Zoekresultaten 9101-9120 van de 48558 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4767
- Datum publicatie: 28-03-2023
- Datum uitspraak: 28-03-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:81
Ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft een bovenooglidcorrectie verricht bij klaagster (hierna ook: de patiënte). De patiënte verwijt de plastisch chirurg dat hij haar niet goed heeft geïnformeerd over de behandeling en de mogelijke complicaties die kunnen optreden. Ook is de patiënte ontevreden over de nazorg die de plastisch chirurg haar na de operatie heeft geboden. Uit de overlegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat de patiënte voorafgaand aan de bovenooglidcorrectie is geïnformeerd over de te verwachten gevolgen, risico’s en complicaties. Uit het klaagschrift en de toelichting die de patiënte daarop ter zitting heeft gegeven, begrijpt het college dat de patiënte graag geïnformeerd had willen worden over de complicaties die in haar geval na de bovenooglidcorrectie zijn opgetreden: permanente visus verandering en extreem droge ogen. De complicaties die zich bij de patiënte hebben voorgedaan, komen echter zeer zelden voor en waren dus niet te verwachten. Het kan de plastisch chirurg daarom dan ook niet verweten worden dat hij de patiënte hierover voorafgaand aan de bovenooglidcorrectie niet heeft geïnformeerd. Naar het oordeel van het college is de plastisch chirurg ook niet tekortgeschoten in de nazorg. Klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:54 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-525/DH/RO
- Datum publicatie: 28-03-2023
- Datum uitspraak: 27-03-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:54
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4316
- Datum publicatie: 28-03-2023
- Datum uitspraak: 28-03-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:76
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verwijt verweerder ondeskundig en onzorgvuldig handelen en het stellen van een verkeerde diagnose. Verweerder was er volgens klager van overtuigd dat er geen sprake was van een ontsteking, terwijl dat op basis van alleen het bloedonderzoek niet uitgesloten kon worden. Op basis van het patiëntdossier wordt door het college vastgesteld dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld. Uit het patiëntdossier blijkt immers niet dat verweerder heeft gezegd dat een echo geen meerwaarde had, en dat al duidelijk was dat er geen ontsteking was. Integendeel, uit het patiëntdossier blijkt juist dat verweerder klager adviseerde om de echo af te wachten, en dat daarna verder beleid zou worden bepaald. Het is niet aan verweerder te wijten dat klager het echo-onderzoek niet heeft afgewacht. Verweerder heeft geen diagnose gesteld. Hij heeft alleen de uitslag van het bloedonderzoek doorgegeven en verteld wat die ochtend tijdens de overdracht als beleid was besproken. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4765
- Datum publicatie: 28-03-2023
- Datum uitspraak: 28-03-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:77
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster heeft verweerster bezocht in verband met een chronische ontsteking van haar nagelriem. Verweerster heeft een wigexcisie uitgevoerd waarbij een deel van de nagelmatrix is verwijderd. Klaagster heeft verschillende klachten ingediend die zien op het handelen van verweerster. Het college overweegt dat de door verweerster gestelde diagnose en uitgevoerde behandeling de juiste is geweest. Alleen door het uitvoeren van een wigexcisie kon het opnieuw ontstaan van een ontsteking worden voorkomen. Bovendien heeft klaagster hiervoor toestemming gegeven. Verweerster heeft geen medische fout heeft gemaakt. Zij heeft de juiste diagnose gesteld en de juiste behandeling uitgevoerd. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:66 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-894/AL/NN
- Datum publicatie: 28-03-2023
- Datum uitspraak: 27-03-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:66
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft per e-mail aan de ex-schoonfamilie van klager om informatie verzocht en daarbij gevoelige informatie (onder meer over klagers geestelijke gezondheid) over klager gedeeld. Verweerder heeft in die e-mail niet vermeld dat hij de advocaat van de wederpartij van klager was. Daarmee heeft verweerder in strijd met gedragsregel 9 gehandeld. In het nadeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat verweerder op de zitting geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen heeft getoond en hij tweemaal eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:50 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-851/DH/DH
- Datum publicatie: 28-03-2023
- Datum uitspraak: 27-03-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:50
Klacht over de eigen advocaat in een burengeschil. Verweerder is tekort geschoten in zijn communicatie met klagers, omdat hij heeft nagelaten tijdig aanvullende informatie een klagers te verstrekken en nadere afspraken had moeten maken over het verdere verloop van de zaak. De verdere verwijten over de communicatie, kwaliteit en wijze van declareren zijn ongegrond. Waarschuwing. Mede op verzoek ziet de raad grotendeels af van het opleggen van een proceskotenveroordeling, gelet op het geringe gewicht van het gegrond verklaarde deel van de klacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:53 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1326
- Datum publicatie: 27-03-2023
- Datum uitspraak: 24-03-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:53
Klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster heeft een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis over emotionele mishandeling van haar moeder. Daarop heeft een medewerker van Veilig Thuis onderzoek gedaan. De gz‑psycholoog is als gedragswetenschapper betrokken geweest bij het onderzoek en het opstellen van de eindrapportage. Klaagster verwijt de gz-psycholoog – onder meer – dat onvoldoende onderzoek is gedaan en dat zij de onderzoekster niet heeft gewezen op het niet naleven van de protocollen (op onderdelen als hoor en wederhoor, feitenonderzoek/meningen, toestemming bij delen informatie). Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de eindrapportage niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat de protocollen van Veilig Thuis niet zijn nageleefd. Verder oordeelt dat college dat de gz-psycholoog hiervan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt en legt het aan de gz‑psycholoog de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de gz-psycholoog.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1551
- Datum publicatie: 27-03-2023
- Datum uitspraak: 24-03-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:54
Klacht tegen kaakchirurg. Klager is door zijn tandarts verwezen naar de kaakchirurg. De tandarts was voornemens een wortelkanaalbehandeling uit te voeren en hij wilde daarvoor advies. De kaakchirurg heeft klager onderzocht en beeldvormend onderzoek ingezet. Er bleek sprake van een cyste in de linker bovenkaak. De kaakchirurg heeft de cyste verwijderd en pathologisch onderzoek laten uitvoeren waarvan de uitslag een radiculaire cyste was. Klager verwijt de kaakchirurg dat zij:a. een onjuiste behandeling heeft ingezet met betrekking tot de gebitselementen waaraan klager klachten ervoer, dan wel deze onvolledig heeft behandeld;b. afspraken heeft verzet;c. blijvende schade aan klager heeft toegebracht doordat gebitselement 21 getrokken moest worden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1647
- Datum publicatie: 27-03-2023
- Datum uitspraak: 24-03-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:55
Klacht tegen internist. Klager heeft enkele dagen na het laatste consult bij de internist een harstilstand gekregen en moest gereanimeerd worden. Hij verwijt de internist onder meer dat zij zijn medische klachten heeft gebagatelliseerd en hem heeft gerustgesteld, ondanks herhaaldelijke verzoeken om nader onderzoek te (laten) doen, en dat zij heeft nagelaten om de behandelend cardioloog tijdig te raadplegen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:22 Accountantskamer Zwolle 22/1253 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-03-2023
- Datum uitspraak: 27-03-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:22
Klagers hebben een klacht ingediend tegen een voormalige zakenpartner, die destijds accountant in business was en op haar huisadres post ontving voor de onderneming van klagers. Volgens klagers heeft zij aangeboden om als vriendendienst de boekhouding en de financiën van klagers onderneming te verzorgen, waaronder het deponeren van jaarrekeningen, wat zij niet heeft gedaan. Daardoor kregen klagers ambtshalve aanslagen en boetes opgelegd. Ook zou zij zonder toestemming belastingaangifte hebben gedaan voor de onderneming, een belastingteruggave hebben ontvangen en correspondentie van de belastingdienst en de Kamer van Koophandel hebben achtergehouden. De accountant ontkent de afspraak. Zij kan zich geen belastingaangifte of ontvangst voor deze onderneming herinneren. Zij heeft geen post achtergehouden. De Accountantskamer oordeelt dat klagers hebben hun beweringen niet aannemelijk hebben gemaakt. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:23 Accountantskamer Zwolle 22/1688 Wtra AK 22/1689 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-03-2023
- Datum uitspraak: 27-03-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:23
Klager heeft vanaf 2011 met zijn vader een vennootschap onder firma (vof) gevoerd. In 2020 heeft klager besloten om uit te treden uit de vof. Tussen klager en zijn vader is vervolgens een geschil ontstaan over de financiële ontvlechting van de vof. Klager stelt zich op het standpunt dat in de door betrokkenen samengestelde jaarrekeningen ten onrechte een winstverdelingspercentage is gehanteerd dat afwijkt van wat hierover in de vennootschapsovereenkomst is vermeld. Ook vindt klager dat de accountant zich niet onafhankelijk en objectief heeft opgesteld en zich alleen heeft laten leiden door het belang van één van de vennoten. De klacht is ongegrond. Betrokkenen hebben toegelicht dat het de bedoeling van partijen was om flexibiliteit te hebben bij de winstverdeling en om vooralsnog een ander winstverdelingspercentage toe te passen. De vennootschapsovereenkomst liet hier ruimte voor. De jaarrekening en de winstverdeling zijn jaarlijks met klager besproken. Het had op zijn weg gelegen om de winstverdeling aan de orde te stellen indien hij meende dat deze onjuist was weergegeven in de conceptjaarrekening. De accountant heeft bij het ontstaan van het conflict een bedreiging van zijn objectiviteit gezien en heeft daarvoor een passende maatregel getroffen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:24 Accountantskamer Zwolle 22/445 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-03-2023
- Datum uitspraak: 27-03-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:24
Tussen klaagster en betrokkene heeft een affectieve relatie bestaan. Aan die relatie is een einde gekomen, nadat klaagster had ontdekt dat betrokkene tevens een relatie had met een andere vrouw. Klaagster stelt dat betrokkene haar gedurende hun relatie heeft gebruikt en misleid, en dat hij gebruik heeft gemaakt van haar kwetsbaarheid. Bovendien was hij als accountant betrokken bij de afwikkeling van het testament van klaagsters overleden echtgenoot, bij zakelijke transacties van haar besloten vennootschap en bij het opstellen van haar testament, wat volgens klaagster tot belangenverstrengeling had kunnen leiden. Ook zou betrokkene grote sommen geld in contanten en douceurtjes van klaagster hebben aangenomen en zonder klaagsters toestemming gebruik hebben gemaakt van haar pinpas. De klacht is deels gegrond. Aan betrokkene wordt de maatregel van berisping opgelegd. Betrokkene heeft als accountant niet de vereiste professionele distantie tot een cliënte bewaard en hij heeft rollen vermengd en overschreden door een jarenlange affectieve relatie met klaagster aan te gaan terwijl hij ook haar zakelijke belangen behartigde. Ook heeft betrokkene onprofessioneel gehandeld door druk uit te oefenen op klaagster om haar ertoe aan te zetten om niet de waarheid te vertellen over het bestaan van hun affectieve relatie. Betrokkene heeft hierbij zijn eigen belang vooropgesteld en hij heeft er geen rekening mee gehouden dat klaagster in een kwetsbare positie verkeerde.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:65 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-583/AL/OV
- Datum publicatie: 27-03-2023
- Datum uitspraak: 27-03-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:65
Naar het oordeel van de raad is sprake van een patroon van nalatigheid, waarbij verweerder de belangen van klaagster in haar bijstandsgeschil vanaf het begin tot zijn onttrekking volstrekt niet met voldoende zorg en deskundigheid heeft behartigd in de zin van artikel 46 Aw. Daarnaast heeft verweerder belangrijke afspraken en informatie niet schriftelijk aan klaagster bevestigd en dat is in strijd met regel 16. Verweerder heeft tevens de kernwaarden deskundigheid en integriteit geschonden. Vooral de omstandigheid dat verweerder niet duidelijk aan klaagster heeft gemeld dat hij de beroepstermijn had laten verlopen maar de suggestie heeft gewekt met een herzieningsprocedure hetzelfde resultaat te kunnen bereiken, neemt de raad hem zeer kwalijk. Dit alles in combinatie met zijn recente tuchtrechtelijk verleden, waarbij dezelfde kernwaarden ook aan de orde waren in gelijksoortige gevallen, legt de raad aan verweerder een onvoorwaardelijke schorsing van 4 weken op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:39 Hof van Discipline 's Gravenhage 220051
- Datum publicatie: 25-03-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:39
Verweerster, optredend voor de ex-vrouw van klager, benaderde klager tijdens een nog lopend mediationtraject van partijen.De van een advocaat te verwachten terughoudendheid in familierechtelijke kwesties geldt ook als partijen samen proberen tot een oplossing te komen door tussenkomst van een mediator, omdat het opnemen van rechtstreeks contact door de advocaat van de ene partij met de andere partij het slagen van de mediation onnodig in gevaar kan brengen. In deze zaak is van onvoldoende terughoudendheid en tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster geen sprake, omdat het opnemen van contact met klager juist gericht was op de voortzetting van het mediationtraject terwijl haar cliënte overwoog dat traject te beëindigen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:40 Hof van Discipline 's Gravenhage 220093
- Datum publicatie: 25-03-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:40
Klacht over advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij hem telefonisch heeft bedreigd en heeft hiertoe getuigenverklaringen overlegd. Het hof verklaart de klacht evenals de raad ongegrond. De verklaringen van de ene getuige zijn wisselend en daarmee niet geloofwaardig. De verklaringen van de andere getuige zijn 'van horen zeggen'-verklaringen; de vaststelling van verweerders identiteit door deze getuige was gebaseerd op informatie van klager. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:41 Hof van Discipline 's Gravenhage 220094
- Datum publicatie: 25-03-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:41
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat is onvoldoende onderbouwd. In hoger beroep heeft klager een groot aantal stukken overgelegd zonder duidelijk te maken welk stuk ter onderbouwing dient voor welke stelling. Het onderzoek door het hof van discipline strekt niet zover dat het hof ambtshalve uitzoekt welke bewijsstukken ten grondslag liggen aan welke verwijten en waarom daar verwijtbaar handelen van verweerder uit zou volgen. De klacht is dus ook in hoger beroep onvoldoende gericht en concreet onderbouwd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:56 Raad van Discipline Amsterdam 22-814/A/NH
- Datum publicatie: 24-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:56
Ongegrond verzet. De stelling van klager dat hij wel een rechtstreeks belang zou hebben is ook met de nadere argumenten die hij heeft gegeven niet komen vast te staan.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:36 Hof van Discipline 's Gravenhage 210359
- Datum publicatie: 24-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:36
Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft ter onderbouwing van een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor gebruikgemaakt van correspondentie waarin door wordt gesteld dat sprake zou zijn van een valse overeenkomst en dat de advocaat van de wederpartij (klager) daarbij een rol zou spelen. Verweerder heeft bij het gebruikmaken van deze correspondentie ondubbelzinnig laten blijken dat hij zelf geen beschuldigingen jegens klager uitte. Het overleggen van deze correspondentie diende, vanuit het perspectief van de bijstand aan zijn cliënt, een redelijk doel en was dus niet onnodig. Verweerder heeft de aan hem toekomende ruime uitingsvrijheid niet overschreden. Verweerder heeft zich niet onnodig grievend uitgelaten jegens de advocaat van de wederpartij. Vernietiging beslissing raad. Klachtonderdeel ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:37 Hof van Discipline 's Gravenhage 220127
- Datum publicatie: 24-03-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:37
Ongegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder is niet buiten de aan hem toekomende vrijheid getreden met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak dient te behandelen. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat een ernstige vertrouwensbreuk tussen hem en zijn cliënt was ontstaan, zodat verweerder goede grond had zich aan de zaak te onttrekken. Verweerder heeft dit tijdig, met voldoende voorlichting en zorgend voor uitstel van de mondelinge behandeling, in overeenstemming met hetgeen is bepaald in Gedragsregel 14 lid 3, gedaan. Bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:21 Accountantskamer Zwolle 22/941 Wtra AK 22/942 Wtra AK 22/944 Wtra AK
- Datum publicatie: 24-03-2023
- Datum uitspraak: 24-03-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:21
Betrokkene heeft een samenstellingsopdracht aanvaard van een controleplichtige onderneming, terwijl het hem duidelijk was dat de cliënt zich aan de controleplicht zou onttrekken. Ook is de klacht dat de jaarrekening inhoudelijke fouten bevat gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden op.De klacht tegen een tweede betrokkene in hetzelfde samenstellingsdossier is ook gegrond. De Accountantskamer vindt dat hij niet eerlijk is geweest over zijn rol en legt aan hem ook de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden op. De klacht tegen een derde betrokkene is ongegrond verklaard.