Zoekresultaten 8921-8940 van de 48558 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:50 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-687/DB/ZWB
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 24-04-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:50
Klacht betreft optreden van de advocaat tegen "een gelieerde cliënt" van een naar zijn kantoor ‘overgestapte’ kantoorgenoot. Indien een advocaat een cliënt bij zijn overstap meeneemt naar een nieuw samenwerkingsverband, is er aanleiding om Gedragsregels 15 ook toe te passen indien deze advocaat met zijn cliënt en een derde heeft afgesproken voor geen van hen op te treden in een zaak die de distributieovereenkomst, die hij heeft opgesteld voor beiden, tot onderwerp heeft. Immers het gevolg van de overstap en het meenemen van de cliënt is, dat de aan de advocaat verstrekte vertrouwelijke gegevens van de “gelieerde cliënt” binnen het samenwerkingsverband bekend (kunnen) raken en dan is niet uit te sluiten dat die gegevens binnen dat samenwerkingsverband worden gedeeld met anderen.Klacht gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:68 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-095/DH/DH
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 12-04-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:68
Voorzittersbeslissing. Klacht over door verweerder genomen executiemaatregelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:44 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-839/DB/OB
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 25-04-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:44
Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij bij de behandeling van klagers zaak onvoldoende voortvarendheid heeft betracht en onvoldoende met klager heeft gecommuniceerd over de voortgang van de zaak en zaken die de voortgang belemmerden. Op grond van de aard en ernst van het gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijt acht de raad een waarschuwing in dezen een passende maatregel.
-
ECLI:NL:TGDKG:2022:181 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/707292 DW RK 21/416
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 09-12-2022
- ECLI:NL:TGDKG:2022:181
De gerechtsdeurwaarder heeft, zonder controle van de machtiging van de opdrachtgever, opgetreden voor klager in een gerechtelijke procedure, zonder daartoe strekkende opdracht. De gerechtsdeurwaarder heeft klager daarbij niet voldoende geinformeerd over het kostenverschil bij overgang van het incassotraject naar een gerechtelijk traject. Ook heeft de gerechtsdeurwaarder in strijd met regelgeving, griffierecht voorgeschoten. Maatregel: boete. *****UITSPRAAK IN HOGER BEROEP: 6 juni 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1322, [Het hof:- vernietigt de bestreden beslissing, met uitzondering van de kostenveroordeling;en, opnieuw beslissende:- verklaart de klachtonderdelen b, c en d gegrond;- legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op;- verklaart de klachtonderdelen a, e en f ongegrond;- bevestigt de bestreden beslissing voor het overige. ]*****
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:51 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-722/DB/ZWB
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 24-04-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:51
Indien een advocaat een cliënt bij zijn overstap meeneemt naar een nieuw samenwerkingsverband, is er aanleiding om Gedragsregels 15 ook toe te passen, indien deze advocaat met zijn cliënt en een derde heeft afgesproken voor geen van hen op te treden in een zaak die de distributieovereenkomst, die hij heeft opgesteld voor beiden, tot onderwerp heeft. Immers het gevolg van de overstap en het meenemen van de cliënt is, dat de aan de advocaat verstrekte vertrouwelijke gegevens van de “gelieerde cliënt” binnen het samenwerkingsverband bekend (kunnen) raken en dan is niet uit te sluiten dat die gegevens binnen dat samenwerkingsverband worden gedeeld met anderen.Het had daarom op de weg van de advocaat gelegen om zijn cliënte in deze zaak naar een advocaat van een ander kantoor te verwijzen.Klacht gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:69 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-096/DH/RO
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 12-04-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:69
Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft opgetreden voor de partner van klager. Klager heeft verweerder om informatie over het dossier gevraagd. Verweerder heeft deze informatie terecht niet verstrekt omdat hij er niet zeker van was dat het verzoek om informatie ook door of namens de partner van klager/de cliënt van verweerder werd gedaan. De klacht is kennelijk ongegrond. Klager stelt ook dat de bijstand van verweerder ontoereikend was. Klager heeft bij dit deel van de klacht geen belang en deze is in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:45 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-759/DB/LI
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 24-04-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:45
Verzet. Ter zake de eerste verzet grond oordeelt de raad dat onderwerp van de procedure waarin verweerster haar cliënten bijstaat het al dan niet aanblijven van klager sub 1 als executeur is. Omdat niet is gebleken dat klager sub 2 hierdoor rechtstreeks in zijn belangen is getroffen heeft de voorzitter klager sub 2 wegens het ontbreken van een eigen belang terecht niet-ontvankelijk verklaard. Ter zake de tweede verzet grond oordeelt de raad dat de nagekomen stukken evenmin aanknopingspunten bevatten voor de juistheid van de klacht dat verweerster de op haar rustende waarheidsplicht heeft geschonden en de op haar rustende onderzoeksplicht heeft verzaakt. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4445
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 25-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:108
Ongegronde klacht tegen een destijds aios urologie, nu uroloog. Klager, die vlak voor de zitting is overleden, was sinds 2012 onder behandeling bij de supervisor van de aios (zie beslissing A2022/4444) voor een prostaatcarcinoom. Aanvankelijk is gekozen voor een afwachtend beleid met regelmatige controles. In 2018 steeg de PSA waarde van klager. Klager is vanaf dat moment ontevreden over de behandeling van de supervisor die klager adviseerde de prostaat operatief te laten verwijderen of radiotherapie (uitwendige bestraling met fotonen) te ondergaan. Klager wilde geen operatie, hormoontherapie of fotonentherapie ondergaan. Hij stond wel open voor protonenbestraling. Protonenbestraling voor deze indicatie is in Nederland niet mogelijk. De aios werd vanaf augustus 2019 tot eind december 2019 bij de behandeling van klager betrokken en zag klager poliklinisch. Klager had pijn in zijn anus en uitstralende pijn in zijn linker been. Er werd een botscan en een MRI gemaakt die uitwezen dat er geen aanwijzingen (relatief lage PSA waarde en een solitaire afwijking in het femur) waren voor metastasen, maar wel dat er mogelijk sprake was van fibreuze dysplasie. Klager verwijt de uroloog dat hij niet heeft meegewerkt aan het verwezenlijken van de protonenbehandeling, dat hij de PSA-waarde als hoofdcriterium is blijven gebruiken en geen biopt heeft genomen of ander onderzoek heeft verricht na de uitslag van de botscan en dat hij de aanbeveling op het scintigram van 27 augustus 2019 en het advies op de PSMA-PETSCAN van 6 januari 2020 heeft genegeerd. Ontvankelijkheid: het college heeft op grond van artikel 65d lid 5 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en de uitdrukkelijke toestemming van de gemachtigden van klager, de uroloog en zijn gemachtigde, de klacht in het kader van het algemeen belang voortgezet met de mantelzorgers van klager en niet de IGJ als klagende partij. Ook de aios heeft de klager, vanaf het moment dat hij bij zijn behandeling betrokken is geraakt, geadviseerd om de prostaat operatief te laten verwijderen of radiotherapie te ondergaan. Het college leidt uit het dossier en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen niet af dat verweerder niet heeft meegewerkt aan de door klager gewenste protonenbehandeling. Ook is het college van oordeel dat de conclusie verdedigbaar was dat er niet uitsluitend op de -daadwerkelijk relatief lage- PSA waarde maar ook op de beelden zelf de conclusie werd getrokken dat er vermoedelijk geen sprake was van een uitzaaiing van het prostaatcarcinoom. De hiervoor genoemde PSMA-PET-scan is gemaakt op 6 januari 2020. Verweerder was op dat moment niet meer bij de behandeling van klager betrokken en hem kan van het handelen na deze scan dan ook geen verwijt worden gemaakt. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4069
- Datum publicatie: 24-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:13
“Klacht tegen nucleair geneeskundige over gebruik Fleischner Criteria bij beoordeling FDG PET-CT-scan bij patiënte met melanoomverleden.College: klacht gegrond, Fleischner Criteria zijn niet bedoeld voor gebruik bij patiënten met een bekende maligniteit, verslag is summier en te stellig en daarin is niet benoemd waarom de criteria toch zijn toegepast, waarschuwing
-
ECLI:NL:TNORSHE:2023:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/43
- Datum publicatie: 24-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TNORSHE:2023:7
Onenigheid tussen klager en de notaris, die beiden lid zijn van de VvE van een appartementencomplex. De notaris houdt geen kantoor in dat complex. Indiening tuchtklacht vormt geen misbruik van bevoegdheid of klachtrecht. Hoedanigheid. Klachtonderdelen over geluidsoverlast door verbouwingen van de notaris en de wijze waarop hij zijn bijdrage in de gemeenschappelijke kosten heeft berekend, worden aangemerkt als privéaangelegenheid van de notaris waarvoor hij zich in beginsel niet tuchtrechtelijk hoeft te verantwoorden. Een notaris kan desalniettemin tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor zijn handelen in privé als dit dermate kwalijk is dat daardoor de eer en het aanzien van het notarisambt zijn geschaad, maar de kamer oordeelt dat daarvan geen sprake is. Dat de notaris – in zijn hoedanigheid van notaris – de levering van appartementsrechten aan klager heeft opgeschort in afwachting van het herstel van een lekkage in het appartement dat klager voorafgaand aan die levering aan de notaris zou leveren, acht de kamer niet klachtwaardig. In zijn hoedanigheid van notaris heeft hij ook een bestuursbesluit ingeschreven bij de KvK, terwijl hij wist dat klager (enig bestuurder van de VvE) het daar niet mee eens was. Volgens de notaris kon hij uit eigen wetenschap verklaren dat bij de voorafgaande ledenvergadering van de VvE unaniem was ingestemd met het besluit tot benoeming van de door hem opgerichte stichting als bestuurder, maar de kamer is van oordeel dat de notaris er daarbij ten onrechte aan voorbij is gegaan dat hij de ledenvergadering van de VvE niet in zijn hoedanigheid van notaris heeft bijgewoond, maar in zijn hoedanigheid van lid van de VvE. Daarom acht de kamer het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de notaris er, met de kennelijke bedoeling de door klager geuite bezwaren te omzeilen, welbewust voor heeft gekozen om de (beweerdelijke) bestuurswijziging vervolgens in zijn hoedanigheid van notaris te laten inschrijven. Daardoor heeft de notaris op oneigenlijke wijze gebruik gemaakt van de aan hem wegens zijn ambt toegekende bevoegdheid. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5209
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:102
Voordracht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tot doorhaling vanwege ongeschiktheid tot het uitoefenen van het beroep van verpleegkundige. De verpleegkundige heeft van 2011 tot 2019 als verpleegkundige in een ziekenhuis gewerkt. In 2022 heeft de inspectie, na onderzoek, een rapport uitgebracht. De inspectie stelt vast dat bij de verpleegkundige sprake is van een zeer ernstig psychiatrisch toestandsbeeld. Het college acht het risico dat de verpleegkundige als gevolg van haar psychiatrische stoornis bij de uitvoering van haar werk fouten maakt, situaties onjuist inschat en niet adequaat kan handelen zeer groot. Ook brengt deze stoornis een reëel risico op collegiale conflicten met zich, die eveneens hun weerslag kunnen hebben op een goede patiëntenzorg. Het college acht de verpleegkundige vanwege haar geestesgesteldheid dan ook ongeschikt voor werk in de gezondheidszorg. Doorhaling inschrijving in BIG-register en directe schorsing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:75 Raad van Discipline Amsterdam 23-141/A/NH
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:75
Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerster zich onbetamelijk heeft gedragen of zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5119
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:103
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Volgens klaagster heeft de verpleegkundige valsheid in geschrifte gepleegd door in de medische rapportage te schrijven dat zij klaagster meermalen in het zorgverblijf heeft bezocht, terwijl klaagster verweerster nooit heeft gezien of gesproken. De verpleegkundige heeft de klacht bestreden en verwijst daarvoor naar haar rapportage in het cliëntendossier. Het college heeft geen aanleiding te veronderstellen dat in het cliëntendossier iets anders staat beschreven dan wat er in werkelijkheid is gebeurd. Noch in klaagsters stellingen, noch in de rest van het dossier is daar enige aanwijzing voor te vinden. Van valsheid in geschrifte is dan ook geen sprake. Het college komt tot het oordeel dat verweerster niet klachtwaardig heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:76 Raad van Discipline Amsterdam 23-142/A/NH
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:76
Voorzittersbeslissing; Klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft met zijn uitlatingen in zijn pleidooi niet de grenzen van de hem toekomende vrijheid overschreden. Verweerder heeft toereikend toegelicht dat hij is afgegaan op de informatie van zijn cliënte en haar standpunt heeft verwoord. Op grond van het klachtdossier en hetgeen partijen naar voren hebben gebracht is niet gebleken dat verweerder ten onrechte van de juistheid van de verklaring van zijn cliënte is uitgegaan en dat hij derhalve nader onderzoek had moeten doen. Evenmin is het de voorzitter gebleken dat verweerder met zijn stellingen het oogmerk had klager onnodig te grieven. Verweerder heeft genoegzaam aangevoerd dat de uitlatingen noodzakelijk waren ter onderbouwing van de stelling dat sprake is van misbruik van procesrecht. In zoverre is de klacht derhalve kennelijk ongegrond. Klager heeft geen rechtstreeks eigen belang bij zijn klacht over de wijze waarop verweerder de procedure voor zijn cliënte voert. Dit betreft de relatie tussen verweerder en zijn cliënte waar klager buiten staat. De klacht is in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:43 Hof van Discipline 's Gravenhage 220106
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:43
Klacht over eigen advocaat in familierechtelijke kwestie. In hoger beroep gaat het enkel om het verwijt dat verweerster voor het aannemen van de zaak als voorwaarde stelde dat klaagster over zou gaan tot directe inning van de partneralimentatie op basis waarvan verweerster de toevoegingsaanvraag introk. Deze aanvullende voorwaarde is in deze zaak absoluut ontoelaatbaar. Hierdoor werd de toevoeging afhankelijk van de feitelijke inning van de partneralimentatie in plaats van de vraag of dit geld klaagster ook juridisch toekwam. Hierdoor heeft verweerster de situatie gecreëerd dat klaagster na afronding van de juridische procedure mogelijk die partneralimentatie zou moeten terugbetalen maar daartoe deels niet in staat zou zijn omdat het geld aan verweersters declaraties was besteed. Daar komt dan bij dat klaagster in die situatie geen beroep meer op de toevoeging kon doen, omdat verweerster die had ingetrokken, terwijl klaagster daar mogelijk wel recht op had. Schending kernwaarden financiële integriteit en partijdigheid. Berisping. Het beroep op misbruik van tuchtrecht is afgewezen. Het tuchtrecht gericht is op de verantwoording van de advocaat aan de beroepsgroep en de maatschappij.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5211
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:104
Ongegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft van 2011 tot 2019 als verpleegkundige in een ziekenhuis gewerkt. In 2022 heeft de inspectie, na onderzoek, een rapport uitgebracht. De inspectie stelt vast dat bij de verpleegkundige sprake is van een zeer ernstig psychiatrisch toestandsbeeld. Volgens de inspectie heeft de verpleegkundige in haar werkzame periode gehandeld in strijd met artikel 47 lid 1 van de Wet BIG. De verpleegkundige heeft de klacht bestreden. Het college overweegt dat de inspectie haar verwijten baseert op verklaringen van de verpleegkundige. De verpleegkundige weerspreekt in haar verweerschrift en op de zitting dat zij deze verklaringen heeft gedaan. Het college stelt vast dat de inspectie geen (feiten)onderzoek heeft gedaan en dat de verklaringen van de verpleegkundige (los van de vraag of zij dit daadwerkelijk zo gezegd heeft) in het dossier geen verdere steun vinden. Het college kan daarom niet vaststellen dat de verpleegkundige tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:77 Raad van Discipline Amsterdam 23-143/A/NH
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:77
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over een advocaat; Ondanks dat er - op uitdrukkelijk verzoek van klager - al een toevoeging was aangevraagd, stond het verweerder vrij om klagers zaak niet aan te nemen, nu zij het niet eens werden over de aanpak van de zaak. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5002
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:105
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist AGZ. De vader van klager was opgenomen in het ziekenhuis waar de verpleegkundige werkt. De verpleegkundige heeft met klager via de telefoon gesproken over zijn vader en diens aanstaande verplaatsing naar een verpleeghuis. Klager is ontevreden over de wijze waarop de verpleegkundige daarbij heeft gehandeld. De verpleegkundige voert verweer. Het college kan niet vaststellen dat de verpleegkundige klachtwaardig heeft gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:78 Raad van Discipline Amsterdam 23-156/A/A
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:78
Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat de advocaat de belangen van klaagster nodeloos heeft geschaad. Het staat een advocaat vrij om de wederpartij van zijn cliënt te berichten dat, gelet op de in dezelfde kwestie jarenlang door die wederpartij tegen zijn cliënt gevoerde procedures, het punt was bereikt dat zijn cliënt had besloten om niet meer te reageren op door de wederpartij ingediende verzoeken, claims of bezwaarschriften.Klacht kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5118
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:107
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Volgens klaagster heeft de verpleegkundige valsheid in geschrifte gepleegd doordat zij een rapportage van een gesprek heeft geschreven terwijl klaagster de verpleegkundige nooit heeft ontmoet of gesproken. De verpleegkundige heeft de klacht bestreden en verwijst daarvoor naar haar rapportage in het cliëntendossier. Het college heeft geen aanleiding te veronderstellen dat in het cliëntendossier iets anders staat beschreven dan wat er in werkelijkheid is gebeurd. Noch in klaagsters stellingen, noch in de rest van het dossier is daar enige aanwijzing voor te vinden. Van valsheid in geschrifte is dan ook geen sprake. Het college komt tot het oordeel dat verweerster niet klachtwaardig heeft gehandeld.