Zoekresultaten 9521-9540 van de 48575 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:18 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1250

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De klacht gaat over de behandeling van de (inmiddels overleden) moeder van klager. Na een ziekenhuisopname is zij tot haar overlijden opgenomen in een verzorgingstehuis. Tijdens haar verblijf daar is zij een aantal keren in het ziekenhuis opgenomen. Klager was eerste contactpersoon van patiënte. Klager is ontevreden over de verzorging in het verzorgingstehuis en vindt dat de specialist ouderengeneeskunde tekort is geschoten in haar zorgtaak als behandelaar. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde meer specifiek dat zij niet tijdig een juiste diagnose (blaasontsteking) heeft gesteld, onvoldoende regie heeft gevoerd ten aanzien van het medisch beleid (met name ten aanzien van de pijnmedicatie, de toediening van morfine/fentanyl) en wat betreft zijn moeders situatie onvoldoende heeft geluisterd naar klager. Klager meent dat de specialist ouderengeneeskunde door dit alles ondeskundig en onprofessioneel heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4018

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster is door een arts gezien op de Spoedeisende Hulp (SEH) vanwege buikpijn en koorts. De artsen op de SEH dachten differentiaal diagnostisch aan een gynaecologische oorzaak van de klachten Klaagster. Besloten werd om klaagster op te nemen voor aanvullend onderzoek. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij niet de diagnose blindedarmontsteking heeft gesteld en geen aanvullende onderzoeken heeft verricht om de juiste diagnose te kunnen stellen. De gynaecoloog weerspreekt dat hij betrokken was bij het onderzoek en de opname van klaagster. Hij heeft aangevoerd dat hij op de betreffende dag niet werkzaam was in het ziekenhuis. De voorzitter kan niet vaststellen dat de gynaecoloog betrokken is geweest bij de zorg voor klaagster. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4332

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Verweerder was de huisarts van de moeder van klaagster (hierna: patiënte). Klaagster verwijt de huisarts onder andere dat hij onjuist heeft gehandeld, omdat hij niet heeft onderzocht of het ‘gezonde mengsel’ dat patiënte van haar zoon (broer van klaagster) kreeg kwaad kon. De huisarts heeft een beroep gedaan op niet-ontvankelijkheid en, voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk behandelt, de klacht bestreden. Het college overweegt dat er geen bijzondere omstandigheden aan het licht zijn gekomen die doen vermoeden dat klaagster niet de veronderstelde wil van patiënte vertegenwoordigt, klaagster is dus ontvankelijk in haar klacht. Het college overweegt verder dat nadat de huisarts door klaagster erop werd gewezen dat patiënte een ‘gezond mengsel’ slikte waar klaagster zich zorgen over maakte, de huisarts richtlijnen erop heeft nagekeken en klaagster verder heeft geïnformeerd over het gebruik van voedingssupplementen. Het college is van oordeel dat er voor de huisarts geen aanleiding was om nader onderzoek te doen naar de veiligheid van het mengsel dat patiënte zelfstandig innam en dat hij afdoende op de zorgen van klaagster heeft gereageerd. Het klachtonderdeel is ongegrond. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:14 Hof van Discipline 's Gravenhage 210378W 210379W 220219W 220220W

    Wrakingsverzoek en misbruik van wrakingsmiddel. Wraking van de wrakingskamer is buiten behandeling gesteld. De wrakingskamer leidt uit het wrakingsverzoek af dat verzoeker veronderstelt dat verweerders al een beslissing hebben genomen op zijn intrekkingsmededeling en dat de uitspraak in de hoofdzaken op 16 januari 2023 zou volgen. De wrakingskamer kan verzoeker daarin niet volgen. Uit de betreffende mail kan geenszins de conclusie worden getrokken die verzoeker daaraan verbindt. Er wordt immers geen melding gemaakt van een al genomen beslissing. ​​​Anders dan verzoeker stelt, is het niet aan de appellant om te bepalen of zijn beroep ook wordt ingetrokken, maar aan het hof. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 4.9 van het procesreglement van 1 augustus 2022 blijkt uit vaste jurisprudentie van het hof dat het hof bepaalt of een (verzoek tot) intrekking wordt gehonoreerd of niet. Het hof – in dit geval de gewraakte kamer – is dan ook bevoegd om een beslissing te nemen op de intrekkingsmededeling van verzoeker. D​​e wrakingsgrond van verzoeker dat verweerder 1 niet langer enige beslissing mag geven, omdat hij per 31 december 2022 is gedefungeerd treft geen doel. In de artikelen 46b lid 11 jo 51 lid 5 Advocatenwet is immers in deze situatie voorzien. Het wrakingsverzoek is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4026

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is geopereerd in verband met een geperforeerde blindedarmontsteking. Zij verwijt de arts, die na de operatie als zaalarts betrokken was bij de postoperatieve opname van klaagster, dat hij na de operatie lange tijd geen CT-scan heeft willen maken en niet naar haar heeft geluisterd. Op het moment dat er wel een CT-scan werd aangevraagd bleek er sprake van abcesvorming in het operatiegebied. Naar het oordeel van het college heeft de arts gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende arts mag worden verwacht. Gelet op eerdere ervaringen van klaagster is voorstelbaar dat zij graag wilde dat er een CT-scan van haar buik zou worden gemaakt. Het is echter de arts die de indicatie voor een CT-scan stelt. Uit het dossier blijkt dat de arts aan klaagster heeft uitgelegd waarom er op dat moment (nog) geen reden was om een CT-scan te maken en dat zij die uitleg heeft begrepen en aanvaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:12 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-635/DB/LI

    Advocaat heeft cliënt in een huurkwestie niet gewezen op de risico’s en kansen in een procedure, heeft zijn cliënt niet gewezen op de noodzaak van onderzoek naar en bewijs van gebreken aan zijn woning en de zaak te lang op zijn beloop gelaten. Advocaat heeft cliënt niet gewezen op de risico’s van opschorting van huurbetaling, waaronder ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. Advocaat heeft niet zorggedragen voor informatie over zijn langdurige afwezigheid vanwege ziekte en vervanging door een kantoorgenoot.Klacht gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4019

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster is op de Spoedeisende Hulp onderzocht door een arts, niet in opleiding tot specialist (ANIOS). De ANIOS en haar supervisor – een collega van de internist – vonden dat er een indicatie was voor aanvullende diagnostiek en hebben klaagster de volgende ochtend overgedragen aan de dagdienst. Klaagster verwijt de internist dat zij niet de diagnose blindedarmontsteking heeft gesteld en geen aanvullende onderzoeken heeft verricht om de juiste diagnose te kunnen stellen. Volgens klaagster was de internist de supervisor van de ANIOS. De internist weerspreekt dat zij betrokken was bij de opname en het onderzoek op de SEH. Op grond van een verklaring van de ANIOS, in combinatie met de informatie in het medische dossier en het door de internist overgelegde dienstrooster, acht de voorzitter het niet aannemelijk dat de internist betrokken is geweest bij de opname en het onderzoek van klaagster op de SEH. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3992

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Klagers zijn de kinderen van de overleden patiënt van de huisarts. De doodsoorzaak is vermoedelijk cardiaal. Zij menen dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld in de laatste dagen voor het overlijden. Naar het oordeel van het college zijn de anamnese en het lichamelijk onderzoek onder de maat geweest; niet volgens de NHG-standaard Acuut coronair syndroom (ACS). Kennelijk heeft de huisarts een ACS niet overwogen, hetgeen wel van hem verwacht had mogen worden als hij de anamnese en het lichamelijk onderzoek conform de NHG-standaard had uitgevoerd. Het beloop na het eerste consult is een ‘logisch’ gevolg van het door de huisarts uitgezette beleid dat niet zag op het uitsluiten van een ACS. Of de patiënt door de huisarts goed is geïnformeerd over de uitslagen van het onderzoek kan het college niet beoordelen. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing en publicatie.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:15 Hof van Discipline 's Gravenhage 210378 210379 220219 220220

    Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van testamentair executeur. Verweerder heeft door diverse handelingen het vertrouwen in de advocatuur ernstig beschaamd. Zo heeft verweerder bewust - althans had hij zich er bewust van moeten zijn dat hij - de erfgenamen onjuist geïnformeerd over de afdracht van de erfbelasting en volhardde daarin terwijl de Belastingdienst meerdere aanmaningen zond. Toen het gerechtshof een vereffenaar had benoemd en verweerder van rechtswege geen executeur meer was, heeft hij desondanks een (gebrekkige) akte van boedelbeschrijving laten opstellen en ten onrechte gebruikt bij de tuchtrechter in zijn eigen belang. Ook heeft verweerder ten laste van de boedel onnodige procedures gevoerd en verzuimd de proceskostenveroordeling te voldoen, waartoe het gerechtshof hem in privé veroordeelde. Ten slotte heeft verweerder zich voorgedaan als executeur bij de gemeente - toen hij geen executeur meer was - en de gemeente op die manier informatie ontfutseld over klager sub 2 en geprobeerd de belangen van klager sub 2 te schaden. Het beroep op ne bis in idem faalt, nu verweerder uitgaat van een te ruime definitie van dit beginsel. Schrapping. Proceskostenveroordeling (ook aan klaagster in eerste aanleg, die in beroep als gemachtigde optrad).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4025

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. Klaagster is door een collega van de chirurg geopereerd in verband met een geperforeerde blindedarmontsteking. Zij verwijt de chirurg dat hij na de operatie lange tijd geen CT-scan heeft willen maken en niet naar haar heeft geluisterd. Op het moment dat er wel een CT-scan werd aangevraagd bleek er sprake van abcesvorming in het operatiegebied. Naar het oordeel van het college heeft de chirurg gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende chirurg mag worden verwacht. Dat hij niet geluisterd heeft naar klaagster is het college niet gebleken. Gelet op eerdere ervaringen van klaagster is voorstelbaar dat zij graag wilde dat er een CT-scan van haar buik zou worden gemaakt. Het is echter de arts die de indicatie voor een CT-scan stelt. Uit het dossier blijkt verder dat aan klaagster verschillende malen is uitgelegd waarom er op dat moment (nog) geen reden was om een CT-scan te maken en dat klaagster daarvoor begrip kon opbrengen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:13 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-602/DB/LI

    Advocaat trad op als advocaat van een Stak en de (naast klaagster overige) bestuurders van die Stak in hun hoedanigheid van bestuurslid. Niet is komen vast te staan dat er sprake was van tegenstrijdige belangen tussen de Stak en de overige bestuurders van de Stak. Wel was er sprake van tegenstrijdige belangen tussen klaagster enerzijds en de (overige bestuurders van de) Stak anderzijds. Advocaat heeft niet voor klaagster opgetreden en daarom geen tegenstrijdige belangen behartigt.Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4020

    Gegronde klacht tegen een internist. Klaagster is door een arts gezien op de Spoedeisende Hulp (SEH) vanwege buikpijn en koorts. De artsen op de SEH dachten differentiaal diagnostisch aan een gynaecologische oorzaak van de klachten. Besloten werd om klaagster op te nemen voor aanvullend onderzoek. De volgende ochtend werd klaagster overgedragen aan de dagdienst. De dienstdoende arts die vanaf de ochtendoverdracht betrokken was bij de opname van klaagster was op dat moment sinds zes weken werkzaam als ANIOS. De internist was haar supervisor. Klaagster verwijt de internist dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan en de diagnose blindedarmontsteking heeft gemist. De klacht is naar het oordeel van het college gegrond. Uit het dossier blijkt dat de arts in het dossier ‘loslaatpijn’ heeft genoteerd; dat is een kenmerkend symptoom voor peritoneale prikkeling, een belangrijke aanwijzing voor pathologie in de buik, zoals een blindedarmontsteking. Deze loslaatpijn is ook tussen de internist en de arts ter sprake gekomen. Daarbij heeft de internist een andere interpretatie gegeven aan de bevinding van de arts, die ertoe leidde dat er volgens hem niet echt sprake zou zijn van druk- en loslaatpijn, zonder dat de internist klaagster zelf heeft onderzocht. Naar het oordeel van het college had de internist klaagster zelf lichamelijk moeten onderzoeken als hij aan de bevinding van de arts twijfelde, te meer omdat de arts op dat moment slechts zes weken werkzaam was als ANIOS. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4545

    De klacht tegen de psychiater betreft onvrede van de patiënt over de wachttijd voor de behandeling, over de behandeling zelf en de (wijze van) beëindiging daarvan. Ook vindt de patiënte dat de psychiater onvoldoende uitleg heeft gegeven over de klachtenprocedure waarbij zij als psychiater is aangesloten. Het college oordeelt dat de klacht gegrond is voor zover het gaat over het continuïteit van de patiëntenzorg bij de beëindiging van de behandelrelatie. Dat de psychiater gezien de complexe problematiek van de patiënte geen mogelijkheden meer zag om haar verder te behandelen, vindt het college op zich begrijpelijk. Wel had de psychiater pogingen moeten doen om voor de patiënte elders behandeling te vinden, te meer nu de patiënte ook geen huisarts meer had. Voor het overige acht het college de klacht ongegrond. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1451

    Klacht tegen huisarts. De klacht betreft de behandeling van de inmiddels overleden echtgenote van klager. Klager verwijt verweerder dat hij niet naar de echtgenote van klager heeft omgekeken nadat zij was gevallen en haar heeft opgesloten. Klager verwijt verweerder dat hij speculaties over het gedrag van klager in het medisch dossier heeft genoteerd en hem niet naar een andere huisarts laat gaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3856

    Klacht tegen gz-psycholoog. De klacht gaat over grensoverschrijdend gedrag. Klaagster is bij de gz-psycholoog onder behandeling geweest. In de kern verwijt klaagster de gz-psycholoog dat hij een relatie met haar is aangegaan en misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare situatie waarin zij verkeerde. Daarnaast verwijt zij hem dat tijdens de behandeling niet is toegekomen aan de hulpvraag. Het college verklaart de klacht deels gegrond en legt de gz-psycholoog een schorsing op van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-1000/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van vereffenaar. Verweerder mocht klagers rechtstreeks aanschrijven, ook al wist hij dat zij werden bijgestaan door een advocaat. Niet gebleken dat verweerder zich bij de vervulling van de functie van vereffenaar zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is ondermijnd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1301

    Klacht tegen huisarts. Klager verbleef in een PI waar verweerster hem meerdere malen op spreekuur heeft gezien. Bij volgende consulten werd klager ingeroosterd bij een collega van verweerster en heeft hij aangegeven alleen door verweerster onderzocht te willen worden. Vanwege een bij klager verondersteld aanwezige fixatie op verweerster is hij overgeplaatst naar een andere PI. Klager verwijt verweerster kort gezegd dat zij de overdracht van de zorg van klager onvoldoende zorgvuldig heeft laten verlopen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4541

    Klacht tegen gz-psycholoog. De klacht gaat over een door beklaagde verricht diagnostisch traject met betrekking tot de (op dat moment) negenjarige zoon van klager. Volgens klager is hij buitengesloten en gediscrimineerd door de gz-psycholoog, heeft de gz-psycholoog een verkeerde diagnose gesteld en heeft zij in het traject de kant van moeder gekozen. Het college verklaart de klacht ongegrond. Ondanks dat klager niet betrokken is in het diagnostisch traject met betrekking tot zijn zoon, acht het college dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verder heeft klager zijn klacht niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:13 Hof van Discipline 's Gravenhage 220195 220196 220197 220198

    Appelverbod. Het beroep van klager is gericht tegen de beslissingen op verzet. De door klager aangevoerde gronden zien op de inhoudelijke beoordeling en motivering van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen. Het hoger beroep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4301

    Kennelijk ongegronde klacht tegen oogarts. De oogarts heeft bij klager aan beide ogen een staaroperatie uitgevoerd. Klager verwijt de oogarts dat hij bij de eerste operatie verkeerde oogdruppels heeft voorgeschreven, waarbij geen rekening is gehouden met de medicatielijst van klager. Klager kreeg hierdoor een flinke neusbloeding. Het college overweegt dat de oogarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door het gebruik van Yellox voor te schrijven. Het gebruik van bloedverdunners is niet een harde contra-indicatie, alleen als een eerdere allergische reactie op deze of vergelijkbare medicatie is opgetreden. Van een dergelijke allergie bij klager blijkt niet uit het dossier. Klager verwijt de oogarts verder dat hij bij de tweede operatie een verkeerde lens heeft geplaatst; die lens functioneert niet omdat die geen cilinder heeft, ondanks dat in het oog een cilindrische afwijking was vastgesteld. Klager heeft nu een slechter zicht. De oogarts heeft de klacht bestreden. Het college overweegt als volgt. Met klager is meermalen besproken dat de mogelijkheid bestond om bij de staaroperatie(s) een multifocale of torische lens te plaatsen, maar klager wilde dat niet. Klager wist dus dat hij na de operatie nog een correctie nodig zou hebben in de vorm van een bril of contactlenzen. Voor en na de operatie is dezelfde cilinder gemeten. Er is geen duidelijke verklaring voor de huidige klachten. Het dossier geeft geen aanknopingspunten voor de stelling dat er bij de staaroperatie iets mis is gegaan. Van de ontstane situatie valt de oogarts geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. De klacht is kennelijk ongegrond.