Zoekresultaten 721-740 van de 48204 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:113 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2908
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:113
Klacht tegen neuroloog. Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De neuroloog was betrokken als hoofdbehandelaar tijdens klaagsters opname op de afdeling Neurologie. De klacht van klaagster tegen de neuroloog bestaat uit meerdere onderdelen, die samengevat zien op het medisch handelen van de neuroloog en de samenwerking met andere specialisten/artsen. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de neuroloog in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:129 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-241/AL/MN
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:129
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:167 Hof van Discipline 's Gravenhage 250305
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 29-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:167
Klacht over advocaat in haar hoedanigheid van deken. De klacht ziet op de manier waarop verweerster met een brief van klager is omgegaan. Verweerster valt daarvan geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Verweerster had uit de brief niet hoeven opmaken dat dit een nieuwe klacht betrof. De brief bevat namelijk geen concrete klacht maar een verzoek om reactie c.q. duidelijkheid op klagers vragen. Verweerster heeft daar correct en zakelijk op gereageerd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:114 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2909
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:114
Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De arts was destijds als arts-assistent van de afdeling Interne betrokken bij de behandeling van klaagster. De klacht van klaagster tegen de arts bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op de behandeling van klaagster en de houding en deskundigheid van de arts. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de arts in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2723
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:108
Klacht tegen een klinisch psycholoog. De klinisch psycholoog is in 2017 en in 2019 in het kader van een tegen klaagster lopende strafzaak als deskundige benoemd met het verzoek een psychologisch onderzoek te doen bij klaagster. Klaagster verwijt de klinisch psycholoog dat het door haar in 2017 verrichte onderzoek onzorgvuldig en ondeskundig was en dat sprake is van machtsmisbruik en valsheid in geschrifte. Dit heeft er volgens klaagster toe geleid dat aan haar ten onrechte de maatregel van tbs met dwangverpleging is opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:130 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-246/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:130
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:10 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/ 454368 KL RK 25-108
- Datum publicatie: 31-05-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:10
De notaris is benoemd tot opvolgend executeur in de nalatenschap van de broer van klager. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere personen dan de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:9 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449356 KL RK 25-44
- Datum publicatie: 31-05-2026
- Datum uitspraak: 05-02-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:9
Klacht deels gegrond. Aandelentransactie gebaseerd op een notariële volmacht die zag op de verkoop en het beheer van de aandelen, maar niet op de levering ervan. De notaris heeft nagelaten om contact met klager te leggen over deze aandelentransactie om te verifiëren of klager wist en begreep wat de overeenkomst inhield en wat de gevolgen voor hem waren hiervan.Door volledig te vertrouwen op de werkwijze van de hulppersonen en zelf niets te verifiëren heeft de notaris de leveringsakte van de aandelen gepasseerd zonder dat sprake was van een geldige titel voor deze overeenkomst. De kamer legt aan de notaris een berisping op voor zijn handelen.De klacht is deels niet-ontvankelijk, omdat aan de kamer is verzocht nader onderzoek te doen naar de aandelentransactie. Dit valt niet onder haar wettelijke bevoegdheden zodat de kamer dit onderdeel van de klacht niet-ontvankelijk moet verklaren.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9178
- Datum publicatie: 29-05-2026
- Datum uitspraak: 29-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:80
Klacht tegen een fysiotherapeut gegrond. De klacht gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat hij de professionele grenzen heeft overschreden door seksuele handelingen te verrichten bij meerdere (jonge) patiënten gedurende de behandelrelatie. De fysiotherapeut is strafrechtelijk veroordeeld en heeft zich uit het BIG-register laten schrijven. Hij heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de klacht. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en ontzegt de fysiotherapeut het recht om weer in het BIG-register te worden ingeschreven. Ook wordt de fysiotherapeut met onmiddellijke ingang een algemeen beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:126 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-866/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:126
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de huwelijkse voorwaarden van klager en haar echtgenoot bij de rechtbank op te vragen. Het opvragen van de huwelijkse voorwaarden stond verweerster in het belang van haar cliënte vrij en zij had daar geen toestemming van klaagster voor nodig. Het huwelijksgoederenregister is een openbaar register bedoeld voor derdenwerking, zodat echtgenoten onderling beschermd zijn tegen aanspraken van derden op hun privévermogens. Het staat niet vast dat het opvragen van huwelijkse voorwaarden uit dit register door een advocaat namens een cliënt evident niet mag. Ook binnen de advocatuur is het niet duidelijk of er een algemene regel is dat het opvragen van huwelijkse voorwaarden door advocaten zonder toestemming van betrokkenen niet is toegestaan. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9008
- Datum publicatie: 29-05-2026
- Datum uitspraak: 29-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:81
Klacht tegen een fysiotherapeut gegrond. De klacht gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat hij de professionele grenzen heeft overschreden door tweemaal seksueel contact te hebben met een patiënte gedurende de behandelrelatie in 2015. De fysiotherapeut erkent dat en heeft aangegeven niet meer werkzaam te willen zijn in de zorg. Hij heeft zich uit het BIG-register laten schrijven. De fysiotherapeut is gedurende een lange periode niet open en transparant geweest door geen melding te doen van de gebeurtenissen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en ontzegt de fysiotherapeut het recht om weer in het BIG-register te worden ingeschreven.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:127 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-882/AL/MN
- Datum publicatie: 29-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:127
Raadsbeslissing. Gegronde klacht over eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door er niet (tijdig) voor te zorgen dat klager en verweerder de zitting samen online zouden kunnen bijwonen. Daardoor is de mogelijkheid tot communicatie van klager met verweerder tijdens de zitting in negatieve zin beïnvloed. Ook het niet schriftelijk informeren van klager over de uitsluitingsclausule en de gevolgen daarvan is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De aard en ernst van deze gegronde tuchtrechtelijke verwijten rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Daarbij houdt de raad rekening met alle omstandigheden van deze klachtzaak, waaronder het door verweerder ter zitting getoonde zelfinzicht en het door verweerder gewijzigde intakeformulier dat op zijn kantoor wordt gebruikt in echtscheidingszaken. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:128 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-016/AL/MN
- Datum publicatie: 29-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:128
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in echtscheidingskwestie. Bij het indienen van het echtscheidingsverzoek is verweerster niet over een nacht ijs gegaan. Verweerster is op basis van haar eigen waarneming tijdens haar gesprekken met de man en naar aanleiding van de informatie van de bewindvoerder/mentor van de man en de zorgverantwoordelijke in het verzorgingstehuis uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat de man zijn wil kon bepalen ten aanzien van het echtscheidingsverzoek. De aan de orde zijnde CIZ-indicatie betekent niet automatisch dat een advocaat voor de betreffende cliënt nooit een verzoek tot echtscheiding mag indienen. De man stond ook niet onder curatele, dus hij was niet handelingsonbekwaam en de kantonrechter heeft de man toestemming gegeven voor het starten van de echtscheidingsprocedure. De bewindvoerder heeft zich daar evenmin tegen verzet. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:166 Hof van Discipline 's Gravenhage 250387
- Datum publicatie: 29-05-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:166
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft in een faillissementskwestie kennis genomen van een machtiging tot binnentreden die door de rechtbank abusievelijk niet naar de curator is gestuurd, maar naar het advocatenkantoor van verweerder. De brief waarin de machtiging was opgenomen, was niet gericht aan een specifieke geadresseerde, maar “Aan ieder die dit aangaat”. Verweerder heeft nadat hij kennis had genomen van de inhoud van deze brief contact opgenomen met de curator en zijn cliënt geïnformeerd, aan wie ook de brief van de rechter-commissaris is doorgestuurd. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat deze handelwijze van verweerder tuchtrechtelijk niet verwijtbaar is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:125 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-855/AL/NN
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:125
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. De raad kan niet vaststellen dat verweerder de handtekening van de heer Y op de vaststellingsovereenkomst (vso) heeft laten vervalsen. Geen van partijen heeft het betreffende document van de vso dat overgelegd en ter zitting is het ook niet duidelijk geworden hoe de heer X namens de heer Y heeft getekend en of daar bijvoorbeeld ‘in opdracht’ of ‘per opdracht’ bij is gezet, zodat de raad over de gang van zaken rondom de door de heer X namens de heer Y gezette handtekening verder niet kan oordelen. Verder oordeelt de raad dat de omstandigheid dat de heer Y de vso voorafgaand aan zijn akkoord niet had gelezen, dat hij niet wist waar hij akkoord mee ging en dat het hem pas later duidelijk werd wat werkelijk was vastgelegd, verweerder niet kan worden verweten. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9330
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 27-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:124
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De klachtonderdelen die gaan over het structureel weigeren van adequate zorg, een onjuist dossier en het weigeren het dossier te overleggen zijn onvoldoende onderbouwd. De voorzitter kan voorts niet vaststellen dat de huisarts de afspraken over een derde verwijzing die tijdens de zitting van de geschillencommissie zijn gemaakt, niet nakomt. Door eerst een gesprek met de klachtenfunctionaris te hebben, houdt de huisarts zich juist aan de gemaakte afspraak. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9218
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:125
Voorzittersbeslissing. Bij klaagster is voor de tweede keer een zwelling in de borst ontdekt. Klaagster verwijt de chirurg dat zij een onnodige en overbodige medische interventie heeft verricht, en dat er een operatie zou zijn gepland. Er lijkt hier sprake te zijn van een misverstand, de chirurgische opties moesten nog verkend en besproken worden. Een gesprek hierover stond gepland, geen operatie. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:165 Hof van Discipline 's Gravenhage 260167
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 28-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:165
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46 c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in een lopend klachtonderzoek van een deken, waartoe het hof overigens ook geen wettelijke bevoegdheid heeft. Evenmin is het klachtrecht bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het hanteren van termijnen).
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:124 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-267/AL/MN
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:124
Voorzittersbeslissing over de eigen advocaat in een letselschadeclaim. Naar het oordeel van de voorzitter is verweerster op zorgvuldige wijze voor klager opgetreden. Verweerster was bij haar handelen beperkt door het juridisch kader van een letselschadezaak. Niettemin heeft zij de van klager ontvangen berichten op zijn verzoek ook aan de wederpartij, medisch adviseur en deskundige verstrekt. Vast staat dat die informatie van klager door de deskundige ook in zijn beoordeling is betrokken. Toen verweerster bemerkte dat klager en zij uiteenlopende visies op de wijze van aanpak van de zaak kregen, heeft zij klager gewezen op de mogelijkheid om een second opinion via DAS te vragen. Gezien de stand van zaken in het dossier, de constatering van verweerster dat zij - anders dan klager - geen redelijke kans van slagen meer zag, kon verweerster niet anders dan besluiten om met haar werkzaamheden in de zaak van klager te stoppen. Dat heeft zij naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gedaan door klager tijdig en duidelijk te wijzen op de ophanden zijnde verjaring en zijn mogelijkheden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8918
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 27-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:74
Klacht tegen bedrijfsarts deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk van onvoldoende gewicht. Klager maakt de bedrijfsarts verschillende verwijten over de consulten en het door haar gegeven advies. De klacht is deels kennelijk van onvoldoende gewicht, voor zover de bedrijfsarts in een periodieke evaluatie (die tevens naar de werkgever is gestuurd) heeft omschreven dat klager boos van het consult is vertrokken. Weliswaar is deze omschrijving op zichzelf klachtwaardig te achten, echter de bedrijfsarts heeft zich, direct nadat klager nog diezelfde dag zijn onvrede hierover kenbaar had gemaakt, rekenschap gegeven van deze foutieve vermelding, dit direct adequaat gewijzigd en de aangepaste versie aan zowel klager als de werkgever gestuurd.