Zoekresultaten 1541-1560 van de 48312 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:27 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-050/DB/OB
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:27
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster haar afspraken niet is nagekomen, onvoldoende heeft gecommuniceerd of haar werkzaamheden op onzorgvuldige wijze heeft beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8735
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:40
Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was in therapie bij een collega van de psychotherapeut. Bij een gesprek dat plaatsvond toen de collega de behandeling met klaagster wilde beëindigen, was de psychotherapeut als toehoorder aanwezig. Klaagster verwijt de psychotherapeut (onder meer) dat zij het handelen van haar collega niet ter discussie heeft gesteld. Eerste en tweede tuchtnorm zijn hier niet van toepassing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8561
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:41
Klacht tegen GZ-psycholoog deels kennelijk-niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klager was in behandeling bij een GGZ-instelling waarvan de GZ-psycholoog bestuurder was. Klager verwijt de GZ-psycholoog dat hij a) zich onjuist heeft opgesteld in zijn rol als bestuurder, b) heeft nagelaten om instructies en adviezen richting de zorgverleners te geven en c) zich schuldig heeft gemaakt aan declaratiefraude, oplichting en valsheid in geschrifte. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen a) en b): deze klachtonderdelen hebben betrekking op de organisatie van zorg en de samenhang met individuele gezondheidszorg ontbreekt. Voor het overige is de klacht ongegrond. Niet gebleken is van declaratiefraude, oplichting of valsheid in geschrifte.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8562
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:42
Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog was als regiebehandelaar bij de behandeling van klager betrokken. De feitelijke uitvoering werd door een masterpsycholoog gedaan. Klager verwijt de GZ-psycholoog onder meer onjuiste dossiervoering, het toepassen van een onjuiste behandelmethode, onterechte en onzorgvuldige beëindiging van de behandeling en onvoldoende regievoering. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:40 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:40
Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Van enige belangenverstrengeling bij verweerster is de voorzitter niet gebleken. Verweerster lijkt zich juist steeds voor klager te hebben ingespannen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:41 Raad van Discipline Amsterdam 25-673/A/A/D
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:41
Dekenbezwaar dat samenhangt met klacht 25-669. Verweerster heeft vrijwel niets gedaan voor haar cliënt, die daarover een klacht heeft ingediend bij de deken. Tijdens het onderzoek van de deken reageert verweerster eerst traag en daarna niet meer. Net als de deken ziet de raad in het gedrag van verweerster een zorgwekkend patroon. De raad legt aan verweerster een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken op. Als bijzondere voorwaarde legt de raad aan verweerster de verplichting op om zich gedurende zes maanden te houden aan de aanwijzingen van de deken aangaande haar praktijkvoering.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:68 Hof van Discipline 's Gravenhage 250363
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:68
Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Klager heeft zijn klacht over mr. H ingetrokken en zijn klacht over mr. O is reeds ter verdere behandeling naar de raad toegestuurd. De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid voor verweerster in haar hoedanigheid van deken – en evenmin voor het hof – om een ingetrokken klacht alsnog tegelijk met een andere klacht (waarin reeds een dekenonderzoek heeft plaatsgevonden) door te sturen naar de raad voor verdere behandeling. Klager kan, als hij dat wil, opnieuw een klacht indienen over mr. H bij verweerster die deze dan zal onderzoeken waarna klager ook die klacht, na voldoening van het griffierecht, ter verdere behandeling naar de raad van discipline kan laten doorsturen. Reeds daarom is er ook geen sprake van strijd met de artikelen 6 en 13 EVRM zoals klager stelt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:42 Raad van Discipline Amsterdam 25-669/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:42
Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager in een familiezaak in de steek gelaten. Zij nam zijn zaak in behandeling, werd vervolgens ziek, maar informeerde haar cliënt niet. Als gevolg hiervan is geen verweer gevoerd in een rechtbankprocedure. De klacht is gegrond, maar de raad legt geen maatregel op. Dat gebeurt in het met deze zaak samenhangende dekenbezwaar (25-673).
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 764270 / NT 25-4 770749 / NT 25/19 774743 / NT 25-27
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 11-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:26
Klacht over (met name) weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op vragen van klager over een akte (waar deze geen partij bij was). Daarnaast ziet de klacht op het uitblijven van een reactie van (het kantoor van) de notaris op de door klager intern ingediende klacht. De voorzitter heeft de klacht (t.a.v. dit klachtonderdeel) terstond afgewezen omdat deze naar zijn oordeel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht was. De kamer heeft het verzet tegen de voorzittersbeslissing vervolgens (deels) gegrond verklaard. De kamer acht de weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op klagers’ vragen over de betreffende akte niet tuchtrechtelijk verwijtbaar; klager was immers geen partij bij deze akte. De notaris heeft derhalve een terecht beroep gedaan op zijn geheimhoudingsplicht. Dat de notaris in het geheel niet heeft gereageerd op klagers’ e-mails noch de pogingen van klager om telefonisch contact te krijgen met de notaris, acht de kamer in dit geval evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Hierbij is van belang dat dit alles zich afspeelde binnen een korte tijdspanne (...). Artikel 2 van de Verordening Klachten- en geschillenregeling schrijft voor dat een notaris zorgdraagt voor een kantoorklachtenregeling. De kamer acht het geheel uitblijven van een reactie op de intern ingediende klacht onbegrijpelijk en in strijd met voornoemd artikel 2, omdat deze handelwijze het functioneren van een kantoorklachtenregeling belemmert. Het had op de weg van de notaris gelegen om ten minste een schriftelijke of telefonische reactie aan klager te sturen naar aanleiding van zijn klacht. Nu hij dit niet heeft gedaan, is dit klachtonderdeel gegrond. De kamer is van oordeel dat de notaris de zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden door na te laten enige reactie te geven op de intern ingediende klacht. De kamer acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:43 Raad van Discipline Amsterdam 25-686/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:43
Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klager 2 en de ondernemingen van klager 1 bijgestaan in een geschil met een gemeenschappelijke schuldeiser. Klager 1, die in persoon klaagt, is in de klacht niet-ontvankelijk om dat hij niet belanghebbend is. De klachten van klager 2 zijn ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerder met zijn bijstand aan de ondernemingen en klager 2 tegenstrijdige belangen heeft gediend. Het is de raad ook niet gebleken dat verweerder excessief of anderszins onbetamelijk heeft gedeclareerd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-079/AL/MN
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:55
voorzittersbeslissing. De klacht van klager is te laat ingediend. Nu van een verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken, wordt klager niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:44 Raad van Discipline Amsterdam 25-661/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:44
Klacht tegen een advocaat in andere hoedanigheid. Klaagster is eigenaar van een zelfbouwkavel. Verweerder is voorzitter van de dorpsraad van klaagsters woonplaats. Verweerder heeft de gemeente, namens de dorpsraad, verzocht om handhavend op te treden omdat de woning volgens de dorpsraad niet voldeed aan de vergunning. De raad is van oordeel dat klaagster in haar klacht ontvankelijk is. Weliswaar trad verweerder niet op als advocaat van de dorpsraad, maar voor zijn werkzaamheden als voorzitter van de dorpsraad maakte hij wel gebruik van zijn zakelijke e-mailadres. Hij verrichtte bovendien juridische werkzaamheden. De raad is daarom van oordeel dat het tuchtrecht van toepassing is. De klachten van klaagster (rauwelijks procederen, ongepaste uitlatingen, onduidelijkheid over hoedanigheid van advocaat) zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:28 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755711 DW RK 24/305 MK/SM
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 20-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:28
Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft klaagster niet concreet geïnformeerd wat specifiek van haar verwacht werd en dat zij dwangsommen zou verbeuren als zij dat niet zou doen. Voorst heeft de gerechtsdeurwaarder conclusies getrokken uit een omstandigheid die zich heeft voorgedaan en daarmee niet alleen meer verklaard dat nodig was, maar ook heeft het er mede toe geleid dat de opdrachtgeefster verbeurde dwangsommen heeft proberen in te vorderen bij klaagster.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:56 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-538/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:56
De raad verklaart een klacht tegen de eigen advocaat ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-582/AL/MN
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:57
De raad verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:67 Hof van Discipline 's Gravenhage 250360
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:67
Verzet ongegrond. Het hof ziet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. De voorzitter heeft overwogen dat het indienen van een klacht niet de geëigende wijze is om een weigering van verweerder om een advocaat aan te wijzen aan de orde te stellen en dat de klacht verder geen (andere) omschrijving bevat van enig handelen of nalaten van verweerder. Klaagster heeft in het verzet geen gronden aangevoerd die zien op de toetsingsmaatstaf of de feiten die aan de beslissing van 6 november 2025 ten grondslag liggen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8529
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38
Kennelijk ongegronde klacht tegen een KNO-arts. Klager is geopereerd vanwege een uitzaaiing van een glomustumor. Bij deze operatie zijn twee zenuwen doorgenomen. Sinds de operatie heeft klager slikpassageklachten. Klager verwijt de KNO-arts onder andere dat hij de operatie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en dat hij klager voorafgaande aan de operatie onvoldoende heeft geïnformeerd. Het college oordeelt dat de KNO-arts niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de zenuwen bij de operatie door te nemen. Ook hoefde hij het risico op de klachten die klager heeft niet te bespreken, omdat deze klachten niet onder de in redelijkheid te verwachten risico’s van deze ingreep vielen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:10 Accountantskamer Zwolle 25/1557 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:10
Betrokkene heeft in een notitie een opstelling gemaakt van de elementen die partijen hebben gebruikt om te komen tot een koopsom van de aandelen. Betrokkene heeft erkend dat in die opstelling een fout is gemaakt doordat in de jaarrekening een belastinglatentie was gevormd en betrokkene in zijn berekening is uitgegaan van het eigen vermogen in de jaarrekening en ten behoeve van de berekening opnieuw een belastinglatentie heeft bepaald zonder rekening te houden met de in de jaarrekening al gevormde latentie. Dat verwijt is dan ook terecht gemaakt. De Accountantskamer geeft betrokkene een waarschuwing, omdat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Klaagster vindt ook dat betrokkene de zoons had moeten adviseren een eigen adviseur in de arm te nemen, maar dat verwijt is volgens de Accountantskamer onterecht.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 772538 / NT 25-22
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:25
In de kern komt de klacht erop neer dat de notaris structureel onvoldoende zorgvuldig met en over klager heeft gecommuniceerd in een situatie waar juist zorgvuldige communicatie was geboden: zijn moeder, erflaatster, had hem onterfd en ook in haar testament bepaald dat hij niet bij de begrafenis aanwezig mocht zijn.De kamer acht de klacht gegrond en overweegt daartoe als volgt. Tot uitgangspunt strekt dat de notaris moest opereren in een voor klager in emotioneel opzicht gevoelige context. Daarin heeft de notaris (te) weinig geduld voor klager weten op te brengen en een onnodig grievende toonzetting jegens klager gebezigd. Vast staat dat de notaris niet meer op de e-mails van klager (...) heeft gereageerd. Op enige manier reageren had van zorgvuldigheid getuigd, zeker waar klager zich duidelijk gegriefd voelde door de aantijging dat hij de zoon van de echtgenoot op een bepaalde wijze zou hebben bejegend. Op de e-mails van klager van (...) heeft de notaris wél gereageerd, maar niet inhoudelijk. Dat de notaris naar eigen zeggen toen niet begreep waar het verzoek van klager over ging valt gelet op het tijdsverloop te begrijpen, maar neemt niet weg dat de notaris de moeite had kunnen nemen het dossier op te vragen om daarachter te komen of om contact op te nemen met klager.(...) Dit alles in onderling verband en samenhang bezien leidt tot de conclusie dat de notaris heeft gehandeld op een wijze die niet bij een professionele beroepsbeoefenaar zoals, in dit geval, een notaris past. Het – summiere – verweer van de notaris en de behandeling van de zaak ter zitting hebben geen ander licht op de zaak geworpen. De kamer is van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht de klacht daarom gegrond. (...) Door te handelen als hiervoor omschreven heeft de notaris een zorgvuldigheidsnorm geschonden. Daarom acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:11 Accountantskamer Zwolle 25/2055 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:11
Ongegronde klacht. Klaagster is er niet in geslaagd om de verwijten duidelijk en aannemelijk te maken. Zij heeft de verwijten niet duidelijk omschreven met feitelijke details, zoals wanneer een bepaalde vraag is gesteld (waarop geen reactie is gekomen) of welke facturen klaagster niet kon uploaden in een bepaald systeem. Zij heeft dat ook niet gedaan bij gelegenheid van een tweede schriftelijke ronde (repliek). De verwijten zijn evenmin onderbouwd met documenten die de stellingen van klaagster zouden kunnen aantonen. Ook weerlegt zij het verweer van betrokkene nauwelijks, anders dan door te stellen dat het verweer onjuist is. De Accountantskamer kan in zo’n geval, als een ‘gesprek tussen partijen niet gevoerd wordt’, niet anders dan oordelen dat de klacht ongegrond is.