Zoekresultaten 9381-9400 van de 48575 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1261
- Datum publicatie: 22-02-2023
- Datum uitspraak: 13-02-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:38
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager is door de orthopedisch chirurg geopereerd aan een Mortons neuroom in zijn voet. Na de operatie is klager last blijven houden van een pijnlijke drukplek onder zijn voet. Klager heeft vervolgens twee telefonische consulten en twee fysieke consulten bij de orthopedisch chirurg gehad. De verwijten die klager de orthopedisch chirurg maakt gaan over het traject na de operatie. Klager verwijt de orthopedisch chirurg: a) het achterhouden van informatie; b) inadequate diagnostische verslaglegging; c) het verstrekken van onjuiste en misleidende informatie; d) het stellen van het eigenbelang boven dat van de patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1243
- Datum publicatie: 22-02-2023
- Datum uitspraak: 20-02-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:39
Klacht tegen een arts, destijds werkzaam als anios bij de afdeling neurologie van een ziekenhuis. Klager is in de avond onwel geworden en per ambulance naar de spoedeisende hulp gebracht. Daar heeft de arts in overleg met haar supervisor (neuroloog, eveneens aangeklaagd) de diagnose functionele stoornis gesteld. Later is gebleken dat sprake was van een herseninfarct.Klager verwijt de arts dat zij een tunnelvisie heeft gehad bij de interpretatie van de symptomen van klager, dat zij de symptomen van klager als niet-acuut heeft beoordeeld op basis van het ontbreken van risicofactoren en de jonge leeftijd en daarbij de mogelijke uitzondering niet in de afweging heeft meegenomen, dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld, waardoor een (trombolytische) behandeling om de schade te beperken aan klager is onthouden, en dat zij het veilig en verantwoord heeft geacht om klager in de nacht van 14 op 15 december 2020 naar huis te laten gaan, terwijl de uitvalsverschijnselen nog volop aanwezig waren en aannemelijk was dat de symptomen door een herseninfarct konden worden veroorzaakt. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gegrond, maar legt aan de arts geen maatregel op omdat het grootste deel van de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor het handelen van de beginnende anios bij de supervisor ligt met wie steeds uitgebreid overleg heeft plaatsgevonden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:28 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-651/AL/GLD/D
- Datum publicatie: 22-02-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:28
Dekenbezwaar. De raad verklaart het dekenbezwaar grotendeels gegrond. Verweerder heeft gedurende een langere periode meerdere gedragsregels en kernwaarden geschonden, hij heeft zijn cliënten benadeeld en de deken onjuist voorgelicht. Met dit alles heeft verweerder niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet; zijn handelen heeft het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Gelet op de ernst van dit handelen, is slechts een zware maatregel passend. De raad zal verweerder echter niet schrappen van het tableau, zoals de deken heeft verzocht. Een schrapping onder de gegeven omstandigheden zou erop neerkomen dat de tuchtrechter elk vertrouwen in het functioneren van verweerder heeft verloren. Weliswaar deelt de raad de zorgen van de deken over verweerder en zijn praktijkvoering, maar het is niet zo dat elk vertrouwen in zijn functioneren als advocaat ontbreekt. De raad acht daarbij van belang dat de raad een aantal onderdelen van het dekenbezwaar niet gegrond zal verklaren, verweerder slechts een keer eerder (vijf jaar geleden) door de tuchtrechter is veroordeeld en dat verweerder op de zitting van de raad inzicht in het tuchtrechtelijk verwijtbare van zijn handelen heeft getoond en hij zijn bedrijfsvoering inmiddels (gedeeltelijk) zegt te hebben verbeterd. Verweerder zal van de raad nog een laatste kans krijgen om orde op zaken te stellen. De raad zal daarom aan verweerder de maatregel van een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van 26 weken opleggen, waarbij verweerder dringend wordt geadviseerd om zich (in overleg met de deken) te laten coachen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:23 Hof van Discipline 's Gravenhage 220012
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 06-02-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:23
Klacht over eigen advocaat, kwaliteit van de dienstverlening. Ongegrond, bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:17 Hof van Discipline 's Gravenhage 220031D
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 17-02-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:17
De deken verwijt verweerder dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door mee te werken aan publicaties in een krant. De raad heeft het dekenbezwaar gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de raad dat verweerder met het interview zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden, omdat hij hierin uitlatingen heeft gedaan over de persoon van zijn voormalige cliënt, bijzonderheden van de door hem behandelde zaak en de aard en omvang van de belangen van zijn voormalige cliënt. Al deze uitlatingen vallen onder het beroepsgeheim van een advocaat. De geheimhoudingsplicht ziet ook op persoonlijke waarnemingen van verweerder over (de persoon, het karakter of het uiterlijk van) klager en op zijn persoonlijke (mening over zijn) ervaringen met klager. Maatregel: Schrapping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:24 Hof van Discipline 's Gravenhage 220009
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 06-02-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:24
Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft de heer H. per e-mail benaderd en hem aansprakelijk gesteld, terwijl verweerder wist dat klaagster de heer H. als getuige had aangemerkt en hem als getuige had genoemd in de inleidende dagvaarding. Naar het oordeel van het hof heeft verweerder de heer H. hiermee op ontoelaatbare wijze beinvloed en in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. Bekrachtiging raadsbeslissing. Berisping en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:18 Hof van Discipline 's Gravenhage 220032
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 17-02-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:18
Klager (een voormalig advocaat) verwijt verweerder dat hij in strijd heeft gehandeld met het streven van advocaten naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen, zoals vervat in gedragsregel 24. In deze zaak gaat het om de vraag of verweerder in een interview met een krant verslag heeft mogen doen van de inhoud van een (beweerdelijke) telefoongesprek met de zaaksofficier en of verweerder daarmee jegens klager onbetamelijk heeft gehandeld, door zich publiekelijk over hem uit te laten en daarmee de indruk te versterken dat klager banden zou hebben met een criminele organisatie. De raad heeft de klacht gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Verweerder had geen belang bij het doen van belastende en schadelijke uitlatingen over klager, juist of niet. Verweerder heeft door het doen van zijn uitlatingen in het interview niet de welwillendheid die hij tegenover klager als beroepsgenoot in acht had horen te nemen, in acht genomen. Verweerder heeft daarmee gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit (artikel 10a Advocatenwet).
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3600
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 21-02-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:42
Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Klaagster was doorverwezen naar het ziekenhuis waar de dermatoloog werkzaam is voor een laserbehandeling van littekens op haar wang. Er hebben verschillende behandelingen plaatsgevonden, o.a. een resurfacing behandeling. Klaagster verwijt de dermatoloog dat 1) er tijdens de resurfacing behandeling iets mis is gegaan, waardoor zich een litteken heeft ontwikkeld op haar wang en 2) klaagster op de spoedeisende hulp naar huis is gestuurd met zalf. Het college oordeelt dat de beide klachtonderdelen feitelijke grondslag missen, omdat de dermatoloog die behandeling niet heeft verricht en hij ook verder er niet bij betrokken was en omdat hij heeft verklaard klaagster nooit te hebben gesproken en/of gezien tijdens zijn diensten op de spoedeisende hulp en het college geen reden ziet om aan zijn verklaring te twijfelen. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:25 Hof van Discipline 's Gravenhage 220002
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 06-02-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:25
Artikel 13-beklag. Het hof is met de deken van oordeel dat klager geen belang heeft bij toewijzing van een advocaat, gelet op de al aanhangige procedure waarin dezelfde rechtsvraag voorligt, en gelet op het feit dat klager nog niet in overleg is getreden met de Ontvanger. Reeds hierom acht het hof klagers beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:19 Hof van Discipline 's Gravenhage 220033D
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 17-02-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:19
Klager verwijt verweerder dat hij ten opzichte van klager gevaarzettend heeft gehandeld door zijn naam als (mogelijke) belangenbehartiger van de kroongetuige te lekken naar de pers. De klacht is door de raad gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Verweerder wist als geen ander dat betrokkenheid als belangenbehartiger van de kroongetuige in het Marengo-proces met veiligheidsrisico’s gepaard gaat. Verweerder moet zich dan ook bewust zijn geweest van het gevaarzettend karakter van zijn handelen. Van hem had dan ook uiterste voorzichtigheid en terughoudendheid mogen worden verwacht. Door desondanks zonder redelijk belang of noodzaak in verband met de zaak van de kroongetuige mededelingen over klager te doen aan een journalist, heeft hij in strijd gehandeld met de professionele verantwoordelijkheid die behoort tot de kernwaarde integriteit.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4486
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 21-02-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:43
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager bezocht de huisarts in de Covid-19 pandemie. Volgens klager maakte de huisarts hem belachelijk, door een piemel op haar witte doktersjas te tekenen en daarop te tikken tijdens het consult. Klager is weggelopen. De huisarts vroeg enkele dagen na het consult om uitleg aan klager, maar die kreeg zij toen niet. Klager verwijt de huisarts dat door haar handelen klager een geestesziekte aangemeerd kreeg, er een incompleet medisch dossier over hem ontstond en zorg hem werd onthouden. De huisarts heeft verweer gevoerd. Vanwege tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen, waaronder doktersjassen, had de praktijk laboratoriumjassen geleend van verschillende scholen. Op verschillende jassen stonden tekeningen. Afgaand op het verhaal van klager, begreep de huisarts pas na bijna twee jaar tijdens een gesprek met klager dat er op haar jas een geslachtsdeel stond getekend en dat hij daarom plotseling was weggelopen. Het college acht de verklaring van de huisarts, hoe het geslachtsdeel op de doktersjas is gekomen, aannemelijk. Het college is niet gebleken dat de huisarts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:26 Hof van Discipline 's Gravenhage 210372
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 06-02-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:26
Klacht over eigen advocaat. Voortzetting procedure door deken op grond van algemeen belang. Met de raad rekent het hof verweerder zwaar aan dat hij gedurende de behandeling van het echtscheidingsverzoek van klaagster de belangrijke kernwaarde van (financiële) integriteit heeft geschonden. Het hof is van oordeel dat verweerder bij de behartiging van de belangen van klaagster teveel zijn eigen financiële belangen heeft laten meewegen, in het bijzonder door buitensporig te declareren en zijn cliënte te willen faciliteren bij het afsluiten van een lening met voor klaagster bijzonder bezwarende voorwaarden om zijn declaraties te voldoen. Bekrachtiging. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:20 Hof van Discipline 's Gravenhage 220034
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 17-02-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:20
Klager (verdachte en kroongetuige in een strafzaak) verwijt verweerder dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden en – na beëindiging van de samenwerking – geheimhoudersstukken aan de deken en het Openbaar Ministerie heeft verstrekt. De raad heeft beide klachtonderdelen gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de raad dat verweerder meermalen de geheimhoudingsplicht (kernwaarde vertrouwelijkheid) tegenover klager, een voormalig cliënt, heeft geschonden. Deze schendingen hebben bovendien plaatsgevonden in het kader van een maatschappelijk belangwekkende en gevoelige strafzaak. Verweerder had geen gerechtvaardigd belang om zo te handelen en van hem had uiterste terughoudendheid en voorzichtigheid mogen worden verwacht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4487
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 21-02-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:44
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had in de Covid-19 pandemie een consult bij een collega van verweerder. Op de doktersjas van deze collega stond een piemel getekend. Toen klager dat zag, is hij weggelopen uit het consult zonder uit te leggen waarom. Ruim anderhalf jaar later begreep de huisarts pas waarom klager was weggelopen en is in een gesprek, in het bijzijn van verweerder, uitleg aan klager gegeven. Volgens klager heeft verweerder allerlei verhalen verzonnen en hield hij de leugens van zijn collega in stand, terwijl hij wist dat het leugens waren. Verweerder heeft verweer gevoerd. Hij was op verzoek van zijn collega aanwezig tijdens het gesprek met klager. Het college is van oordeel dat de huisarts een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van een geslachtsdeel op haar doktersjas. Vanwege tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen, waaronder doktersjassen, had de praktijk laboratoriumjassen geleend van verschillende scholen. Op verschillende jassen stonden tekeningen, zo ook op de jas van de huisarts van klager. Dat verweerder die verklaring niet heeft afgedaan als leugen, acht het college niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het college is niet gebleken dat verweerder tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:27 Hof van Discipline 's Gravenhage 210245
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 06-02-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:27
Bekrachtiging beslissing raad betreffende advocaat van de wederpartij. Bij het leggen van beslag is verweerster niet met de vereiste deskundigheid en niet proportioneel te werk is gegaan. Omdat partijen nadere afspraken gemaakt hadden, kon verweerster niet meer terugvallen op de alimentatiebeschikking en op grond daarvan executoriaal beslag leggen. Bovendien is beslag gelegd voor buitenproportioneel bedrag en is verweerster na betaling van de achterstand niet overgegaan tot opheffing van het beslag. Daarvoor was een kort geding nodig. Berisping
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:21 Hof van Discipline 's Gravenhage 220142
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 06-02-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:21
Klacht over voormalig advocaat. Verweerder heeft de ex-echtgenoot van klaagster bijgestaan in kwesties waarin de belangen van klaagster en haar ex-echtgenoot tegenstrijdig waren. Naar het oordeel van het hof is verweerders optreden in strijd met artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en partijdigheid. Dit optreden van verweerder en de daarbij door hemzelf gecreëerde mist rondom de rol die hij aannam tegenover klaagster (huisvriend, juridisch adviseur of advocaat van de ex-echtgenoot) heeft zich bovendien over een lange periode uitgestrekt. Verweerder had professionele distantie moeten betrachten en zich als advocaat moeten onttrekken in genoemde kwesties. Dat verweerder dit heeft nagelaten acht het hof tuchtrechtelijk ernstig verwijtbaar. Het hof bekrachtigt de door de raad opgelegde maatregel van (onvoorwaardelijke) schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van vier weken met veroordeling van verweerder in de kosten.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3913
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 21-02-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:45
Ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Klaagster is de moeder van patiënt. Patiënt is minderjarig. Klaagster en de vader van patiënt zijn gescheiden. Patiënt heeft sinds jonge leeftijd last van recidiverende herpes in het gezicht. Verweerster is de zus van de vader van patiënt. Verweerster heeft herhaalrecepten valaciclovir voor patiënt uitgeschreven. Verweerster is niet de behandelend dermatoloog van patiënt. De klacht houdt met name in dat de herhaalrecepten tegen de wil en achter de rug van klaagster om zijn uitgeschreven. Verweerster heeft aangevoerd dat klaagster wel kan klagen over punten waarbij zij een eigen rechtstreeks belang heeft, maar niet kan optreden als wettelijk vertegenwoordiger van haar zoon en derhalve niet namens hem kan klagen. Het college verklaart klaagster niet-ontvankelijk voor zover zij namens patiënt klaagt. Het college is evenwel van oordeel dat klaagster, als moeder van patiënt, een eigen rechtstreeks belang heeft bij de klachtonderdelen en om die reden in alle klachtonderdelen kan worden ontvangen. Gelet op alle omstandigheden is het college van oordeel dat verweerster, hoewel zij had moeten verifiëren of ook de moeder als gezag dragende ouder instemde met de herhaalrecepten, tuchtrechtelijk binnen de grenzen van het toelaatbare is gebleven. Het college acht daarbij doorslaggevend dat valaciclovir een voor de aandoening (herpes) gebruikelijk middel is, waaraan weinig risico’s zijn verbonden. Voorts heeft het college de overtuiging gekregen dat verweerster bij haar beslissing om herhaalrecepten te verstrekken het belang van patiënt voorop heeft gesteld. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de relatie tussen klaagster en de vader van patiënt en/of de gezondheid van patiënt door het handelen van verweerster is verslechterd respectievelijk in gevaar is gebracht of geschaad. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:12 Accountantskamer Zwolle 22/1427 Wtra AK
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 21-02-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:12
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing. Betrokkene is de accountant van de broer en vader van klaagster 1 en is daarnaast de accountant van klaagsters geweest. De vader heeft in 2016 zijn aandelen in het familiebedrijf geschonken aan klaagster 1 en haar broer, waarbij een call-optie voor de broer is vastgelegd. In maart 2021 heeft de broer klaagsters verzocht om mee te werken aan het overzetten van deze call-optie naar zijn nieuwe vennootschap. Klaagsters hebben, nadat zij betrokkene om uitleg hadden gevraagd, daaraan meegewerkt. Daarna is er een geschil gerezen tussen klaagsters en de broer over de uitoefening van de call-optie, wat heeft geleid tot een civiele procedure. Betrokkene heeft ten behoeve van deze procedure in een brief aan de broer vragen van zijn advocaat beantwoord. Klaagsters verwijten betrokkene dat zij heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, objectiviteit, vertrouwelijkheid en integriteit. Volgens klaagsters heeft betrokkene hen (onder meer) onjuist voorgelicht over het overzetten van de call-optie, heeft zij het belang van de broer en vader vooropgesteld en heeft zij klantenkennis over klaagsters opgenomen in de brief. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid, omdat zij zonder toestemming van klaagsters informatie over hen heeft gedeeld met de broer. De klacht is in zoverre gegrond. Van schending van de overige fundamentele beginselen is geen sprake. Daarom is de klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:22 Hof van Discipline 's Gravenhage 220052
- Datum publicatie: 21-02-2023
- Datum uitspraak: 06-02-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:22
Bekrachtiging beslissing raad. Advocaat van de wederpartij heeft met klager een afspraak gemaakt over uitbetaling van de overwaarde van woning, terwijl zij op dat moment wist dat deze afspraak niet nagekomen zou worden. Een paar uur na het maken van de afspraak heeft zij verlof gevraagd voor het leggen van conservatoir beslag op het deel van de overwaarde dat volgens die afspraak aan klager zou worden uitgekeerd. Verweerster heeft erkend dat het nooit de bedoeling is geweest dat klager het geld zou krijgen. Misleiding, in strijd met kernwaarde integriteit. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-424/DB/OB 22-426/DB/OB
- Datum publicatie: 20-02-2023
- Datum uitspraak: 13-02-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:23
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klachten de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Klachten die voor het eerst in het kader van de behandeling door de voorzitter naar voren zijn gebracht zijn terecht buiten de beoordeling gelaten omdat nieuwe klachten eerst aan de deken dienen te worden voorgelegd. Verzet ongegrond.