Zoekresultaten 8601-8620 van de 48550 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4292
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 06-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:147
Gegronde klacht tegen een neurochirurg. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij tijdens een operatie de elleboogzenuw van klaagster heeft doorgesneden en dat hij onvoldoende nazorg heeft geleverd. Het college is van oordeel dat de neurochirurg de operatie niet op de juiste manier heeft uitgevoerd. Weliswaar heeft de neurochirurg verklaard dat hij de operatie heeft uitgevoerd zoals het volgens de deskundige had moeten gebeuren, maar dat is niet aannemelijk. Niet alleen is het hoogst onwaarschijnlijk dat voornoemd letsel onopgemerkt zou zijn ontstaan, temeer nu de neurochirurg heeft verklaard de operatie te hebben verricht onder de operatiemicroscoop, maar ook is de verklaring van de neurochirurg niet in overeenstemming met de bevindingen van de plastisch chirurg tijdens een revisieoperatie. De verklaring van de neurochirurg vindt ook geen steun in het – overigens erg summiere – operatieverslag. Het college is van oordeel dat het doorsnijden van de zenuw door de neurochirurg onder deze omstandigheden verwijtbaar is. Verder overweegt het college dat uit hetgeen klaagster ter zitting heeft verklaard en uit de notities in het medisch dossier blijkt dat klaagster zich kort na de operatie tweemaal bij de polikliniek heeft gemeld met de mededeling dat zij haar rechter ringvinger en pink niet meer kon gebruiken. Dit had de neurochirurg tot actie moeten bewegen, omdat dit kan wijzen op uitval van de elleboogzenuw. Beide klachtonderdelen zijn gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:74 Hof van Discipline 's Gravenhage 230129
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 31-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:74
Beklag op grond van artikel 13 Aw ongegrond. rubricering tuchtrecht.nl: 12. beklag artikel 13 Advocatenwet : aanwijzing van een advocaat
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:68 Hof van Discipline 's Gravenhage 220157
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:68
Klacht van een advocaat tegen de opvolgend advocaat. Verweerster heeft een lopende zaak overgenomen van klager zonder goed overleg (ism gedragsregel 28). Bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:72 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-059/DB/OB
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:72
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster had de rechter behoren te informeren over het nieuwe feit, namelijk de sloop van de woning, en haar kan tuchtrechtelijk worden verweten dat zij geen medewerking heeft verleend aan het gezamenlijk melden van dit feit aan de rechtbank. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:75 Hof van Discipline 's Gravenhage 220015
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:75
Bekrachtiging beslissing raad. Klacht over eigen advocaat ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:69 Hof van Discipline 's Gravenhage 220070
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:69
Klacht advocaat tegen advocaat tegenpartij. Bevestiging beslissing raad. Verweerder heeft naar het oordeel van het hof de gewraakte passage in zijn verweerschrift over de beweerdelijke relatie tussen klager en zijn cliënte enkel opgenomen om klager te diffameren. Verweerder had zijn zorgen over de beweerdelijke relatie bij klager zelf of bij de deken moeten voorleggen en niet bij de rechter in het kader van de onderliggende echtscheidingsprocedure. Lezing verweerder t.a.v. omvang klacht vindt geen steun in het onderliggende klachtdossier. Omvang klacht in hoger beroep wordt bovendien bevestigd in de reactie van klager. Maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-986/DB/OB
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:73
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels niet ontvankelijk en deels ongegrond. Klaagster heeft op 5 februari 2019 van het OM het dossier ontvangen en de gevolgen van verweersters handelen zijn klaagster pas toen duidelijk geworden. De raad oordeelt op grond hiervan dat klaagster niet eerder dan op 5 februari 2019 met de gevolgen van het – vermeende - handelen of nalaten van verweerster bekend is geraakt. Op grond van artikel 46g lid 2 Advocatenwet verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar later, op 5 februari 2020 derhalve. Dit betekent dat de mogelijkheid om te klagen over het optreden van verweerster van voor 5 februari 2019 is komen te vervallen op 5 februari 2020. Voor zover de klacht betrekking heeft op verweersters optreden van na 5 februari 2019 kan klaagster wel in de klacht worden ontvangen, maar dat deel van de klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:70 Hof van Discipline 's Gravenhage 220180
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:70
Klacht tegen advocaat tegenpartij. Vaststelling omvang klachtomschrijving door het hof, nu verweerster meent dat de raad de klachten ten onrechte heeft beperkt tot klachtonderdelen a) en b). Uit de gang van zaken bij de raad leidt het hof af dat klaagster de klachtomschrijving van de raad heeft aanvaard. Dat brengt mee dat klaagster daar in hoger beroep niet meer van kan terugkomen (zie HvD 14 mei 2018, ECLI:NL:TAHVD:2018:77). Bevestiging beslissing raad t.a.v. de klachtonderdelen a) en b), waarbij de klachten met toepassing van art. 46j Advocatenwet ongegrond zijn verklaard. Ten aanzien van het (aanvullende) verwijt dat verweerster de deurwaarder opzettelijk foutief heeft geïnformeerd over de beslagvrije voet in 2018 merkt het hof op dat hoewel uit de stukken blijkt dat verweerster (ten onrechte) meende dat de beslagvrije voet niet behoefde te worden toegepast, niet is gebleken dat verweerster de deurwaarder de instructie heeft gegeven om bij de beslaglegging hier geen rekening mee te houden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:71 Hof van Discipline 's Gravenhage 220080
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:71
Verweerder wordt door klaagsters (een B.V. en een v.o.f.) onder meer verweten dat hij in een kort geding heeft opgetreden voor een vennoot en voor de vof (klaagster 2) in een geschil met de medevennoot (klaagster 1), terwijl a) de belangen tegenstrijdig waren, b) hij daar niet toe gerechtigd was en c) heeft geweigerd om een afschrift van een opdrachtbevestiging en declaraties te verstrekken. Anders dan de raad, acht het hof klachtonderdelen a) en c) gegrond en klachtonderdeel b) ongegrond. Verweerder heeft in de aanvang een verkeerde beslissing genomen door op te treden voor een vennoot en de vof (klaagster 2), terwijl, gelet op de namens hen betekende dagvaarding, van een potentieel tegenstrijdig belang sprake was. Doordat verweerder dat niet (voldoende) heeft onderkend is hij (kennelijk) in de positie gekomen dat hij klaagster 1 niet de gevraagde informatie kon geven die haar als vennoot van de vof wel toekwam. Het hof rekent verweerder dat zwaar aan. Omdat het gegrond verklaarde klachtonderdeel c) voortvloeit uit het gegrond verklaarde klachtonderdeel a) en gelet op het geringe tuchtrechtelijk verleden van verweerder die reeds bijna 29 jaar advocaat is, is het hof van oordeel dat met een waarschuwing volstaan kan worden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:72 Hof van Discipline 's Gravenhage 220086D
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:72
Dekenbezwaar. Hoger beroep deken ongegrond. Ingevolge artikel 46g, lid 1, onder a, Advocatenwet klacht niet-ontvankelijk. Ook dekenbezwaren vallen onder het toepassingsbereik van voornoemd artikel (zie HvD 17 mei 2021, ECLI:NL:TAHVD:2021:94). Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Het betoog van de deken dat de gestelde afspraak met verweerder dat geen kennen zou worden genomen van het dossier zolang het OM zijn standpunt niet had bepaald, tot gevolg heeft gehad dat de termijn pas met de ontvangst van de vervolgingsbeslissing van het OM is aangevangen, gaat niet op. Vervaltermijn ambtshalve toegepast door de tuchtrechter. Daarmee valt niet te verenigen dat in onderling overleg zou kunnen worden afgesproken dat de termijn op een later moment gaat lopen dan uit de wet volgt. Eigen verantwoordelijkheid van de deken om tijdig een dekenbezwaar in te dienen en zijn beslissing niet af te laten hangen van het handelen van het OM. Ook betoog van de deken dat de gevolgen van het handelen van verweerder pas bekend zijn geworden met de vervolgingsbeslissing van het OM treft geen doel.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5342
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 06-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:152
Voorzittersbeslissing. Klacht is voor een deel op een dag na verjaard en voor het overige deel is deze niet volledig. Nu de wetgever heeft overwogen dat het niet redelijk is dat een zorgverlener na meer dan tien jaar nog met een klacht kan worden geconfronteerd, is de voorzitter van oordeel dat een aanvulling – waar het gaat om de concrete verwijten aan het adres van de zorgverlener – nog binnen de verjaringstermijn van tien jaar moet (kunnen) worden ingediend. Als dat anders zou zijn, zou de termijn om een klacht in te dienen worden opgerekt en langer worden dan tien jaar. De klacht is in zijn geheel niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:123 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-977/DH/DH
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:123
Raadsbeslissing. Verweerder heeft klager een zeer summier hoger beroepschrift ingediend en vervolgens geen nader verweerder gevoerd. Hij heeft klager niet op de hoogte gesteld van de zitting in hoger beroep, waardoor klager niet ter zitting aanwezig heeft kunnen zijn. Verweerder is echter zelf ook niet ter zitting verschenen. Verweerder heeft de uitspraak in hoger beroep pas ruim na het verstrijken van de cassatietermijn aan klager gezonden, waardoor klager de mogelijkheid van cassatie is ontnomen. Er is sprake van een opeenstapeling van fouten. Verweerder heeft zich bovendien van het tableau laten schrappen, maar klager hierover niet geïnformeerd. Gehandeld in strijd met de kernwaarden deskundigheid en integriteit. Verweerder weigert bovendien verantwoording af te leggen. Schrapping.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2023:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 704691/NT 21-39
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 16-05-2023
- ECLI:NL:TNORAMS:2023:4
Klager stelt zich op het standpunt dat het recht van parate executie van de bank is komen te vervallen door de betaling, vóórdat de veiling plaatsvond, van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekte (vermeerderd met kosten). Klager verwijt de notaris dat hij onbevoegd, zonder daartoe van klager opdracht te hebben ontvangen en tegen diens kennelijke wil, de executie heeft doorgezet.De kamer ziet aanleiding de klacht in ruime zin op te vatten. Aan de orde zijn dan de volgende vragen (klachtonderdelen): a. Had de notaris de veiling moeten staken? b. Had de notaris na de veiling zijn diensten aan de bank moeten weigeren ? c. Had de notaris een verklaring van subrogatie moeten opstellen en inschrijven? De kamer acht de klachtonderdelen b en c gegrond (dwz. klachtonderdeel c in de zin dat van de notaris een actievere houding kon worden verwacht toen klager het standpunt innam dat door subrogatie het zekerheidsrecht was overgegaan), maar legt de notaris geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:124 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-980/DH/RO
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:124
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2023:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam 723070/NT 22-37 729416/NT 23-6
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 11-05-2023
- ECLI:NL:TNORAMS:2023:5
De kandidaat-notaris heeft in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel opgave gedaan van het ontslag van twee bestuurders en de benoeming van twee nieuwe bestuurders. Klagers hebben de notarissen verzocht hen te informeren – kort gezegd – over de achtergrond van deze registratie. De notarissen hebben de gevraagde informatie niet verstrekt en zich op hun geheimhoudingsplicht beroepen. Klagers menen dat de notarissen zich ten onrechte achter hun geheimhoudingsplicht verschuilen.De kandidaat-notaris heeft naar zijn zeggen de registratie uitgevoerd op basis van een door hem ontvangen aandeelhoudersbesluit, raadpleging van de statuten en door hem ontvangen datacards. Voor het overige heeft verificatie plaatsgevonden op basis van communicatie en de contacten met de opdrachtgever. De grondslag daarvan kunnen de notarissen niet met klagers delen, omdat dat in strijd zou zijn met de geheimhoudingsplicht. De notarissen beschikken daarom niet over meer informatie die met klagers kan worden gedeeld, aldus de notarissen.Naar het oordeel van de kamer hebben de notarissen daarmee voldoende inzicht gegeven in de door hen gehanteerde werkwijze bij de registratie. Of deze werkwijze voldoende zorgvuldig is geweest staat niet ter beoordeling van de kamer in deze zaak; de klachten richten zich uitsluitend op het beroep van de notarissen op de geheimhoudingsplicht. Door de notarissen is voldoende toegelicht dat het hen vanwege hun geheimhoudingsplicht niet vrijstaat om nadere opheldering te geven over hun communicatie met hun opdrachtgever. Klacht(en) ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:63 Hof van Discipline 's Gravenhage 230003
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:63
Te laat ingediend artikel 13 beklag. Weliswaar heeft klager op tijd beklag ingesteld, maar hij heeft zijn beklag niet binnen de beklagtermijn voorzien van gronden (motivering). Klager heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij door medische omstandigheden zijn beklag niet tijdig kon indienen. Beklag niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2023:6 Kamer voor het notariaat Amsterdam 724696/NT 22-46
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 02-05-2023
- ECLI:NL:TNORAMS:2023:6
Klacht is deels gegrond maar leidt niet tot het opleggen van een maatregel. Er was geen sprake van een ministerieplicht op grond waarvan de notaris verplicht was haar werkzaamheden voort te zetten. Gelet op de tegen haar geuite dreigementen in een e-mail van de echtgenoot van klaagster is het begrijpelijk dat de notaris vooor zichzelf geen (bemiddelende) rol meer zag weggelegd. Wel had de notaris terughoudender moeten zijn in haar conclusie in de brief van 19 november 2019 dat de stiefmoeder aan haar verplichtingen jegens de kinderen had voldaan.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:64 Hof van Discipline 's Gravenhage 220159
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:64
Het hof bevestigt de beslissing van de raad ten aanzien van klachtonderdeel a) en b). Ten aanzien van klachtonderdeel b) geldt dat gelet op artikel 50 lid 1 onder a Advocatenwet, hoger beroep door klager ter zake een gegrond verklaarde klacht niet mogelijk is. Voor zover klager verzoekt om de vergoeding van schade verband houdend met het gegrond verklaarde klachtonderdeel b) kan dat verzoek niet in behandeling worden genomen omdat het hof niet bevoegd is over een dergelijk verzoek te oordelen. Anders dan de raad is het hof ten aanzien van klachtonderdeel c) van oordeel dat verweerder op eerste verzoek van klager het dossier aan klager zelf had moeten afgeven en niet met tussenkomst van de politie. Door bij herhaling aan klager te laten weten dat het dossier (alleen) zal worden afgegeven aan een opvolgend gemachtigde heeft verweerder aan de afgifte een voorwaarde verbonden waarvoor geen redelijke grond bestond. Nu verweerder ten onrechte heeft geweigerd het dossier af te geven aan klager heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Echter, van een tuchtrechtelijke verwijtbare schending van de geheimhoudingsplicht of schending van de AVG is naar oordeel van het hof geen sprake, nu verweerder aan de politie enkel heeft laten zien dat hij een e-mail aan klager had gestuurd dat het dossier aan een opvolgend advocaat ter beschikking zou worden gesteld, waarna de politie het (gesloten) dossier ter plekke aan klager heeft overhandigd. Maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2023:7 Kamer voor het notariaat Amsterdam 718203/NT 22-18
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 19-04-2023
- ECLI:NL:TNORAMS:2023:7
Klacht is deels niet-ontvankelijk (vervaltermijn), deels gegrond. De kamer is van oordeel dat de notaris bij de administratie en de uitbetaling van bedragen ter zake van de depotovereenkomst (in het kader van de vaststellingsovereenkomst tussen klaagster (legataris) en de erfgenaam) niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een notaris verwacht mag worden. Er is volgens de kamer, gelet op het tuchtrechtelijk verleden van de notaris, sprake van een patroon van opvolgende slordigheden waarin geen verbetering lijkt te zijn gekomen. Daarom legt de kamer de notaris de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3502
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:122
Gegronde klacht tegen cosmetisch arts. Na intrekking van de klacht door patiënte heeft het college bepaald dat de behandeling van de klacht in het algemeen belang moet worden voortgezet. Voor het vervolg van de zaak is de inspectie als klager aangemerkt. De arts is eigenaar van en werkzaam in een cosmetische kliniek. Hij heeft bij patiënte een onderooglidcorrectie verricht. Daarbij is een complicatie opgetreden, na de operatie is beiderzijds een ectropion ontstaan. De arts heeft vervolgens tweemaal een hersteloperatie verricht en patiënte uiteindelijk verwezen naar een plastisch chirurg. De inspectie is van mening dat de arts bij het uitvoeren van de ooglidcorrectie in diverse opzichten tekortgeschoten is. Zo is patiënte onvoldoende geïnformeerd, is de schriftelijke verslaglegging ondermaats, is de arts bij de operaties niet gebleven binnen de grenzen van zijn kennen en kunnen en heeft hij geen professioneel gedrag vertoont bij de bejegening van patiënte. Het college verklaart alle klachtonderdelen gegrond en legt de arts de maatregel van een geheel voorwaardelijke schorsing van een jaar op, met een proeftijd van twee jaar.