragen had de huisarts met meer voorzichtigheid kunnen reflecteren. Het eerste klachtonderdeel is gegrond. Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel volgt het college klager niet in zijn verwijt dat de huisarts ten onrechte de conclusie heeft getrokken dat er geen medische argumenten waren die wezen op vergiftiging door het inademen van de rioolgassen in de woning. Klager leed aan een scala van aandoeningen, die weliswaar mogelijk tijdelijk zijn verergerd door de blootstelling aan de rioolgassen, maar oorzakelijk daaraan niet kunnen worden toegeschreven. Daarbij wijst het college erop dat zij de conclusie van het advies slechts marginaal kan toetsen. Het tweede klachtonderdeel is ongegrond. Het college komt tot oordeel dat de klacht deels gegrond is en legt de huisarts de maatregel van waarschuwing (zie beslissing onder 5.10) op.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2023:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/49

    Klager verwijt de notaris dat deze een testament voor erflater heeft opgesteld waarin de notaris is benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder zonder dat een derde persoon is aangesteld om toezicht op de notaris te houden. Vervolgens verwijt klager de notaris dat deze er niet op toegezien heeft dat erflater een rechtsgeldig codicil opstelde. Daarnaast heeft de notaris zonder het toegezegde overleg goederen van erflater door een veilinghuis openbaar laten verkopen en reageerde de notaris niet op terugbelverzoeken van klager. Ten slotte is klager van mening dat de notaris het legaat te laat heeft uitgekeerd en daarover niet heeft gecommuniceerd. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5246

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft zich met rug- en beenklachten tot de huisartsenpraktijk gewend, waar hij te woord is gestaan door de huisartsassistente (hierna: de assistente). Zij heeft hem geadviseerd pijnstillers te nemen tegen de pijn. Na een week heeft klager weer gebeld met de praktijk en wederom de assistente gesproken. Zij vertelde dat de huisarts naar de rug en benen van klager zou kijken als hij naar de praktijk zou komen, waartoe klager zich niet in staat achtte. Klager stelt dat er sprake is van plichtsverzuim en klaagt ook over het feit dat de assistente hem medicijnen heeft voorgeschreven zonder dat de huisarts een diagnose heeft gesteld. De huisarts stelt primair dat klager niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat een klacht in algemene zin tegen de praktijk en haar medewerkers niet mogelijk is, subsidiair stelt hij dat de klacht moet worden afgewezen. Het college is van oordeel dat de huisarts in beginsel verantwoordelijk is voor het handelen van de assistente. In zoverre is klager dus ontvankelijk in zijn klacht, maar de klacht is kennelijk ongegrond. De assistente heeft overeenkomstig het beleid van de praktijk, dat in lijn is met de standaard van het NHG, gehandeld door een inschatting te maken van de ernst van de klachten en vervolgens eerst pijnstilling te adviseren. De klacht is kennelijk ongegrond.