Zoekresultaten 9861-9880 van de 48584 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4199
- Datum publicatie: 20-12-2022
- Datum uitspraak: 20-12-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:188
Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is door de huisarts gezien op de huisartsenpost (HAP) in verband met pijnklachten. Klaagster verwijt de huisarts haar Naproxen te hebben voorgeschreven ondanks dat zij aangaf hiervoor een allergie te hebben. Ook verwijt zij hem niet adequaat te hebben gereageerd op de telefonische terugkoppeling van de apothekersassistent dat zij bij het verstrekken van de Naproxen een ‘intolerantie-melding’ kreeg. Tot slot verwijt klaagster de huisarts onvoldoende empathie te hebben getoond. Het college overweegt als volgt. De huisarts had onvoldoende grond om de allergie/intolerantie-meldingen in te schatten als bijwerkingen. Hij heeft met deze handelwijze risicovol jegens klaagster gehandeld. Hij had als hij tóch Naproxen wilde voorschrijven, eerst contact op moeten nemen met de eigen huisarts van klaagster om dit te bespreken, om zo een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Klacht gegrond. Berisping. Publicatie.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4135
- Datum publicatie: 20-12-2022
- Datum uitspraak: 20-12-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:189
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klagers zijn de nabestaanden van een overleden patiënt. De patiënt heeft bij zijn psychiater om euthanasie gevraagd. De psychiater is daartoe bereid, maar benadert vervolgens de huisarts voor steun bij de medisch-technische uitvoering. Na enkele gesprekken en de nodige bedenktijd laat de huisarts de psychiater weten om persoonlijke redenen deze bijstand niet te kunnen verlenen. Klagers verwijten de huisarts dat zij de patiënt en zijn familie te lang in onzekerheid heeft gelaten en geen empathie heeft getoond. Het college overweegt dat de huisarts zich wel iets pro-actiever had kunnen opstellen maar dat de tuchtrechtelijke grens niet is overschreden. Daarbij ziet het college aan de kant van de huisarts geen gebrek aan empathie. Ongegrond. Publicatie.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:223 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-504/DH/DH
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:223
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:223 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1259
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:223
Klacht tegen internist-oncoloog. In het ziekenhuis waar de internist werkzaam was is binnen de vakgroep een enquête gehouden over het opleidingsklimaat. Uit deze enquête en uit verder onderzoek komt disfunctioneren van verweerder naar voren op onderwerpen als bereikbaarheid, aanspreekbaarheid, communicatie en bejegening. Er volgt een persoonlijk ontwikkelingsplan, een schriftelijke waarschuwing en begeleiding door een coach.Tijdens dit traject treedt klaagster sub 3 in dienst voor een opleiding tot verpleegkundige specialist. Zij geeft op verzoek van verweerder meerdere keren zelfstandig uitslagen van scans aan patiënten door zonder supervisie. Op enig moment doet zij eerst mondeling en later formeel melding van seksuele intimidatie/grensoverschrijdend gedrag door de internist. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klachten van het ziekenhuis, het MSB en klaagster sub 3 gegrond en legt aan de internist de maatregel van doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de internist tegen deze beslissing. Dit betekent dat de internist zijn werk in die hoedanigheid niet meer mag uitoefenen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:171 Hof van Discipline 's Gravenhage 220261
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:171
Artikel 13 beklag. Klager stelt dat sprake is geweest van belangenverstrengeling. Deze beklaggrond wijst het hof af. Het hof kan niet vaststellen dat sprake zou kunnen zijn geweest van belangenverstrengeling bij de beoordeling van klagers aanwijzingsverzoek. In ieder geval hoefde de deken daar niet op bedacht te zijn.Verder voldoet de door klager verschafte informatie niet aan de vereisten om het verzoek tot aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet op deugdelijke wijze te kunnen beoordelen. Ook het hof kan uit de aan de deken verzonden stukken en het beklagschrift onvoldoende herleiden waarvoor klager precies een advocaat nodig heeft. Het ligt op de weg van klager concrete aanknopingspunten aan te dragen voor de juridische procedure(s) waarvoor rechtsbijstand van een advocaat nodig is. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2022:36 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/18
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TNORSHE:2022:36
De klacht van klager gaat in de kern over de vraag of de notaris erflaatsters erfgenamen en opvolgers ten onrechte heeft geadviseerd om erflaatsters nalatenschap te verwerpen. De klacht speelt tegen de achtergrond van de discussie over het al dan niet civielrechtelijke bestaan van de door erflaatster tijdens leven gedane schenkingen op papier. Deze discussie dient echter niet plaats te vinden in onderhavige tuchtprocedure. De beantwoording van de vraag of de schenkingen op papier zijn vervallen, is voorbehouden aan de civiele rechter. De kamer heeft onvoldoende reden om tot het oordeel te komen dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht (die voor een deel ook betrekking heeft op de communicatie) is ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-550/DH/RO
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:224
Verweerder heeft op persoonlijke titel gestuurd aan klaagsters advocaat, met een kopie aan een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming. In die e-mail beschuldigt hij klaagster op een onnodig grievende wijze van sabotage en manipulatie. Verweerder heeft zo bijgedragen aan de escalatie van het (langslepende) conflict tussen klaagster en haar ex-partner. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:218 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1262
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:218
Klacht tegen een arts. De arts was werkzaam in loondienst bij een kliniek. In 2006 heeft klager zich gewend tot deze kliniek en een intakegesprek gehad, waarbij een bepaalde methode van haartransplantatie is aanbevolen. Dit is niet tot een behandeling gekomen, maar in 2013 neemt klager opnieuw contact op met de kliniek. In 2013 ondergaat klager een haartransplantatie volgens de in 2006 besproken methode. Deze behandeling werd uitgevoerd door een collega van de arts. In mei 2016 ondergaat klager opnieuw een haartransplantatie. Bij afwezigheid van haar collega wordt deze behandeling door de arts uitgevoerd. Klager verwijt dat arts dat zij (1) klager onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling, die wat de ontwikkeling betreft in een zeer pril stadium verkeerde, laat staat als een door de beroepsgroep als algemeen aanvaarde methode werd gezien, terwijl de arts wist dat de behandeling niet zou leiden tot het toegezegde en/of beloofde resultaat en (2) niet heeft voldaan aan haar dossierplicht. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:172 Hof van Discipline 's Gravenhage 210189
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:172
Klacht tegen eigen advocaat. Hoger beroep ongegrond. Verkorte bekrachtiging raadsbeslissing. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2022:171 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/702026 / DW RK 21/194 LvB/RH
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 14-11-2022
- ECLI:NL:TGDKG:2022:171
Het beslag brengt een substantieel bedrag op. Voorstel betalingsregeling is aanzienlijk lager, daarom hoefde de deurwaarder daarmee niet akkoord te gaan. Het voorstel afkoopregeling gedaan door de schuldeiser is niet onethisch of tuchterchtelijk laakbaar zoals door klager gesteld.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2022:37 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/2
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TNORSHE:2022:37
Klager verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door hem en zijn echtgenote te verplichten om door middel van een volmacht aan een kantoormedewerker mee te werken aan de levering van de woning. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel. Vast staat dat Nederland zich vanaf 19 december 2021 in de uitzonderlijke situatie van een harde lockdown bevond. In de van oudsher voor het notariaat drukke decembermaand kreeg de notaris te maken met aangescherpte coronamaatregelen en adviezen van de overheid, die moesten worden geïmplementeerd in het coronabeleid van zijn notariskantoor. Deze omstandigheid brengt naar het oordeel van de kamer met zich dat - hoewel de notaris is doorgeschoten in zijn coronabeleid door te bepalen dat klager en zijn echtgenote niet samen met de koper bij het passeren van de akte van levering aanwezig mochten zijn - met de vaststelling van de gegrondheid van de klacht kan worden volstaan en aan de notaris geen maatregel behoeft te worden opgelegd. Hierbij speelt in het voordeel van de notaris mee dat hij uiteindelijk er toch voor heeft gezorgd dat klager de passeerafspraak via een livestream heeft kunnen volgen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:225 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-645/DH/DH
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:225
Klacht over de eigen advocaat ongegrond. Van de advocaat kan niet wacht worden dat hij een procedure zal starten of een schadeclaim zal indienen, als de stellingen van de cliënt niet concreet kunnen worden toegelicht en onderbouwd.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-203/DH/RO
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:219
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:219 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1171
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:219
Klacht tegen kinderarts. In 2017 werd na een zwangerschap van 35 weken de tweeling van klagers geboren in het ziekenhuis waar de kinderarts werkzaam is. Eén van de twee kinderen werd vanwege zijn prematuriteit opgenomen op de afdeling neonatologie. Op enig moment is door de kinderarts besloten een navelvenelijn te plaatsen. Nadat de situatie van het patiëntje was verslechterd, is hij overgeplaatst naar een academisch ziekenhuis. Daar werd vastgesteld dat sprake was van sepsis en een trombus in het bloedvat waarin de navelvenelijn was aangebracht. Klagers verwijten de kinderarts onder meer dat zij bij het aanbrengen van de navelvenelijn 1. geen toestemming heeft gevraagd, 2. geen informatie heeft gegeven over de risico’s, 3. onzorgvuldig heeft gehandeld en 4. geen maatregelen heeft getroffen om de risico’s te verkleinen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGDKG:2022:172 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/705753 / DW RK 21/359 LvB/RH
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 14-11-2022
- ECLI:NL:TGDKG:2022:172
De gerechtsdeurwaarder heeft op verzoek van de bewindvoerder op 30 april 2021 een overzicht gestuurd van de openstaande vorderingen. Daarna heeft de gerechtsdeurwaarder op 27 mei 2021 beslag gelegd op het door de bewindvoerder doorgegeven bank-rekeningnummer. Door het leggen van het beslag zonder enige aankondiging, terwijl de bewindvoerder heeft verzocht om een inventarisatie periode, heeft de gerechtsdeurwaarder het bepaalde in artikel 7 lid 1 van het Reglement Normen voor Kwaliteit waarin onder meer is bepaald dat de gerechtsdeurwaarder de justitiabele actief informeert over de consequenties van niet‐ handelen, overtreden. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder de bepaling in artikel 8 van bovengenoemd reglement, waarin is bepaald dat de gerechtsdeurwaarder executiemaatregelen effectief inzet en de proportionaliteit bewaakt van toegepaste maatregelen en kosten, overtreden.In dit licht is de opmerking in het verweerschrift van de gerechtsdeurwaarder dat achteraf gezien het niet voor de hand had gelegen akkoord te gaan met een betalingsregeling omdat is gebleken dat de vordering gewoon betaald had kunnen worden met het aanwezige saldo, niet kies. Hieruit blijkt immers dat de gerechtsdeurwaarder zijn handelwijze kennelijk gerechtvaardigd vindt wanneer de ambtshandeling doel treft. De kamer legt de maatregel van berisping en een boete op.*****UITSPRAAK IN HOGER BEROEP: 9 januari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1, [- bevestigt de bestreden beslissing.]*****
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3413
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 16-12-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:171
De klacht gaat over de verzuimbegeleiding door een bedrijfsarts. Het verwijt is dat de terugkoppelingen aan de werkgever niet overeenkomen met de gesprekken tussen klaagster en de bedrijfsarts. Ook zijn er klachten over dossiervoering en de overdracht van het dossier aan de opvolgend bedrijfsarts. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-680/DH/RO
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:226
Klagers hebben het griffierecht te laat aan de deken betaald. De deken heeft de klacht niettemin naar de raad gestuurd. Uit het dossier blijkt niet of de deken dit bewust of abusievelijk heeft gedaan. De raad concludeert dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever niet-ontvankelijkheid als sanctie bij te late betaling van het griffierecht voor ogen heeft gehad en verklaart de klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGDKG:2022:173 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/717654 / DW RK 22/188 LvB/RH
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 14-11-2022
- ECLI:NL:TGDKG:2022:173
Beslssing op verzet. In de beslissing van 3 mei 2022 is een overweging in de beslissing van de kamer van 29 maart 2021, die gedeeltelijk gegrond was verklaard, uitgelegd. Hetgeen klager in verzet heeft aangevoerd levert geen nieuw gezichtspunt op dat ertoe moet leiden een andere afweging te maken dan de voorzitter heeft gedaan in de beslissing van 3 mei 2022. Klager dient zich tot de civiele rechter te wenden in het onderliggende geschil. Een gerechtsdeurwaarder mag zijn declaratie verrekenen met opbrengsten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4284
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 16-12-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:172
Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is betrokken geweest bij een auto-ongeval, waarbij zijn auto in botsing kwam met een andere auto. Omdat klager diverse klachten had, heeft beklaagde, op verzoek van de verzekeringsmaatschappij van de bestuurder van de andere auto, driemaal een medisch advies uitgebracht. Klager stelt zich op het standpunt dat beklaagde bij de beoordeling van het door klager opgelopen letsel niet als een arts handelt, maar als een tegenpartij. Uit de medische adviezen die zij heeft geschreven blijkt volgens klager dat zij niet onafhankelijk is en niet professioneel handelt. Haar adviezen stoelen volgens klager niet op conclusies van behandelaren, maar op haar eigen ongefundeerde aannames. Het college volgt dit niet. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:220 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-1022/DH/DH
- Datum publicatie: 19-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:220
Verzet ongegrond.