Zoekresultaten 801-820 van de 48204 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:109 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-209/DH/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een KIFID-procedure. Verweerster mocht standpunten innemen die afwijken van klaagsters beleving en mocht procedurele verzoeken doen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:153 Hof van Discipline 's Gravenhage 250459

    Klacht over advocaat wederpartij. Klaagster heeft een klacht ingediend over de advocaat van haar (oud)-werkgever. Zij verwijt verweerster dat zij in de procedure over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst brieven heeft overgelegd, terwijl de werkgever in een eerdere kortgedingprocedure was veroordeeld deze brieven uit het personeelsdossier van klaagster te verwijderen. Ook verwijt klaagster verweerster gebruik te hebben gemaakt van gegevens afkomstig van het UWV, die de werkgever door middel van een datalek heeft verkregen. Tot slot stelt klaagster dat verweerster zich onprofessioneel heeft gedragen tijdens een schorsing van de zitting. De raad heeft de klachten van klaagster ongegrond verklaard. Het hof is het daarmee eens en bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9241

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS gynaecoloog. Klaagster verwijt de AIOS dat hij haar zonder informed consent heeft laten instemmen met een episiotomie en haar daarbij heeft geïntimideerd. Omdat in het dossier helder is beschreven dat klaagster na overleg en uitleg toestemming heeft gegeven voor een episiotomie is de klacht dat informed consent ontbreekt, ongegrond. Dat de AIOS zich daarbij intimiderend zou hebben gedragen, wordt door hem ontkend. Het college kan bij tegengestelde verklaringen niet vaststellen wat er precies is gebeurd. Wel merkt het college op dat in het medisch dossier concreet en uitvoerig verslag is gedaan van het verloop van de bevalling en dat expliciet is vermeld dat klaagster na de bevalling blij was met het beloop en de begeleiding van de AIOS, wat in tegenspraak is met haar klacht. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2843

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een (destijds) AIOS interne geneeskunde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht tegen de arts kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3038

    Klacht tegen een huisarts. Klacht van dochter over de behandeling van haar inmiddels overleden moeder. De huisarts wordt verweten dat zij onvoldoende zorg heeft geleverd en niet adequaat heeft gehandeld in de fase van palliatieve zorg aan klaagsters moeder. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:154 Hof van Discipline 's Gravenhage 250443

    Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder dat hij verzuimd heeft zorg te dragen voor continuïteit en bereikbaarheid van zijn praktijk gedurende zijn vakantie en dat verweerder ook voor de deken niet goed bereikbaar was en geen gevolg heeft gegeven aan herhaalde informatieverzoeken en gemaakte afspraken. Ook de financiële continuïteit van de praktijk van verweerder is volgens de deken niet gewaarborgd en tot slot gebruikt verweerder in zijn e-mailadres en de URL van de website van zijn kantoor het woord “advocaten”, terwijl verweerder een solopraktijk heeft. De raad heeft het bezwaar gegrond verklaard en aan verweerder een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 12 weken opgelegd. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad voor zover het bezwaar gegrond is verklaard. Het hof ziet echter, mede naar aanleiding van ontwikkelingen na de uitspraak van de raad, aanleiding de maatregel aan te passen tot een schorsing van 8 weken onvoorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8524

    Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft haar beroepsgeheim geschonden door na een MDO contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. De psychiater was betrokken bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:110 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-218/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in geschillen over alimentatie en verkoop van de echtelijke woning. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat deze te laat is ingediend. Klachten voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de standpunten van haar cliënte verwoord binnen de ruime mate van vrijheid die haar toekomt. Het stond verweerster vrij klager rechtstreeks aan te schrijven nadat klager de samenwerking met zijn advocaat had beëindigd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3015

    Klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen met haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychiater. Nadat die behandelrelatie was geëindigd, is de psychiater gebeld door de inmiddels ex-partner van klaagster en een buurvrouw, omdat zij zich zorgen maakten over klaagster. Diezelfde avond is klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten GGZ-afdeling. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat hij aan de ex-partner en de buurvrouw het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen dit deel van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:104 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-690/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2938

    Klacht van de inspectie tegen een verpleegkundige. De inspectie verwijt de verpleegkundige dat zij seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt en aansluitend aan de behandelrelatie een seksuele en persoonlijke relatie aan te gaan met de patiënt. Ook verwijt de inspectie de verpleegkundige dat zij onprofessioneel heeft gehandeld door – zonder dat hiertoe een noodzaak bestond – medische informatie over patiënten met een derde te delen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van schorsing opgelegd voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Zowel de inspectie als de verpleegkundige komen in beroep tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel. Het beroep van de inspectie slaagt. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, voor zover daarbij een deels voorwaardelijke schorsing is opgelegd en legt de verpleegkundige een voorwaardelijke doorhaling van haar inschrijving in het BIG-register op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:155 Hof van Discipline 's Gravenhage 260069

    Klacht wordt niet verwezen. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen en evenmin om doorzending aan de raad van discipline af te dwingen, zonder het verschuldigde griffierecht te betalen. Een klager kan de klacht tegen de andere advocaat, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klager heeft deze mogelijkheid gekregen van de deken, maar heeft zich op het standpunt gesteld dat de deken een formele factuur moet verschaffen die voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De deken heeft klager erop gewezen dat hij het griffierecht dient te voldoen en dat vervolgens zijn klacht aan de Raad van Discipline zal worden gestuurd. Dit is de gebruikelijke gang van zaken. Er is geen noodzaak voor de deken om aan de eisen die klager stelt aan de factuur tegemoet te komen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8525

    Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater, die ook geneesheer-directeur is, heeft een afweging gemaakt in de rol van psychiater, en niet in de rol van geneesheer-directeur. Tweede tuchtnorm. De psychiater onderschreef het tijdens het MDO afgesproken beleid om contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3016

    Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen met haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychotherapeut. Nadat die behandelrelatie was geëindigd, is de psychotherapeut gebeld door de inmiddels ex-partner van klaagster en een buurvrouw, omdat zij zich zorgen maakten over klaagster. Diezelfde avond is klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten GGZ-afdeling. Klaagster verwijt de psychotherapeut onder meer dat hij aan de ex-partner en de buurvrouw het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen dit deel van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:105 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-791/DH/RO

    Raadbeslissing. Klacht van advocaat tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft klager geen afschrift van een aan het gerechtshof toegestuurde akte gestuurd, waardoor klager (en zijn cliënt) geen kennis konden nemen van de inhoud van die akte. Verweerder heeft ondanks klagers verzoek daartoe geweigerd de akte te verstrekken. Dat is onzorgvuldig. Verweerder heeft ook een bericht direct aan klagers cliënt gestuurd, terwijl daartoe geen noodzaak bestond. Verweerder heeft onwelwillend en tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:98 Raad van Discipline Amsterdam 25-721/A/A

    Raadsbeslissing. Het verzet wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:150 Hof van Discipline 's Gravenhage 260029

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:119 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-255/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft een geschil met de Vereniging van Eigenaren over reparatie van lekkage in haar woning. Verweerster heeft de VvE daarin bijgestaan. Alhoewel de voorzitter begrijpt dat een geschil binnen een VvE veel impact op klaagster heeft, maakt dit nog niet dat verweerster daarvan als advocaat van de VvE een verwijt gemaakt kan worden. Verweerster heeft op grond van de instructie van de VvE gehandeld als partijdig advocaat. Zij was daarbij de advocaat van de rechtspersoon, de VvE, niet van de individuele eigenaren. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerster de grenzen heeft overschreden van de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij had en verweerster daarbij de belangen van klaagster op enigerlei wijze heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:99 Raad van Discipline Amsterdam 25-914/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. De raad ziet zich eerst voor de vraag gesteld of klaagster een klacht over het handelen van verweerder als advocaat van de ouders mocht indienen, zonder dat O (als bestuurder en 50%-aandeelhouder van klaagster) hiermee heeft ingestemd. Naar het oordeel van de raad dient deze vraag bevestigend te worden beantwoord. De stelling van verweerder dat klaagster, zijnde een BV, niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de door haar ingediende klacht slechts op instructie van één van de twee bestuurders is ingediend, gaat naar het oordeel van de raad in dit geval niet op. Beide aandeelhouders/bestuurders van klaagster moeten zelfstandig bevoegd worden geacht tot het indienen van een klacht, voor zover die klacht, met inachtneming van het genoemde toetsingskader, ziet op handelen van een advocaat waardoor klaagster in haar belangen kan worden geschaad. Als dit anders zou zijn, kan de medeaandeelhouder bewerkstelligen dat een vennootschap een zodanige klacht niet tegen een advocaat kan indienen, hetgeen onwenselijk zou zijn. Van een dergelijke situatie is in dit geval sprake, omdat klaagster een geschil heeft met de ouders van HS, de bestuurder van O, en HS via O instemming heeft onthouden aan het indienen van een klacht tegen verweerder, ondanks dat klaagster daarbij belang kan hebben. De raad is daarom van oordeel dat klaagster, ondanks het ontbreken van de instemming van O en gelet op alle genoemde omstandigheden, ontvankelijk is in de door haar tegen verweerder als advocaat van de wederpartij ingediende klacht. De in klachtonderdeel a) gemaakte verwijten zijn gebaseerd op de artikelen 7.1 en 7.2 van de Voda. Deze artikelen vallen onder Hoofdstuk 7 van de Voda, getiteld “Relatie advocaat-cliënt”. Het verwijt van klaagster ziet aldus op het handelen van verweerder in de verhouding tot zijn cliënten. Klaagster is hierdoor niet rechtstreeks in haar belang geraakt. Ten aanzien van het verwijt in klachtonderdeel c) overweegt de raad dat het aanvragen van een toevoeging (ook) ziet op de relatie tussen een advocaat en zijn cliënt. Het is niet aan klaagster om hierover te klagen, nu klaagster hier buiten staat. De klachtonderdelen a) en c) zijn om die reden (alsnog) niet-ontvankelijk. In klachtonderdeel b) is het de raad niet gebleken dat één van de door verweerder ingenomen stellingen onjuist was. Van het bestaan van enige tegenstrijdigheid hierin of van het (hiermee) door verweerder verschaffen van onjuiste informatie, is naar het oordeel van de raad geen sprake. Nu de raad de verwijten in de hiervoor genoemde klachtonderdelen niet-ontvankelijk, dan wel ongegrond heeft verklaard, is het in klachtonderdeel d) genoemde verwijt, dat verweerder klaagster als gevolg van deze handelingen schade zou hebben berokkend, naar het oordeel van de raad eveneens niet-ontvankelijk voor zover dit ziet op de in de klachtonderdelen a) en c) gemaakte verwijten. Klachtonderdeel d) is ongegrond voor zover dit verwijt ziet op het verwijt in klachtonderdeel b).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:100 Raad van Discipline Amsterdam 25-915/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond. De raad concludeert dat geen sprake is van een situatie waarin verweerder de rechtbank verkeerd heeft voorgelicht of dat hij informatie aan de rechtbank heeft verstrekt waarvan hij wist, of behoorde te weten, dat deze onjuist was. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.