Zoekresultaten 9941-9960 van de 48584 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3416

    Bedrijfsarts had alleen voor ogen dat zieke werknemer en werkgever uiteen moesten. Buiten vakgebied begeven met (onjuiste) juridische adviezen over einde arbeidsovereenkomst. Geen onderzoek arbeidsongeschiktheid of pesten door collega. Tegengestelde adviezen. 2e spoor re-integratie afgedaan als onhaalbaar. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:167 Hof van Discipline 's Gravenhage 220007

    Klacht over advocaat wederpartij in familierechtelijke kwestie. Verweerder hoefde niet de grond van zijn cliënt voor niet naleving van de omgangsregeling te verifiëren. Anders dan klager stelt, is niet gebleken dat de omgangsregeling niet werd nageleefd op initiatief van zijn cliënte. Toen hij zijn cliënte ging bijstaan werd de omgangsregeling al niet nageleefd. Dat gedurende zijn bijstand instanties zoals Jeugdzorg adviseerden dat de omgangsregeling wel nageleefd moest worden, is niet van doorslaggevend belang omdat verweerder als advocaat primair partijdig moet zijn en primair de wens van zijn cliënte als uitgangspunt had. Van een uitzonderingssituatie in deze zaak is niet gebleken. Bekrachtiging: ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4364

    Huisarts (op dat moment werkzaam op huisartsenpost) betrekt onvoldoende informatie, onder meer de grote bezorgdheid van de echtgenoot van de patiënte en de voorgeschiedenis van de patiënte, bij haar oordeelsvorming om de betrokken patiënte niet naar het ziekenhuis te laten gaan. Verder is zij naar het oordeel van het college tekortgeschoten in haar communicatie. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:164 Hof van Discipline 's Gravenhage 210349

    Klacht van een advocaat over advocaat wederpartij. Verweerder heeft een signaal afgegeven bij het LSA-bestuur en een tuchtklacht ingediend tegen klager over het handelen van klager in een letselschadezaak. Dat verweerder niet is ingegaan op de suggestie van het LSA-bestuur om in gesprek te gaan met klager, is niet onbetamelijk gezien de eerdere uitlatingen van klager tegen verweerder persoonlijk en het feit dat de cliënte - namens wie hij mede dat signaal had gegeven - geen minnelijk gesprek wenste. Het hof geeft een ruimere reikwijdte van het begrip 'onnodig grievende uitlatingen' dan de raad, maar oordeelt eveneens dat verweerder niet onnodig grievend is geweest in zijn uitlatingen. Het is niet onbegrijpelijk en onzorgvuldig om op verzoek van cliënte de tuchtklacht onder de aandacht van het LSA-bestuur te brengen. De zorg van verweerder was gezien de voorwaarden uit de LSA kwaliteitsverklaring niet onjuist. Bekrachtiging, klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:243 Raad van Discipline Amsterdam 22-831/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze waarop aan haar bijstand aan klager een einde is gekomen. Er was geen vertrouwensbasis meer tussen klager en verweerster en verweerster kon klager wegens ziekte niet langer bijstaan. Toen opvolgend advocaat mr. V zich vervolgens eveneens genoodzaakt zag om de behandeling van klagers zaak neer te leggen was verweerster niet gehouden de behandeling van de zaak weer op zich te nemen, want van herstel van de eerder ontstane vertrouwensbreuk was geen sprake. Geenszins is gebleken dat verweersters bijstand ondermaats is geweest. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:41 Accountantskamer Zwolle 22/1583 Wtra PE

    Klacht over niet voldoen aan verplichte PE-training over het onderwerp Fraude(risico)factoren. Klacht gegrond; strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregelen van waarschuwing en van een geldboete van € 420 (6 PE-uren x € 70 per uur). Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de verplichte training heeft gevolgd. Daarom moet worden geconcludeerd dat betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting om de verplichte PE-activiteit te verrichten. Ook heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in het portfolio te reflecteren op het onderwerp.

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/404050 KL RK 22-58

    De kamer oordeelt uitsluitend over de tuchtrechtelijke betamelijkheid van het doen of laten van een (kandidaat-) dan wel toegevoegd notaris in de uitoefening van zijn of haar ambt. De beoordeling van de eventuele civielrechtelijke gevolgen van bedoeld doen of laten is voorbehouden aan de civiele rechter. Dit betekent dat de kamer niet bevoegd is om te oordelen in dit geval over de kwestie of de toegevoegd notaris in het testament al dan niet de werkelijk laatste wil van moeder heeft vastgelegd. De kamer kan klager daarom in dit onderdeel van zijn klacht niet ontvangen. Geluidsopname Gebrek aan toestemming voor de geluidsopname - afgezien van de wettelijke sancties die daarvoor van toepassing kunnen zijn - staat niet in de weg aan kennisname daarvan in deze tuchtrechtelijke procedure. Dit is naar analogie van het beginsel van vrije bewijsgaring van artikel 152 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in beginsel niet uitsluit. Dit is slechts anders indien en voor zover geoordeeld wordt dat bijkomende omstandigheden zwaarder wegen dan het belang van waarheidsvinding dat met de kennisname van de geluidsopname gediend is (zie onder meer ECLI:NL:GHSHE:2019:285). Zorgvuldig informeren en eigen wil(svorming) controleren. Op grond van de geluidopname, waarvan de inhoud door de toegevoegd notaris niet is betwist, wordt vastgesteld dat de toegevoegd notaris het testament destijds niet had moeten passeren aangezien bij het desbetreffende gesprek deels twee van de kinderen van erflaatster aanwezig zijn geweest die in een niet harmonieuze sfeer in tegengestelde zin op moeder hebben ingepraat. Ook is onvoldoende gebleken dat de toegevoegd notaris erflaatster voldoende zorgvuldig zou hebben geïnformeerd en haar wil gecontroleerd. Klacht deels gegrond, berisping wegens eerdere waarschuwing vergelijkbare kwestie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:244 Raad van Discipline Amsterdam 22-836/A/A

    Betreft kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat de advocaat de belangen van klaagster bij de aanpak van de aanvraag schadevergoeding bij de Commissie Werkelijke Schade onvoldoende zorgvuldig heeft behartigd. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:42 Accountantskamer Zwolle 22/1608 Wtra PE

    Klacht over niet voldoen aan verplichte PE-training over het onderwerp Fraude(risico)factoren. Klacht gegrond; strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Recidive; oplegging maatregel van berisping en van een geldboete van € 420 (6 PE-uren x € 70 per uur). Betrokkene heeft niet bestreden dat hij de verplichte training niet heeft gevolgd. Daarom moet worden geconcludeerd dat betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting om de verplichte PE-activiteit te verrichten. Ook heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in het portfolio voor het jaar 2021 te reflecteren op het onderwerp.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:245 Raad van Discipline Amsterdam 22-842/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze en het moment waarop zij aan klager heeft medegedeeld dat zij voornemens was te stoppen met haar advocatenpraktijk. Naar het oordeel van de voorzitter is voorts niet gebleken dat verweersters bijstand ondermaats is geweest. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:246 Raad van Discipline Amsterdam 22-845/A/A

    Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:247 Raad van Discipline Amsterdam 22-846/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht van een moeder over de advocaat van haar zoon. Klaagster heeft een voldoende eigen rechtstreeks belang om over verweerster een klacht in te dienen. Immers, door het handelen van verweerster heeft klaagster met haar zoon een gesprek gevoerd, dat hoorbaar was voor de andere personen in de verhoorkamer, hetgeen klaagster, naar zij stelt, niet heeft gewild. Verweerster heeft jegens klaagster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Uit het overgelegde klachtdossier volgt genoegzaam dat verweerster klaagster duidelijk heeft geïnformeerd over de wijze waarop het telefoongesprek in de verhoorkamer met haar zoon zou plaatsvinden.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3633

    Klacht tegen gynaecoloog ongegrond. Intra-uteriene-vruchtdood na 29 weken. Normaal verlopende zwangerschap zonder signalen voor aanvullend onderzoek of verwijzing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1257

    Klacht tegen huisarts. Klager is de broer van verweerster. De relatie tussen beiden is sinds enkele jaren ernstig verstoord. De klacht heeft betrekking op de inmiddels overleden vader van partijen. Beklaagde was niet de huisarts van haar vader. Zij heeft onder meer in het kader van de instelling van mentorschap ten behoeve van haar vader verklaard dat haar vader leed aan de ziekte van Alzheimer. Klager verwijt verweerster in de kern dat zij in haar rol van dochter van de patiënt valse verklaringen over de geestelijke gezondheid van haar vader heeft afgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:211 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-802/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk. De ingediende klachten zijn niet door klager persoonlijk geformuleerd, maar door ene heer M, zonder dat die laatste of klager dat kenbaar heeft gemaakt. De voorzitter kan niet vaststellen of dhr. M zijn eigen standpunten of die van klager heeft weergegeven. In het geval dhr. M zijn eigen standpunten weergeeft, geldt dat hij geen belang heeft bij de klacht. In het geval hij de standpunten van klager heeft weergegeven, geldt dat niet gebleken is dat hij daartoe gemachtigd is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1284

    Klacht van arts tegen anesthesioloog.De anesthesioloog is door de rechtbank tot deskundige benoemd in een strafzaak tegen een huisarts die wordt vervolgd voor de moord op zijn schoonmoeder en heeft in die strafzaak als deskundige een verklaring afgelegd. Over die strafzaak is in de krant een artikel verschenen met het bericht dat de anesthesioloog op de zitting had verklaard dat de palliatieve sedatie van de schoonmoeder terecht was omdat de schoonmoeder stervende was en dat er sprake was van een natuurlijke dood. Klaagster is niet praktiserend arts en docent geneeskunde. Klaagster heeft kennisgenomen van dit krantenartikel en heeft naar aanleiding daarvan een tuchtklacht tegen de anesthesioloog ingediend. Klaagster verwijt de anesthesioloog dat hij in de rechtbank een onzorgvuldige verklaring heeft afgelegd. Klaagster vindt dat zij rechtsreeks belanghebbende is bij de door haar ingediende klacht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster bij voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende rechtstreeks belang van klaagster. Het Centraal Tuchtcollege deelt dat oordeel en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:212 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-800/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief cassatieadvies weigert om cassatie in te stellen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:213 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-801/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief procesadvies heeft geweigerd om de bijstand in het pro forma ingestelde hoger beroep voort te zetten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1285

    Klacht tegen oogarts. Na een staaroperatie viel de gezichtsscherpte in het linkeroog tegen en had klaagster pijn- en irritatieklachten aan dat oog. Tijdens het controleconsult vond de TOA geen afwijkingen. De zoon van klaagster, zelf oogarts, heeft met instemming van de TOA zelf het oog bekeken en gaf aan cellen in het oog te zien. De TOA heeft deze bevindingen vervolgens met de behandelend oogarts besproken. De behandelend oogarts heeft niet zelf het oog van klaagster bekeken. De conclusie van de behandelend oogarts was dat het postoperatieve beleid en het druppelschema moesten worden afgemaakt. Klaagster verwijt de oogarts dat hij haar onheus heeft bejegend door haar niet zelf te onderzoeken, zijn eigen verantwoordelijkheid heeft miskend door af te gaan op de onderzoeksresultaten van de TOA, een onjuiste diagnose heeft gesteld en een verkeerde behandeling heeft ingezet en onvoldoende notities in het dossier heeft gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het beroep van klaagster slaagt deels. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de oogarts tuchtrechtelijk verweten kan worden dat hij niet zelf het oog van klaagster is komen onderzoeken en dat hij daarbij de slechte verstandhouding met de zoon van klaagster een rol heeft laten spelen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit deel gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:214 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-799/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief cassatieadvies weigert om cassatie in te stellen kennelijk ongegrond.