Zoekresultaten 7001-7020 van de 48499 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:23 Hof van Discipline 's Gravenhage 230155 230154D

    Klacht van een curator en dekenbezwaar. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar verbetert de gronden.Verweerder stond een BV en een Holding bij. Verweerder heeft zijn derdengeldenrekening beschikbaar gesteld voor ontvangst van betalingen een afnemer van zijn cliënten, terwijl hij wist dat de BV de betalingen niet zelf wenste te ontvangen in verband met een dreigend beslag. Verweerder was bovendien op de hoogte van de bedoeling van de cliënten dat betaling op naam van de Holding zou plaatsvinden. Verweerder heeft aldus medewerking verleend aan het gebruik van zijn derdengeldenrekening voor betalingsverkeer van zijn cliënten, zonder dat daar een noodzaak voor bestond. Verweerder heeft de ontvangen bedragen verder doorgestort naar de Holding, terwijl hij wist dat onduidelijkheid bestond over de het antwoord op de vraag wie rechthebbend was, de BV of de Holding. Verweerder heeft tot slot in twee afzonderlijke dossiers bijstand verleend aan de BV en aan de Holding, maar heeft dat in zijn facturatie niet tot uitdrukking gebracht. Twee maal een geheel voorwaardelijke schorsing van twee weken.

  • ECLI:NL:TGDKG:2024:5 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/745305 / DW RK 24/40 EV/SM

    Ordemaatregel (vanwege ernstig vermoeden bewaringstekort): zes maanden schorsing ex art. 38 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2024:25 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1812

    Klacht tegen een psychiater. De echtgenote van klager, hierna: patiënte, is gediagnostiseerd met (gevorderde) dementie op basis van de ziekte van Alzheimer. Patiënte verbleef op de afdeling voor jong dementerenden van een psychogeriatrisch verpleeghuis. De psychiater is door de behandeld specialist ouderengeneeskunde telefonisch in consult gevraagd. Klager verwijt de psychiater dat hij zonder het stellen van een diagnose een medicatieadvies heeft gegeven aan de specialist ouderengeneeskunde en zijn zorgplicht heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet ontvankelijk verklaard in zijn klacht omdat het klaagschrift niet (mede) is ondertekend door klaagster zelf en de mentor van klaagster niet heeft ingestemd met het indienen van de klacht. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klager wel ontvankelijk is in de klacht. De toetsing of klager klachtgerechtigd is als bedoeld in artikel 65 lid 1 van de Wet BIG vindt plaats op het moment dat de klacht wordt ingediend. Het Centraal Tuchtcollege is ervan overtuigd dat patiënte ten tijde van het indienen van de klacht niet voldoende in staat was om de gevolgen daarvan te overzien en dus haar wil hierover tot uitdrukking te brengen. Op dat moment was het eerder bestaande mentorschap over patiënte door de kantonrechter opgeheven. Dit betekent dat klager als levensgezel van patiënte bevoegd is om als naaste betrekking een klacht in te dienen. Het Centraal Tuchtcollege doet de zaak zelf af en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:24 Hof van Discipline 's Gravenhage 230091D

    Dekenbezwaar over het handelen van een advocaat als patroon. Hoger beroep deken. Het hof acht, anders dan de raad, gegrond dat verweerster de deken en de Raad van de Orde onjuist heeft geïnformeerd. Het betreft het onjuist (waaronder begrepen: onvolledig) invullen van stageverslagen, het onvolledig informeren van de Raad van de Orde over de reden van het vertrek van een stagiaire, zowel per e-mail als in een telefoongesprek, alsmede het onjuist informeren omtrent de mate van begeleiding van stagiaires. In zoverre vernietiging beslissing van de raad en klachtonderdeel alsnog gegrond. Het hof ziet geen aanleiding aan verweerster een andere maatregel op te leggen dan de raad heeft gedaan (voorwaardelijke schorsing voor de duur van 6 weken). Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2024:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1896

    Klacht tegen een chirurg. Klaagster heeft in een kinderziekenhuis een cardiale ablatie via de rechter lies ondergaan. Na de ablatie ontstond een hematoom in de rechter lies dat later geïnfecteerd is geraakt. In de maanden daarna is klaagster hiervoor meermalen in het ziekenhuis opgenomen geweest omdat de infectie bleef terugkeren. Op enig moment vond in het ziekenhuis een multidisciplinair overleg plaats waar werd gesproken over de situatie van klaagster. Er was sprake van een terugkerende infectie ondanks adequate wondbehandeling en tevens werden er orale verwekkers in de wond gevonden. Bij het behandelteam van klaagster, waar de chirurg onderdeel van was, bestond het vermoeden dat de wond gemanipuleerd werd door klaagster of door haar ouders en dat er mogelijk sprake was van pediatric condition falsification. Na overleg met Veilig Thuis heeft een aantal leden van het behandelteam van klaagster, waaronder de chirurg, een melding bij Veilig Thuis gedaan. Klaagster verwijt de chirurg onder meer dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het doen van de melding bij Veilig Thuis, dat zij als hoofdbehandelaar onvoldoende regie heeft gehad bij de behandeling en dat zij onjuiste behandelingen bij klaagster heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/11

    Kat. Klacht tegen dierenarts die de kat, een Europese Korthaar, van één jaar oud heeft behandeld. Appellant verwijt de dierenarts dat hij tekort is geschoten in het onderzoek, de diagnosestelling en de behandeling. Appellant verwijt de dierenarts onder meer dat bloedonderzoek had moeten worden verricht, waarmee het nierfalen eerder zou zijn gebleken. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/07

    Hond. Klacht tegen dierenarts over de keizersnede die is verricht bij een XL American Bully. Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klacht over de nazorg na de operatie gegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Appellant heeft beroep ingesteld en verwijt de dierenarts dat de keizersnede te laat en onzorgvuldig is uitgevoerd. Ook verwijt appellant de dierenarts dat de tweede operatie onzorgvuldig is uitgevoerd. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2024:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5766

    Deels gegronde klacht tegen een tandarts, oplegging van de maatregel van waarschuwing.Klager verwijt de tandarts dat a) hij bij het trekken van een kies niet heeft gezien dat deze kies door middel van een brug vastzat aan andere tanden en kiezen en dat hij daardoor schade heeft toegebracht aan twee andere kiezen en een voortand. De tandarts heeft volgens klaagster verder b) onvoldoende compensatie aangeboden voor het herstellen van de schade. De tandarts erkent dat hij pas in tweede instantie heeft gezien dat de kies van klager die hij probeerde te trekken vastzat aan de andere tanden en kiezen in de bovenkaak van klager. De tandarts verklaart dat hij er niets aan kon doen dat er een stukje van de voortand is afgebroken. De tandarts is niet bereid de herstelwerkzaamheden aan de kiezen kosteloos uit te voeren.Het college is van oordeel dat de tandarts ten aanzien van a) onzorgvuldig heeft gehandeld door niet voor aanvang van de behandeling voldoende kennis te nemen van de status van klager en van de voor aanvang van de behandeling gemaakte röntgenfoto van de kies. Het college overweegt dat een betere voorbereiding hem in ieder geval zou hebben afgehouden van het onmiddellijk trekken van de kies en zeer waarschijnlijk tot de constatering van de ongebruikelijke brugconstructie, waarna hij zich tijdig verder in de situatie had kunnen verdiepen. Klachtonderdeel b) is ongegrond, nu de beoordeling van de vraag of er recht op schadevergoeding bestaat en, zo ja, wat de hoogte daarvan is, aan de civiele rechter is voorbehouden en niet door de tuchtrechter kan worden beantwoord. Het college concludeert dat de tandarts onzorgvuldig heeft gehandeld door zich niet goed voor te bereiden op het trekken van de kies. Gelet op de omstandigheid dat de tandarts niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd, meent het college met de lichtste maatregel, te weten een waarschuwing, te kunnen volstaan

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/10

    Paard. Klacht tegen dierenarts over de keuring van een veulen. In verband met de eventuele aankoop heeft beklaagde het veulen gekeurd. Dit is gebeurd op locatie van de fokker c.q. verkoper. Er is door de dierenarts geen rapport van de keuring opgesteld. Beroep gegrond met waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2024:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5829

    Kennelijk ongegronde klacht tegen tandarts. Klaagster kon zich niet vinden in de voorgestelde behandelopties in verband met een afgebroken kies. Klaagster wilde graag een nieuwe vulling en antibiotica. Klaagster verwijt de tandarts dat zij a) heeft geweigerd klaagster te helpen en dat zij b) klaagster onheus heeft bejegend. Het college overweegt dat bij een ontsteking aan de wortelpunt een wortelkanaalbehandeling of extractie van de kies juiste behandelopties zijn. De tandarts had niet kunnen volstaan met het restaureren van de kies en het voorschrijven van antibiotica. Het college overweegt verder dat de röntgenfoto nodig was om de ontsteking vast te kunnen stellen. Het college kan niet vaststellen dat de tandarts klaagster onheus heeft bejegend. Het college concludeert dat de klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TNORARL:2024:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/420296 KL RK 23-54

    Klacht van twee notaris-maten tegen een andere notaris-maat. Klaagsters verwijten de notaris dat sprake is (geweest) van disfunctioneren van de notaris en grensoverschrijdende seksuele escapades die op het kantoor en onder kantoortijd hebben plaatsgevonden. Door klaagsters is onvoldoende gesteld en onderbouwd dat sprake is (geweest) van disfunctioneren. De notaris heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld omdat hij zijn seksuele privéaangelegenheden op een ontoelaatbare manier heeft vermengd met de uitoefening van zijn notarisambt. De notaris heeft met zijn handelwijze tegenover zijn medewerkers de eer en het aanzien van en het vertrouwen in het notariaat geschaad. Berisping.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:4 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/05

    Kat. Klacht over de behandeling van de kat, een Britse Korthaar, van negen maanden oud. Na anamnese en klinisch onderzoek is de dierenarts uitgegaan van gastro-enteritis en heeft een behandeling met Cerenia injectie ingezet. De volgende dag is de kat door een collega van beklaagde gezien en is na bloedonderzoek dat er slechte nierwaarden waren. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2024:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5247

    Gegronde klacht tegen een kaakchirurg zonder oplegging van een maatregel.Klaagster verwijt de kaakchirurg dat hij een medische fout heeft gemaakt door drie van de vier botschroefjes op de verkeerde plek te plaatsen. Hierdoor heeft zij de behandeling nog een keer moeten ondergaan en dubbel pijn geleden. De kaakchirurg heeft in zijn verweer zijn handelen toegelicht en heeft vermeld dat klaagster gelijk heeft.Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en ziet geen redenen om de kaakchirurg een maatregel op te leggen. Het college heeft geconstateerd dat de kaakchirurg, zodra hij van de fout op de hoogte werd gesteld, deze fout heeft erkend, excuses heeft gemaakt en voor zover mogelijk de fout heeft hersteld. Gelet hierop is het college van oordeel dat het opleggen van een maatregel geen redelijk tuchtrechtelijk doel meer dient. De ernst van het verwijt en de gevolgen voor klaagster van dit handelen door de kaakchirurg zijn bovendien niet zodanig dat dit een tuchtrechtelijke maatregel rechtvaardigt.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/04

    Hond. De klacht gaat over de handelwijze van de dierenarts bij een keizersnede bij een Franse Bulldog van 5 jaar oud. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:9 Raad van Discipline Amsterdam 23-546/A/A 23-548/A/A/D

    Klacht over de eigen advocaat + dekenbezwaar. Schrapping + kostenveroordeling. Verweerder heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bijna drie jaar lang klaagster als collega-advocaat aan het lijntje te houden en ondanks een veelvoud van herhaalde verzoeken van klaagster, haar geen verrekeningsvoorstel te doen en niet tot betaling van haar declaratie over te gaan. Wanneer verweerder door de deken op zijn handelwijze wordt aangesproken, getuigt zijn reactie van een ongepaste achteloosheid voor zijn gedragingen. Op de verzoeken van de deken om een toelichting op de klacht, heeft verweerder niet inhoudelijk gereageerd maar volstaan met een reactie waaruit zijn onbegrip voor het tuchtrechtelijk onderzoek van de deken bleek. Met zijn houding jegens de deken heeft verweerder gedragsregel 29 veronachtzaamd. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij adequaat en voortvarend reageert op verzoeken van collega-advocaten en dat hij naar behoren meewerkt aan tuchtrechtelijk onderzoek van de deken. De raad acht verweerders handelen en nalaten in strijd met de kernwaarde integriteit. Verder speelt een rol dat deze klacht en het dekenbezwaar niet op zichzelf staan. De raad doet heden ook uitspraak in een andere klachtzaak en dekenbezwaar (met kenmerken 23-544/A/A en 23-547/A/A/D). In die klachtzaak oordeelt de raad dat verweerder ernstig tekortgeschoten is in zijn dienstverlening aan klager door hem bijna drie jaar lang aan het lijntje te houden en niet adequaat te reageren op 17 verzoeken van klager om hem een update te geven over zijn zaak. In het dekenbezwaar oordeelt raad dat verweerder door voortdurend niet tijdig en niet adequaat te reageren op verzoeken van de deken, gedragsregel 29 heeft geschonden en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De raad herkent in de vier zaken waarin vandaag uitspraak wordt gedaan een patroon, waarbij verweerder voortdurend nalaat adequaat te reageren op e-mails en verzoeken die hij als advocaat ontvangt. De vier zaken tezamen leiden de raad tot de conclusie dat verweerder geen overzicht heeft over zijn praktijkvoering, zaken door elkaar haalt, nalaat te reageren op redelijke verzoeken en geen werkzaamheden verricht, waar hij dat wel zou moeten. Ook is van belang dat verweerder al een aantal ernstige tuchtrechtelijke maatregelen (een schorsing van twaalf weken waarvan zes voorwaardelijk en een berisping met voorwaardelijke boete) opgelegd heeft gekregen, die onherroepelijk zijn geworden. De raad ziet dat na al deze serieuze waarschuwingen geen verbetering in het handelen van verweerder is opgetreden. Potentiële, toekomstige cliënten van verweerder lopen een ernstig risico dat hun belangen worden geschaad als verweerder hen als advocaat bijstaat. Voorkomen moet worden dat verweerder terugkeert in de advocatuur en daarom is de maatregel van schrapping met kostenveroordeling opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2024:13 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1878

    Klacht tegen psychiater. Klager werd door een organisatie voor geestelijke gezondheidszorg verwezen naar een andere organisatie voor geestelijke gezondheidszorg. Eerder was elders de diagnose schizofrenie van het paranoïde type gesteld. Na de behandeling bij de laatste organisatie heeft klager de psychiater gevraagd om zijn diagnose aan te passen. Klager verwijt de psychiater dat de diagnose niet volledig is aangepast. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:3 Raad van Discipline Amsterdam 23-456/A/A

    Raadsbeslissing. Gegronde klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat. De raad is van oordeel dat van verweerster in de gegeven omstandigheden meer had mogen worden verwacht en dat zij tekort is geschoten in haar bijstand aan klaagster. Verweerster heeft met haar gedrag niet voldaan aan de professionele standaard, inhoudende dat een advocaat dient te handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Aan verweerster wordt de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2024:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1879

    Klacht tegen bedrijfsarts. In de periode 2015-2017 heeft de bedrijfsarts klager gezien in het kader va een re-integratietraject. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij in een e-mailbericht aan de werkgever van klager zijn beroepsgeheim heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerkt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:4 Raad van Discipline Amsterdam 23-549/A/NH

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2024:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1880

    Klacht tegen psychiater. Klager kwam vanwege de diagnose schizofrenie van het paranoïde type onder behandeling van een team, waar de psychiater – destijds AIOS – deel van uit maakte. Hij schreef klager op enig moment een antipsychoticum voor. Klager verwijt de psychiater dat hij klager verkeerde medicatie heeft voorgeschreven waardoor hij is aangekomen en dat bovendien de dosering van de medicatie te hoog was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.