Zoekresultaten 8421-8440 van de 48550 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:101 Hof van Discipline 's Gravenhage 220121
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:101
Bekrachtiging onder verbetering van gronden. In hoger beroep is slechts nog aan de orde of verweerder klager voldoende en tijdig heeft geïnformeerd over het recht op een toevoeging. Het ging in deze zaak om bijstand in de eerste fase van een strafzaak, met voorarrest. Het hof acht aannemelijk dat er bij de eerste ontmoetingen tussen klager en verweerder op het politiebureau onvoldoende tijd was om alles te bespreken. Verweerder valt dus niet te verwijten dat hij de toevoeging niet meteen besproken heeft. Verweerder heeft klager echter niet voldoende voorgelicht over het recht op een toevoeging en de gevolgen van het afzien daarvan. Verweerder is tekortgeschoten aldus in goede voorlichting aan klager over de financiering van zijn bijstand. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder heeft gecontroleerd of klager voor een toevoeging in aanmerking kwam en, indien dat zo was, klager een gewogen beslissing kon nemen tussen bijstand op grond van een toevoeging of op betalende basis. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:128 Raad van Discipline Amsterdam 22-834/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:128
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:44 Accountantskamer Zwolle 23/977 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-07-2023
- Datum uitspraak: 03-07-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:44
Ambtshalve beslissing ex artikel 5 lid 4 Wtra, n.a.v. niet betalen opgelegde boete. Oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van zes maanden. De Accountantskamer rekent het betrokkene zwaar aan dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd. Voor het goed functioneren van het accountantsberoep en de in verband daarmee op basis van wetgeving bestaande tuchtrechtspraak ten aanzien van accountants is het immers van groot belang dat tuchtrechtelijke uitspraken geheel worden nagekomen. Door het negeren van een tuchtrechtelijke uitspraak heeft betrokkene bovendien het accountantsberoep in diskrediet gebracht, waardoor ook sprake is van schending van het fundamentele beginsel van professionaliteit.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4522
- Datum publicatie: 30-06-2023
- Datum uitspraak: 30-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:166
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. De klacht luidt dat er niet adequaat is gehandeld nadat klaagster meermaals met klachten als bloedverlies en krampen/pijnklachten naar de praktijk heeft gebeld. Het college is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij was niet betrokken bij de behandeling van klaagster en de bedoelde telefonische consulten. Het enige contact dat zij met klaagster had was nadat klaagster was geopereerd. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-279/DB/LI
- Datum publicatie: 30-06-2023
- Datum uitspraak: 27-06-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:79
Voorzittersbeslissing. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels niet-ontvankelijk ex art. 46g Advocatenwet en deels kennelijk ongegrond wegens ontbreken feitelijke grondslag.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-293/DB/OB
- Datum publicatie: 30-06-2023
- Datum uitspraak: 29-06-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:80
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het hoger beroep niet door te zetten. Een advocaat is namelijk niet gehouden een procedure aanhangig te maken of voort te zetten, indien hij geen mogelijkheid ziet deze met succes te voeren, ook niet als die advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet door de deken is aangewezen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4991
- Datum publicatie: 30-06-2023
- Datum uitspraak: 30-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:164
Gegronde klacht tegen een verloskundige. Klaagster verwijt verweerster dat zij niet adequaat heeft gehandeld nadat klaagster meermaals met klachten van bloedverlies en krampen/pijnklachten naar de praktijk heeft gebeld. Het college is van oordeel dat verweerster tijdens het telefonisch consult had moeten onderkennen dat de klachten van klaagster wel degelijk kunnen duiden op een EUG. Verweerster valt een tuchtrechtelijk verwijt te maken, nu zij klaagster ongezien heeft ‘weggestuurd’ om af te wachten tot de geplande echo. Van verweerster had verwacht mogen worden dat zij in dit geval, ook gelet op de onrust bij klaagster, de echo had vervroegd. Klacht gegrond verklaard. Het college is van oordeel dat niet met een waarschuwing kan worden volstaan. Bij verweerster leek weinig besef te bestaan over wat er aan de hand zou kunnen zijn en de mogelijke ernst daarvan. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4992
- Datum publicatie: 30-06-2023
- Datum uitspraak: 30-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:165
Gegronde klacht tegen een verloskundige. Klaagster verwijt verweerster dat zij niet adequaat heeft gehandeld nadat klaagster meermaals met klachten van bloedverlies en krampen/pijnklachten naar de praktijk heeft gebeld. Het college overweegt dat zelfs bij een zwangerschapsduur van minder dan zes weken een EUG door middel van transvaginale echoscopie herkend en gelokaliseerd kan worden. Verweerster heeft ter zitting verklaard dat zij zelf geen echo’s kan maken. Dat betekent dus dat verweerster klaagster diezelfde dag had moeten doorverwijzen. Zij kon zeker niet volstaan met afwachten tot het moment waarop een echo gepland stond. Dat geldt temeer nu sprake was van aanhoudende klachten gedurende twee weken, dit al de derde keer was dat klaagster met onrust en klachten naar de praktijk belde en dit het tweede contact met verweerster was. Klacht gegrond verklaard. Het college acht in dit geval de maatregel van berisping passend en geboden. Bij verweerster leek weinig besef te bestaan over wat er aan de hand zou kunnen zijn en de mogelijke ernst daarvan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-444/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 05-09-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:154
De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:116 Raad van Discipline Amsterdam 23-306/A/A
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:116
Voorzittersbeslissing; Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Een beroep op de uitzonderings- ofwel verlengingsgrond van artikel 46g lid 2 Advocatenwet slaagt niet. Op grond van dit artikel blijft na afloop van de vervaltermijn van drie jaar een niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien de klacht is ingediend uiterlijk één jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend zijn aan te merken. Uitgaande van de stelling van klagers dat zij pas op 15 oktober 2020 bekend zijn geworden met de gevolgen van verweerders advies, hadden klagers uiterlijk één jaar later - derhalve uiterlijk op 15 oktober 2021 - hun klacht over verweerder moeten indienen. Dus ook in dat geval is de klacht van 6 januari 2023 derhalve te laat ingediend. Overigens acht de voorzitter de stelling van klagers ook inhoudelijk niet aannemelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-444/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 12-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:155
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:117 Raad van Discipline Amsterdam 23-309/A/A 23-310/A/A
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:117
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in de rol van onafhankelijk adviseur. Ten aanzien van klaagster worden de beide klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, gelet op het ontbreken van een rechtstreeks belang voor klaagster. Ten aanzien van klager worden de beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard nu geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerders. Verweerders mochten er vanuit gaan dat klager het ermee eens was dat de second opinion zowel aan klager als ook aan zijn rechtsbijstandverzekeraar zou worden verstrekt en dit was, gelet op de rol van verweerders in de procedure ook een logische en juiste gang van zaken.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4034
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 27-06-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:31
Klacht tegen verzekeringsarts gegrond en berisping. Het rapport niet voldoet aan de eis van inzichtelijkheid en consistentie van de gronden waarop de conclusie steunt. Onbegrijpelijk is dat de verzekeringsarts haar conclusie alleen heeft doen steunen op het feit dat geen van de specialisten een zodanige afwijking heeft kunnen vaststellen dat tot het aannemen van arbeidsbeperkingen zou moeten worden geconcludeerd. Wellicht kunnen deze aandoeningen niet ieder voor zich de arbeidsbeperkingen verklaren, maar tezamen geven zij wel een inzichtelijk, plausibel en consistent beeld waarbij, op grond van het MAOC, in redelijke mate beperkingen voor arbeid kunnen worden aangenomen. Het college meent dat de verzekeringsarts, bij het interpreteren van de onderzoeksbevindingen en de verdere informatie die haar ter beschikking stond, selectief te werk is gegaan. Zij had niet alleen de factoren moeten meewegen die tegen het aannemen van arbeidsbeperkingen pleiten, maar ook de factoren die daarvóór pleiten. Zij noemt die wel in het rapport, maar zij maakt niet inzichtelijk of en hoe zij deze factoren heeft gewogen en de uitkomst van die weging in de conclusie heeft laten doorwerken. Bij het opleggen van de maatregel is van belang dat het op de juiste wijze wegen van alle voorhanden zijnde informatie tot de kern van het vak van verzekeringsgeneeskundige behoort. Bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling zal gewaakt moet worden voor eenzijdige en voorbarige oordeelsvorming, omdat deze voor de cliënt verregaande negatieve consequenties kan hebben.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-439/AL/MN
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 12-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:156
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5086
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 27-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:127
Klacht tegen tandarts deels gegrond. De klacht gaat over het plaatsen van twee implantaten in de tandeloze onderkaak ten behoeve van een klikgebit. Klaagster verwijt de tandarts onder meer dat hij haar niet heeft voorgelicht en dat hij onzorgvuldig en intimiderend heeft gehandeld. De klacht is gegrond wat betreft de voorlichting/informed consent voorafgaand aan de behandeling. Voor het overige is de klacht ongegrond. Aan de tandarts wordt geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-227/AL/NN
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 12-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:157
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5031
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 23-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:128
De klacht gaat over de vraag of beklaagde als huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden door te laat te komen op een afspraak en de wijze waarop zij heeft gecommuniceerd met de familie. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond omdat de feiten waar de klachtonderdelen op zijn gebaseerd niet konden worden vastgesteld.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:113 Raad van Discipline Amsterdam 23-298/A/NH
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 12-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:113
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft met het doen van haar uitlatingen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld en van een schending van gedragsregel 8, dan wel van artikel 10/10a van de Advocatenwet is geen sprake.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:114 Raad van Discipline Amsterdam 23-300/A/A
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:114
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:115 Raad van Discipline Amsterdam 23-302/A/A
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 19-06-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:115
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over een advocaat van een derde. Verweerster heeft een oordeel gegeven over de door de bewindvoerder aan haar voorgelegde juridische kwestie ten aanzien van de verkoop van de woning aan klager. Het begrip te kwader trouw dat zij in haar advies heeft gebruikt over klager betreft een juridisch gebruikelijke term die passend en functioneel is in het advies dat zij de bewindvoerder wenste te geven. De gekozen bewoordingen en toonzetting zijn tuchtrechtelijk aanvaardbaar en daarmee niet onnodig grievend.