Zoekresultaten 9241-9260 van de 48558 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:27 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22/776/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij zijn kerntaak als rechtsbijstandsverlener ernstig heeft veronachtzaamd, niet dan wel op gebrekkige wijze zijn medewerking heeft verleend aan het dekentoezicht, onzorgvuldig heeft gehandeld doordat bij hem in behandeling zijnde dossiers toegankelijk zijn voor een niet-geheimhouder en in meerdere dossiers de dossieropbouw en dus de kwaliteit van de dienstverlening ondermaats zijn gebleken. Schorsing van twaalf weken, waarvan acht weken voorwaardelijk, waarbij de raad als bijzondere voorwaarde stelt dat verweerder binnen vier weken na de beslissing alsnog de gevraagde bescheiden bij de deken zal aanleveren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:35 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-469/AL/MN

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft klager, haar cliënt, niet op de hoogte gesteld van een van het hof gewezen arrest als gevolg waarvan klager niet in de gelegenheid is geweest om vrijwillig aan het arrest te voldoen. Verweerster heeft het arrest niet tijdig aan klager toegestuurd omdat zij ziek was en daartoe niet is staat was. Zij heeft daarbij erkend dat ze dit wel had moeten (laten) doen. Verweerster heeft aan klager en aan de advocaat van de wederpartij haar excuses gemaakt en ze heeft aangeboden om de (als gevolg van het nalaten van verweerster) door klager gemaakte kosten aan hem te vergoeden. Gelet op al deze omstandigheden en het feit dat verweerster niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, ziet de raad aanleiding om te volstaan met gegrondverklaring van dit klachtonderdeel zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:42 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-310/AL/GLD

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Ruime mate van vrijheid bij de behartiging van de belangen van de client. De verplichting van een advocaat om voldoende rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij strekt niet zover dat een advocaat een kort geding procedure niet mag intrekken, wanneer dat in het belang is van diens cliënt, alleen omdat de wederpartij (mogelijk) een tegenvordering wil instellen. Naar het oordeel van de raad blijkt uit de zich in het dossier bevindende stukken niet dat verweerder reden had om aan te nemen dat de stukken die hij van zijn cliënte had gekregen gestolen waren of anderszins onrechtmatig waren verkregen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4363

    Gegronde klacht tegen een arts. De arts, werkzaam bij een crisisdienst, heeft erkend dat hij een seksuele relatie is aangegaan met een cliënte die aan zijn zorg was toevertrouwd en waarmee hij een behandelrelatie had. Hiermee heeft de arts de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening ernstig overschreden. Voor de veiligheid en het welzijn van cliënten is het noodzakelijk dat een zorgverlener de professionele grenzen van de beroepsgroep respecteert en in acht neemt. De verantwoordelijkheid voor de bewaking van die grenzen ligt uitdrukkelijk bij de arts. Het geldt in het bijzonder voor een arts die werkzaam is in de geestelijke gezondheidszorg vanwege de verhoogde kwetsbaarheid van de aan zijn/haar zorg toevertrouwde cliënten. Het tweede verwijt, dat de arts de verwijsbrief van de voorgenomen verwijzing van de cliënte pas na negen maanden heeft verstuurd, is ook gegrond. Door zo lang te wachten met het versturen van de verwijzing heeft de arts de cliënte de kans op een tijdige en passende behandeling onthouden.De ernst van de verweten gedragingen rechtvaardigt als uitgangspunt een maatregel die een beroepsbeperking meebrengt. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden schorst het college de bevoegdheid van de arts om de aan de inschrijving in het BIG-register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor de duur van negen maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar – waarbij de proeftijd ingaat op de dag dat de beslissing van het college onherroepelijk is geworden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:28 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-775/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij stelselmatig in gebreke is gebleven de door de deken gevraagde bescheiden te verschaffen, hetgeen strijdig is met het bepaalde in gedragsregel 29 en heeft gehandeld in strijd met de uit artikel 6.5 lid 1 sub b Voda voortvloeiende administratieplicht. Schorsing voor de duur van 6 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:36 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-164/AL/GLD 22-165/AL/GLD 22-166/AL/GLD 22-167/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klaagsters hebben in hun hoedanigheid van bestuurder en aandeelhouder hoogstens een afgeleid belang maar dat is onvoldoende om hun klachten over verweerders ontvankelijk te doen zijn. Dat klaagsters door het handelen of nalaten waarover wordt geklaagd rechtstreeks in hun belangen zijn getroffen, is niet gebleken. De raad verklaart klaagsters niet-ontvankelijk in hun klachten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:29 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-821/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij klagers cliënten rechtstreeks heeft aangeschreven en heeft geprobeerd een wig te drijven tussen klager en zijn cliënten. Daarnaast heeft verweerder zonder enig voorafgaand onderzoek en zonder deugdelijke onderbouwing in zijn e-mail aan mr. A een ernstige beschuldiging aan klagers adres geuit en zich in een e-mail aan de rechtbank en de door de rechtbank benoemde deskundige onnodig grievend over klager uitgelaten. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:37 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-994/AL/GLD

    Advocaat wederpartij. Verweerder heeft in strijd met artikel 46 Aw en gedragsregel 21 lid 1 gehandeld door van zijn brief aan de rechtbank niet gelijktijdig een afschrift aan (de advocaat van) klaagster te sturen. Daarnaast heeft verweerder, gezien de inhoud van die brief en de feitelijke gang van zaken in die procedure, in strijd met lid 3 van gedragsregel 21 gehandeld. In geval van verwarring bij verweerder had het op zijn weg gelegen om contact met de advocaat van klaagster te zoeken. Klachten gegrond. De maatregel wordt verlicht naar een waarschuwing omdat verweerder blijk heeft gegeven van inzicht in het foutieve van zijn handelen, daarvoor zijn excuses heeft aangeboden en een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:38 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-382/AL/MN

    Raadsbeslissing. Uit de overgelegde correspondentie van verweerder is de raad gebleken dat hij klaagster op voortvarende en zorgvuldige wijze heeft bijgestaan met oog voor haar belangen. Op 27 mei 2021 heeft verweerder de beschikking van 21 mei 2021 aan klaagster gestuurd met daarbij een uitvoerige uitleg over de inhoud ervan. Ook heeft hij klaagster gewezen op de mogelijkheid om binnen drie maanden in hoger beroep te gaan. Volgens de e-mails van daarna van (de gemachtigde van) klaagster heeft klaagster, niet verweerder, een snelle bespreking met verweerder over de inhoud van de beschikking en over de gewenste voortgang van de zaak vertraagd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:39 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-996/AL/GLD

    Gegrond verzet wegens voorzittersbeslissing op grond van deels onjuiste en onvolledige feiten. Klacht over advocaat wederpartij ongegrond. Verweerder heeft vrij lang gewacht met reageren op contact van klager of zijn advocaat, maar daardoor zijn de belangen van klager niet geschaad. Misverstand over een brief is opgehelderd. Verweerder mocht in het kader van zijn verweer in de tuchtprocedure de door klager als pijnlijk ervaren brief van zijn ex-partner bijvoegen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-128/DB/ZWB

    Advocaat van de wederpartij heeft de haar toekomende vrijheid niet overschreden. Valse beschuldigingen door de advocaat aan het adres van klager zijn niet gebleken. Klager heeft de procedures waarin de advocaat de wederpartij van klager heeft bijgestaan, zelf aanhangig gemaakt. Geen sprake van nodeloze kosten voor klager. Klacht kennelijk ongegrong.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4032

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verblijft op een afdeling in een tbs-kliniek. Verweerder is als psychiater verbonden aan die afdeling en is ook hoofd van die afdeling. Klager is ontevreden over het handelen van de psychiater en de gang van zaken in de kliniek (in totaal 8 klachtonderdelen). Het college komt tot het oordeel dat de klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk is (t.a.v. leefomstandigheden kliniek, beleid kliniek – geen sprake van handelen op het gebied van psychiatrie) en deels kennelijk ongegrond (t.a.v. dubbele functie, tegenstrijdigheden met betrekking tot opname in de kliniek, EVBG-status en behandel- en signaleringsplan, opdracht bedreigen/provoceren).

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:40 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-240/AL/GLD

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Ruime mate van vrijheid bij de behartiging van de belangen van de client. Gedragsregel 27 ziet op de verhouding tussen advocaten onderling. Klager is echter geen advocaat. Niet-ontvankelijk. Gedragsregels 20 en 21 zien (ook) op de verhouding van de advocaat ten opzicht van de procespartijen. Klager daarin wel ontvankelijk. Klager door handelwijze verweerder niet in zijn belang geschaad. Het al dan niet toelaten van stukken en/of stellingen in een civiele procedure behoort tot het terrein van de behandelend rechter. Klacht in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:26 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-870/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De raad is van oordeel dat op basis van het door de deken aan de raad doorgezonden klachtdossier niet goed kan worden vastgesteld wat de relevante feiten en omstandigheden in de onderhavige klachtzaak zijn zodat de (ontvankelijkheid van) de klacht niet kan worden beoordeeld. De raad ziet in het bovenstaande aanleiding om de zaak terug te verwijzen naar de deken en houdt de verdere behandeling van de zaak en iedere verdere beslissing aan.

  • Klager was vennoot van een vof met twee vennoten. Hij is van mening dat zijn medevennoot, die de administratie van de vof voerde, fraude heeft gepleegd en zichzelf ten nadele van klager heeft bevoordeeld. Volgens klager hadden de accountants, die de jaarrekeningen van de vof hebben samengesteld, dat moeten zien. De accountants hebben hem over de fraude niet behoorlijk te woord gestaan en zijn vragen over hun declaraties niet naar behoren beantwoord. Zij hebben in de ontstane wrijving tussen de vennoten geen bedreiging gezien. Wie de vof mocht vertegenwoordigen hebben zij niet vastgesteld. Aan de ex-vennoot zijn ten onrechte de LOR 2015, met een valse handtekening van klager, en de LOR 2016, bestaande uit twee A4’tjes die niet bij elkaar horen, afgegeven. De klachten zijn ongegrond. De klachten zijn niet of onvoldoende toegelicht en onderbouwd en missen een grondslag in de feiten. Klager heeft de door hem overgelegde stukken niet toegelicht. Betrokkenen hebben de klachten gemotiveerd tegengesproken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4383

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster verwijt de fysiotherapeut onder meer het maken van ongepaste opmerkingen, het doen van ongewenste aanrakingen en het onzorgvuldig afhandelen van het evaluatiegesprek aan het einde van de behandelperiode. Over het maken van ongepaste opmerkingen en het doen van ongewenste aanrakingen lopen de lezingen van partijen uiteen. Het college kan daarom niet vaststellen dat de fysiotherapeut op die punten tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Uit het geluidsfragment van het evaluatiegesprek blijkt dat de fysiotherapeut het gesprek op zorgvuldige wijze heeft gevoerd en, toen bleek dat het gesprek stagneerde en partijen niet verder kwamen, heeft afgerond. Het was beter geweest als de fysiotherapeut zelf initiatief had genomen om nogmaals het gesprek met klaagster aan te gaan of haar naar de klachtenfunctionaris te verwijzen. Dat hij hierin geen initiatief heeft getoond en heeft afgewacht, verdient geen schoonheidsprijs, maar acht het college niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:44 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-1012/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond vanwege gebrek aan concretisering en onderbouwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:5 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/85

    Dierenarts wordt verweten koeien van klager stelselmatig op een onjuiste wijze, te weten lateraal in de bil, te hebben gevaccineerd met Bovalis Rotavec Corona. In de visie van klager heeft deze onjuiste toedieningswijze tot plekken en ontstekingen aan de zijkant van de bil van de betreffende koeien geleid en tot ernstige aandoeningen en het gedwongen moeten afvoeren en euthanaseren van dieren. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:38 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-553/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4180

    Klacht tegen orthopedisch chirurg is van onvoldoende gewicht. De gebruikelijke werkwijze van de orthopedisch chirurg is dat binnen één week de verwijzer, in dit geval de huisarts, een brief wordt gestuurd met een samenvatting van het consult. In deze situatie heeft de second opinion heeft geen nieuwe relevante informatie opgeleverd en de continuïteit van de zorg aan klaagster is niet in geding geweest. De huisarts hoefde ook niet na de second opinion een deel van de behandeling op zich te nemen. Beklaagde en klaagster hebben afgesproken dat klaagster opnieuw contact op zou nemen als zij verder onderzoek wenste. Gelet op het voorgaande acht het college dit klachtonderdeel kennelijk van onvoldoende gewicht.