Zoekresultaten 7901-7950 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:179 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-447/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Het is niet gebleken dat verweerster klager blokkeert om een nieuwe toevoeging aan te vragen. Niet gebleken dat verweerster onvoldoende tijd heeft genomen voor de behandeling van de zaak.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:134 Hof van Discipline 's Gravenhage 230141

    Artikel 13-beklag niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:135 Hof van Discipline 's Gravenhage 230148

    Art 13-beklag ongegrond verklaard. Klager heeft geen belang meer bij zijn beklag nu hij inmiddels wordt bijgestaan door een advocaat.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:133 Hof van Discipline 's Gravenhage 230107

    Beklag tegen weigering om verzoek tot beëdiging als advocaat in behandeling te nemen ongegrond. Gegronde vrees dat klaagster als advocaat (opnieuw) inbreuk zal maken op de voor advocaten bestaande regelgeving of zich anderszins zal schuldig maken aan enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-257/DB/OB

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Discussie over rechtsgeldigheid van opdrachtverlening voorbehouden aan de civiele rechter. Op voorhand niet evident dat verweerder onbevoegd optreedt namens zijn cliënten. Niet gebleken dat verweerder gedragsregel 15 heeft overtreden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/5045

    Klacht tegen psychiater – geneesheer-directeur van TBS-kliniek - dat deze hem ibuprofen voorschreef tegen rugklachten, waardoor klager nierschade heeft opgelopen. Volgens de klager had de psychiater hem een matrastopper moeten voorschrijven. Het college oordeelt dat van de in lage dosering voorgeschreven ibuprofen geen nierschade te verwachten was. Advies om huisarts te raadplegen over een matrastopper is ook niet onzorgvuldig, nu dergelijke adviezen niet tot de normale deskundigheid van de psychiater behoren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:107 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-870/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Tweede tussenbeslissing. Zaak is reeds bij tussenbeslissing d.d. 6 maart 2023 aan de deken terugverwezen. De raad is van oordeel dat de (ontvankelijkheid van) de klacht nog steeds niet kan worden beoordeeld. In de brief van 4 mei 2023 maakt de deken melding van een in 2018 door klager bij de deken ingediende klacht, bij de deken bekend onder het nummer K18-135. De raad heeft de in die klachtzaak gewisselde stukken echter niet in het door de deken op 2 november 2022 aan de raad doorgezonden klachtdossier, noch in de bij de brief van de deken d.d. 4 mei 2023 gevoegde bijlagen aangetroffen. De deken heeft voorts geen gehoor gegeven aan de oproep van de raad om ter zitting van 3 juli 2023 te verschijnen voor het geven van een nadere toelichting. De zaak wordt wederom terugverwezen naar de deken en iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4962

    Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. De klacht gaat over een knie operatie, waarna er complicaties zijn opgetreden. Hierdoor moest klager nogmaals meerdere operaties ondergaan en heeft klager onder andere chronisch pijn. Klager stelt dat hij onvoldoende is voorgelicht over de risico’s van de operatie op de opgetreden complicaties, waardoor hij van tevoren niet een weloverwogen beslissing heeft kunnen nemen om de operatie te ondergaan. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-092/DH/RO

    Verzet ongegrond. Geen aanknopingspunten dat de voorzitter bepaalde onderdelen niet bij zijn beoordeling heeft betrokken. De voorzitter heeft terecht de door klager ingediende klacht als uitgangspunt genomen voor zijn beoordeling.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5168

    Klacht tegen verzekeringsarts. In het kader van de aanvraag van een WIA-uitkering heeft verweerder klaagster onderzocht en een verzekeringsgeneeskundige beoordeling verricht. Aan de hand van de beoordeling door verweerder heeft vervolgens een arbeidskundige beoordeling plaatsgevonden. Met inachtneming van de door verweerder vastgestelde beperkingen zijn voor klaagster diverse functies geduid en is de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 35%. De WIA-aanvraag is vervolgens afgewezen. De klacht heeft betrekking op de beoordeling door verweerder en de gevolgen daarvan voor haar geestelijke gezondheid. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:104 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-132/DB/ZWB

    Klacht van advocaten over de advocaat van de wederpartij van hun cliënte gegrond. Verweerster heeft gehandeld in strijd met gedragsregel 25 door de brief van 30 juni 2022 niet alleen toe te sturen aan klaagsters (beiden werkzaam als advocaat in dienstbetrekking bij NN G. N.V.), maar tevens rechtstreeks te adresseren aan de (CEO van de) NN G. N.V., terwijl die brief geen aanzegging met rechtsgevolg bevatte. Verweerster is reeds meerdere malen tuchtrechtelijk veroordeeld, onder andere wegens handelen in strijd met gedragsregel 25. Verweerster volhardt in haar onwelwillende houding ten opzichte van de advocaten van de wederpartij van haar cliënten. In de aard en ernst van het in de onderhavige klachtzaak gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijt en het tuchtrechtelijke verleden van verweerster ziet de raad aanleiding om een voorwaardelijke schorsing van een week aan verweerster op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5350

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klaagster is door de chirurg geopereerd aan een hallux valgus. Na de operatie heeft ze veel pijn. Ze verwijt de chirurg dat de nazorg niet goed is geweest en dat hij de operatie niet goed zou hebben uitgevoerd. Het college is van oordeel dat beide verwijten onjuist zijn en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:105 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-171/DB/OB/D

    Dekenbezwaar. Handelen in strijd met diverse bepalingen uit de Voda en de gedragsregels. De raad rekent het verweerder zwaar aan dat hij ermee heeft ingestemd dat door medewerkers van A. op zijn naam en met gebruikmaking van zijn hoedanigheid van advocaat schuldbemiddelingsdossiers betreffende een consumentenkrediet werden behandeld en dat in zijn naam en met gebruikmaking van zijn briefpapier en e-mailadres brieven werden gestuurd terwijl hij met de inhoud van die dossiers en correspondentie niet bekend was. De wijze waarop verweerder heeft gemeend de uitvoering van werkzaamheden te kunnen delegeren is in strijd met de gedragsregels. Ook heeft verweerder in strijd met gedragsregel 14 lid 3 gehandeld doordat hij onzorgvuldig heeft gehandeld ten aanzien van het afhandelen en overdragen van lopende dossiers met het oog op de uitschrijving van het tableau per 31 december 2022. Hoewel verweerder zichzelf reeds van het tableau heeft laten uitschrijven, is de raad van oordeel dat gelet op de aard en de ernst van de gedragingen van verweerder en zijn tuchtrechtelijk verleden, een langdurige schorsing in de uitoefening van de praktijk de enige passende maatregel is. Onder deze omstandigheden acht de raad de maatregel van schorsing voor de duur van twaalf weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:211 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-349/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat. Klacht is voor een deel niet ontvankelijk, omdat de klacht te laat, na afloop van de vervaltermijn van drie jaar, bij de deken is ingediend. De klacht is voor het andere deel kennelijk ongegrond, omdat de juistheid van het verwijt op grond van het klachtdossier niet kan worden vastgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5395

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager maakt de huisarts verschillende verwijten, waaronder het niet toevoegen van alle verklaringen van klager en zijn partner aan het medisch dossier. Het college overweegt dat de KNMG in haar richtlijnen heeft bepaald dat de arts slechts die gegevens omtrent de gezondheid en de behandeling van de patiënt moet opnemen, die voor een ‘goede hulpverlening’ in de toekomst noodzakelijk zijn. De arts beoordeelt per situatie welke gegevens hij daartoe in het dossier opneemt. Er bestaat voor de huisarts geen verplichting alle correspondentie betreffende klager in diens dossier op te nemen, ook niet indien dat wordt verzocht. Verder heeft de huisarts terecht geweigerd om de partner van klager het medisch dossier van klager toe te zenden, aangezien klager zijn partner daartoe geen uitdrukkelijke toestemming had gegeven. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:206 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-903/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de klachtenfunctionaris van het kantoor van de eigen advocaat. Klager is ontevreden over de wijze waarop zijn eigen advocaat heeft opgetreden in het huurgeschil tussen hem en de verhuurder. Hij maakt gebruik van de eigen klachtregeling van het kantoor en dient een klacht in bij de klachtenfunctionaris. Die draagt de behandeling daarvan over aan verweerder. De klacht bij de raad ziet op de afhandeling van de klacht door verweerder in het kader van de klachtregeling. De raad is van oordeel dat de wijze waarop de klacht in het kader van de klachtenregeling is opgepakt en is afgehandeld niet klachtwaardig is. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:207 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-904/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat. Klager is van mening dat verweerster onvoldoende in staat is gebleken zijn belangen in een huurgeschil tussen hem en de verhuurder adequaat te behandelen. Daarbij zou verweerster ook haar geheimhoudingsplicht hebben geschonden. Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende in staat is gebleken de belangen van klager adequaat te behandelen. Gedurende de procedure is de vertrouwensband tussen klager en verweerster steeds meer beschadigd, onder meer door de constante door klager jegens verweerster geuite twijfels over haar integriteit, kunde en aanpak van de zaak. Uiteindelijk was er geen basis meer voor verweerster om nog voor klager op te treden. Verweerster heeft ook niet haar geheimhoudingsplicht geschonden door de rechtsbijstandverzekeraar van klager te berichten dat zij niet langer voor klager zou optreden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-561/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:208 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-905/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de klachtenfunctionaris van het kantoor van de eigen advocaat. Klager is ontevreden over de wijze waarop zijn eigen advocaat heeft opgetreden in het huurgeschil tussen hem en de verhuurder. Hij maakt gebruik van de eigen klachtregeling van het kantoor en dient een klacht in bij de klachtenfunctionaris, zijnde verweerster. Die draagt de behandeling van de klacht over aan twee collega’s van het kantoor. Volgens klager was verweerster bij het eerste contact met hem al partijdig en heeft zij vervolgens de klacht ongemotiveerd overgedragen aan twee collega’s. Het is de raad niet gebleken dat verweerster partijdig was met betrekking tot de door klager ingediende klacht. Dat zij de behandeling van de klacht heeft overgedragen aan de collega’s was juist vanwege de voortdurende beschuldigingen van klager dat verweerster partijdig was, maar vooral ook vanwege de specifieke op de klacht betrekking hebbende kennis en expertise van een van deze collega’s. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:209 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-342/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over kwaliteit dienstverlening van voormalig eigen advocaat. Op grond van het klachtdossier kan niet worden vastgesteld dat verweerster haar financiële belang boven het belang van klager heeft gesteld. Integendeel, uit de overgelegde e-mails blijkt dat verweerster in het belang van klager heeft gehandeld door hem diverse keren uitdrukkelijk te wijzen op de volgens haar geringe kans op succes in het hoger beroep en op de voor- en nadelen van het al dan niet treffen van een schikking met bedrijf X. Ook kan niet worden vastgesteld dat verweerster klager onder zodanige druk heeft gezet om de schikking te accepteren dat zij daarmee de grenzen van het tuchtrechtelijk toelaatbare heeft overschreden. Als klager toch niet akkoord was met de schikking en liever het oordeel van het gerechtshof had willen afwachten, zoals klager heeft gesteld, dan had klager dit kenbaar moeten maken en de VSO ondanks het advies van verweerster niet moeten tekenen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5553

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat deze zonder goede reden een verwijzing heeft geweigerd en zich neerbuigend tegenover klager heeft uitgelaten. Doordat de huisarts als waarnemer werkte en klager nog niet eerder op consult had gehad, kon hij voor zijn medisch oordeel alleen afgaan op wat klager naar voren bracht, zijn bevindingen tijdens het consult en het medisch dossier. Klager was niet psychotisch, niet hallucinatoir en een spoedactie was daarom niet noodzakelijk. Een consult bij een vaste huisarts van de praktijk om de klachten goed in beeld te krijgen en psychische ondersteuning door de POH GGZ, zoals de huisarts na het consult heeft geregeld, ziet het college als op dat moment proportionele zorg. De huisarts was niet verplicht klager een verwijzing te geven. Verder is het college van oordeel dat de huisarts op het consult voldoende aandacht heeft besteed aan de problematiek die klager naar voren bracht en daar ook ruim de tijd voor heeft genomen. Er zijn geen aanwijzingen dat de huisarts zich neerbuigend tegenover klager heeft uitgelaten. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4886

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts is als supervisor tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor de handelwijze van de co-assistent in kwestie. Deze supervisie voldeed inhoudelijk niet aan hetgeen in de gegeven situatie van een redelijk handelend beroepsgenoot verlangd mocht worden. Zo ontbreekt in de verslaglegging door de co-assistent het gegeven hoe groot de knobbel was die hij heeft gevoeld in de borst van klaagster. Een redelijk handelend huisarts had het gebleken gemis aan ervaring en/of inzicht van de co-assistent gecompenseerd door alsnog zelf te interveniëren en meteen te zorgen voor de noodzakelijke vervolgstappen, te weten een doorverwijzing naar een mammapoli of in ieder geval voor het maken van een mammografie. De huisarts erkent dat zij naar aanleiding van de intervisie geen enkele verdere actie heeft genomen ter correctie van de handelwijze van de co-assistent. Deze omissie van de huisarts is haar tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klacht deels gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:210 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-344/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zijn klachten, dat verweerder onvoldoende voor hem heeft gedaan, onbereikbaar was en teveel in rekening heeft gebracht, na betwisting daarvan, onvoldoende concreet onderbouwd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-734/AL/MN

    Klacht tegen advocaat wederpartij door de voorzitter kennelijk ongegrond verklaard. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:148 Raad van Discipline Amsterdam 23-206/A/A 23-207/A/A 23-208/A/A

    Raadsbeslissing; klachten in drie samenhangende zaken. De klacht over verweerders 1 en 2, die luidt dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld door A als meerderheidsaandeelhouder van Simetra en Simetra als vennootschap bijstand te verlenen in een juridisch geschil tegen Nortra, die minderheidsaandeelhouder is van Simetra, is niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang bij Nortra. In gedragsregel 15 is - kort gezegd - bepaald dat een advocaat in het algemeen niet mag optreden tegen een (voormalig) cliënt van hem of van een kantoorgenoot, omdat dit kan leiden tot belangenverstrengeling. Dit betekent dat een mogelijke belangenverstrengeling uitsluitend relevant kan zijn in de verhouding tussen de cliënten van verweerders 1 en 2 onderling. Nortra is geen (voormalig) cliënte van verweerders 1 en 2, zodat haar belangen niet worden beschermd door gedragsregel 15. Hoewel het hof in zijn beslissing van 31 januari 2022 (ECLI:NL:TAHVD:2022:16) heeft geoordeeld dat een advocaat zich ook rekenschap moet geven van de belangen van andere betrokkenen, ook als die niet een (voormalig) cliënt zijn, geldt dit naar het oordeel van de raad niet voor de minderheidsaandeelhouder in een vennootschapsrechtelijk geschil als het onderhavige. Wanneer de minderheidsaandeelhouder het niet eens is met de koers of besluitvorming van de vennootschap staan hiervoor andere wegen open om hiertegen te ageren. De minderheidsaandeelhouder kan via het vennootschapsrecht maatregelen treffen, hetgeen Nortra in het onderhavige geval ook heeft gedaan. De raad beslist hiermee in lijn met de beslissing van de raad van 9 januari 2023 (ECLI:NL:TADRAMS:2023:3). De klacht van verweerders 1 en 2 - hierna klagers - over de gemachtigde van Nortra, hierna verweerder 3, is in alle onderdelen gegrond. De raad rekent het verweerder 3 ernstig aan dat hij zich tot tweemaal toe, en ondanks dat hij is verzocht dit niet te doen, in strijd met gedragsregel 25 lid 1 rechtstreeks tot de wederpartij heeft gewend, terwijl hij wist dat deze door advocaten (klagers) werden bijgestaan. Daarnaast heeft verweerder 3 klagers zonder dat daarmee een rechtens te respecteren belang gediend was persoonlijk aansprakelijk gesteld, hen onderdeel gemaakt van het conflict van hun cliënten en hiermee het conflict onnodig verder gepolariseerd. Daarmee heeft verweerder 3 in strijd gehandeld met de gedragsregels 24 en 5. Dit heeft de raad gebracht tot de conclusie dat verweerder 3 de grenzen van de vrijheid van de advocaat-wederpartij ernstig heeft overschreden en hiermee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Gelet op de ernst en de aard van dit tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en zijn gebrek aan ter zitting getoond inzicht in de onjuistheid van zijn handelen, acht de raad, ondanks het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder 3, de maatregel van een berisping met kostenveroordeling passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:205 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-876/AL/MN

    Raadsbeslissing. De raad heeft vastgesteld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld doordat hij zijn vordering op zijn voormalige cliënt heeft verhaald op het moment dat die cliënt in de schuldsanering zat. Gelet op onder meer de beperkte ernst van dit feit en de omstandigheid dat verweerder in ruim 40 jaar advocatuur niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld en hij bovendien geen advocaat meer is, zal de raad volstaan met de gegrondverklaring van de klacht en bepalen dat er geen maatregel wordt opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:149 Raad van Discipline Amsterdam 23-455/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van lid van raad van de orde van advocaten. Niet gebleken is dat verweerder zich bij de vervulling van die functie zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-742/AL/MN

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Toevoegingsperikelen. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline ligt het belang om in aanmerking te komen voor door de overheid gefinancierde rechtshulp bij de aanvrager, in dit geval de cliënte van verweerster. Geen rechtstreeks belang klager. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:201 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-902/AL/GLD

    Partijen zijn het er over eens dat de advocaat-stagiaire van verweerder de zaak feitelijk behandelde en dat verweerder daarbij alleen op de achtergrond betrokken was. Gelet hierop dient de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat-stagiaire en niet die van verweerder beoordeeld te worden. Klacht ten aanzien van verweerder om die reden (deels) ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:145 Raad van Discipline Amsterdam 23-222/A/A

    Raadsbeslissing; Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Anders dan klager, is de raad niet van oordeel dat verweerster in de dienstverlening jegens klager juridisch ondermaats heeft gepresteerd. Evenmin ziet de raad grond om aan te nemen dat verweerster voor haar werkzaamheden excessief heeft gedeclareerd. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is dan ook geen sprake. De klachten van klager over verweerster zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:202 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-314/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht over voormalig eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening in een geschil met de verhuurder van klager. Verweerder heeft klager diverse keren uitgelegd dat hij volgens geen juridische mogelijkheden ziet om met de door klager gewenste acties het resultaat te bereiken dat klager voor ogen heeft. Niet gebleken dat verweerder van zijn bijstand aan klager een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:146 Raad van Discipline Amsterdam 23-321/A/A

    Raadsbeslissing; Ongegronde klacht over de eigen advocaat. De klacht van klager ziet op het niet-nakomen van gemaakte afspraken over proceskosten. Deze afspraken zijn door verweerder niet schriftelijk vastgesteld. Omdat de afspraken niet schriftelijk zijn vastgelegd, kan de raad niet nagaan wat die afspraken precies waren en dus ook geen oordeel geven over de vraag voor wiens rekening de proceskosten moeten komen. Het uitgangspunt is dat in het algemeen onduidelijkheid over gemaakte, niet schriftelijk vastgelegde afspraken voor risico van de advocaat komt. In dit geval geldt echter dat – nu klager uitdrukkelijk heeft gesteld dat zijn klacht niet het niet schriftelijk vastleggen van de afspraken behelst, maar slechts het niet-nakomen van de afspraken – niet kan worden vastgesteld dat het verwijt dat klager maakt aan verweerder gegrond is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:203 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-272/AL/OV

    Verzetsbeslissing. Onbegrijpelijk verzetschrift. Daarin ontbreekt iedere samenhang en structuur. Ook de toelichting van klager ter zitting heeft de raad geen helderheid verschaft. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:41 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/412558 KL RK 22-157

    De kamer stelt voorop dat vaststaat dat de erfgename klager (die voorheen notaris was) niet als executeur wenste. Het stond de erfgename uiteraard vrij de notaris (waar deze klacht zich tegen richt) te verzoeken haar bij te staan. Op de notaris rustte hierbij geen enkele verplichting jegens klager (die toen nog notaris was) om in overleg te treden, hem te informeren of anderszins contact met hem te onderhouden. Met hetgeen de notaris de erfgename heeft geadviseerd, zoals de beneficiaire aanvaarding, of op haar verzoek heeft gedaan, zoals het passeren van de verklaring van erfrecht, het indienen of opstellen van processtukken of het optreden in procedures, had klager niets van doen.De diverse klachtonderdelen waarin klager van een andersluidend standpunt uitgaat, zijn daarom ongegrond en behoeven geen separate bespreking.Overigens was de situatie omtrent de executele ten tijde van het passeren van de verklaring van erfrecht niet duidelijk, zoals in de verklaring vermeld. De notaris heeft hiermee de feitelijke situatie correct weergegeven.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:147 Raad van Discipline Amsterdam 23-081/A/A

    Verzetzaak. Het verzet is ongegrond. De aan de klacht ten grondslag liggende feiten hebben zich langer dan drie jaar geleden voorgedaan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:204 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-811/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht van advocaat. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld omdat zij stukken die zij naar de rechtbank heeft gestuurd niet per gelijke post en via hetzelfde communicatiemiddel aan klaagster heeft doen toekomen. De andere klachten zijn ongegrond. De raad is van oordeel dat de oplegging van een waarschuwing passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:42 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/417327 KL RK 23-26

    De eisen van het Regelement Werkwijze Kamers voor het Notariaat vormen geen doel op zich maar dienen ter waarborging van een goede procesorde Klacht ontvankelijk want voldoet in voldoende mate aan de eisen die het Reglement Werkwijze stelt. Klager is bovendien belanghebbende in de zin van de Wna aangezien hij als gevolmachtigde op grond van de levenstestamenten door de werkzaamheden van de notaris in deze zaak in zijn belangen is geraakt. Inhoudelijk geldt dat niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat de notaris onder de omstandigheden van het geval zijn medewerking heeft verleend aan het indienen van een verzoek tot onderbewindstelling van het vermogen van de ouders. Daarbij weegt mee dat er geen reden om aan te nemen dat sprake is geweest van door de notaris gefaciliteerde manipulatieve invloed van [D.]. Ook valt de door klager gestelde familieschade de notaris niet aan te rekenen en valt de notaris evenmin een verwijt et maken van het feit dat hij de uitkomst van het VIA-onderzoek niet met de kinderen heeft gedeeld, aangezien deze informatie onder de geheimhouding valt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:130 Hof van Discipline 's Gravenhage 230171

    Art 13 beklag. De procedure die klager wenst heeft geen redelijke kans van slagen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-128/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:131 Hof van Discipline 's Gravenhage 230172

    Art. 13 beklag ongegrond: vordering is verjaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:132 Hof van Discipline 's Gravenhage 230173

    Artikel 13 beklag. Klager heeft moeite met het vinden van zijn weg in het gemeentelijk apparaat bij het verlengen van zijn rijbewijs nu hij geen woonadres heeft. De deken heeft op goede grond het verzoek om aanwijzing van een advocaat voor hulp daarbij afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2023:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/46

    Klagers verwijten de notaris dat hij in zijn hoedanigheid van vereffenaar in moeders nalatenschap onzorgvuldig heeft gehandeld. Volgens klagers heeft de notaris de vereffening van de nalatenschap niet voortvarend opgepakt en heeft de notaris nagelaten om een onderzoek te verrichten naar de door moeder gedane schenkingen. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5088

    Ongegronde klacht tegen een longarts. Bij een kweek van bij klager afgenomen bloed is de bacterie Capnocytophaga canimorsusaangetroffen. De longarts heeft op grond van het advies van de microbioloog en de informatie die hij over klager kreeg van diens familie het afwachtende beleid dat eerder was ingesteld voortgezet. Het college oordeelt dat de longarts mocht afgaan op het advies van de microbioloog. Achteraf kan worden geconcludeerd dat de longarts, op het moment waarop hij tot zijn afwachtende beleid besliste, niet van alle van belang zijnde informatie op de hoogte was. Hem kan daarvan echter geen persoonlijk verwijt worden gemaakt. Klacht ongegrond verklaard. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5266

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Klaagster verwijt de longarts dat hij bij een eerder consult nepverpleegkundigen heeft laten komen, die haar hebben geadviseerd om haar medicijnen weg te gooien. Daarnaast verwijt klaagster de longarts dat hij kwaad is geworden en heeft geschreeuwd toen zij hierover met hem sprak. Niet kan worden vastgesteld dat het eerdere consult heeft plaatsgevonden, wie daarbij eventueel betrokken was of waren en wat er is besproken. Van een advies of opdracht om medicatie weg te gooien, is niet gebleken. Dat de longarts daarbij een rol zou hebben gespeeld, kan ook niet worden vastgesteld. Het college kan niet vaststellen hoe het gesprek hierover is verlopen en kan daarom niet uitgaan van de juistheid van wat klaagster over dit gesprek zegt. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4834

    Klacht tegen een gz-psycholoog tevens regiebehandelaar over onder meer de regie, de beëindiging van de behandelingsovereenkomst en de wijze waarop dit is geschied. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Het besluit om de behandelingsovereenkomst te beëindigen, is te begrijpen. De gz-psycholoog heeft bij het beëindigen van de behandelingsovereenkomst echter niet de daarvoor geldende zorgvuldigheidseisen in acht genomen. Zij heeft de behandelingsovereenkomst per direct beëindigd, zonder enige waarschuwing of gesprek vooraf en zonder aan te dringen op verandering. De gz-psycholoog had als regiebehandelaar de stagnatie in de behandeling officieel moeten thematiseren. Verder liep er nog een onderzoek. Ook heeft de gz-psycholoog klager niet verteld dat zij de regiebehandelaar was en wat het regiebehandelaarschap inhoudt, waarmee zij tekort is geschoten in de informatievoorziening aan klager. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-180/DB/RO

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5345

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. De longarts heeft klaagster onderzocht, aanvullende diagnostiek ingezet en een behandeling ingesteld voor slaapapneu. De uitkomsten van het onderzoek leverden een voldoende basis voor de conclusie van de longarts dat dit beeld paste bij ernstig slaapapneu. Aanvullend onderzoek was daarvoor niet nodig. Bij deze ernstige vorm van slaapapneu paste de voorgestelde behandeling met een CPAP-apparaat. Het verwijt dat bij de longarts commerciële redenen voorop hebben gestaan bij het voorschrijven van de behandeling met een CPAP-apparaat heeft klaagster niet onderbouwd. Geen aanwijzingen voor persoonlijke betrokkenheid van de longarts bij de levering en betaling van het CPAP-apparaat. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4835

    Klacht tegen een psychiater over onder meer de beëindiging van de behandelingsovereenkomst en de wijze waarop dit is geschied. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Het besluit om de behandelingsovereenkomst te beëindigen, is te begrijpen. De psychiater heeft bij het beëindigen van de behandelingsovereenkomst echter niet de daarvoor geldende zorgvuldigheidseisen in acht genomen. Zij heeft ermee ingestemd dat de behandelingsovereenkomst per direct, zonder enige waarschuwing of gesprek vooraf en zonder aan te dringen op verandering, werd beëindigd. Ook liep er nog een onderzoek, dat de psychiater had aangevraagd. Van de psychiater had mogen worden verwacht dat zij eerst het onderzoek afrondt alvorens zij instemt met de beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5124

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster is op de SEH onderzocht door een arts. De internist was als supervisor betrokken. Klaagster verwijt de internist valsheid in geschrifte. De internist heeft volgens klaagster (ook) in strijd met zijn artseneed gehandeld. Het college gaat uit van de gegevens zoals die door de arts zijn genoteerd in het medisch dossier. Het is niet gebleken of aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van valsheid in geschrifte. Het dossier bevat geen enkel aanknopingspunt of aanleiding om te veronderstellen dat er bewust gegevens zijn achtergehouden of gemanipuleerd, of dat het medisch verslag onjuistheden bevat. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2023:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4533

    Klacht tegen een gz-psycholoog over onder meer de regie, de beëindiging van de behandelingsovereenkomst en de wijze waarop dit is geschied. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Het besluit om de behandelingsovereenkomst te beëindigen, is te begrijpen. De gz-psycholoog heeft bij het beëindigen van de behandelingsovereenkomst echter niet de daarvoor geldende zorgvuldigheidseisen in acht genomen. Zij heeft de behandelingsovereenkomst per direct beëindigd, zonder enige waarschuwing of gesprek vooraf en zonder aan te dringen op verandering. Ook liep er nog een onderzoek. Verder heeft de gz-psycholoog bijgedragen aan de onduidelijkheid die bij klager heeft bestaan over de rol van de verschillende zorgverleners bij de zorgverlening. Waarschuwing.