Zoekresultaten 7601-7650 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:196 Raad van Discipline Amsterdam 23-267/A/A

    Raadsbeslissing; De klacht is ongegrond. Van schending van gedragsregel 22 is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:197 Raad van Discipline Amsterdam 23-273/A/A

    Raadsbeslissing; Ongegronde klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat in een cassatieprocedure. Verweerster heeft haar cassatieadvies niet op een verwijtbaar laat moment afgegeven en het valt haar niet aan te rekenen dat klagers cassatieberoep niet-ontvankelijk is verklaard, vanwege het niet indienen van een cassatieschriftuur. Hoewel het cassatieadvies maar kort voor het verlopen van de cassatietermijn is gegeven, heeft verweerster genoegzaam onderbouwd dat het verkrijgen van een second opinion, zo mogelijk gevolgd door het tijdig indienen van een cassatieschriftuur, zeker nog redelijkerwijs mogelijk was geweest. Verweerster heeft zich in dat verband ook nog ingespannen klager te helpen bij het vinden van een andere advocaat voor het geven van een second opinion. Ook valt verweerster niet te verwijten dat zij geen uitstel heeft willen vragen bij de Hoge Raad voor het indienen van het cassatieschriftuur. Omdat verweerster zelf, na bestudering van de zaak van klager, een negatief cassatieadvies had uitgebracht, was het naar het oordeel van de raad begrijpelijk dat verweerster het standpunt innam dat zij niet op goede gronden kon overgaan tot het vragen van uitstel.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2023:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/48

    Bij de totstandkoming van de notariële geldleningsovereenkomst tussen klaagster en haar ex-partner is de notaris verwijtbaar tekortgeschoten in zijn zorg-, informatie-/Belehrungs- en onderzoeksplicht jegens klaagster. Er was onvoldoende waarborg aanwezig om mogelijk ongewenste beïnvloeding en mogelijk misbruik van juridische onkunde en feitelijk overwicht door de ex-partner tegen te gaan. Aan de notaris is de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:240 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5300

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater dat hij betrokken was bij een – in haar ogen – ten onrechte aangevraagde zorgmachtiging. Ook zou hij ten onrechte haar vrijwillige opname van een week niet hebben verlengd. De psychiater heeft aangevoerd dat de stukken met betrekking tot aanvraag van de zorgmachtiging op geen enkele wijze blijk geven van enige betrokkenheid van zijn kant. Het college onderschrijft dit. De psychiater heeft verder uiteengezet dat hij als geneesheer-directeur klaagsters bezwaar tegen het ontslag ongegrond heeft verklaard. Het betrof een time-out van één week, die niet werd verlengd vanwege het groepsontwrichtende en onhandelbare gedrag van klaagster. Het college ziet geen reden om aan de zorgvuldigheid van het besluit van de psychiater te twijfelen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:198 Raad van Discipline Amsterdam 23-130/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2023:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2023/5

    Klagers verwijten de notaris dat zij:1. onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater toen zij op 15 maart 2019, 9 september 2019 en 4 juni 2020 zijn testamenten passeerde;2. onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de juistheid van de op 15 oktober 2020 door Y afgegeven ruimschoots-verklaring ten aanzien van erflaters nalatenschap;3. ten onrechte de op 29 oktober 2020 opgemaakte verklaring van erfrecht ten aanzien van erflaters nalatenschap heeft afgegeven.Een van de klagers is een VOF. Deze klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in de klacht, omdat de VOF geen indirect of afgeleid belang heeft bij de klacht. De kamer acht een rechtstreeks, een indirect of afgeleid (financieel) belang van de overige klagers bij de klachtonderdelen 2 en 3 evenmin aanwezig. Zij worden daarom niet-ontvankelijk verklaard in de klachtonderdelen 2 en 3. De klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:74 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/716473 / DW RK 22/150 LvB/WdJ

    Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in de proceskosten. De gerechtsdeurwaarder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt door de brieven van 27 december 2021 aan klagers te betekenen. Dit is anders ten aanzien van de mede in het exploot opgenomen sommatie uit naam van de gerechtsdeurwaarder tot betaling van de vordering over te gaan. Het was niet aan de gerechtsdeurwaarder om te controleren of incassokosten waren verschuldigd en of aan klagers sub 4 en 5 de zogenoemde veertiendagenbrieven zouden moeten worden verzonden. Verder heeft de gerechtsdeurwaarder gelet op de inhoud van de e-mail van de gemachtigde van klagers van 10 januari 2022 niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de e-mail enkel door te sturen naar de opdrachtgever.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:119 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-312/DB/LI

    Klacht over de eigen advocaat. Het stond verweerster vrij zich terug te trekken. Verweerster heeft daarbij niet de vereiste zorgvuldigheid in acht genomen. Het lag op verweersters weg om duidelijk te communiceren en schriftelijk vast te leggen dat zij de schuldeisers van klaagster nog niet had aangeschreven. Niet gebleken dat verweerster onvoldoende kennis had, haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden of haar dossiers niet op orde had. Waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:218 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-356/DH/DH

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft verzuimd om van het door haar ontvangen verzoekschrift direct een afschrift naar klager (haar cliënt) te sturen. Waarschuwing. Overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:75 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/716474 / DW RK 22/151 LvB/WdJ

    Klacht gedeeltelijk gegrond. Geldboete van € 250,- opgelegd en veroordeling in de proceskosten. De gerechtsdeurwaarder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt door de brief van 12 augustus 2020 aan klaagster te betekenen. Dit is anders ten aanzien van de mede in het exploot opgenomen sommatie uit naam van de gerechtsdeurwaarder tot betaling van de vordering over te gaan. Verder zijn de kosten van het sommatie-exploot ten onrechte aan klaagster doorberekend. Niet gebleken is dat sprake is van een consumentenkoop, zodat een veertiendagen brief zou moeten worden verzonden. Er is niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de Brp te verifiëren alvorens het exploot te betekenen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1826

    Klacht tegen een verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft de opdracht gekregen om een medisch advies uit te brengen over de vraag of er causaal verband bestaat tussen de klachten en de beperkingen van klaagster en de werkvloer. De verzekeringsarts heeft in zijn rapport geconcludeerd dat hij voor een volledige en zorgvuldige beeld- en besluitvorming meer informatie nodig heeft. Volgens klaagster is het advies frauduleus en had de verzekeringsarts voldoende informatie. Ook verwijt zij de verzekeringsarts dat hij heeft nagelaten om het medisch advies uit te leggen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-428/DH/DH

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft in een conflict tussen twee bedrijven meermalen mededelingen aan de rechter gedaan over de inhoud van schikkingshandelingen, waarmee zij Gedragsregel 27 heeft overtreden, ook nadat klager haar daarop had gewezen. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:120 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-294/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klager verwijt verweerder dat hij zich in de randnummers 4 en 7 van het verweerschrift van 21 september 2022 onnodig grievend over klager heeft uitgelaten en feitelijke informatie heeft verstrekt waarvan hij wist of kon weten dat die onjuist was. Hoewel de raad zich kan voorstellen dat klager door de in de randnummers 4 en 7 geponeerde stellingen gegriefd is en gelet op het van toepassing zijnde toetsingskader van een familierechtadvocaat mag worden verwacht dat die zich terughoudend opstelt, geldt dat onwelgevallige uitlatingen van een wederpartij niet zonder meer ontoelaatbaar zijn. Daarvan is pas sprake als uitlatingen bijvoorbeeld apert onjuist zijn of in redelijkheid geen bijdrage kunnen leveren aan het debat. Dit is de raad niet gebleken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:76 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/719202 / DW RK 22/242 LvB/WdJ

    Klacht ongegrond. Niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de titel te executeren en het exploot in een gesloten envelop op het adres van klager achter te laten. Onheuse bejegening is niet nader onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-445/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster met de in de randnummers 7 en 9 van het verzoekschrift d.d. 11 september 2020 geponeerde stellingen en gebezigde bewoordingen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Hoewel de raad zich kan voorstellen dat klager door de in de randnummers 7 en 9 geponeerde stellingen gegriefd is en gelet op het van toepassing zijnde toetsingskader van een familierechtadvocaat mag worden verwacht dat die zich terughoudend opstelt, geldt dat onwelgevallige uitlatingen van een wederpartij niet zonder meer ontoelaatbaar zijn. Daarvan is pas sprake als uitlatingen bijvoorbeeld apert onjuist zijn of in redelijkheid geen bijdrage kunnen leveren aan het debat. Dit is de raad niet gebleken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:220 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-516/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft haar cliënte bij de Geschillencommissie Zorg onzorgvuldig en in strijd met de aan haar te stellen zorgvuldigheidseisen gehandeld. Het intern overdragen van de zaak doet er niet aan af dat verweerster verantwoordelijk was voor de zaak van klager. Verweerster heeft de zaak ook niet voldoende onderbouwd. Het indienen van enorme hoeveelheden producties, zonder leeswijzer en door op een aantal punten te verwijzen naar producties is daarvoor niet voldoende. Met haar opstelling door geen bespreking in te willen plannen, is verweerster voorbijgegaan aan de belangen van haar cliënt. Dat zij klager op toevoegingsbasis bijstond en dus efficiënt met haar tijd om moest gaan, vormt daar geen rechtvaardiging voor. Verweerder heeft klager bovendien onjuist geïnformeerd over de mogelijkheid om nadere stukken in te dienen. Schorsing van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:122 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-448/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door namens zijn cliënte het standpunt in te nemen dat deze niet gehouden was tot restitutie van het door klager betaalde bedrag van € 2.591,38 en door daarnaast in zijn brief d.d. 25 januari 2023 oneigenlijke druk uit te oefenen op klager door de betaling van het bedrag van € 1.993,- afhankelijk te stellen van een verklaring van klager dat deze tegen finale kwijting genoegen nam met dit bedrag en afstand deed van de aanspraak op restitutie van het bedrag van € 2.591,38. Verweerder heeft desgevraagd ter zitting van de raad geweigerd toe te lichten waarom het door hem verwoorde standpunt in zijn visie een pleitbaar standpunt was en heeft zich aldus kennelijk niet willen verantwoorden voor zijn optreden. Door een standpunt in te nemen, waarvan niet is gebleken dat het een pleitbaar standpunt was, en zich voor zijn optreden niet te willen verantwoorden, heeft verweerder naar het oordeel van de raad de kernwaarde integriteit geschonden. De raad acht in dezen de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:221 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-605/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:72 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/732187 / DW RK 23/117 LvB/WdJ

    Beslissing op verzet. Ongegrond. Klager heeft niet de gevraagde stukken overgelegd en zijn financiële situatie onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-962/DB/LI

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:216 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-790/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:73 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/733829 / DW RK 23/162 LvB/WdJ

    Beslissing op verzet. Ongegrond. Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde kostenspecificatie blijkt niet er te hoge kosten zijn berekend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:217 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-148/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:255 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-983/AL/MN

    Naar het oordeel van de raad heeft verweerster voldoende met haar cliënt gecommuniceerd over haar plotselinge afwezigheid. De raad is van oordeel dat wanneer een advocaat gaandeweg tot het oordeel komt dat een andere insteek noodzakelijk is, het onvermijdelijk is deze koers te kiezen in weerwil van de inhoud van de opdrachtbevestiging. Hier wreekt zich wel dat verweerster haar eerst nogal algemene opdrachtbevestiging op verzoek van klager heeft herschreven tot een wel heel specifieke opdrachtbevestiging. Het had de voorkeur verdiend indien verweerster het doel van klager had verwoord, in plaats van een juridische route die zij nog niet goed doordacht had. Dat het gewijzigd inzicht eerst na zeven maanden is gekomen, verdient ook geen schoonheidsprijs. Dit is echter geen onderdeel van de klacht. Dat klager met de gewijzigde koers niet heeft willen instemmen, zoals hij aan verweerster heeft gemaild, is denkbaar, maar maakt niet dat verweerster van de hiervoor geschetste handelwijze een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Van een kwalitatief onvoldoende processtuk is de raad evenmin gebleken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:235 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5524

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft geassisteerd bij een operatie aan een trigger finger. Klaagster heeft meerdere klachten over de behandeling en de rol van de arts daarbij. Het college overweegt dat het op de weg van de plastisch chirurg lag om klaagster te informeren over de door de arts uit te voeren handelingen. Dat dit niet is gebeurd levert geen tuchtrechtelijke verwijtbaarheid ten aanzien van de arts op. Het wel of niet onder bloedleegte opereren is de beslissing van de plastisch chirurg. Nu de plastisch chirurg niet onder bloedleegte opereerde heeft de arts logischerwijs geen manchet bij klaagster omgedaan. De toegepaste plaatselijke verdoving is een gebruikelijke en geschikte wijze van verdoving. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:192 Raad van Discipline Amsterdam 23-288/A/A 23-289/A/A/D

    Raadsbeslissing; klacht en dekenbezwaar. Klacht is grotendeels niet-ontvankelijk vanwege overschrijding driejaarstermijn en voor het overige ongegrond. Dekenbezwaar is in alle onderdelen gegrond. Het betreft het handelen van de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak. De raad is van oordeel dat verweerster de belangen van klaagster op ontoelaatbare wijze heeft geschaad. Verweerster heeft in strijd met de norm van artikel 46 Advocatenwet gehandeld door klaagster een echtscheidingsconvenant te laten ondertekenen, zonder de (laatst bekende) advocaat van klaagster hierover te benaderen of bij die advocaat na te gaan of zij klaagster nog bijstond. Verder is niet gebleken dat verweerster voorafgaand aan het ondertekenen van het echtscheidingsconvenant heeft gecontroleerd of klaagster de Nederlandse taal voldoende machtig was en of zij de inhoud van het echtscheidingsconvenant had begrepen. Daarnaast heeft verweerster een echtscheidingsverzoek bij de rechtbank ingediend zonder de (laatst bekende) advocaat van klaagster hierover te informeren of bij haar te verifiëren of zij klaagster nog bijstond. Tot slot heeft verweerster klaagsters handtekening op de akte van berusting gelegaliseerd, terwijl deze niet in bijzijn van verweerster is gezet en de identiteit aan de hand van een paspoort of ID kaart is gecontroleerd. Met dit laatste handelen heeft verweerster in strijd met de waarheid een verklaring afgelegd en daarmee ook de kernwaarde integriteit ernstig geschaad. Gelet op de ernst en omvang van de verweten gedragingen en rekening houdend met het recente tuchtrechtelijke verleden van verweerster, acht de raad een voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van 26 weken noodzakelijk en passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:186 Raad van Discipline Amsterdam 23-648/A/DH/W

    Wraking kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:236 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5403

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klager is door de plastisch chirurg geopereerd aan de rechterhand vanwege Carpaal Tunnel Syndroom. Volgens klager heeft hij daarbij de midden zenuw gekrabd of beschadigd waardoor Sudeckse-dystrofie is ontstaan. Het college kan niet vaststellen dat de plastisch chirurg tijdens de ingreep onzorgvuldig heeft gehandeld. Uit het dossier volgt dat de klachten van pijn, tintelingen, verminderd gevoel en kracht na de ingreep waren verbeterd, wat niet past bij beschadiging van een zenuw. Het college kan verder niet vaststellen dat de plastisch chirurg een boze indruk maakte tijdens de ingreep. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:193 Raad van Discipline Amsterdam 23-322/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft duidelijk gecommuniceerd onder welke voorwaarden zijn cliënte bereid was over een schikking na te denken. Dat klager de antwoorden van verweerder daarbij te kort vindt of niet begrijpt, is aan hem, maar uit deze correspondentie volgt in ieder geval niet dat verweerder zich niet of onvoldoende constructief zou hebben opgesteld in de schikkingsonderhandelingen. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. Klager heeft de vermeende grievende uitlatingen onvoldoende geconcretiseerd en hij heeft ook niet onderbouwd waarom de uitlatingen grievend zouden zijn. Klachtonderdeel b) is ongegrond. Het in klachtonderdeel c) aan verweerder gemaakte verwijt is in de procedure reeds door hem rechtgetrokken en dit kan hem nu dan ook niet meer worden verweten. Klachtonderdeel c) is eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:187 Raad van Discipline Amsterdam 23-613/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Met het toezenden van een concept-faillissementsrekest heeft verweerder in het belang van zijn cliënte gehandeld en geen onevenredig nadeel aan klaagster toegebracht. Verweerder heeft toereikend toegelicht dat zijn cliënte een gerechtvaardigd belang had voor het verder druk uitoefenen op klaagster. Klaagster had niet gereageerd op de sommaties van verweerder. Andere pogingen tot contact waren niet gelukt. Het betrof bovendien een substantiële vordering. In die omstandigheden is het toezenden van een concept-faillissementsrekest geen ongebruikelijke handelwijze.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:237 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5434

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft klaagster gezien wegens problemen met borstprothesen. Enkele weken daarna wordt tijdens een second opinion kanker geconstateerd. Klaagster verwijt de plastisch chirurg a) nalatigheid omdat hij de diagnose heeft gemist en b) dat hij haar onheus heeft bejegend. Gelet op de uitkomst van de echo was er op dat moment geen noodzaak verder onderzoek te doen. Onheuse bejegening kan niet worden vastgesteld. Beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:194 Raad van Discipline Amsterdam 23-330/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij ongegrond. De raad concludeert dat is voldaan aan de in gedragsregel 15 cumulatief genoemde uitzonderingsbepalingen en dat verweerder aldus geen instemming aan klaagster hoefde te vragen. Van een overtreding van gedragsregel 15 door verweerder is daarom dan ook geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:188 Raad van Discipline Amsterdam 23-624/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Van het innemen van ongefundeerde stellingen uitsluitend om klaagster in kwaad daglicht te stellen is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:115 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-425/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat de berekeningen van de legitieme portie incorrect waren, noch dat het aantal gefactureerde uren niet klopte. Het verwijt dat klager de conceptbrief aan de wederpartij volledig heeft moeten herschrijven mist feitelijke grondslag. Verweerster heeft de brief weliswaar in overleg met klager aangepast, maar definitieve versie lag qua structuur en inhoud geheel in lijn met het aanvankelijk door verweerster opgestelde concept, terwijl de door verweerster gemaakte typfouten weliswaar slordig, maar niet van dien aard zijn dat verweerster daarvan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Van het feit dat verweerster zelf heeft gefungeerd als klachtenfunctionaris kan haar geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:252 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-575/AL/OB/W

    Wrakingsverzoek. De wrakingskamer van de Raad van Discipline verklaart het wrakingsverzoek ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:189 Raad van Discipline Amsterdam 23-647/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk niet-ontvankelijke klacht vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:116 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-307/DB/LI

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:253 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-177/AL/MN

    Verweerder heeft de jongmeerderjarige dochter bijgestaan in een geschil over levensonderhoud met haar vader (klager). Naar het oordeel van de raad heeft verweerder zich onvoldoende ingespannen om te proberen om met klager tot een regeling te komen. Dit terwijl verweerder wist dat de onderlinge verstandhouding slecht was en ook wist dat de omstandigheden gewijzigd waren, zoals klager ook heeft laten weten. Verweerder heeft aan klager aangekondigd dat hij rechtsmaatregelen zou gaan treffen bij uitblijven van betaling. Klager kan dan ook niet zijn overvallen door de procedure, terwijl de cliënte van klager daar ook belang bij had. Het verdient wellicht niet de schoonheidsprijs dat verweerder niet meteen een afschrift van zijn verzoekschrift aan klager heeft gestuurd, maar dat alleen maakt nog niet dat het verweerder in het belang van zijn cliënte niet vrij stond om die procedure te starten. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:176 Hof van Discipline 's Gravenhage 220317

    Klacht over de eigen advocaat. Hoger beroep klager. Verweerder heeft met klager een afspraak gemaakt dat hij hem in de voorfase zou bijstaan, zonder dat klager was voorgelicht over het feit dat hij ook in die fase mogelijk recht had op gefinancierde rechtsbijstand. Klager heeft geen afstand gedaan of kunnen doen van het recht op gefinancierde rechtsbijstand. Verweerder heeft met zijn handelen de kernwaarde (financiële) integriteit geschonden. Klacht in zoverre alsnog gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:117 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-663/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de wederpartij over een drietal openbare betekeningen deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:190 Raad van Discipline Amsterdam 23-139/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over advocaat van de wederpartij. Een VOF moet zich als rechtspersoon kunnen laten vertegenwoordigen door een advocaat, ook als de VOF een vordering meent te hebben op één van haar vennoten. In dit geval was G bevoegd de VOF te vertegenwoordigen en verweerder als advocaat in te schakelen. Wat hier ook van zij, vaststaat dat verweerder zich uiteindelijk heeft teruggetrokken als advocaat van de VOF en dat hij de betreffende facturen aan de VOF heeft gecrediteerd. De raad is van oordeel dat hiermee de door klaagster gestelde (vermeende) bezwaren tegen het optreden van verweerder voor de VOF reeds door verweerder zijn weggenomen. Dat verweerder G hierna is blijven bijstaan als advocaat kan hem daarbij naar het oordeel van de raad evenmin tuchtrechtelijk worden verweten. Dit onderdeel is door klaagster ook niet nader onderbouwd. Uit iets blijkt dat sprake was van een belangenconflict. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:254 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-163/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Schikkingsonderhandelingen. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de e-mails aan de rechter over te leggen en de inhoud daarvan te vermelden in zijn pleitnota en de memorie van grieven, terwijl hij daar geen toestemming voor had van klager 1. Het verweer van verweerder dat de e-mail niet moet worden beschouwd in het kader van klassieke schikkingsonderhandelingen als bedoeld in gedragsregel 27 maar in het kader van een schuldsaneringsaanbod aan de schuldeisers van klager 2 volgt de raad niet. In de bewuste e-mail zitten te veel elementen van de klassieke schikkingsonderhandelingen als bedoeld in gedragsregel 27 om deze slechts als aanbod aan schuldeisers in het kader van schuldsanering te beschouwen. Ook de andere e-mail valt gelet op de inhoud daarvan onder het verbod van gedragsregel 27. Dit klachtwaardige handelen van verweerder raakt aan schending van de kernwaarde integriteit. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:177 Hof van Discipline 's Gravenhage 220200

    Klacht voormalig advocaat in hoedanigheid van (voormalig) deken. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:234 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5523

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster heeft meerdere klachten over de operatie aan een trigger finger. Het college overweegt dat het niet noodzakelijk is om een operatie als deze onder bloedleegte uit te voeren. Dat de plastisch chirurg het te opereren gebied niet bloedleeg heeft gemaakt is dan ook niet onzorgvuldig. Hetzelfde geldt voor de verdoving. Het was niet medisch noodzakelijk om een extra verdoving te geven. Op basis van de overgelegde foto’s concludeert het college dat de plastisch chirurg de wond zorgvuldig heeft gehecht en daarbij een gebruikelijke techniek heeft toegepast. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:118 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-678/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond. De voorzitter is van oordeel dat uit de overlegde stukken niet is gebleken dat verweerster, door de wijze waarop klager door haar en de medewerker(s) van het ordebureau is geïnformeerd en te woord gestaan, zich zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:191 Raad van Discipline Amsterdam 23-221/A/A

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:185 Raad van Discipline Amsterdam 23-616/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij in beide onderdelen niet-ontvankelijk vanwege het overschrijden van de termijn zoals bepaald in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:178 Hof van Discipline 's Gravenhage 230095

    Klacht over eigen advocaat. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Verweerder heeft als ‘dominus litis’ de ruimte klager bij te staan op een wijze die hem goeddunkt. Verweerder is daarom niet verplicht gevolg te geven aan verzoeken van klager om de door hem gewenste standpunten in te nemen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5301

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft op 17 maart 2017 twee verstandskiezen bij klager verwijderd. Nadien heeft klager pijnklachten gekregen. Volgens klager is de tandarts onzorgvuldig geweest, heeft hij zijn informatieplicht geschonden, is de dossiervorming onvolledig en onzorgvuldig en heeft hij zich zowel in de klachtenprocedure als de geschillenprocedure niet toetsbaar opgesteld. De tandarts heeft het klaagschrift gemotiveerd betwist. Voor wat betreft de dossiervoering verklaart het college de klacht gegrond. Voor het overige wordt de klacht ongegrond verklaard. Het college ziet af van het opleggen van een maatregel, onder andere nu de tandarts heeft verklaard zijn dossiervoering inmiddels te hebben aangepast en de dossiervoering een ondergeschikt onderdeel van de klacht is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5644

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is in bijzijn van klaagster door de verzekeringsarts op het spreekuur gezien in het kader van een WIA-beoordeling. Klaagster was als partner van klager aanwezig bij het spreekuur. Na afloop van het spreekuur en op basis van de beschikbare informatie concludeerde de verzekeringsarts dat een aanvullende psychiatrische/neuropsychologische expertise nodig was om een volledig beeld te kunnen krijgen van klagers gezondheidssituatie. Hierop heeft de verzekeringsarts een verwijzing gestuurd naar een expertisebureau. Ook heeft de verzekeringsarts met het expertisebureau een voorlopig medisch onderzoeksverslag gedeeld. De klacht gaat over het gedrag van de verzekeringsarts tijdens het spreekuur, de verwijzing voor expertise, het delen van het onderzoeksverslag en de inhoud van het onderzoeksverslag. Het college komt tot het oordeel dat de verzekeringsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht van klaagster is deels niet-ontvankelijk en voor het overige is de klacht (van zowel klaagster als klager) ongegrond.