Zoekresultaten 1041-1060 van de 48216 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8607

    Klacht tegen tandarts over verkeerde plaatsing van een brug en over het geven van onvoldoende informatie voorafgaand aan de behandeling.Het college oordeelt dat het plaatsen van de brug volgens de regelen der kunst is geschied. Het college oordeelt verder dat het de verantwoordelijkheid is van verweerder om een goed dossier bij te houden. Nu patiënte stelt dat zij onvoldoende geïnformeerd is over de behandeling en in het dossier hierover niets is genoteerd, komt dit voor rekening en risico van verweerder. In zoverre is de klacht over het verstrekken van onvoldoende informatie gegrond. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:100 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-175/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder klaagster onjuist heeft geadviseerd over de mogelijkheden om hoger beroep in te stellen. Verweerder werkte als advocaat in loondienst bij een rechtsbijstandsverzekeraar. Na zijn onttrekking is zijn dossier intern meteen gesloten en heeft zijn teamleider de communicatie en nazorg voor klaagster op zorgvuldige wijze gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:120 Hof van Discipline 's Gravenhage 250377

    Verzet tegen niet-verwijzing niet-ontvankelijk. Verzetschrift is te laat ingekomen en termijnoverschrijding niet verschoonbaar.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/37

    Levering woning aan klager in kader van AB-BC-transactie, die in “omgekeerde volgorde” is gepasseerd. Kandidaat-notaris heeft niet met vereiste zorgvuldigheid gehandeld door in akte van levering op te nemen dat de kosten voor rekening van koper komen, terwijl in koopovereenkomst was bepaald dat deze voor rekening van verkoper zouden komen. Ook niet naar behoren voldaan aan voorlichtingsplicht, die tot de essentie van het notariële ambt behoort en als een integraal onderdeel van het passeren van de akte moet worden beschouwd en eens te meer geldt als het gaat om een transactie die afwijkt van wat gebruikelijk is. Nu eerst de akte B-C en daarna de akte A-B is gepasseerd, hingen beide leveringen nauw met elkaar samen; als bij één van die transacties een kink in de kabel zou komen, zou dit gevolgen (kunnen) hebben voor de andere transactie. Klager hoefde daar niet op bedacht te zijn en de kandidaat-notaris wist dat B de koopsom die klager naar zijn derdengeldenrekening had overgemaakt, nodig had om op haar beurt de koopsom aan A te kunnen voldoen. Daarom is de kamer van oordeel dat het in de gegeven omstandigheden op de weg van de kandidaat-notaris had gelegen om klager er voor het passeren van de akte B-C over te informeren dat die transactie onderdeel uitmaakte van een AB-BC-transactie waarbij de akten in omgekeerde volgorde werden gepasseerd. De kandidaat-notaris had de beoogde gang van zaken daarbij kunnen toelichten en klager kunnen informeren over de daaraan verbonden risico’s en de mogelijkheden om deze te ondervangen. Zulke informatie valt naar het oordeel van de kamer niet onder de geheimhoudingsplicht. Daarnaast is het de taak van de notaris om vóór de ontvangst van derdengelden zo helder mogelijk met de betrokken partijen af te spreken onder welke voorwaarden welk bedrag aan welke partij zal worden uitbetaald. Op de notaris rust een zwaarwegende zorgplicht met betrekking tot het beheer en de uitbetaling van derdengelden. Door het ontbreken van deze afspraken liepen de bij deze transactie betrokken partijen het risico dat bij een gebrek in de transactie A-B of B-C onduidelijkheid zou ontstaan over welke partij recht zou hebben op uitbetaling. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 774069 / NT 25-25 774070 / NT 25-26

    Klaagster verwijt de notaris en de kandidaat-notaris [de notarissen] onder meer dat zij klaagster - een besloten vennootschap - niet hebben geïnformeerd over de wetswijziging ten aanzien van de overdrachtsbelasting bij een zuivere juridische splitsing. Daarnaast verwijt klaagster de notarissen dat zij de vennootschap niet hebben gewezen op de fatale termijn voor het deponeren van het splitsingsvoorstel. Volgens klaagster hebben de notarissen ook onjuist - en te laat - geadviseerd over de splitsing van de vennootschap en de stappen die daarvoor nodig waren. Dat de splitsing nadrukkelijk was ingegeven door de fiscale vrijstellingsregeling, waaraan een maximale termijn is verbonden, benadrukt dat de notarissen de vennootschap tijdig hadden moeten informeren over de volgens hen benodigde stappen.Klacht tegen de notaris - ongegrond. De kandidaat-notaris heeft in deze zaak alle contacten met betrokkenen onderhouden en alle correspondentie gevoerd. (...) Naar het oordeel van de kamer kan de notaris in dit geval dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klachten tegen de kandidaat-notaris - ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:118 Hof van Discipline 's Gravenhage 250432

    Beklag. Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan door de deken alleen een advocaat kan worden aangewezen in zaken waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven, dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden. Klager heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat in een huurgeschil. De kantonrechter is bij huurgeschillen absoluut bevoegd ongeacht de hoogte van de vordering. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. De deken heeft klagers verzoek om aanwijzing terecht afgewezen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:119 Hof van Discipline 's Gravenhage 250239

    Klager heeft een geschil gehad met zijn zus, die naast hem woont. Het geschil had onder meer betrekking op de eigendom van een stuk grond dat kadastraal behoort tot het perceel van klager, maar ter zake waarvan de zus stelt dat zij door verjaring de eigendom heeft verkregen. Klager heeft een klacht ingediend over de advocaat van zijn zus. Dat is verweerder. De klacht komt erop neer dat verweerder nodeloos heeft geprocedeerd en een deurwaarder op klager heeft afgestuurd, omdat de vraag wie eigenaar was van het betwiste stuk grond volgens klager al was beantwoord. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Klager is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:98 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-047/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Hoewel verweerder klaagster al had verzocht zijn eerder gezonden facturen te betalen voordat de Raad voor Rechtsbijstand de toevoeging formeel had ingetrokken, heeft hij pas incassomaatregelen getroffen nadat de Raad de toevoeging ook daadwerkelijk had ingetrokken. Verweerder had wellicht beter kunnen of moeten wachten met zijn betalingsverzoek totdat de toevoeging was ingetrokken, maar gelet op het feit dat het resultaat in hoger beroep niet meer ter discussie stond en verweerder ook geen incassomaatregelen heeft genomen voordat de intrekking er was en gelet op het door verweerder genoemde verhaalsrisico nu klaagster naar China was vertrokken, is de raad van oordeel dat verweerder in dit geval geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:114 Hof van Discipline 's Gravenhage 250227

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een ondernemingsrechtelijke en erfrechtelijke procedure. De klachten gaan over het in het geheim samenspannen met klaagsters advocaten, het bijdragen aan het overlijden van zijn cliënt, het geheim houden dat een zitting door zou gaan, de wijze waarop verweerder stukken in een kort geding heeft ingediend, liegen, schending van artikel 21 Rv, het doen van onnodig grievende uitlatingen en het overtreden van gedragsregel 15. De raad heeft de klacht in zijn geheel ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:99 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-089/AL/GLD

    Raadsbeslissing. De wederpartij van de cliënten van verweerder was een vaste klant van een kantoorgenoot van verweerder. Verweerder is ondanks die wetenschap verder gegaan dan hij had moeten gaan op grond van de regel dat het een advocaat, behoudens bijzondere omstandigheden, niet is toegestaan om tegen zijn eigen (voormalig) cliënt of die van zijn kantoorgenoten (advocaat of niet) op te treden. Klacht deels gegrond. Maatregel berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:115 Hof van Discipline 's Gravenhage 250419

    Beklag artikel 13. Het hof stelt voorop dat een herhaald verzoek in beginsel wordt afgewezen en dat een daartegen gericht beklag in beginsel ongegrond verklaard zal worden. Dit kan anders zijn als sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Naar het oordeel van het hof heeft klaagster haar stelling dat sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden op grond waarvan alsnog een advocaat voor haar zou moeten worden aangewezen onvoldoende feitelijk onderbouwd. Het herhaalde verzoek is door de deken op juiste gronden afgewezen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:116 Hof van Discipline 's Gravenhage 260002

    Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is van oordeel, overeenkomstig het standpunt van de deken, dat de door klaagster gewenste procedure geen redelijke kans van slagen heeft.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:117 Hof van Discipline 's Gravenhage 250442

    Beklag. De procedure waarvoor klaagster bijstand van een advocaat wenst is een bestuursrechtelijke procedure en in het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. De situatie waarvoor artikel 13 Advocatenwet is geschreven doet zich dan ook niet voor. Reeds om die reden kan het beklag niet slagen. Zoals de deken ook heeft aangegeven, betekent dat niet dat bijstand door een advocaat niet (dringend) gewenst zou zijn, maar dat die rechtsbijstand niet langs de weg van artikel 13 Advocatenwet wordt geboden. De wenselijkheid om over een advocaat te beschikken, is niet het wettelijke criterium om voor toewijzing van een advocaat in aanmerking te komen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8738

    Gegronde klacht van operatie-assistente tegen plastisch chirurg. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij tijdens een operatie tegen haar is uitgevaren en haar daarbij ezel heeft genoemd. Tweede tuchtnorm van toepassing. De uitingen zijn niet alleen gedaan tegen de achtergrond van de arts-patiëntrelatie, maar hebben ook direct invloed op de (sociale) veiligheid van de werkomgeving waarbinnen deze zorg wordt verleend. Geen rechtvaardiging voor het gedrag van de plastisch chirurg. De plastisch chirurg is als operateur ook verantwoordelijk voor een veilige werksfeer. Een veilig werkklimaat is essentieel voor een goede patiëntenzorg. Het college heeft niet de overtuiging gekregen dat de plastisch chirurg in staat is tot een grondige reflectie op zijn gedrag. Berisping met publicatie opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:96 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-815/AL/MN

    Verweerder heeft zich op een onjuiste manier aan de zaak van klager, zijn cliënt, onttrokken. Uit de verklaring van verweerder begrijpt de raad dat verweerder dit heeft gedaan omdat hij gekrenkt was door de e-mail van klager waaruit bleek dat klager het advies van verweerder niet zou opvolgen en toch naar het gesprek zou gaan. De raad leidt daaruit af dat verweerder in de richting van klager te weinig professionele distantie in acht heeft genomen. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet de ernst van dit handelen en de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de raad is veroordeeld, wordt volstaan met de oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:22 Accountantskamer Zwolle 25/588 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd. Betrokkene heeft als accountant in business (via zijn vennootschap) werkzaamheden verricht. Die werkzaamheden stonden in verband met een factoringovereenkomst op grond waarvan klaagster financiële middelen ter beschikking stelde aan een factoringmaatschappij. Deze factoringmaatschappij kon daarmee vorderingen van haar klanten op derden kopen en vervolgens incasseren. Betrokkene wordt verweten dat hij de belangen van klaagster heeft geschaad door vorderingen onder de kredietfaciliteit bij klaagster aan te melden hoewel die vorderingen niet steeds aan de gestelde financieringsvoorwaarden voldeden. Ook wordt betrokkene verweten dat hij vorderingen, waarop klaagster een pandrecht heeft, voor de nominale waarde aan klaagster heeft gerapporteerd hoewel die vorderingen aanzienlijk minder waard waren, dat hij voor klaagster een aandelentransactie met een klant van de factoringmaatschappij heeft verzwegen en dat hij de administratie van de factoringmaatschappij niet op orde heeft gebracht. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene eraan heeft meegewerkt dat vorderingen in kleinere bedragen werden opgeknipt waardoor het leek alsof die vorderingen aan de financieringsvoorwaarden voldeden. Ook is betrokkene niet steeds zorgvuldig geweest bij het rapporteren van te financieren vorderingen, omdat die vorderingen niet overgedragen en/of verpand mochten worden. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen integriteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Gelet op de gevolgen die het handelen van betrokkene voor hemzelf en zijn vennootschap heeft, volstaat de Accountantskamer in dit geval met een berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:43 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778639 / DW RK 25/465 KM/SM

    Herstelbeslissing

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:97 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-840/AL/GLD

    Verweerder staat zowel de zus als de vader van klager bij, terwijl zijn zus en vader volgens klager een tegengesteld belang hebben. Voor de raad is niet komen vast te staan dat klager door het optreden van verweerder voor zowel de zuster van klager als de vader van klager rechtstreeks in zijn belang is geraakt. Voor zover sprake zou zijn van een tegenstrijdig belang is het naar het oordeel van de raad aan de zuster of de vader van klager om dat aan te orde te stellen als dat voor een van hen een probleem zou zijn. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:23 Accountantskamer Zwolle 25/1522 Wtra AK

    Een curator heeft betrokkene opdracht gegeven een rapport op te stellen dat inzicht moet geven in de door de failliete werkmaatschappijen gevoerde financiële- en projectadministratie. Volgens klagers, die door de curator aansprakelijk waren gesteld, deugt het rapport om meerdere redenen niet. Zo zou door betrokkene onvoldoende onderzoek zijn gedaan, geen wederhoor zijn toegepast en betrokkene is ten onrechte niet verschenen op een rechtszitting in het geschil tussen de curator en de klagers. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453530 KL RK 25-101

    De instemming van klager voor de verkoop en levering van een woning in een nalatenschap waarin klager erfgenaam is, is in verband met het persoonlijke faillissement van klager niet vereist. De curator treedt op in de plaats van klager. Op de notaris rustte geen verplichting om klager te informeren en de notaris mocht erop vertrouwen dat de curator zorg zou dragen voor gedegen informatievoorziening richting klager. De klacht is ongegrond.