Zoekresultaten 9881-9900 van de 48584 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:220 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1205
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:220
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klaagsters zijn de echtgenote en dochter van de overleden patiënt. Zij zijn erg ontevreden over het verloop van de behandeling van patiënt in het verpleeghuis voorafgaand aan zijn overlijden en vinden het moeilijk te verwerken dat zij geen kans hebben gehad om afscheid te nemen. Zij verwijten verweerster – kort gezegd – gebrek aan communicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt die beslissing, verklaart de klacht alsnog gegrond, legt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op en gelast geanonimiseerde publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-826/DH/DH/D
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:227
Dekenbezwaar volgend op toegewezen 60ab-verzoek (22-825/DH/DH/D). De deken heeft verzocht om schrapping. De raad wijst dat niet toe. Een schrapping onder de gegeven omstandigheden zou erop neerkomen dat de tuchtrechter elk vertrouwen in het functioneren van verweerster heeft verloren. Weliswaar deelt de raad de zorgen van de deken over verweerster en haar praktijkvoering, maar het is niet zo dat elk vertrouwen in haar functioneren als advocaat ontbreekt. Verweerster zal van de raad nog een laatste kans krijgen om orde op zaken te stellen.Omdat de raad het bezwaar wel degelijk gegrond acht zal aan verweerster de maatregel van een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van 26 weken worden opgelegd. De raad zal daarbij, naast de algemene voorwaarde, bijzondere voorwaarden aan de schorsing verbinden. Bijzondere voorwaarden zijn onder meer coaching, regelmatig rapporteren aan de deken en herstel van de verhouding met de deken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:227 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1294
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:227
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager en de bedrijfsarts verrichten beiden bedrijfsgeneeskundige werkzaamheden voor dezelfde arbodienst. De bedrijfsarts verricht deze werkzaamheden als ZZP'er. De bedrijfsarts heeft de begeleiding van diverse werknemers op zich genomen. De begeleiding van (enkele van) deze werknemers is later overgedragen aan klager. Klager klaagt als collega-beroepsbeoefenaar. Hij verwijt de bedrijfsarts onder meer dat hij tekortschiet in zijn zorgplicht jegens meerdere werknemers, dat zijn dossiervorming onvoldoende is en dat hij oncollegiaal gedrag vertoont door opdrachten aan te nemen waarvan hij weet dat hij deze zal overdragen aan een andere bedrijfsarts. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in de klacht niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is en daarom niet gerechtigd is om een klacht in te dienen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5080
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 16-12-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:173
Voorzittersbeslissing. Klacht van meerdere klagers tegen psychiater die in een artikel vergelijkingen maakt tussen complotdenkers en bepaalde psychiatrische aandoeningen. Beklaagde noemt de klagers niet in het artikel. Klagers zien zichzelf niet als complotdenkers, maar hun omgeving wel. De voorzitter acht klagers niet rechtstreeks belanghebbend. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:221 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-361/DH/DH
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:221
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:169 Hof van Discipline 's Gravenhage 220195W 220196W 220197W 220198W
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:169
Wrakingsverzoek ziet op de procesbeslissing van verweerders de zaak op stukken af te doen. Een onwelgevallige procesbeslissing is geen grond voor wraking. Andere omstandigheden die zien op de persoon van verweerders zijn gesteld noch gebleken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:221 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1221
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:221
Klacht tegen (destijds) arts-assistent niet in opleiding kindergeneeskunde. Klagers meldden zich in 2014 bij de spoedpoli kindergeneeskunde, omdat hun pasgeboren zoon 11% van zijn geboortegewicht was afgevallen en matig plaste. De arts heeft het zoontje op de poli gezien en behandeld, onder supervisie van de dienstdoende kinderarts. In de periode daarna is de art nog meermalen bij de zorg voor het zoontje betrokken geweest. Ongeveer twee maanden na het eerste polibezoek is de diagnose vesico-ureterale reflux (VUR) graag 4-5 beiderzijds gesteld. Klagers verwijten de arts dat zij 1. de diagnose VUR heeft gemist, ondanks positieve familieanamnese en signalen voor een UWI en 2. haar toezegging om contact op te nemen met de kinderuroloog van de broer van patiënt niet is nagekomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:228 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1434
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:228
Klacht van een bedrijfsarts tegen een arts die destijds onder supervisie van een verzekeringsarts bij het UWV werkte, over een door de arts opgestelde en door de supervisor (zaak C2022/1435) getoetste en akkoord bevonden Verzekeringsgeneeskundige rapportage. Die rapportage ging over een werknemer die door klager als bedrijfsarts was begeleid. In die rapportage, die is opgesteld in het kader van een door de werknemer bij het UWV aangevraagd Deskundigenoordeel, heeft de arts geconcludeerd dat de eerder door de bedrijfsarts (klager) vastgestelde beperkingen, inclusief de urenbeperking tot 20 uur, op basis van de beschikbare informatie niet kon worden getoetst. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in de klacht niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is en daarom niet gerechtigd is om een klacht in te dienen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-414/DH/DH
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:222
Verweerder heeft voor een CV een procedure aangespannen, maar heeft klager (een stille vennoot) daarover niet geïnformeerd, terwijl klager een groot (financieel) belang had en bovendien bij uitstek het verzoekschrift had kunnen onderbouwen en nadere informatie had kunnen verstrekken, op een ook voor de CV cruciaal punt. Verweerder heeft daarmee niet integer en onzorgvuldig gehandeld. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:222 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1258
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:222
Klacht tegen kinderarts. Klaagster klaagt over de behandeling van haar overleden zoontje. Klaagster verwijt de kinderarts dat hij heeft nagelaten om cardiaal onderzoek uit te voeren. Gelet op de familiegeschiedenis waarin het syndroom van Beals voorkomt, had cardiaal onderzoek volgens klaagster wel moeten gebeuren. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:170 Hof van Discipline 's Gravenhage 220241
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:170
Appelverbod. De door klager aangevoerde gronden zien in essentie op de inhoudelijke beoordeling van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen. Als de raad het eens is met de beslissing van de voorzitter, volstaat een verkorte motivering met verwijzing naar de motivering in de beslissing waarvan verzet. Dat levert geen schending van enig artikel van de Grondwet, het EVRM, enig ander door klager aangehaald wetsartikel of van een fundamenteel rechtsbeginsel op. Beroep klager niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:229 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1435
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:229
Klager is werkzaam als bedrijfsarts. Hij heeft een klacht ingediend tegen de arts, die destijds als verzekeringsarts bij het UWV werkte, over een door een andere arts (C2022/1434) opgestelde en door de arts als supervisor getoetste en akkoord bevonden Verzekeringsgeneeskundige rapportage. Die rapportage ging over een werknemer die door klager als bedrijfsarts was begeleid. In die rapportage, die is opgesteld in het kader van een door de werknemer bij het UWV aangevraagd Deskundigenoordeel, is geconcludeerd dat de eerder door de bedrijfsarts (klager) vastgestelde beperkingen, inclusief de urenbeperking tot 20 uur, op basis van de beschikbare informatie niet kon worden getoetst. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in de klacht niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is en daarom niet gerechtigd is om een klacht in te dienen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3900
- Datum publicatie: 16-12-2022
- Datum uitspraak: 16-12-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:187
Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster werd, in verband met een verdraaide pink, door haar huisarts verwezen naar de kliniek waar de orthopedisch chirurg werkzaam is. Er werd gestart met handtherapie. Toen bleek dat deze therapie geen resultaat had, heeft de orthopedisch chirurg een operatie geadviseerd en verricht. Maanden later was klaagster niet tevreden over haar herstel. Zij verwijt de orthopedisch chirurg dat hij 1) haar onvoldoende heeft voorgelicht over de risico’s van de operatie, 2) heeft gekozen voor een operatie die te risicovol was, 3) de operatie niet goed heeft uitgevoerd. De orthopedisch chirurg erkent dat het resultaat van de operatie bij klaagster niet goed is en betreurt dit zeer, maar hij beschouwt dit als een complicatie die niet terug te voeren is op onzorgvuldig handelen. Het college overweegt dat klaagster voldoende is voorgelicht over de operatie opties en over de uitgevoerde operatie, zowel mondeling als schriftelijk, waarbij een informatieformulier wel ziet op een ingreep aan de duim. Het college gaat ervan uit dat de orthopedisch chirurg ervoor zal (doen) zorgen dat een dergelijk formulier betreffende de pink voor toekomstige patiënten beschikbaar komt. Het is het college niet gebleken dat de gekozen operatie te risicovol zou zijn. Het medisch dossier biedt geen aanknopingspunten voor het verwijt dat de operatie niet goed zou zijn uitgevoerd. De complicatie van klaagster - hoe onbevredigend en verdrietig ook - moet worden gezien als een zeldzame complicatie bij een verder juist uitgevoerde ingreep. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:168 Hof van Discipline 's Gravenhage 210288
- Datum publicatie: 16-12-2022
- Datum uitspraak: 02-12-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:168
Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in een echtscheidingszaak. Het hof verklaart anders dan de raad gegrond dat verweerder de mogelijkheid en kans van slagen van hoger beroep onvoldoende heeft besproken met klager. Dat verweerder hierover een brief in het Nederlands heeft verzonden aan klager is onvoldoende, nu hij wist dat klager ten tijde van de beroepstermijn niet per post bereikbaar zou zijn in Nederland. Verweerder heeft geen andere stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij aan zijn informatieplicht heeft voldaan, zoals whatsapp-berichten. Ook rekent het hof verweerder aan dat hij niet bij klager heeft geverifieerd of hij geen beroep wilde instellen maar de termijn zonder reactie op de brief heeft laten verstrijken. De overige onderdelen in hoger beroep falen bij gebrek aan feitelijke onderbouwing van klagers stellingen. Klacht deels gegrond, beroep slaagt. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4138
- Datum publicatie: 16-12-2022
- Datum uitspraak: 16-12-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:182
Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster heeft sinds jaren last van pijnlijke krampen in de rechteronderarm en een vaardigheidsstoornis van de rechterhand. Na eerder een expectatief beleid elders, kwam klaagster via verwijzing van de huisarts terecht bij de orthopedisch chirurg. Na anamnese en lichamelijk onderzoek concludeerde hij tot een supinator syndroom rechts. Hij heeft klaagster verwezen naar een neurochirurg. Deze adviseerde de supinator vrij te maken. Na het uitvoeren van de operatie en een nacontrole is de orthopedisch chirurg niet meer betrokken geweest bij de behandeling van klaagster. De klachten zijn nadien verergerd. Jaren later werd bij klaagster de diagnose MMN gesteld. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij op een onzorgvuldige wijze tot zijn diagnose is gekomen doordat hij 1) de gestelde diagnose MMN vanuit het UMCU niet heeft meegenomen, 2) de klachten van klaagster vanuit een tunnelvisie heeft beoordeeld, 3) geen aanvullende diagnostische onderzoeken heeft laten doen. De orthopedisch chirurg heeft de klacht bestreden. Het college overweegt dat de diagnose MMN niet in de betreffende brief van het UMCU is vermeld, er waren op dat moment nog onvoldoende aanwijzingen voor MMN. De orthopedisch chirurg heeft voorts goed gedocumenteerd welke klachten klaagster had en wat zijn bevindingen bij lichamelijk onderzoek waren. Zijn constateringen pasten bij ‘supinator syndroom’, van tunnelvisie was geen sprake. Op het moment dat er op zorgvuldige wijze een diagnose gesteld kan worden, is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar wanneer er niet ook nog aanvullende diagnostische onderzoeken worden gedaan. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4446
- Datum publicatie: 16-12-2022
- Datum uitspraak: 16-12-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:183
Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klager was onder behandeling voor (progressie van) prostaatkanker bij de uroloog. Hij kreeg het advies de prostaat operatief te laten verwijderen of radiotherapie. Klager wilde echter in het buitenland een behandeling met protonenbestraling. In verband met uitstralende pijn in het been werd een half jaar later een MRI en botscan gemaakt; er waren geen aanwijzingen voor uitzaaiingen. De orthopedisch chirurg werd later bij de behandeling van klager betrokken. Hij adviseerde een MRI van het bekken en een biopt van het dijbeen, en heeft meermalen geprobeerd contact te krijgen met klager. Toen er contact was met klager wilde de orthopedisch chirurg eerst een nieuwe röntgenfoto laten maken. Klager verwijt de orthopedisch chirurg dat hij 1) niet tegelijk met de röntgenfoto ook een biopt heeft laten nemen en 2) later de hormoontherapie niet heeft betrokken bij het vaststellen of er sprake was van eventuele metastasen. De orthopedisch chirurg heeft de klacht bestreden. Het college overweegt dat de orthopedisch chirurg - alles afwegend en geadviseerd in het MDO - de beslissing van het niet nemen van een biopt heeft mogen nemen. Voorts kan het college de orthopedisch chirurg volgen dat hij de voorgeschreven bicalutamide niet heeft betrokken, omdat de veranderingen die op de röntgenfoto te zien waren, gerelateerd werden aan fibreuze dysplasie. Ook hiervan kan hem geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klager was onder behandeling voor (progressie van) prostaatkanker bij de uroloog. Hij kreeg het advies de prostaat operatief te laten verwijderen of radiotherapie. Klager wilde echter in het buitenland een behandeling met protonenbestraling. In verband met uitstralende pijn in het been werd een half jaar later een MRI en botscan gemaakt; er waren geen aanwijzingen voor uitzaaiingen. De orthopedisch chirurg werd later bij de behandeling van klager betrokken. Hij adviseerde een MRI van het bekken en een biopt van het dijbeen, en heeft meermalen geprobeerd contact te krijgen met klager. Toen er contact was met klager wilde de orthopedisch chirurg eerst een nieuwe röntgenfoto laten maken. Klager verwijt de orthopedisch chirurg dat hij 1) niet tegelijk met de röntgenfoto ook een biopt heeft laten nemen en 2) later de hormoontherapie niet heeft betrokken bij het vaststellen of er sprake was van eventuele metastasen. De orthopedisch chirurg heeft de klacht bestreden. Het college overweegt dat de orthopedisch chirurg - alles afwegend en geadviseerd in het MDO - de beslissing van het niet nemen van een biopt heeft mogen nemen. Voorts kan het college de orthopedisch chirurg volgen dat hij de voorgeschreven bicalutamide niet heeft betrokken, omdat de veranderingen die op de röntgenfoto te zien waren, gerelateerd werden aan fibreuze dysplasie. Ook hiervan kan hem geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2022:170 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/702654 DW RK 21/228 MdV/WdJ
- Datum publicatie: 15-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TGDKG:2022:170
De gerechtsdeurwaarders hebben nagelaten klager mede te delen dat de tegenpartij een tegenvordering had ingediend. Of de verzekeraar haar macht heeft misbruikt en de vraag of de vergoeding die klager heeft ontvangen te laag is, zijn geen kwesties die aan de tuchtrechter zijn. Klager deels gegrond, maatregel van berisping en veroordeling in proceskosten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4298
- Datum publicatie: 15-12-2022
- Datum uitspraak: 13-12-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:170
Klacht tegen verzekeringsarts kennelijk ongegrond. Gelet op de vraagstelling is voldoende lichamelijk onderzoek gedaan. Niet gebleken dat dit onderzoek niet onafhankelijk is uitgevoerd. De rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2022:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/3808
- Datum publicatie: 15-12-2022
- Datum uitspraak: 18-11-2022
- ECLI:NL:TGZREIN:2022:66
Huisarts wordt onder meer verweten dat hij off-label medicatie aan patiënten met Covid-19 heeft voorgeschreven, in verschillende (sociale)media uitspraken heeft gedaan over positieve werking van deze medicatie en zich kritisch over het overheidsbeleid ten aanzien van Covid-19 heeft uitgelaten en dat hij geweigerd heeft een patiënte te vaccineren die geen informed consent-verklaring wilde ondertekenen. Off-label voorschrijven is niet in strijd met Geneesmiddelenwet, maar zorgvuldigheidseisen zijn niet in acht genomen. Vrijheid om verrichting niet uit te voeren als patiënt niet wil meewerken aan schriftelijke vastlegging van toestemming. Als huisarts ongefundeerde en ongenuanceerde uitlatingen in media gedaan. Gedeeltelijk gegrond. Berisping met openbaarmaking.
-
ECLI:NL:TGDKG:2022:168 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/720392 / DW RK 22/285 MdV/WdJ
- Datum publicatie: 15-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TGDKG:2022:168
Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarders hebben klaagster ten onrechte als niet BTW-plichtig aangemerkt. Verzet en klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel van waarschuwing.