Zoekresultaten 13241-13260 van de 44598 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/301

    Klager verwijt verweerder onder meer gevoelige medische informatie te hebben gedeeld met de arbeidsdeskundige van het UWV en zich ten onrechte te hebben voorgedaan als verzekeringsarts. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.219

    Klacht van drie klagers (apotheker, apotheek en medicijngebruiker) tegen adviserend apotheker, werkzaam bij een zorgverzekeraar. Beklaagde verricht in teamverband werkzaamheden op een beleidsvormende afdeling. De klacht betreft taperingstrips (medicatie op rol voor een periode van 28 dagen waarmee de dagelijkse dosis van een medicijn geleidelijk wordt verlaagd). De klacht houdt in dat beklaagde klagers en ook de Minister van VWS onjuist/misleidend heeft voorgelicht over de problematiek rond de vraag naar de rationaliteit van door de apotheker vervaardigde taperingstrips. Hierdoor komt de verstrekking van dit soort strips niet voor vergoeding op grond van de Zorgverzekeringswet in aanmerking, aldus klagers. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachten niet‑ontvankelijk. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het hiertegen door de apotheker en de apotheek ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:12 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.133

    Klacht tegen een arts. De klacht betreft de diagnostiek en behandeling in het ziekenhuis door vier artsen, waaronder de arts. Klaagster had buikklachten en ernstige vermoeidheidsklachten. Bij haar is de diagnose coeliakie gesteld. Klaagster is vervolgens een aantal jaar onder behandeling geweest bij verschillende artsen in het ziekenhuis. De arts was werkzaam als arts-assistent in opleiding tot internist. De arts heeft drie poliklinische consulten afgenomen en heeft drie telefonische contacten gehad met klaagster. Daarnaast heeft de arts telefonisch contact met de sportarts en de huisarts van klaagster gehad. Op enig moment is in een ander ziekenhuis een vitamine D-tekort bij klaagster vastgesteld. Na vitamine D suppletie is klaagster niet meer moe en kan zij haar leven weer oppakken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht, die verschillende klachtonderdelen omvat, afgewezen. Het beroep beperkt zich tot het klachtonderdeel dat de arts klaagster niet heeft getest op een vitamine D-tekort, terwijl dit een eenvoudig onderzoek betreft. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de arts heeft gehandeld volgens de geldende richtlijnen en dat de arts dus niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:13 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.134

    Klacht tegen een internist. De klacht betreft de diagnostiek en behandeling in het ziekenhuis door vier artsen, waaronder de internist. Klaagster had buikklachten en ernstige vermoeidheidsklachten. Bij haar is de diagnose coeliakie gesteld. Klaagster is vervolgens een aantal jaar onder behandeling geweest bij verschillende artsen in het ziekenhuis. De internist heeft klaagster eenmalig op een poliklinisch consult gezien na verwijzing door de huisarts. Op enig moment is in een ander ziekenhuis een vitamine D-tekort bij klaagster vastgesteld. Na vitamine D suppletie is klaagster niet meer moe en kan zij haar leven weer oppakken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht, die verschillende klachtonderdelen omvat, afgewezen. Het beroep beperkt zich tot het klachtonderdeel dat de internist klaagster niet heeft getest op een vitamine D-tekort, terwijl dit een eenvoudig onderzoek betreft. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de internist heeft gehandeld volgens de geldende richtlijnen en dat de internist dus niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/203

    Klager verwijt de psychiater dat hij verkeerde medicijnen dan wel medicijnen in te hoge doseringen heeft toegediend. Door die medicatie is het gedrag van klager en zijn functioneren ten nadele veranderd en is zijn intelligentieniveau gedaald. Voorts verwijt klager de psychiater dat hij geen respons heeft gegeven op pogingen tot contact door de huisarts. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/323

    Klaagster verwijt verweerster dat zij 1) zonder geëigende en rechtstreekse opdracht van de rechtbank een eigen onderzoek heeft ingesteld, 2) een eenzijdig en onbetrouwbaar rapport heeft opgesteld over klaagster en haar zoon, 3) klaagster niet heeft geïnformeerd over de onderzoeksvragen en de gevolgen van het onderzoek en 4) dat zij weigert het rapport te vernietigen ondanks het verzoek daartoe van klaagster. Verweerster heeft verweer gevoerd en verzoekt het college de klacht als ongegrond af te wijzen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:10 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.131

    Klacht tegen een arts. De klacht betreft de diagnostiek en behandeling in het ziekenhuis door vier artsen, waaronder de arts. Klaagster had buikklachten en ernstige vermoeidheidsklachten. Bij haar is de diagnose coeliakie gesteld. Klaagster is vervolgens een aantal jaar onder behandeling geweest bij verschillende artsen in het ziekenhuis. De arts was werkzaam als arts-assistent in opleiding tot internist en is gedurende acht maanden betrokken geweest bij de behandeling. In die tijd zijn er drie poliklinische consulten geweest en is er drie keer telefonisch contact geweest. Op enig moment is in een ander ziekenhuis een vitamine D-tekort bij klaagster vastgesteld. Na vitamine D suppletie is klaagster niet meer moe en kan zij haar leven weer oppakken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht, die verschillende klachtonderdelen omvat, afgewezen. Het beroep beperkt zich tot het klachtonderdeel dat de arts klaagster niet heeft getest op een vitamine D-tekort, terwijl dit een eenvoudig onderzoek betreft. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de arts heeft gehandeld volgens de geldende richtlijnen en dat de arts dus niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/289

    Klager verwijt zijn ex-huisarts hem niet voldoende te hebben geholpen met zijn gehoorproblemen. De huisarts voert verweer. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/458

    Klaagster verwijt verweerster dat zij 1) zonder geëigende en rechtstreekse opdracht van de rechtbank een eigen onderzoek heeft ingesteld, 2) een eenzijdig en onbetrouwbaar rapport heeft opgesteld over klaagster en haar zoon, 3) klaagster niet heeft geïnformeerd over de onderzoeksvragen en de gevolgen van het onderzoek en 4) dat zij weigert het rapport te vernietigen ondanks het verzoek daartoe van klaagster. Verweerster heeft verweer gevoerd en verzoekt het college de klacht als ongegrond af te wijzen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.110

    Klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tegen fysiotherapeut. Cliënte was onder behandeling bij verweerder, fysiotherapeut. In februari 2017 is verweerder bij cliënte thuis geweest. Ook heeft tussen verweerder en zijn cliënte een berichtenwisseling plaatsgevonden. De klacht houdt kort gezegd in dat verweerder 1) ernstig seksueel overschrijdend heeft gehandeld, onder ander door informele en seksueel getinte berichten uit te wisselen met zijn cliënte en zijn cliënte onzedelijk te betasten en met zijn vinger haar vagina binnen te dringen, 2) zich onvoldoende toetsbaar en transparant heeft opgesteld tegenover zijn collega’s, de zorgaanbieder en de IGJ en geen verantwoordelijk heeft genomen voor zijn handelen, en 3) onvoldoende zelfinzicht en reflecterend vermogen toont en heeft in onvoldoende mate een professionele houding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de fysiotherapeut de maatregel van doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register opgelegd. Daarbij is bij wijze van voorlopige voorziening de inschrijving in het BIG-register van de fysiotherapeut geschorst. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de fysiotherapeut, hetgeen meebrengt dat de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register in stand blijft.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:11 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.132

    Klacht tegen een arts. De klacht betreft de diagnostiek en behandeling in het ziekenhuis door vier artsen, waaronder de arts. Klaagster had buikklachten en ernstige vermoeidheidsklachten. Bij haar is de diagnose coeliakie gesteld. Klaagster is vervolgens een aantal jaar onder behandeling geweest bij verschillende artsen in het ziekenhuis. De arts was werkzaam als vierdejaars arts-assistent in opleiding tot internist en heeft klaagster eenmalig op een poliklinisch consult gezien in het kader van de jaarlijkse controle voor de gestelde diagnose coeliakie. Op enig moment is in een ander ziekenhuis een vitamine D-tekort bij klaagster vastgesteld. Na vitamine D suppletie is klaagster niet meer moe en kan zij haar leven weer oppakken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht, die verschillende klachtonderdelen omvat, afgewezen. Het beroep beperkt zich tot het klachtonderdeel dat de arts klaagster niet heeft getest op een vitamine D-tekort, terwijl dit een eenvoudig onderzoek betreft. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de arts heeft gehandeld volgens de geldende richtlijnen en dat de arts dus niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:289 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-278

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft nagelaten tijdig de jaarcijfers van zijn praktijk betreffende de jaren 2015, 2016 en 2017 aan de deken te verstrekken. Verweerder heeft hierdoor de deken belemmerd in zijn toezichthoudende taak en tevens gedragsregel 29 (gedragsregels 2018) overtreden door, ondanks herhaalde verzoeken niet tijdig te reageren op verzoeken van de deken om informatie. Dekenbezwaar gegrond; maatregel van schorsing van 13 weken waarvan 11 voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:290 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-053

    De voorzitter oordeelt de klacht over de advocaat van de wederpartij van klager in een burengeschil kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de hem toekomende vrijheid heeft overschreden of anderszins de belangen van klager heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:291 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-053

    Verzetbeslissing. De klacht is te laat ingediend. Het verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-075a

    Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht tegen een gynaecoloog. De beklaagde behoort niet tot de kring van personen over wie bij het College kan worden geklaagd. Klaagster niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 246/2018

    Klacht tegen neuroloog gegrond. Het zonder voldoende grond verbreken van de behandelrelatie is in strijd met de zorg die beklaagde klaagster had moeten verlenen. Dat hij daarbij ook de zorgvuldigheidseisen heeft genegeerd en na het verbreken van de behandelrelatie niet de gelegenheid heeft aangegrepen om zijn onjuiste handelwijze recht te zetten rekent het college beklaagde aan. Omdat beklaagde heeft erkend dat hij niet professioneel heeft gehandeld en omdat hij niet eerder geconfronteerd is geweest met een gegrond tuchtrechtelijk verwijt, legt het college een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:2 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-934/DH/DH

    Klacht over kwaliteit dienstverlening eigen advocaat ongegrond verklaard. Anders dan klager stelt heeft verweerster veelvuldig, intensief en uitgebreid contact met klager gehad en hem (uitgebreid) geïnformeerd over de mogelijkheden en de goede en kwade kansen in het kader van de afwikkeling van zijn letselschadezaak. Dat verweerster enkele schadeposten niet, al dan niet PM, heeft opgenomen is minder zorgvuldig, maar brengt niet zonder meer met zich dat verweerster op dit punt tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De raad betrekt daarbij onder meer dat verweerster had aangegeven dat het om een voorlopige schadestaat ging die te allen tijde kon worden aangepast en dat het resultaat van een medische expertise ongewis zou zijn.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-075b

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat van informed consent geen sprake is geweest, nu in het dossier is vermeld dat tussen partijen over naadlekkage als mogelijke complicatie is gesproken, en dit fistelvorming tot gevolg kan hebben. Niet is vast komen te staan dat tijdens de operatie de vagina aan de darm is vastgeniet met een rectovaginale fistel tot gevolg. Het College onderschrijft de conclusie van de deskundigen dat op basis van de voorhanden zijnde gegevens niet kan worden vastgesteld dat de fistel bij klaagster is ontstaan door de metalen hechting. De keuze van beklaagde om af te zien van een nieuwe operatie vindt het College verdedigbaar, waarbij van belang is dat er op dat moment geen medische noodzaak was voor een stoma. Onvoldoende aanknopingspunten dat beklaagde in het nazorgtraject tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:275 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-270

    v\oorzittersbeslissing over kwaliteit dienstverlening eigen advocaat. Dat verweerder een beroepsfout heeft gemaakt en klager aan het lijntje heeft gehouden is niet komen vast te staan. Evenmin is de voorzitter gebleken dat verweerder onvoldoende met klager heeft gecommuniceerd. Dat het gerechtshof eerder dan aangekondigd eindarrest heeft gewezen kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Klachten kennelijk ongegrond.  

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-143a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kinderarts. Het College kan niet vaststellen hoe de gesprekken tussen klager, zijn ouders en de beklaagde precies zijn verlopen. De door beklaagde uitgevoerde onderzoeken waren gelet op de klachten van klager gerechtvaardigd, zijn op de juiste wijze uitgevoerd en zijn op de juiste wijze gedocumenteerd in het medisch dossier. Ook zijn de uitslagen van de onderzoeken op correcte wijze gecommuniceerd met klager en zijn ouders, en waar nodig met de overige behandelaren en huisarts van klager. Dat de inspanning van beklaagde niet heeft geleid tot het vinden van een oorzaak voor de klachten van klager is spijtig, maar niet aan beklaagde te verwijten. Ook de gestelde toename van de klachten is niet aan beklaagde te verwijten. Klacht kennelijk ongegrond.