Zoekresultaten 8561-8580 van de 48550 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4953
- Datum publicatie: 09-06-2023
- Datum uitspraak: 09-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:151
Kennelijk niet-ontvankelijke klacht tegen een huisarts. Klager en verweerster hebben een vriendschappelijke relatie gehad. Kort samengevat verwijt klager verweerster dat zij zich grensoverschrijdend heeft gedragen en haar beroep van huisarts heeft ingezet in de privérelatie van partijen en daarmee heeft misbruikt. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is. Klager is geen patiënt (geweest) van verweerster en verweerster heeft niet in haar hoedanigheid van huisarts, maar als een vriendin bemoeienis gehad met klager. Tussen partijen is wel gesproken over de mogelijkheid dat klager patiënt zou worden van verweerster, maar uit de feiten blijkt dat zij klager na een paar dagen heeft laten weten daar toch van af te zien en dat klager daarmee heeft ingestemd. Weliswaar heeft verweerster aan klager eenmalig een recept uitgeschreven, maar dit heeft in het licht van hulpverlening in de privésfeer plaatsgevonden en niet in het kader van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Ook zijn de handelingen in de privésfeer waar klager over klaagt niet van zodanige ernst dat zij voor toetsing onder de tweede tuchtnorm in aanmerking komen. Noch is er sprake van handelen dat zijn weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:140 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-058/AL/GLD
- Datum publicatie: 09-06-2023
- Datum uitspraak: 27-03-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:140
Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerster is niet verschoonbaar buiten de termijn van artikel 46g Aw ingediend bij de deken en daarom niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:30 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/409942 KL RK 22-126
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 09-05-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:30
klacht van het BFT in verband met het niet transparant declareren in een bewindvoeringsdossier, schending van de zorgplicht om een goede urenadministratie te voeren en onzorgvuldig handelen bij de afwikkeling van drie boedeldossiers bestaande uitonvoldoende voortvarend handelen, onvoldoende en gebrekkige communicatie en inhoudelijke onzorgvuldigheden. Klager is in klachtonderdeel II ten aanzien van dossier 3 niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem-beginsel. De klacht is in al haar overige onderdelen gegrond. Mede in verband met de bijzondere omstandigheden van het geval legt de kamer de notaris de maatregel van schorsing op voor de duur van twee weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:80 Hof van Discipline 's Gravenhage 230059
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:80
Samenv. zaak: Verzoekster (= verweerster in oorspronkelijke klachtzaak) komt in hoger beroep tegen een herzieningsbeslissing van de raad. De raad heeft verzoekster n-o verklaard in haar herzieningsverzoeken. Verzoekster had herziening verzocht van twee klachtzaken en een dekenbezwaar, omdat 1 van de advocaatleden van de raad een ernstig auto-ongeluk heeft gehad en verzoekster denkt dat het zeer aannemelijk is dat het advocaatlid de volledige tekst van de raadsbeslissing(en) niet heeft vastgesteld, wat in strijd is met jp van de HR.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:31 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/411148 KL RK 22-143
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 10-05-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:31
Klacht niet ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn. Artikel 99 lid 21 Wna.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:32 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/411708 KL RK 22-148
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:32
Vader heeft vijf kinderen. Vader heeft aan drie van zijn vijf kinderen een perceel grond verkocht. Vader is nu klagende partij met zijn andere twee kinderen.Klagers vorderen ontbinding van de koopovereenkomst en teruglevering van de beide verkochte percelen voor de oorspronkelijke koopsom van€ 14.000,- plus genoegdoening. Ter onderbouwing voeren zij aan dat de notaris: geen rekening heeft gehouden met verjaring en juridische erfgrensbepaling; een opstalrecht heeft gevestigd zonder de eigenaar, noch de gebruiker, te raadplegen; partijdig heeft gehandeld ten opzichte van de kopers. De notaris heeft bij de voorbereiding en het passeren van de akte gedragsregels en protocollen om misbruik van kwetsbare ouderen te voorkomen, overtreden. Ook heeft de notaris zijn onderzoeksplicht, zorgplicht en overlegplicht geschonden; in december 2020 een van de andere kinderen (klaagster) heeft geweigerd om de betreffende percelen te kunnen kopen. Ook heeft de notaris klagers er nimmer op gewezen dat een akte van verkrijging erfgrens mogelijk is. Hierdoor is sprake van partijdigheid, onbetrouwbaarheid, nalatigheid en het niet nakomen van de zorgplicht door de notaris.De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:131 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-608/AL/OV
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:131
Raadbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. De klacht dat verweerster de ondertekening van de boedelbeschrijving ter discussie heeft gesteld, terwijl verweerster wist dat dit standpunt van haar cliënt onjuist was, is ongegrond. Gelet op de door de zus van klager gedane uitlatingen, die meermaals schriftelijk door haar zijn bevestigd, alsmede de brief van de rechtbank waaruit blijkt dat de rechtbank niet over een door beide vereffenaars ondertekende boedelbeschrijving beschikte, bestonden er voldoende aanwijzingen voor twijfel over de ondertekening van de boedelbeschrijving. De zienswijze van haar cliënt was dus niet op voorhand onjuist, waardoor verweerster als partijdig belangenbehartiger namens haar cliënt het standpunt mocht innemen zoals zij heeft gedaan. Alle klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/408270 KL RK 22-107 C/05/409292 KL RK 22 - 118
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 10-05-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:26
Klager heeft een redelijk belang bij de klacht want hij was in het voorlaatste testament de enig erfgenaam van erflater en is dat ingevolge het laatste testament van erflater niet meer. Klager kan derhalve niet het recht ontzegd worden een tuchtklacht in te dienen. De klacht is in de eerste plaats gericht tegen de kandidaat-notaris omdat zij een testament buiten het grondgebed van Nederland heeft gepasseerd. De omstandigheden dat erflater Nederlander was, Nederlands sprak, enkele kilometers over de grens woonde en vanwege zijn precaire gezondheid zijn woning niet meer kon verlaten, maken weliswaar begrijpelijk dat de kandidaat-notaris ervoor gekozen heeft het testament bij erflater thuis te passeren, maar dit neemt niet weg dat de kandidaat-notaris in strijd met artikel 13 Wna en dus onzorgvuldig gehandeld. Gezien de omstandigheden van het geval gaat het hier echter niet om een intentionele schending van de kernwaarden van het ambt. Gebleken is dat de kandidaat-notaris service-gericht wilde handelen. Nu niet is gebleken[1] dat de kandidaat-notaris eerder met de tuchtrechter in aanraking is geweest, zal de kamer de op te leggen maatregel beperken tot een waarschuwing. Voor wat betreft de klacht dat de notaris de kandidaat-notaris had behoren te beletten dat de kandidaat-notaris in strijd met artikel 13 Wna zou handelen overweegt de kamer dat het toezicht dat de notaris moet houden op de werkzaamheden van de kandidaat-notaris in het algemeen niet zo ver gaat dat de notaris zich van de inhoud van iedere afspraak moet vergewissen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:132 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-239/AL/GLD
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:132
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/413145 KL RK 22-164
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 10-05-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:27
Klaagster heeft een klacht ingediend namens haar dochter nadat haar wettelijke vertegenwoordigingsbevoegdheid als moeder van haar dochter van rechtswege is geëindigd op 8 september 2021, zijnde de datum waarop haar dochter 18 jaar is geworden. Vanaf deze datum is klaagster niet meer de wettelijk vertegenwoordiger van haar dochter zodat zij niet bevoegd is, althans niet zonder een daartoe strekkende volmacht, namens haar dochter een klacht in te dienen. Uit de stukken volgt dat hier van een dergelijke volmacht geen sprake is. Klaagster is daarom niet-ontvankelijk in haar klacht. Voor zover klaagster ter zitting aanvullend heeft gesteld dat zij de klacht mede namens zichzelf heeft ingediend overweegt de kamer dat dit uit de klacht niet blijkt. Bovendien heeft klaagster haar standpunt dat zij een eigen (fiscaal) belang had niet met nadere gegevens onderbouwd. Niet aannemelijk is geworden dat in deze zaak voor klaagster sprake is van een notarieel tuchtrechtelijk te beschermen redelijk belang in de zin van artikel 99 lid 1 Wna.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4602
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:27
Klacht tegen bedrijfsarts gedeeltelijk gegrond zover die betrekking heeft op niet naleven van privacywetgeving. Volgens artikel 15e van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabpvz) had bedrijfsarts logging moeten bijhouden en desgevraagd aan klager afschrift van loggegevens verstrekken. Op grond van artikel 15d Wabpvz moet het medisch dossier desgevraagd op elektronische wijze beveiligd worden verstrekt. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:133 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-712/AL/MN
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:133
Klacht over eigen advocaat. De raad verklaart (onder meer) de klacht over de tijdigheid van het starten van een procedure ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:28 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/415512 KL RK 23-12
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 31-05-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:28
Klaagster heeft aan de notaris niet expliciet de opdracht gegeven om de boedel af te wikkelen. De notaris heeft de opdracht gehad om de verklaring van erfrecht op te stellen, en heeft dat ook gedaan. Daarna heeft hij nog wel contact gehad met klaagster en de andere erfgenamen. Bij klaagster is kennelijk onduidelijkheid ontstaan over zijn rol. De notaris had duidelijker kunnen zijn over zijn rol naar klaagster. Het is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3402
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:28
Bedrijfsarts heeft klager begeleid van augustus t/m december 2017 (na ongeval) en van september 2018 t/m mei 2019, waarna begeleiding door andere bedrijfsarts overgenomen. Klachten onder meer over dossiervoering en vermeend causaal verband tussen ongeval en arbeidsongeschiktheid vanaf september 2018. Klacht deels gegrond. Dossiervoering niet altijd even accuraat en correct, waardoor misverstanden konden ontstaan en de indruk is gewekt dat bedrijfsarts klachten en beperkingen niet volledig serieus nam. Waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:134 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-670/AL/NN
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:134
Naar het oordeel van de raad heeft verweerder de belangen van klager op zorgvuldige en deskundige wijze behartigd in eerste aanleg en in hoger beroep. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege verjaring daarvan en voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:29 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/405228 KL RK 22-77
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:29
Artikel 99 lid 21 Wna. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn. Uitzondering van slot artikel 99 lid 21 Wna niet van toepassing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4431
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:29
Nieuwe klacht tegen verzekeringsarts. Eerdere klacht was deels gegrond. Beslissing bekrachtigd door CTG. Klager verwijt verzekeringsarts nu dat zij in procedure bij CTG in strijd met de waarheid heeft verklaard. De nieuwe klacht is ontvankelijk, maar ongegrond. Klager heeft wederom klacht tegen de verzekeringsarts aangekondigd. College overweegt dat klager er rekening mee moet houden dat volgende klacht wegens misbruik van klachtrecht niet in behandeling wordt genomen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1761
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:104
Klacht tegen cardioloog. Klager heeft in het verleden een hartinfarct gehad en heeft sindsdien veel cardiologische problemen ervaren. Klager werd in 2019 binnengebracht op de Eerste Hart Hulp in verband met een te snel hartritme en een relatief lage bloeddruk. Een elektrocardioversie (ECV) was geïndiceerd, maar kon op dat moment niet direct worden uitgevoerd, omdat klager niet nuchter was. Op een bepaald moment verslechterde de toestand van klager en moest er acuut worden ingegrepen. De kern van de klacht is dat hij eerder behandeld had moeten worden. Klager verwijt de cardioloog - onder meer - dat hij heeft nagelaten om klager met spoed op de PACU te laten opnemen en de elektrocardioversie te starten en dat hij geen adequate zorg heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1403
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:97
Klacht tegen longarts. Klager heeft zich in oktober 2016 met klachten van kortademigheid gemeld bij de SEH van het ziekenhuis waar de CTB-longarts werkzaam is. CTB staat voor Centrum voor Thuisbeademing. Klager is toen opgenomen voor verder onderzoek en ondersteuning van de ademhaling. Uiteindelijk is geconstateerd dat het middenrif van klager aan beide zijden te hoog stond, maar daar is geen verklaring of oorzaak van gevonden. Tijdens de opname is de CTG-longarts in consult geroepen in verband met het instellen van nachtelijke non-invasieve beademing. Eind oktober 2016 is klager naar huis ontslagen. Het advies bij ontslag was om een mogelijk spontaan herstel af te wachten en ondertussen thuis behandeld te worden met ademhalingsondersteuning on der leiding van het Centrum voor Thuisbeademing (CTB). In februari 2019 is klager in Turkije geopereerd aan de rechterzijde van het middenrif. Klager wordt nog steeds door het CTB behandeld en poliklinisch gevolgd, met dien verstande dat klager sinds september 2020 andere behandelaars heeft. Klager verwijt de CTB-longarts dat zij tekort is geschoten in de behandelovereenkomst met klager, dat er een verkeerde diagnose is gesteld en dat er in vervolg daarop een verkeerd behandelbeleid is ingesteld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2023:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-03
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 17-05-2023
- ECLI:NL:TNORDHA:2023:10
Klager verwijt de notaris dat zij hem opzettelijk foutieve informatie heeft verschaft over de stemmingsprocedure om een akte van uitgifte erfpacht te wijzigen, in een poging om op onrechtmatige wijze de betreffende akte te wijzigen.