Zoekresultaten 961-980 van de 48210 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:89 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-896/DH/DH/D
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:89
Dekenbezwaar. Verweerder heeft erkend niet te hebben voldaan aan zijn informatie- en opleidingsverplichtingen en dat zijn kantoororganisatie niet op orde is. Voorwaardelijke schorsing van 4 weken met als bijzondere voorwaarde het doorlopen van een (reeds ingezet) coachingstraject.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:45 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769351 / DW RK 25/164 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:45
Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd. De gerechtsdeurwaarder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt voor het te laat en niet volledig reageren. Dat de gerechtsdeurwaarder gebruik maakt van twee verschillende e-mailadressen is niet tuchtrechtelijk laakbaar.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:102 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-456/AL/NN
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:102
De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:53 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-563/DB/LI
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:53
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van faillissementscurator. Vast staat dat zowel de rechter-commissaris als de civiele rechter zich reeds over het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van curator hebben gebogen. Beiden zijn niet tot het oordeel gekomen dat de curator handelingen heeft verricht die hij niet had behoren te verrichten. De raad overweegt voorts dat het tuchtrecht niet is bedoeld voor het (opnieuw) voeren van een discussie over de juistheid van de standpunten die partijen in het civielrechtelijke geschil verdeeld houden en die zij over en weer in de civielrechtelijke procedure naar voren hebben gebracht. Indien en voor zover klager zich in de door verweerder verwoorde standpunten niet kon vinden, konden klager en zijn advocaat dit in de civiele procedure naar voren brengen. Het was vervolgens aan de civiele rechter, en niet thans aan de tuchtrechter, om daarover een oordeel te geven. Het feit dat de curator in zijn procedure tegen klager in het ongelijk is gesteld maakt niet dat daarmee klachtwaardig handelen is komen vast te staan. In de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht heeft de raad overigens geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat door verweerders optreden het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De raad zal de klachtonderdelen 1, 2, 3 en 4 daarom ongegrond verklaren. Klager verwijt verweerder tot slot dat hij geen inhoudelijke reactie heeft gegeven op de klacht. Dit klachtonderdeel mist feitelijke grondslag en is daarom eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:46 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774049 / DW RK 25/294 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:46
Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8048
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:76
Klager verwijt verweerder in brede zin nalatig en onprofessioneel handelen, onder meer vanwege gebrekkige ondersteuning richting de gemeente, onvoldoende opvolging van verwijzingen, onjuiste advisering en communicatie en onjuistheden in het medisch dossier. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld. Zo heeft hij een feitelijke medische brief voor de gemeente opgesteld, de gevraagde verwijzingen verzorgd en passend medisch advies gegeven. Voor zover feiten niet kunnen worden vastgesteld, kan door het college geen tuchtrechtelijk verwijt worden aangenomen. Daarnaast zijn verschillende klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd of feitelijk onjuist gebleken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2892
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:90
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een uroloog. De echtgenote van klager was onder behandeling bij de uroloog. Klager verwijt de uroloog dat er sprake is van verspilling van medicatie en het onnodig op kosten jagen. Tevens klaagt hij erover dat hij aan het lijntje is gehouden door patiëntenbelang, dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd toen zijn echtgenote incontinentiemateriaal nodig had en dat hij voor paal stond bij de apotheek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager voor een gedeelte kennelijk niet ontvankelijk in de klacht verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:103 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-716/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:103
Klager maakt als eigenaar van een appartement in een complex deel uit van een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klager verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klager onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - waaronder klager - tegen de VvE hadden aangespannen. Verder is de raad van oordeel dat verweerder met de gewraakte uitlatingen niet de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Hij heeft die uitlatingen gedaan namens de VvE. Dat klager de door verweerder gebruikte bewoordingen als kwetsend en intimiderend hebben ervaren, is onvoldoende om daarvan aan verweerder tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:54 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-637/DB/OB
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:54
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:47 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777047 / DW RK 25/389 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:47
Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8238
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:77
Klaagster had een geschil met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen over de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Verweerder is verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het UWV. Hij heeft een herbeoordeling verricht in bezwaar, beroep en hoger beroep. In hoger beroep heeft verweerder uiteindelijk zijn standpunt herzien, hetgeen leidde tot de toekenning van een uitkering. Klaagster maakt verweerder uiteenlopende verwijten, onder meer over het ten onrechte volharden in zijn eerder ingenomen standpunt met betrekking tot de diagnose ME/CVS in 2019 en de weigering om direct daarna de behandelaren van klaagster te raadplegen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2885
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:91
Ongegrond klacht tegen een psychiater. Klager was onder ambulante behandeling bij de crisisdienst van een GGZ-instelling. De psychiater was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de psychiater hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld en medicatie is voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:85 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-314/DH/DH
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:85
Raadsbeslissing. Klacht over de (voormalige) eigen advocaat. Verweerder heeft opgetreden voor de maatschap van drie broers, waaronder klager. Omdat een maatschap geen rechtspersoonlijkheid heeft, heeft hij direct opgetreden voor hun afzonderlijke belangen. Nadat er tussen de broers verschil van inzicht is ontstaan over het al dan niet accepteren van een schikkingsvoorstel, kon verweerder de twee andere broers niet meer bijstaan zonder tegen de belangen van klager in te gaan. Schending van gedragsregel 15 lid 1 en 2. Verweerder heeft daarbij wel oog gehad voor klagers belangen omdat hij een beter financieel resultaat wilde bereiken. Klager mag echter zelf bepalen wat zijn daadwerkelijke belang is. Verweerder heeft onvoldoende afstand bewaard tot de zaak, hoewel hij integere intenties heeft gehad. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:104 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-107/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:104
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:48 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774460 / DW RK 25/310 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:48
Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7714
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:78
Klagers verwijten de huisarts onder meer dat hij hen onjuist en zonder toestemming heeft doorverwezen naar de specialistische GGZ, hun integriteit heeft geschonden, onzorgvuldig heeft gehandeld en dat het medisch dossier gebreken vertoont. De klachten vinden hun oorsprong in onvrede over eerdere verwijzingen naar en afwijzingen door een psychologenpraktijk. Het college oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld en zich juist heeft ingespannen om passende hulp voor klagers te organiseren. Uit het dossier en de toelichting ter zitting blijkt dat de huisarts steeds in overleg met klager heeft gehandeld, hem voldoende heeft geïnformeerd en diens instemming heeft verkregen voor de verwijzing naar de specialistische GGZ. Van een verwijzing buiten klager om of van tegenstrijdige verklaringen is geen sprake. Ook het medisch dossier is adequaat bijgehouden en voldoet aan de wettelijke eisen. Voor zover klachten zien op handelen van andere zorgverleners binnen de praktijk, geldt dat de huisarts daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk is. Alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-9 en (eerder) 25-56
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 15-04-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:5
Voorzittersbeslissing. Klacht te laat, niet-ontvankelijk. Geen nieuwe termijn voor vereffenaar. II. Verzet tegen voorzittersbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2884
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:86
Ongegrond klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klager was opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. De verpleegkundig specialist was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de verpleegkundig specialist hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld, medicatie is voorgeschreven en een crisismaatregel is opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:86 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-658/DH/RO
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:86
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:51 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-873/DB/ZWB
- Datum publicatie: 28-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:51
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij heeft nagelaten tijdig voorafgaand aan de betekening door de deurwaarder een afschrift van de dagvaarding aan klaagsters advocaat te sturen. In de uitspraak van het Hof van Discipline van 13 februari 2026 heeft het Hof in de omstandigheid dat lang onduidelijkheid heeft bestaan over het al dan niet moeten toesturen van de concept dagvaarding aan de advocaat van de wederpartij, aanleiding gezien om geen maatregel op te leggen. Omdat verweerder in deze zaak echter zijn expliciete toezegging, om de dagvaarding te doen betekenen aan het kantooradres van klaagsters advocaat, niet is nagekomen, acht de raad een waarschuwing toch een passende maatregel.