Zoekresultaten 8261-8280 van de 48550 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-521/AL/OV

    Raadsbeslissing. De raad verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-121/DB/OB

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze waarop zij zich op 4 januari 2022 heeft onttrokken. De onttrekking was ontijdig omdat in de zaak die verweerster voor klaagster behandelde op 20 januari 2022 een mondelinge behandeling bij de rechtbank was gepland en tot uiterlijk 10 dagen voor de zitting stukken konden worden ingediend. Verweerster heeft zich, alvorens zich te onttrekken, er niet van vergewist of het aanhoudingsverzoek was gehonoreerd. Verweerster had rekening behoren te houden met de kwetsbare positie waarin klaagster zich bevond. In zoverre gegrond. Waarschuwing.Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze waarop zij zich op 4 januari 2022 heeft onttrokken. De onttrekking was ontijdig omdat in de zaak die verweerster voor klaagster behandelde op 20 januari 2022 een mondelinge behandeling bij de rechtbank was gepland en tot uiterlijk 10 dagen voor de zitting stukken konden worden ingediend. Verweerster heeft zich, alvorens zich te onttrekken, er niet van vergewist of het aanhoudingsverzoek was gehonoreerd. Verweerster had rekening behoren te houden met de kwetsbare positie waarin klaagster zich bevond. In zoverre gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-896/DH/DH

    Verzet grotendeels ongegrond. Eén onderdeel van het verzet slaagt wel: de voorzitter heeft over het hoofd gezien dat de klacht ook namens klager 2 is ingediend. De klacht van klager 2 wordt alsnog ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:52 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/718506 DW RK 22/215 LV/RH

    Het betekenen van ambtelijke stukken is een kerntaak van de gerechtsdeurwaarder en de gerechtsdeurwaarder heeft dan ook tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de dagvaarding aan een onjuist adres te betekenen. De kamer ziet geen aanleiding een maatregel op te leggen nu de gerechtsdeurwaarder heeft heeft erkend dat zij een fout heeft gemaakt en heeft meegdeeld haar werkwijze aan te passen. Daarnaast heeft zij ook excuses aangeboden aan klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-051/DH/RO

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Verweerder heeft in een echtscheidingszaak met jonge kinderen forse stellingen ingenomen. Eén van die stellingen is naar het oordeel van de grens (net aan) de grens over en daarmee klachtwaardig. Van verweerder mocht extra zorgvuldigheid en terughoudendheid worden verwacht. Omdat verweerder net aan de grens is overgegaan en de raad met deze uitspraak (nogmaals) de vastgestelde norm onder de aandacht wil brengen en ader wil invullen, ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:183 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-749/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over kwaliteit dienstverlening van voormalig eigen advocaat. De raad kan bij gebrek aan een feitelijke onderbouwing niet vaststellen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld ten opzichte van klaagster. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-916/AL/MN

    Verweerder heeft klager bijgestaan in een burengeschil. Klager heeft tegelijkertijd een identieke klacht voorgelegd aan de Geschillencommissie, die daarin een bindend advies heeft gegeven. Die beslissing bindt de raad niet omdat de raad zelfstandig toetst aan de norm van artikel 46 Aw en artikel 46d leden 1 en 2 Aw niet van toepassing zijn. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad voldoende zorgvuldig de belangen van klager behartigd bij het bereiken van een gedeeltelijke schikking met de wederpartij kort voor een geplande zitting. Die zitting is daarom niet doorgegaan en op verzoek van partijen naar de parkeerrol verwezen. Klager heeft naar het oordeel van de raad vanaf het eerste telefonisch besproken schikkingsvoorstel nog voldoende tijd gehad om daarover, ook samen met zijn broer, na te denken en heeft er ook mee ingestemd. Dat verweerder klager daarin achteraf onjuist of onvolledig heeft geadviseerd, is de raad niet gebleken. Dat klager achteraf spijt heeft gekregen van de gedeeltelijke schikking kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Met het bereiken van die gedeeltelijke schikking was de aan verweerder verstrekte opdracht geëindigd. Uit coulance heeft verweerder klager daarna nog kort bijgestaan. Na de daarna door klager geuite kritiek en onvrede stond het verweerder vrij om zich in die situatie aan de zaak van klager te onttrekken. Dat heeft verweerder op zorgvuldige wijze gedaan met voldoende uitleg aan klager van zijn beweegredenen. Dat verweerder zich ontijdig zou hebben onttrokken, is de raad niet gebleken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-828/DB/NN

    Klacht van advocaat tegen advocaat. De raad overweegt dat het beter ware geweest als klager en verweerder iets meer professionele distantie in acht hadden genomen en elkaar met iets meer welwillendheid tegemoet hadden getreden. Het optreden van verweerder en de inhoud van de e-mails, ook in onderlinge samenhang bezien, zijn naar het oordeel van de raad binnen de ruime voor een advocaat geldende bandbreedte gebleven, zodat voor tuchtrechtelijk ingrijpen geen aanleiding bestaat. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-360/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Verweerder mocht namens haar cliënte een standpunt innemen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-053/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:184 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-297/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klagers hebben in hun hoedanigheid van lid van de Onder-VvE Woning hoogstens een afgeleid belang maar dat is onvoldoende om hun klacht over verweerder ontvankelijk te doen zijn. Dat klagers door het handelen of nalaten waarover wordt geklaagd rechtstreeks in hun belangen zijn getroffen, is niet gebleken. Het voorgaande betekent dat de klacht geen verdere inhoudelijke bespreking behoeft. De voorzitter verklaart klagers kennelijk niet-ontvankelijk in hun klacht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-713/AL/MN

    Klacht van een advocaat over andere advocaat. Klacht over het optreden van een advocaat waarin hij zelf als advocaat optreedt. Klager verwijt verweerder dat hij in die procedure een e-mail rechtstreeks aan klagers cliënt heeft gestuurd. De raad overweegt dat de stelling van verweerder dat het bepaalde in gedragsregel 25 niet ziet op het handelen van een advocaat in een procedure waarin hij zelf als partij optreedt (en dus niet als advocaat voor iemand anders), in zijn algemeenheid niet juist is. Die omstandigheid speelt echter wel een belangrijke rol bij de beantwoording van de vraag of verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verder acht de raad bij die beoordeling van belang dat ook mr. P., de cliënt van klager, een advocaat is. De strekking van gedragsregel 25 is om te voorkomen dat een advocaat van een wederpartij een partij bij een geschil overrompelt zonder bijstand van zijn eigen advocaat. Dat zal bij een wederpartij die zelf een advocaat is, minder snel het geval zijn. Bovendien heeft klager op een later moment in de procedure aan de rechtbank en aan verweerder aangegeven dat er wel rechtstreeks met mr. P. kan worden gecorrespondeerd en dat mr. P zelf ter zitting als advocaat zal optreden. Ten slotte acht de raad van belang dat het handelen waarover wordt geklaagd slechts één e-mail betreft en dat mr. P. zijn (gelijkluidende) klacht over verweerder heeft ingetrokken. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat verweerder door het sturen van deze e-mail niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Voor zover ook wordt geklaagd over de inhoud van die e-mail, is de raad van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Dit betekent dat de klacht in alle onderdelen ongegrond wordt verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:107 Hof van Discipline 's Gravenhage 220129

    Geen voortzetting behandeling op grond van algemeen belang na intrekking klacht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:153 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-361/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. De door verweerder namens zijn cliënten ingenomen standpunten zijn niet evident onpleitbaar. Niet gebleken dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt of informatie heeft verwezen. Geen sprake van het onnodig starten van procedures.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-161/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Verweerder is tekortgeschoten in zijn zorgplicht door zich niet te realiseren dat klager mogelijk niet in aanmerking zou komen voor een Nederlandse WW-uitkering, omdat klager in België woonachtig is. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:185 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-291/AL/MN

    Voorzittersverklaring. De voorzitter verklaart een klacht over de kwaliteit van de dienstlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-883/AL/MN

    Verzetbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. De verzetgronden slagen dan ook niet. De voorzitter heeft de klacht terecht en op juiste gronden ten aanzien van onderdeel a) kennelijk niet ontvankelijk en ten aanzien van onderdeel b) kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:108 Hof van Discipline 's Gravenhage 230159W

    Wrakingsverzoek. De zaken die verzoekers bij het hof aanhangig hebben gemaakt betreffen onder meer verwijten over de procedurele gang van zaken van raden van discipline. Verweerster was plaatsvervangend voorzitter van een andere raad, dan die aan de orde zijn aan deze zaken. De gronden van het wrakingsverzoek zien niet op de persoon van verweerster en daarom falen deze argumenten. Misbruik van recht. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-427/DB/LI

    Klacht kennelijk ongegrond. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een brief van de wederpartij aan zijn (ex-)cliënte door te sturen. Geen begin van onderbouwing gegeven dat verweerder klaagster zou afpersen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-406/DB/LI

    Klacht kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder niet oplossingsgericht heeft gehandeld, maar enkel uit zou zijn op het pesten van klager. Het stond verweerder vrij om in het belang van zijn cliënt een kort geding te starten. Niet gebleken dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.