Zoekresultaten 9481-9500 van de 48575 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-978/DB/OB
- Datum publicatie: 06-02-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:18
Herstelbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:376 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-996/AL/GLD
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 11-04-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:376
Voorzittersbeslissing. Klachten over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de klacht over het handelen van verweerster in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:377 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-003/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 04-04-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:377
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Diverse verwijten over de dienstverlening. De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:373 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-114/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 02-05-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:373
Voorzittersbeslissing. Klager verwijt verweerder dat hij zijn zaak niet heeft willen aannemen. Anders dan klager heeft betoogd, stond het verweerder vrij om die beslissing te nemen. Een advocaat is niet verplicht om een zaak aan te nemen. Verweerder heeft die beslissing vervolgens - na telefonisch overleg met klager - gemotiveerd en tijdig aan klager doorgegeven. Verweerder heeft daarmee gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Zowel de beslissing van verweerder om klager niet als advocaat bij te staan, als de wijze waarop verweerder die beslissing aan klager heeft gecommuniceerd, is derhalve niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:374 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-155/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 02-05-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:374
Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken. Klager stelt dat verweerder zijn klachten tegen (in totaal) drie advocaten heeft genegeerd. De voorzitter is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klagers klachten heeft genegeerd. Verweerder heeft op de klachten gereageerd en klager laten weten dat hij zijn klachten via een digitaal webformulier kan indienen. De voorzitter is van oordeel dat het verweerder vrij stond om klager te verzoeken om zijn klachten via deze gestandaardiseerde wijze in te dienen. Verweerder heeft daardoor het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Van een tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen jegens klager is dan ook geen sprake. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4447
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 03-02-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:20
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft bij klaagster een brug geplaatst. Volgens klaagster heeft de tandarts schade aangebracht met de boor aan haar kaakbot. Daarnaast heeft de zorg rondom de plaatsing van de brug tekortgeschoten, is haar dossier niet compleet en is niet op juiste wijze gefactureerd. Het college komt tot de conclusie dat de klacht niet gegrond is voor wat betreft het klachtonderdeel dat ziet op het uitschieten met de boor, de beschadiging aan het kaakbot en de gevolgen hiervan voor klaagster. Wel komt het college tot de conclusie dat de klachtonderdelen van klaagster die zien op de zorg rondom de plaatsing van de brug, dossiervoering en de facturatie gegrond zijn. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:375 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-115/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 02-05-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:375
Voorzittersbeslissing. Klager verwijt verweerster dat zij zijn zaak niet heeft willen aannemen. Anders dan klager heeft betoogd, stond het verweerster vrij om die beslissing te nemen. Een advocaat is niet verplicht om een zaak aan te nemen. Verweerster heeft die beslissing vervolgens - na telefonisch overleg met klager - gemotiveerd en tijdig aan klager doorgegeven. Verweerster heeft daarmee gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Zowel de beslissing van verweerster om klager niet als advocaat bij te staan, als de wijze waarop verweerster die beslissing aan klager heeft gecommuniceerd, is derhalve niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/405341 KL RK 22-78
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:5
[Y] en [Z] hebben in 2021 een camping gekocht van [B]. De notaris is verzocht om de akte van levering op te stellen en te passeren. De notaris is overgegaan tot het uitvoeren van een verscherpt cliëntenonderzoek ten aanzien van [Y] en [Z]. Dit onderzoek bestond uit het opnemen van telefonisch contact met [B] waarbij aan [B] verschillende vragen zijn gesteld over de totstandkoming van de koopovereenkomst. De notaris had, gelet op de omstandigheden die zich tijdens en na het sluiten van de koopovereenkomst hebben voorgedaan, voldoende aanleiding om over te gaan tot een verscherpt cliëntenonderzoek.Dat de Surinaamse achtergrond van [Y] en [Z] daarvoor het leidmotiefis geweest is niet komen vast te staan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1422
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:22
Klacht tegen een (destijds) arts-assistent. De klacht betreft de behandeling van en de zorg voor klaagster. Klaagster bezocht in oktober 2017 de polikliniek klinische geriatrie van het ziekenhuis waar de arts-assistent sinds 2018 werkte. Een collega (beklaagde in C2022/1420) concludeerde dat sprake was van een Mild Cognitive Impairment (MCI). Bij een consult in april 2018 bij de eerder genoemde collega meldde de dochter van klaagster dat klaagster in het ziekenhuis had gelegen met buikpijn. De conclusie was dat er progressie was tot een vorm van dementie en controle na zes maanden werd afgesproken. Eind juli 2018 heeft dezelfde collega klinisch geriater, na een verzoek daartoe van de dochter van klaagster, met de cardioloog besloten de Ascal met omeprazol over te zetten naar Plavix clopidogrel met de afspraak om in oktober te evalueren. Tijdens een telefonisch consult in november 2018 met de collega klinisch geriater werd een gastroscopie afgesproken. De uitslag hiervan was dat klaagster maagzweren had. In februari 2019 noteerde de collega klinisch geriater in het dossier onder meer dat het niet goed gaat met klaagster. Begin maart 2019 is klaagster ruim een week opgenomen. Tijdens de opname is de arts-assistent bij de zorg voor klaagster betrokken geweest als afdelingsarts, onder supervisie van verschillende klinisch geriaters. De arts-assistent is betrokken geweest bij een beoordeling begin maart 2019, bij vier visites op de afdeling en bij het ontslag. Na de opname in maart 2019 heeft de arts-assistent klaagster nog éénmaal gezien op de spoedeisende hulp in januari 2020. Klaagster verwijt de arts-assistent -zakelijk weergegeven-:a) Het onjuist weergeven van de heteroanamnese en de klachten en het vervolgens uitzetten van een onjuist onderzoekstraject. Het daarbij niet serieus nemen van klaagster en haar dochter;b) Het stellen van een foute diagnose, het uitzetten van een onjuiste behandeling en het opleggen van die behandeling;c) Het uitvoeren van een onjuist onderzoek en het trekken van foutieve conclusies;d) het onheus bejegenen van de dochter van klaagster;e) het behandelen van klaagster als wilsonbekwaam.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:1 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/398945 KL RK 22-7
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 20-01-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:1
De klacht is gegrond. Door de feitelijke gang van zaken heeft de notaris de schijn van partijdigheid gewekt. Omdat de notaris bij eerdere uitspraak van 27 september 2022 al een maatregel opgelegd heeft gekregen, waarbij dit onderdeel ook is meegewogen, zal de kamer nu geen maatregel opleggen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1423
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:23
Klacht tegen een (destijds) arts-assistent. De klacht betreft de behandeling van en de zorg voor klaagster. Klaagster bezocht in oktober 2017 de polikliniek klinische geriatrie van het ziekenhuis waar de arts-assistent op dat moment werkte. Een collega (beklaagde in C2022/1420) concludeerde dat sprake was van een Mild Cognitive Impairment (MCI). Bij een consult in april 2018 bij de eerder genoemde collega meldde de dochter van klaagster dat klaagster in het ziekenhuis had gelegen met buikpijn. De conclusie was dat er progressie was tot een vorm van dementie en controle na zes maanden werd afgesproken. Eind juli 2018 heeft dezelfde collega klinisch geriater, na een verzoek daartoe van de dochter van klaagster, met de cardioloog besloten de Ascal met omeprazol over te zetten naar Plavix clopidogrel met de afspraak om in oktober te evalueren. Tijdens een telefonisch consult in november 2018 met de collega klinisch geriater werd een gastroscopie afgesproken. De uitslag hiervan was dat klaagster maagzweren had. In februari 2019 noteerde de collega klinisch geriater in het dossier onder meer dat het niet goed gaat met klaagster. Begin maart 2019 is klaagster ruim een week opgenomen. Tijdens de opname is de arts-assistent bij de zorg voor klaagster betrokken geweest als arts-assistent, onder supervisie van verschillende klinisch geriaters. De arts-assistent is betrokken geweest bij het opnamegesprek, bij het MDO, bij 2 visites, het familiegesprek en bij het overleg met klaagster en de huisarts. Na de opname in maart 2019 is de arts-assistent niet meer bij de zorg voor klaagster betrokken geweest. Klaagster verwijt de arts-assistent -zakelijk weergegeven-:a) Het onjuist weergeven van de heteroanamnese en de klachten en het vervolgens uitzetten van een onjuist onderzoekstraject. Het daarbij niet serieus nemen van klaagster en haar dochter;b) Het stellen van een foute diagnose, het uitzetten van een onjuiste behandeling en het opleggen van die behandeling;c) Het uitvoeren van een onjuist onderzoek en het trekken van foutieve conclusies;d) Het onheus bejegenen van de dochter van klaagster;e) Het behandelen van klaagster als wilsonbekwaam.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:12 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-438/AL/MN
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:12
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Vertrouwensbreuk tussen verweerster en klager was evident, omdat zij van mening verschilden over de aanpak van het geschil. Verweerster heeft zich op zorgvuldige wijze teruggetrokken als advocaat van klager. Verweerster heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door beroepsfouten te maken in de door haar opgestelde en namens klager ingediende conclusie tevens eis van reconventie. Verweerster heeft de reconventionele vorderingen op een juridisch verkeerde wijze ingesteld, waardoor de rechtbank daar niet over heeft kunnen oordelen. De klachtonderdelen over de beroepsfouten zijn gegrond. Berisping en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:372 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-205/AL/OV 22-206/AL/OV 22-207/AL/OV 22-208/AL/OV 22-209/AL/OV 22-210/AL/OV 22-211/AL/OV
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 29-12-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:372
Raadsbeslissing. Zeven samenhangende klachtzaken. De raad verklaart de klacht tegen een (voormalig) advocaat van de wederpartij en tegen (onder meer) andere advocaten van hetzelfde advocatenkantoor deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/404432 KL RK 22-66
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 04-01-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:2
De notaris heeft klaagster niet op tijd geïnformeerd dat zij de functie als executeur heeft aanvaard en heeft overgedragen aan de dochter van echtgenote. Gelet op de gevoelige moeizame verhouding tussen klaagster en de dochter van echtgenote had de notaris haar keuze moeten toelichten aan klaagster. De notaris heeft de schijn van partijdigheid tegen zich gewekt door onvoldoende voorlichting te geven. Klacht gegrond. Als maatregel wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:13 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-534/AL/MN
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:13
Raadsbeslissing. Advocaat in privé. Er bestaat voldoende verband tussen privégedragingen van verweerder en zijn praktijkuitoefening. De raad kan niet vaststellen dat klaagsters verweerder opdracht hebben gegeven om hen bij te staan en ook niet dat verweerder hen heeft beloofd contact op te nemen met de notaris. Wel heeft verweerder onduidelijkheid laten ontstaan en bestaan over zijn rol en heeft verweerder niet gereageerd op WhatsAppberichten van klaagsters. Daarom is de klacht voor een deel gegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/407517 KL RK 22-101
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:3
De klacht is niet-ontvankelijk omdat de kandidaat-notaris niet betrokken was bij de akte van levering waarover de klacht is ingediend.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1419
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:19
Klacht tegen een klinisch geriater. De klacht betreft de behandeling van en de zorg voor klaagster. Klaagster bezocht in oktober 2017 de polikliniek klinische geriatrie van het ziekenhuis waar de klinisch geriater op dat moment werkte. Aldaar is klaagster gezien door een collega klinisch geriater (beklaagde in C2022/1420) en deze concludeerde dat sprake was van een Mild Cognitive Impairment (MCI). De klinisch geriater is bij de opname van klaagster begin maart 2019 bij aanvang van de klinische observatie aangemeld als hoofdbehandelaar. Concreet is zij tijdens de opname als supervisor betrokken geweest bij een afdelingsvisite en een familiegesprek, een onderzoek op verzoek van de verpleegkundige, een visite en het ontslag. Eind januari 2020 is de klinisch geriater nog betrokken geweest bij de zorg voor klaagster toen zij werd opgenomen op de SEH vanwege onrust bij een retentieblaas. Eind maart 2020 heeft de dochter van klaagster bij het ziekenhuis een klacht ingediend tegen de behandelaars van klaagster tijdens de opname in maart 2019. Hierop is schriftelijk gereageerd door de klinisch geriater en haar collega (beklaagde in C2022/1420). Klaagster verwijt de klinisch geriater – zakelijk weergegeven- het stellen van een foute diagnose, het uitzetten van een onjuiste behandeling en het opleggen van die behandeling; het uitvoeren van onjuist onderzoek en het trekken van foutieve conclusies; het onheus bejegenen van de dochter van klaagster; het behandelen van klaagster als wilsonbekwaam.Klacht tegen een klinisch geriater. De klacht betreft de behandeling van en de zorg voor klaagster. Klaagster bezocht in oktober 2017 de polikliniek klinische geriatrie van het ziekenhuis waar de klinisch geriater op dat moment werkte. Aldaar is klaagster gezien door een collega klinisch geriater (beklaagde in C2022/1420) en deze concludeerde dat sprake was van een Mild Cognitive Impairment (MCI). De klinisch geriater is bij de opname van klaagster begin maart 2019 bij aanvang van de klinische observatie aangemeld als hoofdbehandelaar. Concreet is zij tijdens de opname als supervisor betrokken geweest bij een afdelingsvisite en een familiegesprek, een onderzoek op verzoek van de verpleegkundige, een visite en het ontslag. Eind januari 2020 is de klinisch geriater nog betrokken geweest bij de zorg voor klaagster toen zij werd opgenomen op de SEH vanwege onrust bij een retentieblaas. Eind maart 2020 heeft de dochter van klaagster bij het ziekenhuis een klacht ingediend tegen de behandelaars van klaagster tijdens de opname in maart 2019. Hierop is schriftelijk gereageerd door de klinisch geriater en haar collega (beklaagde in C2022/1420). Klaagster verwijt de klinisch geriater – zakelijk weergegeven- het stellen van een foute diagnose, het uitzetten van een onjuiste behandeling en het opleggen van die behandeling; het uitvoeren van onjuist onderzoek en het trekken van foutieve conclusies; het onheus bejegenen van de dochter van klaagster; het behandelen van klaagster als wilsonbekwaam.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:14 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-995/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:14
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familiekwestie. Verweerster heeft de grenzen van het betamelijke overschreden. De wijze waarop verweerster zich in haar e-mail over klaagster heeft uitgelaten, getuigt van onvoldoende professionele distantie ten opzichte van de familiekwestie en de daarmee gepaard gaande emoties van haar client. Bovendien hebben de uitlatingen van verweerster een dreigende ondertoon en zijn deze onnodig grievend ten opzichte van klaagster. Van enige functionaliteit bij het gebruik van de gedane uitlatingen en de toonzetting daarvan is, mede gelet op de context waarbinnen deze uitlatingen zijn gedaan, geen sprake. De beweegredenen van verweerster om zich in een familiekwestie zo op te stellen, stroken niet met hetgeen een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De klacht is op dit onderdeel gegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/404818 KL RK 22-72
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:4
In de akte van levering is een passage opgenomen uit de koopovereenkomst. Klagers dachten daarmee een erfdienstbaarheid te hebben gevestigd, maar het gaat om een kettingbeding. Van de oud-notaris hoefde niet verwacht te worden dat hij begreep of had moeten begrijpen dat klagers een erfdienstbaarheid wilden vestigen. De oud-notaris heeft de wil van partijen, zoals die bleek uit de koopovereenkomst vastgelegd. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:15 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1035/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:15
Raadsbeslissing. Verweerder heeft klager geadviseerd over de ontslagzaak. In die zin is er tussen verweerder en klager ook ten aanzien van de ontslagzaak sprake van een advocaat cliëntrelatie. Kwaliteit dienstverlening. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat verweerder schriftelijk heeft vastgelegd dat hij met klager over de gevolgen van berusting heeft gesproken en dus ook niet dat verweerder bij klager heeft gecontroleerd of hij zich voldoende realiseerde wat de gevolgen van berusting zouden zijn. Ook al zou klager zich bewust zijn geweest van de gevolgen van zijn keuze om in het ontslag te berusten, dan nog had verweerder dit bij klager moeten checken. Het gebrek aan schriftelijke vastlegging komt voor risico van verweerder. Verder heeft verweerder klager onvoldoende duidelijkheid gegeven over de gang van zaken bij het opstellen van het bezwaarschrift en heeft hij met klager niet de verschillende scenario’s besproken. Klacht voor een deel gegrond. Waarschuwing met kostenveroordeling.